Home » 2021 » december

Maandelijkse archieven: december 2021

PERSBERICHT: Dit zijn de 10 boeiendste wetenschapsnieuwtjes uit 2021 voor christenen – Weet Magazine stelt jaarlijkse lijst op

Waddinxveen, 27 december 2021 – De wetenschap heeft niet stilgestaan in 2021. Keer op keer zijn er wetenschappelijke ontdekkingen gedaan die relevant zijn voor christenen die geloven in de waarheid van de Bijbel. Daarom heeft het christelijke populairwetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine opnieuw haar jaarlijkse lijst met de tien meest interessante vondsten of wetenschapsnieuwtjes opgesteld.

1. Gideon was here

In Israël is een potscherf gevonden met daarop de naam ‘Jerubbaäl’, de bijnaam van richter Gideon. Israëlische archeologen hebben deze scherf gedateerd op 1100 v.Chr., de tijd van het Bijbelboek Richteren (Rechters). Of deze Jerubbaäl dezelfde is als de richter Gideon is niet met zekerheid te zeggen. Wel laat dit zien dat de Bijbel de naam Jerubbaäl in de juiste tijd heeft geplaatst, wat pleit voor de betrouwbaarheid van het Bijbelse verslag.

2. Aapachtige voorouder valt uit evolutieboom

Evolutionisten zagen het fossiel van Sahelanthropus tchadensis, een aapachtig wezen, lange tijd als de oudste menselijke voorouder. De soort zou zelfs rechtop hebben gelopen. Maar nieuw onderzoek naar het dijbeen van S. tchadensis knikkert deze ‘voorouder’ uit de menselijke stamboom. Het dijbeen bleek helemaal niet geschikt te zijn om rechtop te lopen. De onderzoekers concludeerden daarom dat hij mogelijk helemaal geen menselijke voorouder was. Dat is niet gek voor als je in de Bijbel gelooft: mens en aap delen helemaal geen voorouder, maar zijn apart door God geschapen.

3. Mozes’ alfabet ontdekt?

Volgens de Bijbel was Mozes de schrijver van de eerste vijf Bijbelboeken. Veel wetenschappers beweren wat anders. Volgens hen kan Mozes Genesis tot en met Deuteronomium niet geschreven hebben, omdat er in zijn tijd nog geen Hebreeuws schrift bestond. Er is dit jaar echter een potscherf in Israël gevonden uit de 15e eeuw v. Chr. Op de scherf staan letters die een voorloper lijken te zijn van het Paleohebreeuws (het Hebreeuwse schrift dat vanaf de 10e eeuw v.Chr. werd gebruikt). Dat betekent dat Mozes wel degelijk een vorm van Hebreeuws schrift kan hebben gekend en gebruikt om de eerste vijf Bijbelboeken op schrift te stellen.

4. 90% overgroeit genderdysforie

Sommige mensen hebben het gevoel dat het ‘niet klopt’ dat ze geboren zijn als meisje of jongen. Dit heet genderdysforie. De ‘oplossing’ luidt nogal eens om dan maar (soms al aan het begin van de tienerjaren) puberteitsblokkers in te zetten en geslachtsveranderende operaties te laten uitvoeren. Een studie die eerder dit jaar verscheen, laat echter zien dat 90% van de jongens die op jonge leeftijd genderdysforie hadden, daar later (rond hun 20e) geen last meer van hebben. Het uitvoeren van onomkeerbare operatie (of slikken van hormonen) kan dus een grote fout zijn.

5. Buitenbijbelse schrijvers noemen drie-urige duisternis

De drie uur durende duisternis tijdens de kruisiging van Jezus wordt door drie evangelisten beschreven. Wat minder bekend is, is dat je die donkere uren ook tegenkomt bij vroege historici. De historicus Sextus Julius Africanus (160-240 n.Chr.) schreef bijvoorbeeld: ‘Over de hele wereld drukte een zeer angstaanjagende duisternis; en de rotsen werden door een aardbeving gescheurd, en vele plaatsen in Judea en andere districten werden verwoest.’ Africanus schuift ook een citaat van de Griekse historicus Phlegon (2e eeuw) naar voren. Die schreef dat er in de tijd van Tiberius Caesar, die regeerde van 14 tot 37 n.Chr., een volledige verduistering was van 12 uur tot 3 uur ’s middags, ‘zodat er zelfs sterren aan de hemel verschenen.’

6. Verwoestte een meteoriet Sodom en Gomorra?

Vlak bij de Dode Zee is op gesteente het mineraal allabogdaniet aangetroffen. Dat kom je normaal gesproken alleen tegen in ijzermeteorieten, en wordt alleen onder grote druk gevormd. De onderzoekers geven aan dat „er maar weinig omstandigheden op aarde zijn waarbij zo’n hoge druk wordt bereikt.” Een situatie waarin dat kan is tijdens een grote meteorietinslag. Maar er zijn volgens deze onderzoekers geen aanwijzingen dat die in dit gebied heeft plaatsgevonden. „Mogelijk is er, als het om de geologische geschiedenis van het Dode Zee-gebied gaat, toch iets wat we nog niet weten.” Ging de verwoesting van Sodom en Gomorra gepaard met meteorietinslagen en is allabogdaniet daar het restant van? Dat zou goed in het Bijbelse plaatje passen.

7. Opgeslokt als Jona

Een Amerikaanse kreeftenvisser zegt dat hij is opgeslokt door een walvis en daarna uitgespuugd. ‘Ik was aan het duiken naar kreeften toen een bultrug me probeerde op te eten,’ schrijft Michael Packard (56) op sociale media. ‘Ineens werd het pikkedonker. Ik dacht dat ik doodging. Ik heb wat blauwe plekken, maar geen gebroken botten.’ Packard kon ademen door de persluchtfles die hij nog meedroeg. Hij denkt dat hij 30 seconden in de bek vastzat. ‘Ik zag licht en toen begon hij met zijn kop te schudden. Voordat ik het wist, lag ik weer in het water.’ Packard werd gered door zijn collega’s. Dit voorval doet direct denken aan de geschiedenis van Jona, al zat die natuurlijk veel langer opgesloten, en zat die waarschijnlijk in een ander dier dan een walvis.

