Home » Medische ethiek

Categoriearchief: Medische ethiek

De verwondering over nieuw leven kan zomaar ondergesneeuwd raken door zorg

In de voorlichting over prenatale screening, dat is onderzoek tijdens de zwangerschap naar de gezondheid van moeder en kind, kan het al snel gaan over het hoe van de test. ‘Maar het is veel belangrijker het waarom van de test uit te leggen en te bespreken.’

Het is belangrijk dat aanstaande ouders er op tijd over nadenken of prenatale screening bij hen past. Het zou daarom goed zijn als de voorlichting over deze screening niet meer alleen gaat over de medische en praktische informatie. Er moet in de voorlichting veel meer ruimte komen voor het gesprek over normen, waarden en wensen van ouders.

Zeker nu het voornemen is om vanaf volgend jaar naast de dertien- en twintigwekenecho ook de zogeheten NIPT volledig vergoed aan te bieden. (NIPT staat voor de niet-invasieve prenatale test, die je kunt doen vanaf een zwangerschap van elf weken.)

Gezondheid

Elke zwangere vrouw krijgt bij haar eerste bezoek aan de verloskundige of gynaecoloog voorlichting over prenatale screening. Onder prenatale screening vallen alle onderzoeken tijdens de zwangerschap die informatie geven over de gezondheid van moeder en kind. In dat eerste bezoek wordt apart gevraagd of ze ook wil laten onderzoeken of haar kindje een aangeboren aandoening heeft die niet te genezen is.

Een vrouw of stel kan bijvoorbeeld kiezen voor de NIPT om te weten te komen of haar kindje downsyndroom heeft. Zij kan ook kiezen voor de dertienwekenecho, of later in de zwangerschap voor de twintigwekenecho, om te weten te komen of er lichamelijke afwijkingen zijn zoals een open ruggetje.

Als uit zo’n prenatale screeningstest het vermoeden komt van een afwijking, kunnen aanstaande ouders besluiten of ze de zwangerschap willen afbreken. Of ze gebruiken de kennis om zich emotioneel en praktisch voor te bereiden op de komst van een kindje met een aandoening.

Niet verplicht

Voor deze vorm van prenatale screening geldt heel nadrukkelijk dat vrouwen zelf mogen kiezen wat ze daarin wel of niet willen. Het zijn geen verplichte testen of testen die het verbeteren van de gezondheid van het kind of de moeder op het oog hebben. Het is belangrijk dat te benadrukken. Ouders kunnen namelijk geconfronteerd worden met de wetenschap dat hun ongeboren kindje een afwijking heeft die mogelijk niet te behandelen is of waarvan de gevolgen ernstig zijn. Dat is ingrijpende informatie, die ouders voor moeilijke keuzes kan stellen.

De verwondering over nieuw leven kan zomaar ondergesneeuwd raken door zorgen over de zwangerschap en over het zorgen voor een kindje met een afwijking. Als ouders hechten aan deze onbevangen verwondering, is het belangrijk dat ze zich van tevoren realiseren dat prenatale screening ook deze nadelen kent.

In de voorlichting kan het al snel gaan over het hoe van de test. Maar het is veel belangrijker het waarom van de test uit te leggen en te bespreken. Willen alle ouders wel alle informatie over hun kindje weten? En weten ze ook wat ze met die informatie kunnen en willen? Zo kan het vinden van een afwijking bij de twintigwekenecho ook gebruikt worden om bijvoorbeeld de plaats van de bevalling te kiezen.

Nieuwe vragen

De impact van de uitslag is niet de enige reden om heel bewust om te gaan met prenatale screening. Het is belangrijk dat er ook rekening gehouden wordt met wat een bepaalde uitslag in de praktijk betekent, en in hoeverre die uitslag betrouwbaar is. Lang niet altijd kan uit de test duidelijk geconcludeerd worden hoe ernstig de gevonden aandoening is, en welke complicaties er zouden kunnen zijn, blijkt uit onderzoek.

Ouders kunnen vanuit prenatale screening verontrustende berichten krijgen die uiteindelijk mee blijken te vallen. Andersom gebeurt het dat ouders er onterecht van uitgaan dat er niks met hun kindje aan de hand is.

Bovendien kunnen ouders na prenatale screening vaak voor nieuwe keuzes komen te staan over vervolgonderzoek, in vaktaal: prenatale diagnostiek. Dat stelt hen opnieuw voor vragen: ‘Hoe kijken we aan tegen extra medische controles in de zwangerschap? En hoe wegen we de mogelijke gevolgen van diagnostiek voor de zwangerschap?’

Het is belangrijk dat aanstaande ouders zich van tevoren bewust zijn van de vragen bij prenatale screening en bij zichzelf nagaan of prenatale screening past bij hun morele waarden. Er zijn verschillende organisaties die hier informatie en begeleiding in bieden, ook vanuit een christelijke visie op het leven. Zo komen zij niet voor keuzes te staan die zij wellicht niet willen maken, niet alleen ten aanzien van het wel of niet afbreken van de zwangerschap, maar ook ten aanzien van vervolgonderzoek en intensiteit van medische controles.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De bronvermelding luidt: Heij R., 2022, Denk op tijd na over screening, Nederlands Dagblad 78 (21.106): 16 (artikel).

‘Dankzij hulp koos Deborah voor haar kindje’ – Maak de Week van het Leven mogelijk

Beste lezer,

Toen Deborah onverwacht zwanger raakte, schrok ze enorm. ‘Ik had geen vaste relatie en mijn leven was er totaal niet op ingericht,’ vertelt ze daarover. ‘Een abortus leek mij op dat moment de enige uitweg!’

