Home » 2024 » juni

Maandelijkse archieven: juni 2024

Parenteel van Geurtje van Meerten (1886-?) en Cornelis Wezelman (1876-1945)

Geurtje van Meerten werd op 4 oktober 1886 te Kesteren1 geboren als dochter van Jan van Meerten (1859-1930) en Mijntje van der Linden (1864-1932). Het parenteel van haar ouders is hier te vinden. Het is de auteur (nog) onbekend wanneer zij is overleden. Zij trouwde op 10 mei 1919 te Hemmen2 met Cornelis Wezelman. Cornelis Wezelman werd op 17 februari 1876 te Enkhuizen3 geboren als zoon van Harme Wezelman (1845-1884) en Anna Maria Kroeb (1844-1928). Hij is overleden op 29 september 1945 te Medemblik.4

Kinderen

Voor zover we weten is dit echtpaar kinderloos gebleven. Bent u toch bekend met kinderen van dit echtpaar, dan kunt u dat doorgeven via het contactformulier.

Meer informatie over dit echtpaar

Dit parenteel wordt nog verder compleet gemaakt. Hieronder volgen tijdelijk de linkjes naar artikelen op deze website die onder meer dit echtpaar vermelden. Later, als de Heere leven geeft, willen we dit omwerken tot een overzichtelijk en leesbaar geheel.

Voetnoten

De zomerperiode biedt (vaak) rust en ruimte om stil te staan bij Gods schepping – Geschrokken van de knieval voor de evolutieleer – Nieuwsbrief d.d. 29 juni 2024

Deze maand is de zomer weer begonnen. In een zomerperiode is er vaak meer rust en ruimte om stil te staan bij Gods schepping. Of u nu ver weg bent of dat u thuis blijft. Helaas gaat het niet zo goed met het insectenbestand, maar gelukkig zijn deze kleine diertjes nog steeds te bewonderen. Een waardevolle app en handige gids om te kijken wat er gezien wordt is ObsIdentify. Hoe is onze houding tot deze (in onze ogen) minste schepselen? Daar schreef dr. ir. Erik van Engelen onlangs nog over.

‘De werken van Zijn handen’

De discussie rond het boek van wetenschapsjournalist ir. Bart van den Dikkenberg is in volle gang. In de vorige nieuwsbrief hebben we daar al over geschreven. De briefwisseling tussen hem en bioloog/wetenschapsjournalist dr. René Fransen is inmiddels afgerond. Op onze website is een overzicht van deze briefwisseling geplaatst. In zijn laatste bijdrage gaf Van den Dikkenberg aan dat hij een fundamenteel verschil van benadering ziet in de schepping/evolutie-discussie.

Deïsme

Onlangs verscheen er in het Reformatorisch Dagblad een bijdrage over het gebruik van wetenschap. De auteur, ir. Ries van Maldegem, pleitte daar voor acceptatie van het methodologisch naturalisme. Dr. ir. Erik van Engelen reageerde daar met een uitgebreid opiniestuk op. Hij geeft aan dat de argumentatie van ir. Van Maldegem principieel zal leiden tot deïsme. Het artikel van dr. Van Engelen is hier te lezen. Jan van Meerten schreef in reactie op hetzelfde stuk een kort briefje. Deze is hier te lezen.

EVOLF

In de vorige nieuwsbriefheeft u kunnen lezen dat het team van prof. dr. Cees Dekker 40 miljoen euro heeft gekregen om een synthetische cel na te bouwen die kan evolueren. Wij hebben toen aangegeven dat het onderzoek van Dekker zal leiden tot grotere verwondering over de complexiteit van de levende cel én meer argumenten zal bieden voor de Intelligent Design. Als het team van prof. Dekker erin zal slagen om synthetisch leven te maken, en daarover zijn wij sceptisch, dan hebben deze geleerden alleen maar meer aangetoond dat er intelligentie nodig is om leven te maken, voordat dát leven überhaupt kan evolueren. Het sluit aan bij de basisgedachte van scheppingsgelovige dat de Heere het leven in basisgroepen geschapen heeft én dat dit geschapen leven na de zondeval zich kon aanpassen aan de omgeving (evolueren). Dr. Jan-Hermen Dannenberg schreef ook sceptisch te zijn. Hij meent in zijn artikel dat het team van prof. Dekker de complexiteit van de levende cel onderschat. Tijdens zijn interview bij Op1 verwees prof. Dekker naar het Urey-Miller-experiment. Volgens dr. ir. Wim de Jong zijn deze experimenten van Miller ‘volksverlakkerij’. De Jong schreef daar hier al eerder over. Sommigen menen dat deze gebruikte term niet gepast is (daarover hopelijk later meer). Onlangs hebben we op onze website een alfabetisch overzicht geplaatst van de berichtgeving over dit project.