8. Kans op psychische schade na abortus

Uit een onderzoek onder 784 Amerikaanse vrouwen dit jaar bleek dat voor 38% van de vrouwen die abortus willen laten plegen, de zwangerschap gewenst (maar verkeerd getimed) was. Dat is een opmerkelijk hoog percentage. In eerder onderzoek was dit slechts 20%. Ook gaf 58% aan psychologische stress te ervaren door een zekere mate van emotionele binding met het kindje. Een andere studie liet zien dat tot 64% van de aborterende vrouwen zich door de omgeving onder druk gezet voelt worden om een abortus te laten plegen. Deze vrouwen lopen een verhoogd risico op negatieve emotionele reacties na de abortus.

9. Verse dinozenuwen

Mark Armitage, een christelijke wetenschapper, doet al jaren onderzoek naar zacht weefsel in dinobotten. Zulk weefsel is een groot probleem voor de evolutietheorie, omdat er na al die miljoenen jaren die dinobotten oud zouden moeten zijn, geen greintje vers weefsel meer in aanwezig zou moeten zijn. Dat het tegenovergestelde het geval is, laat zien dat de reuzenreptielen helemaal niet zo lang geleden zijn uitgestorven als altijd gedacht wordt. Ook dit jaar heeft Armitage weer een bijzondere ontdekking gedaan: uit het achterhoofdsbeen van een Triceratops haalde hij zenuwbundels die zo vers waren dat ze leken op de zenuwbundels van een pas geslachte kip!

10. Garderobe van koning David

In het zuiden van Israël zijn dit jaar een paar stukjes koninklijk purperen stof gevonden – uit de tijd van koning David. Purperen kleding was ontzettend duur, en daardoor alleen voor de elite weggelegd. Stof die je daarmee verfde was zijn gewicht letterlijk tien tot twintig keer in goud waard. “We kunnen niet zeggen van wie de stoffragmenten waren, maar als we de kleerkast van David of Salomo konden openen, zouden we zeker kleding aantreffen die in deze kleur was geverfd”, aldus een medewerker van de Israëlische Antiquiteitenautoriteit.

Deze (wetenschaps)nieuwtjes stonden eerder in uitgebreidere versie in Weet Magazine, een tweemaandelijks verschijnend populairwetenschappelijk tijdschrift dat nieuws uit de natuur, techniek en wetenschap beschrijft vanuit een christelijk perspectief. Abonnee worden kan via de website van Weet Magazine.

Top-10 van meest gelezen artikelen op ‘Oorsprong’ in 2021

Het jaar 2021 is alweer ten einde. Nog enkele uren en dan hopen we samen een nieuw jaar te beginnen. Het is een veelbewogen jaar geweest, met hoogte- en dieptepunten. Op 18 maart 2021 begonnen we met de nieuwe website van Fundamentum en sindsdien verschenen er maar liefst 625 artikelen op deze website. Welke artikelen zijn het meest gelezen dit jaar?

Top-10

  1. Homo-activist Leon Houtzager draaft door – Ds. Kort moet nog dieper door het stof (Met 2.605 weergaven).
  2. Ds. Kort door Gerechtshof opgeroepen voor hoorzitting – Een tweede aangifte tegen de Oud Gereformeerde predikant (Met 1.369 weergaven).
  3. Livestream congres 2021 (Met 1.173 weergaven).
  4. “We gaan niet nog een keer vier jaar traineren” – Via Dolorosa en het beleid van D66 (Sigrid Kaag) (Met 928 weergaven).
  5. Finse politicus, Päivi M. Räsänen, spreekt zich uit tegen praktiserende homoseksualiteit en riskeert gevangenisstraf – Vrijheid van meningsuiting en godsdienst in het geding (Met 811 weergaven).
  6. Tien tips voor als je in een zesdaagse schepping gelooft (Met 663 weergaven).
  7. Wat iedere christen moet weten over ons immuunsysteem (juist in coronatijd) (Met 572 weergaven).
  8. “Adam niet geleerd, Christus niet begeerd” – Interview met Gereformeerd Venster (Met 570 weergaven).
  9. Heeft Leon Houtzager ds. Kort met de dood bedreigd? – Nee, hij heeft daar zelfs afstand van genomen (Met 477 weergaven).
  10. EU behandelt christelijke natie Hongarije kwalijk (Met 468 weergaven).

Cel- en ontwikkelingsbioloog dr. Nathaniel Jeanson komt met een nieuw boek over de genetische geschiedenis van de mensheid

De internationale creationistische organisatie Answers in Genesis liet deze week weten dat cel- en ontwikkelingsbioloog dr. Nathaniel T. Jeanson volgend jaar met een nieuw boek komt.1 Het boek krijgt de titel ‘Traced – Human DNA’s Big Surprise’ en gaat over de genetische geschiedenis van de mensheid. Het boek zal in 2022 verschijnen maar is nu al als ‘preorder’ te bestellen via de webshop van Answers in Genesis.2

Replacing Darwin

Dr. Jeanson schreef in 2017 het boek ‘Replacing Darwin’ waarin de geleerde betoogde dat Darwins ‘Origin of Species’ nu ondertussen wel verouderd is en vervangen dient te worden door een creationistisch alternatief. In 2019 verscheen een vereenvoudigde versie hiervan onder de titel ‘Replacing Darwin – Made Simple’. In Europa is Jeanson bekend vanwege de Poolse vertaling van ‘Replacing Darwin – Made Simple’: ‘Zamiast Darwina’.3 In 2022 dus een nieuw boek van deze geleerde: ‘Traced’.