Bij het zien van de echo in de abortuskliniek, begon Deborah te twijfelen. ‘Ik dacht: wow, er is gewoon leven in mij! Een abortus was opeens geen optie meer…’ Deborah zocht hulp en mocht voor haar kindje kiezen. ‘Ik was zo dankbaar toen ik Eden voor het eerst in m’n handen hield! Hoe kon ik eerst denken dat ik haar niet wilde?’

Het verhaal van Deborah staat niet op zichzelf. Ieder jaar overwegen duizenden vrouwen een abortus. Gelukkig liep het verhaal van Deborah en haar dochtertje goed af. Maar voor meer dan 31.000 kinderen wordt jaarlijks een andere keuze gemaakt. In Nederland eindigt 1 op de 7 zwangerschappen in een abortus!

Tijdens de Week van het Leven vragen we daarom opnieuw aandacht voor de bescherming van ongeboren kinderen. Ook maken we ons sterk voor betere hulp aan vrouwen zoals Deborah. Dit jaar maken we hiervoor een nieuwe website, waarop we concrete hulp bieden aan vrouwen met zorgen over de zwangerschap. En natuurlijk komt er weer een grote bewustwordingscampagne. Denk aan radiospotjes, videoboodschappen, billboards langs snelwegen, advertenties in kranten en berichten op sociale media.

We bidden dat deze campagne weer harten van mensen mag raken. Zodat door God gegeven leven welkom is. Uw steun is hierbij onmisbaar. Daarom vraag ik u of u de Week van het Leven mogelijk wilt maken met een gift.

Alvast heel hartelijk bedankt!

Met vriendelijke groet,
Diederik van Dijk
Voorzitter Platform Zorg voor Leven

Pro-abortusbeweging hekelt ‘spijtpil’ op basis van desinformatie

De weerstand tegen het voorschrijven van een progesteronkuur, ook wel (abortuspilremmer) of ‘spijtpil’ genoemd, na de start van een abortuspilprocedure, is enorm opgevoerd door de pro-abortusbeweging. Met grote gevolgen voor moeder en kind.

Hulpvraag

Een jonge vrouw nam onder druk van haar partner de eerste abortuspil. Na inname van de pil realiseerde de vrouw wat ze in gang had gezet en kreeg spijt en wilde gebruikmaken van de spijtpil. Haar hulpvraag kwam onlangs binnen bij de vereniging Kies Leven.

Artsen zijn door de hetze van de pro-abortusbeweging tegen de spijtpil, terughoudend geworden. Aan een nieuw zorgvuldig protocol voor huisartsen en uitbreiding van een landelijk dekkend netwerk wordt nog gewerkt door enkele huisartsen in samenwerking met Kies Leven.1 Die terughoudendheid bij artsen zorgde ervoor dat we deze vrouw niet konden helpen toen ze hulp nodig had. Ook andere organisaties konden geen hulp bieden. Dit doet enorm veel pijn, bij mij, de artsen, de vrouw en bij haar kindje wat er nu niet meer is.

Spijtpil

Al tientallen jaren wordt in de Verenigde Staten (VS) het hormoon progesteron voorgeschreven aan vrouwen die alleen de eerste van de set van twee abortuspillen (de tweede “pil” bestaat eigenlijk uit 4 vaginaaltabletten) hebben genomen en daarna spijt kregen van hun beslissing; het middel wordt daarom ‘spijtpil’ genoemd. Progesteron is een lichaamseigen geslachtshormoon dat invloed heeft op de hechting van het kindje in de baarmoeder. Ditzelfde progesteron wordt in Nederland veelvuldig ingezet bij vrouwen die middels een in-vitrofertilisatie (ivf)-behandeling een kindje willen krijgen of in sommige gevallen bij vrouwen die eerder een miskraam hebben gehad en dat bij een nieuwe zwangerschap willen voorkomen. Dit laatste is in Nederland niet zo gebruikelijk. Het extra slikken van progesteron gedurende het eerste trimester (3 maanden) kan de zwangerschap ondersteunen. Als de zwangere moeder zelf te weinig progesteron aanmaakt, kan het op deze manier worden aangevuld.

In diverse media zijn de afgelopen jaren artikelen verschenen die de werking van progesteron uitleggen. Het Reformatorisch Dagblad2 schreef hier op 10 en 13 maart 2021 al over, en kwam tot de conclusie dat het middel veilig en effectief is. Ook Weet Magazine3 plaatste een uitgebreid artikel over de toepassingen en de werking van dit zwangerschap ondersteunende hormoon in relatie tot de abortuspil.

Opvallend is dat de pro-abortusbeweging blijft spreken over “medisch riskant” of over een toegediende “overdosis”. De Groene Amsterdammer4 meldde op 10 maart 2021: “Het gebruikte medicijn, met het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron, is niet geregistreerd als abortuspilstopper, zegt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. De behandeling kan volgens het College ernstig effect hebben op zowel de vrouw als haar foetus.

Onderzoek naar de spijtpil

In 2019 is in de Amerikaanse staat Californië een onderzoek5 gestart naar de werking van progesteron na inname van de eerste abortuspil, bestaande uit de chemische stof mifepriston. Aan het onderzoek deden slechts twaalf vrouwen mee. Zes van de twaalf vrouwen kregen progesteron en de andere zes een placebo (een niet werkend middel) toegediend. De tweede abortuspil werd niet gegeven.

