Home » Artikelen geplaatst door Jan van Meerten

Auteursarchief: Jan van Meerten

Vogelgriep in een Javaanse dierentuin – Bespreking van ‘Marathon in de dierentuin’

“Hij is ook al begraven. We zijn met z’n allen naar Noerma’s huis geweest. Papa en mama zeiden dat dat moest. Dat we ze moesten condoleren. En dat we moesten vragen wanneer de begrafenis was (want vanmorgen waren we meteen teruggerend toen we het hoorden). We moesten heel erg huilen, Sam, Nick en ik. Maar we hebben het toch gedaan. We gingen naar binnen in dat kleine, warme huisje, en Noerma’s moeder stond daar, en ze zag er zo verdrietig uit.”

In 2006 schreef Corien Oranje voor de christelijke kinderboekenmaand het kinderboek ‘Marathon in de dierentuin’.1 Het gaat over een Nederlands gezin dat verhuisd is naar het Indonesische eiland Java en daar de vogelgriep meemaakt. De hoofdpersoon van het boek is Sasha, een Nederlands meisje dat eerst niet wilde verhuizen, maar uiteindelijk toch haar draai gevonden lijkt te hebben. Een Javaanse bevriende jongen, Noerma, raakt samen met zijn broertje Andi besmet met de vogelgriep. Noerma overlijdt en Andi komt er na een ernstig ziekbed weer bovenop. Omdat het gezin waaruit Noerma en Andi komen erg arm is, besluiten Sasha en haar familie een sponsorloop in de dierentuin van Jakarta te organiseren met als doel geld op te halen zodat Andi naar school kan. Ze halen een mooi bedrag op.

Aansluiten bij de actualiteit (toen het boek geschreven werd)

Het trainen voor de sponsorloop gaat niet altijd even goed. De dierentuin moet namelijk tijdelijk sluiten omdat er vogelgriep is uitgebroken. Dit sluit aan bij de werkelijkheid omdat Ragunan Zoo in Pasar Minggu, Zuid-Jakarta, inderdaad op 19 september 2005 voor drie weken gesloten werd omdat er vogels besmet waren geraakt met de vogelgriep H5N1.2 Toen het boek geschreven werd sloot de schrijfster aan bij de actualiteit. Ze noemt namelijk ook de tsunami die o.a. Atjeh in 2004 trof en meer dan 200.000 mensen om liet komen. Wanneer kinderen het boek nu lezen, moeten ze even op de hoogte gebracht worden van deze geschiedenis. Want welke tienjarige weet nu, anno 2022, nog van de dodelijke tsunami die op 26 december 2004 diverse eilanden trof.3 Ook wordt in het boek melding gemaakt van de bomaanslag op Bali van 1 oktober 2005.4 Naast een aansluiten bij de actualiteit krijgen de kinderen ook een stukje geschiedenis mee over de eerste ‘marathon’. “Eigenlijk was marathon een dorp of een stad in Griekenland, en de Perzen probeerden de Grieken daar in de pan te hakken, maar dat lukte niet, de Grieken wonnen (ze hadden zo ongeveer 7000 Perzen gedod, en een van de Griekse soldaten rende snel naar Athene, meer dan veertig kilometer, om het goede nieuws aan de koning te gaan vertellen. Hij was nog niet in het paleis aangekomen, of – flatsj, dood” (blz. 14).

Gekleurde dieren en de waarom van het lijden

De auteur besteedt op een positieve manier aandacht aan de schepping en gaat vragen naar de waarom van het lijden en de dood niet uit de weg. Wanneer Sasha haar kuiken schildert krijgt ze commentaar van haar moeder. ‘Mama vroeg heel chagrijnig of er misschien nog een achtste huisregel nodig was – geen dieren verven en ze zei dat elk dier van God precies de goede kleur had gekregen, en hoe ze er in vredesnaam bij kwamen dat hamsters en kuikens eruit moeten zien als leden van het Nederlands elftal’ (blz. 11). Wanneer Noerma overlijdt is Sasha helemaal van streek. Ze stelt de vraag waarom God de jongen niet beter gemaakt heeft. Moeder heeft daar geen antwoord op. Vader komt even later weltrusten wensen en probeert het uit te leggen: “En hij zei zachtjes: ‘Ik vind het ook het moeilijkste wat er is, Sas, als er een kind overlijdt’. Ik zei niks. Ik probeerde zo rustig mogelijk adem te halen, zodat hij erin zou trappen en weer weg zou gaan. Papa ging verder, meer alsof hij het tegen zichzelf had. ‘En dan vraag ik me ook af: God, u kunt toch alles? Waarom hebt u hem nou niet beter gemaakt! Ziet u niet hoe erg dat is voor die vader en die moeder? Hoe kapot ze zijn?’ Het was een hele poos stil. Papa zuchtte. ‘Het is niet dat ik antwoord krijg of zo. En het is al helemaal niet zo dat ik een antwoord heb op de vraag waarom Noerma gestorven is. Maar ik weet wel dat God te vertrouwen is. Wat er ook gebeurt’.” (blz. 46-48) Hoewel ik het woord ‘kapot zijn’ niet zou gebruiken om het verdriet te beschrijven is het wel goed dat de auteur hier aandacht voor heeft. Kinderen zitten ook met dit soort vragen.

Het boek is een aanrader voor kinderen om te lezen. Omdat het boek al enigszins verouderd is dienen sommige ‘actualiteiten’ even toegelicht te moeten worden. Het taalgebruik zou ik op sommige plaatsen veranderen. Zo vind ik het niet netjes om het woord ‘tyfuslijer’ (blz. 72-73) te gebruiken. Zelfs niet als er in een boek een reprimande op volgt. Ondanks dat is het boek een aanrader om voor te lezen of om de kinderen zelf te laten lezen.5

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

E-mail ter uitnodiging van vrienden en bekenden voor de besloten geologiebijeenkomst van 19 november 2022 D.V.

