Home » Theologie

Categoriearchief: Theologie

De zes scheppingsdagen waren dagen

De zes scheppingsdagen waren dagen. Of die dagen langer geduurd hebben dan nu, dat weten wij niet, maar het waren dagen.

Jaren geleden zei mijn hoogleraar Hebreeuws, bij wie ik toen studeerde, eens tegen mij dat het bijbelse scheppingsverhaal op geen enkele wijze te verenigen valt met evolutie. Nu rekende hij zichzelf zeker niet tot de orthodoxe christenen en geloofde hij zelf in de evolutietheorie. Maar hij was van mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is deze evolutietheorie af te wijzen. Daaraan moest ik denken toen ik de discussie in het Reformatorisch Dagblad rond Intelligent Design volgde. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk. Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

Aaneensluiten

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen. Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze “dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap, aldus Nico ter Linden in zijn “Het verhaal gaat”.

Draaiing

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen. Er wordt gesproken over dag en nacht en over “en het was avond, en het was morgen…” Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen “dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot “nacht”).

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het Nederlandse volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen). Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Siebesma, P.A., 2005, De zes scheppingsdagen waren dagen, Reformatorisch Dagblad 35 (164): 18 (artikel).

‘Eva viel als eerste, daarna at ook Adam van de verboden vrucht’ – Hugo Bouter over de zondeval

Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars zijn gesteld, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene de velen tot rechtvaardigen gesteld worden’ (Rom. 5:19).

De realiteit van de val

Het Nieuwe Testament laat zien dat zowel de Heere Jezus als de apostel Paulus het scheppingsverhaal van Genesis 1 en 2 tot uitgangspunt nemen voor hun onderwijs ten aanzien van de plaats van man en vrouw. Daarnaast maken zowel de Heere Jezus als Paulus gebruik van het bericht over de val van de mens, zoals die in Genesis 3 wordt beschreven.

Verder is het van belang om te zien hoe Paulus in 1 Timotheüs 2 de berichten van de schepping en de val met elkaar verbindt en belangrijke conclusies hieruit trekt voor het gedragspatroon van man en vrouw. Hij noemt twee argumenten voor het voorschrift dat een vrouw zich in alle onderdanigheid moet laten leren en niet over een man moet heersen. Het eerste is de rangorde in de schepping: ‘Adam is eerst geformeerd, daarna Eva’. Het tweede is de rangorde in de zondeval: ‘Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding’ (1 Tim. 2:13-14).

Hiermee is echter niet alles gezegd, want de apostel besluit met de troost van Gods genadige belofte: ‘Maar zij zal bewaard blijven (of: behouden worden) tijdens het ter wereld brengen van kinderen’ (1 Tim. 2:15). De val en de vloek hebben dus niet het laatste woord, er daagt ook redding en verlossing. Dat zien wij in feite reeds in Genesis 3, waar God de gevallen mens in genade tegemoet treedt en hem het vooruitzicht geeft van de overwinning over de macht van de vijand, de verlossing die door het vrouwenzaad zou worden bewerkt.

Genesis 3 verklaart ook hoe door de intrede van de zonde de oorspronkelijk goede verhoudingen grondig zijn verstoord, zodat de dingen vaak heel anders zijn dan dat God ze heeft bedoeld. De zonde werkt door (a) in de verhouding tussen
God en mens, (b) in de relaties tussen de mensen onderling en (c) ook in de betrekkingen tussen de mens en de geschapen werkelijkheid die aan zijn zorg is toevertrouwd.

Satan en de slang

De val van de mens uit de staat van onschuld waarin hij door God in de hof van Eden was geplaatst, was het gevolg van de verleiding van de slang, ‘de listigste onder alle dieren van het veld’ (Gen. 3:1). De slang diende als spreekbuis van Satan, die daarom zelf ‘de oude slang’ wordt genoemd (Openb. 12:9). Als de duivel en de satan treedt de boze op als de lasteraar en de tegenstander van God. Hij is de aanklager van de broeders (Openb. 12:10). Paulus noemt hem ook nog e verzoeker (1 Thess. 3:5). Johannes betitelt hem als de boze (1 Joh. 5:18).

Soms gaat hij rond als een brullende leeuw, maar andere keren verschijnt hij als een engel van het licht (2 Kor. 11:14; 1 Petr. 5:8). Verder wordt hij door Christus Zelf betiteld als ‘een mensenmoordenaar van het begin af’ en ‘een leugenaar en de vader ervan’ (Joh. 8:44). Als de vader van de leugen trok de satan tegenover Eva zowel Gods waarachtigheid als Gods liefde in twijfel. Hij deed het voorkomen alsof God de mens iets wilde onthouden en alsof Gods woord niet betrouwbaar zou zijn. Hierdoor werd God voor het oog van Zijn schepselen beroofd van Zijn eer – een kwestie die eigenlijk pas is rechtgezet toen Christus als de gehoorzame Mens Gods wil volbracht en Hem verheerlijkte voor het oog van de hele schepping (Joh. 13:31; 17:4).

Eva viel als eerste, daarna at ook Adam van de verboden vrucht. Paulus verwijst hiernaar niet alleen in 1 Timotheüs 2, maar ook in 2 Korinthiërs 11. Zoals de slang Eva verleidde door haar sluwheid, zodat zij kennelijk naliet eerst naar Adams mening te vragen en zich niet loyaal jegens hem toonde, zo waren de gelovigen te Korinthe afgeweken van hun trouw en toewijding jegens Christus (2 Kor. 11:3). Hier wordt de verhouding tussen de mens en zijn vrouw weer toegepast op de relatie tussen Christus en de Gemeente. Een soortgelijke zinspeling vinden we in het boek Openbaring, waar de ontrouwe kerk ervan wordt beschuldigd dat ze haar eerste liefde had verlaten en dat ze was afgevallen (!) van haar hoge positie (Openb. 2:4-5).

De kracht van de zonde

De verzoeking appelleerde aan de héle mens en bood hem in elk opzicht levensvervulling:

  1. in stoffelijke zin – de boom was goed om van te eten;
  2. in esthetisch opzicht – hij was een lust voor de ogen; en
  3. in geestelijk opzicht – hij was begeerlijk om verstandig
    te worden.

Helaas luisterde de mens naar de listen van de satan, die zelf van God was afgevallen door zijn hoogmoed en de begeerte aan God gelijk te worden (Jes. 14:13-14; Ezech. 28:17a; 1 Tim. 3:6). De verleidende woorden die Satan had gesproken, waren echter slechts halve waarheden. Inderdaad werden de ogen van de mens geopend nadat hij had gegeten van de vrucht, maar het was slechts om te ontdekken dat hij een schuldige zondaar was die voor God niet kon bestaan. Inderdaad verwierf de mens de kennis van goed en kwaad, maar niet zoals God die bezit. Integendeel, terwijl God te rein van ogen is om het kwaad te zien en volkomen ervan gescheiden is, was de mens voortaan niet meer dan een ‘slaaf van de zonde’. De kennis van goed en kwaad leverde hem alleen een beschuldigend geweten op.

Zo is het Satan gelukt het zaad van de begeerte en de hoogmoed in het menselijk hart te planten. Deze slechte beginselen kenmerken sindsdien ook het wereldsysteem dat zich in de macht van de boze bevindt, en waarvan hij de overste is (Dan. 10; Joh. 14:30; Ef. 6:12; 1 Joh. 5:19). Want alles wat in de wereld is, kan onder de volgende noemer worden gebracht: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven (1 Joh. 2:16). De (zondige) begeerte is de wortel van het kwaad, zoals het laatste gebod van de wet duidelijk aantoont: ‘U zult niet begeren’ (Ex. 20:17; Rom. 7:7). De begeerte brengt slechts zonde voort, en de zonde brengt de dood met zich mee (Jak. 1:15).

Verlossing van de zonde

En zo is de gevallen mens onderworpen aan de macht van de zonde en de dood. De zonde is zo diep geworteld in de menselijke natuur, dat er alleen redding mogelijk is wanneer de mens van zijn oude wortels wordt afgesneden en op een nieuwe stam wordt geënt. De Romeinenbrief leert dát dit inderdaad mogelijk is – en wel doordat wij één plant geworden zijn met Christus in Zijn dood, maar ook in Zijn opstanding (Rom. 6:2vv.). Onze positie is diepgaand veranderd. God ziet ons niet meer in Adam, maar in Christus.

De Zoon van God is gekomen om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8). De satan vond geen aanknopingspunt in Hem, toen hij Hem tot zonde wilde verleiden (Matt. 4:1-11; Mark. 1:12-13; Luk. 4:1-13). De Heere Jezus klemde Zich vast aan het Woord van God en zó weerde Hij alle aanvallen van de boze af, zodat deze van Hem moest wijken. Zo moeten ook wij ons steeds beroepen op het geschreven Woord van God. Dat geeft kracht om te overwinnen en is het kenmerk van een leven door de Geest.

De eerste mens viel in het paradijs, hoewel hij leefde in de allergunstigste omstandigheden. Maar Christus, de tweede Mens, hield stand in de woestijn, hoewel Hij Zich daar in de meest óngunstige omstandigheden bevond. Ten slotte heeft Hij de duivel, die de macht had over de dood, tenietgedaan door Zelf in de dood te gaan en daar de tegenstander te verslaan in diens laatste bolwerk (Hebr. 2:14-15). De Zoon van God maakt werkelijk vrij van de macht van zonde, dood en Satan (Joh. 8:36). Bij Zijn wederkomst zal Christus de vijand onttronen en ook de schepping verlossen van het juk van de vergankelijkheid, waaraan zij door de val van de eerste mens onvrijwillig was onderworpen (Rom. 8:19-22; Openb. 20:1-3).