Het onderzoek werd al snel stopgezet. Wat bleek: van de twaalf vrouwen die deelnamen aan het onderzoek, kregen er drie last van hevige bloedingen waardoor ze met een ambulance naar het ziekenhuis moesten worden gebracht. Twee van hen kregen die bloeding na inname van de abortuspil, dus nog voordat ze met progesteron waren begonnen, de derde vrouw na inname van een abortuspil in combinatie met de progesteronkuur. Na twee weken bleken vier van de zes vrouwen die progesteron-ondersteuning kregen nog zwanger te zijn, evenals twee vrouwen uit de placebogroep. Na afloop van het onderzoek hebben alle vrouwen alsnog een abortus door middel van curettage gekregen. In feite lijkt de studie erop te wijzen dat de abortuspil zélf gevaarlijk is en bloedingen veroorzaakt. Terwijl juist dit onderzoek vaak wordt aangehaald om te ‘bewijzen’ dat progesteron gevaarlijk zou zijn voor moeder en kind. Het tegendeel is juist waar, zoals het frequente succesvolle toedienen van progesteron bij ivf en na miskramen laat zien. Uit een onderzoek van de Food and Drug Administration6 (FDA; de ‘medicijnwaakhond’ uit de VS) blijkt juist dat het gebruik van progesteron tijdens de zwangerschap geen verhoogd risico geeft op schade aan het kindje.

De pro-choice-paradox

Wat we zeker weten is dat bij inname van de abortuspil het kindje van de zwangere vrouw vrijwel altijd sterft. Daar is de abortuspil immers voor bedoeld. De pro-abortusbeweging in Nederland wil deze abortuspil, met steun van de meerderheid van de Tweede Kamer, zelfs eenvoudig beschikbaar maken via de huisarts. En dat ook nog zonder de vijf dagen bedenktijd. De paradox die zo ontstaan is, is dat men zich zorgen maakt over moeder en kind bij het toedienen van progesteron, terwijl men zich geen zorgen maakt wanneer de abortuspil wordt genomen, waar altijd een kindje door sterft. Bovendien is men blijkbaar alleen pro-choice als de keuze in een abortus resulteert. Zodra de moeder voor iets anders kiest, namelijk om de abortuspil tegen te gaan, is de ‘pro’ uit ‘pro-choice’ (voor keuzevrijheid) plotseling weinig meer waard.

Overigens overlijdt het kindje strikt genomen niet door inwerking van de eerste abortuspil (bestaande uit de werkzame stof Mifepriston ) op het kindje zelf, maar omdat die pil de progesteronreceptoren in de baarmoeder blokkeert waardoor de werking van progesteron (het in stand houden van de zwangerschap) teniet wordt gedaan. Door toedienen van extra progesteron kan de werking van de eerste abortuspil worden tegengegaan, dat is ook de reden om de eerste dagen (na inname van het eerste tablet Mifepriston, tot max 72 uur later) een (overigens onschuldige) extra dosis progesteron toe te dienen.

Opvallend detail

De Groene Amsterdammer schreef zoals gezegd op 10 maart 2021: “Het gebruikte medicijn, met het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron, is niet geregistreerd als abortuspilstopper, zegt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.” Zij wijst het gebruik van progesteron als abortuspilremmer dus af op basis van ‘oneigenlijk gebruik’. Dat is opmerkelijk, want misoprostol, de werkzame stof van de tweede abortuspil, is eigenlijk een maagbeschermer7. Voor vrouwen die het middel als zodanig willen gebruiken, geeft het Farmacotherapeutisch Kompas (een databank voor geneesmiddelen over werking van medicijnen en mogelijke bijwerkingen) zelfs een waarschuwing af: “Misoprostol kan uteruscontracties veroorzaken, wat kan leiden tot uterusbloedingen en abortus. Blootstelling tijdens het 1e trimester vermeerdert de kans op aangeboren afwijkingen, zoals het syndroom van Möbius, amnionstrengsyndroom, cerebrale en craniale afwijkingen en artrogrypose.”

Overigens is niet-geregistreerd gebruik (zogeheten off-labelgebruik) van geneesmiddelen niet ongebruikelijk en zeker niet verboden; wel is het wenselijk om dit op het doktersrecept te vermelden.

Voorzichtige artsen

De hetze tegen het gebruik van progesteron maakt artsen voorzichtig om dit middel voor te schrijven als een vrouw spijt krijgt na het innemen van de eerste abortuspil. Hiermee lijkt de pro-abortusbeweging te hebben bereikt dat het doden van het kindje (door de abortuspil) is veiliggesteld, maar worden moeder en kind tegelijkertijd keihard in de steek gelaten. Met regelmaat worden vrouwen onder druk gezet om een abortus te laten verrichten en laat dat nu net een veel gehoorde reden zijn dat vrouwen spijt kunnen krijgen na de inname van de eerste abortuspil.

Geen weg terug?

Vaak krijgen vrouwen te horen dat er na inname van de eerste abortuspil met mifepriston geen weg terug meer is, mede omdat die eerste pil ook schadelijk voor het kindje zou zijn wanneer de zwangerschap toch behouden zou blijven. Het Bijwerkingencentrum Lareb8 (de overheidsorganisatie die bijwerkingen op medicijnen registreert) schrijft hierover:

“Mifepriston wordt in combinatie met misoprostol gebruikt voor het afbreken van een zwangerschap. Er is nog maar beperkt onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van mifepriston op de ongeboren vrucht als de zwangerschap toch doorgaat. Een studie beschrijft 257 vrouwen met gebruik van mifepriston. Deze vrouwen kregen bovendien progesteron om de werking van mifepriston tegen te gaan. Er werd geen hoger risico gezien op afwijkingen.”

