Home » Medische ethiek

Categoriearchief: Medische ethiek

Je geslacht zomaar veranderen, moet dat kunnen? – Video van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV)

In de nieuwsbrief van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV) werd een informatieve video geplaatst over geslachtsverandering en waarom het onverstandig is om mee te gaan in de iniatieftransgenderwet. Hieronder is de video gedeeld. Veel zegen bij het kijken en luisteren.

In de politiek wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om een geslachtsverandering nog makkelijker te maken. Volgens dat voorstel zou er geen diagnose van een arts meer nodig zijn en geldt ook niet meer de leeftijdsgrens van 16 jaar en ouder. Op dit moment moet nog wel aan die voorwaarden worden voldaan. Dus: je moet ouder zijn dan 16 jaar, én je hebt een verklaring nodig van een arts of psycholoog.

‘Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken’ – Bespreking van ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’

Onlangs ontvingen wij het verzoek van de voorzitter van Bijbels Beraad M/V of wij aandacht wilden schenken aan hun nieuwe publicatie Transgenderisme in Bijbels perspectief: Doordenking voor thuis, op school en in de kerk. Graag voldoen we aan dit verzoek. Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken: maatschappelijk, filosofisch-historisch, medisch-ethisch en Bijbels.1

Inhoud

Transgender is een term voor mensen die zich niet eenduidig met hun geboortegeslacht wensen te identificeren (pag. 21). De meeste bijdragen in dit boek zijn van de redacteur dr. B.A. Zuiddam (hoofdstuk 1: als transgenderisme uw wereld binnenkomt). De Bijbelse bezinning in hoofdstuk 3 ‘wereldbeeld en Bijbeluitleg’ is afkomstig van hem. Eén bijdrage heeft hij samen met ds. C. Sonnevelt geschreven: hoofdstuk 5: ‘wat zegt de Bijbel?’. Twee ervaringsverhalen van de ex-transgender Laura Perry (hoofdstuk 2) en een anonieme vader van een transgender (hoofdstuk 8) maken concreet wat het fenomeen in de praktijk betekent.

Geschiedenis

Het is een goed leesbaar boek geworden, waarbij er bij twee stukken wat meer achtergrond nodig is om een en ander goed te kunnen plaatsen. Het betreft in de eerste plaats de filosofisch-historische bijdrage in hoofdstuk 4 van de, volgens de gereformeerde redactie, roomse auteur prof. dr. A.A.M. Kinneging. Deze auteur gaat van het transgenderisme terug tot de Verlichting en de Franse Revolutie, maar hij noemt ook de Romantiek als een beweging die vanuit hetzelfde uitgangspunt vertrekt: vrijheid en gelijkheid. Ondanks de geleerde en fraaie analyse, riep de volgende typisch roomse opmerking bij mij wel vervreemding op, namelijk dat als men voor de troon van God staat en verantwoording moet afleggen het er om gaat “dat men kan laten zien serieus geprobeerd te hebben een goed mens te zijn” (pag. 84).

Financiering transgenderbeweging

In de tweede plaats gaat het om de medisch-ethische reflectie van drs. Elise van Hoek–Burgerhart. Dit zevende hoofdstuk is een leerzaam informatief stuk. Zo legt zij bloot hoe de jongeren ideologisch beïnvloed worden via sociale media, activisten, overheidssubsidies, lesmateriaal en onderwijs. Politieke belangenorganisaties maken zich internationaal sterk. Man en paard worden genoemd. Drie Amerikaanse miljardairs hebben de transgenderbeweging gefinancierd: Jennifer Pritzker, Jon Stryker en George Soros (pag. 143). Tegenstanders van deze beweging krijgen te maken met agressie en bedreiging (p. 147–148). Zij concludeert ondermeer: “Ook de geldstromen en vormen van beïnvloeding moeten bespreekbaar gemaakt worden. Kinderen maken via door de overheid gesubsidieerde voorlichting of via verplichte schoolboeken kennis met nieuwe ideologische opvattingen over geslacht en gender waarbij een biologische, feitelijke basis ontbreekt. Onderzoek en gesprek moeten openlijk kunnen worden uitgevoerd, zonder kritiek of vormen van dreigen.” (pag. 149).