Het kasteel van Durbuy in de Ardennen. Bron: Pixabay

Beste vrienden en bekenden,

Het lijkt erop dat de bestudering van de aardgeschiedenis door Nederlandstaligen die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof en catastrofisme stil ligt. Toch wordt er, ook door Nederlandstaligen, achter de schermen hard gewerkt aan de opbouw van het geologische gedeelte van het scheppingsparadigma. Zo publiceerde dr. Wim de Jong twee artikelen over het catastrofale ontstaan van de zoutlagen in Journal of Geology and Geophysics (zie hier), is drs. Hans Hoogerduijn een eind op weg met zijn boek over het Rekolonisatiemodel (zie bijvoorbeeld hier) en wordt het werk van aardwetenschappers in het buitenland die ook denken vanuit het klassieke scheppingsgeloof op de voet gevolgd (zie hier, hier en hier). Verder feliciteren we Maarten ’t Hart met zijn geofysische publicatie in Journal of Computational Physics (zie hier). Zelf bestudeer ik momenteel de zogenoemde Mesozoïsche zoogdieren en vogels (zie bijvoorbeeld hier en hier) en bereiden we, ondanks de onzekerheden rond Corona, samen met Lorens Knap een geologische excursie naar Hongarije voor.

Om een lang verhaal kort te maken: er gebeurt achter de schermen wel het een en ander. Het is daarom goed om in een besloten bijeenkomst met gelijkgestemden nog verder na te denken over het geologische deel van het scheppingsparadigma. Ik nodig u daarom uit om 19 november 2022 D.V. met ons mee te denken over de aardgeschiedenis. Er is ook kritiek van buitenaf, zo beweerde een criticus dat er vanwege diverse geologische verschijnselen geen zondvloed plaatsgevonden kan hebben in het zogenoemde Paleozoïcum. Deze kritiek moet weersproken worden, anders zal het uiteindelijk tegen ons getuigen en mensen aan het twijfelen brengen. Doet u mee op 19 november 2022 D.V.? Aanmelden voor deze besloten bijeenkomst kan via deze link.

Mocht u op die datum verhinderd zijn, maar wel mee willen denken over de genoemde thema’s dan kunt u uzelf wel aanmelden. U kunt dan in een bericht aangeven alleen mee te willen denken maar niet aanwezig te zijn. Zo ontvangt u wel alle relevante informatie om op de hoogte te blijven en mee te discussiëren. Een tip is ook om aan dit congres over ‘Geloof en Wetenschap’ op 22 oktober 2022 D.V. deel te nemen. Zie hier voor het programma van dit congres.

Hartelijke groet,

Jan van Meerten

Fundamentum

www.oorsprong.info

info@oorsprong.info

‘Wonders without Number’ – Coconino Sandstone: het ontstaan van de zandduinen van de Grand Canyon

David Rives Ministries is een groeiende creationistische organisatie in de Verenigde Staten.1 De organisatie heeft een videoserie opgestart onder de titel ‘Wonders Without Number’. In deze serie worden creationistische wetenschappers geïnterviewd over hun recente onderzoek of bevraagd over het vakgebied waarin ze actief zijn. De opnames worden op dvd uitgegeven en zijn verkrijgbaar in Creation Superstore, de webshop van David Rives Ministries.2 In één video wordt de geoloog en paleontoloog dr. John Whitmore geïnterviewd over zijn onderzoek naar het ontstaan van de Coconino Sandstone in de Grand Canyon.3

Screenshot van de talkshow met dr. John H. Whitmore (l.). Screenshot genomen door Jan van Meerten op 20 januari 2022.

Dr. John Whitmore promoveerde in 2003 aan de Loma Linda University op een proefschrift met als titel ‘Experimental Fish Taphonomy with a Comparison to Fossil Fishes’. Tijdens zijn promotieonderzoek bestudeerde Whitmore onder andere de geëxplodeerde vissen van de Green River Formation. Een populair-wetenschappelijk artikel verscheen in 2006 in Answers Magazine4 en werd in 2014 ook naar het Nederlands vertaald voor Weet Magazine.5 Momenteel is hij geologieprofessor aan Cedarville University, publiceert hij over geologische onderwerpen in vakbladen en is hij jaarlijks te horen op de conferentie van de Geological Society van Amerika. Als senior-wetenschapper is hij een rolmodel voor geologiestudenten die later ook van betekenis willen zijn voor het scheppingsparadigma. In de talkshow van David Rives Ministries sprak Whitmore over een onderwerp waar hij, met studenten, al jaren onderzoek naar doet: de Coconino Sandstone. Tijd om naar hem te gaan luisteren.

Coconino Sandstone

De aardlaag in de Grand Canyon die specifiek de interesse heeft van dr. John Whitmore is de derde laag van boven: de Coconino Sandstone. De meeste naturalisten gaan ervanuit dat deze aardlaag in een woestijn gevormd is. Dat zorgt voor creationisten voor een probleem omdat je geen gefossiliseerde woestijnzandduinen verwacht in een afzetting die gevormd is midden in de wereldwijde zondvloed. Het is niet wilde speculatie of creationistenpesten van naturalisten om deze zandduinen als woestijnafzetting te bestempelen. Ze kijken bijvoorbeeld naar de hellingshoeken van de kruisbeddingen in deze zandsteen. Whitmore heeft echter met een team diepgravend onderzoek gedaan en daardoor ligt nu de uitdaging bij de naturalisten om te verklaren waarom zij al die jaren deze zandsteen verkeerd hebben geïnterpreteerd. Whitmore heeft in de loop der jaren namelijk veel argumenten verzameld die erop wijzen dat de Coconino Sandstone onder water is afgezet.6