De conclusie is dat de pro-abortusbeweging niet eerlijk is in hun informatievoorziening omtrent het gebruik van progesteron. Hiermee zet zij de samenleving en diverse media op het verkeerde been. Dit is een zorgelijke en onwenselijke situatie, omdat het ervoor zorgt dat vrouwen met spijt in de steek worden gelaten en prille kinderlevens onnodig sterven.

Op dit moment wordt door de vereniging Kies Leven gewerkt aan een landelijk dekkend netwerk van artsen en gynaecologen die de vrouwen bij deze zwangerschapsondersteuning begeleiden. Kies Leven is nog op zoek naar artsen en gynaecologen die zich hierbij willen aansluiten. Wilt u hier ook aan meewerken? Neem dan contact op via info@kiesleven.nl. Als dit landelijk dekkende netwerk er is, kan de abortuspil-stopper weer worden voorgeschreven.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

Kosteloos aanbieden van de NIPT is niet neutraal

Het kosteloos aanbieden van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) staat echte keuzevrijheid in de weg en ondermijnt het signaal dat het geen noodzakelijke zorg is voor moeder en kind.

In het laatste coalitieakkoord is afgesproken dat de NIPT kosteloos aangeboden moet worden aan alle zwangere vrouwen. Daarmee vervalt de huidige eigen bijdrage van 175 euro. Met de NIPT kan vroeg in de zwangerschap getest worden of het kindje het down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Over de uitwerking en invoering (vanaf 1 april 2023) van deze afspraak wordt binnenkort gesproken en besloten. Het belangrijkste argument voor het afschaffen van de eigen bijdrage is dat vrouwen in hun keuze niet gehinderd zouden moeten worden door een geldbedrag. Dit zou een onnodige of zelfs onrechtvaardige drempel zijn om te kiezen voor de NIPT.

In de aanloop naar dit besluit is het in onderzoek, debat en media gegaan over de vrije keuze van de vrouw en over geld als drempel. Daarnaast werd opgeworpen dat het vragen van een eigen bijdrage zou kunnen leiden tot het ongewenste effect dat het downsyndroom alleen bij mensen met weinig geld zou gaan voorkomen. Maar de andere kant van de medaille is nauwelijks aan de orde geweest. De beslissing om de NIPT kosteloos aan te bieden, is niet neutraal omdat het níet hoeven betalen voor een test het keuzeproces van zwangeren evengoed beïnvloedt. Het heeft namelijk gevolgen voor hoe vrouwen kiezen voor de NIPT en voor hoe welwillend de maatschappij is ten aanzien van de keuze om niet te laten testen.

Abortus

Met het afschaffen van de eigen bijdrage vervalt het signaal dat de NIPT geen noodzakelijke zorg is voor moeder en kind en dat het prima is om de NIPT niet te laten doen. Een volledige vergoeding geeft eerder een adviserend signaal: „dit vinden we als politiek en samenleving belangrijk om te doen, daarom hoef je er niet voor te betalen.”

En dat terwijl de NIPT niet gericht is op de bevordering van de gezondheid van moeder en kind, maar alleen laat zien of een kind een niet-behandelbare afwijking heeft. Met die informatie kan een vrouw zich vervolgens voorbereiden op de geboorte van een gehandicapt kindje of besluiten tot abortus. Die laatste groep is helaas in de meerderheid.

Een test aanbieden die het mogelijk maakt de zwangerschap af te breken vanwege een handicap, presenteert abortus onterecht als oplossing wanneer je geconfronteerd wordt met de gebrokenheid van het leven.

Maar als zo’n test dan aangeboden wordt, zijn voor- en tegenstanders het erover eens dat het alleen op zo’n manier mag dat elke vrouw in staat gesteld wordt om er persoonlijk, vrij en goed geïnformeerd over te beslissen. Terecht stellen de voorstanders van een gratis NIPT dat het weigeren van een test omdat die te duur is daaraan niet voldoet. Maar een test accepteren omdat die gratis is, doet dat evenmin. Om het doel en de vrijblijvendheid van deze test duidelijk te maken, is een eigen bijdrage op zijn plek, al kan over de hoogte nagedacht worden, evenals over een tegemoetkoming voor de minima.

Publieke opinie

Niet alleen de vrouw die voor de keuze staat of ze wil laten testen, neemt de kosten (of de afwezigheid daarvan) in overweging. Of er voor de NIPT betaald moet worden, beïnvloedt ook de publieke opinie. Sommige ouders hebben nu al het gevoel of de ervaring dat ze zich moeten verantwoorden voor hun kind met het downsyndroom. En als de test volledig gratis wordt, heb je eigenlijk weinig redenen meer om de test te weigeren. Een vanzelfsprekendheid om te laten testen, ligt hiermee voor de hand. Dit kan leiden tot sociale druk om de test dan maar te accepteren, die eveneens afbreuk doet aan een vrije keuze op basis van goede informatie. En die vrije keuze hebben ook voorstanders van een kosteloze NIPT juist hoog in het vaandel staan.