Inhoud ‘Traced

In het verleden heeft dr. Nathaniel Jeanson over de genetische geschiedenis van de mensheid een vijfentwintigdelige videoserie gemaakt. Deze informatie, aangevuld met nieuw onderzoek, vormt het nieuwe boek ‘Traced’.4 Wat er precies allemaal in het boek staat blijft voor ons nog verborgen, maar de achterkant licht wel een tipje van de sluier op. Het gaat over de nieuwste genetische ontdekkingen aangaande de verschillende bevolkingsgroepen en hun herkomst. De oorspronkelijke bewoners van Amerika, bijvoorbeeld, zijn terug te voeren tot mensen die aan het begin van onze jaartelling vanuit centraal-Azië naar Amerika vertrokken zijn. Volgens Jeanson zijn óók de nakomelingen van Abraham, Izak en Jacob duidelijk aanwijsbaar. De auteur claimt zelfs dat iedere bevolkingsgroep uiteindelijk genetisch tot Noach, zijn drie zonen en hun vrouwen terug te voeren is. Volgens Ken Ham, de directeur van Answers in Genesis, heeft dr. Jeanson ‘de Rosettasteen van de geschiedenis van de mensheid’ ontdekt. Dat komt, zo geeft Ham aan, doordat dr. Jeanson de Bijbel als uitgangspunt voor de ware geschiedenis heeft genomen. Het boek bevat naast deze aanbeveling van Ken Ham ook aanbevelingen van historicus dr. Steven E. Woodworth, Joe Owen (van AiG Latin America), Simon Turpin (van AiG UK/Europe) en linguïst dr. Les Bruce. Het boek telt meer dan 400 pagina’s en is zoals gezegd hier voor een schappelijke prijs als ‘preorder’ te koop in de webshop van Answers in Genesis.5 Het is aan te raden dat Nederlandstalige biologen en andere geïnteresseerden het boek ook lezen en de inzichten van dr. Jeanson verwerken, bekritiseren en bediscussiëren. We zien er naar uit het boek te lezen!

Voetnoten

Fundamentum heeft een eigen Facebook-pagina

Al enkele maanden is Fundamentum met een eigen pagina actief op Facebook. De pagina begon als privé-initiatief van Jan van Meerten, maar is momenteel vormgegeven als officiële Facebook-pagina van Fundamentum. De pagina is hier te vinden. U kunt daar onder de berichten discussiëren over de inhoud van de artikelen. Doe dat, alstublieft, wel netjes. Het geven van een reactie overigens ook mogelijk onder het artikel ‘Hier mag u uw hart luchten‘ (zie daarvoor deze link).

De indeling luidt:

Fundamentum is een Nederlandstalige organisatie die uitgaat van het klassieke scheppingsgeloof. Dit geloof is niet in tegenspraak met wetenschap. Integendeel leidt het tot een scheppingsparadigma waar catastrofen een belangrijke plaats innemen. Fundamentum zet zich in voor de opbouw van een creationistisch wereldbeeld en is als organisatie actief binnen de thema’s ‘geloof en wetenschap’, ‘apologetiek’ en ‘medische ethiek’. Onder de berichten die op deze pagina worden geplaatst is vrije discussie mogelijk. Deze berichten zullen twee maanden na datum worden gearchiveerd en indien nodig worden beantwoord middels een artikel. We hopen zo het debat te kunnen stroomlijnen en alle bezwaren serieus te overwegen en zo nodig te beantwoorden of te weerspreken.

DUPLO laat mensen en dino’s samenleven – Bespreking van het LEGO-DUPLO-pakket 10939

Veel kinderen zijn gefascineerd door dinosauriërs. Deze dino-liefde begint vaak al vroeg. Sommige christelijke ouders houden hun kinderen uit bescherming weg bij deze ‘monsters’. Hoewel goed bedoeld, is dat niet nodig en ik denk zelfs schadelijk. Beter kunnen deze prachtige schepsels van God verklaard worden vanuit het scheppingsparadigma. Als er tenminste materiaal voor handen is kan dat al vroeg. Helaas gaat het meeste lesmateriaal, maar ook veel speelgoed uit van het naturalistische raamwerk. LEGO DUPLO doet dat gelukkig niet, die laat zelfs mensen en dino’s samenleven.

Jurassic World

Zowel op de doos als in het instructieboekje zijn geen sporen te vinden van de naturalistische natuurfilosofie. Het instructieboekje geeft slechts een bouwinstructie en maakt op het tweede blad reclame voor ander DUPLO-speelgoed. De plaatjes op de doos laten zien hoe je met dit pakket kan spelen en welke varianten je kunt verzinnen in het spel.1 De makers van DUPLO hebben zich laten inspireren door Jurassic World, een ‘Science Fiction’-filmserie, waarin de oorspronkelijke gedachte van een dinodierentuin met levende dino’s (gefabriceerd uit gevonden dino-DNA) mislukt. De dino’s breken uit en de gevolgen zijn niet te overzien: het complete eiland moet geëvacueerd worden en de dino’s heersen domineren op het eiland.

De inhoud

In het pakket zien we blokjes om een toegangsboog te maken. Om het extra spannend te maken zijn er ook vlammen bijgeleverd, die als fakkels op de boog staan. Het pakket bevat ook twee witte hekjes om de dino’s achter te houden, een palmboom en vier bloemen die (door ze op elkaar te stapelen) samen twee struiken vormen. De bijgeleverde dino’s zijn Tyrannosaurus rex (een vleesetende dino) en Triceratops horridus (een plantenetende dino). In het voorgestelde spel breken deze dino’s samen uit. Als laatste bevat het pakket een motor met daarop Owen Grady, de gedragsbioloog die speelt in de serie Jurassic World.2

Ten slotte

Uiteraard is Jurassic World fantasie en voorlopig nog onmogelijk3, maar het is goed dat dergelijk speelgoed bestaat. Dit om richting de kinderen aan te geven dat dino’s en mensen samengeleefd kunnen hebben. Niet in de fantasiewereld, maar in lang vervlogen tijden. Sowieso vóór de zondvloed, maar hoogstwaarschijnlijk ook daarna. Het pakket is, in tegenstelling tot de pakketten van de grote LEGO-broer, niet heel erg duur. In ieder geval betaalbaar voor een modaal huishouden met één of meerdere kinderen.

Voetnoten

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’.

‘The Inner Life of the Cell’ – Een toonbeeld van Intelligent Design

Hoe werkt een levende cel? Dat is indrukwekkend en niet in woorden uit te drukken. Een toonbeeld van Intelligent Design. Hieronder delen we een video waarbij dit zichtbaar wordt. ‘The Inner Life of the Cell’. Verwonder en geniet!

