Home » Abortus

Categoriearchief: Abortus

Wordt abortus in Prediker positief gewaardeerd? – John Piper over deze tegenwerping

Soms wordt Prediker 4:2 aangehaald in een pleidooi voor abortus. Wordt abortus in deze tekst positief gewaardeerd? De bekende John Piper geeft daar een antwoord op. Met dank aan Geloofstoerusting voor het ondertitelen en delen van deze video op het YouTube-kanaal. De video wordt hieronder gedeeld, veel zegen bij het kijken.

Waarom de beroemde atheïst Christopher Hitchens anti-abortus was

De overleden schrijver Christopher Hitchens wordt nog weleens door prolife-activisten geciteerd als voorbeeld van een atheïst die regelmatig schreef over zijn prolifevisie. In het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair vertelde hij waarom hij tegen abortus is. Hij onthulde echter ook dat tenminste een van zijn eigen kinderen werd geaborteerd en dat zijn moeder zelfs twee maal een abortus onderging. Tijdens meerdere debatten met christelijke apologeten zei hij zichzelf te beschouwen als pro life.

Een gezellig onderonsje tussen de atheïsten Christopher Hitchens (l.) en Richard Dawkins (r.). Bron: Wikipedia.

Recentelijk hebben sommigen van zijn mede-ongelovigen wat tegengas gegeven. Ik hoorde Sam Harris vorig jaar in zijn podcast beweren dat Hitchens licht ongemakkelijk was bij abortus, maar dat hij er niet op tegen was. Tenzij Hitchens heel verschillende standpunten heeft geuit in de privésfeer, zie ik niet hoe dit kan kloppen. Een mooie uitkomst is de recente wederuitgave van een artikel uit 1988 in Crisis Magazine. Het betreft een lang vergeten interview met Hitchens over abortus. Daarin vond ik fascinerende uitspraken (Noot van de redactie: Het interview met Hitchens wordt hieronder weergegeven).

Is abortus echt een politiek vraagstuk?

Dit lijkt niet het geval. Politiek is immers een discussie over de structuren waarin een samenleving leeft. Abortus brengt een eerdere vraag met zich mee: wie behoren er tot de samenleving? In die zin lijkt het een pre-politiek vraagstuk.

Alle vraagstukken over menselijke waarde zijn politiek, of zijn in staat om gepolitiseerd te worden. Zelfs discussies die het bovennatuurlijke aangaan, zoals transsubstantiatie (de vermeende verandering van brood en wijn in het lichaam van Christus, red.) waren ooit zeer politiek van aard, zoals je weet. De politisering van abortus vloeit voort uit
de centrale positie die het inneemt binnen de feministische agenda. En in mindere mate is de aanname van “de keuzevrijheid van de vrouw” een verbindend principe voor de bredere humanistische agenda. Als humanist en feminist heb ik echter grote moeite met de wijsheid achter deze eendimensionale opstelling. Ik denk niet dat feminisme in strijd moet zijn met humanisme.

Wat bedoelt u daarmee?

Ik ben het met Michael Kinsley (redacteur van The New Republic) eens, die ooit een column schreef waarin stond dat het Roe v. Wade-vonnis – dat werd gemaakt door een conservatief-centristische rechtbank – de grootste liberale ommekeer van onze tijd was. De linkerkant van de samenleving kan niet ontkennen dat de zogeheten pro-life-beweging overwegend bestaat uit vrouwen binnen inkomensgroepen die traditiegetrouw op de Democraten stemden. En toch is deze rebellie, door wat men nederige mensen kan noemen, afgeschreven als een reactionair fenomeen door mensen die de waardigheid van de pro-life-positie niet kunnen of willen inzien.

Hoe denkt u over de feministische claim dat abortus gaat over het recht van de vrouw om te beslissen over haar eigen lichaam?

Kijk, op het moment dat je toestaat dat de bewoner van de baarmoeder zelfs maar potentieel leven betreft, schuurt het al enorm met de aanroeping van “een vrouwenrecht om te kiezen”. Als de ongeborene een kandidaat-lid van de volgende generatie is, betekent dit dat het valt onder de verantwoordelijkheden van de samenleving. Ik zei vroeger dat de ontkenning van dit feit gemakkelijk resulteert in het toelaten van abortus tijdens het derde trimester. Ik was dan ook niet verbaasd dat sommige feministen daarmee instemden. Zij waren tenminste bereid om hun eigen logica te accepteren, door te zeggen dat de het lot van de ongeborene niemand anders iets aangaat. Dat is een zeer egoïstische en reactionaire positie, die voortkomt uit deze oorspronkelijke ontwijking, die de foetus slechts maakt tot een aanhangsel van het vrouwelijk lichaam.

Maar dat is alleen een ontwijking als we enigszins stevige gronden hebben om te vermoeden dat de foetus een menselijk wezen is.