Het is een principiële keuze om in te zetten op het nog laagdrempeliger maken van de toegang tot screening. Die keuze verwijdert ons van de zorg voor íeder mensenleven. Maar de overheid heeft als taak zorg te dragen voor elk mens, en juist voor diegenen die kwetsbaar zijn en niet voor zichzelf kunnen opkomen. Om hen te beschermen die niet passen in het liberale streven naar autonomie en zelfredzaamheid. Daar past een kosteloos aanbieden van de NIPT niet bij.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Kater-Kuipers, A., 2022, Kosteloos aanbieden van de NIPT is niet neutraal, Reformatorisch Dagblad 52 (41): 33 (artikel).

Offer embryo’s niet op voor onderzoek naar wijzigen DNA

Deze gastbijdrage is geschreven samen met Eline Gorter-van Huizen (MSc.). Eline was onlangs ook te gast bij Family7 om over dit onderwerp te spreken (zie hier).

Embryo’s gebruiken voor onderzoek om de techniek van kiembaanmodificatie te verbeteren, is vooral het najagen van een onzekere droom, waarbij met zekerheid veel pril leven wordt opgeofferd. Een weg die we niet moeten inslaan.

Het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA (WI) ziet ruimte om embryo’s te kweken voor onderzoek naar het aanpassen van DNA om erfelijke ziekten te voorkomen. Volgens het WI is dit onderzoek zo belangrijk dat het zwaarder weegt dan de beschermwaardigheid van embryo’s. De NPV deelt deze gedachtegang niet. De beschermwaardigheid van embryo’s moet vooropstaan. Ook het aanpassen van DNA in embryo’s is een ingrijpende stap, die beter doordacht moet worden.

Het WI stelt in een recent rapport dat embryo’s geen absolute beschermwaardigheid hebben: soms mogen andere belangen zwaarder wegen dan de beschermwaardigheid. Volgens het WI is het voorkomen van ernstige erfelijke ziekten door kiembaanmodificatie zo’n belangrijk doel. Bij kiembaanmodificatie wordt een embryo gecreëerd in een ivf-behandeling en wordt het DNA aangepast om een erfelijke ziekte te voorkomen. Deze techniek is nog niet veilig en effectief genoeg. Om de techniek verder te ontwikkelen, is onderzoek nodig met speciaal gekweekte embryo’s. Het speciaal kweken van embryo’s voor onderzoek is nu niet toegestaan in Nederland. Eerder lieten D66 en VVD al weten dat zij dit willen veranderen. Nu ziet ook het CDA mogelijkheden hiervoor.

Respect

De NPV heeft fundamentele bezwaren tegen de weg die het WI inslaat. Het WI stelt niet te willen meegaan in het idee dat de beschermwaardigheid van embryo’s toeneemt naarmate ze zich ontwikkelen (toenemende beschermwaardigheid). Tegelijk ziet het ruimte om het vroegste begin van het menselijk leven moreel anders te waarderen dan het leven in een verder gevorderd stadium. Dat is wel degelijk een denktrant van toenemende beschermwaardigheid. Uit het rapport kan worden afgeleid dat het voorkómen van menselijk lijden voor het WI het belangrijkste uitgangspunt is in deze context, in plaats van de beschermwaardigheid van het embryo.

De NPV erkent dat menselijk lijden vreselijk kan zijn. Daartegenover staat dat een embryo het prille begin is van menselijk leven; dat is wetenschappelijk onomstreden. Wij geloven dat God de Schepper is van elk mensenleven en vanaf het begin bij dit leven is betrokken, ook al is het zo klein als een embryo. Uit één bevruchte eicel groeit onder de goede omstandigheden een compleet mensje. Daarom moeten we met het grootste respect omgaan met embryo’s. We mogen embryo’s nooit gebruiken voor onderzoek en vervolgens vernietigen. Het is extra problematisch om embryo’s te creëren als ware het in een fabriek, los van de context van een zwangerschap. We gebruiken embryo’s dan alsof het geen menselijk leven is, maar materiaal.

Illusie

Om aan de beschermwaardigheid van embryo’s recht te doen, wil het WI „strikte voorwaarden” aan het onderzoek stellen. Maar vervolgens blijft het rapport vrij vaag over die voorwaarden. Zo schrijft de auteur dat „redelijke grenzen” gesteld moeten worden aan hoe lang een embryo in een laboratorium mag worden opgekweekt. Nu al speelt in de politiek de discussie om de 14 dagen die embryo’s in het lab mogen worden gekweekt te verruimen naar 28 dagen. De lezer tast in het duister hoe het WI in deze discussie staat.

Verder hangt het standpunt of embryo-onderzoek voor een specifieke technologie gerechtvaardigd is voor het WI af van de belofte en potentie van die techniek. Een eerste kanttekening daarbij is dat die potentie moeilijk in te schatten is. Wetenschappers en samenleving zijn vaak geneigd om mogelijkheden uit te vergroten. Daarnaast zullen veelbelovende technieken zich blijven aandienen; zo zal de praktijk van embryo-onderzoek ook uitdijen. Het is een illusie dat het mogelijk is om embryo-onderzoek beperkt te houden als je eenmaal de deur openzet naar het kweken van embryo’s voor onderzoek.