‘God is mijn toevlucht’ – Het vieren van Gods schepping in 2021 met CORE Academy of Science

Van 30 september 2021 tot en met 2 oktober 2021 organiseerde CORE Academy of Science1 een digitale conferentie met korte inhoudelijke video’s van onderwerpen die te maken hebben met het scheppingsparadigma.2 Vorig jaar waren we ook (digitaal) aanwezig op deze meerdaagse conferentie. Het verslag hiervan is ook op deze website gepubliceerd.3 Ook dit jaar was deze conferentie de moeite waard. Iedere dag werd op de gebruikelijke wijze geopend met een woord van welkom of een andersoortige introductie door dr. Todd C. Wood4. Daarna werd er een soort aanbiddingsmuziek laten horen. Wanneer deze opening afgelopen is volgde een korte overdenking van een bijbelgedeelte met dr. Todd Wood. Na deze overdenking volgde enkele inhoudelijke video’s met een expert. Iedere dag werd afgesloten met een livestream, waarbij een spreker was uitgenodigd om vragen over een specifiek thema te beantwoorden. Op zaterdag werd de dag niet afgesloten met en livestream, maar juist daarmee begonnen. De hele conferentie stond in het teken van het Sanders Scholarship5. Deze uitgebreide verslaglegging zal de nodige tijd vergen, daarom vragen wij uw geduld en begrip hiervoor.

Eerste sessie: zorg voor Gods schepping en ichnofossielen

De introductie van de conferentie en de eerste sessie werd gedaan door dr. Todd C. Wood. In zijn korte presentatie gaf hij aan hoe de conferentie zal verlopen. Hij besteedde ook aandacht aan de livestreams die op donderdag- en vrijdagavond en zaterdagochtend gehouden werden.

Voetnoten

Geboorteakte van Christina van Zetten (1902-1965)

Geboorteakte van Christina van Zetten (1902-1965) uit de Burgerlijke Stand van de Gemeente Echteld.

Hierboven wordt de geboorteakte van Christina van Zetten (1902-1965) weergegeven.1 Op 10 november 1902 deed Dirk van Zetten (1841-1923) voor de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente Echteld aangifte van de geboorte van Christina.2 Dirk was zestig jaar oud en arbeider van beroep. Hij woonde in Ochten. In zijn tegenwoordigheid is Catrina Alida van Zetten (1878-1949), arbeidster, op 7 november 1902 in de ’s avonds om acht uur bevallen van een dochter. Catrina Alida van Zetten is op 23 maart 1911 te Echteld getrouwd met Cornelis Vink (1878-1958) Dirk had twee getuigen meegebracht: (1) Jacobus Mattheus Stoop (1874-1918), acht en twintig jaar oud en gemeentesecretaris van beroep, en (2) Steven Angelino (1879-1960), drie en twintig jaar oud en smid van beroep. De akte kan door Dirk helaas niet ondertekend worden omdat hij de schrijfkunst niet machtig is. Uit de genealogische gegevens blijkt dat Christina op 27 april 1927 te Lienden in het huwelijk is getreden met Bartus van Meerten (1905-1970).3

Voetnoten

Persoonskaart van Bartus van Meerten (1905-1970) te Amsterdam

Hierboven wordt in twee delen de persoonskaart van Bartus van Meerten (1905-1970) weergegeven.1 Bartus werd op 24 januari 1905 geboren te Lienden. Hij was van beroep rijwielhersteller, keukenknecht en opperman. Hij was een zoon van Peter Marinus van Meerten (1874-1959) en Gerritje Anna de Wit (1885-1956). De persoonskaart meldt alleen dat vader geboren is op 24 juli 1874 te Lienden.

Bartus was getrouwd met Christina van Zetten (1902-1965). Zij is geboren op 7 november 1902 te Echteld.2 Ze trouwde met Bartus op 23 april 1927 te Lienden. Het huwelijk is ontbonden door het overlijden van Christina in 1965.

Bartus heeft op veel verschillende adressen gewoond. De persoonskaart meldt als eerste de het dorp Echteld en dan huis E 198. Daarna verhuisde het gezin in 1930/1931 naar Nijmegen. Vanaf 10 juli 1939 woont hij dan aan de Weurtschew 135, op 31 juli 1939 verhuist hij naar de N. Nonnendaalscheweg 235. Daar heeft hij niet lang gewoond want hij verhuisde op 12 juni 1940 naar Maurik (Buitenweg E 101). Op 27 januari 1941 is hij weer in Nijmegen te vinden, Daalscheweg 71/ op 19 mei 1941 aan de Pronsgeeststraat 35 en op 29 april 1942 aan de L. Hezelstraat 93. Op 9 november 1943 woont hij nog steeds in Nijmegen, nu aan de Biezenstraat 6. Op 26 juli 1944 verhuist hij naar Voorst. Op 24 januari 1950 woont hij tijdelijk in Amsterdam (Rustenburgerstraat 291), om op 13 april 1950 weer terug te keren naar Twello. Vanaf 27 oktober 1953 woont het gezin op het woonschip ‘Anneke’ aan de Prinsengracht 166. Op 25 januari 1954 verlaat hij het woonschip om te verhuizen naar de Kuipersstraat 69A en op 23 september 1954 aan de tweede J. v.d. Heijdenstraat 53. Het lijkt erop dat dit zijn permanente verblijfsplaats is. Bartus van Meerten is overleden op 30 augustus 1970 te Amsterdam. De overlijdensakte heeft als nummer 9-480. De naam van de geneeskundige/lijkschouwer was W. Wijermans.

Bartus en Christina hadden volgens de persoonskaart zeven kinderen. De oudste is Dirkje Katharina Christina van Meerten, daarna volgt Gerritje Anna van Meerten. Het derde kind is een zoon: Karel. Hij is op 23 november 1949 te Deventer getrouwd met H.M. v.d. Mars. Bartha Hendrika is het vierde kind, zij is op 10 april 1946 getrouwd met G.J. Ketzener. Peter Marinus, vernoemd naar zijn grootvader, is op 7 augustus 1957 getrouwd met J.E. van der Lijcke. Hendrik, het zesde kind, is op 24 maart 1955 getrouwd met M. Kruiswegt. Christina is het zevende en, volgens de persoonskaart het laatste, kind. Zij is op 14 augustus 1957 getrouwd met Pieter Heij. Op de achterkant van deze persoonskaart lijkt meer informatie te staan over de kinderen, maar dit is afgeschermd.3

Voetnoten

Het gezag van de Schrift (2-slot): Waarom is het zo moeilijk voor de mens de Bijbel te aanvaarden en absoluut gezag toe te kennen?