Klopt. Maar ik denk dat we echt wel weten waar baby’s vandaan komen. Bovendien halen we uit de dialectiek dat men niet echt onmenselijk kan zijn zonder ook daadwerkelijk – of potentieel – menselijk te zijn. Het is zinloos om een rat of een slang te beschrijven die zich op een onmenselijke manier gedraagt. Ik stel de vraag als volgt: Je ziet dat een vrouw in haar buik wordt geschopt. Je instinctieve reactie is er een van walging. Dan hoor je dat de vrouw zwanger is. Wie zouden nu beweren dat deze ontdekking hun walging niet doet vermenigvuldigen? En wie zal zeggen dat dit slechts komt doordat het voor de vrouw nu erger is? Ik denk niet dat dit slechts een instinctieve of emotionele reactie is (waarmee ik ook niet wil zeggen dat we onze instincten en emoties altijd moeten wantrouwen). We bezitten nu eenmaal een aangeboren ontzag voor het leven.

Maar zijn al deze gedachten over de heiligheid van het leven niet in tegenspraak met uw marxistische kijk op de wereld?

Integendeel. Als materialist beweer ik dat we geen lichamen hebben, maar lichamen zijn. En als atheïst geloof ik niet dat we ons kunnen beroepen op de troost van een hiernamaals. We krijgen maar één leven om te leven, dus zorg ervoor dat het een goed leven is. Alle nonsens die we horen over het moment waarop de ziel het lichaam betreedt, is irrelevant. Die visie kent, net als de sektarische feministische kijk, een zekere minachting voor wetenschap en evolutie – die voorbij enige twijfel vaststelt dat het leven een continuüm is dat begint bij de bevruchting, omdat het nergens anders kan beginnen.

Zou u willen zien dat Roe v. Wade wordt teruggedraaid en dat abortus weer wordt ondergebracht bij de staten, zodat er lokale restricties komen met de uitzonderingen die u voorstelt?

Ik zou liever zien dat abortus een overheidskwestie wordt. Niets is erger dan een tegenstrijdig beleid op het leven. Kijk alleen al naar de doodstraf. De enorme variatie van staat tot staat ondermijnt het idee van stabiele rechtspraak en eerlijke compensatie.

Een verbod op abortus vanuit de overheid, met verkrachting en incest als uitzonderingen?

Ja, maar ik zou iets willen zien dat veel breder is, iets dat veel meer visie uitdraagt. We hebben een nieuw verdrag tussen de samenleving en de vrouw nodig. En dat is een progressief verdrag, omdat het is gericht op de toekomstige generatie. Ik zou abortus in de meeste omstandigheden verbieden. Ik begrijp dat de meeste vrouwen er weinig voor voelen
om hun redenen voor abortus te moeten rechtvaardigen voor anderen. “Hoe durf je mij hieraan te onderwerpen?”, zullen sommigen zeggen. Maar, sorry mevrouw, dit is een uiterst serieuze sociale kwestie. Het is wel degelijk een zaak van iedereen.

De linkse kant van de samenleving claimt zorgzaamheid en mededogen als haar voornaamste deugden. Is dit niet een vreemde claim, vanwege het gebrek van de liberaal om met empathie te kijken naar de foetus?

Nou, ik ben geen liberaal. Er is daar sprake van een gekortwiekte vorm van compassie. Het neigt ernaar vrij eenzijdig te zijn en alleen gefocust op het vermeende lot van de vrouw als een soort huisslaaf. We moeten beseffen dat hier legitieme zorgen en doelen achter steken. Vrouwen zijn te lang onderdrukt. Hun strijd voor meer autonomie is over het
algemeen zeker gerechtvaardigd. Maar de simplistische gevolgtrekking hiervan, als het gaat om abortus, heeft denk ik kenmerken van neurose en overdrijving. Ik denk dat sommige vrouwen als het ware wraak proberen te nemen, voor de eeuwen waarin mannen hen precies vertelden hoe ze moesten leven. Als de pro-life-beweging succesvol wil zijn, moet zij deze sentimenten echt begrijpen. Je kunt geen intelligente strijd voeren als je de impulsen die je bestrijdt niet op waarde kunt schatten.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Maren, J. van, 2022, Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?, Leef 38 (1): 21-23 (PDF).

Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?

We kennen allemaal de claim dat er vele vrouwen zullen sterven wanneer abortus illegaal wordt. Regelmatig werd deze stelling ondersteund door misinformatie. Zo heeft dr. Nathanson, een vooraanstaande abortusarts in de jaren vijftig en zestig, toegegeven dat zijn abortuslobby bewust loog over het aantal vrouwen dat stierf als gevolg van een illegale abortus in de Verenigde Staten. In 2019 kreeg de directrice van Planned Parenthood maar liefst vier Pinokkios van de feitencheckers bij de Washington Post, vanwege haar claim dat er vóór de legalisering van abortus in de VS duizenden vrouwen per jaar stierven.1 Dit bleek een grove overdrijving, omdat het aantal doden volgens de feitencheckers ver onder de 1.000 moet hebben gelegen, aangezien het aantal gerapporteerde sterfgevallen niet boven de 300 uitkwam.

“De laatste schattingen laten zien dat het totale aantal in Malawi 1.150 is, oftewel nog geen 10 procent van het geclaimde aantal.” De vrouw op de foto staat niet in relatie tot het hoofdonderwerp van dit artikel. Bron: Pixabay.