Argumenten

Whitmore bespreekt in de talkshow zeven claims die door naturalisten gemaakt worden als het gaat om de Coconino Sandstone. Hier op een rij: (1) De kruisbeddingen hebben steile hellingshoeken, (2) het zand is mooi afgerond en netjes gesorteerd, (3) we vinden veelvuldig fossiele regendruppelafdrukken, (4) de verwrongen uitziende zandbeddingen zijn ineengezakte zandduinen net zoals we in een woestijn waarnemen, (5) het mineraal dolomiet7 wordt niet aanwezig geacht, (6) het mineraal mica wordt ook niet aanwezig geacht, en (7) de structuur van de Coconino Sandstone kan niet onder water ontstaan zijn. Deze zeven zaken zouden we verwachten als de Coconino Sandstone in een woestijnomgeving (eolisch) is afgezet. Whitmore en zijn team zijn het veld in gegaan en kwamen erachter dat deze claims onjuist zijn. De paleontoloog keek eerst naar hoe steil de hellingshoeken van de kruisbeddingen waren. Ze verzamelde meer dan 200 samples (n=214) en kwamen erachter dat de hellingshoeken helemaal niet zo steil waren als vaak werd beweerd. Het gemiddelde (21,0) bleek zelfs laag voor een woestijnafzetting, maar goed passend bij een onder water afzetting. Het onderzoeksteam deed ook veldwaarnemingen in huidige woestijnen. Deze veldwaarnemingen kwamen niet overeen met de Coconino Sandstone. Het tweede dat het onderzoeksteam ontdekte was dat de zandkorrels zowel niet goed afgerond als niet zo goed gesorteerd waren. De derde claim die Whitmore onderzocht was de fossiele afdrukken van regendruppels. Degene die in de Coconino Sandstone zijn gevonden komen niet overeen met moderne afdrukken van regendruppels. Wat de waargenomen verschijnselen dan wel zijn kan Whitmore niet goed zeggen. Het vierde wat het onderzoeksteam vond is dat er zogenoemde parabolic recumbent folds (PRF’s) zijn in de Coconino Sandstone. Het gaat om plooien in het sediment in de vorm van een op z’n kant liggende parabool. Wanneer de stroming onder water zo sterk is kan de kruisbedding zelfs omgedraaid (dubbel klappen) worden en zo een parabool vormen. Volgens Whitmore past dit verschijnsel sowieso niet bij een woestijnafzetting. Ten vijfde werd er door het onderzoeksteam wel degelijk dolomiet gevonden in de Coconino Sandstone. En dat niet op één plaats maar talloze plaatsen. Als zesde punt noemt Whitmore dat het onderzoeksteam het mineraal mica gevonden heeft in de Coconino Sandstone. Ze vonden muscoviet een heel zacht mineraal dat in een woestijnafzetting snel verdwenen zou zijn. Deze mineralen werden door de hele Coconino Sandstone heen gevonden. Als zevende wijst Whitmore er nog op dat er grote zandverplaatsingen onder water plaatsvinden en dat dit vergelijkbaar is met de Coconino Sandstone. Whitmore verwijst daarbij naar een baai bij de stad San Francisco in Amerika en zandduinen voor Long Island (VS). We zien deze verschijnselen wereldwijd op het continentale plat.

Screenshot van een dia uit de presentatie van dr. John H. Whitmore. De foto’s op de dia laten zien dat zandduinen onder water gevormd kunnen worden. Screenshot genomen door Jan van Meerten op 20 januari 2022.

Feiten

Aan het einde van zijn betoog keerde Whitmore de claims van naturalisten om. Hij noemt deze claims ‘mythen’ en komt als creationist met zeven feiten. (1) De hellingshoek van de kruisbeddingen heeft een gemiddelde van 20 graden, (2) het zand is niet goed afgerond en middelmatig gesorteerd, (3) afdrukken van regendruppels zijn afwezig, (4) de verwrongen uitziende zandduinen zijn PRF’s passend bij een ontstaan onder water, (5) het mineraal dolomiet is veelvuldig aanwezig, (6) dat geldt ook voor het mineraal mica, en (7) de structuren die we zien in de Coconino Sandstone lijken op die van zandduinvorming onder water. Volgens dr. John Whitmore past dit onderzoek goed bij de geschiedenis van de zondvloed zoals we daarover lezen in Genesis 7-9.8

Voetnoten

Geboorteakte van Bartus van Meerten (1905-1970)

Geboorteakte van Bartus van Meerten (1905-1970) uit de Burgerlijke Stand van de Gemeente Lienden.

Hierboven wordt de geboorteakte van Bartus van Meerten (1905-1970) weergegeven.1 Op 25 januari 1905 deed Bartus de Wit (1848-1925) voor de Burgerlijke Stand van de Gemeente Lienden aangifte van de geboorte van Bartus. Bartus de Wit was aanwezig geweest bij de bevalling, zes en vijftig jaar oud2 en arbeider van beroep. Hij woonde te Ingen. Hij gaf aan dat zijn dochter, Gerritje Anna de Wit (1883-1956), ongehuwd en zonder beroep een zoon heeft gekregen die de naam Bartus kreeg. Gerritje Anna woonde tijdens de geboorte van Bartus te Ingen in het huis nummer twee honderd negen en vijftig. Bartus is op 24 januari 1905 om drie uur in de middag geboren. De akte werd opgemaakt met twee getuigen: (1) Johan Adriaan Verbrugh (1851-1923), vier en zestig jaar oud en burgemeester van beroep, en (2) Jacobus Philip van der Ros (1867-1931), zeven en dertig jaar oud en ambtenaar ter secretarie.

In de kantlijn zien we nog vermeldt dat Bartus op 21 december 1906 als kind bij akte is erkend door Peter Marinus van Meerten (1874-1959) en Gerritje Anna de Wit.3 En ingeschreven in de Burgerlijke Stand door Johannes van Kalkeren. Dit bijschrift is te Tiel ondertekend op 21 December 1906 door de griffier van de arrondissementsrechtbank. Uit de genealogische gegevens weten we dat Bartus op 23 april 1927 te Lienden in het huwelijk is getreden met Christina van Zetten (1902-?). Bartus overleed in augustus 1970 te Amsterdam.4

Voetnoten

Erkenningsakte van Bartus van Meerten (1905-1970)

Erkenningsakte van Bartus van Meerten (1905-?) uit de Burgerlijke Stand van de Gemeente Lienden.

