Home » Artikelen geplaatst door Jan van Meerten

Auteursarchief: Jan van Meerten

Over een schat in de oude molen en het waarom van de Holocaust – Bespreking van ‘De schat in de oude molen’

“”Niks aan de hand”, begon Liset. Ze sprak zichzelf moed in en dat lukte ook. Hardop praten maakte alles veel gewoner. “Kom op”, zei ze. Ze trok Maarten mee. Toch klopte haar hart sneller, toen ze naar binnen gingen. Maarten zou het liefst buiten zijn gebleven. Maar hij wilde Liset niet alleen laten. Zij was ook bang, dat merkte hij wel.”

Inhoud

De onlangs overleden Johan Frinsel (1927-2021) was kinderboekenschrijver, evangelist en hulpverlener. Hij heeft verschillende bekende kinderboeken op zijn naam staan. Een daarvan is ‘De schat in de oude molen’. In 1994 verscheen bij uitgeverij Den Hertog de eerste druk, een jaar later al de tweede druk. De opa en oma van Maarten en Liset (een tweeling) gaan verhuizen van de stad naar het platteland. Dat is een enorme verandering. In de zomervakantie mag de tweeling komen logeren en dat gebeurt. Opa heeft een boot en daarmee verkennen de tweeling samen met opa de omgeving. Ze zien de restanten van een oude (half afgebrande) molen. De nieuwsgierigheid wordt gewekt en op een dag, wanneer opa, er niet bij is gaan ze stiekem in de molen kijken. Ze vinden daar een schat, een kistje met oude foto’s. Op het eerste gezicht lijkt dat ‘oude rommel’. De kinderen smijten de foto’s op de vloer en het kistje erbij. Wanneer ze thuiskomen en het verhaal eerlijk opbiechten besluit opa toch de foto’s te halen. Ze blijken voor een Joodse man van onschatbare waarde. Van zijn familie was niets meer overgebleven (zelfs geen foto’s). Toen hij (David, de Joodse man) één jaar oud was werd zijn hele familie gedeporteerd. Hijzelf ontkwam ternauwernood. Er was niets meer over en omdat er zelfs geen foto’s bewaard waren gebleven (althans dat werd gedacht) kon hij zich ook nauwelijks een voorstelling maken van hoe het gezin eruit zag. Frinsel schreef een mooi en aangrijpend boek. De schat die gevonden werd was niet van goud of zilver, maar wel van onschatbare waarde.

Holocaust

De Holocaust is een van de meest verschrikkelijke facetten uit de Europese geschiedenis. In slechts enkele jaren tijd werden miljoenen Joden vergast, vermoord of het leven ondragelijk gemaakt. Veel mensen hebben nagedacht over de vraag waarom de Holocaust plaats moest of kon vinden. Ze hebben daarmee zelfs een spoor van twijfel achtergelaten m.b.t. het Godsbestaan. Als God bestaat waarom heeft hij dan de Holocaust toegelaten? Ook de tweeling denkt in het boekje na over deze vraag en opa probeert deze lastige vraag uit te leggen.

”Maarten en Liset voelden zich heel verdrietig worden. “Waarom, opa?” vroeg Maarten. Opa keek hem aan en zei: “Dat is een goede vraag, Maarten. Maar het is ook een heel moeilijke vraag. Laten we bij elkaar op de bank gaan zitten. Dan zal ik proberen een antwoord te geven.”

De zondeval en het waarom van de Holocaust

Opa begint te vertellen. Hij verwijst in zijn verhaal naar de schepping en de zondeval. Frinsel beschrijft daarna de strijd tussen Gods Zoon en de satan, zoals dit ook voorzegt is in Genesis 3:15. Het stuk dat over onze vroegste geschiedenis gaat, citeer ik hieronder.

”Jullie weten dat de Heere God alles gemaakt heeft. De hemel en de aarde en de zee. De zon en de maan en de sterren. De engelen en de mensen. Het was allemaal volmaakt. Er mankeerde niets aan. Tot één van de heerlijkste engelen hoogmoedig werd. Hij dacht dat hij de Heere gelijk kon zijn. Daarvoor werd hij gestraft, maar hij bleef opstandig. Hij werd satan, de vorst van de duisternis. Dat kun je allemaal in de Bijbel lezen. Hij wilde Gods mooie schepping in bezit krijgen. Een heel leger engelen koos zijn kant. En jullie weten van Adam en Eva. Die geloofden de mooie woorden van de satan ook. Zo is de zonde in de wereld gekomen. Satan weet wel, dat hij het van God nooit kan winnen. Hij is een schepsel, net als wij. Hij weet dat de Heere Zijn schepping wil verlossen. Hij was erbij, toen de Heere dat beloofde aan Adam en Eva. Toch probeert satan dat plan te laten mislukken. Lang daarna heeft de Heere een man uitgekozen. Dat was Abraham. Dat was een man uit een heidens land. De Heere beloofde hem tot een groot volk te maken.”

Opa vertelt verder over de geschiedenis van het volk van Israël. En dat satan elke keer Gods plannen in de war probeert te sturen of te verijdelen. Dat mislukt! De Heere Jezus wordt geboren en verslaat uiteindelijk satan. Waarom de satan nog steeds doorgaat is omdat de geschiedenis nog niet is afgelopen. Satan haat Gods volk. “De satan kan de Heere Zelf niets doen. Daarom blijft hij proberen Zijn volk uit te roeien. Want de Heere heeft een plan met heel Zijn schepping. Het volk Israël en wij, christenen, hebben daarin een belangrijke plaats.” Door het ongeloof van de Joden heeft de Heere hen verstrooid onder de volkeren. “Maar Hij beloofde ook Zijn volk weer te verzamelen. Niet omdat zij het verdienden. Maar omdat de Heere genadig is en trouw aan Zijn Woord.” Er keren tegenwoordig en ook vroeger veel Joden terug naar Israël. Satan probeerde dat te verhinderen en zet de volken aan tot haat. “Soms lukte dat verschrikkelijk goed. Het bereikte een hoogtepunt in de Tweede Wereldoorlog. Satan gebruikt mensen om zijn doel te bereiken. Dat blijft hij doen tot het einde toe.” Waarom de Holocaust? Omdat satan Gods plan wil verijdelen dat Hij heeft met het Joodse volk. De vertelling van opa is in het boek te vinden van bladzijde 70-75.

Op bladzijde 23 gaat het ook nog kort over onze vroegste geschiedenis als Maarten vindt dat de tijd niet snel genoeg gaat. Frinsel schrijft: “”Saaie dingen moesten vlug gaan”, bedacht Maarten. “En leuke dingen héél langzaam.” “De Heere heeft de tijd geschapen”, zei vader. “Denk maar niet dat we wijzer zijn dan Hij.” Nou, zo had Maarten het ook niet bedoeld. Maar een klein beetje vlugger…”

Goed dat Frinsel, in leven, aandacht heeft gehad voor onze vroegste geschiedenis en hoe de val van satan en de zondeval doorwerkt tot in de huidige geschiedenis. Maar de Heere gaat door met Zijn werk. Daar kan satan niets tegen doen.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

Roemeense politici willen kinderen beschermen tegen onderwijsmethoden die homoseksualiteit of geslachtsverandering bevorderen

Op de tafel van het Roemeense Lagerhuis ligt een wet waarin wordt voorgesteld dat onderwijsmethoden die homoseksualiteit of geslachtsverandering bevorderen verboden moeten worden. Eerder werd het wetsvoorstel al aangenomen door de Senaat.1 De wet lijkt op de Hongaarse wet inzake deze kwestie. Deze Hongaarse wet veroorzaakte in 2021 veel ophef.2 De Roemeense LHBTIQ+-beweging reageerde geschokt op het voornoemde Roemeense voorstel. Zij noemen de wet ‘homofoob’ en ‘transfoob’. De vraag is echter of we kinderen al op jonge leeftijd moeten confronteren met deze (seksuele) gebrokenheid in de samenleving en samenlevingsvormen die tegen de scheppingsorde3 indruisen.4

Het Heldenkruis op de Caraimantop in het Bucegigebergte in de Zuidelijke Karpaten. Bron: Pixabay.