Maar hoe zit het met de berichtgeving in deze tijd? Zijn de studies zorgvuldig gedaan en worden deze accuraat gerepresenteerd door anderen? Dr. Calum Miller, ethicus, filosoof en arts aan de universiteit van Oxford, schreef hier in oktober 2021 een pittig stuk over. Hij ontdekte dat onder andere de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en de Internationale Federatie van Gynaecologen en Verloskundigen (FIGO) aantoonbare misinformatie verspreiden als het gaat om cijfers over vrouwensterfte door abortus.

In zijn studie2 gaat Miller onder meer in op de FIGO. Het orgaan claimde namelijk dat onveilige abortussen zorgen voor 13 procent van de wereldwijde maternale mortaliteit, oftewel vrouwensterfte rond zwangerschap en geboorte. Hiervoor citeert zij de WHO, die spreekt van 4,7 tot 13,2 procent. Volgens dr. Miller worden hiermee de lagere schatting en zelfs het gemiddelde weggelaten, hetgeen hij kwalijk vindt.

Maar hij richt zich ook op de WHO-studie zelf. Daarin wordt expliciet gesteld dat het gegeven percentage mede is opgebouwd uit sterfte door buitenbaarmoederlijke zwangerschappen, miskramen en een aantal overige aandoeningen. Dr. Miller stelt vast dat de WHO de statistieken uit haar eigen studie op incorrecte wijze heeft gepresenteerd, terwijl deze nota bene is uitgevoerd door haar eigen medewerkers. ‘Om te claimen dat 13 procent – of zelfs 4,7 tot 13,2 procent – van de vrouwensterfte wordt toegeschreven aan onveilige abortusbehandelingen is een duidelijke misrepresentatie van de feiten’, schreef dr. Miller op 1 november 2021 in een blog op de website van het Journal of Medical Ethics.3 Maar er gaat meer fout in de wereld van gerenommeerde onderzoekers, aldus dr. Miller. Bij andere organisaties en medische instanties worden de cijfers zelfs compleet gefabriceerd. Het Koninklijke College van Verloskundigen en Gynaecologen (RCOG) herhaalde recentelijk de claim van de Britse krant The Telegraph dat er in Malawi jaarlijks 12.000 vrouwen sterven vanwege een onveilige abortus. Echter, de laatste schattingen laten zien dat het totale aantal in Malawi 1.150 is, oftewel nog geen 10 procent van het geclaimde aantal. Volgens dr. Miller laten de meest recente bewijzen in werkelijkheid zien dat 6 tot 7 procent van deze doden voortkomen uit zowel abortusbehandelingen als miskramen. Daarom stelt hij dat het RCOG het werkelijke aantal maar liefst honderdvoudig heeft overschat. Zulke extreme overschattingen zijn volgens dr. Miller niet ongebruikelijk: ‘Sterker nog, in mijn paper toon ik aan dat verschillende studies de indruk wekken dat de meerderheid van deze 6 tot 7 procent miskramen betreft en niet abortusbehandelingen.’

Dr. Miller schreef zijn paper in reactie op een van de belangrijkste argumenten voor legale abortus. Men stelt namelijk dat de legalisering van abortus zal betekenen dat vrouwen niet langer zullen sterven door onveilige abortusbehandelingen. Dr. Miller heeft gedemonstreerd dat die cijfers, net als eerder, flink worden overdreven.

Ook stelt dr. Miller dat legale abortus het maternale mortaliteitscijfer niet verbetert. Hij verwijst hiervoor naar landen als Chili en Polen. ‘Daar bleef het maternale mortaliteitscijfer dalen nadat abortus werd gecriminaliseerd.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Leef Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Redactie, 2022, Vrouwensterfte door abortus: welke bewijzen zijn er?, Leef 38 (1): 10-11 (PDF).

Voetnoten

‘De abortuspil beëindigt een wonder’ – Bijdrage van ir. Chris Stoffer tijdens het debat over de abortuspil (9 februari 2022)

Op 9 februari 2022 was er een debat over het initiatiefwetsvoorstel om de abortuspil ook door de huisarts te laten verstrekken. Ir. Chris Stoffer geeft aan dat ieder leven door God geschapen is en de abortuspil daarmee een wonder beëindigt. De SGP heeft de bijdrage opgenomen op haar YouTube-kanaal geplaatst. Met dank plaatsen wij deze video ook op onze website.

Abortuspil bij de huisarts verbetert de zorg niet

Dit artikel werd samen met drs. Aart van Wolfswinkel geschreven.

De huisarts is niet de aangewezen persoon om een abortuspil te verstrekken, menen huisartsen Edward Groenenboom en Aart van Wolfswinkel. Het vergt te veel van de al overbelaste huisarts en de kwaliteit van de abortuszorg zal erdoor omlaag gaan.

Binnenkort is abortus beschikbaar bij de huisarts – tenminste, als het aan de initiatiefnemers van het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap ligt. Deze week staat het onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer. Doel is om de keuzevrijheid voor vrouwen met abortuswens te verruimen. In de dagelijkse praktijk zal de zorg voor onbedoeld zwangere vrouwen echter niet verbeteren, denken wij als huisartsen.