Risico’s

Het WI beschouwt kiembaanmodificatie als een veelbelovende techniek, maar wil het pas toestaan als „onderzoek heeft aangetoond dat de methode veilig is voor de persoon en het nageslacht.” De realiteit is dat het onmogelijk is om dit met embryo-onderzoek in het laboratorium aan te tonen. Op een gegeven moment zullen de eerste kinderen met aangepast DNA geboren moeten worden. Pas als zij decennialang gevolgd zijn en zelf weer nageslacht krijgen, weten we meer over de veiligheid op langere termijn. Dan zijn echter verschillende generaties blootgesteld aan onbekende risico’s. Dat geldt eens te meer omdat kiembaanmodificatie alleen in combinatie met ivf gedaan kan worden. De oudste mensen die door ivf zijn ontstaan, zijn nu nog geen 45 jaar. Er zijn aanwijzingen dat zij een hoger risico hebben op ouderdomsziekten, maar de tijd moet leren of dat werkelijk zo is. Het is een stap in het duister wanneer je ivf combineert met DNA-aanpassingen. We stellen ons nageslacht daarmee bloot aan grote risico’s.

Embryo’s gebruiken voor onderzoek om de techniek van kiembaanmodificatie te verbeteren, is vooral het najagen van een onzekere droom, waarbij met zekerheid veel pril leven wordt opgeofferd. Een weg die we niet moeten inslaan.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Dijk, D.J.H. van, Gorter-van Huizen, E., 2022, Offer embryo’s niet op voor onderzoek naar wijzigen DNA, Reformatorisch Dagblad 52 (86): 24-25 (artikel).

Drs. P.H.J. (Pieter Jan) Dijkman en drs. A. (André) Poortman reageerden in het Reformatorisch Dagblad van 30 juli 2022 op het bovenstaande artikel.

Eline Gorter (NPV) over mogelijke verruiming embryowet door VVD en D66 – Uitgelicht! 30 mei 2022

VVD en D66 wil de embryowet verruimen. Eline Gorter-van Huizen (MSc.), beleidsadviseur Onderzoek & Beleid bij de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV), was eind mei te gast in Uitgelicht! van Family7 om te spreken over deze verruiming van de embryowet. Family7: “Ze willen embryoselectie toestaan voor wetenschappelijk onderzoek. Bij Eline Gorter van de NPV staat de bescherming van het menselijk leven voorop en maakt zich daarom grote zorgen over deze ontwikkelingen.” Met dank aan Family7 is deze opname geplaatst op het YouTube-kanaal en kunnen we deze delen via onze website.

Je geslacht zomaar veranderen, moet dat kunnen? – Video van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV)

In de nieuwsbrief van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV) werd een informatieve video geplaatst over geslachtsverandering en waarom het onverstandig is om mee te gaan in de iniatieftransgenderwet. Hieronder is de video gedeeld. Veel zegen bij het kijken en luisteren.

In de politiek wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om een geslachtsverandering nog makkelijker te maken. Volgens dat voorstel zou er geen diagnose van een arts meer nodig zijn en geldt ook niet meer de leeftijdsgrens van 16 jaar en ouder. Op dit moment moet nog wel aan die voorwaarden worden voldaan. Dus: je moet ouder zijn dan 16 jaar, én je hebt een verklaring nodig van een arts of psycholoog.

‘Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken’ – Bespreking van ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’

Onlangs ontvingen wij het verzoek van de voorzitter van Bijbels Beraad M/V of wij aandacht wilden schenken aan hun nieuwe publicatie Transgenderisme in Bijbels perspectief: Doordenking voor thuis, op school en in de kerk. Graag voldoen we aan dit verzoek. Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken: maatschappelijk, filosofisch-historisch, medisch-ethisch en Bijbels.1

Inhoud

Transgender is een term voor mensen die zich niet eenduidig met hun geboortegeslacht wensen te identificeren (pag. 21). De meeste bijdragen in dit boek zijn van de redacteur dr. B.A. Zuiddam (hoofdstuk 1: als transgenderisme uw wereld binnenkomt). De Bijbelse bezinning in hoofdstuk 3 ‘wereldbeeld en Bijbeluitleg’ is afkomstig van hem. Eén bijdrage heeft hij samen met ds. C. Sonnevelt geschreven: hoofdstuk 5: ‘wat zegt de Bijbel?’. Twee ervaringsverhalen van de ex-transgender Laura Perry (hoofdstuk 2) en een anonieme vader van een transgender (hoofdstuk 8) maken concreet wat het fenomeen in de praktijk betekent.

Geschiedenis

Het is een goed leesbaar boek geworden, waarbij er bij twee stukken wat meer achtergrond nodig is om een en ander goed te kunnen plaatsen. Het betreft in de eerste plaats de filosofisch-historische bijdrage in hoofdstuk 4 van de, volgens de gereformeerde redactie, roomse auteur prof. dr. A.A.M. Kinneging. Deze auteur gaat van het transgenderisme terug tot de Verlichting en de Franse Revolutie, maar hij noemt ook de Romantiek als een beweging die vanuit hetzelfde uitgangspunt vertrekt: vrijheid en gelijkheid. Ondanks de geleerde en fraaie analyse, riep de volgende typisch roomse opmerking bij mij wel vervreemding op, namelijk dat als men voor de troon van God staat en verantwoording moet afleggen het er om gaat “dat men kan laten zien serieus geprobeerd te hebben een goed mens te zijn” (pag. 84).