FRAGMENTEN


Over de zonde en haar oorsprong

  • Wie de zonde doet (= praktiseert), is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af (1 Joh. 3:8).
  • Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, omdat Diens zaad in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is (1 Joh. 3:9).

Over het wezen van de zonde

  1. Zonde = het doel missen, tekortkomen aan de eer en de heerlijkheid van God (Rom. 3:23).
  2. Zonde = de wetteloosheid, d.i. geen enkel gezag van boven erkennen (1 Joh. 3:4).

Dit zal in de eindtijd zijn hoogtepunt bereiken in ‘de mens van de zonde’, die eveneens ‘de wetteloze’ wordt genoemd (2 Thess. 2:3, 8).

Over het schuldig zijn volgens de Romeinenbrief

  1. Schuldig om het evangelie te prediken aan allen, aan wijzen en onwetenden (Rom. 1:14).
  2. Niet schuldig meer om naar het vlees te leven, maar naar de Geest (Rom. 8:12).
  3. Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld (Rom. 13:8).
  4. Zij zijn hun schuldenaars (nl. van de armen onder de heiligen in Jeruzalem), want als de volken aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen, zijn zij ook schuldig hen met de stoffelijke te dienen (Rom. 15:27).

Hugo Bouter beantwoordde eerder een vraag over de slang in Genesis 3. Dit artikel is ook op deze website geplaatst.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Rechtstreeks. De volledige bronvermelding luidt: Bouter, H., 2022, De zondeval, Rechtstreeks 19 (11): 7-8.

Antwoord nodig op zogenaamde wetenschap

Dit artikel is geschreven door Arjan Baan (MA), dr. Maarten Klaassen, Simon Lagendijk (MA), ing. Wim van der Meer, Laurens van der Tang, Rinie van Reenen (MA), Erik-Jan Verbruggen (MA) en dr. Piet de Vries

Vorige week verscheen de ”Wetenschapsbijbel”. Een stevige prestatie met droevige consequenties. Voor de zoveelste keer op rij. Het komt aan op een gelovig, Bijbels en daadkrachtig antwoord.

Theologen uit kringen die vanouds (stevig) gereformeerd waren, komen gedurig met boeken die veel ter discussie stellen. Lijvige werken, meerjarenprojecten: ”Gereformeerde hermeneutiek vandaag” (2017), ”En de aarde bracht voort” (2017), ”Lezen en laten lezen” (2019), ”Maria, icoon van genade” (2021), ”Vuur dat nooit dooft” (2022), ”Verbonden voor het leven” (2022) en de ”Wetenschapsbijbel” (2022). Bovendien werkten de theologen mee aan boekjes om visies dicht bij de gewone lezer te krijgen, zoals de ”Gewone Catechismus” (2019) en ”Oer” (2020).

Deze boeken dragen (in verschillende mate) bij aan acceptatie van vijf dingen: een nieuwe manier van Bijbellezen, de evolutietheorie, vrouwen in het ambt, homoseksuele relaties, genderideologie. Via een weerkerend patroon: 1. de auteurs stellen met nadruk dat zij orthodox zijn; 2. ze vragen ruimte voor afwijkende opvattingen; 3. ze beweren dat het nieuwe standpunt het meest acceptabel is; 4. de nieuwe opvatting is de enige die nog (wetenschappelijk) houdbaar is.

Wetenschappelijk

Op die wetenschappelijkheid valt veel af te dingen. Waarom wordt in de ”Wetenschapsbijbel” theïstische evolutie als vanzelfsprekend aanvaard (ook in bijvoorbeeld de uitleg van Prediker), terwijl daar zeer fundamentele vragen bij te stellen zijn (zoals over het ontstaan van leven)? Wat zit er achter het ontbreken van namen als prof. dr. M. J. de Vries en prof. dr. M. J. Paul? Hoe kun je serieus menen zorgvuldig te werk gegaan te zijn bij een artikel over de vrouw in het ambt, terwijl je dat nota bene door een vrouwelijke predikant liet schrijven? Vergelijkbare vragen zijn bij alle andere genoemde boeken te stellen. Steeds duidelijker wordt dat het niet gaat om Gods waarheid, maar om het bereiken van een doel. En dat doel is meer hoe de kerk zo veel mogelijk geaccepteerd wordt dan hoe God zo veel mogelijk geëerd wordt. Dat is des te schrijnender als menselijke artikelen in één band worden gevoegd met het Goddelijke Boek…

Afbraak

Natuurlijk zijn er binnen de brede gereformeerde gezindte altijd verschillen geweest, zeker op het vlak van geloofsbeleving. Toch zagen tot voor kort ook bevindelijk gereformeerden uit naar publicaties uit (laten we noemen) neogereformeerde kringen, zeker op het vlak van Bijbelwetenschap, filosofie en ethiek. Waardevolle bijdragen zijn niet geheel verleden tijd, maar toch zie je nieuwe publicaties nu met zorg tegemoet. Dat komt niet door een verkrampte, engkerkelijke, oerconservatieve houding. Er is echt iets ernstigs aan de hand. Genoemde thema’s staan niet op zichzelf. In het kielzog hiervan gaat het ook over andere ethische kwesties, zoals ongehuwd samenwonen. Over andere kerkelijke aspecten, zoals een gereformeerde liturgie. En zelfs over theologisch fundamentele punten als de eeuwige rampzaligheid en de belijdenis van Christus als enige Weg tot zaligheid.

Exact hetzelfde gebeurt als wat in de 19e eeuw in de Nederlandse Hervormde Kerk gebeurde en na de oorlog in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Het tempo ligt alleen nog hoger. Dat zal ook gelden voor de afbraak van de kerken die deze theologen zoeken te dienen.

Dit klinkt scherp, maar is het scherper dan het schrijven van Paulus, die het heeft over redeneringen die „een schijnrede van wijsheid” hebben (Kolossenzen 2:23)? En zelfs over „tegenstellingen van de valselijk genaamde (zogenaamde) wetenschap” (1 Timotheüs 6:20)? Daarom moeten we ons uitspreken. Duidelijk zeggen dat het christelijk getuigenis hier niet slechts beschadigd, maar zelfs ondermijnd dreigt te raken. Er is een grens aan wat het oordeel der liefde kan dragen.

Goede theologie

Dan is er een antwoord nodig dat wél bouwt. In strategisch opzicht zijn genoemde boeken ons tot voorbeeld. Deze theologen hebben jarenlang gestudeerd, samengewerkt, fondsen aangeboord en creatieve vormen gevonden.

Als Bijbels Beraad M/V hebben we gemerkt hoe vruchtbaar het is om interkerkelijk samen te werken en voor het denk- en schrijfwerk mensen vrij te stellen. Maar het is slechts beperkt, zowel qua thematiek als qua slagkracht. Vergelijkbare maar bredere initiatieven zijn nodig voor grondige doordenking van de theologische vragen. Waarbij weer anderen de vertaalslag maken naar toegankelijke middelen als leesboeken, werkmateriaal en liederen. We worden geroepen om met de onderscheiden inzichten en gaven die we ontvangen hebben de kerken te dienen. Niet omdat de Heere van ons afhankelijk is voor het bewaren van Zijn Kerk, maar wel omdat Hij werkt in de weg van de middelen en Hij van ons rekenschap vraagt van wat we voor Zijn Woord, Zijn Kerk en Zijn kinderen gedaan hebben: „Bewaar het pand, u toebetrouwd” (1 Timotheüs 6:20).

Dan moeten we ook schuld belijden. Omdat we zelf eveneens geneigd zijn om Gods Woord niet onvoorwaardelijk te geloven. Omdat we te ver bij Christus vandaan leven en te weinig naar Zijn beeld. En omdat we vaak druk zijn met onderlinge discussies over details. Dan hebben we niet in de bres gestaan (Ezechiël 13:5) voor de zaak van Gods Koninkrijk. „Het is tijd voor de Heere, dat Hij werke.”

Dit artikel is met toestemming van de auteurs overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Baan, A.C., Klaassen, M., Lagendijk, S.T., Meer, W. van der, Tang, L. van der, Reenen, M. van, Verbruggen, E.J., Vries, P. de, 2022, Antwoord nodig op zogenaamde wetenschap, Reformatorisch Dagblad 52 (195): 34-35 (artikel). Het artikel is ook verschenen op de website van Bijbels Beraad M/V. Zie deze link voor het artikel.