Alweer enkele jaren geleden dienden de Kamerleden Ellemeet (GroenLinks) en Ploumen (PvdA) een wetsvoorstel in om het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts mogelijk te maken. De Raad van State, gynaecologen en abortusartsen reageerden eerder kritisch. Voor ons als huisartsen blijft een aantal bezwaren nog steeds actueel.

Versnipperde zorg

Allereerst zijn er technische aspecten, zoals de termijnecho die nodig is bij twijfel over de zwangerschapsduur. De meeste huisartsenpraktijken zijn niet uitgerust met echoapparatuur. Dan zal er dus naast de huisarts ook een gynaecoloog of verloskundige betrokken moeten worden in het begeleidingsproces. Er kunnen natuurlijk afspraken gemaakt worden met gynaecologen in een nabij ziekenhuis of met de praktijk van een lokale verloskundige, maar praktisch gezien wordt de begeleiding wel lastiger doordat meerdere zorgverleners in het zorgproces betrokken raken. Terecht wezen abortusartsen er eerder op dat de abortuszorg op die manier versnipperd dreigt te raken.

Dan de benodigde expertise. De gemiddelde huisarts ziet slechts twee tot drie onbedoeld zwangere vrouwen per jaar met een abortusverzoek. Zij komen nog niet eens allemaal in aanmerking voor behandeling met de abortuspil. Bij een deel van hen is dan namelijk de maximale zwangerschapstermijn van 9 weken, die geldt voor medicamenteuze zwangerschapsafbreking, al verstreken. Snel ervaring opbouwen met het voorschrijven van de abortuspil zit er voor de gemiddelde huisarts dus niet in. Het wetsvoorstel wil de kwaliteit van de abortuszorg bij de huisartsen die de abortuspil voorschrijven daarom hoog houden door middel van geaccrediteerde nascholing en registratie. Hoeveel huisartsen zullen bij een dergelijk gering aantal voorschriften echter bereid zijn tot de inspanning die hiervoor geleverd moet worden?

Verder is er het tijdsaspect. Al jaren heeft de Landelijke Huisartsen Vereniging ‘meer tijd voor de patiënt’ als speerpunt. Het beleid van het ministerie van VWS is erop gericht om de komende jaren meer taken uit het ziekenhuis over te dragen aan de eerste lijn. Maar er is een landelijk tekort aan huisartsen. Bij pensionering worden praktijken, met name in de plattelandsgebieden, moeilijk overgenomen. Het moment voor uitbreiding van het takenpakket van de huisarts lijkt nu wel erg ongeschikt.

Evenwicht verschoven

Daarnaast wordt voorbijgegaan aan de positie van het ongeboren kind. De Raad van State gaf in haar advies uit 2016 al aan dat het wetsvoorstel sterk de nadruk legt op de keuzevrijheid van de vrouw, terwijl de wetgever bij de totstandkoming van de Wet Afbreking zwangerschap uit 1984 een balans zocht tussen de mogelijkheid van zwangerschapsafbreking en de bescherming van het ongeboren leven. Met de nadruk in het wetsvoorstel op de laagdrempeligheid van de huisarts lijkt het evenwicht te verschuiven naar het eerste ten koste van het laatste, aldus de Raad. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel gaven in hun reactie aan het daar niet mee eens te zijn, omdat de autonomie in alle gevallen bij de vrouw ligt. De Raad van State ziet dat echter anders, en naar ons oordeel terecht.

Nog een aspect is de veiligheid. Het Nederlands Huisartsen Genootschap kwam in 2016 met een Standpunt Effectiviteit en veiligheid van medicamenteuze overtijdbehandeling in de huisartsenpraktijk. Onderzoek zou aantonen dat het voorschrijven door huisartsen veilig zou kunnen plaatsvinden. Juist abortusartsen wijzen er echter op dat behandeling met een abortuspil meestal geen sinecure is. In vergelijking met een zwangerschapsbeëindiging met instrumenten duurt volgens hen de medicamenteuze abortus langer en geeft die ook een grotere kans op complicaties, zoals een doorgaande zwangerschap, incomplete abortus en bloeding.

Er wordt tot slot verschillend gedacht over de maatschappelijke invloed die het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts zal hebben. Het Nederlands Huisartsen Genootschap benadrukt in haar Standpunt dat het voorschrijven van de abortuspil door de huisarts niet onder het basisaanbod moet vallen.

Geen normaal medisch handelen

Het is, net als euthanasie, geen normaal medisch handelen. Terecht wordt genoemd dat huisartsen zelf beslissen of zij de abortuspil voorschrijven. Om ethische of praktische bezwaren kunnen zij hiervan afzien. De maatschappelijke uitstraling van laagdrempelige beschikbaarheid van abortus bij de huisarts telt echter ook mee.

Abortus provocatus is een handeling die beginnend menselijk leven afbreekt. Hier moeten we uiterst voorzichtig mee omgaan. Het lijkt ons ook om die reden beter om de huisartsen als beroepsgroep daarmee niet te belasten en de huidige scheiding van taken tussen huisartsenzorg en de uitvoering van abortus intact te laten.