Bijbelse bezinning

Wij moeten een boek beoordelen om wat het is, en niet om wat het niet is. Toch zou ik Bijbels Beraad M/V op willen roepen om juist de Bijbelse bezinning op dit thema verder te ontwikkelen. Hoewel het hier een aanzet betreft tot Bijbelse bezinning op dit thema merk ik op dat deze bezinning tot nog toe veel te summier is gebleven. De bronnen van Godskennis, namelijk natuur en Schriftuur worden genoemd, maar een bijdrage met bezinning over de leer van de zonde, waaronder de erfzonde en erfsmet, ontbreken. Het moge waar zijn dat de Bijbel niet uitgebreid ingaat op het moderne onderwerp transgenderisme (wel op travestie), maar over het onnatuurlijk afwijken van Gods scheppingsordinantiën is in het kader van de zonde wel meer te zeggen.

Het boekje is prima geschikt als een introductie voor ouders, leerkrachten of ambtsdragers die nog weinig van dit onderwerp weten en zich hierover vanuit een Bijbels gereformeerd perspectief willen laten informeren.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

Abortuspil bij de huisarts verbetert de zorg niet

Dit artikel werd samen met drs. Aart van Wolfswinkel geschreven.

De huisarts is niet de aangewezen persoon om een abortuspil te verstrekken, menen huisartsen Edward Groenenboom en Aart van Wolfswinkel. Het vergt te veel van de al overbelaste huisarts en de kwaliteit van de abortuszorg zal erdoor omlaag gaan.

Binnenkort is abortus beschikbaar bij de huisarts – tenminste, als het aan de initiatiefnemers van het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap ligt. Deze week staat het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer. Doel is om de keuzevrijheid voor vrouwen met abortuswens te verruimen. In de dagelijkse praktijk zal de zorg voor onbedoeld zwangere vrouwen echter niet verbeteren, denken wij als huisartsen.

Alweer enkele jaren geleden dienden de Kamerleden Ellemeet (GroenLinks) en Ploumen (PvdA) een wetsvoorstel in om het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts mogelijk te maken. De Raad van State, gynaecologen en abortusartsen reageerden eerder kritisch. Voor ons als huisartsen blijft een aantal bezwaren nog steeds actueel.

Versnipperde zorg

Allereerst zijn er technische aspecten, zoals de termijnecho die nodig is bij twijfel over de zwangerschapsduur. De meeste huisartsenpraktijken zijn niet uitgerust met echoapparatuur. Dan zal er dus naast de huisarts ook een gynaecoloog of verloskundige betrokken moeten worden in het begeleidingsproces. Er kunnen natuurlijk afspraken gemaakt worden met gynaecologen in een nabij ziekenhuis of met de praktijk van een lokale verloskundige, maar praktisch gezien wordt de begeleiding wel lastiger doordat meerdere zorgverleners in het zorgproces betrokken raken. Terecht wezen abortusartsen er eerder op dat de abortuszorg op die manier versnipperd dreigt te raken.

Dan de benodigde expertise. De gemiddelde huisarts ziet slechts twee tot drie onbedoeld zwangere vrouwen per jaar met een abortusverzoek. Zij komen nog niet eens allemaal in aanmerking voor behandeling met de abortuspil. Bij een deel van hen is dan namelijk de maximale zwangerschapstermijn van 9 weken, die geldt voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking, al verstreken. Snel ervaring opbouwen met het voorschrijven van de abortuspil zit er voor de gemiddelde huisarts dus niet in. Het wetsvoorstel wil de kwaliteit van de abortuszorg bij de huisartsen die de abortuspil voorschrijven daarom hoog houden door middel van geaccrediteerde nascholing en registratie. Hoeveel huisartsen zullen bij een dergelijk gering aantal voorschriften echter bereid zijn tot de inspanning die hiervoor geleverd moet worden?

Verder is er het tijdsaspect. Al jaren heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging ‘meer tijd voor de patiënt’ als speerpunt. Het beleid van het ministerie van VWS is erop gericht om de komende jaren meer taken uit het ziekenhuis over te dragen aan de eerste lijn. Maar er is een landelijk tekort aan huisartsen. Bij pensionering worden praktijken, met name in de plattelandsgebieden, moeilijk overgenomen. Het moment voor uitbreiding van het takenpakket van de huisarts lijkt nu wel erg ongeschikt.