NBV21 Wetenschapsbijbel met, qua oergeschiedenis, focus op theïstische evolutie en ‘Ancient Near East’-mythologie – Bespreking ‘NBV21 Wetenschapsbijbel’

De Bijbel is een oud boek – of eigenlijk een hele verzameling oude boeken – afkomstig uit lang vervlogen antieke culturen. Kan de Bijbel nog wel betekenis hebben voor hedendaagse lezers? Dat is een reële vraag. Toch beantwoorden talloos veel mensen die vraag volmondig met ‘ja’. Want hoeveel er ook verandert in de wereld om ons heen en in de manier waarop we die wereld interpreteren, sommige dingen zijn van alle tijden. Mensen zoeken bijvoorbeeld in alle tijden naar zin en betekenis, naar hun plek in de wereld. En velen vinden daarbij houvast in de Bijbelse boodschap. Bovendien: de God van wie de Bijbel getuigt blijft volgens diezelfde Bijbel door alle eeuwen heen dezelfde [sic], trouw aan zichzelf [sic] en zijn [sic] schepping.1

Zo begint de inleiding van de zogenoemde NBV21 Wetenschapsbijbel. Overigens zou ik persoonlijk de volgorde omdraaien. Eerst God en Zijn Woord en dan pas de betekenisverlening door mensen. God en Zijn Woord blijven door de eeuwen heen onveranderlijk, wij mensen zijn zo veranderlijk als het weer. Maar de toon is gezet: de Bijbel is waardevol, ook in deze door Verlichting en Romantiek gestempelde tijd.2

Zucht

Toen deze NBV21 Wetenschapsbijbel aangekondigd werd moest ik toch wel even slikken. Ik dacht: is dit de zoveelste strategische zet van mensen die neigen naar theïstische evolutie? Niet dat alle auteurs van de bijdragen neigen naar theïstische evolutie, maar wel dat de meeste bijdragen die raakvlakken hebben met onze vroegste geschiedenis geschreven zijn door theïstisch evolutionisten, of door geleerden die in ieder geval geen moeite hebben met Universele Gemeenschappelijke Afstamming of die op z’n minst afwijzend staan tegenover het klassieke scheppingsgeloof.3 Ik kreeg van enkele medecreationisten de vraag wat wij vanuit het klassieke scheppingsgeloof tegenover deze NBV21 Wetenschapsbijbel (gaan) zetten.4 De beantwoording van deze vraag is niet zo moeilijk: niets, want er is al heel veel. In ieder geval de (bevindelijk-)gereformeerden onder deze creationisten hebben al eeuwen voorsprong. Eén van de bekendste Bijbel met kanttekeningen waarin het klassieke scheppingsgeloof wordt voorgestaan, is de Kanttekeningen bij de Statenvertaling die in 1637 verschenen. Deze kanttekeningen waren zo grondig dat er zelfs een Engelse (1657), Duitse (1665) en Franse (1669) vertaling van werd gemaakt.5 Een meer recente uitgave is de Bijbel met Uitleg die in 2015 verscheen.6 In deze Bijbel met Uitleg zien we een uitleg die volledig aansluit bij het klassieke scheppingsgeloof.7 De Bijbel met Uitleg wordt in veel reformatorische gezinnen gebruikt en ik weet van diverse mensen met een hervormde of evangelische inslag dat ze deze Bijbel met Uitleg ook waarderen. In dat opzicht lopen theïstisch evolutionisten in Nederland erg achter in het samenstellen van een Bijbel met kanttekeningen. Maar sinds dit jaar bestaat er nu dus een NBV21 Wetenschapsbijbel waarbinnen, als het gaat om onze vroegste geschiedenis, vooral de focus ligt op theïstisch evolutionisme en Ancient Near East-mythologie.

Theïstisch evolutionistische oorsprongslijn met focus op Ancient Near East-mythologie

Dat de bijdragen die raakvlakken hebben met de natuurwetenschappen een theïstische evolutionistische insteek zouden krijgen, lag in de lijn der verwachting. Systematisch theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink, die overigens sympathiek is in omgang, was één van de kartrekkers van de NBV21 Wetenschapsbijbel. Deze geleerde is een van de meest productieve verdedigers van het theïstische evolutionisme in Nederland en gaat erg strategisch te werk. Prof. dr. Van den Brink was betrokken bij de opleving van Intelligent Design (ID) in Nederland (zo rond 2005). Nadat de meeste betrokkenen bij deze ID-beweging verschoven waren richting theïstische evolutie verschenen er vanaf het Darwinjaar 2009 verschillende boeken vóór deze TE-visie.8 Bijvoorbeeld Gevormd uit Sterrenstof van bioloog dr. René Fransen.9 Veel ophef veroorzaakte10 het kinderboek Het geheime logboek van topnerd Tycho in 2015.11 In 2017 (op mijn verjaardag nota bene) verscheen het boek En de aarde bracht voort.12 Dit boek kan gezien worden als een in-depth verdediging van de theologische kant van het theïstische evolutionisme.13 Het boek van prof. dr. Van den Brink werd opgevolgd door een boek dat in 2019 verscheen onder de titel En God zag dat het goed was.14 Een vijf-en-twintigtal geleerden bespraken in dat boek de consequenties van het (theïstische) evolutionisme voor het christelijk geloof. Veruit de meeste auteurs zagen en hebben geen probleem met Universele Gemeenschappelijke Afstamming. In 2020 kwam met Oer een lekenversie op de markt van het theïstisch evolutionistische gedachtengoed.15 Dit boek werd maar liefst meer dan 10.000 keer verkocht.16 Het stopte daarmee niet! In 2021 werd er door prof. dr. Gijsbert van den Brink een serie bijbelstudies over geloof en wetenschap uitgegeven onder de titel Onderzoek alle dingen.17 Nu dus de NBV21 Wetenschapsbijbel waar inzake onze vroegste geschiedenis door dr. Van den Brink c.s. vooral het theïstische evolutionistische gedachtengoed wordt gepropageerd. We zien dat nu voor vrijwel elk intellectueel niveau en leeftijdsniveau theïstisch evolutionistisch materiaal beschikbaar is. Alleen verstandelijk gehandicapten of zwak begaafden, peuters, kleuters en leerlingen van de middenbouw in het basisonderwijs nog geen theïstisch evolutionistisch materiaal hebben. Maar mogelijk zijn daar ook plannen voor. Dat is, toegegeven, zeer strategisch!

In de NBV21 Wetenschapsbijbel staan ook bijdragen van oudtestamenticus prof. dr. Koert van Bekkum die raakvlakken hebben met Genesis. Dr. Van Bekkum, eveneens een sympathieke man in omgang, is voorzichtig richting het theïstische evolutionisme en ziet daar ook de nodige problemen in. Helaas voert hij in de NBV21 Wetenschapsbijbel óók geen warm pleidooi voor het klassieke scheppingsgeloof. De toelichting bij Genesis van zijn hand is kort maar kent mooie accenten.18 Als het gaat om onze vroegste geschiedenis dan zijn er vier bijdragen van zijn hand: Genealogie en familie, Kosmologie, Scheppingsdagen en Zondvloed. In de andere bijdragen staan uiteraard ook verwijzingen.19 Hoewel dr. Van Bekkum het een en ander voorzichtig wil verwoorden, zien we toch dat de ‘Ancient Near East’-mythologie sterke invloed heeft op zijn Genesisuitleg. Bij de bespreking van de zondvloedgeschiedenis richt hij zich bijvoorbeeld slechts op de Mesopotamische zondvloedmythen. En hoewel we erg voorzichtig moeten zijn met het klakkeloos, zonder diepgaand onderzoek, overnemen van wereldwijde vloedmythen is dat toch wel wat selectief.20 Het past wel in een trend die al meer dan anderhalve eeuw waarneembaar is onder verschillende oudtestamentici. Een trend waarbij Genesis dan (zij het soms aarzelend) gelezen wordt door de bril van de oermythen die in Mesopotamië circuleren. Dr. Van Bekkum zegt in zijn bijdrage Scheppingsdagen mooie dingen over de scheppingsgeschiedenis in Genesis 1 e.v., maar gaat daarbij kort-door-de-bocht als hij schrijft: “Maar uit dit Bijbelgedeelte concluderen dat hier zes historische dagen worden beschreven, gaat voorbij aan het kunstproza en de ordenende rol van het ‘zes plus één’.” Hier gaat dr. Van Bekkum voorbij aan het feit dat ‘het kunstproza en de ordenende rol van het ‘zes plus één’’ samen kan gaan met het zien van de scheppingsdagen als historische dagen. In kerken waar uitgegaan wordt van het klassieke scheppingsgeloof bestaan deze feiten naast elkaar.21 Hier creëert dr. Van Bekkum dus een vals dilemma en wordt kunstproza tegenover historiciteit gezet. We hoeven dit gelukkig niet tegen elkaar uit te spelen, maar kunnen het als complementair zien. De tekst krijgt hierdoor nóg meer waarde. Het gaat in Genesis namelijk niet alléén om geschiedenis, maar het gaat óók om geschiedenis. Dat een Bijbeltekst meerdere betekenissen en invalshoeken heeft werd al verdedigd door diverse kerkvaders, we noemen dat ook wel de meervoudige Schriftzin.22

Beproeft alle dingen

De bovenstaande kritiek wil niet zeggen dat er alleen maar theïstisch evolutionisten, of in ieder geval mensen die niet afwijzend staan tegenover Universele Gemeenschappelijke Afstamming, meegewerkt hebben aan de NBV21 Wetenschapsbijbel. Het wil ook niet zeggen dat alle bijdragen in deze NBV21 Wetenschapsbijbel waardeloos zijn. Dat is geenszins het geval! Van verschillende auteurs weet ik dat zij afwijzend staan richting het theïstisch evolutionistische gedachtengoed óf dat zij er op zijn minst stevig gefundeerde vragen bij hebben. Het zijn overigens niet alleen de bijdragen rondom onze vroegste geschiedenis waar ik mij niet zo goed in kan vinden. De manier van Bijbellezen in het stuk van dr. Marco Derks over Homoseksualiteit komt mij wel héél cultuurgebonden over en komt soms wat ‘cherry picking’ en als prekende voor eigen parochie.23 Maar gelukkig is de NBV21 Wetenschapsbijbel niet helemaal kommer en kwel. De bijdrage van prof. dr. Johan Graafland over het Jubeljaar is prachtig! Ook de bijdragen van bijvoorbeeld dr. Raymond Hausoul (Dieren en de Bijbel), prof. dr. ir. Henk Jochemsen (Het beginnend menselijk leven), dr. Emanuel Rutten (Beargumenteren dat God bestaat: kan dat?), dr. Arie Versluis (De ban) en prof. dr. René van Woudenberg (Toeval) zijn mooi opgezet. Zo zijn er nog meer bijdragen te noemen, om over de toelichtingen nog maar te zwijgen. Dat maakt het gebruik van de NBV21 Wetenschapsbijbel ook nuttig! Er zijn tientallen bijdragen en toelichtingen waar wat van te zeggen is. We hopen, als de Heere leven en gezondheid geeft, dit later meer in-depth te kunnen doen in een veelluik over deze Bijbel met kanttekeningen.