Laat de huisarts blijven doen waar hij goed in is: het counselen van patiënten met oog voor de sociale context, preventie en nazorg. Dat is dagelijks werk. Het begeleiden van ongewenst zwangere vrouwen past daar bij uitstek in. Het behandelen met een abortuspil wat ons betreft niet.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Trouw. Het originele artikel is hier te lezen.

PERSBERICHT: ‘NPV: abortuspil hoort niet bij huisarts’

Deze week behandelt de Tweede Kamer een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om via de huisarts een abortuspil te verkrijgen. De NPV reikt in dat licht een aantal overwegingen aan. Diederik van Dijk, directeur van de NPV: ‘Inrichting van de abortuszorg moet tonen dat abortus geen eenvoudige oplossing is, maar een noodgreep met grote impact op moeder en kind. Ervaring, deskundigheid en zorgvuldigheid van een specialist is noodzakelijk.

Bij de totstandkoming van de Wet afbreking zwangerschap (Wafz, ook wel bekend als de abortuswet) heeft men nadrukkelijk een balans gezocht tussen de waarde van het ongeboren leven én de autonomie van de ongewenst zwangere vrouw. Het wetsvoorstel om de huisarts een abortuspil te laten verstrekken, maakt de drempel voor een abortus lager. Daarmee wordt de genoemde balans verstoord ten nadele van de waarde van het ongeboren leven. Dit geldt temeer nu ook de beraadtermijn voor abortus wordt geschrapt. Laagdrempelige toegang lijkt daarmee belangrijker geworden dan het maken van een weloverwogen besluit over een ingrijpende handeling.

Zorgvuldigheidseisen komen in het gedrang

Het is evident dat heel veel huisartsen geen of nauwelijks ervaring hebben rond het faciliteren van een abortus. Zij zijn normaliter niet opgeleid en niet ervaren in gesprekken met vrouwen hierover. Hiermee staan de zorgvuldigheidseisen rond het plegen van een abortus op het spel, zoals termijnbepaling, ervaring, anonimiteit, bereikbaarheid en keuzemogelijkheden. En lang niet alle huisartsen hebben de mogelijkheid om een echo te maken die nodig is om de zwangerschapstermijn te bepalen.

Wetsvoorstel staat los van de praktijk

Het wetsvoorstel gaat verder uit van een relatief nauwe band tussen huisarts en client. Hier lijkt sprake van een grote overschatting die geen recht doet aan de praktijk. Veel huisartsen functioneren inmiddels in grootschalige huisartsenpraktijken en werken steeds vaker parttime. Van een persoonlijke relatie is lang niet altijd sprake. Daarbij komt dat huisartsen reeds een zeer stevig takenpakket hebben. De vraag is dus of vrouwen op de zorg kunnen rekenen die ze nodig hebben om een dergelijke keuze te maken.

Specialist noodzakelijk

Diederik van Dijk, NPV-directeur: ‘De NPV wil er eerlijk over zijn dat in haar ogen elke abortus er één teveel is. Maar ook wie dit vertrekpunt niet deelt, zal begrijpen dat de inrichting van de abortuszorg moet tonen dat abortus geen eenvoudige oplossing is, maar een noodgreep met grote impact op moeder en kind. Daarom is er alles voor te zeggen om abortus te blijven bezien als een uitzonderlijke medische handeling die niet in de eerstelijnszorg hoort, maar die valt onder specialistische zorg. Laagdrempelige zorg betekent niet per definitie betere zorg. Juist bij het nemen van medicatie die door een deel van de vrouwen als zeer ingrijpend ervaren wordt, is ervaring, deskundigheid en zorgvuldigheid van een specialist noodzakelijk.

Niet abortus maar leven moet Europees grondrecht zijn

President Macron pleitte in het EP voor erkenning van het recht op abortus. Deze fundamentele verschuiving tast de waardigheid van het leven aan.

In juni vorig jaar werd in het Europees Parlement het rapport-Matić aangenomen. In dit rapport gaat het onder meer over seksuele en reproductieve (gericht op voortplanting) gezondheid, waarbij abortus wordt beschouwd als een mensenrecht.

Het rapport, opgesteld onder aansturing van de Kroatische Europarlementariër Matić, pleit (op grond dus van abortus als grondrecht van de vrouw) voor toegang tot veilige en legale abortus.Volgens de commissie zou dit nu beslist nodig zijn in de EU, omdat vrouwenrechten steeds meer onder druk zouden komen te staan. De ambitie van Macron dat abortus als recht wordt erkend, komt daarom niet als een verrassing.

Enkele dagen voor de gewraakte uitspraken van de Franse president werden mensen die staan voor het ongeboren leven aangenaam verrast door de benoeming van de nieuwe voorzitter van het Europees Parlement: Roberta Metsola. Deze Maltese politica staat bekend om haar kritische houding tegenover abortus. Haar benoeming leidde tot de nodige onrust in de internationale media en de wandelgangen van de EU. Maar één dag na haar verkiezing, en kort na een ontmoeting met de Franse president, beloofde Metsola reeds een liberaal pact te ondertekenen dat de toegang van vrouwen tot abortus en voorbehoedsmiddelen in de EU garandeert. Is de ferme uitspraak van Macron soms een reactie op de verkiezing van de consciëntieuze EP-voorzitter?