Traditionele gezin

Een Roemense krant Varlden idag meldt dat de regering het recht van het kind wil beschermen en waarborgen. Volgens initiatiefnemer en gedeputeerde Zoltan Zakarias moet de opvoeding van het kind plaatsvinden ‘binnen het traditionele gezin met een christelijke basis’. De verantwoordelijkheid in de seksuele opvoeding moet primair bij de ouders liggen. Met het wetsvoorstel wil men dus niet ‘homofoob’ of ‘transfoob’ zijn, maar staat de seksuele opvoeding van kinderen centraal én voert men een pleidooi voor het traditionele gezin op een christelijke grondslag. Dit lijkt eveneens veel op diverse wetsvoorstellen uit buurland Hongarije.5 Zakarias is lid van de Romániai Magyar Demokrata Szövetség (Democratische Unie van Hongaren in Roemenië).6 Het is positief te noemen dat het traditioneel-christelijke gezin ook in Roemenië gewaardeerd wordt. Seksuele vorming en opvoeding moet volgens de politici primair bij de ouders liggen en daar hebben ze mogelijk een punt. Het is namelijk (als het goed is) een veiligere omgeving dan op school of op straat. Maar zijn ouders voldoende toegerust om hun kinderen op het gebied van seksualiteit op te voeden? In Nederland is er op dit punt wel eens verlegenheid.7 Daarnaast bestaat er in Nederland gelukkig een goede onderwijsmethode voor seksualiteit die ook veel reformatorische scholen gebruiken: Wonderlijk Gemaakt. Een methode waarin de scheppingsorde vertolkt wordt, maar waarin ook oog is voor de gebrokenheid van de schepping.8 We zien echter dat er in Nederland ook methoden en leerlijnen zijn die niet zo goed aansluiten bij het bijbelse geluid op seksualiteit of daar zelfs haaks op staan, zoals bijvoorbeeld de leerlijn van COC Nederland.9

Gevolgen

Wanneer deze initiatiefwet er door komt dan wordt het verspreiden van informatie ter bevordering van geslachtsverandering, transgenderisme en homoseksualiteit illegaal. Scholen mogen eveneens geen seksuele voorlichting geven, tenzij ze hiervoor toestemming hebben van de ouders. De wet kan ook invloed uitoefenen op LHBTIQ+-gerelateerde onderwerpen op sociale media, televisie, radio of andere uitingen in het openbaar, zoals bijvoorbeeld Pride-parades.

Protest

In tegenstelling tot de Hongaarse wetsvoorstellen zien we bij de Roemeense voorstellen nog vrij weinig respons. Wel noemde een Roemeense LHBTIQ+-organisatie de wet ‘transfoob’ en ‘homofoob’ en riep deze het Lagerhuis op om de wet af te wijzen. De wet zou volgens deze critici namelijk discriminatie van de LHBTIQ+-gemeenschap legitimeren. Onderzoeker Ryan Thoreson geeft bijvoorbeeld aan dat kinderen die zich als queer identificeren zich door het verbod zullen schamen en aan zichzelf zullen twijfelen en dat het verbod bij leeftijdsgenoten intolerantie en vijandigheid zal aanwakkeren.

Niet de eerste keer en ten slotte

Het is niet de eerste keer dat deze kwestie op tafel ligt. Ook in 2020 probeerden Roemeense parlementsleden het verstrekken van LHBTIQ+-informatie te verbieden. Dit werd toen echter tegen gehouden door het Grondwettelijke Hof. Het voorstel leidde uiteindelijk wel tot een verbod op LHBTIQ+-gerelateerde zaken in kinderreclamespots en andere media voor kinderen. In 2018 werd er in Roemenië een referendum gehouden met als doel de legalisering van het homohuwelijk te verbieden.10 Deze werd door de lage opkomst (21%) ongeldig verklaard.11 Na Rusland en Hongarije is Roemenië het derde Europese land dat opkomt voor het traditionele gezin en kinderen wil beschermen tegen onbijbelse vormen van praktiserende seksualiteit. Afgelopen jaar rolden veel organisaties over de Hongaarse wetgeving heen. De Europese Unie meende stevige maatregelen te moeten treffen en noemde de Hongaarse wetsvoorstellen discriminerend.12 En zelfs een gereformeerd theoloog meende harde woorden te moeten opschrijven over Hongarije.13 Uiteraard mag het opkomen voor het traditioneel-christelijk gezin en een weren van LHBTIQ+-propaganda uit schoolboeken nooit leiden tot het buitensluiten van mensen met homoseksuele gevoelens of mensen die lijden aan genderdysforie14. We moeten deze mensen in liefde omringen en ze behandelen zoals we onszelf behandelen. Dat is niet hetzelfde als alles maar toelaten en zonden goedkeuren. Maar veel meer vergelijkbaar laten zijn met de woorden en daden van de Heere Jezus in Johannes 8. Zoals het positieve getuigenis van de Farizeeën en Schriftgeleerden luidde (al bedoelden ze het niet zo positief): “Deze ontvangt zondaars, en eet met hen” (Lukas 15:2, SV). Overigens niet om onszelf boven andere mensen te verheffen. Het woord ‘zondaars’ typeert ons allen.

Voetnoten

Nunspeetse SGP-burgemeester Ing. Breunis van de Weerd ziet, vanwege polarisatie, af van tweede ambtstermijn als burgervader

Afgelopen januari kondigde de Nunspeetse SGP-burgemeester Breunis van de Weerd zijn vertrek aan. Hij besloot om af te zien van een tweede ambtstermijn. Op 27 mei 2022 verduidelijkte hij deze beslissing in een interview met het Reformatorisch Dagblad (RD). Afgelopen twee jaar lag de burgervader herhaaldelijk onder vuur.1

Hulshorster Zand (Noord-Veluwe) is een stuifzandgebied tussen Nunspeet en Harderwijk binnen de Gemeente Nunspeet. Bron: Wikipedia.

Afgelopen jaar lag Van de Weerd onder vuur vanwege genderdiscriminatie.2 Hij zou brieven standaard adresseren met ‘mijnheer’ en/of ‘mevrouw’. Dat schoot een inwoner in het verkeerde keelgat en hij deed aangifte tegen de SGP-burgemeester. Op 27 mei 2022 legde Van de Weerd zijn ambtsketting neer. Waarom? Van de Weerd in het RD: “Ik heb gemerkt dat ik – met name door de beeldvorming vanwege mijn persoonlijke geloofsovertuiging – de afgelopen twee jaar in deze tijden van polarisatie voor de Nunspeetse samenleving niet de bruggenbouwer en verbinder kan zijn die ik graag zou willen zijn.” Niet alleen polarisatie rond het genderdebat zorgde voor zijn beslissing, zijn niet willen vaccineren vanwege geloofsovertuiging zorgde ook voor ophef. In het interview gaat het daarom voor een groot deel over de coronamaatregelen. Wie geïnteresseerd is in de beweegredenen van Van de Weerd die leze het interview.