Literatuurlijst en registers

Wat de NBV21 Wetenschapsbijbel ook waardevol maakt is het register op onderwerp en de literatuurlijst. Verder wordt heel helder en duidelijk aangegeven wélke auteur wát geschreven heeft. De auteurslijst bevat voor mij veel bekende namen (zoals prof. dr. Cees Dekker), maar ook tot nu toe onbekende namen (zoals dr. Marco Derks). Het hoofdstuk ‘Studie- en werkmateriaal’ maakt van de NBV21 Wetenschapsbijbel ook een studiebijbel. De vragen bij ‘Bijbel en (natuur)wetenschap’ zijn met de focus op theïstisch evolutionisme en Ancient Near East-mythologie soms wat sturend. De literatuurlijst bij ‘Bijbel en (natuur)wetenschap’ bestaat helaas hoofdzakelijk uit theïstisch evolutionistisch materiaal (zoals bijvoorbeeld de boeken van dr. Rolie Barth24, prof. dr. Gijsbert van den Brink 25, dr. René Fransen26 en dr. Henk Geertsema27). Blij verrast was ik om toch nog twee boeken te ontwaren die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof. Het betreft het boek van dr. Hans Madueme et al. met als titel Adam, the Fall, and Original Sin28 en het boek van prof. dr. Mart-Jan Paul met als titel Oorspronkelijk.29 Het is goed dat de lezers ook van deze boeken kennisnemen. Om de leemte wat op te vullen wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om nog drie boeken toe te voegen:

  • Dam, C. van, 2021, In the Beginning. Listening to Genesis 1 and 2 (Grand Rapids: Reformation Heritage Books).30
  • Klingbeil, G.A. (ed.), 2015, The Genesis Creation Account and Its Reverberations in the Old Testament (Berrien Springs: Andrews University Press).31
  • VanDoodewaard, W., 2015, The Quest for the Historical Adam. Genesis, Hermeneutics, and Human Origins (Grand Rapids: Reformation Heritage Books).32

Deze registers en literatuurlijsten maken de NBV21 Wetenschapsbijbel gebruikersvriendelijk.

Ten slotte

De NBV21 Wetenschapsbijbel zie ik als volgende strategische zet van de theïstisch evolutionistische groep rond prof. dr. Gijsbert van den Brink. Zelf heb ik de voorkeur voor het gebruik van de Statenvertaling (met kanttekeningen) boven de NBV21. Dat heeft ermee te maken dat de kanttekeningen meer de geest van de (Nadere) Reformatie laten doorademen. Desalniettemin zijn veel bijdragen in deze NBV21 Wetenschapsbijbel de moeite van het lezen waard. De toelichtingen en bijlagen van deze NBV21 Wetenschapsbijbel zijn met een kritische bril goed te lezen en geven op bepaalde punten ook inzicht in de tekst en de cultuur waarin de bijbelboeken ontstonden. Daarom geldt hier: “Beproeft alle dingen; behoudt het goede” (1 Thessalonicensen 5:21, SV) . We hopen daarom de komende tijd, als de Heere leven en gezondheid geeft, een flink aantal diepteboringen te doen in deze NBV21 Wetenschapsbijbel.

Voetnoten

Augustinus wijst de mens zijn plaats als schepsel

„God wil dat aan zijn gerechtigheid wordt voldaan.” Is zo’n zin niet typisch voor de traditie van Anselmus en Calvijn, waarin sterk in juridische termen gedacht wordt over de relatie God-mens. Zou dat nu niet anders moeten?

Het denken over de relatie tussen God en mens in rechtstermen is stevig verankerd in de theologie van de Vroege kerk. Hiermee richtte de kerk zich tegen de gnostiek. Dit kan inzichtelijk worden gemaakt aan de hand van Augustinus’ discussie met de manicheeërs, een gnostische sekte waar hij zelf een lange tijd bij hoorde.

Volgens de manicheeërs zijn goed en kwaad twee substanties die eeuwig tegenover elkaar staan. Onze wereld is ontstaan doordat de kwade natuur tegen de goede god in opstand kwam. De stoffelijke wereld zoals wij die kennen, is kwaad, maar in alles zitten stukjes van god opgesloten. Dat geldt ook van de mens. Zijn ziel is een deel van god dat gevangen zit in een lichaam dat zelf hoort bij de kwade natuur. En in hem strijden die twee naturen steeds om de voorrang. De mens is ten diepste goddelijk, maar lijdt voortdurend onder de slechte invloed van externe krachten.

Augustinus ziet, op grond van de Bijbel, God als de almachtige Schepper en de wereld en de mens als zijn schepselen. De wereld is niet het product van een kosmische strijd tussen twee machten, maar het maaksel van de goede Schepper. Deze Schepper regeert zijn schepselen volgens zijn wet. Zijn schepselen zijn geroepen Gods wet te gehoorzamen. De zon, de maan, de planten en de dieren doen dat vanzelf; zij functioneren volgens hun aard. Maar mensen en engelen schiep God met een vrije wil. Zij moesten er bewust voor kiezen om God te gehoorzamen. God zou gehoorzaamheid belonen en ongehoorzaamheid straffen. Augustinus ziet de schepping als een rechtsstaat, die onderhouden en geregeerd wordt door een rechtvaardige én genadige koning.

Tegenover de manicheeërs benadrukt Augustinus dat het kwaad geen substantie is, evenmin iets buiten de mens dat hem overkomt. Het is allereerst de keuze van de mens zelf om zijn Schepper ongehoorzaam te zijn.

Het kwaad is allereerst zonde. Omdat God rechtvaardig is en rechtvaardig handelt, reageert hij op de zonde door die te straffen. Die straf bestaat in de ”corruptie” van de menselijke natuur naar ziel en lichaam. Door de zonde van Adam is geen mens meer in staat om het goede te willen en te doen, en bovendien krijgt hij een sterfelijk lichaam. Zijn lichaam gehoorzaamt niet meer aan zijn ziel. Omdat zijn ziel zijn meester (God) ongehoorzaam was, wordt nu de knecht van de ziel (het lichaam) diens meester ongehoorzaam.

Verlossing

Wat leren we voor vandaag van het verschil tussen Augustinus’ visie op het kwaad en die van de manicheeërs? Het manichese mensbeeld is vooral tragisch. De mens is zelf ten diepste goddelijk, maar zijn goddelijke kern wordt onderdrukt door machten van buiten. Die onderdrukking is het kwaad in zijn leven. Verlossing is dat de mens bevrijd wordt van die macht. Zolang die macht zijn innerlijke kern in de weg staat, kan hij zich niet ontplooien.

Bij Augustinus is het kwade allereerst zonde. Een daad van de mens tegenover God, waardoor hij Gods straf over zijn leven afgeroepen heeft. Verlossing betekent vooral dat de mens weer in de rechte verhouding tot God komt te staan, en daardoor van Gods straf wordt bevrijd.

Mijn indruk is dat christenen vandaag veel kunnen hebben aan Augustinus’ anti-manichese theologie. Onze cultuur wordt ook gekenmerkt door een grote verering van de subjectiviteit van de mens. Het innerlijk krijgt haast een goddelijke status, net zoals de ziel in de gnostiek. Je bent pas echt vrij als je uiting kunt geven aan je eigen ”ik”. Externe krachten die dat in de weg staan, zijn daarmee automatisch kwaad.

Christenen krijgen van deze kijk op de mens gemakkelijk een tik mee, juist omdat zowel het manicheïsme als het moderne liberalisme aansluiten bij de oerzonde van de mens: zich gelijk stellen met God. God wordt de grote bevestiger van ons eigen ”ik”. Of God ligt in elk geval in het verlengde van onze goede bedoelingen. Het onderscheid tussen God en ons verdwijnt in feite. Woorden als wet en gehoorzaamheid worden irritant, omdat ze eraan herinneren dat je als mens onder God staat en Hij geen verlengstuk van ons is (of wij van Hem).

Evangelie

De polemiek van Augustinus tegen de manicheeërs herinnert ons eraan dat de mens onder God staat en geschapen is in een rechtsrelatie tot Hem. Ook de leer van de verlossing staat in dat kader. Dat is geen uitvinding van Anselmus of Calvijn, maar behoort tot de antignostische erfenis van de kerkvaders. God de Schepper heeft recht op onze liefde en gehoorzaamheid, en wij zijn verplicht Hem die te geven, om te kunnen leven. En het Evangelie is nu dat Hij zelf de gerechtigheid aan ons geeft die Hij van ons eist.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Egmond, B. van, 2019, Augustinus wijst de mens zijn plaats als schepsel, Reformatorisch Dagblad 49 (196): 26-27 (artikel).

