Home » 2023 » januari

Maandelijkse archieven: januari 2023

‘Evolutie: wetenschap of geloof?’ – Student Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (Eerste deel)

In 2021 ging student psychobiologie Josianne Slijkhuis in gesprek met biologiedocent Gregory van den Top (MSc.). Dit gesprek is door het jongerenblad Daniël opgenomen en op het YouTube-kanaal Daniel Online geplaatst. Met dank aan het kanaal kunnen we dit ook hieronder delen. Vandaag het eerste deel en volgende week deel twee.

VCOG organiseert 31 januari 2023 D.V. een ouderavond over genderverwarring – Hoofdspreker is dr. Benno A. Zuiddam

Op dinsdag 31 januari 2023 D.V. organiseert de VCOG1 een ouderavond over transgenderisme. De avond draagt de titel ‘Wat is de mens?’ en de ondertitel ‘Hoe u kunt omgaan met de genderverwarring van onze tijd’. De avond wordt georganiseerd in het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Opheusden. Een belangrijk onderwerp en daarmee een belangrijke avond om bij te wonen. Zeker met de opkomende ideologie van het transgenderisme in het achterhoofd.

Vanaf 19.00 uur is de inloop met koffie/thee. Om half acht is het welkomswoord van de directeur-bestuurder van VCOG, dhr. J.A. Zwerus. Om 19.35 uur opent dr. D. de Wit2, predikant van de Gereformeerde Gemeente te Kesteren en docent aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeente te Rotterdam, de avond met een korte meditatie. Na de meditatie spreekt dr. B.A. Zuiddam, predikant van de Hersteld Hervormde Kerk, docent aan het Hersteld Hervormd Seminarie en als lector verbonden aan Bijbels Beraad M/V.3 Dit betreft de hoofdlezing van de avond over ‘Wat is de mens?’ De titel is gekozen naar aanleiding van Psalm 8:5. De spreker zal ingaan op de genderverwarring in deze tijd. Onder zijn redactie verscheen vorig jaar het boekje ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’, een waardevol boekje dat in de breedte van de Gereformeerde Gezindte wordt gewaardeerd.4 Na deze lezing is er een vragenronde. Voorzitter van het bestuur van VCOG, ir. G.G. van Bochove, hoopt de avond af te sluiten. De toegang is gratis, wel zal er worden gecollecteerd ten behoeve van de nieuw te bouwen basisschool te Kesteren. De avond is ook waardevol voor niet-leden van de VCOG. Zie voor meer informatie en het adres de flyer hieronder.

Voetnoten

PERSBERICHT: Probleemfossiel zaagt aan stamboom van menselijke evolutie

WADDINXVEEN, 10 augustus 2020 – In 2005 stuitte Yohannes Haile-Selassie, een wereldberoemd wetenschapper, in het stoffige woestijnzand van Ethiopië op de resten van een menselijk ogend fossiel. Hij gaf zijn vondst de naam ‘Big Man’. Nu, vijftien jaar later, blijkt Big Man een probleemfossiel te zijn: het is veel te menselijk en veel te oud om in het evolutieverhaal te passen.

Fossiele botvondsten waarvan beweerd wordt dat ze de evolutionaire geschiedenis van aap naar mens laten zien, zijn er genoeg. Maar lang niet alle vondsten passen mooi in dat plaatje. Big Man is er daar een van. Het fossiel werd gevonden in de Afar-driehoek in Ethiopië, en werd met seculiere dateringsmethoden gedateerd op 3,6 miljoen jaar. Haile-Selassie deelde het fossiel in bij dezelfde soort als het beroemde fossiel ‘Lucy’ (Australopithecus afarensis). Veel seculiere wetenschappers zien Lucy als een evolutionaire overgangsvorm tussen de vermeende aapachtige voorouders en moderne mensen.

Lucy in de prullenbak

Het christelijke populairwetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine betoogt in zijn nieuwste uitgave echter wat anders: ‘Ondanks dat Big Man is geclassificeerd als A. afarensis, lijkt het fossiel op veel punten helemaal niet op dat van Lucy. Sterker nog, het lijkt grotendeels op dat van een mens. En dat is voor evolutionisten een groot probleem’. Het fossiel is met zijn 3,6 miljoen jaar – volgens de evolutionaire tijdschaal althans – namelijk zo’n 400.000 jaar ouder dan Lucy, en ruim een miljoen jaar ouder dan de eerste fossielen van het geslacht Homo, waartoe mensen behoren. Als Big Man werkelijk een mens was, kunnen Lucy en andere veronderstelde tussenvormen tussen aapachtige voorouders en moderne mens dus de prullenbak in, en zullen evolutionistische wetenschappers met een nieuwe vooroudersoort op de proppen moeten komen.