Hierboven wordt de erkenningsakte van Bartus van Meerten (1905-1970) weergegeven.1 Op 21 december 1906 verschenen Peter Marinus van Meerten (1874-1959) en Gerritje Anna de Wit (1883-1956) voor de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Lienden. Peter Marinus was twee en dertig jaar oud, arbeider van beroep en wonende te Ingen. Gerrit Anna was een en twintig jaar oud, zonder beroep en wonende te Ingen. Ze verklaarden beiden dat zij Bartus erkennen als wettig kind. Bartus is volgende de akte geboren te Ingen op 24 januari 1905 en ingeschreven in het geboorteregister van de gemeente Lienden.2 Bij geboorte werd hij ingeschreven als zoon van Gerritje Anna de Wit. Uit de genealogische gegevens weten we dat Bartus op 23 april 1927 te Lienden in het huwelijk trad met Christina van Zetten (1902-?). Bartus overleed in augustus 1970 te Amsterdam.

Voetnoten

Proefschrift over Franciscus Ridderus (1620-1683) en het debat over onze vroegste geschiedenis

27 november 2008 was een heugelijke dag voor dr. Gijsbert Schaap. Om drie uur in de middag verdedigde hij aan de Theologische Universiteit Apeldoorn zijn proefschrift over Franciscus Ridderus (1620-1683).1 De theoloog deed onderzoek naar de theologie en de bronnen van deze zeventiende eeuwse geleerde en onderzocht ook zijn plaats binnen de Nadere Reformatie.2 Hieronder willen we het proefschrift bestuderen op Schriftgezag en onze vroegste geschiedenis.3

Franciscus Ridderus (1620-1683)

Wie was Franciscus Ridderus (1620-1683)? We weten niet precies wanneer en waar Franciscus Ridderus is geboren. Vermoedelijk in de maand januari 1620 in Leiden of Middelharnis. Over de jonge jaren van Ridderus weten we niet veel, wel werd hij ingeschreven als student filosofie aan de universiteit te Leiden. Op 22 oktober 1642 rondde hij zijn studie af met een verdediging van een aantal stellingen. Er is discussie over de vraag of hij gepromoveerd is of niet. Wel ontving Ridderus een eredoctoraat van de Universiteit Utrecht voor zijn wetenschappelijke werk. Hij werd predikant in de gereformeerde kerk en in 1643 beroepbaar. Van 1644 tot 1648 diende hij de gemeente van Schermerhorn. Op 19 januari 1649 werd hij verbonden aan de kerkelijke gemeente Brielle. Op 30 april 1656 preekte hij afscheid in Brielle vanwege zijn vertrek naar Rotterdam. Ridderus is tot aan zijn dood in Rotterdam gebleven. Ridderus is drie keer getrouwd geweest. Op 3 februari 1649 trouwde hij te Delft met Sara van der Mast (1620-1649). Acht maanden later verloor hij zijn vrouw. Hij hertrouwde te Brielle met Alida van Ophoven (?-±1656).Op 2 december 1659 trouwde Ridderus voor de derde maal, dit keer te Rotterdam met Anna Jansdr. van Loo (?-1710). Zij was eerder getrouwd geweest met Hendricus Goeree, predikant te Botersloot. Franciscus kreeg met die laatste vrouw drie kinderen: Anna, Johannes (die op achttienjarige leeftijd overleed) en Jacobus (die al in de kinderjaren overleden is). Franciscus overleed op 11 januari 1683.

De Bijbel en Schriftgezag

Dr. Schaap weet op bladzijde 15 te vermelden dat Franciscus Ridderus ‘altijd bijbelteksten citeert in de Statenvertaling en hoogst zelden van de uitleg van de kanttekeningen afwijkt‘.4

Ingeschapen Godskennis

In het hoofdstuk over ‘De gemeenschap met Christus‘ beschrijft dr. Schaap christelijke deugden en plichten zoals die te vinden zijn bij Ridderus. Volgens Ridderus hadden heidenvolken ook deugden. Deze deugden hebben ze uit de natuur en niet uit de genade van God. “Veel heidenen stonden in religieus en ethisch opzicht zeer hoog. Dat is, volgens Ridderus, een gevolg van het feit dat van het beeld van God in de mens nog enkele overblijfselen aanwezig zijn. Zo is het mogelijk dat onder veel volkeren dingen gezegd en gedaan zijn die verwant zijn aan het christendom, terwijl die volken nog nooit het evangelie gehoord hadden..”5 Wie zijn die heidenenvolken? Dr. Schaap legt het uit in voetnoot 34: “Ridderus bedoelt met heidenen de volken die uit Noachs drie zonen voortgekomen zijn en tot afgoderij vervallen zijn. Ze waren zonder rechte kennis van God en dus ook zonder de ware religie en hadden slechts een natuurreligie en ‘dwaze’ inzettingen van hun voorouders.” Schaap noemt het echter een raadsel hoe het mogelijk is dat deze volkeren, zoals we hierboven zien, in religieus en ethisch opzicht bijna even hoog stonden als de christenen. Schaap: “Ridderus vermoedt dat ze behalve uit de schepping, ook lering hebben weten te trekken uit hun kennis en zo hun wetten en ‘Zedenkonst’ hebben ontwikkeld. (…) Ridderus laat de mogelijkheid open dat enige tradities van de ware religie door Noach en zijn zonen aan de nakomelingen zijn overgeleverd, zodat ze onder hun nazaten nog bekend zijn. Ook is het niet onmogelijk dat verstrooide Joden weetgierige heidenen op de hoogte hebben gebracht of dat nu en dan predikanten [Leeraren] onder hen geweest zijn en hen met de ware religie hebben bekendgemaakt.” Als bron voor het bovenstaande gebruikt dr. Schaap ‘De Beschaemde Christen’ en dan het voorwoord ‘Onderrichtinge Aen den Leser‘.