Heel de Bijbel had voor Luther onfeilbaar gezag

Wie zich op Luther wil beroepen om de moderne Schriftkritiek te legitimeren, behandelt de reformator niet fair. Voor de Bijbel dient men te buigen en alle bezwaren van het verstand te laten varen, luidde zijn visie.

Het artikel met als kop ”Het gevaar van Luthers stoerheid” van dr. C. P. de Boer (RD 29-10) riep bij mij vragen op. Allereerst de vraag of Luther met zijn ”was Christum treibt” een heldenstatus wilde creëren? De kop lijkt op het eerste gezicht die indruk te willen wekken. Luthers uitspraak „Wij voeren Christus aan tegen de Schrift” komt flink, sterk en onverschrokken over. Zo suggereren sommigen ook dat Luther op de Rijksdag van Worms bewust een publieke stunt wilde uithalen met zijn „Hier sta ik, ik kan niet anders”, enzovoorts.

Wilde Luther stoer doen, shockeren, met zijn bewering dat elke Bijbeltekst waarin hij Christus niet vond voor hem van minder waarde was dan de woorden waarin Hij helder straalt? Dr. De Boer zelf zegt dat niet met zoveel woorden. Hij schrijft alleen dat het „vandaag stoer klinkt”! Ja, maar voor wie? Bedoelt hij de theologen van gereformeerde origine die op de hermeneutiek van de confessie zijn uitgekeken? Wordt Luther nu de vaandeldrager van nieuwe hermeneutische inzichten? Ja, dat is inderdaad riskant. Voor henzelf en voor de gemeenten die zij dienen. Het slot van het artikel lijkt die kant op te gaan.

Ik veronderstel dat dr. De Boer wil zeggen dat hedendaagse exegeten en hermeneuten van reformatorische origine Luther goed denken te kunnen gebruiken als baanbreker om ruimte te maken voor vernieuwende inzichten, in de trant van: ”Kijk maar, Luther slikte ook niet alles wat hem in de Bijbel voorgeschoteld werd. Hij had de moed om Christus zo nodig tegen de Schrift uit te spelen.”

Vrolijke ruil

Zij die Luthers werk als vrijbrief voor moderne Bijbeluitleg denken te kunnen gebruiken, moeten wel eerst bedenken wat de reformator bewoog om uitspraken te doen als: „Wij voeren Christus aan tegen de Schrift.” Het ging Luther om het Evangelie van de vergeving van de zonden. De rechtvaardiging van de zondaar. Dat was voor hem de kern van heel de Bijbel. Hét Woord van God is de belofte van onvoorwaardelijke vrijspraak van de zondaar die door de genade van het geloof Christus aangrijpt en zodoende bevrijd wordt van schuld en eeuwige straffen. De zondaar geeft zijn zonden aan Christus en krijgt Zijn gerechtigheid ervoor terug. Ja, de ”vrolijke ruil” noemde Luther dat.

Door die persoonlijke ontdekking was Luther inderdaad zo vrolijk, dat hij in heel de Bijbel die ruil terug wilde vinden. Dit Evangelie was voor hem hét Woord van zijn God. En zij die dat hebben ervaren, weten wat hij bedoelt.

Geen heilige

Dat Luther soms onbehoorlijk kon doorslaan, is alom bekend. Zijn onstuimige boekje ”Von den Juden und ihren Lügen” zou niet voor de Nobelprijs voor de vrede in aanmerking komen. Luther zelf zou overigens geen moete hebben gehad met mensen die hem niet als een heilige en perfecte gelovige en exegeet vereren. Van Lutherverering was hij niet gediend: „Christus is heilig, ik niet.” En wij vergeven hem zijn tirade tegen Jakobus, die ons volgens Luther in zijn brief te veel werk en te weinig genade en geloof laat lezen. In zijn latere werk matigde hij trouwens zijn kritiek op Jakobus.

Voorkeuren

Eén ding is zeker: Luthers moeite met bepaalde passages in de Bijbel betreft niet de geloofwaardigheid van de Bijbel zelf. De Duitse theoloog Paul Althaus, die persoonlijk de historische kritiek op de Bijbel accepteert, heeft dat in zijn belangrijke boek ”Die Theologie Martin Luthers” duidelijk gemaakt. Luther speurde in de Schrift naar zijn lieve Jezus Christus, maar vond Hem niet altijd zo gauw als hij verlangde. „Nur da, wo Luther Verdunkelung des Evangeliums in der Schrift findet, bestreitet er den Charakter als Wort Gottes”, aldus Althaus. Maar dat de Bijbel als geheel het betrouwbare Woord van God is, daar twijfelde hij niet aan: „Das Wort sollen Sie stehen lassen!

Luther doolde als een speurhond over Gods wegen in de Bijbel om de reuk van Christus en Zijn genade te ervaren. Hij had voorkeuren, jazeker. De Bijbel bevatte voor zíjn beleving niet op elke plaats even veel karaat goud. Maar ondanks zijn voorkeur voor het Evangelie van Johannes en vooral voor de brief van Paulus aan de Romeinen bestreed hij niet het gezag van de Bijbel als geheel.

Althaus onderstreept dat in zijn boek over Luthers visie op de Schrift. De Schrift is voor hem boven alles het door de Heilige Geest opgestelde Boek en als zodanig van onfeilbaar gezag. Voor dat Boek dient men te buigen en alle protesten en bezwaren van het verstand te laten varen.

Tijdgeest

Luther is geen baanbreker voor de 18e-eeuwse Verlichting, die de Bijbel, met zijn ”onbegrijpelijke” teksten over wonderen, verzoening, opstanding, verkiezing en voleinding, de oorlog verklaarde. En wat er verder volgde. Nee, Luther is zeker geen vader van de historisch-kritische hermeneutiek. Zijn heel persoonlijke christocentrische benadering van Bijbelteksten is van een radicaal ander gehalte dan het loslaten van de onstabiele tijdgeest op Gods openbaring in de Bijbel.

Bij Luther vindt het omgekeerde plaats. Hij gaat juist heel flink en onverschrokken met de Bijbel op de tijdgeest af en laat er niets van heel. Want het is een geest die de eigen vroomheid boven Christus verkiest. De tijdgeest heeft geen verstand van de ”vrolijke ruil”. Toen niet en nu ook niet.

Moderne exegeten en hermeneuten willen Luther voor hun karretje spannen, maar Luther leent zich daar niet voor. Hij trekt dat niet, om zo te zeggen. Moderne exegeten zijn Luthers vrienden juist niet, omdat zij, anders dan de reformator uit Wittenberg, de confrontatie ontlopen. Zij trekken Christus steeds weer de modieuze kleren van hun eigen tijd aan en maken van Hem een herkenbare en acceptabele moraalridder. De eindeloze aanpassingen aan de smaak van het publiek getuigen niet van moed. Ze bieden ook geen uitkomst. Het gevolg is de ontkerstening van Christus en daar moet je bij Luther niet mee aankomen.

Wie met een beroep op Luthers vermeende stoerheid uitdraagt dat actuele filosofische en psychologische inzichten in de hermeneutiek de dienst moeten gaan uitmaken, moet Luther met rust laten. Die tapte echt uit een ander vaatje.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Meij, L.W. van der, 2022, Heel de Bijbel had voor Luther onfeilbaar gezag, Reformatorisch Dagblad 52 (189): 38-39 (artikel).

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2022 – 7. dr. ir. Gijsbert Korevaar – Scheppingsgeloof en rentmeesterschap: bijbelse waarden en zorg voor de schepping

Op 22 oktober 2022 organiseerden Fundamentum, Geloofstoerusting en Logos Instituut een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’.1 Industrieel ecoloog dr. ir. Gijsbert Korevaar gaf een lezing met als titel ‘Scheppingsgeloof en rentmeesterschap: bijbelse waarden en zorg voor de schepping’. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Zie ook hier een artikel over deze thematiek van dr. ir. Gijsbert Korevaar.

Voetnoten

Een nieuwe manier van Bijbellezen? – Dr. J.M.D. de Heer schrijft een serie artikelen in De Saambinder over de wissels die omgaan

Het is soms haast niet bij te houden. De moderne maatschappij ontwikkelt zich heel snel. Maar ook kerken lijken op drift te raken. Onderwerpen als vrouwelijke ambtsdragers en homoseksualiteit staan regelmatig op de agenda van synodes. Het lijkt wel of de ene kerk na de andere ‘om’ gaat. Wat is de achtergrond van dit alles? En, raakt het ons? Steeds blijkt dat de manier waarop de Bijbel wordt gelezen sterk uiteenloopt.1 Met deze woorden start predikant en theoloog dr. J.M.D. (Jaco) de Heer zijn artikelenserie in De Saambinder over de moderne hermeneutiek.2 In dit artikel wil ik deze serie artikelen samenvatten.

Welke wissels gaan er om als de hermeneutiek een verandering ondergaat? Bron: Pixabay.

