Home » Gastbijdrage » Prof. dr. W. van Vlastuin rekent af met moderne mensbeelden: “Geen ghost in a machine”

Prof. dr. W. van Vlastuin rekent af met moderne mensbeelden: “Geen ghost in a machine”

Woensdag 19 november 2025 werd door Bijbels Beraad M/V een conferentie belegd met als thema Bijbelse antropologie. Meer informatie over het programma is hier te vinden. Verslagen van deze conferentie zijn hier en hier te vinden. Hieronder doet CVandaag verslag van de derde lezing die werd verzorgd door theoloog prof. dr. Wim van Vlastuin.

“De mens is geen ghost in a machine”. Met deze uitspraak zette prof. dr. W. van Vlastuin woensdag de toon in zijn lezing tijdens de conferentie van Bijbels Beraad M/V in Montfoort. Op heldere wijze zette Van Vlastuin uiteen wie de mens is in het licht van Gods Woord; namelijk Gods schepsel die naar Zijn evenbeeld geschapen is. Vanuit een stevig Bijbels fundament, rekende Van Vlastuin af met de moderne beelden die er over de mens bestaan en vertelde hij hoe we werkelijk tot ons doel komen.

Nadat Ir. Kees Fieggen in zijn lezing stilstond bij het verschil tussen mens en dier1 en prof. dr. M. J. de Vries2 bij het verschil tussen mens en machine, staat Van Vlastuin in zijn bijdrage stil bij de vragen: ‘Wie is de mens?’ en ‘Wie ben ik?’

Van Vlastuin merkt op dat het eenvoudige vragen lijken. “Maar hoe dieper we over deze vragen nadenken, hoe meer vragen naar boven komen.” Zo noemt hij vervolgens een aantal actuele vragen. “Is er principieel onderscheid tussen mens en dier als de mens zich beestachtig kan gedragen? Is de mens een machine? Wat betekent het individualisme voor de visie op het mens-zijn? Kunnen we onsterfelijkheid bereiken door de transhumane mens? Hebben we Gods beeld of zijn we dat totaal verloren? Wat is mijn ziel? Wat is mijn lichaam?”

Deze vragen zijn volgens hem niet theoretisch, maar raken “aan de kern van ons mens-zijn.” Van Vlastuin merkt dat er door de eeuwen heen diverse pogingen gedaan zijn om de mens te definiëren. “Descartes typeerde de mens als een homo rationalis (een rationeel mens). Dick Swaab bracht de mens terug tot hersencellen in de titel van zijn boek Wij zijn ons brein.”

De rector van het Hersteld Hervormd Seminarie en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam merkt op dat er volgens hem inmiddels een ‘breed cultureel onbehagen is ontstaan over de antwoorden die eeuwenlang gegeven zijn.’ “New York Times-columnist David Brook schrijft dat de mensenziel niet vervuld kan worden door carrière, financiën en posities. De ongelovige Jonathan Haidt deed onderzoek naar de beleving van jongeren en concludeerde dat er sprake is van spirituele leegte.”

De mens als beeld van God

Na deze introductie, komt Van Vlastuin bij de Schrift uit. Hij begint bij Genesis 1 waar God spreekt: “Laat ons mensen maken naar ons beeld en naar onze gelijkenis. En God schiep de mens naar Zijn beeld. “De mens krijgt de duizelingwekkende titel ‘beeld van God’. Hoe moet dit in de toenmalige cultuur geklonken hebben! Men zag de koning als vertegenwoordiger van de goden, maar men keek heel anders aan tegen eenvoudige mensen. Als de mens als zodanig het beeld van God is, geeft dat een geweldig belangrijke betekenis aan ieder mens”, stelt hij.

“Ieder mens reflecteert daarmee iets van Gods volheid”, vult hij aan. De mens als een beeld van God verschilt daarmee diametraal van de gedachte dat de mens het beeld van een dier zou zijn. “De mens wordt niet bepaald door het dier, maar verschilt als totaalconcept van het dier. We moeten niet zoeken naar onze dierlijkheid, maar naar het eigene van onze menselijkheid.”