Ook de hartstochten zijn de mens ingeschapen. Ridderus spreekt dan over affecten, verlangens en emoties waarbij ook de wil betrokken is. Door de zonde zijn dit verdorven lusten geworden, maar in de wedergeboorte worden de hartstochten vernieuwd.6

Winterlandschap met ijsvermaak. Geschilderd door Hendrick Avercamp, ‘de Stomme van Kampen’, rond 1608. Bron: Wikipedia.

‘Kleine IJstijd’

Bij de bespreking van staatkundige en maatschappelijke ontwikkelingen in de tijd waarin Ridderus leefde noemt dr. Schaap ook de ‘kleine ijstijd’. Volgens de theoloog was deze tijd niet alleen de Gouden eeuw, maar ook een koude eeuw. “Deze eeuw viel midden in de “Kleine ijstijd” (ca. 1430-ca. 1860). Bekend is dat overstromingen en zware stormen het land teisterden. De winters waren streng, vergezeld van veel sneeuw, en duurden tot in maart. In het midden van deze eeuw waren de winters nog relatief zacht te noemen, daarbuiten waren ze extremer. Dat betekent dat het binnenlandse scheepvaartverkeer stil lag. Velen leden onder de koude, hadden gebrek aan brandstoffen en voedsel.7 Schaap beschrijft ook andere rampen zoals pestuitbraken in steden en in dorpen. De levensverwachting, die in onze ogen al lager was, lag in dergelijke tijden nog lager. Volgens Schaap was het onder andere de slechte hygiëne die een rol speelde bij de verspreiding van ziekten.8

‘Noort-sterre’

Voor Ridderus zijn God en Zijn beloften het voorwerp van de hoop. De zeventiende eeuwse geleerde gebruikt hiervoor in het boek ‘Trappen en hinderpalen‘ een beeld uit de sterrenkunde. “Onze ziel is als de naald van het kompas die niet stilstaat dan wanneer ze de ‘Noort-sterre’ heeft gevonden.” In voetnoot 90 legt dr. Schaap uit dat dit beeld ontleend is aan de zeevaartkunde: “Men gebruikte het kompas om zich te oriënteren op het noorden, met name op de noordster.9 Door Ridderus wordt deze ster toegepast op God: “De gelovigen zoeken in hun grote benauwdheid hun rustpunt door naar de hemel te zien waar God is, zoals de trillende naald van het kompas op het noorden ziet“.10

Polaris of de poolster. Bron: Wikipedia.

Voetnoten

Komt de ‘creationistische’ Schriftvisie uit de twintigste eeuw?

Vrijdag 29 november 2019 was er een studiedag rondom het nieuwe boek En God zag dat het goed was, over theologie en evolutie. Filosoof en theoloog Rik Peels gaf op deze studiedag aan dat de ‘creationistische’ lezing van de Schrift pas in de twintigste eeuw opkwam (RD 30-11-2019). Marcel Sarot, katholiek hoogleraar systematische theologie, deed in zijn lezing overeenkomstige uitspraken. Dit soort uitspraken zijn vaker te vinden in de theïstisch evolutionistische literatuur, bijvoorbeeld in de cursus Test of Faith. Het is prima om na te denken over de verhouding tussen theologie en de evolutietheorie, maar deze weergave schetst een onjuist beeld van de geschiedenis. De klassieke bijbeluitleg die mede het uitgangspunt vormt van de creationistische beweging is al eeuwenoud.

“De klassieke bijbeluitleg die mede het uitgangspunt vormt van de creationistische beweging is al eeuwenoud.” Bron: Pixabay.

Klassieke bijbeluitleg

Wat is die klassieke bijbeluitleg? Het geloof dat God hemel en aarde schiep in zes dagen, op de zevende dag rustte (Gen. 1, Ex. 20:11 en Ex. 31:17) en dat Hij zag dat alles wat Hij gemaakt had zeer goed was (Gen. 1:31). Deze schepping vond duizenden jaren geleden plaats (gewoonlijk noemt men 6.000-10.000 jaar). Helaas is deze schepping is niet ‘zeer goed’ gebleven, want het eerste mensenpaar viel in zonde en haalde zo een vloek over de hele schepping (Gen. 3, Rom. 8). Na verloop van honderden jaren werd de zonde van de mensheid zelfs zo erg dat God besloot deze eerste wereld te laten vergaan door een wereldwijde zondvloed (Gen. 6-9). Hij begon opnieuw met Noach en zijn gezin. Vanuit deze acht mensen is de huidige mensheid ontstaan (Gen. 10) en is uiteindelijk ook de Heere Jezus Christus, de laatste Adam, geboren.

Modern?