“De scheppingsordening van het huwelijk wordt in het Nieuwe Testament zelfs geïntensiveerd. De verhouding van man en vrouw moet een afspiegeling zijn van de verhouding van Christus en Zijn kerk.” Bron: Pixabay.

De heilige kus en over slavernij

Ter onderbouwing van de zienswijze dat ook het Nieuwe Testament niet direct relevant kan zijn, wordt bijvoorbeeld gewezen op de opdracht elkaar een heilige kus te geven. Iets wat in de kerken van de gereformeerde gezindte niet gebeurd. Nu kan daar eenvoudig op worden geantwoord dat wij gehoor geven aan deze apostolische opdracht middels een cultureel equivalent van de heilige kus, namelijk een hartelijke handdruk.

Echter, zo horen we, wij wijzen toch terecht slavernij af en het Nieuwe Testament doet dat niet. Als wij hier lijnen doortrekken waarom dan niet als het gaat om de positie van de vrouw of het Bijbelse getuigenis van huwelijk en seksualiteit? Inderdaad, erkent het Nieuwe Testament slavernij als een maatschappelijke realiteit. Daarbij schrijft Paulus wel aan de gemeente van Korinthe: ‘Zijt gij, een dienstknecht zijnde, geroepen, laat u dat niet bekommeren; maar indien gij ook kunt vrij worden, gebruik dat liever.’ (1 Kor. 7:21).

Aan Filemon schreef Paulus over de weggelopen slaaf Onesimus het volgende: ‘Want wellicht is hij daarom voor een kleinen tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zou weder hebben. Nu voortaan niet als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide in het vlees en in den Heere.’ (Filemon 15–16). Niet onmogelijk is dat Paulus er op zinspeelt dat Onesimus wordt vrijgelaten. Zeker is dat in de mozaïsche wetgeving een Hebreeër nooit langer dan zes jaar slaaf kon zijn. In het zevende jaar werd hij vrijgelaten. De teneur van de Bijbel is dat slavernij nooit blijvend mag zijn.

Van belang is wel dat wij de complexiteit van het verschijnsel van slavernij onderkennen. We denken vaak aan de slavernij van Afrikanen en de Afrikaanse slavenhandel. Zeker is dat ook in de oudheid heel kwalijke vormen van slavernij voorkwamen. Slaven konden echter ook hoge posities bekleden. Slavernij stond niet los van de economische realiteit van schuld en de noodzaak van vast arbeidskrachten. Dan moeten we beseffen dat economische realiteiten die wij heel gewoon vinden, feitelijk in het licht van de oudheid als slavernij moeten worden gezien.

Bijvoorbeeld: een bedrijf betaalt je studie op voorwaarde dat je na afronding ervan minimaal vijf jaar bij dat bedrijf werkt. In het licht van de oudheid betekent dit vijf jaar slavernij, maar kwalijk kun je het moeilijk noemen. Anders ligt het met banken die zulke hoge leningen aan ondernemers verstrekken dat zij feitelijk een slaaf worden van de bank. Zij kunnen bepaald niet doen en laten wat zij willen. Nog altijd geldt dat het eerste doel van het Evangelie verzoening met God is en niet een totale vernieuwing van de maatschappij. Pas in het nieuwe Jeruzalem zal het zijn, zoals het zal moeten zijn.

Plaats van de vrouw

Nu is de slavernij geen scheppinginstelling. Dat geldt wel voor het huwelijk en daaraan gerelateerd de verhouding man en vrouw. De scheppingsordening van het huwelijk wordt in het Nieuwe Testament zelfs geïntensiveerd. De verhouding van man en vrouw moet een afspiegeling zijn van de verhouding van Christus en Zijn kerk. Een man moet voor zijn vrouw opkomen en haar beschermen, zoals Christus dat deed en doet voor Zijn kerk. De vrouw behoort haar man te gehoorzamen. Een getrouwde vrouw wordt zalig in het baren van kinderen. Een christelijk huwelijk vooronderstelt de bereidheid kinderen te ontvangen.

Dat is anders dan wat nu gangbaar is in onze westerse wereld, maar het Bijbelse getuigenis moet ons leven en wie weet vervolgens de cultuur stempelen. Het moet niet zo zijn dat de cultuur de inhoud van het getuigenis dat de kerk geeft, gaat bepalen. Dan is het kerkelijke getuigenis niet meer het Bijbelse getuigenis. Dat zien we zeker als het gaat om de positie van de vrouw.

Als het gaat om de zaligheid en het dienen van de Heere telt het onderscheid van man en vrouw niet. Dat neemt niet weg dat man en vrouw ook onder de nieuwe bedeling een eigen taak houden in het gezin, in de kerk en dat heeft dan ook zijn uitstraling naar de samenleving. Wie het Nieuwe Testament hier cultuurgebonden ziet, doet dat eigenmachtig zonder dat het Nieuwe Testament daar enige grond voor biedt.

Het beroep op de grote plaats van vrouwen rondom Jezus onder wie Maria in het Nieuwe Testament doet daar niets van af. De vrouwen die de boodschap van engelen over de opstanding hoorden, krijgen de opdracht dit de discipelen van Jezus te vertellen. Zij nemen niet hun plaats en taak over. Vrouwen hadden een een plaats in de eerste christelijke gemeenten.
We kunnen bijvoorbeeld denken aan Phebe. Zij is ongetwijfeld een wat rijkere vrouw geweest en een soort patrones geweest van de gemeente van Kenchreeën. In 1 Timotheüs 5 schrijft Paulus over de weduwen die diaconale diensten verleenden en door de gemeente werden onderhouden. Misschien is zij bedoeld met de vrouw die Paulus noemt in 1 Tm. 3:11, hoewel het waarschijnlijker lijkt dat de vrouwen van ouderlingen en diakenen zijn bedoeld.

Wie stelt dat het Nieuwe Testament de vraag naar de vrouw in het ambt open laat, leest het Nieuwe Testament wel heel bevooroordeeld. De uitspraken van Paulus in de pastorale brieven zijn volstrekt eenduidig en helder. Een ambtsdrager (diaken, ouderling onder wie ook wat wij een predikant noemen, is begrepen) is een man. Nergens geeft Paulus aanleiding tot de gedachte dat hij zich hierbij aanpast aan de omliggende cultuur.