Genesis 1 rekent volgens Van Vlastuin ook af met de kritiek dat God gevormd zou zijn door de religieuze beeldvorming van de mens. “Genesis draait dat om: God wordt niet bepaald door de mens, maar de mens wordt bepaald door God.”

Wat is het beeld van God?

In de kerkgeschiedenis is er veel over die vraag nagedacht. Zo ook door Augustinus. “Hij erkende de verwantschap tussen mens en dier, maar zei dat onze rede ons onderscheidt van dieren en ons ook in staat stelt over hen te heersen. Calvijn stelt op zijn beurt ook dat het beeld van God voornamelijk in de ziel van mens te vinden is.”

Daarmee nam Calvijn afstand van de vroege kerk. “Irenaeus en Chrysostomus betrokken nadrukkelijk ook het lichaam bij het beeld van God. Zij deden dat in het geding met de gnostiek waarin het lichamelijke werd veracht. Thomas van Aquino koppelde op zijn beurt het beeld van God juist aan de intellectuele natuur aangezien deze vatbaar is voor God, en Hem kan kennen en liefhebben.”

Van Vlastuin wijst op een probleem: “Stel dat we het beeld van God vooral in de ‘natuur van het intellect’ moeten zoeken, is een verstandelijk gehandicapte dan minder het beeld van God dan iemand met een hoog IQ?” En andersom: “Het mankeert Poetin niet aan IQ, maar hij gaat wel op een beestachtige manier met mensen om.”

Christus als sleutel

Van Vlastuin wijst vervolgens op Christus. “Hij is het uitgedrukte beeld van Gods zelfstandigheid. Hij was niet alleen homo-ousius (hetzelfde wezen met God) maar ook met de mens. Zo geeft de christologie ons inzicht in de Bijbelse antropologie.”

Lichaam en ziel horen bij elkaar

Tijdens catechisatie komt Van Vlastuin vaak de vraag tegen hoe wij het beeld van God kunnen zijn als God geen lichaam heeft. Van Vlastuin waarschuwt voor een Platoonse houding waarin het lichaam een “kerker van de ziel” wordt. In de traditie ziet hij soms zulke sporen. Hij zegt dat veel jongeren denken dat de hemel de eindbestemming is, terwijl er geen besef is van de lichamelijke opstanding.

Paulus is volgens hem volstrekt duidelijk: “Het christelijk geloof staat of valt met het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus Christus.” Daarom neigt Van Vlastuin ertoe om ook het lichaam bij het beeld van God te betrekken. “Als in Genesis 9 vers 6 gesproken wordt over de doodstraf, wordt dat onderbouwd met de opmerking dat God de mens naar Zijn beeld heeft gemaakt.”

Het lichaam is volgens Van Vlastuin intrinsiek deel van de menselijke identiteit: “We zijn geen ‘ghost in a machine‘. Daarom moeten we niet zeggen dat we een lichaam ‘hebben’ maar zijn. We zijn een bezield lichaam. Daarom is het wat mij betreft ook niet passend om bij een begrafenis te spreken over het ‘stoffelijk overschot’ van iemand. Maria begreep dat beter. Bij Jezus’ lege graf zocht ze niet Zijn ‘stoffelijk overschot’ maar Jezus’ persoon.”

Nadat Ir. Kees Fieggen in zijn lezing stilstond bij het verschil tussen mens en dier en prof. dr. M. J. de Vries bij het verschil tussen mens en machine, staat Van Vlastuin in zijn bijdrage stil bij de vragen: ‘Wie is de mens?’ en ‘Wie ben ik?’

Van Vlastuin merkt op dat het eenvoudige vragen lijken. “Maar hoe dieper we over deze vragen nadenken, hoe meer vragen naar boven komen.” Zo noemt hij vervolgens een aantal actuele vragen. “Is er principieel onderscheid tussen mens en dier als de mens zich beestachtig kan gedragen? Is de mens een machine? Wat betekent het individualisme voor de visie op het mens-zijn? Kunnen we onsterfelijkheid bereiken door de transhumane mens? Hebben we Gods beeld of zijn we dat totaal verloren? Wat is mijn ziel? Wat is mijn lichaam?”