Ontstaat dit theologische uitgangspunt in de twintigste eeuw? Zelf ben ik opgegroeid binnen de Gereformeerde Gemeenten. In dit kerkverband heeft ds. G.H. Kersten (1882-1948) een belangrijke rol gehad. In zijn Gereformeerde Dogmatiek staat over de schepping: “God schiep in één oogenblik hemel en aarde en Hij ordende, al scheppend, in zes dagen, terwijl Hij den zevenden dag rustte. (…) De Schrift spreekt van zes dagen, waarin God alle dingen geschapen heeft (Ex. 20:11) en het betaamt niemand om zelfs ook maar één poging te wagen door het inleggen van onze gedachten in Gods Woord, de Heilige Schrift aan te passen aan de z.g.n. resultaten van de geologie, waarmede velen de waarheid Gods trachten te logenstraffen.1 Is deze visie van ds. Kersten nieuw? Nee, zeker niet! Zijn hoofdstuk over de schepping bevat verwijzingen naar vooraanstaande theologen uit de 16e tot de 19e eeuw, bijvoorbeeld naar Van Mastricht. Petrus van Mastricht (1630-1706) schrijft over de schepping: “Wij zeggen dat deze wereld geschapen is in de tijd van zes dagen. (…) De ogenblikken van dat bevel (iedere afzonderlijke dag, JvM) hebben gedurende de tijd van 24 uren van elkaar afgestaan.2 Deze scheppingsvisie komt bijvoorbeeld ook voor bij Hieremias Bastingius (1551-1595)3, Theodorus van der Groe (1705-1784)4, Petrus van der Hagen (1641-1671)5, Matthew Henry (1662-1714)6, Johannes van der Kemp (1664-1718)7, Franciscus Ridderus (1620-1683)8, Justus Vermeer (1696-1745)9 en in de belijdenis van Westminster (1647)10. We zien dat ook Johannes Calvijn (1509-1564) vast wil houden aan een zesdaagse schepping. Hij noemt het zelfs een ‘gewelddadige spotternij’ om te zeggen dat Mozes omwille van zijn verhaal de schepping in zes dagen verdeelde in plaats van aan te geven, zoals sommige kerkvaders deden, dat God de wereld in één ogenblik schiep. Calvijn schrijft dat God niet in één ogenblik de wereld schiep, maar “veeleer heeft God zelf, willende Zijne werken regelen naar de bevatting der menschen, een tijdvak van zes dagen voor zich genomen. De oneindige heerlijkheid Gods, die zich hierin ten toon spreidt, zien wij zoo licht voorbij”.11 Volgens de kanttekeningen bij de Statenvertaling (1657) was een scheppingsdag een normale dag van 24 uur. Over de leeftijd van de aarde zijn veel oudvaders ook duidelijk. Wilhelmus á Brakel (1635-1711) leefde naar eigen zeggen ongeveer 5750 jaar na de schepping.12 Franciscus Ridderus laat weten dat de schepping ‘zo omtrent vijf duizend en zeven honderd jaar’ geleden plaatsvond.13 Justus Vermeer zegt: “In het gemeen kan men zeggen, naar de rekening van de allervoornaamste godgeleerden en chronologisten, dat de wereld geschapen is, weinig onder of over de 3950 jaren voor Christus’ geboorte; daarbij dan gerekend na de geboorte van Christus 1736 jaren, zo zou de wereld geschapen zijn, omtrent 5686 jaren geleden.14 Bekend is ook de chronologie van James Ussher (1581-1656). We kunnen vanuit deze visie op de schepping van de (Nadere) Reformatie lijnen trekken naar de vroegere theologie van de middeleeuwen en van de kerkvaders.15 Ook de leer van een historische zondeval met gevolgen voor de schepping en een wereldwijde zondvloed is veel en veel ouder dan de twintigste eeuw. We kunnen deze ‘creationistische’ lezing dus met recht een klassiek scheppingsgeloof noemen.15

Theologische bezinning?

Het is schadelijk voor het voortgaande gesprek als de geschiedenis verkeerd wordt voorgesteld. De klassieke bijbeluitleg vormt het uitgangspunt van de creationistische beweging, maar is op zichzelf al eeuwenoud. Rik Peels roept op tot een theologische bezinning (RD 4-11-2019). Maar juist dan zijn onjuiste uitspraken over het verleden ongewenst. Volgens Pieter Rouwendal zou het boek ‘En God zag dat het goed was’ de gereformeerde gezindte moeten helpen bij de bezinning rondom de evolutietheorie (RD 5-10-2019). In het verleden heeft men al uitgebreid nagedacht over de combinatie theologie en evolutietheorie. We zien dat herhaalde pogingen, of ze nu ingegeven zijn door de evolutietheorie of niet, om Genesis anders te lezen uiteindelijk leiden tot een niet meer orthodoxe theologie. Te denken valt bijvoorbeeld aan de gnostiek, Isaac La Peyrère, de moderne theologie en Harry Kuitert. Laten we van deze geschiedenis leren. Schrijver-filosoof George Santayana (1863-1952) stelt: ‘Wie zijn geschiedenis niet kent, is genoodzaakt haar te herhalen’.

Dit stuk is als opiniestuk aangeboden aan het Reformatorisch Dagblad, maar daar niet geplaatst vanwege de ‘overload’ aan opiniestukken die gaan over het thema ‘schepping en evolutie’.

Voetnoten

Explosieve vulkaan zorgt voor tsunami – Veel schade door uitbarsting Hunga Tonga-Hunga Ha’apai

Wanneer een explosieve onderwatervulkaan uitbarst in de Grote Oceaan volgt hoogstwaarschijnlijk ook een tsunami. Dit scenario werd zaterdag 15 januari 2022 werkelijkheid voor de Polynesiërs in het Koninkrijk Tonga, maar ook voor alle kustgebieden van de Stille Oceaan. De vulkaan van het eiland Hunga Tonga–Hunga Ha’apai stond op springen en de explosie die volgde was 750 kilometer verderop goed te horen en de veroorzaakte atmosferische drukgolf was zelfs in Nederland te meten. Na de uitbarsting werden diverse tsunamiwaarschuwingen afgegeven zodat de Polynesiërs een veilig heenkomen konden zoeken. De tsunami’s kwamen en nog altijd is het aantal slachtoffers onzeker omdat er matig contact gelegd kan worden met het eilandenrijk. Wat is er gebeurd en hoe kunnen we deze gebeurtenissen verklaren?1

De onderwatervulkaan van het eiland Hunga Tonga–Hunga Ha’apai barst uit. Deze foto is genomen door Tonga Geological Services. Screenshot genomen door Jan van Meerten uit een video van Australian Government Bureau of Meteorology.

Voorafgaande aan de uitbarsting

Op satellietbeelden is te zien hoe een deel van het eiland voorafgaande aan de eruptie in de zee gezakt is.

Aswolk

De uitbarsting is door satellieten goed in de gaten gehouden. De satelliet van de Japanse weerdienst heeft de uitbarsting in detail vastgelegd. Op meerdere beelden is de ruim 500 kilometer brede aswolk te zien. Ook zijn er verschillende bliksemontladingen te zien, deze ontstaan als de hete as in aanraking komt met de koude lucht.