Evenwicht verschoven

Daarnaast wordt voorbijgegaan aan de positie van het ongeboren kind. De Raad van State gaf in haar advies uit 2016 al aan dat het wetsvoorstel sterk de nadruk legt op de keuzevrijheid van de vrouw, terwijl de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Afbreking zwangerschap uit 1984 een balans zocht tussen de mogelijkheid van zwangerschapsafbreking en de bescherming van het ongeboren leven. Met de nadruk in het wetsvoorstel op de laagdrempeligheid van de huisarts lijkt het evenwicht te verschuiven naar het eerste ten koste van het laatste, aldus de Raad. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel gaven in hun reactie aan het daar niet mee eens te zijn, omdat de autonomie in alle gevallen bij de vrouw ligt. De Raad van State ziet dat echter anders, en naar ons oordeel terecht.

Nog een aspect is de veiligheid. Het Nederlands Huisartsen Genootschap kwam in 2016 met een Standpunt Effectiviteit en veiligheid van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk. Onderzoek zou aantonen dat het voorschrijven door huisartsen veilig zou kunnen plaatsvinden. Juist abortusartsen wijzen er echter op dat behandeling met een abortuspil meestal geen sinecure is. In vergelijking met een zwangerschapsbeëindiging met instrumenten duurt volgens hen de medicamenteuze abortus langer en geeft die ook een grotere kans op complicaties, zoals een doorgaande zwangerschap, incomplete abortus en bloeding.

Er wordt tot slot verschillend gedacht over de maatschappelijke invloed die het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts zal hebben. Het Nederlands Huisartsen Genootschap benadrukt in haar Standpunt dat het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts niet onder het basisaanbod moet vallen.

Geen normaal medisch handelen

Het is, net als euthanasie, geen normaal medisch handelen. Terecht wordt genoemd dat huisartsen zelf beslissen of zij de abortuspil voorschrijven. Om ethische of praktische bezwaren kunnen zij hiervan afzien. De maatschappelijke uitstraling van laagdrempelige beschikbaarheid van abortus bij de huisarts telt echter ook mee.

Abortus provocatus is een handeling die beginnend menselijk leven afbreekt. Hier moeten we uiterst voorzichtig mee omgaan. Het lijkt ons ook om die reden beter om de huisartsen als beroepsgroep daarmee niet te belasten en de huidige scheiding van taken tussen huisartsenzorg en de uitvoering van abortus intact te laten.

Laat de huisarts blijven doen waar hij goed in is: het counselen van patiënten met oog voor de sociale context, preventie en nazorg. Dat is dagelijks werk. Het begeleiden van ongewenst zwangere vrouwen past daar bij uitstek in. Het behandelen met een abortuspil wat ons betreft niet.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Trouw. Het originele artikel is hier te lezen.

Brede bezinning op abortus nodig – Het is belangrijk dat wie een abortus wil, de echo krijgt te zien

Ik heb het Kamerdebat gevolgd over het voorstel tot wijziging van de verplichte minimale beraadtermijn voor de afbreking van zwangerschappen. Iemand droeg aan dat het goed zou zijn vrouwen die een abortus overwegen de echo te laten zien van hun kindje. Dit werd door veel Kamerleden geduid als vrouwenhaat.

‘Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.’ De vrouw op de foto heeft geen relatie tot het onderwerp. Bron: Pixabay.

Jarenlang mocht ik als coördinator hulpverlening werken bij een prolife-organisatie. Honderden ongewenst zwangere meisjes en vrouwen hebben we in die jaren begeleid. Ook veel meisjes en vrouwen die verdriet en spijt hadden na een abortus. Wat heb ik het vaak gehoord dat ze de echo niet eens móchten zien! Wat een verdriet als ze pas later (toen ze het zelf opzochten na die abortus of toen ze wel gewenst zwanger waren) een echo zagen van een kindje van datzelfde aantal weken.

Ik juich het toe dat een echo aan cliënten van een abortuskliniek standaard wordt aangeboden. Gewoon om te weten wat ze weg laten halen. Nu is het vaak zo dat het beeldscherm bewust wordt weggedraaid. Ook en misschien vaak juist bij vrouwen die twijfelen. Dat is niet eerlijk. Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.