Menselijke eigenschappen

Om die stelling kracht bij te zetten, somt Weet Magazine allerlei menselijke eigenschappen van het fossiel op. Zo was Big Man 1,50 meter lang; dat is een halve meter langer dan Lucy. Bovendien was hij was minstens dubbel zo zwaar, en lijken de ruggengraat, ribben, en het bekken van Big Man een stuk menselijker dan die van Lucy. ‘Als je objectief naar het fossiel kijkt, heeft het meer weg van een mens dan van Lucy’, aldus het christelijke magazine.

Big problem

Voor Bijbelgetrouwe christenen, die de miljoenen jaren oude datering verwerpen, is de vondst geen probleem. Zij kunnen de botten toewijzen aan een mens die na de zondvloed in een omgeving leefde waar ook uitgestorven apensoorten leefden. Voor evolutionisten vormt Big Man echter een ‘big problem’: het ondermijnt de status van de huidige veronderstelde tussenvormen en legt zo de bijl aan de wortels van de menselijke evolutiestamboom.

Online

Hieronder ziet u welke (online) media en of andere kanalen aandacht hebben besteed aan dit bericht:

(1) Weet Magazine: https://oud.weet-magazine.nl/probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie/.
(2) Logos Instituut: https://logos.nl/probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie-populairwetenschappelijk-tijdschrift-weet-belicht-probleem-voor-evolutietheorie/.
(3) De Atheïst: http://deatheist.nl/index.php/artikelen/668-creationisten-en-menselijke-evolutie.
(4) CVandaag: https://cvandaag.nl/80814-probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie?viacip=true.
(5) Newsletter Collector: https://newslettercollector.nl/newsletter/anne-en-arnan-wonen-in-een-busje-we-geloven-dat-god-dit-van-ons-vraagt/.
(6) Fundamentum: https://oorsprong.info/persbericht-probleemfossiel-zaagt-aan-stamboom-van-menselijke-evolutie/.

Overzicht van gepubliceerd naturalistisch-wetenschappelijk onderzoek van creationistisch paleontoloog dr. Marcus Ross naar Mosasauriërs en het Mesozoïcum

In 2006 promoveerde creationistische paleontoloog dr. Marcus Ross op de Mosasauriërs. Grote zeereptielen die ooit de Nederlandse Krijtzee domineerden. Dit promotieonderzoek ging niet zonder ophef. Immers, hoe kan een creationist promoveren op een naturalistisch onderzoek. Hierover hoop ik, als de Heere leven en gezondheid geeft, nog een keer over te schrijven. De bibliothecaris van de ‘University of Rhode Island’ was zo vriendelijk om het proefschrift van Ross in te scannen en te publiceren op de website van de universiteit. Het proefschrift heeft als titel: ‘Richness Trends of Mosasaurs (Diapside, Squamata) During the Late Cretaceous‘. Zijn promotieonderzoek was de reden om hem in 2021 uit te nodigen om te spreken over dit onderwerp op een congres over ‘Bijbel & Wetenschap‘.1 Zijn lezing heb ik samengevat in een artikel voor Weet Magazine2.3 Masterstudent geologie Willem Jan Blom heeft het onderzoek van Ross ook genoemd in zijn overzicht.4 Zijn overzicht is de aanleiding tot dit artikel en zorgt voor de drang om het méér compleet te maken. Daarom heb ik op deze website ook al twee overzichten gemaakt (zie voetnoot).5 Vandaag publiceer ik het overzicht rondom het onderzoek van dr. Marcus Ross naar Mosasauriërs en het Mesozoïcum. In tegenstelling tot Blom neem ik wel de abstracts van de naturalistisch-wetenschappelijke conferenties mee.6 Dit omdat je dan laat zien dat je de onderzoeksresultaten bloot wil stellen aan kritiek.

Wetenschappelijke artikelen vanuit het Mosasaurus-onderzoek

(2004) Ross, M.R., Stratigraphy and Analytic Paleontology of the Lowe Pierre Shale at Brown Ranch, Southwestern South Dakota, Proceedings of the South Dakota Academy of Science 83: 163-181.
(2006) Ross, M.R., Trans-Atlantic Correlations of Upper Cretaceous Marine Sediments: The Mid-Atlantic (USA) and Maastricht (Netherlands) Regions, Northeastern Geology and Environmental Science 28 (1): 34-44.
(2009) Ross, M.R, Charting the Late Cretaceous Seas: Mosasaur Richness and Morphological Diversification, Journal of Vertebrate Paleontology 29 (2): 409-416.
(2010) Ross, M.R., Hoesch, W.A., Austin, S.A., Whitmore, J.H., Clarey, T.L., Garden of the Gods at Colorado Springs: Paleozoic and Mesozoic sedimentation and tectonics, in: Morgan, L.A., Quane, S.L. (eds.), Through the Generations: Geological and Anthropogenic Field Excursions in the Rocky Mountains from Modern to Ancient, Geological Society of America Field Guide 18: 77-93.