Wissels

Aanleiding van de serie is de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) over vrouw-in-het-ambt.3 Ook in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, volgens de auteur ‘lange tijd een bolwerk van rechtzinnigheid’, zijn belangrijke wissels omgezet inzake deze discussie. En binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is deze discussie al lange tijd passé. Is eenzelfde trend waarneembaar als het gaat om de acceptatie van homoseksualiteit? De Heer: “De synode van de PKN heeft relaties van mensen van hetzelfde geslacht volledig geaccepteerd. Eigenlijk is er nog maar één drempel waar de synode, omwille van het behoudende deel van de kerk, nog niet overheen is gegaan. Dat is volledige gelijkschakeling van het Bijbelse huwelijk van man en vrouw met het homohuwelijk. Het vooruitstrevende deel van de kerk wenst al langere tijd zo’n gelijkschakeling.” De Heer merkt op dat ook binnen de CGK en de GKv ruimhartige geluiden inzake homoseksualiteit te horen zijn. Maar er zijn meer onderwerpen waar de kerk mee te maken krijgt, zoals het brede onderwerp ‘gender’. “Het heeft er veel van weg dat kerken hierover geen uitspraken doen, wellicht omdat het onderwerp nieuwer is dan dat van homoseksualiteit. Een andere oorzaak kan zijn dat de gebrokenheid in het leven van transgenders vaak intenser wordt ervaren dan bij mensen met een homoseksuele geaardheid. Daarom is een pastorale houding zo belangrijk. Dat geldt ook voor homoseksualiteit. Maar, de Bijbel kan alleen de doorslag geven hoe we moeten leven.4

Schriftgezag

De Bijbel heeft voor de predikant en theoloog absoluut gezag. “Het spreken van God tot de mens, door Zijn Woord, is een spreken met gezag. De Bijbel is niet zozeer een boek waar mensen hun ervaringen met God onder wooden brengen. Het is Gods openbaring, waarin Hij Zichzelf bekendmaakt. Daarvoor schakelde de Heilige Geest mensen in. In dit proces drukten de Bijbelschrijvers – in zichzelf mensen met gebreken – Gods wil volkomen uit. Daar zorgde de Heere Zelf voor. We noemen dit de inspiratie van de Bijbel.5

Verlichting en Romantiek

In navolging van prof. dr. Andres Kinneging (die overigens niet bij naam genoemd wordt) gaat dr. De Heer in op de oorzaken van de verandering van het Westerse wereldbeeld.6 Deze verandering had ook gevolgen voor de aard van het Schriftgezag en de nieuwe manier van Bijbellezen. Die liggen volgens De Heer in de Verlichting en Romantiek. Met name de Verlichting ziet De Heer als oorzaak van de verandering in het denken over God, de mens en de Schrift. De Verlichting zette het verstand van de mens centraal, zoals bijvoorbeeld te zien is bij René Descartes. Oudvaders uit de Nadere Reformatie hebben dit gedachtengoed bestreden. Maar de tijdgeest ging, ondanks de waarschuwingen, door: “In het spoor van de Verlichting ging de mens een andere plaats innemen ten opzichte van de Bijbel. Hij staat niet meer onder het absolute gezag van Gods Woord, maar gaat zelf bepalen welke waarde de Bijbel heeft. De Bijbel wordt onderworpen aan het menselijke verstand. Niet meer openbaring door God, maar het begrijpen door de mens staat op de eerste plaats. In feite kwam de Bijbel op de snijtafel van het verstand te liggen.” De zogenoemde historisch-kritische uitleg stelt overal rationele vragen bij. Zelfs het leven, sterven en de opstanding van de Heere Jezus werd betwijfeld. “De historisch-kritische manier van bijbeluitleg groeide uit tot een machtig blok dat veel universiteiten beheerst. En juist dáár worden ook predikanten opgeleid. Hoeveel predikanten hebben de kerkgangers in Nederland een vage, arme boodschap voorgehouden. Op hoeveel plaatsen gebeurt dat nog? Geeft dat ons verdriet?7

De Heer wijst ook op een andere geestesstroming die invloed heeft (gehad) op onze manier van Bijbellezen: de Romantiek. Nu geen nadruk op het verstand maar op het gevoel. De predikant en theoloog verwijst hierbij naar een interview met de orthodoxe dr. Carl Trueman in het Reformatorisch Dagblad (zie voetnoot).8 De Heer: “Met name op het gebied van seksualiteit leidde dit tot een aarrverschuiving. Niet meer de bedoeling die God in Zijn Woord openbaart, is leidend, maar de beleving van de mens. Gods Woord openbaart hoe Hij het huwelijk heeft bedoeld: een levenslange verbintenis tussen man en vrouw, waarbinnen seksualiteit en het krijgen van de kinderzegen aan elkaar zijn verbonden. In plaats daarvan is de seksuele revolutie gekomen en daarbovenop de homo-emancipatie. Je kiest zelf de relaties die bij je passen.” Dit leidt ook tot intolerantie naar degenen die Gods Woord wél centraal willen stellen. “Het accent op het eigen ik leidt er ook toe dat het afwijzen van homoseksuele contacten wordt ervaren als een aanval op iemands hele menszijn.” Het is echter nog verder gegaan. Bleef bij de homo-revolutie het man-vrouw-zijn nog intact, dit is anders bij de ideologie van het transgenderisme. “Niet het lichaam waarmee je bent geboren, maar je gevoel bepaalt of je man of vrouw bent. De innerlijke psychische overtuiging wordt bepalend, het lichaam mag daar eventueel aan worden aangepast.” Ziedaar de ultieme invloed van de Romantiek. De Heer sluit het tweede artikel af met de opmerking dat deze ontwikkelingen (de tijdgeest) de kerken ook niet voorbij gaan. 9

“Onder invloed van de tijdgeest ziet de theoloog de manier van uitleg van de Bijbel veranderen. Het is daarom belangrijk om stil te staan bij de manier waarop we de Bijbel uitleggen. De regels die gebruikt worden bij de uitleg van Gods Woord wordt hermeneutiek genoemd.” Bron: Pixabay.

Regels bij de uitleg van de Bijbel

Hierboven zagen we dat de Verlichting en Romantiek een stempel hebben gezet ‘op het geestesklimaat in de westerse wereld’. Volgens De Heer krijgt de mens zo ‘een zelfstandige plaats ten opzichte van God en Zijn Woord’ en dat heeft gevolgen voor het lezen van de Heilige Schrift. De Bijbel is duidelijk, maar ‘tegelijkertijd vraagt de Bijbel om uitleg’. Onder invloed van de tijdgeest ziet de theoloog de manier van uitleg van de Bijbel veranderen. Het is daarom belangrijk om stil te staan bij de manier waarop we de Bijbel uitleggen. De regels die gebruikt worden bij de uitleg van Gods Woord wordt hermeneutiek genoemd.10 De Heer geeft aan dat het belangrijk is dat we de uitlegregels bij Gods Woord uit Gods Woord zelf halen. “God bepaalt hoe Zijn Woord wordt uitgelegd. Een basisregel voor de uitleg van de Bijbel vinden we in 2 Petrus 1:20 (…).” De predikant verwijst daarbij ook naar kanttekening 75 bij de Statenvertaling. “Juist daarom zijn de tekstverwijzingen in de Bijbel zo belangrijk. De ene tekst legt de andere uit. Een moeilijkere tekst kan met behulp van eenvoudiger teksten worden uitgelegd. We spreken hier over de klassieke hermeneutiek.” Deze uitlegregel ligt op de snijtafel van de Verlichting en de Romantiek. “De méns ging de Bijbel uitleggen, niet meer vanuit de Bijbel, maar vanuit zijn verduisterde verstand.” De theoloog laat zien dat deze manier van uitleg grote invloed heeft (gehad) op de protestantse kerken. “In de Gereformeerde Kerken bijvoorbeeld botste de traditionele bijbeluitleg op die van verlichte geleerden. De moderne bijbeluitleg trok aan het langste eind. Kerkelijk ging er een wissel om toen het kerkverband in 1980 het rapport ‘God met ons, over de aard van het Schriftgezag’ aanvaardde. In het rapport staat het zogeheten ‘relationele waarheidsbegrip’ centraal. Dat wil zeggen dat waarheid ontstaat in de wisselwerking tussen de mens en de Bijbel. De waarheid van de Bijbel komt dus niet meer met Goddelijk gezag tot ons. De mens krijgt hierdoor een grotere plaats in de toepassing van de Bijbel in veranderende omstandigheden.” Dit veroorzaakte ook op het gebied van medische ethiek een grote verschuiving. De Romantiek had ten gevolge dat de beleving van de lezer bij de bijbeluitleg een zelfstandige plaats inneemt. “Het gaat niet zozeer om de oorspronkelijke bedoeling van de Heere – de zin en mening van Gods Geest – maar vooral om de wijze waarop ik de tekst uitleg en beleef. De lezer zoekt niet alleen naar de betekenis van de tekst, maar gééft de tekst ook betekenis.” Zo worden ‘Bijbelteksten buiten werking gesteld’, omdat wanneer de lezer zich niet in de teksten herkent (in de beleving), ze kunnen beslissen dat de tekst hen niet raakt.11

Gevoel leidend

De wegen van de klassieke en de nieuwe hermeneutiek gaan uiteen. “De klassieke manier van Bijbeluitleg onderwerpt zich onvoorwaardelijk aan het spreken van God in Zijn Woord.” De denkstappen voor Bijbeluitleg vanuit de Verlichting is volgens De Heer ‘tamelijk herkenbaar’. Dat ligt bij de ‘nieuwe hermeneutiek (…) misschien ingewikkelder, omdat deze een appel doet op ons invoelingsvermogen’. En verder: “Het persoonlijk gevoel is bepalend voor wat de Bijbel zegt. En juist dit appél op het gevoel doet het in onze tijd goed.” De Heer gebruikt twee voorbeelden: de discussie vrouw in het ambt binnen de CGK en de discussie homoseksualiteit binnen de GKV. Tegenstanders van de klassieke hermeneutiek (zoals dr. Bert Loonstra) komen met het verwijt van ‘een statistisch waarheidsbegrip’. Oude teksten zouden dan, volgens Loonstra, zomaar op nieuwe situaties geplakt worden en mensen zouden daardoor ongeoorloofd veroordeeld worden. Volgens De Heer spreekt Loonstra daarmee niet de Schrift na, maar het hart van ‘de moderne mens bij wie de eigen beleving bepalend is’.12

“Volgens predikant en theoloog dr. J.M.D. de Heer gaat de beïnvloeding door de tijdgeest zover, dat we denken de Bijbel serieus te nemen maar toch meegaan met de tijdgeest.” Bron: Pixabay.