Deze vragen zijn volgens hem niet theoretisch, maar raken “aan de kern van ons mens-zijn.” Van Vlastuin merkt dat er door de eeuwen heen diverse pogingen gedaan zijn om de mens te definiëren. “Descartes typeerde de mens als een homo rationalis (een rationeel mens). Dick Swaab bracht de mens terug tot hersencellen in de titel van zijn boek Wij zijn ons brein.”

De rector van het Hersteld Hervormd Seminarie en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam merkt op dat er volgens hem inmiddels een ‘breed cultureel onbehagen is ontstaan over de antwoorden die eeuwenlang gegeven zijn.’ “New York Times-columnist David Brook schrijft dat de mensenziel niet vervuld kan worden door carrière, financiën en posities. De ongelovige Jonathan Haidt deed onderzoek naar de beleving van jongeren en concludeerde dat er sprake is van spirituele leegte.”

De mens als beeld van God

Na deze introductie, komt Van Vlastuin bij de Schrift uit. Hij begint bij Genesis 1 waar God spreekt: “Laat ons mensen maken naar ons beeld en naar onze gelijkenis. En God schiep de mens naar Zijn beeld. “De mens krijgt de duizelingwekkende titel ‘beeld van God’. Hoe moet dit in de toenmalige cultuur geklonken hebben! Men zag de koning als vertegenwoordiger van de goden, maar men keek heel anders aan tegen eenvoudige mensen. Als de mens als zodanig het beeld van God is, geeft dat een geweldig belangrijke betekenis aan ieder mens”, stelt hij.

“Ieder mens reflecteert iets van Gods volheid”

“Ieder mens reflecteert daarmee iets van Gods volheid”, vult hij aan. De mens als een beeld van God verschilt daarmee diametraal van de gedachte dat de mens het beeld van een dier zou zijn. “De mens wordt niet bepaald door het dier, maar verschilt als totaalconcept van het dier. We moeten niet zoeken naar onze dierlijkheid, maar naar het eigene van onze menselijkheid.”

Genesis 1 rekent volgens Van Vlastuin ook af met de kritiek dat God gevormd zou zijn door de religieuze beeldvorming van de mens. “Genesis draait dat om: God wordt niet bepaald door de mens, maar de mens wordt bepaald door God.”

Wat is het beeld van God?

In de kerkgeschiedenis is er veel over die vraag nagedacht. Zo ook door Augustinus. “Hij erkende de verwantschap tussen mens en dier, maar zei dat onze rede ons onderscheidt van dieren en ons ook in staat stelt over hen te heersen. Calvijn stelt op zijn beurt ook dat het beeld van God voornamelijk in de ziel van mens te vinden is.”

Daarmee nam Calvijn afstand van de vroege kerk. “Irenaeus en Chrysostomus betrokken nadrukkelijk ook het lichaam bij het beeld van God. Zij deden dat in het geding met de gnostiek waarin het lichamelijke werd veracht. Thomas van Aquino koppelde op zijn beurt het beeld van God juist aan de intellectuele natuur aangezien deze vatbaar is voor God, en Hem kan kennen en liefhebben.”

Van Vlastuin wijst op een probleem: “Stel dat we het beeld van God vooral in de ‘natuur van het intellect’ moeten zoeken, is een verstandelijk gehandicapte dan minder het beeld van God dan iemand met een hoog IQ?” En andersom: “Het mankeert Poetin niet aan IQ, maar hij gaat wel op een beestachtige manier met mensen om.”

Christus als sleutel

Van Vlastuin wijst vervolgens op Christus. “Hij is het uitgedrukte beeld van Gods zelfstandigheid. Hij was niet alleen homo-ousius (hetzelfde wezen met God) maar ook met de mens. Zo geeft de christologie ons inzicht in de Bijbelse antropologie.”

Geen ‘ghost in a machine’

Tijdens catechisatie komt Van Vlastuin vaak de vraag tegen hoe wij het beeld van God kunnen zijn als God geen lichaam heeft. Van Vlastuin waarschuwt voor een Platoonse houding waarin het lichaam een “kerker van de ziel” wordt. In de traditie ziet hij soms zulke sporen. Hij zegt dat veel jongeren denken dat de hemel de eindbestemming is, terwijl er geen besef is van de lichamelijke opstanding.