Abstracts vanuit het Mosasaurus-onderzoek gepresenteerd op conferenties van de Geological Society of America

(2003) Ross, M.R., Cuffey, R.J., Chondrichthyan and Reptilian Fossils from the Upper Cretaceous Peedee Formation at Elizabethtown, Southeastern North Carolina, and Comparison to New Jersey Faunas, Geological Society of America Abstracts with Programs 35 (1): 66.
(2006) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Resolving Mosasaur (Diapsida, Squamata) Extinction Across the Atlantic, Geological Society of America Abstracts with Programs 38 (7): 401.
(2010) Ross, M.R., Integrative Approaches to Late Cretaceous Marine Biostratigraphy and Biogeography, Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5): 510.

Abstracts vanuit het Mosasaurus-onderzoek gepresenteerd op overige wetenschappelijke congressen

(2004) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Refining Global Mosasaur Biostratigraphy, Presented at the First Mosasaur Meeting.
(2004) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., Quantitative Approaches to Late Cretaceous Shallow-Marine and Shelf Stratigraphy of Marine Vertebrates, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(2007) Ross, M.R., Fastovsky, D.E., New Tools to Uncover Trends in Mosasaur Richness and Morphology Stratigraphically Correlated Assemblages, Presented at the Second Mosasaur Meeting.

Bachelor- en Mastertheses en Dissertaties vanuit het Mosasaurus-onderzoek

(1998) Ross, M.R., A Faunal Assemblage Study of the Peedee Formation, North Carolina, and Comparison with New Jersey Formations, Bachelorthesis Pennsylvania State University.
(2002) Ross, M.R., Stratigraphy and Paleontologic Resources of the Lower Pierre Shale at Brown Ranch, Masterthesis South Dakota School of Mines and Technology.
(2006) Ross, M.R., Richness Trends of Mosasaurus (Diapsida, Squamata) During the Late Cretaceous, Ph.D. Dissertation University of Rhode Island.

Voetnoten

‘Dit boek kan mensen helpen die worstelen met vragen over hun identiteit’ – Bespreking ‘Een transgender komt thuis’

Dit boek is een ervaringsverhaal. Laura Perry vertelt over de grote verandering die zij doormaakte. Het verhaal van een christelijke vrouw die als puber het geloof vaarwel zegt. Ze leidt een losbandig leven en slaat de weg in van transitie tot ‘man’.

Negen jaar lang leeft ze als transman in relatie met een transvrouw. God laat haar echter niet los en ze komt tot de verbijsterende conclusie dat ze een leugen heeft liefgehad. Op eerlijke wijze doet de auteur verslag van haar ervaringen. Ze komt thuis als een verloren dochter en wordt liefdevol opgevangen door haar ouders en kerkelijke gemeente. Een levensverhaal dat laat zien hoe groot de kracht van Gods genade is.

Het boek bevat een aantal belangrijke lessen. De jeugd van Laura bevat duidelijk elementen die bijdragen aan de ontwikkeling van genderdysforie: misbruik op jonge leeftijd, het gevoel afgewezen te worden door haar moeder, overgewicht, medische problemen, buitengesloten worden. De auteur is in staat om het thema, zo verbonden met haar levensgeschiedenis, op heldere wijze te analyseren. Opvallend is dat ze op een bepaald moment uitspreekt nooit eerder iets gehoord te hebben over geestelijke strijd, behalve dat je de Bijbel moet lezen en naar de kerk gaan. Ze omschrijft zichzelf als een vat vol tegenstrijdigheden. Ze stelt de vraag: ‘Wat als ze de tijd genomen hadden om er met mij over te praten? Zou ik dan ook de transgenderweg zijn ingeslagen?’

Aanvankelijk is ze enthousiast over de transitie, maar dat is van korte duur. Ze schrijft: ‘Hoewel we het niet wilden toegeven, werd duidelijk dat chirurgen weliswaar het uiterlijk kunnen veranderen, maar nooit het ingewikkelde functioneren, zoals God dat ontworpen heeft’. Gaandeweg dringt het inzicht door dat ‘overgang’ een verkeerde benaming is. Waarom willen transgenders altijd hun lichaam veranderen om het bij hun geest te laten passen, waarom willen ze nooit hun geest aanpassen aan hun lichaam? Eerst ziet ze zichzelf als ‘man van God’, maar ook dat moet ze loslaten om weer als vrouw te gaan leven. De waarheid dringt tot haar door dat ze eens voor God komt te staan en dat Hij haar nog steeds Laura blijft noemen en niet haar zelfopgelegde identiteit erkent. Een getuigenis van de kracht van Christus’ bloed.