Het standpunt dat abortus een (vrouwen)recht is, kun je alleen innemen als je vindt dat het ongeboren leven enkel beschermwaardig is tot een bepaalde wettelijke grens van bijvoorbeeld 12 of 24 zwangerschapsweken. In de Nederlandse abortuswet is, net als in vele andere nationale wetgevingen, naar een balans gezocht tussen het belang van de vrouw en het belang van het ongeboren leven. Deze weging van waarden is bij Macron helemaal weggevallen. Het kwalijke in zijn uitspraak is dat de waarde van het ongeboren leven volledig ondersneeuwt ten gunste van het ideologisch gedreven idee dat abortus een recht is. Bij Macron gaat het leven van het kind ten koste van de liberale abortusideologie. De Europese Unie moet zich echter niet laten leiden door een feministische, liberale abortusideologie, maar door de wil om kwetsbaar, onschuldig leven te beschermen.

Andere toon

In veel landen valt de abortuswet onder het strafrecht. Daarin klinkt de ethische afweging door dat het leven niet zomaar mag worden afgebroken. Abortus is geen normaal medisch handelen. Abortus als recht zien en als zodanig verankeren, tendeert naar normalisering van abortus.

Het ”Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”, waarin Macron het recht op abortus wil laten opnemen, slaat een fundamenteel andere toon aan. Artikel 1 gaat over de menselijke waardigheid: „De menselijke waardigheid is onschendbaar. Zij moet worden geëerbiedigd en beschermd.” En artikel 2 vervolgt: „Eenieder heeft recht op leven.” Er is juridisch van alles over te zeggen in hoeverre dit van toepassing is op het ongeboren leven. Maar bezien vanuit een ethiek die uitgaat van de beschermwaardigheid van het ongeboren leven kunnen menselijke waardigheid en het recht op abortus niet samengaan.

Ik wil geen EU die het recht op het vernietigen van leven bepleit en verankert, maar de menselijke waardigheid van onze kleinste mensjes eerbiedigt en beschermt. En daarom juist het recht om geboren te worden bepleit en verankert.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Alderliesten, A., 2022, Niet abortus maar leven moet Europees grondrecht zijn, Reformatorisch Dagblad 51 (253): 28 (artikel).

Beraadtermijn kan levens redden

Het beëindigen van een gezond mens-in-wording is ingrijpend, schrijft ethicus Theo Boer. Daaraan een beraadtermijn verbinden is geen schending van iemands autonomie, maar juist het benadrukken van het gewicht daarvan.

“Het gebéúrt dat mensen na enkele dagen wikken en wegen toch besluiten om anders te kiezen. Bij een ongewenste zwangerschap kan dat ook gebeuren. Zelfs als de meeste vrouwen honderd procent zeker van hun zaak zijn, blijven er voorbeelden waarbij men zich wel bedacht.” Bron: Pixabay.

Binnenkort zal het parlement besluiten over de afschaffing van de vijf dagen bedenktijd bij een abortus. Naar aanleiding daarvan postte ik een tweet: ‘Zelfs als je meent dat een abortus niet het doden van een menselijk wezen is, zou het nog goed zijn om over zo’n majeure beslissing een aantal dagen na te denken.

Hoewel ik daarmee noch de abortuswet van tafel veeg, noch abortus veroordeel, is zelfs dit pleidooi voor het behoud van de beraadtermijn velen een doorn in het oog. Een van de meest felle reacties kwam van studentenpredikant Marleen Blootens. ‘Vrouwen gaan nooit lichtvoetig om met abortus.’ Zij lichtte haar positie toe in het Nederlands Dagblad van 27 januari (‘Vijf bijna niet te tillen dagen’). Ze vertelt hoe de vijf dagen bedenktijd bij haarzelf en haar partner voor leed zorgden toen zij een gewenste zwangerschap om medische redenen moesten afbreken, maar daar nog dagen op moesten wachten. Ik snap Blootens’ emotie, althans, ik probeer die te peilen. Ik heb ook emoties bij het onderwerp. Als vrucht van een ongeplande zwangerschap, en met de ervaring van het verlies van twee zwangerschappen.

Opener uitkomst

Maar je kunt uit persoonlijke ervaringen, hoe ingrijpend ook, niet al te snel algemene conclusies trekken. Geerten Moerkerken schreef er in het Reformatorisch Dagblad van 22 januari een lezenswaardige longread over (‘Míjn verhaal als onweerlegbaar argument’). Er zijn bij bijna elk vraagstuk wel verhalen te vertellen met verschillende boodschappen. Op basis van enkele indringende persoonlijke ervaringen kun je niet concluderen dat, in dit geval, alle 31.000 vrouwen die per jaar een abortus ondergaan, met evenveel voorzichtigheid te werk gaan.