Paulus is volgens hem volstrekt duidelijk: “Het christelijk geloof staat of valt met het geloof in de lichamelijke opstanding van Jezus Christus.” Daarom neigt Van Vlastuin ertoe om ook het lichaam bij het beeld van God te betrekken. “Als in Genesis 9 vers 6 gesproken wordt over de doodstraf, wordt dat onderbouwd met de opmerking dat God de mens naar Zijn beeld heeft gemaakt.”

Het lichaam is volgens Van Vlastuin intrinsiek deel van de menselijke identiteit: “We zijn geen ‘ghost in a machine’. Daarom moeten we niet zeggen dat we een lichaam ‘hebben’ maar zijn. We zijn een bezield lichaam. Daarom is het wat mij betreft ook niet passend om bij een begrafenis te spreken over het ‘stoffelijk overschot’ van iemand. Maria begreep dat beter. Bij Jezus’ lege graf zocht ze niet Zijn ‘stoffelijk overschot’ maar Jezus’ persoon.”

Waarom we meer zijn dan ons lichaam

De herwaardering van het lichaam kan volgens Van Vlastuin echter niet betekenen dat we geen oog hebben voor de ziel. “We zijn ons lichaam en tegelijk ook meer dan dat. Hoewel er in het lichamelijke tal van overeenkomsten zijn met de dierenwereld, is de menselijke ziel transcendent.”

Van Vlastuin stelt vast dat de mens middels de ziel een notie heeft van het oneindige, zelfbewustzijn, waarheid zoekt en schoonheid bevat. “Daarom is de mens geen dier en geen robot. Het is veelzeggend dat zelfs de atheïstische filosoof Thomas Nagel verklaart dat de fysica tekort schiet om de mens te duiden.”

Seksualiteit als voorbeeld van eenheid lichaam en ziel

Volgens Van Vlastuin laat seksualiteit die eenheid tussen lichaam en ziel duidelijk zien. “Robert Scruton maakt op treffende wijze duidelijk dat seksualiteit meer is dan een lichamelijk gebeuren. Als het dat slechts zou zijn, zou Jacob zich bedrogen gevoeld hebben toen na de huwelijksnacht bleek dat hij met Lea geslapen had. Seksualiteit heeft een betovering die niet op de (evolutionaire) biologie valt terug te voeren. Dit geldt ook voor de daarmee verbonden schaamte en schuld. Je kunt de persoon van de ander ontwijden en bezoedelen. Dat is het aangrijpende van verkrachting of van porno. Daarin ontbreekt het contact van persoon tot persoon, van ziel tot ziel.”

God en mens

Van Vlastuin merkt vervolgens op dat hoewel het eindige nooit het oneindige bevatten kan, God in ons wil ‘worden uitgedrukt en weerkaatst’. Daarbij citeert hij onder meer Augustinus: “‘God en de ziel begeer ik te kennen. Niets meer? Nee, niets meer.’ Op onnavolgbare wijze brengt hij onder woorden dat de kennis van onszelf op ons gericht is en dat zelfkennis altijd verbonden is met de kennis van God. De diepste vragen naar onszelf zijn ten diepste vragen naar God.”

Augustinus schreef dat wie de leugen over zichzelf omhelst, zichzelf haat. Maar zelfliefde moet wel begrensd zijn: “Als we onszelf meer liefhebben dan de ander, is onze zelfliefde buitensporig.” En: “We kunnen onszelf ook niet echt liefhebben als we God niet liefhebben.”

Kritiek op de moderne mens

Van Vlastuin meent dat, als we deze noties van Augustinus en Calvijn bij elkaar nemen, ‘de kennis van de mens niet los verkrijgbaar is’. “De mens is geen object dat we op een wetenschappelijke manier kunnen ontleden.” Hij verwijst naar de vele studies die wetenschappelijk, psychologisch, sociologisch en antropologisch naar de mens gedaan zijn. “Maar deze studies zijn slechts fragmentarisch als de kennis van onszelf niet in relatie tot de kennis van God staat.”