Om eerlijk te zijn was ik niet bij voorbaat positief bij het lezen van dit boek. Waarom toch dat gevoel, heb ik mij afgevraagd. Is het vanwege een bepaalde moeite met de wijze waarop de transgenderdiscussie wordt gevoerd? Het heeft het karakter van een ideologische strijd gekregen die vaak via de media wordt gevoerd. Wat is de goede toon van het gesprek, zonder daarbij iets af te doen van de scheppingsorde en bijbelse visie op het huwelijk? Gaandeweg het lezen van het boek werd ik positiever. Het was belangrijk voor Laura dat mensen om haar heen altijd de waarheid bleven spreken over haar identiteit. God heeft een liefdevolle houding van andere vrouwen voor haar willen gebruiken. Het is goed dat Bijbels Beraad M/V dit getuigenis doorgeeft. Dit boek kan mensen helpen die worstelen met vragen over hun identiteit. Transitie is geen begaanbare weg en er is altijd een weg terug. Van belang is wel om een dergelijk heftig boek niet zomaar aan kwetsbare mensen in handen te geven, maar altijd vanuit betrokken pastorale begeleiding.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Kruijmer, G.H., 2023, Boekbesprekingen, De Waarheidsvriend 111 (3): 16.

Biologische argumenten voor evolutie – Ruben Jorritsma (MSc.) sprak op het congres ‘Geloof jij het?’ (2013)

Op 17 oktober 2013 sprak Ruben Jorritsma (MSc.) in Assen voor de congressenserie ‘Geloof jij het?‘ (2013). De titel van zijn lezing was ‘Biologische argumenten voor evolutie‘. Met dank aan Geloofstoerusting is deze video opgenomen en kunnen wij die hieronder delen.

Wil de juiste Adam opstaan alsjeblieft? – Dr. Willem Ouweneel over zijn boek ‘Adam, waar ben je?’

Dankbaar mag ik schrijven dat mijn boek over Adam uit is, mét de vraag die God hem ooit stelde: ‘Waar ben je?’ In het Hebreeuws zijn deze drie woorden slechts één woord: ‘ayyeká? In de antieke Griekse en Syrische vertalingen is de eigennaam aan deze vraag toegevoegd: ‘Adam, waar ben je?’ De vraag kan letterlijk opgevat worden: ‘Waar heb je jezelf verborgen?’, maar ook figuurlijk: ‘In welke toestand verkeer je?’ Uiteraard waren de antwoorden op beide vragen al aan God bekend. Maar Hij wilde dat de eerste mens zelf met de antwoorden zou komen.

In de titel van mijn boek heeft Gods vraag zowel een figuurlijke als een uitgebreide betekenis: Adam, waar kunnen we je vandaag vinden? Ben je verdwenen in de ‘bosschages’ van mythe, sage en archetype? Ben je verdwenen in een ‘bosschage’ dat zwaar beïnvloed is door het evolutiedenken, waarin je misschien nog wel ‘historisch’ bent, maar waarin je nauwelijks nog lijkt op het bijbelse plaatje? Of ben je nog steeds waar je duizenden jaren geweest bent: in de feitelijke wereld van de echte geschiedenis? Kunnen wij nog steeds vertrouwen wat Mozes, Jezus en Paulus ons over jou verteld hebben, of moeten we vandaag luisteren naar de stemmen van de ‘moderne wetenschap’ om te begrijpen wat zij bedoelden? Ben jij direct geschapen door God, misschien 6.000-10.000 jaar geleden, of ben je het product van miljoenen jaren evolutie?

Wil de juiste Adam opstaan alsjeblieft? Het is een beetje als het oude tv-spelletje: ‘Wie van de drie?’ Je kunt vandaag inderdaad kiezen uit (minstens) drie Adams:

(A) De Adam van de ‘vrijzinnige’ theologen; dat is de Adam die al vóór de opkomst van het moderne evolutionisme ontworpen werd: de mythische Adam, eventueel afgeleid van de oude Soemerische of Babylonische mythologie.

(B) De Adam van theologen die, als het om de hoofdpunten van het christelijk geloof gaat, ‘orthodox’ zijn, maar als het om Genesis 1-3 (of 1-11) gaat ‘vrijzinnig’. De meest progressieve leden van deze groep geven eigenlijk al helemaal niet meer om een of andere ‘historische’ Adam of een ‘historische’ zondeval. De meest behoudende leden van deze groep willen nog wel graag vasthouden aan een ‘historische’ Adam of ‘historische’ zondeval, alleen lijken die twee bitter weinig op de historische Adam en de historische zondeval zoals we die uit de Bijbel kennen.