Scheiding tussen kerk en staat

De burgemeester haalde met enige regelmaat de Bijbel (met de Evangelieboodschap) aan. Zo ook in de nieuwjaarstoespraak van 2017. Dit zorgde opnieuw voor ophef. Volgens een dagblad moest de burgemeester boven de partijen staan en wanneer deze het Evangelie bevooroordeeld zou deze afbreuk doen aan de scheiding tussen kerk en staat. Van de Weerd noemt dat een onzinargument. Van de Weerd: “De scheiding van kerk en staat is bedoeld om te voorkomen dat de baron of burgemeester bepaalt welke dominee er op de kansel staat. Iedereen is blij dat dat niet meer gebeurt. Onze samenleving heeft vogels van allerlei pluimage. Wat mij betreft mag het burgemeestersambt best een beetje worden ingekleurd door iemands levensovertuiging. Ook als burgemeester, zoals ik als christen, tot een politieke flank behoort. Maar de afgelopen jaren werd de intolerantie naar christenen alleen maar erger. Dat baart me veel zorgen.” De burgemeester geeft aan dat hij dit ambt met veel plezier uitgeoefend heeft, maar dat hoe hij zich moest uitlaten over sommige zaken gaf voortdurend veel spanningen, niet alleen bij hemzelf maar ook binnen de gemeente Nunspeet.

Regenboogvlag

In 2018 ontstond er opnieuw commotie rond de burgervader toen hij de regenboogvlag niet wilde hijsen. Van de Weerd noemde het een ‘gevoelige aangelegenheid’. In oktober 2021 kwam de kwestie opnieuw ter sprake en hees ChristenUnie-wethouder Pieter Teeninga de regenboogvlag.3 De burgemeester was niet bij dat moment. Hoe kijkt Van de Weerd hierop terug? “Het hijsen van de regenboogvlag bij het gemeentehuis vind ik symboolpolitiek. Een klein deel van de Nunspeetse samenleving, de homogemeenschap, ziet het vlaghijsen als overwinning. Maar een belangrijk deel van de bevolking heeft er moeite mee en zet de hakken in het zand. Dus ik denk dat de vlag polariserend werkt.” In het algemeen worden volgens de burgervader homo’s in zijn gemeente niet echt belaagd of met de nek aangekeken. Hij geeft zelfs aan dat hij een vertrouwensband met deze gemeenschap heeft opgebouwd. “We spraken van mens tot mens. Er is wederzijds begrip ontstaan. Ze weten precies hoe ik erin sta.” Hoe staat Van de Weerd erin? “Ik vertel dat ik vanuit Bijbels perspectief de levenswijze van homo’s afwijs. Maar ik ben ook hun burgemeester en zie hen wel als volwaardig burger.

Voetnoten

Na twee maanden nog geen antwoord van de minister op Kamervragen van dr. Roelof Bisschop aangaande leerlijn COC Nederland

Op 31 maart 2022 stelde Tweede Kamerlid dr. Roelof Bisschop van de SGP Kamervragen aan de minister van Primair en Voortgezet Onderwijs, Dennis Wiersma (MA). De vragen gingen over de nieuwe leerlijn genderdiversiteit van de LHBTIQ+-belangenorganisatie COC Nederland en de oproep aan docenten en andere onderwijskundigen om hieraan mee te werken. Ruim twee maanden later heeft de minister nog geen antwoord gegeven op de vragen van Bisschop.

Homofoob

De Kamervragen werden al eerder uitgewerkt op deze website.1 In dat artikel gaven we ook aan dat Bijbelgetrouwe docenten dit thema ook dringend moeten overdenken, wellicht samen met COC Nederland. De oproep om daaraan deel te nemen werd echter niet goed ontvangen door COC Nederland.2 Men wil inclusief zijn, maar zijn echter alleen bereid om naar welgevallige standpunten te luisteren. Andersdenkenden worden als snel betiteld als ‘homofoob’ o.i.d. Het is terecht dat dr. Roelof Bisschop Kamervragen heeft gesteld naar aanleiding van dit eenzijdige onderwijs dat onze kinderen in de toekomst zullen krijgen als dit werkelijk een leerlijn dient te worden in het Primair en Voortgezet Onderwijs.

Een tussentijds antwoord van de minister

Dat er geen antwoorden zijn op de Kamervragen van de heer Bisschop wil niet zeggen dat de minister niet met de vragen bezig is geweest. Hij heeft aangegeven meer tijd nodig te hebben voor de beantwoording van de Kamervragen. Op 9 mei 2022 schreef de minister3:

Op 31 maart jongstleden heeft het lid Bisschop (SGP) schriftelijke vragen gesteld over het lesmateriaal en de leerlijn van COC over genderdiversiteit en het voornemen tot doorontwikkeling (2022Z06238). Tot mijn spijt is beantwoording binnen de gestelde termijn niet mogelijk, omdat er nog afstemming plaatsvindt. Ik zal de vragen van het lid Bisschop (SGP) zo snel mogelijk beantwoorden.

Welke afstemming er moet plaatsvinden over de leerlijn van COC Nederland en de doorontwikkeling daarvan wordt niet duidelijk. Ruim een maand na het verzoek tot uitstel is dit nog steeds niet helder. We hopen dat de minister binnenkort met een antwoord komt. Intussen hoop ik dat Bijbelgetrouwe leerkrachten en onderwijsondersteuners het materiaal van COC Nederland goed in de gaten houden en blijven toetsen aan de Schrift.4

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Is het aanwijzen van een doorgaande historische-theologische lijn in het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Vandaag had ik via Twitter een discussie met predikant en theoloog Matthijs Schuurman (PKN Oldebroek).1 Tijdens de discussie verdedigde ik dat er een doorgaande theologische lijn is in opvatting over Schriftvisie inzake onze vroegste geschiedenis zoals deze ook verwoord is in Genesis 1-11. Daarnaast dat de huidige creationisten voortbouwen op deze doorgaande theologische lijn. Schuurman noemde dit een anachronisme. Helaas zonder al te veel onderbouwing. Aan het einde van de Twitterconversatie schreef hij twee tweets die zijn stelling zouden moeten onderbouwen. Omdat er op Twitter geen ruimte is voor een uitgebreid weerwoord, schrijf ik dat hieronder.

Wat is een anachronisme?

De lezer zal zich wellicht afvragen wat een anachronisme is. Een anachronisme is een historische inconsequentie of onmogelijkheid. Wanneer we een schilderij vinden met een moderne John Deere-tractor erop, dan kunnen we niet zeggen dat dit schilderij uit de Middeleeuwen stamt. Als we dit wel doen zou dat anachronistisch zijn, een historische onmogelijkheid. Dit omdat we weten dat het bedrijf John Deere in 1837 opgericht is. Een theologische anachronisme zou zijn dat we uiteenzetten wat Augustinus vond van de Islam. Dat is een historische onmogelijkheid omdat Augustinus nog geen weet had van de Islam. De laatstgenoemde godsdienst ontstond pas twee eeuwen na het overlijden van deze Kerkvader.