Dr. C.J. Meeuse gepromoveerd

Predikant en theoloog dr. C.J. (Kees) Meeuse is gisteren gepromoveerd aan de Theologische Universiteit Apeldoorn op een proefschrift over Koelmans kritiek op het cartesianisme. Bijzonder is dat de geleerde zijn proefschrift in het heden weet te trekken. Meeuse laat weten dat we veel van Koelmans strijd kunnen leren in het heden. Sommige gereformeerde theologen maken, volgens Meeuse in een interview, een knieval voor de evolutieleer. Meeuse geeft aan daarvan geschrokken te zijn. De interviews zijn hier samengevat. De verdediging van het proefschrift en de gehele promotieplechtigheid is hier terug te kijken.

Catastrofisme

Tegenwoordig is het catastrofisme weer helemaal terug binnen de naturalistische geologie. Gisteren werd er nog een paper gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Science, waaruit dat duidelijk blijkt. Het ging over trilobieten die begraven werden door een pyroclastische stroom (een hete vulkanische modderstroom). Hier is daar meer informatie over te vinden. In lijn van dit catastrofisme organiseert Wort und Wissen een studieconferentie over het bekken van Parijs. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de geologie, maar ook paleontologie en biologie komen aan de orde. Immers, hoe heeft het leven zich aangepast onder deze catastrofale omstandigheden? Hier is meer informatie te vinden over deze studieconferentie. 

Website 

De website ‘Oorsprong‘ werd deze maand opnieuw meer bezocht dan de vorige maand. Elke dag verschijnen er artikelen over het vraagstuk geloof en wetenschap. Afgelopen maand zijn er, samen met genealogische artikelen, meer dan 125 artikelen verschenen op onze website. Welke artikelen worden veel gelezen of zijn nieuw? Hieronder een greep van vijf artikelen. Veel zegen bij het (her)lezen of het (opnieuw) kijken hiervan.

(1) ‘Topoisomerases: Catalysis and Regulation’ – Dr. Joe Deweese sprak opnieuw voor de livestream van Logos Research Associates (lezing door dr. Joe Deweese).
(2) ‘Bijbel en homoseksualiteit’ – Dr. Maarten Klaassen hield op 25 mei 2024 referaat voor ‘Kerngroep Bezinning GKV’ (geschreven door dr. Maarten Klaassen).
(3) PERSBERICHT: Dr. Bert-Jan Heusinkveld nieuwe directeur van de NPV (geschreven door de Nederlandse Patiëntenvereniging).
(4) Was het karkas, gevonden aan de kust van Nieuw Zeeland, van een hedendaagse Plesiosaurus? (geschreven door Paul Garner (MSc.)).
(5) Christelijk getuigenis broodnodig in Europarlement (geschreven door ir. Bert Jan Ruissen).

De volgende nieuwsbrief verschijnt, als de Heere leven en gezondheid geeft, op 24 juli 2024 D.V. (Iemand laten) Aanmelden voor deze nieuwsbrief kan hier.