(C) De Adam van orthodoxe theologen die niet alleen vasthouden aan de hoofdpunten van het christelijk geloof, maar ook aan de historiciteit van Genesis 1-3 (of 1-11). Dat begrip ‘historisch’ is nog best lastig; daar besteed ik in mijn boek dan ook een heel hoofdstuk aan. Maar het betekent op z’n minst dat men Genesis 1-11 leest ongeveer zoals Jezus en Paulus dat lazen.

Aanhangers van (A) en (B) citeren Paulus vaak uitvoerig en zetten hem daarbij graag weg als ‘kind van zijn tijd’, die wat de oudste geschiedenis betreft ook niet beter wist. En dat geeft niet, redeneert men, want dat raakt verder helemaal niet de kern van het christelijk geloof. Met andere woorden: je kunt best een aanhanger van (B) zijn en toch ‘orthodox’!

Tja, Paulus kun je misschien op zo’n manier wegzetten, maar Jezus (de Logos door wie God alles geschapen heeft!) niet. Jezus plaatste Adam en Eva aan het ‘begin van de schepping’ (Mark. 10:6). Kennelijk was er voor Jezus geen enorme tijdsspanne tussen Genesis 1:1 (het begin van de wereld) en vers 26-28 (de schepping van Adam en Eva). Het ‘begin van de schepping’ viel min of meer samen met het begin van de menselijke geschiedenis; er waren maar vijf dagen tussenin, geen miljarden jaren. Dit is een bekend argument van jonge-aarde-creationisten, en het is moeilijk de kracht ervan over het hoofd te zien. Het enige tegenargument zou zijn dat wij niet te veel in Jezus’ woorden moeten lezen omdat Hij het hier niet heeft over het thema van oorsprongen als zodanig, maar over het thema van huwelijk en echtscheiding. Toch kunnen we ons afvragen of Jezus ooit iets zomaar terloops zei. Zou het niet zo kunnen zijn dat Jezus gewoon dezelfde visie op Genesis 1 hanteerde die Joden en christenen eeuwenlang gehanteerd hebben? Bedenk: de Logos was erbij toen de wereld geschapen werd.

Jezus sprak ook over Satan en zijn rol bij de val van de eerste mensen; Hij zei tegen zijn opponenten: ‘U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan’ (Joh. 8:44). Satan wordt een moordenaar en een leugenaar genoemd omdat hij met zijn leugens Adam en Eva de geestelijke dood bezorgde (vgl. Gen. 2:17; 3:4). Let in Johannes 8:44 weer op de uitdrukking ‘het begin’: vanaf het begin van de geschiedenis openbaarde Satan zich als een moordenaar en een leugenaar. Met andere woorden: Adams val vond plaats aan het begin van de menselijke geschiedenis, of zelfs aan het begin van de wereldgeschiedenis. Kennelijk was het voor Jezus vanzelfsprekend; er waren geen miljarden jaren tussen Genesis 1 en Genesis 3 – zelfs niet een paar jaar.

Voor alle duidelijkheid: dit is een theologisch boek, niet een natuurwetenschappelijk boek (al ben ik naast theoloog ook bioloog). Mijn punt is niet zozeer of de algemene evolutietheorie aanvaardbaar is of niet (al heb ik mijn ernstige biologische twijfels op dit punt). Mijn punt is dit: als je de evolutietheorie aanvaardt, kun je dan het orthodoxe christendom overeind houden? Mijn antwoord is nee. In het boek gebruik ik zo’n 350 pagina’s om dit degelijk te onderbouwen. Lees maar na!

Het boek is hier verkrijgbaar via de uitgever Buijten & Schipperheijn, zowel in paperback- als in hardcoverversie.

Eerder verscheen op deze website zijn artikel met als titel ’14 uitdagingen aan hen die geloven dat Adam een geëvolueerde aapmensachtige was’. Dit artikel is hier te lezen. Zijn tweede artikel dat raakvlakken heeft met deze discussie draagt de titel ‘Tien stellingen over schepping, evolutie, Adam en de zondeval’. Dit artikel is hier te lezen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Onderzoek naar de aquatische oorsprong van de Coconino Sandstone in naturalistisch-wetenschappelijke tijdschriften en op naturalistisch-wetenschappelijke conferenties – Een overzicht

Masterstudent aardwetenschappen Willem Jan Blom houdt op zijn website een overzicht bij van ‘creationistisch geologisch onderzoek’ in naturalistisch-wetenschappelijke tijdschriften. Hoewel dit overzicht van Blom verre van compleet is, is het goed om een dergelijk overzicht bij te houden.1 Vandaag plaatsten we een presentatie van dr. John Whitmore over de Coconino Sandstone.2 Dit is een onderzoek dat met tussenpozen al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw bezig is. Ook Willem Jan Blom noemt in zijn overzicht dit onderzoek. Hieronder, net als het ‘Dinosaur Research Project’ van dr. Arthur Chadwick3, een overzicht van papers, abstracts op naturalistische conferenties en theses waartoe dit Coconino-onderzoek geleid heeft.

