Er is ophef ontstaan over een ziekenhuisproef ‘pilot’ voor een late abortus in het ziekenhuis tussen 22 en 24 weken. Deze proef geldt ook wanneer er geen medische noodzaak is (sociale indicatie). Dit is moreel zeer problematisch omdat het om een fase gaat waarin het ongeboren mensenleven rond de levensvatbaarheidsgrens (buiten de baarmoeder uiteraard) zit. Op dezelfde afdeling wordt voor het ene kind voor het leven gevochten, terwijl het andere kind aan de dood wordt overgegeven. Dat is tegenstrijdig en ziekenhuizen onbetamelijk!1

Ook mr. Diederik van Dijk (SGP) is niet te spreken over deze ziekenhuisproef. Hij stelde daarom op 14 juli 2026 Kamervragen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. Sophie Hermans (VVD). Van Dijk vraagt zich af of de minister op de hoogte is van deze landelijke ‘pilot’ opgezet vanuit de commissie Gynaecoloog en Maatschappij van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en welke ziekenhuizen zich hebben aangemeld voor de Pilot. Is het de bedoeling van de NVOG om dergelijke abortussen via regionale spreiding in meerdere Nederlandse ziekenhuizen uit te gaan voeren? Het gaat naar verwachting om enkele honderden abortussen per jaar. Van Dijk vraagt zich af of de minister dit ook als zeer onwenselijke ontwikkeling is en dat hier sprake is van een verruiming van de abortuspraktijk. Dit type abortussen zijn omstreden en beladen. Daarom zou, over deze fundamentele wijziging van de abortuspraktijk, daar eerst een politiek debat over gevoerd moeten worden met veel aandacht voor de ethische en juridische aspecten.
Is de minister bereid deze ontwikkelingen tegen te houden? De Kamer zou zich hier eerst over moeten uitspreken, alvorens zo’n pilot wordt opgezet. Van Dijk vraagt zich af vanaf wanneer Hermans op de hoogte is van dit initiatief en waar zij de Kamer daarover niet eerder geïnformeerd heeft. Er zijn een toolkit en een praktisch protocol gemaakt door het NVOG. De SGP’er vraagt af de minister dit met de Kamer zou kunnen delen. Dat geldt ook voor de brief van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) uit 2021 aan de NVOG en het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) aangaande abortussen op sociale indicatie in de 22e en 23e week van de zwangerschap. Indien Hermans bekend was met deze brief waarom is de Kamer nooit geïnformeerd, indien niet hoe is dát mogelijk?
Mr. Diederik van Dijk stelt veel vragen. In de dertiende vraag vraagt het Kamerlid zich af of deze nieuwe werkwijze ook een formele status heeft. “Zijn de richtlijnen van de NVOG en het NGvA hierop aangepast? Zo nee, hoe kan het dat deze fundamentele wijziging van de abortuspraktijk doorgevoerd kan worden zonder dat dit in overeenstemming is met geldende richtlijnen? Zo ja, waarom zijn deze aangepaste richtlijnen niet openbaar gemaakt?” Waarom hebben ziekenhuizen zich tot op heden bewust beperkt tot abortussen op grond van medische indicatie en voeren zijn geen tweede trimester abortussen uit op grond van sociale indicatie? Hoe verhoudt deze koerswijziging zich tot interne protocollen van ziekenhuizen inzake abortussen op grond van medische indicatie? Is elk ziekenhuis verplicht om mee te werken aan abortussen op sociale indicatie in week 22 en 23 van de zwangerschap? Wat vindt de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen van deze ontwikkeling? Waarom is het feit dat abortusklinieken en ziekenhuizen tot op heden geen tweede trimester abortussen doen op sociale indicatie in de twee evaluaties van de Wet Afbreking Zwangerschap nooit als urgent probleem naar voren gekomen? Waarom wordt dit nu wel geproblematiseerd?
In het Wetboek van Strafrecht komt de waarde van het ongeboren leven uitdrukkelijk naar voren. Dat geldt inclusief de wettelijke grens ter bescherming van het leven van het ongeboren kind. Zelfs als dat juridische kader iets ruimer is dan 23 weken maakt dit de overheid of zorgverleners nog niet verplicht om dit in alle gevallen mogelijk te maken. Het is niet verstandig om de grenzen van het strafrecht in deze op te zoeken. Van Dijk vraagt zich af hoeveel abortussen op sociale indicatie er de afgelopen maanden in ziekenhuize hebben plaatsgevonden (vanaf week 22 van de zwangerschap). De medewerking aan dit type abortussen door zorgverleners wordt als controversieel ervaren. Zorgverleners mogen op grond van de Wet Afbreking Zwangerschap nooit gedwongen worden om medewerking te verlenen aan een abortus. Ze mogen daarom nooit onder druk gezet worden om hieraan mee te werken. Wat doet de minister om drang of dwang te voorkomen? Het Kamerlid is daarom benieuwd naar het standpunt van de Beroepsvereniging van Verzorgenden en Verpleegkundigen (V&VN) in dezen. Hoe worden zorgverleners voorbereid op de consequenties van deze wijziging van abortuspraktijk? Hoe doet men deze abortussen bij 22 en 23 weken zwangerschap? “Klopt het dat hierbij in principe geen gebruik wordt gemaakt van feticide, maar dat de bevalling opgewekt wordt waarna het kindje op een natuurlijke manier geboren wordt?” Niet zelfden komt bij dergelijke bevallingen het kindje levend ter wereld. Van Dijk verwijst daarbij naar een artikel van dr. Sanne van der Kooij, dr. Nienke van Teijlingen, dr. Marike Lemmers en dr. Anneke van Soest in NTOG met als titel ‘Zwangerschapsafbreking 22-24 weken: van analyse naar verantwoordelijkheid’.2 Hoe komt dit kindje (dat levend ter wereld komt) dan vervolgens te overlijden? “Kunt u aangeven waarom in Nederland de abortuspraktijk vanaf 22 weken nu wordt uitgebreid, terwijl in andere landen zoals Zweden en Duitsland al levensreddend wordt opgetreden bij een vroeggeboorte van 22 weken?” Dit gegeven geeft alle reden om ook in Nederland een discussie te starten over het verlagen van zowel de behandel- als de abortusgrens naar 22 weken. Als de minister dan niet vindt, dan wil Van Dijk daar graag gedegen argumenten voor zien. Hoe groot is het risico op complicaties na zo’n abortus? Van Dijk vraagt zich tenslotte af wat er bekend is over pijnbeleving bij kinderen die bij 22 of 23 weken worden geaborteerd, zowel voor als na de geboorte (als kindjes levend ter wereld komen). Stevige vragen voor minister Hermans. Tot op heden zijn deze vragen nog niet beantwoord.
Voetnoten
- De Kamervragen van mr. Diederik van Dijk zijn hier terug te vinden: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2026Z16206&did=2026D36771.
- Het artikel is hier te downloaden: https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2026/07/NTOG_2026_2_DEF-HR-Hiaat22-24-weken.pdf.