Financiering transgenderbeweging

In de tweede plaats gaat het om de medisch-ethische reflectie van drs. Elise van Hoek–Burgerhart. Dit zevende hoofdstuk is een leerzaam informatief stuk. Zo legt zij bloot hoe de jongeren ideologisch beïnvloed worden via sociale media, activisten, overheidssubsidies, lesmateriaal en onderwijs. Politieke belangenorganisaties maken zich internationaal sterk. Man en paard worden genoemd. Drie Amerikaanse miljardairs hebben de transgenderbeweging gefinancierd: Jennifer Pritzker, Jon Stryker en George Soros (pag. 143). Tegenstanders van deze beweging krijgen te maken met agressie en bedreiging (p. 147–148). Zij concludeert ondermeer: “Ook de geldstromen en vormen van beïnvloeding moeten bespreekbaar gemaakt worden. Kinderen maken via door de overheid gesubsidieerde voorlichting of via verplichte schoolboeken kennis met nieuwe ideologische opvattingen over geslacht en gender waarbij een biologische, feitelijke basis ontbreekt. Onderzoek en gesprek moeten openlijk kunnen worden uitgevoerd, zonder kritiek of vormen van dreigen.” (pag. 149).

Bijbelse bezinning

Wij moeten een boek beoordelen om wat het is, en niet om wat het niet is. Toch zou ik Bijbels Beraad M/V op willen roepen om juist de Bijbelse bezinning op dit thema verder te ontwikkelen. Hoewel het hier een aanzet betreft tot Bijbelse bezinning op dit thema merk ik op dat deze bezinning tot nog toe veel te summier is gebleven. De bronnen van Godskennis, namelijk natuur en Schriftuur worden genoemd, maar een bijdrage met bezinning over de leer van de zonde, waaronder de erfzonde en erfsmet, ontbreken. Het moge waar zijn dat de Bijbel niet uitgebreid ingaat op het moderne onderwerp transgenderisme (wel op travestie), maar over het onnatuurlijk afwijken van Gods scheppingsordinantiën is in het kader van de zonde wel meer te zeggen.

Het boekje is prima geschikt als een introductie voor ouders, leerkrachten of ambtsdragers die nog weinig van dit onderwerp weten en zich hierover vanuit een Bijbels gereformeerd perspectief willen laten informeren.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

Abortuspil bij de huisarts verbetert de zorg niet

Dit artikel werd samen met drs. Aart van Wolfswinkel geschreven.

De huisarts is niet de aangewezen persoon om een abortuspil te verstrekken, menen huisartsen Edward Groenenboom en Aart van Wolfswinkel. Het vergt te veel van de al overbelaste huisarts en de kwaliteit van de abortuszorg zal erdoor omlaag gaan.

Binnenkort is abortus beschikbaar bij de huisarts – tenminste, als het aan de initiatiefnemers van het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap ligt. Deze week staat het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer. Doel is om de keuzevrijheid voor vrouwen met abortuswens te verruimen. In de dagelijkse praktijk zal de zorg voor onbedoeld zwangere vrouwen echter niet verbeteren, denken wij als huisartsen.

Alweer enkele jaren geleden dienden de Kamerleden Ellemeet (GroenLinks) en Ploumen (PvdA) een wetsvoorstel in om het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts mogelijk te maken. De Raad van State, gynaecologen en abortusartsen reageerden eerder kritisch. Voor ons als huisartsen blijft een aantal bezwaren nog steeds actueel.

Versnipperde zorg

Allereerst zijn er technische aspecten, zoals de termijnecho die nodig is bij twijfel over de zwangerschapsduur. De meeste huisartsenpraktijken zijn niet uitgerust met echoapparatuur. Dan zal er dus naast de huisarts ook een gynaecoloog of verloskundige betrokken moeten worden in het begeleidingsproces. Er kunnen natuurlijk afspraken gemaakt worden met gynaecologen in een nabij ziekenhuis of met de praktijk van een lokale verloskundige, maar praktisch gezien wordt de begeleiding wel lastiger doordat meerdere zorgverleners in het zorgproces betrokken raken. Terecht wezen abortusartsen er eerder op dat de abortuszorg op die manier versnipperd dreigt te raken.

Dan de benodigde expertise. De gemiddelde huisarts ziet slechts twee tot drie onbedoeld zwangere vrouwen per jaar met een abortusverzoek. Zij komen nog niet eens allemaal in aanmerking voor behandeling met de abortuspil. Bij een deel van hen is dan namelijk de maximale zwangerschapstermijn van 9 weken, die geldt voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking, al verstreken. Snel ervaring opbouwen met het voorschrijven van de abortuspil zit er voor de gemiddelde huisarts dus niet in. Het wetsvoorstel wil de kwaliteit van de abortuszorg bij de huisartsen die de abortuspil voorschrijven daarom hoog houden door middel van geaccrediteerde nascholing en registratie. Hoeveel huisartsen zullen bij een dergelijk gering aantal voorschriften echter bereid zijn tot de inspanning die hiervoor geleverd moet worden?

Verder is er het tijdsaspect. Al jaren heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging ‘meer tijd voor de patiënt’ als speerpunt. Het beleid van het ministerie van VWS is erop gericht om de komende jaren meer taken uit het ziekenhuis over te dragen aan de eerste lijn. Maar er is een landelijk tekort aan huisartsen. Bij pensionering worden praktijken, met name in de plattelandsgebieden, moeilijk overgenomen. Het moment voor uitbreiding van het takenpakket van de huisarts lijkt nu wel erg ongeschikt.