Wetenschappelijke artikelen vanuit het Coconino-onderzoek

(1979) Brand, L.R., Field and laboratory studies on the Coconino Sandstone (Permian) vertebrate footprints and their paleoecological implications, Palaeogeographym Palaeoclimatology, Palaeoecology 28: 25-38.
(1991) Brand, L.R., Tang, T., Fossil vertebrate footprints in the Coconino Sandstone (Permian) of northern Arizona: Evidence for underwater origin, Geology 19 (12): 1201-1204.
(1992) Brand, L.R., Reply to comments on ‘fossil vertebrate footprints in the Coconino Sandstone (Permian) of northern Arizona: Evidence for underwater origin, Geology 20 (7): 668-670.
(1996) Brand, L.R., Kramer, J., Underprints of vertebrate and invertebrate trackways in the Permian Coconino Sandstone in Arizona, Ichnos 4 (3): 225-230.
(1996) Brand, L.R., Variations in Salamander Trackways resulting for substrate differences, Journal of Paleontology 70 (6): 1004-1010.
(2010) Whitmore, J.H., Strom, R., Sand injectites at the base of the Coconino Sandstone, Grand Canyon, Arizona (USA), Sedimentary Geology 230 (1-2): 46-59.
(2015) Maithel, S.A., Garner, P.A., Whitmore, J.H., Preliminary assessment of the petrology of the Hopeman Sandstone (Permo-Triassic), Moray Firth Basin, Scotland, Scottish Journal of Geology 51 (2): 177-184.
(2016) Anderson, C.J., Struble, A., Whitmore, J.H., Abrasion resistance of muscovite in aeolian and subaqueous transport experiments, Aeolian Research 24: 33-37.
(2019) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., A methodology for disaggregation and textural analysis of quartz-cemented sandstones, Journal of Sedimentary Research 89 (7): 599-609.
(2021) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Characterization of hard-to-differentiate dune stratification types in the Permian Coconino Sandstone (Arizona, USA), Sedimentology 68 (1): 238-265.
(2021) Brand, L.R., Maithel, S.A., Small-Scale Soft-Sediment Deformation Structures in the Cross-Bedded Coconino Sandstone (Permian; Arizona, United States); Possible Evidence for Seismic Influence, Frontiers in Earth Science 9: 723495.

Abstracts vanuit het Coconino-onderzoek gepresenteerd op conferenties van de Geological Society of America