Is een doorgaande historisch-theologische lijn binnen het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Wat versta ik onder het klassieke scheppingsgeloof? Het gaat daarbij om een zesdaagse schepping en een waargebeurde zondeval als de hoofd- of kernpunten. Verder om het verdedigen van een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring. Het belijden van deze waarheden is geen modern verschijnsel, maar met recht een klassieke belijdenis. Tijdens de discussie verwees ik naar een artikel dat ik eerder schreef met als titel: ‘Komt de ‘creationistische’ Schriftvisie uit de twintigste eeuw?’ (in de voetnoot te raadplegen).2 Ik gaf aan dat het zogenoemde creationisme als sociologisch construct of sociologische tegenbeweging modern is (d.i. afkomstig uit het begin van de 20e eeuw), maar dat het belijden van geloofswaarheden binnen het klassieke scheppingsgeloof en het uitwerken van een scheppingsleer, zoals we die ook bij creationisten vinden, al eeuwenoud is. In een discussie met een ander (maar in dezelfde draad) wees ik ter illustratie van dit punt op het door de eeuwen heen maken van chronologieën op basis van de Schriftgegevens. Dit is geen modern streven om tegenwicht te bieden aan de tijdlijn van de naturalistische natuurwetenschap, maar komt voort uit een waarde hechten aan waargebeurde gegevens in de Schrift. De chronologen wilden deze in volgorde van gebeurtenis zetten, zodat er een beschreven (heils)geschiedenis ontstaat. Dit werd al in de Vroege Kerk zo gedaan en wordt nu nog steeds op die manier gedaan. Twee bekende voorbeelden van chronogisch werk uit het verleden is het werk uit de Vroege Kerk van de kerkvader Theophilus van Antiochië (overleden rond 183) en andere bekend werk is van de bisschop James Ussher (1581-1656). Door de eeuwen heen heeft een groot deel van de kerk de uitgangspunten van het klassieke scheppingsgeloof beleden. Ook nu zijn er gelukkig nog geloofsgemeenschappen die dit belijden en dit ongeacht (de opkomst van) het naturalisme en de huidige tijdgeest. Dit belijden en geloven heeft niet te maken met de naturalistische tijdgeest, maar met het gaan in de voetsporen van de Schrift en de vaderen.

Een vergelijking kan gemaakt worden met het leerstuk van de Drie-Eenheid, hoewel dit leerstuk een meer centrale rol heeft binnen het christendom dan het klassieke scheppingsgeloof is een vergelijking op zijn plaats. Om te weten waar het leerstuk van de Drie-Eenheid vandaan komt gaan we naar de Vroege Kerk. We lezen dan over argumenten vóór de Drie-Eenheid uitgesproken op Concilies en andere kerkelijke vergaderingen. Tot op de dag van vandaag belijden we het leerstuk van de Drie-Eenheid en gebruiken we veelal dezelfde argumenten als de Vroege Kerk (zij het dat ons repertoire van argumenten door de eeuwen heen wat is uitgebreid). Zijn we tegenwoordig anachronistisch bezig als we de belijdenis van de Vroege Kerk nog steeds hooghouden en dezelfde argumenten gebruiken? Er zijn immers tegenwoordig atheïsten die de Drie-Eenheid ontkennen, of zelfs überhaupt het bestaan van God ontkennen. Er zijn eveneens Unitariërs in allerlei vorm die ook van deze Drie-Eenheid niets willen weten. Is het, vanwege het bestaan van deze opponenten, daarom anachronistisch om te verwijzen naar de Vroege Kerk? Nee toch? We belijden, net als de Vroege Kerk, de Drie-Eenheid ongeacht wat de opponent daarvan denkt of vindt.

Evenzo is niet anachronistisch om het klassieke scheppingsgeloof te blijven verdedigen. We kunnen een historisch-theologische lijn opstellen van het klassieke scheppingsgeloof van de Vroege Kerk tot het heden. We belijden immers het klassieke scheppingsgeloof niet omdat er naturalisten zijn die een alternatief hebben, maar omdat we menen dat we dit uit de Schrift kunnen afleiden. Dat geldt ook voor de Vroege Kerk. Zij haalden hun belijdenis over de schepping óók primair uit de Schrift. Uiteraard vraagt iedere tijd om andere antwoorden en hulpmiddelen, maar dat zegt niets over de basis van het belijden. Die is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. Binnen het klassieke scheppingsgeloof is er geen onderbreking in belijden van deze geloofswaarheden.3 Dat was in de Vroege Kerk zo, dat was in de Middeleeuwen zo, dat was ten tijde van de Verlichting zo (ondanks de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap) en dat is nu nog steeds zo.

De tegenwerpingen van Schuurman

Tegenwerping 1

Schuurman sloot de Twitterconversatie gisteren af met deze eerste quote4:

“Nogmaals: een anachronisme. Want vanaf de 19e eeuw verandert de wetenschap. Je kunt dus niet doen alsof alles wat voor die tijd jouw visie zou ondersteunen ook daadwerkelijk jouw visie ondersteunt. Dat is gewoon een vorm van buikspreken. Daar is niets wetenschappelijks aan.”

Het is geen anachronisme, maar een doorgaande lijn van belijden ongeacht de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap en andere facetten binnen de tijdgeest. Zoals gezegd hangt de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof niet af van de opkomst van wetenschap. Ja, de wereld om ons heen is veranderd (de mechanisering en naturalisering van het wereldbeeld) maar dat wil niet zeggen dat het belijden daarom óók moet veranderen of is veranderd. Wie bij de kerkvaders te rade gaat over Darwinistische evolutie is anachronistisch bezig en zal geen antwoorden vinden. Wie bij de kerkvaders te rade gaat vanwege de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof zal veel goud vinden. Onlangs promoveerde patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.5 In zijn proefschrift zoekt hij naar een doorgaande lijn inzake dierlijk lijden vóór de zondeval. Nu valt er aan het onderzoek wel wat af te dingen6, maar Slootweg was in mijn ogen niet anachronistisch bezig toen hij dit standpunt uit het verleden onderzocht. Belijders van het klassieke scheppingsgeloof laten bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie niet buikspreken, maar spreken deze Nadere Reformatoren na als het gaat om het klassieke scheppingsgeloof. Uiteraard ondersteunen de Nadere Reformatoren daarmee mijn visie inzake de neodarwinistische evolutietheorie niet en evenmin mijn pogingen om te komen tot een modern creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Dát zou anachronistisch zijn. Maar ze kunnen wel tot steun zijn in de doorgaande lijn van belijden en verdedigen van het klassieke scheppingsgeloof met Schriftuurlijke argumenten. Het is daarmee niet anachronistisch, omdat er een doorgaande en op hoofdpunten ongewijzigde lijn van belijden van een klassiek scheppingsgeloof is van de Vroege Kerk tot en met de huidige tijd.

Tegenwerping 2

Het tweede Twitterbericht van Schuurman luidde als volgt7:

“Dat is van hetzelfde niveau als: Calvijn zou tegen de auto zijn, Luther zou tegen de ruimtevaart zijn, Kersten zou tegen de onteigening van boeren zijn, Comrie zou tegen de oorlog in Oekraïene zijn.”