Opname verdediging en promotie dr. C.J. Meeuse – ‘De bestrijding van het cartesianisme door Jacobus Koelman’

Vandaag, 28 juni 2024, is predikant en theoloog dr. C.J. (Kees) Meeuse gepromoveerd tot doctor in de Godgeleerdheid. Hij verdedigde vanmiddag vanaf 15.00 uur zijn proefschrift ‘De bestrijding van het cartesianisme door Jacobus Koelman’. De verdediging en promotie van de predikant vond plaats in de Barnabaskerk te Apeldoorn, maar is ook opgenomen en hieronder terug te kijken. 1

Voetnoten

Meeuse schrok van knieval hedendaagse gereformeerde theologen voor evolutieleer – Vandaag promoveert dr. C.J. Meeuse op proefschrift over Koelmans strijd tegen Descartes

Vanmiddag promoveert predikant en theoloog dr. C.J. (Kees) Meeuse op een proefschrift over de strijd van Jacobus Koelman (1631-1695) tegen filosoof René Descartes (1596-1650). Een bijzondere prestatie, want de predikant is de 78 jaar al gepasseerd. Een wonder bovendien, want de theoloog heeft zeer slecht gelegen. Ter gelegenheid van zijn promotie werd dr. Meeuse geïnterviewd door zowel het Reformatorisch Dagblad als het Nederlands Dagblad. Beide interviews worden hieronder tegelijk samengevat.1

Dr. C.J. Meeuse: “Ik zie de macht en heerlijkheid van de Schepper in alles wat Hij geschapen heeft”. Bron: Pixabay.

Het proefschrift van Meeuse kreeg de titel ‘De bestrijding van het cartesianisme door Jacobus Koelman en is ook in handelseditie verschenen bij Uitgeverij De Banier. Koelman waarschuwde tegen het cartesianisme. Volgens de gereformeerde theoloog heeft deze filosofische stroming het verstand tot hoogste norm verheven bij het lezen van Gods Woord. Koelman gaf aan dat dit de autoriteit van de Heilige Schrift ondergraaft. In 1667 verscheen het eerste boekje van Koelman tegen het cartesianisme. In zijn leven bestreed hij vooral de predikanten Ludovicus Wolzogen en Balthazar Bekker, en mandenmaker Willem Deurhof. De genoemde Balthazar Bekker is later ook afgezet, niet vanwege zijn bestrijding van het geloof in heksen, maar vanwege zijn Schriftkritische Bijbeluitleg. Bekker zette met zijn werken het waarheidsgehalte van sommige Bijbelse geschiedenissen op de helling. In het debat was Koelman, volgens Meeuse, ‘wel wat makkelijk met etiketten plakken. In onderdelen van Koelmans kritiek, zoals op het pijporgel, gaat Meeuse niet mee. Wel heeft Koelman scherp gezien dat je de deur opent voor allerlei ketterijen als je cartesiaanse predikanten niet onder censuur zet”.

De rede

Het debat ging toen veel over de plaats van de rede. Hoe staat dr. Meeuse hier zelf in? Hij ziet de rede als ‘een instrument dat God ons gegeven heeft, maar door de zondeval is verduisterd. Daardoor dreigen we het te misbruiken door onze beschouwing los te maken van Gods openbaring. Door het werk van de Heilige Geest wordt de rede weer verlicht. Dan nog mag die niet gaan heersen over de openbaring, maar mag deze wel gebruikt worden om de boodschap van Gods openbaring te verhelderen.’ Het is volgens Meeuse niet onbelangrijk om als predikant filosofie te krijgen, ook is het noodzakelijk om het Latijn te beheersen. Anders blijft de vroege kerkgeschiedenis en een deel van de oudvaders ontoegankelijk.