Tijdgeest

De artikelenserie kan maar enkele zaken aanstippen als het gaat om hermeneutiek. De Heer verwijst daarom voor een uitgebreidere bespreking naar het tweede en derde deel van de Semper Reformanda-serie met als titel ‘Het onfeilbare Woord’.13 In het vijfde deel van deze serie gaat De Heer in op het voorbeeld rond vrouw-in-het-ambt en de omgang met homoseksualiteit. Ik bespreek hier alleen kort wat de centrale vraag ‘Hoe lezen wij de Bijbel?’ raakt. Er wordt in de verschillende kerken steeds meer gecapituleerd voor de tijdgeest. Het adagio is: “De kerk moet niet wereldvreemd zijn, anders raakt de boodschap van de kerk de moderne mens niet meer.” De Schrift is volgens voorstanders als het gaat om vrouw-in-het-ambt niet duidelijk. “Als gevolg van deze onduidelijkheid is er de vrijheid van de Geest, boven de letter van het Woord.” De snelle wending van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt liet ‘de Schriftgetrouwe professor J. van Bruggen (…) ‘met enige verbijstering’ afvragen ‘wat er met zijn kerkverband was gebeurd’. Op het gebied van homoseksualiteit worden ook (langzaam?) de bakens verzet. “Het lijkt een signaal te zijn dat het kerkverband [de GKV, JvM] op termijn het onderwerp in zijn geheel gaat vrijgeven. Een schip op het strand, is een baken in zee!14

Het zesde deel in deze serie gaat vooral over synodebesluiten en hoe een lokale gemeente daarmee om moet gaan. De Heer hekelt dat sommige kerken ondanks de synodebesluiten toch een tegenovergestelde keuze maken in zaken die de scheppingsorde aangaan. We laten deze kerkrechtelijke zaken in dit samenvattende stuk rusten, het gaat ons immers om hermeneutiek.15 In het zevende deel in deze serie sluit De Heer aan bij het zesde stuk over de synode van de CGK rondom vrouw-in-het-ambt. Met vooral een praktische insteek, namelijk kijkend naar de reacties op de synode. Ook dat laten we hier rusten.16

De lessen voor ons

In het achtste en laatste deel van de serie over hermeneutiek in De Saambinder gaat dr. De Heer in op de lessen voor het kerkverband van de Gereformeerde Gemeente. Hij vraagt zich af of discussies rond vrouw-in-het-ambt en homoseksualiteit ook dit kerkverband kunnen gaan roeren. De Heer is hierover heel helder: “We moeten ons niet vergissen. De tijdgeest waait door alle kerken heen, beïnvloedt menden, ambtsdragers. Dus ook ons!” Volgens de theoloog gaat de beïnvloeding door de tijdgeest zover, dat we denken de Bijbel serieus te nemen maar toch meegaan met de tijdgeest. “We kunnen denken ‘geestelijke pioniers’ te zijn en met verve nieuwe inzichten verdedigen, terwijl een ‘kracht der dwaling’ (2 Thess. 2:11) ons in de greep houdt.” Dit kan als een oordeel over ons komen. “We kunnen de leugen voorstaan, terwijl we denken voor de waarheid op te komen.” Volgens De Heer is een ‘wantrouwen tegen alle gedachten die uit ons menselijk hart opkomen’ het medicijn hiertegen. “Wie zichzelf leert kennen als ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ zal niet snel het stempel van Gods Woord op eigen opvatting zetten.” Daarnaast kan ook de satan overkomen als een engel des lichts.

Het gezonde wantrouwen van onszelf wordt, volgens De Heer, gemist in de vooruitstrevende kerken. “Opvallend is dat moderne opvattingen vooral ingang vinden bij kerken of delen van kerken waar de ontdekkende prediking van Gods wet naar de achtergrond verdwijnt.” Deze prediking staat volgens de predikant ‘haaks op ons gevallen bestaan’. De wet verdwijnt dan achter de liefde. “Zo gaat de autonome mens bepalen wat de wet zegt, terwijl de wetsprediking juist nodig is om onze autonomie te breken.17

De gevolgen van de zondeval

Het erkennen van de zondeval is hier belangrijk. “Functioneert de zondeval niet meer, dan wordt het uitgangspunt de gelovige mens. Deze gaat ervan uit dat Gods Geest in hem woont en vertrouwt erop de juiste keuzes te maken.” De Heer geeft aan dat daar ‘waar een bijbels-separerende prediking ontbreekt’ er ‘gemakkelijk’ allerlei ‘vernieuwingen (…) doorgevoerd. Die vernieuwingen worden vervolgens in de Bijbel ingelezen.” Als voorbeeld neemt De Heer Galaten 3:27-28. Op grond daarvan gaat de deur open richting vrouw-in-het-ambt en transgenderisme. “Op grond van Galaten 3:27-28 vindt een gereformeerd vrijgemaakte predikant zelfs dat we rustig genderneutraal kunnen spreken en de gemeente in de kerkdienst mogen begroeten met ‘goedemorgen mensen’. Christenen verabsoluteren immers het verschil tussen man en vrouw niet meer.” Dit soort redeneringen schuiven de scheppingsorde opzij. “Maar Paulus grijpt juist daarop terug als hij, door de Heilige Geest geïnspireerd, het verschil tussen man en vrouw uitlegt (1 Tim. 2:9-15).

Het gaat hier om een nieuwe manier van Bijbellezen, een nieuwe hermeneutiek. De Heer besluit zijn artikelenserie af met een oproep om de tijdgeest te doorgronden. “Een vanouds traditioneel kerkverband als de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt in rap tempo een moderne kerk, waarin de boodschap van zonde en genade steeds vager klinkt en de moderne mens het steeds meer voor het zeggen heeft. Wat ons daarom te doen staat? De tijd doorgronden, de geesten beproeven en veel bedelen om het licht van Gods Geest.18

“Bijbeluitleg in het spoor van de Verlichting neemt echter het verstand en de natuurwetenschap als uitgangspunt.” Bron: Pixabay.

Schepping en Evolutie

De predikant ziet ook op het gebied van schepping-en-evolutie wissels omgaan. Ook hier is de manier waarop we de Bijbel lezen belangrijk. De Heer: “Steeds opnieuw is de vraag: Hoe lezen we de Bijbel en welk gezag heeft het spreken van de Heere voor ons?19 In het vierde deel van deze serie komt opnieuw het schepping-evolutie-debat aan de orde. Binnen de klassieke Bijbeluitleg wordt onvoorwaardelijk onderworpen aan het spreken van God. “Spreekt de Heere over zes scheppingsdagen? Wordt dat in het vierde gebod van Gods wet herhaald? Wel, dan biedt de Bijbel geen ruimte om de scheppingsdagen uit te leggen als lange perioden.” Bijbeluitleg in het spoor van de Verlichting neemt echter het verstand en de natuurwetenschap als uitgangspunt. “Het verstand van de mens trekt conclusies uit de waarnemingen in de natuur. Als daaruit blijkt dat het heelal en ook de aarde miljarden jaren bestaan, dan moet Genesis 1 wel op een andere manier woerden uitgelegd.” De vragen die vanuit de natuurwetenschap gesteld worden zijn natuurlijk niet simpel. “Het kan knap lastig zijn als we met een overvloed aan ‘bewijs’ worden geconfronteerd.” Toch wil dr. J.M.D. de Heer op dit punt niet afwijken van Gods Woord. “En toch, de Heilige Geest inspireerde Genesis 1 zoals het hoofdstuk in onze Bijbel staat. Pogingen om schepping en evolutie20 met elkaar te combineren knagen aan het gezag van Gods Woord.”21

Scheppingsorde

Volgens diverse voorstanders van nieuwe hermeneutiek is er een ontwikkelingslijn te zien van schepping naar herschepping. Bij Christus’ opstanding waren vrouwen betrokken, dit is ‘een signaal dat ze in de kerk van het Nieuwe Testament ook mogen prediken’. “De orde in de schepping – eerst de man en dan de vrouw – is niet meer zo toe te passen op het heden.” Een minderheid (binnen de CGK Synode 1998) ‘vond dat de scheppingsorde als een raster werd gelegd op de verhouding man en vrouw’. De helderheid van de Schrift mag echter ‘niet worden verduisterd door allerlei culturele ontwikkelingen. Bovendien wordt de orde van de schepping – de mans als hoofd van de vrouw – niet opgeheven door het verlossingswerk van Christus’.22

Ten slotte

Het is goed om te zien dat er ook binnen de Gereformeerde Gemeenten herhaaldelijk aandacht is voor hermeneutiek, exegese en Schriftgezag.23 In de artikelenserie van dr. J.M.D. de Heer geen zelfverheffing, maar de hand ook in eigen boezem. Immers: “En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.” (1 Korinthe 10:11-13, SV) In dit verband zou het goed zijn om de ‘krachten’ te bundelen (zoals onlangs ook in de hartenkreet van dr. C.P. de Boer te horen was24). Niet omdat we het moeten verwachten van mensen (want dan is het hopeloos), maar omdat de Heere wil werken door de middelen.