De bedenktijd wordt intussen al vaak omzeild. Als meisjes en vrouwen rechtstreeks bellen met de kliniek – zonder huisartsverwijzing – en aangeven een abortus te willen, krijgen ze vaak direct een afspraak bij de kliniek voor over vijf dagen. Er wordt hun dan telefonisch meegedeeld dat ze direct de ingreep kunnen uitvoeren omdat de vijf dagen bedenktijd in acht zijn genomen.

Overigens vraagt jarenlang meer dan dertigduizend abortussen in Nederland om een bezinning van meer dan vijf dagen. Bezinning vooral op de verantwoordelijkheid van de seksuele omgang. Laten we onze dochters en zonen opvoeden tot verantwoordelijke mensen die geleerd hebben dat alleen seksualiteit in een relatie van trouw, gelijkwaardigheid en liefde veilig is. En dus veilig genoeg voor zwangerschappen en kinderen. In zulke relaties kunnen ongewenste en onbedoelde zwangerschappen heel snel veranderen in gewenste zwangerschappen. Maar gelukkig kan dat ook vaak bij ongewenste zwangerschappen van jonge tieners en vrouwen die er alleen voor staan. Zeker als er liefdevolle zorg is voor moeder en kind.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De bronvermelding luidt: Visser, A., 2022, Brede bezinning op abortus nodig, Nederlands Dagblad 78 (20.970): 13 (artikel).

Motie van dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) over verlaging abortusgrens naar 18 weken met zeer ruime meerderheid verworpen

Op 2 februari 2022 diende Tweede Kamerlid dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) een motie in om de abortusgrens te verlagen naar 18 weken. De motie werd op 10 februari 2022 in stemming gebracht en is met ruime meerderheid van de Tweede Kamer verworpen. Naast de fractie FVD stemde alleen ChristenUnie en SGP voor de motie.

De vernieuwde plenaire zaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Bron: tweedekamer.nl.

Motie

Een motie is volgens de definitie van Wikipediaeen formeel middel waarmee een lid van een vergadering een discussiepunt voor kan leggen aan een vergadering. Hiertoe dient de motie in stemming gebracht te worden op een vergadering’. Dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) diende een motie in om de abortusgrens van 24 weken aan een discussie te onderwerpen. Dit omdat baby’s dan, met behulp van de huidige medische technieken, al ruim levensvatbaar zijn. De motie luidde als volgt1:

De Kamer,
Gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met hedendaagse medische technieken een baby van 19 weken levensvatbaar kan zijn buiten de baarmoeder en dus een kans maakt te overleven na geboorte;
spreekt uit abortus enkel toe te staan tot en met een zwangerschapstermijn van 18 weken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Houwelingen

Stemming

Deze motie werd op 10 februari 2022 in stemming gebracht. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer (nl. 137 leden) stemde tegen deze motie. Alleen de orthodox-christelijke partijen (nl. CU en SGP) stemde vóór deze motie. Op het plaatje hieronder zien we de stemuitslag.2

Het is jammer dat dit punt niet ter discussie gebracht kon worden. Een debat over verlaging van de abortusgrens is dringend nodig. De Nederlands Patiëntenvereniging (NPV) voerde vorig jaar campagne om de 24 wekengrens te verlagen.3 Mr. Diederik van Dijk en drs. Yvonne Geuze-Van Horssen schreven een artikel voor het Reformatorisch Dagblad dat ook op onze website verscheen.4 Het artikel dat drs. Elise van Hoek een half jaar eerder schreef voor de Volkskrant is in dit verband ook lezenswaardig.5 Nu baby’s eerder levensvatbaar zijn zou de abortusgrens verlaagd moeten worden. Van Hoek:

Maar ook vanuit het perspectief van het kind is het goed de 24-wekengrens opnieuw te bekijken. Deze grens stamt uit de tijd dat vroeg-geboren baby’s vanaf 26 weken behandeld werden. Veiligheidshalve ging de wetgever daar wat onder zitten. De grens werd gelegd bij de ‘huidige stand van de wetenschap’, eind jaren zeventig van de vorige eeuw, waarbij kinderen onder de 24 weken niet levensvatbaar werden geacht.

Met alle kennis die inmiddels is opgedaan in echoscopie en genetisch onderzoek, is inmiddels veel bekend over de ontwikkeling. Zo is een foetus van 18 weken zo groot als een paprika en oefent hij met ademen, zuigen en slikken. Zijn bewegingen zijn steeds soepeler en vloeiender. Hij kan zijn tenen en vingers te sturen, fronsen en grimassen maken. Op de echo is te zien of het een jongen of meisje is.