Als betuigt dat hij de Joden ene Jood en de Grieken een Griek is (vgl. 1 Kor. 9:20v.), mogen we dat beginsel niet zo toepassen dat afstand nemen van zaken waaraan de Schrift ons uitdrukkelijk bindt. Concreet denkt Paulus aan de spijs- en reinheidswetten en wie zijn toespraak in Handelingen leest, bemerkt dat hij bij zijn boodschap zich rekenschap geeft van de voorkennis van zijn gehoor. Het laat ons zien hoe wij het genoemde beginsel moeten hanteren.

“Ingrijpender nog dan het relativeren van het Bijbelse getuigenis over man en vrouw is dat van het niet ernstig nemen van het getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Dat is daarom ingrijpender, omdat volgens de Bijbel zelf men hiermee zijn zaligheid op het spel zet.” Bron: Pixabay.

Huwelijk en seksualiteit

Ingrijpender nog dan het relativeren van het Bijbelse getuigenis over man en vrouw is dat van het niet ernstig nemen van het getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Dat is daarom ingrijpender, omdat volgens de Bijbel zelf men hiermee zijn zaligheid op het spel zet. In 1 Kor. 6:9-11 lezen we het volgende: ‘Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.’

Belangrijk is te beseffen dat alle seksualiteit buiten het huwelijk voor de Bijbel een vorm van hoererij is. (vgl. ook Deut. 22:22-30). Daarmee is niet ontkend dat de ene vorm van hoererij ingrijpender is dan de andere. De wissel gaat niet om bij het al dan niet accepteren van stabiele homoseksuele relaties of transitie, maar bij het accepteren van seks voor het huwelijk. De eeuwen door werd hierover schuldbelijdenis noodzakelijk geacht. Een schuldbelijdenis die een publiek karakter had als de zonde ook publiek was. Zonder schuldbelijdenis daarover kon men immers het koninkrijk van God niet ingaan.

Als men dit niet meer nodig acht, is acceptatie van homoseksuele relaties en van transitie een kwestie van tijd. Immers niet de Bijbel is dan maatgevend – zeker niet als het gaat om het beërven van Gods koninkrijk – maar de maatschappelijke consensus. Dan zie je wel dat kerken en christenen die consensus nog een Bijbelse en christelijke kleur willen geven.

Juist op het gebied van huwelijk en seksualiteit moeten de kerk en een tegencultureel geluid laten horen en een tegenculturele houding tonen. Dat hebben de eerste christenen gedaan. Dat deed de Vroege Kerk en wij moeten het ook doen. Wat wij zien is dat christenen die in de brede zin van het woord orthodox willen zijn, met een beroep op de grote nood van mensen een transitie of stabiele homoseksuele relatie als noodoplossing geoorloofd zien.

Ik wil de nood van hen die transgendergevoelens of homoseksuele gevoelens hebben niet ontkennen, maar de vraag is of wij die nood onder de koepel van het Bijbelse getuigenis moeten zetten of het Bijbelse getuigenis onder de koepel van die nood. Wie dat laatste doet, zal dat ook moeten doen bij singles met heteroseksuele gevoelens voor wie het gemis van seksueel contact ondraaglijk wordt.

Bij deze benadering is de gedachte dat God anders zal oordelen dan Hijzelf in Zijn Woord heeft geopenbaard. Maar waar is die gedachte op gegrond. Vaak wordt dan gezegd: wij moeten het oordeel aan God laten, maar dat betekent toch niet dat wij moeten aannemen dat God anders is dan Hij Zichzelf heeft geopenbaard. We moeten dan aannemen dat er op de regel dat een mens wedergeboren moet worden uitzonderingen zijn. Dat kan je alleen aannemen als je een verschil ziet tussen de Bijbel en het Woord van God. Dan verwijst de Bijbel wel naar Gods Woord, maar is niet meer dan een eerste en primaire neerslag ervan.

Mij is in dit verband wel gezegd: U zou hier toch ook anders over kunnen gaan denken? Ik meen van niet, omdat Gods Geest Gods Woord in mijn hart heeft geschreven. Echter, met het oog op de argumentatie wil ik er dan vanuit gaan. Dan is mijn antwoord: Ga er dan niet van uit dat God anders zal oordelen, omdat ds. De Vries van gedachten is veranderd. Zijn Woord is waar, los van wat ik geloof. Dat staat om maar zo te zeggen los van mijn bevinding.

De Bijbel leert ons dat bij het kennen van Christus navolging van Christus behoort. Navolging betekent ook zelfverloochening en in Zijn kracht tegen jezelf strijden. Aan de navolging van Christus is voor de één een hogere prijs verbonden dan voor de ander. De één zal een zwaardere strijd moeten voeren dan de ander. Laat echter dit duidelijk zijn dat genade zonder zelfverloochening en een levenslange strijd tegen jezelf, goedkope genade is en niet de genade die God ons om Christus’ wil schenkt en waarin Hij ons doet delen door de kracht van Zijn Geest.

Bijbel en wetenschap

Hoe verhouden zich de Bijbel en de wetenschap? Bijbel en wetenschap hebben elk hun eigen focus. De Bijbel is ons gegeven opdat wij als gevallen mensen God weer echt leren kennen en dat door Zijn Zoon Jezus Christus. De wetenschap doorzoekt deze werkelijkheid. Elke wetenschap heeft zijn eigen terrein en in overeenstemming daarmee ook weer eigen regels.

In een aantal gevallen is er niet tot nauwelijks sprake van overlap. Ik denk aan chemie, economie, wiskunde. Hoewel als je wiskunde onderzoekt, kan je je de vraag stellen, waarom is wiskunde mogelijk? Waarom kunnen we met wiskundige formules deze werkelijkheid beschrijven? Het antwoord op die vraag blijkt altijd wetenschappelijk gekleurd.
Er zijn ook meerdere terreinen waarop overlap is tussen de Bijbel en wetenschap, maar waar het eigen perspectief van elk sterk naar voren komt. Ik noem als voorbeelden psychologie en sociologie. Je kunt bekering ook vanuit psychologisch perspectief beschrijven en de vroegste christelijke kerk vanuit sociologische categorieën beschrijven. Van groot belang is dan wel te beseffen dat dit deelperspectieven zijn. Zij onthullen niet wat bekering en wat de christelijke kerk in de diepste zin van het woord zijn. De waarheidsvraag blijft buiten beschouwing.