Dit is volledig incorrect en er is een wezenlijk verschil in benadering. De voorbeelden in het Twitterbericht van Schuurman zijn duidelijk anachronismen. Maar het vergelijk met het belijden een klassiek scheppingsgeloof is van geheel andere orde en geen anachronisme. Ik beweer namelijk niet dat de scheppingsvisie van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten8 gebruikt kan worden in het bestrijden van de neodarwinistische evolutietheorie en evenmin dat de personen gebruikt kunnen worden in de opbouw van een moderne zondvloedgeologie. Dat zou inderdaad anachronistisch zijn omdat de vragen van evolutietheorie en zondvloedgeologie niet, nauwelijks of anders speelden in die tijd (in ieder geval niet in de huidige varianten). De vraag die gesteld kan worden is: wat was het belijden van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten inzake een zesdaagse schepping, een waargebeurde zondeval, een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring? Wanneer we dát bestuderen bij deze mannen, dan komen we er achter dat dit niet zoveel verschilt van het huidige belijden van onder andere de zogenoemde creationisten. Aan de laatstgenoemde stroming voel ik mij verbonden, niet omdat de natuurwetenschappelijke kant van dit wereldbeeld zo sterk is (quod non), maar omdat ik de Schrift als Gods Woord en een stroming binnen de kerkgeschiedenis nasprekend een klassiek scheppingsgeloof wil geloven en belijden (en niet anders kan dan geloven en belijden).9 Dat hier bij Schuurman scheefgroei ontstaat en het anachronisme is, naar mijn idee, een foutief beeld van het zogenoemde creationisme. Hij ziet creationisten waarschijnlijk als antithetische evolutiebestrijders die de historiciteit van de Bijbel met modern wetenschappelijk onderzoek willen bewijzen. Hoewel dit mogelijk voor sommige creationisten opgaat, is het beschrevene niet mijn intentie. Ik ben creationist omdat ik meen dat de Schrift niet anders gelezen kan worden dan vanuit de viervoudige Schriftzin (Quadriga) én mij verbonden weet in geloof en belijden aan mijn voorvaderen (Afscheiding/Reveil, (Nadere) Reformatie, Middeleeuwse theologie én Vroege Kerk). Ik ben géén creationist omdat er naturalistische opponenten bestaan óf omdat medecreationisten nu eenmaal zulke sterke natuurwetenschappelijke argumenten hebben (quod non).

Voetnoten

Telgen uit het geslacht Van Meerten in het Napoleontische leger – NIMH vermeldt lijst met militairen

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) bevat een lijst met Nederlanders die dienden in het leger van Napoleon.1 De lijst is samengesteld door de heer Oteman die gebruik maakte van diverse stamboeken en officiersdossiers van Service Historique de la Défense (SHD). Het bevat een overzicht van ‘vrijwel alle registers van het landleger uit de Napoleontische tijd. Ruim 53.000 inschrijvingen (in de toekomst uitgebreid naar 57.000 en marine personeel’. Helaas zijn de gegevens van het 146e en 147e Regiment Infanterie van Linie verloren gegaan door een brand in de Pruisische legerplaats Wesel. Waren bij het Franse leger ook telgen van het geslacht Van Meerten aangemeld? Een eenvoudige zoektocht wijst daar wel op.

Het Franse leger trekt de bevroren Nederlandse rivier over. Schoolplaat van J.H. Isings. Bron: MijnGelderland.

Zoeken op ‘Meerten’ geeft 11 treffers.2 Helaas zijn dit niet allemaal telgen uit het geslacht Van Meerten. De lijst bevat fouten en geeft ook telgen uit het geslacht ‘Meerten’, die voor zover we nu weten geen nabije verwantschap met het geslacht ‘Van Meerten’ heeft. Hieronder slechts als het werkelijk een telg uit het geslacht Van Meerten betreft óf als moeder uit dat geslacht afkomstig is.

Bartholomeus de Bruin Ouboter (1794-?)

De eerste naam is Ouboter Bartholomeus Bruin. Hij was militair in het 2e Regiment Gardes d’Honneur. De naam van de militair is verkeerd gespeld en het gaat uiteindelijk niet om een telg uit het geslacht Van Meerten. Het betreft de militair Bartholomeus de Bruin Ouboter (1794-?). Volgens de registratie was hij een zoon van Justus Bruin (Justus de Bruin Ouboter) (?-1812) en Guill. v. Meerten. Dit laatste is niet correct, de moeder was namelijk geen telg uit het geslacht Van Meerten maar uit het geslacht Westerouen van Meeteren. Ze heette in het Nederlands wel Wilhelmina, dus haar verfranste voornaam is wel correct.

Jan van Eck (1793-?)

De tweede naam Jan van Eck is eveneens geen telg uit het geslacht Van Meerten. Jan van Eck diende het 27e Regiment Infanterie van Linie. Jan van Eck was de zoon van Jan van Eck en Grietje van Meeteren en niet Marguerite van Meerten zoals de inschrijving vermeldt. Jan is geboren op 17 juni 1793 te Beusichem.

Joseph van Heteren (1788-?)

De derde treffer is onzeker of het hier gaat om een telg uit het geslacht Van Meerten. Dit geeft de inschrijving ook aan. Het zou kunnen gaan om Joost van Heteren (1788-?) de zoon van Gerrit van Heteren (1833-?) en Grietje van Meerten (1734-1821). Maar helemaal zeker is dat niet. Joseph diende het 11e Regiment Huzaren.

Cornelis van Meerten (1789-1862)

De vijfde treffer is zeker een telg uit het geslacht Van Meerten. Het gaat om Cornelis van Meerten (1789-1862). Hij was militair in de 88e Cohorte. Cornelis was de zoon van Cornelis van Meerten (1755-1819) en Aletta van Elst (1753-1828). Bij de inschrijving wordt zijn moeder Alieda genoemd.

Jan van Meerten (1793-1814)

De zesde en tiende treffer gaat om dezelfde persoon. Jan van Meerten (1793-1814) diende zowel het 142e Regiment Infanterie van Linie als het 8e Regiment Infanterie van Linie. Jan was de zoon van Klaas van Meerten (1764-1831) en Trijntje van Ree (1767-1854). Bij beide inschrijvingen wordt Klaas ‘Nicolas’ genoemd en wordt zowel de voor- als achternaam van Trijntje verkeerd gespeld. Jan heeft gedeserteerd (= het leger ontvlucht) en is in 1814 overleden te Amerongen.3

Lambertus Antony van Meerten (1769-1855)

De elfde en laatste treffer is ook een telg uit het geslacht Van Meerten. Het gaat om Lambertus Antony van Meerten (1769-1855). Hij was verpleegkundige/farmacoloog in het Napoleontische leger. Lambertus Antony was de zoon van Leonard van Meerten (1731-1802) en Cornelia Catharina Beusechem van der Linden (1729-1807). De inschrijving bevat daar echter geen gegevens van, zelfs de namen worden niet vermeld.

Uiteraard moeten al deze gegevens verder geverifieerd worden én dienen we de originele inschrijvingen/beschrijvingen te bestuderen om meer te weten te komen hoe lang deze telgen in het Napoleontische leger gediend hebben en hoe ze gediend hebben. Zo kwamen we er al achter, via de overlijdensakte, dat Jan van Meerten (1793-1814) zijn dienstplicht ontvlucht is.

Voetnoten

Overlijdensakte van Jan van Meerten (1793-1814)

Overlijdensakte van Jan van Meerten (1793-1814) uit de Burgerlijke Stand van de Gemeente Amerongen.