(1999) Whitmore, J.H., Peters, R.A., Reconnaissance study of the contact between the Hermit Formation and the Coconino Sandstone, Grand Canyon, Arizona, Geology Society of America Abstrats with Programs 31 (7): 235.
(2004) Whitmore, J.H., An alternative to the mud crack origin for sand-filled cracks at the base of the Coconino Sandstone, Grand Canyon, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 36 (5): 55.
(2005) Whitmore, J.H., Strom, R., Sandstone clast breccias, homogenized sand, and sand intrusions: evidence of substratal liquefaction in the basal Coconino Sandstone (Permian), Grand Canyon, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 37 (7): 440.
(2009) Baechtle, K.P., Whitmore, J.H., Characterization of sand in the Nebraska sandhills, Geological Society of America Abstracts with Programs 41 (7): 119.
(2009) Cheung, S.P., Strom, R., Whitmore, J.H., Garner, P.A., Occurrence of dolomite beds, clasts, ooids and unidentified microfossils in the Coconino Sandstone, Northern Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 41 (7): 119.
(2009) Whitmore, J.H., Strom, R., Petrographic analysis of the Coconino Sandstone, Northern and Central Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 41 (7): 122.
(2010) Cheung, S.P., Strom, R., Whitmore, J.H., Widespread dolomite in the Coconino Sandstone, Arizona, USA, Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5): 108.
(2010) Maithel, S.A., Whitmore, J.H., Textural analysis of the Coconino Sandstone, Chino Point, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5): 426.
(2010) Whitmore, J.H., Strom, R., Textural trends in the Coconino Sandstone, central and northern Arizona, USA, Geological Society of America Abstracts with Programs 42 (5): 428.
(2011) Emery, M.K., Maithel, S.A., Whitmore, J.H., Can compaction account for lower-than-expected cross-bed dips in the Coconino Sandstone (Permian), Arizona?, Geological Society of America Abstracts with Programs 43 (5): 430.
(2011) Whitmore, J.H., Forsythe, G., Strom, R., Garner, P.A., Unusual bedding styles for the Coconino Sandstone (Permian), Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 43 (5): 433.
(2011) Garner, P.A., Whitmore, J.H., What do we know about marine sand waves? A review of their occurrence, morphology and structure, Geological Society of America Abstracts with Programs 43 (5): 596.
(2012) Whitmore, J.H., Forsythe, G., Garner, P.A., Significance of parabolic recumbent folds in Permian Rocks, Sedona, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 44 (7): 556.
(2013) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Morphology of Avalanche beds in the Coconino Sandstone at Chino Wash, Seligman, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 45 (7): 126.
(2013) Anderson, C.J., Struble, A., Whitmore, J.H., Cheney, M., Micas in cross-bedded sandstones and their abrasional trends, Geological Society of America Abstract with Programs 45 (7): 128.
(2014) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., ‘Ripple Marks’, ‘Slump features’, and ‘Rainprints’ in the Coconino Sandstone near Ash Fork, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 46 (6): 768.
(2015) Anderson, C.J., Whitmore, J.H., Reinterpretation of Mt. Nebo Pointe sand injectite complex, Pittsburgh, PA, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 584.
(2015) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Morphological analysis of ‘grainflow’ cross-strata in the Coconino Sandstone (Permian), Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 47 (7): 589.
(2016) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Using textural trends to interpret cross-bed depositional processes in the Coconino Sandstone (Permian), Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 48 (7).
(2017) Brand, L.R., Maithel, S.A., Soft-sediment deformation features in the Permian Coconino Sandstone, Arizone, possibly produced by seismic activity, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6).
(2017) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Along-dip textural trends in the Permian Coconino Sandstone from thin section and laser diffraction particle analysis, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6).
(2017) Whitmore, J.H., Strom, R., Rounding of K-feldspar and quartz sand grains from beach to dune environments: implications for ancient sandstones, Geological Society of America Abstracts with Programs 49 (6).
(2018) Clendenon, C.L., Brand, L.R., Experimental trackways of isopods and millipedes under subaerial and subaqueous conditions: Paleoenvironmental implications for ichnites in fine-grained sandstone, Geological Society of America Abstracts with Programs 50 (6).
(2018) Brand, L.R., Polygonal cracks on bounding surfaces in the Permian Coconino Sandstone, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 50 (6).
(2018) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., New insights on cross-bed facies in the Permian Coconino Sandstone (Arizona, USA) from high-resolution scans and scanning electron microscopy, Geological Society of America Abstracts with Programs 50 (6).
(2019) Brand, L.R., Shear and clay drapes between cross-beds in the Permian Coconino Sandstone, Arizona, Geological Society of America Abstracts with Programs 51 (5).
(2019) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Differentiating the undifferentiatable? A classification of hard-to-distinguish dune stratification types in the Permian Coconino Sandstone, Geological Society of America Abstracts with Programs 51 (5).
(2019) Whitmore, J.H., Garner, P.A., Strom, R., Unexpected discoveries in the Coconino Sandstone (Permian, Arizona), Geological Society of America Abstracts with Programs 51 (5).
(2021) Maithel, S.A., Brand, L.R., Whitmore, J.H., Characterizing variation among prints interpreted as ‘raindrop impressions’ in the Permian Coconino Sandstone (Northern Arizona, USA), Geological Society of America Abstracts with Programs 53 (6).
(2021) Clendenon, C.L., Brand, L.R., Experimental trackways of scorpions, tarantulas, and crayfish under subaerial and subaqueous conditions: implications for determing water content of fine sand at the time of trackway, Geological Society of America Abstracts with Programs 53 (6).
(2021) Whitmore, J.H., A comparison of dip angles from ancient cross-bedded sandstones and modern eolian dunes, Geological Society of America Abstracts with Programs 53 (6).
(2022) Maithel, S.A., Nick, K.E., Brand, L.R., Freeze drying as a method for preparing randomly oriented clay mounts for x-ray diffraction (XRD) analysis, Geological Society of America 54 (5).

Abstracts vanuit het Coconino-onderzoek gepresenteerd op overige wetenschappelijke congressen

(1977) Brand, L.R., Coconino Sandstone (Permian) fossil vertebrate footprints – paleoecologic implications, AAPG Program and Abstracts: 66-67.
(1991) Brand, L.R., The influence of substrate characteristics on vertebrate trackways: Implications for systematic study on fossil tracks, Presented at the meeting of the Society of Vertebrate Paleontology (SVP).
(1992) Brand, L.R., Kramer, J., Underprints of vertebrate and invertebrate trackways in the Coconino Sandstone (Permian) in Northern Arizona, The Paleontological Society Special Publications 6: 33.
(2016) Whitmore, J.H., Preliminary correlation and isopach map of the Pennsylvanian and Permian Sandstones of the western United States, Cedarville University Research and Scholarship Symposium.