Ook van de natuurwetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid moet je zeggen dat het een perspectief is en bepaald niet aan de volledige werkelijkheid recht doet. Inmiddels al weer heel wat jaren geleden heeft de Delftse hoogleraar A. van den Beukel, die overigens geen orthodox christen is, daarop gewezen in zijn boek De dingen hebben hun geheim. Een natuurwetenschappelijke beschrijving is per definitie een reductie.

Als het gaat om de Bijbel en wetenschap, dan moet de Bijbel het primaat hebben. Met betrekking tot wetenschap is van belang een verschil te maken tussen harde feiten en theorieën gebaseerd op die feiten. Wanneer we het over de Bijbel hebben, moeten wij beseffen dat wij als het gaat om het verstaan ervan ten dele kennen. Wel is van belang in overeenstemming met het zelfgetuigenis van de Schrift, vast te houden aan het gegeven dat de Bijbel de stem is van God en objectieve en vaste inhoud heeft.

We miskennen de aard van de Schrift, als voor ons de Schrift niet meer is dan de eerste en primaire neerslag van menselijke reacties op de openbaring. Dan krijgt de menselijke factor een zelfstandige betekenis. De Bijbel is dan niet langer rechtstreeks het Woord van God en de Bijbelschrijvers kunnen niet meer als secretarissen van de Heilige Geest worden gezien (een beeld dat niet wijst op de modus maar het resultaat van de inspiratie). De Bijbel wordt dan het boek van God én mensen.

“De Bijbel leert ons dat de mensheid afstamt van één mensenpaar die aanvankelijk het paradijs als woonplaats hadden. Wie de evolutieleer aanvaardt, moet het historische paradijs opgeven. Zondige gevoelens en begeerten zijn dan niet zozeer verbonden met erfzonde, maar een restant van dierlijk gedrag dat te maken heeft met het proces van evolutie.” Bron: Pixabay.

Kan aanvaarden van de evolutietheorie samengaan met geloof in de Bijbel?

Ik kan niet alle vragen op het gebied van het Bijbels getuigenis over het ontstaan van de wereld en wetenschappelijke inzichten daarover beantwoorden. De Bijbel zegt ons niet welke processen God heeft gebruikt in de zesdaagse scheppingsweek. Wel is duidelijk dat de mens wezenlijk van de rest van de schepping, ook van de bezielde schepping is onderscheiden. Dit is niet te verenigen met onvoorwaardelijke acceptatie van de evolutieleer.

De Bijbel leert ons dat de mensheid afstamt van één mensenpaar die aanvankelijk het paradijs als woonplaats hadden. Wie de evolutieleer aanvaardt, moet het historische paradijs opgeven. Zondige gevoelens en begeerten zijn dan niet zozeer verbonden met erfzonde, maar een restant van dierlijk gedrag dat te maken heeft met het proces van evolutie. De dood van de mens is geen gevolg van de zonde, maar behoort bij het leven.

Lezenswaardig is in dit verband nog altijd het boek Ik ben de Alpha van ds. G. Boer, een bundel Bijbellezingen (gehouden in de Hervormde gemeente van Huizen in 1964) over Genesis 1. De auteur worstelde ook met vragen rond de ouderdom van de aarde, maar als het gaat om zaken als pre-adamieten is hij volkomen duidelijk. Boer schrijft dan onder andere:

‘Maar weet ge, de gedachte dat Adam en Eva schimachtige figuren zijn, wint hand over hand veld, ook in kringen waar wij dit niet verwacht hadden. Daarom wil ik u wapenen voor een strijd die op de scholen reeds gaande is en van lieverlede de gemeenten binnendringt. Wie Adam laat verdampen in de nevelen van de oer¬geschiedenis, heeft de heilige Schrift naar haar zelfgetuigenis tegen zich. Ja, die heeft de Heilige Geest die van deze Schriften de auteur is tegen zich, die heeft God tegen zich. En dat heeft zich gewroken en zal zich verder wreken. Want wie Adam verliest, die verliest Christus. Wie de eerste mens afschrijft, die schrijft de tweede Mens af. Wie Adam tot een legendarische figuur maakt, die verliest de Christus der Schriften.’

Duidelijker en kernachtiger kan ik het niet zeggen. Wie overtuigt wordt in het licht van Gods heiligheid en majesteit wordt overtuigd van eigen verlorenheid en verdorvenheid, loopt vast met de evolutieleer en wie meegaat met de evolutieleer zet de deur open om het getuigenis van Gods heiligheid en onze verlorenheid steeds meer te relativeren.

Waarom is het zo moeilijk voor de mens de Bijbel te aanvaarden en absoluut gezag toe te kennen?

Heel eenvoudig, omdat ik er dan zelf aan moet. Niet mijn inzichten en gevoelens zijn het uitgangspunt en oriëntatiepunt, maar wat God zegt. Bekering betekent dat wij met Samuël leren zeggen: ‘Spreek, want Uw knecht hoort.’ En dan betekent ‘horen’ ook ‘gehoorzamen’. Intellectuele bezwaren tegen de boodschap van de Bijbel staan nooit op zichzelf. De diepste bezwaren tegen het christelijke geloof zijn altijd religieus en moreel.

Religieus, want men heeft moeite met het getuigenis dat er alleen toegang tot God is door Jezus Christus en dat er buiten het geloof in Hem geen zaligheid, is maar rampzaligheid. Moreel, want men wil een levensstijl en levenspraktijk handhaven, die strijdig is met de Schrift. Augustinus heeft zijn worsteling op dit punt uitvoerig beschreven in zijn Confessiones. In het zevende boek beschrijft hij hoe hij terugkeert naar de Kerk en zijn intellectuele bezwaren verdwijnen. Het achtste boek beschrijft hoe zijn morele bezwaren worden overwonnen. Dat is enkel te danken aan het wonder van Gods vernieuwende genade.

In de Christelijke Dogmatiek wordt uiteindelijk toch niet veel anders over realiteit van de eeuwige straf geschreven dan Berkhof en Berkouwer dat doen. Dit heft alles te maken met het feit dat Van den Brink en Van der Kooi evenals Berkouwer alleen in het kader van het (genade)verbond willen spreken en van Zijn genadige toewending tot de mens.