Gemeten

De explosie was zo krachtig dat deze overal ter wereld kon worden gemeten. Ook in Nederland werd een verschil in luchtdruk gemeten. Het weerstation op de Vliegbasis Woensdrecht mat zaterdagavond om acht uur de explosie. De luchtdruk ging eerst met 0,8 hectopascal omhoog om vervolgens weer twee punten te dalen. Deze schokgolf was ook op sporthorloges te meten. Op sommige plaatsen in Nederland steeg tussen acht en negen uur de luchtdruk zelfs met 3 hectopascal. Weerman Michiel Severin tegenover het Algemeen Dagblad: “De vulkaan barstte met veel kracht uit waardoor de lucht boven de vulkaan werd weggeduwd. Dit zorgde voor een luchtverplaatsing die resulteerde in een krachtige luchtdrukgolf die zich van de vulkaan verwijderde in een steeds groter wordende cirkel. (…) De luchtdrukgolf verliest onderweg echter weinig energie waardoor de drukgolf ook boven ons land meetbaar is.” Sommige extreem krachtige vulkaanuitbarstingen kunnen het weer beïnvloeden en de temperatuur een enkele graad kouder doen uitvallen. Meteorologen verwachten dit van de uitbarsting bij Tonga niet.

KERMADEC-TONGA SUBDUCTIEZONE

Het Koninkrijk Tonga ligt bij een convergerende plaatgrens. We kennen dit gebied als de Kermadec-Tonga subductiezone. De Pacifische plaat subduceert hier onder de Tongamicroplaat. Eenvoudig gezegd zakt de Pacifische plaat westwaarts weg onder de Indo-Australische plaat. Dit gebied staat bekend als de snelst convergerende en seismisch meest actieve subductiezone op aarde. De platen bewegen hier met een snelheid van 24 centimeter per jaar. Het gebied kent de meeste onderwatervulkanen ter wereld. Het gebied kent ook een van de diepste oceaantroggen ter wereld: de Tongatrog met een diepte van 10.882 meter. De Kermadec-Tonga-rug strekt zich uit over een afstand van meer dan 3000 kilometer en begint bij het Nieuw-Zeelandse Noordereiland en loopt door tot West Mata een onderzeese vulkaan ten oosten van Fiji. Vulkanen bij subductiezones zijn over het algemeen vrij explosief. Dat geldt ook voor de vulkaan van Hunga Tonga–Hunga Ha’apai.

Tsunami’s

Er komen ook meldingen van hoge golven uit Japan en Hawaii, het gaat daarbij om een lange golf zo’n 80 centimeter hoog. In Oregon, aan de westkust van de Verenigde Staten, werd de golven maximaal 30 centimeter hoog.

Omgekomen tijdens het natuurgeweld

De eerste melding van mensen die omgekomen zijn door dit natuurgeweld kwam, bijzonder genoeg niet uit het Koninkrijk Tonga maar uit Peru. Peru ligt ruim 10.000 kilometer van de eilandengroep verwijderd. Peruaanse autoriteiten melden dat twee vrouwen zijn verdronken vanwege de tsunami die ontstond na de uitbarsting.  Volgens de Australische regering lijkt het erop dat de tsunami op Tonga niet tot veel slachtoffers heeft geleid.

Op 17 januari 2022 vernemen we de eerste meldingen van dodelijke slachtoffers binnen het Koninkrijk. Eén vrouw zou zijn meegesleurd door de golven en het niet overleefd hebben. Familieleden in het buitenland maken zich grote zorgen om hun familie in Tonga.

Schade

Hoe groot de schade precies is, is nog altijd onduidelijk omdat vrijwel alle communicatiemiddelen zijn uitgevallen. Volgens de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern zou een deel van de eilandengroep bedekt zijn met as. In de hoofdstad Nuku’alofa zou de schade aanzienlijk zijn. Zo zijn er boten aan land gespoeld. Volgens de premier is er vooral drinkwater nodig, omdat de dikke aslaag de drinkwatervoorraden verontreinigd heeft. Australië stuurt vliegtuigen om te kijken hoe groot de schade is. Dat valt niet mee, want door de uitgestoten as wordt het zicht op de eilanden belemmerd. Volgens Nieuw-Zeelandse media is de meeste schade aangericht aan de westkust van Tongatapu met de hoofdstad Nuku’alofa. Sinds de uitbarsting zijn de internetkabels richting Tonga offline, of dat komt omdat ze beschadigd zijn weten we niet. Internetverbindingen via de satelliet worden verstoord door de as.

Australië en Nieuw-Zeeland hebben vliegtuigen klaargezet met noodhulp. Of de Tongaase autoriteiten zo blij zijn met veel westerse hulp is maar de vraag. Het eilandenrijk is nu vrij van corona, maar dat zou met alle hulpverlening maar zo kunnen veranderen.2

Zondvloed

Veel wetenschappers die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof denken dat grootschalig vulkanisme en tsunami’s tijdens de zondvloed, en ook in de turbulente tijd daarna, veelvuldig plaatsvonden. Hoewel deze natuurramp relatief klein was qua impact en schade kunnen we veel van deze natuurrampen leren. Allereerst wijst het ons op de gebrokenheid van het bestaan na de zondeval. Maar het wijst ons ook op het oordeel van de zondvloed en rampen die de mensheid sindsdien teisteren. Wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij (moeten) zoeken de toekomende (Hebreeën 13:14, SV). Ten tweede kunnen we de processen bestuderen zodat we een beter zicht hebben op wat er (geologisch) tijdens de zondvloed en in de turbulente periode erna gebeurd kan zijn.3

Voetnoten

In Memoriam: dr. Kevin L. Anderson – Creationistisch onderzoeker naar ‘zacht’ dino-weefsel zal gemist worden

Vanmorgen hoorde ik, via een besloten contactgroep, dat de bekende creationistische microbioloog dr. Kevin Anderson is overleden aan de gevolgen van het coronavirus. Hij werd vrijdag opgenomen in het ziekenhuis en is daar gisteren overleden.

Dr. Kevin Anderson (r.) laat zijn onderzoek zien aan dr. Del Tackett van ‘Is Genesis History?’. Bron: Is Genesis History?