Hierboven wordt de overlijdensakte van Jan van Meerten (1793-1814) weergegeven.1 Op 8 februari 1814 om negen uur in de ochtend deed Cornelis van der Voort (1783-?) in de gemeente Amerongen aangifte van het overlijden van Jan. Cornelis was twee en dertig jaar oud en postkantoorhouder van beroep. Hij deed de aangifte samen met Rijk van Ree (1781-1816), drie en dertig jaar oud en daghuurder van beroep. Zij verklaarden dat Jan op 7 februari 1814 om 11 uur in de ochtend is overleden in de leeftijd van twintig jaar. Hij overleed in het huis van zijn ouders en was een ontvluchte dienstplichtige (conscrit). Jan was de zoon van Klaas van Meerten (1764-1831), wagenmaker van beroep, en Trijntje van Ree (1767-1854). Rijk van Ree kon de akte niet ondertekenen omdat hij de schrijfkunst niet machtig was.

Voetnoten

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? – Samenvatting van de lezing van dr. Stefan Drüeke op Kreatikon 2021

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe of ‘slechts’ een lokale overstroming? Dat is al zeker sinds de opkomst van de moderne geologie een vraag voor christenen. Op deze vraag worden door christenen diverse antwoorden gegeven. Van mythe, via literaire overdrijving (hyperbool) tot een literair-historisch ‘verslag’ van een werkelijke gebeurtenis. Hoe moeten wij hierover denken?

Kunnen we anno 2022, door de slagkracht van de moderne geologie, nog geloof hechten aan een wereldwijde zondvloed? In lezingen over dit onderwerp benadruk ik vaak dat het overtuigd zijn van het bestaan van een wereldwijde zondvloed allereerst een geloofszaak is. ‘Door het geloof verstaan wij…’. Een wereldwijde zondvloed is niet zozeer een naturalistisch-natuurwetenschappelijk feit, maar allereerst en allermeest een geloofszaak. Vorig jaar hield de chemicus dr. Stefan Drüeke1 op het congres Kreatikon 2021 een lezing over deze aloude vraag. Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? In het onderstaande artikel willen we de lezing samenvatten. Voor wie het Duits machtig is heb ik onderaan deze pagina de opname van de lezing weergegeven.

Inleiding

Dr. Stefan Drüeke is, als directeur van het Bibelmuseum in Wuppertal, een bekende creationist in Duitsland.2 Drüeke start de lezing met het lezen van een tekst uit 1 Petrus 3:20. Het gaat over de dag dat Noach in de ark gaat en de toenmalige (eerste) wereld vergaat door het water van de zondvloed. In de inleiding geeft de geleerde een overzicht wat ons te wachten staat in zijn voordracht. Allereerst wil hij stilstaan bij een enquête van Answers in Genesis onder jongvolwassene christenen van 20 tot 29 jaar. Ten tweede wil Drüeke uitgebreid stilstaan bij wat de Bijbel zegt over de zondvloed. Ten derde waarom er tegenwoordig van deze Bijbelse zondvloedgeschiedenis wordt afgeweken en als laatste of er ook geologische ‘bewijzen’ zijn voor een wereldwijde zondvloed. Ieder aandachtspunt wordt hieronder in een tussenkopje samengevat. In de lezing wil de chemicus vooral stilstaan bij de vraag of de zondvloed een wereldwijde of een lokale overstroming was.

Enquête

Als inleiding op zijn lezing over het wereldwijde of lokale karakter van de zondvloed bespreekt dr. Stefan Drüeke de resultaten van een enquête, gehouden door Answers in Genesis, over de Bijbel en het zondvloedbericht.3 De eerste vraag is of de Bijbel fouten bevat. Van de jongvolwassene christenen tussen de 20 en 29 jaar beantwoordt 61% deze vraag met ‘Nee’, 27% met ‘Ja’ en 12% weet het niet of is er niet zeker van of de Bijbel fouten bevat. Wanneer die 27% wordt bevraagd wat die fouten dan zijn. 36% geeft aan dat het gaat om overschrijffouten die erin zijn geslopen gedurende de geschiedenis van het kopiëren van de Bijbelse overlevering. 34% geeft aan dat de Bijbel fout is als het gaat om de leeftijd van de aarde. 11% geeft aan moeite te hebben met onze vroegste geschiedenis zoals verwoord in Genesis 1-11. 8% denkt dat de Bijbel zichzelf op veel punten tegenspreekt. Drüeke geeft in een intermezzo aan dat het hier niet gaat om tegenstrijdigheden, maar om moeilijke zaken die na intensieve Bijbelstudie opgelost kunnen worden.4 7% twijfelt aan het zondvloedverhaal en denkt dat het niet gaat om een wereldwijde overstroming. 3% trekt het bestaan van de hel in twijfel. De enquete wordt nog verder gespecificeerd als het gaat om de zondvloed. De vraag of de geschiedenis van de ark van Noach en de zondvloed een mythe wordt door 51% van de bevraagden met ‘Ja’ beantwoord en 49% met ‘Nee’. We moeten ons bezinnen op de vraag hoe het komt dat zoveel christenen twijfelen aan de historiciteit van het zondvloedverhaal. Het ligt volgens Drüeke aan de ouders van de kinderen en wat de kinderen van deze ouders over de zondvloed aangeleerd krijgen. Zo krijgen kinderen bijvoorbeeld een badkuipmodel van de ark van Noach voorgesteld, met bovendeks staande blij kijkende dieren, in kinderbijbels en andere vertelboeken van de Bijbelse geschiedenis. Het is niet vreemd dat kinderen met die beelden in hun achterhoofd denken dat de geschiedenis van de zondvloed vergelijkbaar is met een leuk sprookje. We kunnen volgens Drüeke beter aansluiten bij de realiteit, de ark weergeven zoals deze in de Bijbel staat en de ernst van de zondvloed onder ogen komen. Dan zullen (later) ook verschillende vragen verdwijnen.

Wat zegt de Bijbel?

Ongeveer 250 jaar geleden waren en vrijwel geen theologen die het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel trokken. Drüeke staat ten tweede stil bij wat de Bijbel zegt over een wereldwijde zondvloed. Volgens de chemicus is het in Genesis 7 vers 19-23 duidelijk dat het gaat om een wereldwijde zondvloed. Alle hoge bergen onder de ‘ganse hemel’ werden bedekt met het zondvloedwater. In de Bijbel betekent ‘alle’ niet altijd de volledige wereld. Maar in dit geval wordt het uit de context duidelijk dat het de auteur van Genesis gaat om het benadrukken van het wereldwijde karakter van de zondvloed. Bijvoorbeeld door het wereldwijde karakter nog eens extra te benadrukken. De mensheid was waarschijnlijk ook over de hele wereld uitgestrekt zodat de zondvloed als oordeel alleen zin had als deze wereldwijd was.

Als het om een lokale overstroming zou gaan dan zouden de dieren wegvluchten. Drüeke verwijst naar de tsunami die Azië trof in 2004. Het viel natuurvorsers toen op dat de regio vol lag met lijken van mensen die omgekomen waren, maar nauwelijks tot geen kadavers gevonden werden van hazen, konijnen, olifanten, luipaarden en andere wilde dieren. Het lijkt erop dat dieren een zesde zintuig hebben en deze ramp van te voren hebben aangevoeld. Als het om een lokale overstroming ging dan zouden dieren weggevlucht zijn naar een veiliger oord.5

Noach moest ook de vogels meenemen, zo lezen we in Genesis 6 vers 19-20 en Genesis 7 vers 21. Dit heeft geen nut als de zondvloed een lokale zondvloed zou zijn geweest. In de tekst wordt benadrukt dat de vogels door in de ark te zijn in leven konden blijven. De vogels zouden de eerste beesten geweest zijn die het zondvloedwater ontvlucht hadden als het een lokale overstroming betrof. Wegvliegen naar een veiliger oord zou dan voldoende zijn geweest. Een ander argument voor een wereldwijde zondvloed is de grootte van de ark van Noach. Als het een lokale overstroming zou betreffen, dan zou een veel kleinere boot volstaan.