Van Hoek concludeert daarom dat met de kennis van nu ‘een abortus tot 24 weken dan ook niet meer vol te houden’ is. Het is daarom schrijnend dat deze huidige stand van zaken wordt genegeerd, gebagatelliseerd of op een andere manier ongedaan gemaakt door veruit de meeste politieke partijen. Zelfs door het CDA, een partij met veel christelijke standpunten. Ik hoop dat de indiener en de voorstemmers niet de moed laten zaken, maar blijven strijden voor de verlaging van de abortusgrens tot (minder dan) 18 weken.

Voetnoten

‘Al zou het maar één leven redden!’ – Bijdrage van Tweede Kamerlid Chris Stoffer in het debat van 27-1-2022 over beraadtermijn abortus

Tweede Kamerlid Chris Stoffer, van de SGP, hield tijdens een debat op 27 januari 2022 een pleidooi voor het behoud van het verplichte beraadtermijn van vijf dagen voor een abortus. Zijn pleidooi is inclusief interrupties opgenomen en geplaatst op het YouTube-kanaal van de SGP. Hieronder wordt dit ook, met dank aan de SGP, weergegeven. Veel zegen bij het kijken en luisteren.

Is er een meerderheid in de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel ‘afschaffing verplicht beraadtermijn’? – Tineke Huizinga (CU) in Uitgelicht!

Vandaag heeft de Tweede Kamer gestemd voor de afschaffing van het verplichte beraadtermijn voor een abortus. Nu moet dit wetsvoorstel nog door de Eerste Kamer. Dit zal nog wel even duren omdat het wetsvoorstel nog langs allerlei commissies moet. Hoe liggen de verhoudingen daar? Afgelopen week nodigde Family7 de ChristenUnie-senator Tineke Huizinga uit om daarover te praten in het programma Uitgelicht! Vooral het eerste deel gaat over het wetsvoorstel. De rest gaat over andere zaken. Met dank aan Family7 wordt deze uitzending hieronder gedeeld.

Zevendelige serie ‘Uitgelicht Analyse’ over het leven – Family7 nodigt experts uit voor toelichting

Afgelopen najaar zond Family7 een zevendelige serie over het leven uit. In deze serie worden experts in de verschillende fasen van het leven bevraagd. Afgelopen maanden werd deze serie ook op de website ‘Oorsprong’ gedeeld. Hieronder alle afleveringen overzichtelijk onder elkaar.

Deel 1: Voor het leven.
Deel 2: Het begin van het leven.
Deel 3: Het kinderleven.
Deel 4: Midden in het leven.
Deel 5: Kwetsbaar leven.
Deel 6: Het einde van het leven.
Deel 7: Na het leven.

Uitgelicht Analyse over het Leven 7 – Na het Leven

Family7 heeft een programma dat heet ‘Uitgelicht Analyse‘. In de maand november zijn er via dit programma een zevental uitzendingen uitgezonden die handelen over medisch-ethische dilemma’s. Family7 heeft deze afleveringen ook op haar YouTube-kanaal geplaatst. De afleveringen zijn de moeite waard en daarom delen wij deze afleveringen, met dank aan de makers, graag op onze website. De zevende en laatste aflevering gaat over ‘kwetsbaar leven’. Hoe belangrijk is een uitvaart voor het rouwproces? Aan tafel zitten begrafenisondernemer Aart van Kruistum en rouwbegeleider en theoloog Arie de Winter.

Uitgelicht! – Arthur Alderliesten over de afschaffing van de bedenktijd van abortus

Gisteren was er een debat over de afschaffing van een verplicht beraadtermijn van vijf dagen. Op 26 januari was Arthur Alderliesten, directeur van Schreeuw om Leven, te gast bij Uitgelicht! van Family7. Hieronder is deze uitzending terug te kijken. Het gesprek over het beraadtermijn begint op 4:30 en duurt ongeveer 10 minuten. Arthur Alderliesten: “Die bedenktijd is zó belangrijk. Als dit wordt afgeschaft wordt ook de druk op vrouwen groter om gelijk een abortus te ondergaan.”