Kevin L. Anderson was sinds 2003 directeur van het Van Andel Creation Research Center van de Creation Research Society. Hij was microbioloog en behaalde zijn Ph.D. aan Kansas State University. In Nederland is Anderson bekend vanwege zijn deelname aan de documentaire ‘Is Genesis History?1 door Weet Magazine in 2017 uitgegeven als ‘Is Genesis Geschiedenis?2 De laatste jaren hield Anderson zich bezig met het argument van ‘zacht dino-weefsel’. Volgens de geleerde past dit ‘zachte dino-weefsel’ beter bij een jonge ouderdom van de dinosauriërs en pleit het tegen de vermeende miljoenen jaren ouderdom van deze beesten. Naturalistische pogingen om te komen tot een oplossing voor dit ‘probleem’ werden door hem bekritiseerd. Anderson deed met het iDINO-project ook zelf onderzoek naar de preservering van dit ‘zachte dino-weefsel’.3 In 2013 publiceerde hij samen met Mark Armitage een artikel in Acta Histochemica: ‘Soft sheets of fibrillar bone from a fossil of the supraorbital horn of the dinosaur Triceratops horridus’.4 In 2017 schreef hij het boek ‘Echoes of the Jurassic‘, waarin hij zijn argument verdedigde dat ‘zacht dino-weefsel’ goed past binnen het scheppingsparadigma en kritiek op het argument weersprak.

In 2018 was ik, dankzij een sponsor, te gast op de International Conference on Creationism in Pittsburgh. Daar sprak ik Anderson over zijn werk en beluisterde zijn presentatie over ‘zacht dino-weefsel’ voor groot publiek.5 Creationisten zullen Anderson en zijn werk missen, hij deed nauwkeurig werk en ging daarbij niet over één nacht ijs. Maar schuwde de publiciteit niet als hij het oneens was met een naturalistische verklaring. Laten we zijn familie in het gebed opdragen! Zaterdag 22 januari 2022 zal Anderson worden begraven.6

Voetnoten

COLUMN: Zoogdiergebrom in dinoland

Onlangs bezocht ik het natuurhistorische museum Naturalis om te werken aan een creationistische museumgids. Naturalis is een prachtig museum dat ons door middel van allerlei (permanente) tentoonstellingen meeneemt in de aardgeschiedenis. Helaas houden de makers van deze tentoonstellingen geen rekening met de Bijbelse geschiedenis.

 De overblijfselen van het skelet van Repenomamus robustus. Bron: Wikipedia.

Wanneer we de afdeling van de dinosaurussen binnenstappen. Dan worden we overweldigd door deze uitgestorven beesten. We zien de lange Camarasaurus. Het grootste landdier uit de collectie van Naturalis. Deze langnekdino is opgezet op zijn achterpoten zodat zijn kop wel tien meter hoog reikt. Je kunt daarom het skelet ook van de onderkant bekijken. Naast dit topstuk zien we ook de bekende Triceratops, Stegosaurus, Tyrannosaurus en Edmontosaurus. De laatste dino wordt ook wel een eendensnaveldino genoemd. Als dinoliefhebber om te smullen. Wanneer je door deze zaal stapt zou je haast denken dat er een tijdperk is geweest met alleen maar dino’s, zeereptielen en vliegende reptielen. Dat is echter niet zo.

Om een compleet beeld te krijgen van het leefgebied van de dinosauriërs moet je niet naar Naturalis maar de literatuur induiken. Zo worden zoogdieren gemist. Naast zoogdieren leefden er ook krokodillen, amfibieën en andere soorten in het leefgebied van deze kolossen. Door deze beesten, bewust of onbewust, niet weer te geven krijgen de bezoekers een scheef beeld van deze ecosystemen. Verder wordt in de dinozaal ook nog aandacht besteed aan de gedachte dat vogels geëvolueerd zijn uit een bepaald type dino’s. Vanuit Genesis weten we dat dit onjuist is. Dino’s en vogels werden namelijk op afzonderlijke dagen geschapen.

Al een tijdje verdiep ik mij in zoogdieren die gevonden worden in de buurt van dinobotten en in aardlagen waarin dinoleefgebieden begraven werden. Vroeger dachten we dat zoogdieren in het leefgebied van de dino’s niet groter werden dan een spitsmuis en vooral ’s nachts actief waren om de dino’s te ontlopen. De laatste twintig jaar is de kennis van deze zogenoemde Mesozoïsche zoogdieren enorm toegenomen. En blijkt deze groep dieren in het dinoleefgebied enorm divers te zijn geweest, met heel wat grotere soorten dan het maatje spitsmuis. Hieronder enkele voorbeelden. In 2005 werd een ondersoort van Repenomamus beschreven met resten van een jonge dino in zijn maag(streek). Deze jonge Psittacosaurus was een van laatste maaltijden voor dat dit zoogdier werd begraven. Repenomamus kon wel 1 meter lang worden. In 2014 werd er een zoogdier beschreven dat drie keer zo groot werd als een bosmarmot. Het knaagdier werd gevonden op Madagascar. In 2020 werd een groot zoogdier beschreven die eveneens gevonden is op Madagascar. Het beest werd zo groot als een huiskat en leek in uiterlijk wel wat op een das. Het skelet was verbazingwekkend compleet. Vermeldenswaard zijn ook nog Volaticotherium en Castorocauda. De eerste kon net als een suikereekhoorn zweven door de bomen, de tweede had een uiterlijk van een bever en woog ongeveer één kilo. De lijst met vondsten zou nog veel langer gemaakt kunnen worden.

Musea zouden er goed aan doen om een compleet plaatje te schetsen van de leefgebieden van dinosauriërs. Christenen hoeven het niet oneens te zijn met de vondsten. Het betreffen namelijk beesten die werkelijk opgegraven worden. Veel christenen die uitgaan van een zesdaagse schepping denken dat dinoleefgebieden verwoest zijn door de wereldwijde zondvloed en daarmee als stille getuigen van deze ramp gezien kunnen worden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2022, Nederlandse vulkanen?, Om Sions Wil 2022 (1): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2022