Volgens het zondvloedverhaal werd zelfs de hoogste berg met het zondvloedwater bedekt (Genesis 7 vers 19-20). Drüeke: ‘Als je na het lezen van deze tekst(en) nog steeds in een lokale overstroming gelooft dan moet je een geweldig groot geloof hebben’. Hij laat een plaatje van de zondvloed zien, met een ark drijvend op het zondvloedwater (zie de screenshot hierboven). Uiteraard zou zo’n plaatje voor God mogelijk zijn (denk maar aan de Exodus én de doortocht door de Jordaan), maar de tekst zegt daar niets over. Dat is echter wel het gevolg van het betwijfelen van deze tekst(en).

Ook de tijdsduur van de zondvloed is een aanwijzing voor Drüeke om uit te gaan van een wereldwijde zondvloed. Het plaatje hieronder dat de chemicus in zijn lezing laat zien is een geïdealiseerd plaatje. We weten natuurlijk niet of het water van dag 40 tot 150 op hetzelfde niveau gebleven is of dat er sprake was van een schommeling van de ‘zondvloedspiegel’. De hele wereld was daarmee minstens 110 dagen volledig onder water en het had ten minste 40 dagen geduurd voordat er genoeg water op de aarde was om alles te overstromen. Daarna heeft het nog van de 150e tot de 371e dag geduurd voordat het water van de aarde was verdwenen. Bij een lokale overstroming zou het water veel sneller verdwenen zijn. Drüeke laat als voetnoot bij deze geschiedenis weten dat hij niet geloofd dat we de ark ooit terug zullen vinden. De Heere zou niet willen dat deze boot verafgodiseerd zou worden, zoals ook met de koperen slang gebeurd is. De ark zou daardoor meer aandacht en aanbidding krijgen dan God zelf. We weten overigens ook niet precies waar de ark geland is. Wanneer het een lokale overstroming betrof zou de ark niet geland zijn op een hoge berg in het gebergte van Ararat.

Het Noachitische verbond is voor de geleerde ook een aanwijzing dat het om een wereldwijde zondvloed gaat. Hij citeert daarvoor Genesis 9 vers 11-16. De Heere maakt hier met Noach de afspraak dat er nooit meer zo’n vloed zal plaatsvinden op de aarde. Er zijn echter ontelbaar veel lokale overstromingen. Drüeke geeft een lijstje met allerlei overstromingen in het laatste decennium. Als het bij de zondvloed gaat om een lokale overstroming dan maakt men van God een leugenaar. Maar als het om een wereldwijde zondvloed gaat dan heeft de Heere Zich volkomen aan Zijn Woord gehouden. Het is daarmee, volgens Drüeke, ook gevaarlijk als we niet accepteren wat de Bijbel ook op deze punten zegt. We krijgen dan ook moeite met veel andere zaken die in de Bijbel voorkomen. Het Oude Testament laat duidelijk zien dat het wel moet gaan om een wereldomvattende zondvloed. Het is daarom meer dan logisch dat bijna alle theologen tot 250 jaar geleden uitgingen van een wereldwijde overstroming, ze hebben namelijk de teksten uit Genesis ook historisch gelezen. Wat is ons eerste richtsnoer: de Bijbel of de natuurwetenschap?6 Als laatste punt kijkt Drüeke naar wat het Nieuwe Testament zegt over de zondvloed. Hij verwijst als eerste naar de woorden van de Heere Jezus (Mattheüs 24 en Lukas 17). Jezus vergelijkt hier de dagen voor de zondvloed met de dagen voor Zijn wederkomst. Zoals de wederkomst van de Heere Jezus een wereldomspannend oordeel inhoudt, zo was dat ook bij het oordeel van de zondvloed. Drüeke citeert ook uit Hebreeën 11 vers 7 en 2 Petrus 3 vers 3-7. Hieruit blijkt ook duidelijk dat het gaat om een wereldwijde overstroming. Daarmee verwijzen zowel het Oude Testament en het Nieuwe Testament naar een wereldwijde overstroming. Dit Woord van God moeten we als eerste bron nemen en uiterst serieus behandelen.

Waarom er wordt afgeweken van de zondvloedgeschiedenis

De spotters uit de hierboven genoemde Petrusbrief zijn geen domoren. Het gaat volgens Drüeke om sommige wetenschappers die door de ‘onveranderlijkheid’ van de natuur de wederkomst ontkennen. Alles kan natuurwetenschappelijk uitgelegd worden en dat gaat millennia door. Het gaat hier niet om domme mensen en we moeten met hun argumenten niet lacherig omgaan. Veel van hun argumenten zijn goed. We moeten ook niet menen dat wij, als het om de schepping en onze vroegste geschiedenis gaat, alles kunnen bewijzen en verklaren. De geleerde geeft aan dat er wel veel meer aanwijzingen zijn voor de schepping dan voor evolutie (in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming). Maar een sluitend bewijs voor dit alles kan Drüeke niet geven. Vertrouwen we op God en Zijn Woord, dan moet er een schepping zijn geweest en een Schepper die alles gemaakt heeft. Hebreeën 11 zegt niet dat we door natuurwetenschap of bewijzen verstaan dan de wereld gemaakt is, maar door het geloof. We kunnen niet alle vragen die over de oergeschiedenis gaan beantwoorden. Er zijn namelijk ook veel moeilijkheden die tot ons komen vanuit de natuur, waarin geen duidelijke aanwijzing voor de schepping te zien zijn. Drüeke is er volledig van overtuigd dat er een Schepper is die de wereld geschapen heeft, maar het gaat hier om een scheppingsgeloof en niet om sluitende bewijsvoering. Waarom geloven er vandaag zoveel mensen in evolutie over miljarden jaren (geen verandering in mechanisme)? Petrus gaat niet met zulke mensen in discussie maar geeft aan dat deze mensen het ten diepste (wezenlijk) niet begrepen hebben en het ook niet willen zien. Wat hebben ze niet begrepen? Dat de wereld uit het water ontstaan is en dat de eerste wereld ook door het water vergaan is.

Tegenwoordig wordt door veel theologen het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel getrokken. Drüeke verwijst met een citaat naar Franz Delitzsch. In dit citaat geeft Delitzsch aan dat een wereldwijde zondvloed die alle hoge bergen bedekt heeft fysisch, geologisch en atmosferisch ondenkbaar is. Dus niet ondenkbaar omdat de tekst dat zo voorstelt, maar omdat het natuurwetenschappelijke problemen met zich meebrengt. Men stelt de wetenschap boven de Bijbel, maar dan kunnen we ook aan andere dingen twijfelen zoals de maagdelijke geboorte. Het is dan dom om christen te zijn en christenen zijn dan, met de woorden van Paulus, de ellendigste van alle mensen. Als we de Bijbel schikken naar natuurwetenschappelijke inzichten dan houden we nog weinig zekerheid over.