Evenwicht verschoven

Daarnaast wordt voorbijgegaan aan de positie van het ongeboren kind. De Raad van State gaf in haar advies uit 2016 al aan dat het wetsvoorstel sterk de nadruk legt op de keuzevrijheid van de vrouw, terwijl de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Afbreking zwangerschap uit 1984 een balans zocht tussen de mogelijkheid van zwangerschapsafbreking en de bescherming van het ongeboren leven. Met de nadruk in het wetsvoorstel op de laagdrempeligheid van de huisarts lijkt het evenwicht te verschuiven naar het eerste ten koste van het laatste, aldus de Raad. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel gaven in hun reactie aan het daar niet mee eens te zijn, omdat de autonomie in alle gevallen bij de vrouw ligt. De Raad van State ziet dat echter anders, en naar ons oordeel terecht.

Nog een aspect is de veiligheid. Het Nederlands Huisartsen Genootschap kwam in 2016 met een Standpunt Effectiviteit en veiligheid van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk. Onderzoek zou aantonen dat het voorschrijven door huisartsen veilig zou kunnen plaatsvinden. Juist abortusartsen wijzen er echter op dat behandeling met een abortuspil meestal geen sinecure is. In vergelijking met een zwangerschapsbeëindiging met instrumenten duurt volgens hen de medicamenteuze abortus langer en geeft die ook een grotere kans op complicaties, zoals een doorgaande zwangerschap, incomplete abortus en bloeding.

Er wordt tot slot verschillend gedacht over de maatschappelijke invloed die het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts zal hebben. Het Nederlands Huisartsen Genootschap benadrukt in haar Standpunt dat het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts niet onder het basisaanbod moet vallen.

Geen normaal medisch handelen

Het is, net als euthanasie, geen normaal medisch handelen. Terecht wordt genoemd dat huisartsen zelf beslissen of zij de abortuspil voorschrijven. Om ethische of praktische bezwaren kunnen zij hiervan afzien. De maatschappelijke uitstraling van laagdrempelige beschikbaarheid van abortus bij de huisarts telt echter ook mee.

Abortus provocatus is een handeling die beginnend menselijk leven afbreekt. Hier moeten we uiterst voorzichtig mee omgaan. Het lijkt ons ook om die reden beter om de huisartsen als beroepsgroep daarmee niet te belasten en de huidige scheiding van taken tussen huisartsenzorg en de uitvoering van abortus intact te laten.

Laat de huisarts blijven doen waar hij goed in is: het counselen van patiënten met oog voor de sociale context, preventie en nazorg. Dat is dagelijks werk. Het begeleiden van ongewenst zwangere vrouwen past daar bij uitstek in. Het behandelen met een abortuspil wat ons betreft niet.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Trouw. Het originele artikel is hier te lezen.

Brede bezinning op abortus nodig – Het is belangrijk dat wie een abortus wil, de echo krijgt te zien

Ik heb het Kamerdebat gevolgd over het voorstel tot wijziging van de verplichte minimale beraadtermijn voor de afbreking van zwangerschappen. Iemand droeg aan dat het goed zou zijn vrouwen die een abortus overwegen de echo te laten zien van hun kindje. Dit werd door veel Kamerleden geduid als vrouwenhaat.

‘Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.’ De vrouw op de foto heeft geen relatie tot het onderwerp. Bron: Pixabay.

Jarenlang mocht ik als coördinator hulpverlening werken bij een prolife-organisatie. Honderden ongewenst zwangere meisjes en vrouwen hebben we in die jaren begeleid. Ook veel meisjes en vrouwen die verdriet en spijt hadden na een abortus. Wat heb ik het vaak gehoord dat ze de echo niet eens móchten zien! Wat een verdriet als ze pas later (toen ze het zelf opzochten na die abortus of toen ze wel gewenst zwanger waren) een echo zagen van een kindje van datzelfde aantal weken.

Ik juich het toe dat een echo aan cliënten van een abortuskliniek standaard wordt aangeboden. Gewoon om te weten wat ze weg laten halen. Nu is het vaak zo dat het beeldscherm bewust wordt weggedraaid. Ook en misschien vaak juist bij vrouwen die twijfelen. Dat is niet eerlijk. Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.

De bedenktijd wordt intussen al vaak omzeild. Als meisjes en vrouwen rechtstreeks bellen met de kliniek – zonder huisartsverwijzing – en aangeven een abortus te willen, krijgen ze vaak direct een afspraak bij de kliniek voor over vijf dagen. Er wordt hun dan telefonisch meegedeeld dat ze direct de ingreep kunnen uitvoeren omdat de vijf dagen bedenktijd in acht zijn genomen.

Overigens vraagt jarenlang meer dan dertigduizend abortussen in Nederland om een bezinning van meer dan vijf dagen. Bezinning vooral op de verantwoordelijkheid van de seksuele omgang. Laten we onze dochters en zonen opvoeden tot verantwoordelijke mensen die geleerd hebben dat alleen seksualiteit in een relatie van trouw, gelijkwaardigheid en liefde veilig is. En dus veilig genoeg voor zwangerschappen en kinderen. In zulke relaties kunnen ongewenste en onbedoelde zwangerschappen heel snel veranderen in gewenste zwangerschappen. Maar gelukkig kan dat ook vaak bij ongewenste zwangerschappen van jonge tieners en vrouwen die er alleen voor staan. Zeker als er liefdevolle zorg is voor moeder en kind.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De bronvermelding luidt: Visser, A., 2022, Brede bezinning op abortus nodig, Nederlands Dagblad 78 (20.970): 13 (artikel).