Knieval

Meeuse is al jong geïnteresseerd geraakt in de theologie van Koelman, maar door het drukke predikantsbestaan kwam hij er pas na zijn emeritaat aan toe om te werken aan zijn dissertatie. Een hartinfarct zorgde ervoor dat hij de verdediging van zijn dissertatie bijna niet meer kon doen. In het ND gaf Meeuse aan dat het doel van het proefschrift is om ‘christenwetenschappers [te] waarschuwen voor de overwaardering van het verstand ten koste van de Bijbel’. De emerituspredikant ziet dat in de Gereformeerde Gezindte bijvoorbeeld gebeuren wanneer er door gereformeerde theologen met een vorm van theïstische evolutie knieval gemaakt wordt voor de evolutieleer. Meeuse is daarvan geschrokken. “Men ging toch weer buigen voor de wetenschap en voor onze rede, die men liet heersen over de openbaring. Hoe durven ze, dacht ik.” Zelf is Meeuse een liefhebber van de natuur: “Ik zie de macht en heerlijkheid van de Schepper in alles wat Hij geschapen heeft”. De theoloog heeft het zelf ook moeilijk gehad met de moderne theologie en naturalistische natuurfilosofie, toen hij voor de opleiding hun werk moest lezen. Hij geeft tegenover het Reformatorisch Dagblad het volgende aan: “Mijn geloofsleven werd daardoor ernstig aangetast. Ik wilde begrijpen wat ik geloofde. Het kwam eigenlijk zover – het is verschrikkelijk wat ik nu zeg – dat ik God daagde voor de rechterstoel van mijn rede. Ik verviel in atheïstische aanvechtingen en wanhoop”. Gelukkig heeft de predikant ‘leren buigen onder een almachtig en soeverein God’. Meeuse hoeft God niet (meer) te begrijpen en laat zich ‘graag leiden door Zijn Woord en Geest’. Dat is ook de boodschap die hij met zijn proefschrift wil meegeven.

De promotie van dr. C.J. Meeuse is te volgen via het YouTube-kanaal van de Theologische Universiteit Apeldoorn.2

Voetnoten

Een trilobietenpompeï gevonden: Cambrische beesten extreem goed bewaard gebleven in Marokko door vulkanische modderstroom

Trilobieten zijn een van de bekendste bewoners van het Cambrium, een van de onderste fossielhoudende aardlagen die er gevonden worden. Ook in hogere aardlagen, tot en met het Perm, komen deze beesten voor. Kennis over hun anatomie kunnen we afleiden uit de fossielen die er worden gevonden. We kennen daardoor een grote diversiteit onder de trilobieten. Paleontologen hebben maar liefst 20.000 soorten beschreven. Daardoor weten we ook dat deze beesten verbazingwekkend complex zijn, in het bijzonder de trilobietenogen zijn een aanwijzing voor Intelligent Design. In het laatste nummer (28 juni 2024) van het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science stond een artikel over een opmerkelijke trilobietenvondst in het Atlasgebergte (Hoge Atlas) van Marokko.

Het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science heeft het trilobietenverhaal verheven tot coverstory. Op de plaat zien wij trilobieten angstig wegvluchten voor deze pyroclastische stroom. Bron: Science.

Men heeft daar onlangs een fossielhoudende aardlaag ontdekt waar iets bijzonders mee aan de hand is. In die aardlagen zijn trilobieten gevonden die uiterst goed en 3D bewaard zijn gebleven. Hierdoor kunnen valt er opnieuw meer te leren van de anatomie van deze beesten. Wanneer beesten snel begraven worden zullen ze beter bewaard blijven. Volgens de onderzoekers is dat hier ook gebeurd. De trilobieten zijn begraven in de as van een pyroclastische stroom (een superhete vulkanische modderstroom) die hun ondiepe mariene milieu binnendrong. In de wandelgangen wordt deze ramp daarom het Pompeï van de trilobieten of trilobietenpompeï genoemd. De trilobieten konden niet snel genoeg wegkomen en werden bedolven. Een geluk bij een ongeluk is, dat er nu opmerkelijke details te zien zijn, zoals de voelsprieten, het spijsverteringsstelsel en ander zacht weefsel. Dr. Greg Edgecombe, één van de onderzoekers, laat aan Eurekalert weten dat hij al bijna veertig jaar trilobieten bestudeerd heeft, maar dat hij nog nooit zó het gevoel heeft gehad naar levende dieren te kijken. “De 3D-conservatie hier is werkelijk verbazingwekkend.” Volgens hoofdonderzoeker dr. Abderrazak El Albani zouden we dit soort catastrofale pyroclastische stromen in de toekomst vaker aan een zorgvuldige inspectie moeten onderwerpen. Dit ‘gezien hun uitzonderlijke potentieel voor het invangen en conserveren van biologische resten, inclusief hun delicate zachte delen.’ Vanwege de vondst zijn we veel meer te weten gekomen over de anatomie van trilobieten en moeten zaken die eerder over deze beesten gedacht werden worden herzien. De redactie van Science zag ook de waarde van het verhaal in en heeft deze zelfs verheven tot coverstory. Veel creationisten beschouwen het Cambrium als zondvloedafzetting. Deze pyroclastische stroom, zo menen zij, zal dan aan het begin van de zondvloed zijn afgezet, toen het wateren nog niet de overhand hadden op de aarde. Hoe het ook zij, over deze vondst zal nog lang doorgesproken worden. Dat geldt zowel voor creationisten als voor naturalisten.