Voetnoten

Paul en Hoek schrijven over een belangrijk onderwerp – Bespreking ‘Een stem uit de hemel’

Een stem uit de hemel‘ Dit boek bestaat uit twee delen. Deel A is van de hand van prof. dr. M.J. Paul en deel B is door prof. dr. J. Hoek geschreven. Dr. Paul schrijft over Gods spreken in de Bijbel, dr. Hoek over het Schriftgezag in deze tijd. Samen hebben ze elkaars hoofdstukken doorgesproken, zodat het boek toch een eenheid vormt.

Paul bespreekt allerlei (alle?) facetten van zijn onderwerp, zoals de manier van Gods spreken (niet alleen door mensen, maar ook vanaf het verzoendeksel, in de geschiedenis, en dergelijke). Het is te veel om op te noemen. Paul gebruikt hierbij wel enkele honderden Bijbelteksten. Daarna schrijft hij over buiten-Bijbelse dingen die met zijn onderwerp te maken hebben, zoals het ‘spreken’ van andere goden, Gods spreken in apocriefen en pseudepigrafen. Na dat alles noemt Paul de consequenties uit wat hij geschreven heeft voor het lezen van Genesis 1 tot en met 3, Job, Jesaja, Jona en Openbaring. Hoek bespreekt het gezag van Gods Woord voor een groot deel in confrontatie met andere theologen, bijvoorbeeld Kuitert, Berkhof en Bavinck. Daardoor is zijn bijdrage moeilijker te lezen dan die van Paul.

Een belangrijk onderwerp is de hermeneutiek. Daarbij is het de vraag in hoeverre je er bij de uitleg van de Bijbel rekening mee moet houden dat de Bijbelschrijvers in een andere cultuur leefden dan wij nu. Dat aspect staat momenteel in delen van de gereformeerde gezindte ter discussie. Heel actueel dus. Hoek neemt het orthodoxe standpunt in. Er komen nog tal van andere aspecten van het Schriftgezag voorbij. Een stem uit de hemel is een waardevol en actueel boek, met de nodige registers en een literatuuropgave.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de GezinsGids. De volledige bronvermelding luidt: Methorst, W., 2022, Schriftgezag. Een stem uit de hemel, GezinsGids 75 (6): 72.

Dr. Aku S. Antombikums promoveerde op hervormingsdag op ‘Open Theïsme en het Probleem van het Kwaad’ – Eerste promovendus aan de VU van prof. dr. Henk van den Belt

Op Hervormingsdag, maandag 31 oktober 2022, promoveerde de Nigeriaanse theoloog dr. Aku S. Antombikums aan de Vrije Universiteit. Zijn proefschrift gaat over het zogenoemde Open Theïsme en het probleem van het kwaad en draagt de titel: ‘Open Theism and the Problem of Evil’.1 Antombikums is de eerste promovendus aan de VU van prof. dr. Henk van den Belt.

Op 31 oktober 2022 promoveerde, zoals in de inleiding gezegd, de Nigeriaanse theoloog dr. Aku Stephan Antombikums aan de Vrije Universiteit. Hij verdedigde zijn proefschrift van 09:45 tot en met 11:15. Zijn promotor was prof. dr. Henk van den Belt. Van den Belt is hoogleraar op de, door de Gereformeerde Bond voor vijftig procent bekostigde, leerstoel Systematische Theologie. Universitair docent dr. Rik Peels trad op als copromotor. De promotiecommissie bestond uit prof. dr. Gijsbert van den Brink, dr. Hans Burger, dr. Sze Sze Chiew, dr. R. Ernshaw2 en prof. dr. Kees van der Kooi.

Open Theïsme

Binnen het Open Theïsme wordt nagedacht over de relatie tussen Gods voorkennis en de vrije wil van de mens. Open theïsten geloven dat God niet almachtig en alwetend is. De redenatie gaat in essentie als volgt: (1) mensen zijn daadwerkelijk vrij (hebben een vrije wil), (2) als God de toekomst absoluut zou kennen, dan zouden mensen niet daadwerkelijk vrij zijn, (3) daarom heeft God geen voorkennis aangaande de toekomst.3 De alwetendheid van God zou, volgens het Open Theïsme, Hem ook verantwoordelijk maken voor al het lijden in de wereld. Als de Heere niet alwetend is, opnieuw volgens het Open Theïsme, heeft Hij de schepping gelaten aan de mensen (met een vrije wil), wat kwaad en lijden ten gevolge heeft. Het Open Theïsme kunnen we zien als zeer sterke uitwas van het Arminianisme. Het probleem van het kwaad is een lastig vraagstuk voor christenen. Moeten we daarom echter Gods eigenschappen, die al eeuwen beleden worden in de christelijke kerk, zoals Zijn almacht en Zijn alwetendheid, in de uitverkoop zetten? Wij mensen met een beperkt verstand? “Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt? Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere?” (Romeinen 9:20, SV). Met alle respect voor de pogingen om het vraagstuk van het lijden en het kwaad te verklaren, zal dit in essentie niet lukken. We kunnen namelijk nauwelijks achter de sluiers van de zondeval kijken. De huidige werkelijkheid is niet (meer) de geschapen werkelijkheid. Het vraagstuk van het kwaad en het lijden kunnen we alleen maar vanaf deze werkelijkheid bezien en dat is altijd de gebroken werkelijkheid. Hiermee wijzen we de poging tot verklaren niet af, maar plaatsen dat wel in perspectief.

Weersproken

In dat opzicht is het mooi dat dr. Antombikums zich in het vraagstuk heeft verdiept en de argumenten van het Open Theïsme in relatie tot het probleem van het kwaad getoetst heeft. De claim van het Open Theïsme dat God niet almachtig en alwetend is wordt uiteindelijk door de promovendus te licht bevonden. Vu.nl: “Als God niet almachtig, alwetend is en soms vals gelooft, een risico neemt door mensen vrijheid te geven en niet veel dingen alleen kan beslissen, behalve met menselijke samenwerking zoals betoogd door open theïsme, lijkt het erop dat Hij geen wijze leiding kan geven zoals christenen geloven. Het lijkt erop dat het meer geruststellend is voor een slachtoffer van verkrachting, een tiener die depressief is en zelfmoord wil plegen, slachtoffers van terrorisme, of degenen die lijden onder alle vormen van discriminatie om te weten dat God van hen houdt en de macht heeft om hun situatie te veranderen en in sommige gevallen het kan toestaan voor een doel dat we misschien niet weten dan te zeggen dat Hij niet in staat is of dat Hij mensen de vrijheid [geeft, sic] die Hij niet meer beheerst. Alle mensen moeten weten dat God van hen houdt en lijdt wanneer zij lijden. Hij is te allen tijde bij hen.”4 De promovendus lijkt met zijn laatste uitspraken helaas voorstander te zijn van algemene verzoening. De Heidelbergse Catechismus is daar duidelijk over in vraag en antwoord 20, let vooral op de woorden ‘worden ingelijfd’. “Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden? Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen.5 In De Waarheidsvriend: “Hij concludeert dat de wijze waarop het open theïsme God in relatie tot de schepping voorstelt, niet in overeenstemming is met de Schrift en de christelijke traditie en weinig troost biedt in situaties waarin christenen lijden onder geweld, zoals in Nigeria.6 Daarmee zijn de gepropageerde voordelen van Open Theïsme door haar aanhangers niet juist gebleken. In het Reformatorisch Dagblad: “Hij concludeert dat het voor slachtoffers van geweld, depressies en discriminatie “troostvoller is als ze weten dat God van hen houdt en de macht heeft om hun situatie te veranderen, ook al kunnen ze Zijn bedoeling niet altijd doorgronden.”7 De Heere Jezus Christus zegt in Mattheüs 28:18, SV: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.” Antombikums geeft aan dat ‘alle vormen van lijden zullen overwonnen’ worden ‘bij de wederkomst van Christus’. Dat laatste geldt vóór Gods kinderen en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat ‘alle vormen van lijden’ overwonnen zullen worden komt in de buurt van de alverzoening.8 De Heere heeft door Zijn voorzienigheid alles in Zijn hand, ook al kunnen wij Zijn wijs beleid vaak niet doorgronden (Jesaja 55). 9 Omdat ons verstand té beperkt is om dit te doorgronden, moeten we het belijden van Gods eigenschappen, zoals Zijn alwetendheid en Zijn almacht, niet opgeven. Dat zou zéér onverstandig, ja zelfs blasfemisch, zijn!

Creationisten

Tussen jongeaardecreationisten, oudeaardecreationisten en theïstisch evolutionisten vindt al eeuwenlang een debat plaats over het probleem van het kwaad in relatie tot een goede schepping. Vorig jaar promoveerde patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg aan de Vrije Universiteit op het lijden van dieren in relatie tot een goede schepping (en dan vooral wat daar in het Angelsaksische verleden over gepubliceerd is). Op onze website hebben we daar flink wat over geschreven.10 De bijdragen van classicus en theoloog dr. Benno Zuiddam en bacterioloog dr. Erik van Engelen zijn in dit verband de moeite van het lezen waard.11 De dissertatie van dr. Antombikums is het bestuderen waard. Mogelijk zouden enkele creationisten in een kortlopende studiegroep deze dissertatie kunnen bestuderen. Het zou goed zijn om een korte bespreking van de dissertatie op deze website te plaatsen.

Voetnoten