De abortuswet heeft een bedenktijd ingelast om te benadrukken dat het besluit om een zwangerschap af te breken niet alleen een autonome beslissing is van een vrouw over haar lichaam en haar toekomst, maar ook een beslissing om een leven te beëindigen. Blootens en haar partner hadden feitelijk geen keus en in die situatie waren die vijf dagen bedenktijd niet alleen overbodig maar ook nog een kwelling. Maar bij de meeste zwangerschapsafbrekingen is de uitkomst veel opener. Het kind is gezond en de abortus gebeurt op sociale indicatie.

Veel mensen werpen tegen dat vrouwen daar heus goed over nadenken en dat een abortusverzoek zelf al pijnlijk genoeg is. Dat neem ik aan. Maar zoals elke wet is de vijfdagentermijn niet bedoeld voor mensen die hem niet nodig hebben, maar een bescherming voor hen die hem wél nodig hebben. Wie een huis koopt, heeft daar vast diep over gedacht, maar toch heeft zo iemand na het ondertekenen van het koopcontract nog drie dagen om zijn handtekening terug te trekken. Bij andere grote aanschaffen heeft men een herroepingsrecht van weken.

Wie willen trouwen, moeten eerst twee weken in ondertrouw, hoe zeker ze ook van hun partner zijn. In al die gevallen zegt de wetgever ook niet: regel het als contractpartners zelf maar, u bent autonoom genoeg. Het beëindigen van het leven van een gezond mens-in-wording is minstens zo ingrijpend als de koop van een huis. Daaraan een beraadtermijn verbinden is geen schending van iemands autonomie, maar juist het benadrukken van het gewicht daarvan.

Extra gesprek

Blootens’ voorstel om iemand een extra gesprek aan te bieden ondersteun ik. Een maatschappelijk werker, huisarts of geestelijk verzorger kan steun bieden bij het nemen van een beslissing. Maar het zal bij een aanbod blijven, want zoiets wettelijk verplichten (zoals een gesprek met een SCEN-arts bij een euthanasie) is een politieke onmogelijkheid. Bovendien onderschat je dan de waarde van die bedenktijd.

Het gebéúrt dat mensen na enkele dagen wikken en wegen toch besluiten om anders te kiezen. Bij een ongewenste zwangerschap kan dat ook gebeuren. Zelfs als de meeste vrouwen honderd procent zeker van hun zaak zijn, blijven er voorbeelden waarbij men zich wel bedacht. Die vijfdagentermijn kan lijden veroorzaken maar ook levens redden. Simpeler dan dat is het niet.

Daarom zou ik hier voor de gerichte uitzondering pleiten. Nood breekt wet. Als er een dwingende medische reden is voor een abortus in de zin dat een zwangerschap feitelijk kansloos is, en waarbij verder wachten de tragiek alleen maar zou verergeren, moet een arts gemotiveerd van die vijfdagengrens kunnen afwijken zonder angst voor vervolging. Laat de Tweede Kamer dus eens stilstaan bij de mogelijkheid dat misschien niet de regel van de beraadtermijn zelf, maar het rücksichtslos handhaven daarvan tot onmenselijke situaties leidt. En dat de regel als zodanig verstandig is.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De bronvermelding luidt: Boer, T.A., 2022, Beraadtermijn kan levens redden, Nederlands Dagblad 78 (20.970): 12-13 (artikel).

Brede bezinning op abortus nodig – Het is belangrijk dat wie een abortus wil, de echo krijgt te zien

Ik heb het Kamerdebat gevolgd over het voorstel tot wijziging van de verplichte minimale beraadtermijn voor de afbreking van zwangerschappen. Iemand droeg aan dat het goed zou zijn vrouwen die een abortus overwegen de echo te laten zien van hun kindje. Dit werd door veel Kamerleden geduid als vrouwenhaat.

‘Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.’ De vrouw op de foto heeft geen relatie tot het onderwerp. Bron: Pixabay.

Jarenlang mocht ik als coördinator hulpverlening werken bij een prolife-organisatie. Honderden ongewenst zwangere meisjes en vrouwen hebben we in die jaren begeleid. Ook veel meisjes en vrouwen die verdriet en spijt hadden na een abortus. Wat heb ik het vaak gehoord dat ze de echo niet eens móchten zien! Wat een verdriet als ze pas later (toen ze het zelf opzochten na die abortus of toen ze wel gewenst zwanger waren) een echo zagen van een kindje van datzelfde aantal weken.

Ik juich het toe dat een echo aan cliënten van een abortuskliniek standaard wordt aangeboden. Gewoon om te weten wat ze weg laten halen. Nu is het vaak zo dat het beeldscherm bewust wordt weggedraaid. Ook en misschien vaak juist bij vrouwen die twijfelen. Dat is niet eerlijk. Iedereen heeft er recht op te weten waarvoor je kiest. Wát er wordt weggehaald! Het is veel erger als je dat pas later ontdekt. Dan is het te laat er nog iets aan te veranderen.