Science: El Albani, A., Mazurier, A., Edgecombe, G.D., Azizi, A., El Bakhouch, A., Berks, H.O., Bouougri, E.H., Chraiki, I., Donoghue, P.C.J., Fontaine, C., Graines, R.R., Ghnahalla, M., Meunier, A., Trentesaux, A., Paterson, J.R., 2024, Rapid volcanic ash entombment reveals the 3D anatomy of Cambrian trilobites, Science 384 (6703): 1429-1435.

Eurekalert: https://www.eurekalert.org/news-releases/1049560.

Firmissime credam: de exegetische basis van de prediking in de Vroege Kerk – Dr. Benno Zuiddam geeft avondcollege over Schriftvisie Vroege Kerk

De thema’s Schriftgezag en Schriftbeschouwing zijn tot op de dag van vandaag belangrijke thema’s binnen de christelijke kerk. Dit was ook zo bij de Vroege Kerk. De visie op de Schrift is ook bepalend voor de wijze waarop een predikant preekt. Dr. Benno Zuiddam heeft hierover een avondcollege gegeven voor het Hersteld Hervormd Seminarie. De nieuwtestamenticus en classicus staat achtereenvolgens stil bij: (1) De Heere Jezus als voorbeeld, (2) De prediking van de Apostelen en het zelfgetuigenis van de Schrift, (3) Hoe de Vroege Kerk in de tijd na de Apostelen omgingen met de Bijbel, en (4) Dat de gevestigde Kerk in de tijd van Augustinus en Chrysostomos laat zien dat de Schriftvisie bepalend was voor de inhoud en de wijze van prediking.

Het college is hieronder te volgen. Dr. Zuiddam heeft op zijn website ook een begeleidende PowerPoint gemaakt. Deze PowerPoint is slechts voor persoonlijk gebruik.1

Voetnoten

Limesverleden, verrassend heden

Op 7 juni was ik bij de Spees om de wachttoren te fotograferen. De Romeinen bouwden houten wachttorens (castella) langs de Romeinse limes (Latijn voor ‘grens’) om zowel de grenzen als de vaarroute over de Rijn onder controle te houden.

Bij het zien van de forten langs de Limes viel mij op dat er een Limeslijn door mijn leven loopt. De monnik Willibrord, komend uit Ierland, heeft in 690 bij Lugdunum Batavorum (Katwijk) voet aan land gezet om het Evangelie te verkondigen en, wat een ontzaglijk voorrecht, ik ben door mijn ouders met de Bijbel opgevoed! In Laurium (Woerden) en Albaniana (Alphen a.d. Rijn) op de middelbare school gezeten. In Traiectum (Utrecht) een jaar gewoond. Nu al jaren woonachtig in Carvo (Kesteren).

Ik ben teruggefietst over het dijkfietspad richting boerderij Den Ambtse. Het water in de Rijn stond hoog, bleek bij Den Ambtse de uiterwaard in te lopen. Gelukkig was het gras tijdig gemaaid. Op de plek waar het Rijnwater naar binnenstroomde, zag ik twee Kleine Zilverreigers! Deze soort broedt niet in de Betuwe en ik heb ze in de zomer hier nog nooit gezien. Daarom zo opmerkelijk om deze soort bij deze plek aan te treffen. Stroomden er prooidieren mee? Een volwassen Blauwe Reiger was ook van de partij (een Kleine Zilverreiger is duidelijk kleiner) en een volwassen Lepelaar. Het was boeiend om te zien hoe elke soort op eigen wijze zijn voedsel zocht! Zo verliep deze voor mij niet alledaagse fietstrip historisch en verrassend.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Limesverleden, verrassend heden, Het GemeenteNieuws 23 (25): 5.