Bachelor- en Mastertheses en Dissertaties vanuit het Coconino-onderzoek

(1977) Emtage, M.A., Modern invertebrate footprints compared with fossil footprints from the Coconino Sandstone (Permian), Masterthesis Loma Linda University.
(2019) Maithel, S.A., Characterization of cross-bed depositional processes in the Coconino Sandstone, Ph.D. Dissertation Loma Linda University.

Voetnoten

‘The Coconino and Tapeats Sandstones: Research in the Grand Canyon continues to support the Young Earth Model’

In het najaar van 2022 sprak dr. John Whitmore op de ‘A Flood of Evidence‘-conferentie in Californië. Hij sprak daar over zijn onderzoek (met anderen) naar de Coconino Sandstone en de Tapeats Sandstone in de Grand Canyon. Wat ons betreft één van de paradepaardjes van creationistisch onderzoek en passend bij onze aanbeveling van de wijze van onderzoek doen. Daarom delen we hieronder, met dank aan het YouTube-kanaal Engage Truth, deze lezing. Veel zegen bij het kijken!

Vier theïstisch evolutionisten reageren op prof. Ouweneel

Vorige week verscheen een interview met prof. Ouweneel (ND 18-5-2018). Direct reageerden drie biologen en een fysicus op enkele woorden in dit interview (ND 19-5-2018). Het eerste dat opvalt is dat zij daarin het nieuwste boek van Ouweneel niet noemen en daarmee niet reageren op het hoofdonderwerp van het interview.

Dat boek gaat ten diepste niet om de evolutietheorie, maar over de vraag of het orthodox-christelijk geloof overeind kan blijven bij het accepteren van de menselijke evolutie zoals deze door naturalisten geïnterpreteerd wordt. Het tweede dat opvalt is dat de reactie geen inhoud bevat, maar slechts een evolutionaire geloofsbelijdenis en een machtswoord. Ze schrijven namelijk dat zij “als wetenschappers (…) goed op de hoogte [zijn] van de aanwijzingen voor evolutie” en dat deze “aanwijzingen (…) talrijk en overtuigend [zijn]”. Universele Gemeenschappelijke Afstamming over Deep Time is sterk aanvechtbaar en het theïstisch evolutionisme is zowel theologisch, filosofisch als wetenschappelijk bankroet.

Neem bijvoorbeeld de snelle radiatie van de dinosaurussen. Deze beesten verschijnen plotseling in het fossielenarchief en nemen zeer snel in aantal en vorm toe. Of zoals een persbericht aangaf: “Eerst waren er geen sporen van dinosaurussen en toen waren er veel.” Er is geen mechanisme om deze explosieve toename van dinosaurussen in zo’n korte tijd te verklaren, om nog maar te zwijgen over de ontbrekende voorouders van deze ‘vroege’ dinosaurussen. Dit voorbeeld kan nog met talloze voorbeelden worden uitgebreid.

Universele Gemeenschappelijke Afstamming is onderdeel van een interessante ontstaansmythe, net als de scheppingsmythen van de Babyloniërs en andere oude volkeren, maar ze is daarmee nog geen realiteit. Verdiepen in tegenargumenten kan daarom geen kwaad (dat kan door bijvoorbeeld te beginnen met het lezen van deze drie boeken: ‘Theistic Evolution’ van Moreland et al., ‘Replacing Darwin’ van Jeanson en ‘Zombie Science’ van Wells).

De geleerden dienen met argumenten te komen in plaats van met het uitspreken van een geloofsbelijdenis en een machtswoord. Dat laatste gaat namelijk niet werken en zeker niet bij de driemaal gepromoveerde Ouweneel. Zijn boek gaat over een historische Adam als eerste mens. Daar moet de discussie ‘Ouweneel-2018’ over gaan. Want waar je een historische Adam ook wil plaatsen op de tijdlijn van de vermeende evolutionaire geschiedenis, overal brengt het grote problemen met zich mee en ondergraaft het de fundamenten van het christelijk geloof. En dat heeft prof. Ouweneel heel goed gezien!

Dit artikel is ter publicatie aangeboden aan het Nederlands Dagblad, maar afgewezen. De opinieredactie gaf aan de discussie nu niet opnieuw te willen voeren.

Het artikel werd geschreven in 2018.