De verloren zoon

De ontmoeting met God ontmaskert ook alle waan omtrent onszelf. Als voorbeeld noemt de hoogleraar de gelijkenis van de verloren zoon. “Hij reisde de hele wereld over, had alle inzichten en geneugten en schopte het ver. Maar hij raakte vervreemd van zichzelf en kende noch zijn grootsheid, noch zijn misère. Totdat hij bij de varkens tot zichzelf kwam. Wat een aangrijpende spiegel houdt Jezus ons voor. We kunnen ‘s morgens wakker worden, zonder dat ons echte ik ontwaakt. We kunnen een groot verstand hebben, zonder dat we onszelf kennen. We kunnen posities bekleden, terwijl we ons verstoppen achter onze eigen rug. We kunnen een leven lang leven en uiteindelijk sterven zonder dat we ooit geleefd hebben. We kunnen zo opgesloten zitten in onszelf, dat ons leven één groot zelfbedrog is. In de ontmoeting met God wordt onszelf ontmythologiseerd en is zelfkennis echt existentieel.”

Herstel van Gods beeld

Van Vlastuin legt uit dat we in Christus kunnen zien hoe God de mens bedoelde. Maar hoe kunnen wij als zondige mensen nu op Hem gaan lijken? “In de geestelijke eenheid met Christus worden gelovigen herschapen naar Gods beeld. Calvijn spreekt over een duplex gratia (tweevoudige genade) en bedoelt daarmee dat we in de geestelijke eenheid met Christus niet enkel deel hebben aan de oneindige gerechtigheid van Christus die ons toegerekend wordt, maar dat deze unio mystica ook effectief is in onze persoonlijkheid. In de gemeenschap met Christus ontvangen we de Heilige Geest van de levenslange wedergeboorte. In het herstel van Gods beeld zijn we aan de Zoon gelijkvormig. We lezen deze uitdrukking in Romeinen 8 vers 29. Dit vers volgt op vers 28 waar het gaat om het lijden van de christen. Daarom kunnen we zeggen dat de gelijkvormigheid aan Christus vooral gestalte krijgt in het lijden.”

Jezus openbaarde in Zijn tijd op aarde aan ons Zijn meest persoonlijke karaktereigenschappen. “Hij is zachtmoedig en nederig van hart. Denk maar aan de voetwassing tijdens het laatste Pascha. Daar ‘deed’ Hij niet nederig, maar daar was Hij nederig! Maar om Christoform te worden is het nodig dat de mens een principiële transformatie ondergaat. De Heilige Geest schaaft niet slechts onprettige karaktereigenschappen bij, maar Hij maakt een geheel nieuw schepsel van ons.”

De toekomst van de mens

Van Vlastuin blikt aan het einde van zijn lezing ook vooruit op de komende eeuwigheid. “Johannes schrijft dat we Hem zullen zien zoals Hij is. Het duizelt mij als ik deze woorden op mij in laat werken. In onze traditie sprak men over visio beatifica (het zalige zien). Als ik het goed zie, is dit aspect ondergesneeuwd in de gereformeerde gezindte. Het zou goed zijn om deze notie weer te onderstrepen. Het komt mij voor dat dit een heilzaam medicijn is tegen aardse voorstellingen over de nieuwe aarde. Het wezen van de toekomst is dat God zal zijn alles in allen en dat we Hem zullen zien van aangezicht tot aangezicht.”

Dat wil zeggen dat de huidige bedeling volgens Vlastuin ‘slechts’ een oefenperiode is en dat het eigenlijke leven nog moet komen. “Deze geschiedenis is te typeren als de baarmoeder waarin het leven wordt aangelegd voor de wedergeboorte van hemel en aarde. Hier zal de mens tot zijn diepste bestemming komen, hier is zichtbaar hoe Adam is bedoeld, hier floreert het beeld van God.”

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website CVandaag. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

  1. https://oorsprong.info/bioloog-fileert-evolutiedenken-mens-is-geen-geevolueerde-aap-maar-gods-evenbeeld/.
  2. https://oorsprong.info/prof-dr-m-j-de-vries-waarschuwt-voor-verafgoden-ai-kan-de-toren-van-babel-worden/.