De ‘Proef van Miller’ is volksverlakkerij

De promovendus Stanley Miller wilde in 1953 aantonen dat toevalsprocessen organische basisstoffen kunnen omzetten in een steeds geconcentreerdere oersoep van bouwstenen voor het leven. Hij nam daartoe een glazen bol met twee naar binnen stekende electroden en vulde die met water, methaan, ammoniak en koolzuurgas. Vervolgens liet hij tussen de twee electroden vonken overspringen. Hij constateerde dat de vonken zorgden voor de vorming van bouwstenen voor het leven. Maar ook, dat nieuwe vonken deze bouwstenen weer vernietigden, hoe groter de bouwstenen waren des te sneller. De vloeistof in de bol werd daarom niet steeds geconcentreerder, hoe lang hij het ook liet bliksemen.

In plaats van te rapporteren dat toevalsprocessen een samenklontering van moleculen niet in stand kunnen houden en niet steeds verder kunnen uitbreiden, stelde hij zijn proefopstelling bij door aan zijn bliksembol een transportmechanisme te bevestigen waarlangs nieuw gevormde bouwstenen werden afgevoerd naar een kolf waar ze veilig waren voor vernietiging door nieuwe bliksemflitsen. Door het aanbrengen van dit transportmechanisme bouwde Miller feitelijk een primitieve bouwstenen-voor-het-leven-fabriek. En inderdaad vormde zich nu in de veilige kolf een steeds geconcentreerdere oersoep.

In plaats van te rapporteren dat de steeds geconcentreerdere oersoep geproduceerd werd dankzij zijn gerichte ingrijpen, claimde Miller dat zijn bijgestelde proef aantoonde dat toevalsprocessen organische basisstoffen kunnen omzetten in een steeds geconcentreerdere oersoep.

De wetenschapsgeschiedenis kent vele voorbeelden van misleiding en bedrog. Maar de volksverlakkerij van Miller reikt ver. Miller’s bijgestelde proef vormt namelijk de biochemische onderbouwing van de macro-evolutietheorie die in elk boek over evolutie wordt aangetroffen, en – kort
weergegeven – stelt dat in de loop van honderden miljoenen jaren doorbliksemflitsen miljarden tonnen bouwstenen voor het leven zouden zijn ontstaan in de oer-oceanen; deze bouwstenen zouden vervolgens zijn gaan samenklonteren tot steeds grotere moleculen; deze zouden zich op een gegeven moment zijn gaan reproduceren; daarna zouden ze zich zijn gaan omzetten tot RNA en DNA; en op een gegeven moment zouden ze zich zijn gaan omvormen tot cellen, en tenslotte zouden de cellen zijn gaan samenklonteren tot organismen. Maar al deze processen hebben in werkelijkheid nooit kunnen plaatsvinden omdat de twee proeven van Miller aantonen dat een steeds geconcentreerdere oersoep niet kan ontstaan door toevalsprocessen, maar dat daarvoor niet-toevalsprocessen noodzakelijk zijn. Op biochemisch niveau falsificeren de beide proeven van Miller de macro-evolutietheorie.

De uitkomsten van de beide proeven van Miller sporen met de ervaring van alledag in huizen, kantoren, fabrieken en laboratoria: verschillen (bijvoorbeeld in concentratie, energie, temperatuur, of complexiteit) nemen nooit voortdurend toe door toevalsprocessen. De natuurlijke gang der dingen is precies tegenovergesteld: elk verschil (bijvoorbeeld in concentratie, energie, temperatuur, of complexiteit) wordt door toevalsprocessen uiteindelijk geëgaliseerd. De natuurwetenschappen bevestigen deze hoofdeigenschap van de werkelijkheid waarin we leven: Toevalsprocessen (=
doelloze processen) kunnen verschillen niet in stand houden en steeds verder laten toenemen.

Maar waar komt dan de enorme complexiteit van bijvoorbeeld het DNA en de reparatie mechanismen die mutaties van het DNA voortdurend herstellen, en daarmee de complexiteit in stand houden, vandaan? Het antwoord is simpel: “We weten het niet”. Het standpunt “We weten het niet” is volstrekt gangbaar en respectabel in elke tak van wetenschap. Het biedt bovendien ruimte om niet valide, gefalsificeerde theorieën waar nog een wetenschappelijk alternatief voor beschikbaar is (bijvoorbeeld: de macro-evolutietheorie) te verwerpen, en bevordert daarom de voortgang van de
wetenschap.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website van EvoSkepsis. Het originele artikel is hier te vinden.