De bedenktijd wordt intussen al vaak omzeild. Als meisjes en vrouwen rechtstreeks bellen met de kliniek – zonder huisartsverwijzing – en aangeven een abortus te willen, krijgen ze vaak direct een afspraak bij de kliniek voor over vijf dagen. Er wordt hun dan telefonisch meegedeeld dat ze direct de ingreep kunnen uitvoeren omdat de vijf dagen bedenktijd in acht zijn genomen.

Overigens vraagt jarenlang meer dan dertigduizend abortussen in Nederland om een bezinning van meer dan vijf dagen. Bezinning vooral op de verantwoordelijkheid van de seksuele omgang. Laten we onze dochters en zonen opvoeden tot verantwoordelijke mensen die geleerd hebben dat alleen seksualiteit in een relatie van trouw, gelijkwaardigheid en liefde veilig is. En dus veilig genoeg voor zwangerschappen en kinderen. In zulke relaties kunnen ongewenste en onbedoelde zwangerschappen heel snel veranderen in gewenste zwangerschappen. Maar gelukkig kan dat ook vaak bij ongewenste zwangerschappen van jonge tieners en vrouwen die er alleen voor staan. Zeker als er liefdevolle zorg is voor moeder en kind.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. De bronvermelding luidt: Visser, A., 2022, Brede bezinning op abortus nodig, Nederlands Dagblad 78 (20.970): 13 (artikel).

Motie van dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) over verlaging abortusgrens naar 18 weken met zeer ruime meerderheid verworpen

Op 2 februari 2022 diende Tweede Kamerlid dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) een motie in om de abortusgrens te verlagen naar 18 weken. De motie werd op 10 februari 2022 in stemming gebracht en is met ruime meerderheid van de Tweede Kamer verworpen. Naast de fractie FVD stemde alleen ChristenUnie en SGP voor de motie.

De vernieuwde plenaire zaal van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Bron: tweedekamer.nl.

Motie

Een motie is volgens de definitie van Wikipediaeen formeel middel waarmee een lid van een vergadering een discussiepunt voor kan leggen aan een vergadering. Hiertoe dient de motie in stemming gebracht te worden op een vergadering’. Dr. Pepijn van Houwelingen (FVD) diende een motie in om de abortusgrens van 24 weken aan een discussie te onderwerpen. Dit omdat baby’s dan, met behulp van de huidige medische technieken, al ruim levensvatbaar zijn. De motie luidde als volgt1:

De Kamer,
Gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met hedendaagse medische technieken een baby van 19 weken levensvatbaar kan zijn buiten de baarmoeder en dus een kans maakt te overleven na geboorte;
spreekt uit abortus enkel toe te staan tot en met een zwangerschapstermijn van 18 weken,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Houwelingen

Stemming

Deze motie werd op 10 februari 2022 in stemming gebracht. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer (nl. 137 leden) stemde tegen deze motie. Alleen de orthodox-christelijke partijen (nl. CU en SGP) stemde vóór deze motie. Op het plaatje hieronder zien we de stemuitslag.2

Het is jammer dat dit punt niet ter discussie gebracht kon worden. Een debat over verlaging van de abortusgrens is dringend nodig. De Nederlands Patiëntenvereniging (NPV) voerde vorig jaar campagne om de 24 wekengrens te verlagen.3 Mr. Diederik van Dijk en drs. Yvonne Geuze-Van Horssen schreven een artikel voor het Reformatorisch Dagblad dat ook op onze website verscheen.4 Het artikel dat drs. Elise van Hoek een half jaar eerder schreef voor de Volkskrant is in dit verband ook lezenswaardig.5 Nu baby’s eerder levensvatbaar zijn zou de abortusgrens verlaagd moeten worden. Van Hoek:

Maar ook vanuit het perspectief van het kind is het goed de 24-wekengrens opnieuw te bekijken. Deze grens stamt uit de tijd dat vroeg-geboren baby’s vanaf 26 weken behandeld werden. Veiligheidshalve ging de wetgever daar wat onder zitten. De grens werd gelegd bij de ‘huidige stand van de wetenschap’, eind jaren zeventig van de vorige eeuw, waarbij kinderen onder de 24 weken niet levensvatbaar werden geacht.

Met alle kennis die inmiddels is opgedaan in echoscopie en genetisch onderzoek, is inmiddels veel bekend over de ontwikkeling. Zo is een foetus van 18 weken zo groot als een paprika en oefent hij met ademen, zuigen en slikken. Zijn bewegingen zijn steeds soepeler en vloeiender. Hij kan zijn tenen en vingers te sturen, fronsen en grimassen maken. Op de echo is te zien of het een jongen of meisje is.

Van Hoek concludeert daarom dat met de kennis van nu ‘een abortus tot 24 weken dan ook niet meer vol te houden’ is. Het is daarom schrijnend dat deze huidige stand van zaken wordt genegeerd, gebagatelliseerd of op een andere manier ongedaan gemaakt door veruit de meeste politieke partijen. Zelfs door het CDA, een partij met veel christelijke standpunten. Ik hoop dat de indiener en de voorstemmers niet de moed laten zaken, maar blijven strijden voor de verlaging van de abortusgrens tot (minder dan) 18 weken.

Voetnoten