Wordt vervolgd (gebleven bij 39:34).

De Duitstalige lezing van dr. Drüeke

Het lukt vanwege de instellingen van de het kanaal niet om deze video in te sluiten. Daarom hieronder de link naar de lezing van dr. Stefan Drüeke.

https://www.youtube.com/watch?v=dftStYSIYOU

Voetnoten

God zorgt voor Zijn schepping – Bespreking van ‘De stroper’

Weg wezen! Vlug! Henk rent het duin af, door de struiken heen. Vlug! Het bos in. Henk rent door zonder op te letten. Als hij maar weg is; weg van die stroper. O, wat wordt Henk Moe. Zijn hart gaat heel vlug. Het klopt in zijn keel. Ook valt hij bijna over een tak. Maar hij wil doorgaan. Hij wil naar Houtman. Daar is het veilig.

De stroper

In 1991 verscheen het boekje ‘De stroper’ van G.W. van Braak-van Vliet bij Uitgeverij Den Hertog. In 1993 verscheen de tweede druk van het boekje.1 Dit kinderboek gaat over Henk de Graaf en Roel de Boer. Henk logeert in de vakantie bij Roel en samen maken ze jacht op de stroper. Dit doen ze natuurlijk niet alleen maar samen met de ‘duinwachter’ meneer Houtman. Uiteindelijk rekenen ze de stroper in en wordt deze meegenomen door de politie. Het verhaal is niet heel spannend beschreven en daarom denk ik dat de leeftijd vanaf 9 jaar iets te hoog ingeschat is. Je kunt het al lezen vanaf 6/7 jaar.

De schepping

In het kinderboek wordt twee keer verwezen naar de schepping. Vader leest in het één-na-laatste hoofdstuk voor uit Psalm 104. Van Braak-van Vliet: “Na het eten leest vader Psalm 104. Daarin gaat het over de Heere, die voor Zijn schepping zorgt. Hij zorgt niet alleen voor de mensen. Hij zorgt ook voor de dieren en voor de zee.” In het laatste hoofdstuk gaat het oer de natuurbescherming. Op bladzijde 58 en 59 wordt het volgende geschreven: “Wij willen de natuur beschermen. Ook de dieren in de natuur. Een konijn, een ree, een hert. De Heere heeft alles geschapen. Hij zorgt voor alles. Maar wij moeten ook zuinig op de natuur zijn. Daarom ben ik hier.” Kinderen worden opgeroepen om zorgvuldig met Gods schepping om te gaan. Dat is een goede zaak!

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het jaarplan ‘Fundamentum 2022-2023’.

Voetnoten

Centrum voor Biocomplexiteit en Natuurteleologie opgericht in Oostenrijk

Wie meent of wenst dat de Intelligent Design beweging vrijwel uitgestorven is komt bedrogen uit en koestert valse hoop. De Intelligent Design beweging timmert de laatste jaren internationaal zelfs hard aan de weg. Twee jaar geleden werd er in Brazilië een nieuw centrum voor Intelligent Design opgericht.1 Van 29 mei tot en met 1 juni 2019 was het raak in Oostenrijk. In het Stadthotel Waidhofen an der Thaya werd een oprichtingsbijeenkomst georganiseerd door het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie. Drijvende krachten achter dit centrum zijn de Duitse paleontoloog dr. Günter Bechly en de microbioloog prof. dr. Siegfried Scherer.

De gasten arriveerden op woensdagmiddag en vertrokken op zaterdagmorgen. Donderdag en vrijdag stonden in het teken van presentaties. Zaterdag was er een paneldiscussie over toekomstige plannen van het centrum. Het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie, gesponsord door het Amerikaanse Discovery Institute, had diverse wetenschappers uitgenodigd op haar openingsbijeenkomst. Het was een besloten meeting met 31 deelnemers. Waarom besloten? Vanwege het feit dat Darwinsceptici in Europa veel tegenstand (ja, zelfs onderdrukking) te verduren krijgen. Om de deelnemers geen carrière schade op te laten lopen werden de namen van de deelnemers niet publiek bekendgemaakt.2 Achttien presentaties werden er gegeven. Van sommige deelnemers werd de presentatie opgenomen, anderen hebben aangegeven niet op video te willen worden opgenomen vanwege de bovenstaande voorzichtigheid.3

Het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie is een Europees Centrum, met Europese (vooral Duitstalige) wetenschappers en filosofen. Het centrum concentreert zich bijvoorbeeld op de volgende vragen: Kan het filosofisch naturalisme en materialisme alle natuurverschijnselen overtuigend verklaren? Hoe sterk is de basis van het populaire scientisme natuurwetenschappelijk en filosofisch? Is een teleologische visie op de natuur legitiem en natuurwetenschappelijk te onderbouwen? Ze geven aan geen politieke of religieuze positie in te nemen en werken daarom interkerkelijk en dwars door diverse partijverbanden heen. Het natuurwetenschappelijk onderzoek is open van opzet.

De activiteiten van het centrum zullen zich met name richten op de coördinatie van concrete onderzoeksprojecten, de bevordering van een open en academische discussie over naturalistische en teleologische interpretaties van de natuur en bewustwording van dit thema in Duitstalige landen.

Volgens het centrum zijn veel natuurwetenschappers tegenwoordig van mening dat de natuur alleen en volledig verklaard kan worden door toeval en onvermijdelijkheid. Het universum en de diversiteit van leven op aarde heeft daarom geen doel. “Het universum is uit het niets ontstaan en eindigt onvermijdelijk in een warmtedood. Menselijk bewustzijn en moreel gedrag zijn slechts een bijproduct van een blind evolutionair proces. Deze opvatting wordt vaak filosofisch naturalisme genoemd.” Volgens het centrum zijn er ook andere wetenschappers die deze overtuiging niet delen. Sommige van hen geloven dat wat we in de natuur waarnemen tot stand gekomen is door een Intelligente Oorzaak. Dat strekt zich uit van verschijnselen in het universum tot menselijk bewustzijn en moreel gedrag.4

Het is voor creationisten goed om dit onderzoekscentrum te volgen. Helaas zijn veel ID’ers de mening toegedaan dat deze aarde veel ouder is dan de Bijbel aangeeft en bijvoorbeeld het probleem van het lijden wordt niet altijd met de Bijbel in de hand opgelost. We kunnen tegen deze visie terechte theologische en geologische bezwaren hebben en we moeten die blijvend naar voren brengen als we in gesprek zijn met ID’ers. Gelukkig zijn er ook ID’ers die geloven dat de aarde jong is. De stelling is dat alle creationisten ID’ers zijn, maar niet alle ID’ers creationisten. In dat opzicht is het nuttig om naar de biologische ID-argumenten te kijken. Veel van deze argumenten zijn prima bruikbaar binnen een scheppingsmodel. Daarnaast leveren ID’ers stevige en vaak terechte kritiek op het naturalistische paradigma van universele gemeenschappelijke afstamming. Ook deze argumenten zijn bruikbaar. Ik feliciteer Bechly en Scherer met de oprichting van het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie. Ik hoop dat we in de toekomst nog veel van hen zullen horen en dat we het werk van dit centrum kunnen gebruiken om mensen te laten zien dat deze werkelijkheid ontworpen is. Zodat ook in academische kringen God grootgemaakt kan worden om Zijn daden.

Ik schreef dit artikel in 2019.

Voetnoten