De ‘Bijbel met Uitleg’ over het zuchten van Gods schepping in Romeinen 8

Romeinen 8:19-22 vormen één van de kernteksten binnen het debat over dierlijk lijden ten gevolge van de zondeval. Op deze website is al gekeken naar wat de ‘Kanttekeningen bij de Statenvertaling’ hierover te zeggen heeft. Hieronder wordt nagegaan wat de ‘Bijbel met Uitleg’ hierover schrijft op bladzijde 1736.1 De ‘Bijbel met Uitleg’ is ondertussen een begrip geworden in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte. Diverse predikanten en theologen uit verschillende kerkgenootschappen hebben hieraan meegewerkt.2

Bijbel met Uitleg’ geeft de Bijbeltekst weer in de Statenvertaling. Onder de Bijbeltekst wordt dan een korte verklaring gegeven. De verzen 19 tot en met 22 van Romeinen 8 worden samen genomen in de uitleg. De scribent meldt dat de schepping ‘ook verlangend’ uitziet ‘naar het moment dat Gods kinderen de heerlijkheid ontvangen’. Nu is de schepping onderworpen aan de vergankelijkheid en de dood. Dit is volgens de scribent vanwege ‘de zonden van de mens’. Maar op de oordeelsdag ‘zal ook de schepping bevrijd worden van de gevolgen van de zonde’. De schepping zal dan ‘weer heerlijk schitteren’ en delen ‘in de heerlijkheid van Gods kinderen’. Hoewel hier niet impliciet naar de zondeval wordt verwezen, kunnen we dat wel expliciet zo lezen. De uitleg bij deze teksten is dus maar kort Het via het Reformatorisch Dagblad begrepen dat de ‘Bijbel met Uitleg’ een revisie ondergaat.3 Het zo goed zijn om hier te wijzen op de zondeval en zó nog duidelijker te verklaren dat de schepping zucht ‘om diens wil die het der ijdelheid onderworpen heeft’ (vs. 20).

Voetnoten

‘De visie op de oorspronkelijke wereld heeft grote gevolgen voor de opvattingen over het kwaad en het lijden van deze wereld’ – Bespreking ‘Oorspronkelijk’

In 2017 kwam het boek “Oorspronkelijk” uit van Prof. dr. M.J. Paul. Professor Paul studeerde theologie aan de Universiteit Leiden, waar hij in 1988 promoveerde. Hij is onder andere hoogleraar Oude Testament aan de Evangelische Faculteit in Leuven en docent Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede. Professor Paul is verbonden aan de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

De titel “Oorspronkelijk” verklaard

De titel van het boek betekent in dit geval “het begin”. In het woord vooraf schrijft professor Paul hierover: “Dit woord duidt op oorsprong, op de periode die voorafgaat aan latere ontwikkelingen. Het betreft de situatie zoals die aanvankelijk was, onderscheiden van de geschiedenis daarna.” Het woord “oorspronkelijk” heeft ook de betekenis van “uniek”: “toegepast op Gods schepping kunnen we ook spreken over iets oorspronkelijks en unieks”. De ondertitel van het boek is: “Overwegingen bij schepping en evolutie”.