Huijgen lijkt nog dichter tegen Berkouwer aan te zitten. Daarbij zien we bij hem ook op dit punt heel duidelijk zijn geestverwantschap met Barth. Hij zei onlangs in een podcast van de EO het volgende: ‘Ik denk dat we moeten oppassen met het teveel invullen, maar ook moeten oppassen om te zeggen: God is zó goed, het komt allemaal in orde met ons. Daarvoor zijn de woorden van Jezus net iets te ernstig. Hoe het uitpakt is in Gods hand, daar hoeven wij geen oordeel over te hebben. Het positieve aan een oordeel is dat niet iedereen overal mee wegkomt. God neemt ons gedrag serieus.’

In de Christelijke Dogmatiek wordt uiteindelijk toch niet veel anders over de realiteit van de eeuwige straf geschreven dan Berkhof en Berkouwer dat doen. Dat heeft alles te maken met het feit dat Van den Brink en Van der Kooi evenals Berkouwer over God alleen in het kader van het verbond en Zijn genadige toewending tot de mens willen spreken.
Zowel binnen de gereformeerde gezindte als in evangelische kring wordt door theologen en ook op het grondvlak de realiteit van de twee wegen en van de twee eindbestemmingen gerelativeerd. Met een beroep op het feit dat wij niet mogen oordelen wordt vaak gesuggereerd dat wij niet mogen uitspreken dat God Zich op de jongste dat zal houden aan de maatstaven die Hijzelf heeft geopenbaard.

Met zulke geluiden zijn we heel ver verwijderd van de gereformeerde belijdenis. Ik noem vraag en antwoord 84 van de Heidelbergse Catechismus.

Vr 84. Vr. Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des Heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten?
Antw: Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt, dat hun, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus’ wil, vergeven zijn; daarentegen allen ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en be¬tuigd wordt, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven.

Daartegenover stel ik het getuigenis van R.C. Sproul, een man die wij als de geestelijke vader van de Chicago Statement on Inerrancy kunnen zien. Sproul groeide op in een gemeente met een liberale signatuur, maar kwam als student tot bekering. Niet lang daarna werd hij gewonnen voor de gereformeerde belijdenis. Hij was vooral bekend geworden door Ligioneer Ministries.

Sproul was ervan doordrongen dat we alleen in het licht van Gods heiligheid de grootheid van het Evangelie leren verstaan. In dit verband wees hij vaak op Jesaja 6. De profeet roept als hij zelfs maar iets van Gods heerlijkheid ziet, uit: ‘Wee mij want ik verga.’ Vele malen heeft Sproul een preek over dit hoofdstuk uit de Bijbel gehouden.
Het gemis van het besef van Gods heiligheid zag Sproul als één van de grootste bedreigingen voor de kerk. In relatie met Gods heiligheid was Sproul diep doordrongen van de werkelijkheid van de eeuwige rampzaligheid. Daarin wist hij zich een leerling van Jonathan Edwards, maar bovenal van de Schrift zelf. Meer dan eens wees hij erop dat wij binnen de Bijbel het meeste onderwijs van de realiteit van de hel vinden op de lippen van Jezus Zelf.

Op de vraag of zaken als een poel die brandt van vuur en sulfer en de buitenste duisternis geen beeldspraak is, kon hij antwoorden dat dit inderdaad het geval is, maar dat de werkelijkheid nog erger is dan zelfs deze beeldspraak ons doet vermoeden. Dat mensen moeite hadden met de realiteit van de rampzaligheid – en dan vooral het eeuwigdurend karakter ervan – kon Sproul goed begrijpen. Hij kon daar zelf ook mee worstelen, niet in de laatste plaats als het ging om mensen buiten de kerk aan wie menig christen een voorbeeld kon nemen.

Echter, zo zei hij: ‘Ik ken in ieder geval één persoon van wie het volkomen terecht is, dat hij voor eeuwig verloren gaat en dat is R.C. Sproul.’ Hij kon zeggen dat de Heere hem dat had geleerd en hoopte dat elk van zijn hoorders zo zijn eigen naam leerde invullen. Sproul betuigde ook dat hij mocht weten dat Christus hem had vrijgekocht en verlost van de toekomende toorn. Dat vervulde hem met verwondering en blijdschap.

Afronding

Ik ga afronden. Lees dagelijks biddend de Bijbel om God te leren kennen, jezelf en de Heere Jezus Christus. De Bijbel werpt licht over de gehele werkelijkheid, maar focus van de Bijbelse boodschap is toch de verzoening met God door Christus’ bloed en de vernieuwing door Gods Geest. Laten we daarom ook telkens vragen: ‘Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast’ en ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?’ Eenmaal wordt heel deze werkelijkheid vernieuwd. Het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen uit de hemel, maar om die stad binnen te gaan, is het nodig om hier in dit leven de lof van het Lam te gaan bezingen.

Weggroeien van het volstrekte gezag van de Schrift is altijd verbonden met het weggroeien van deze focus. Relativering van het gezag van de Schrift staat eigenlijk niet los van het feit dat de vraag naar de persoonlijk zaligheid naar de achtergrond verdwijnt. Die wordt als vanzelfsprekend voorondersteld. Omgekeerd staat blijven bij en terugkeer tot het onvoorwaardelijk buigen voor het gezag van de Schrift nooit los van het feit dat men is geraakt door de boodschap van zonde en genade, dat Christus niet alleen voor anderen maar ook voor mij de Zaligmaker is Die redt van de toekomende toorn.

Een christen is een rentmeester en heeft hier op aarde een taak, maar bovenal is een christen een pelgrim die de Bijbel als reisgids heeft naar het nieuwe Jeruzalem. Hier wandelen we door geloof. Geloof is zowel een zeker weten als vast vertrouwen. Zeker weten dat alles wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft waarachtig is. Een vast vertrouwen dat niet alleen aan anderen maar ook aan mij om Christus’ wil vergeving van zonden is geschonken en er daarom de begeerte is uit Hem, door Hem en tot Hem te leven.

Het eerste deel van dit tweeluik over Schriftgezag verscheen is hier te vinden.

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.