Opbouw van het boek

Het boek start met de beschrijving van ideeën over de evolutie vanaf de oudheid tot de tijd van Darwin. Daarna beschrijft de auteur de visie van de kerkvaders op de schepping om vervolgens in te gaan op “discussies over het wereldbeeld” (uitgaande van de Joodse en van christelijke tradities). Hierin ontkracht of nuanceert hij opvattingen over deze percepties: nee, de Bijbel schetst geen platte aarde en nee, de strijd tussen de paus en Galilei is niet simpelweg terug te voeren op een strijd tussen geloof en wetenschap. Vervolgens verklaart prof. Paul hoe wij teksten uit het oude en nieuwe testament over de schepping moeten lezen. Hij gebruikt hiervoor over het algemeen de Herziene Statenvertaling of in enkele gevallen, na expliciet aangeven, een eigen vertaling. Tussendoor beschrijft hij twee pogingen om het geloof met de hedendaagse visie van de niet christelijke wetenschap te verenigen. Daarna werkt de auteur via de beschrijving van een aantal thema’s (Darwinisme, het Neodarwinisme, de bevindingen van de geologie voorafgaand aan Darwin, relevante wetenschapsgebieden en opvattingen over schepping en evolutie van belangrijke theologen c.q. van kerkgenootschappen) toe naar de belangrijkste conclusie. “De Bijbel is het Woord van God dat gezaghebbend spreekt over onze boodschap”, theïstisch evolutionisme is daarmee niet in overeenstemming te brengen.

Waarom dit boek?

In juni 2017 kwam het boek uit van prof. Gijsbert van den Brink “En de aarde bracht voort”. Dit boek probeert theïstische evolutie te verenigen met het geloof. Vanwege de tegengestelde insteek dachten velen dat “Oorspronkelijk” was geschreven als antwoord op “En de aarde bracht voort”. Dit is volgens Prof. Paul niet het geval. Hij legt in zijn voorwoord uit dat de uitleg van Genesis hem altijd heeft geboeid en dat hij het als fundamenteel beschouwt voor ons geloof. Hij beschrijft hoe velen niet beseffen “dat de visie op de oorspronkelijke wereld, (…) grote gevolgen heeft voor de opvattingen over het kwaad en het lijden van deze wereld, voor de opvatting over de verlossing van de mensheid en voor de toekomstvisie.” In paragraaf 15.9 haalt prof. Paul een onderzoek aan onder 3.700 agnosten en atheïsten die hun geloof zijn verloren. Het onderzoek toonde aan dat de ongeleide chemische evolutie en Darwins mutatie- en selectiemechanismen de belangrijkste wetenschappelijke factoren zijn waardoor het geloof in God is afgenomen. De auteur benadrukt het belang van de steun van christenen voor christelijke wetenschappers en studenten die werken in een wereld waar het Darwinisme heerst. Professor Paul spreekt dan ook de hoop uit dat het boek leidinggevenden op scholen en in kerken ertoe aanspoort om studerenden serieus te nemen in hun zoektocht en dat het boek daarbij mag helpen. Ook in het najaar van 2024 is professor Paul betrokken bij dit onderwerp via de cursus “Schepping en Evolutie” via het Logos Instituut.

Conclusie

“Oorspronkelijk” is een boek dat recht doet aan de academische achtergrond van de auteur. Het boek kent een duidelijke opbouw, de feitelijke onderbouwing is sterk en het is prettig leesbaar. Tegelijkertijd is het door het onderwerp en zijn grondigheid geen boek wat je “even” doorleest. Zelf heb ik het daardoor eerst gebruikt als naslagwerk, maar dat is in zoverre jammer dat dan het effect van de zorgvuldige opbouw verloren gaat. Een must voor iedereen die studerende kinderen heeft op universiteiten of die familie of vrienden heeft die werkzaam zijn in de wetenschap, en die het niet erg vindt om zich goed te verdiepen in dit essentiële onderwerp voor ons geloof. En natuurlijk voor iedereen die zelf studeert of in de wetenschap werkzaam is.

Bij de recensie heb ik gebruik gemaakt van de eerste druk (zonder de latere toevoegingen). Boekgegevens: Dr. Mart-Jan Paul, ‘Oorspronkelijk, Overwegingen bij schepping en evolutie’, Uitgeverij Labarum Academic, Apeldoorn 2017. Het boek is alleen nog als e-book verkrijgbaar via de website van ‘De Banier’. Noot van de redactie: Wij kregen te horen dat Logos Instituut het boek nog wel verkoopt nadat zij een herdruk hebben gedaan. Zie daarvoor hun webshop.

Dit artikel is met toestemming van de auteur en de redactie overgenomen uit Weerklank. De volledige bronvermelding luidt: Wattel, A., 2024, Recensie “Oorspronkelijk”, Weerklank 12 (3): 12-13.