Home » Gastbijdrage

Categoriearchief: Gastbijdrage

Stikstofmodellen zijn geen boerenbedrog

Nergens is het systeem om de uitstoot van stikstof te schatten zo goed op orde als in Nederland. Belangrijk, want door neerslag van stikstof vindt in de bodem onder meer verzuring plaats. Dit leidt tot een sterke afname van planten, insecten en vogels.

Stikstof houdt de gemoederen nog steeds bezig. Zo is de Eerste Kamer in maart dit jaar akkoord gegaan met de stikstofwet, die voorziet in een afname in de uitstoot van stikstof met 50 procent in 2035. Maar dat soort reducties zijn volgens Geesje Rotgers van de stichting Agrifacts (RD 12-7) gebaseerd op simplistische rekenmodellen. En die leiden tot een papieren werkelijkheid, stelt ze. Klopt die aantijging?

Recent zijn er vier stikstofrapporten uitgebracht. Op verschillende wijze geven die een nadere onderbouwing aan de vereiste reductie in stikstofuitstoot en waar die reducties het effectiefst zijn. Daarbij spelen inderdaad modellen een rol. Die modellen simplistisch noemen verraadt een enorm gebrek aan kennis, want dat zijn ze bepaald niet. Door over een papieren werkelijkheid te spreken, wekt Rotgers de suggestie gewekt dat resultaten van die modellen helemaal losstaan van metingen, maar dat is volslagen onjuist. De concentraties stikstofoxiden, met name afkomstig uit verkeer, worden elk uur op 73 plekken met geavanceerde apparatuur gemeten. Verder worden de maandgemiddelde concentraties ammoniak op meer dan 300 plekken in Nederland gemeten, waarvan ruim 80 in natuurgebieden. Modelvoorspellingen worden vergeleken met die metingen, en de overeenkomst daartussen is heel groot. Voor de statisch onderlegde lezer: een correlatiecoëfficiënt van meer dan 0,95. Daar likt elke modelleur zijn vingers bij af. En dus kun je die modellen gebruiken om schattingen te maken op plaatsen waar je niet meet. Dat moet je doen om voor heel Nederland een beeld te krijgen, ook al zou je op honderdduizend plekken meten.

Onderschat

Vanwege de kritiek op modellen heeft minister Schouten de ”Commissie meten en berekenen” ingesteld (de commissie-Hordijk). Die beoordeelde het Nederlandse meet- en rekensysteem als goed. En dat was een terughoudend oordeel. Feitelijk is het heel goed. Vrijwel nergens in de wereld is het systeem om de uitstoot te schatten, dat de invoer voor het luchtmodel vormt, zo goed op orde als in Nederland. Wel blijken de metingen voor ammoniak helaas gemiddeld wat hoger te liggen dan de modellen, wat erop wijst dat de uitstoot van ammoniak wordt onderschat. Daarom wordt er gecorrigeerd voor die klaarblijkelijk te optimistische schatting. Wel kan lokaal de onzekerheid in stikstofbelasting of in de schatting van die belasting vrij groot zijn. Maar het gemiddelde beeld is betrouwbaar, net zoals dat geldt voor een gemiddelde weervoorspelling. Met haar zogenaamde ”natuurcheck” in het Wierdense veld in Overijssel ridiculiseert Rotgers ook de effecten van stikstof op natuur. De suggestie is dat het bij stikstof alleen zou gaan om het in stand houden van kleine stukjes wensnatuur. Want zo noemt zij de circa 100 vierkante meter actief hoogveen, die zij kennelijk niet heeft kunnen ontdekken. Wellicht nuttig om te vermelden dat drie ecologen van verschillende organisaties onlangs geconstateerd hebben dat het actieve hoogveen is uitgebreid van circa 100 naar 140 vierkante meter, maar feitelijk gaat het daar niet echt om. Veel belangrijker in dit gebied de 380 hectare herstellend hoogveen.

De kern is dat het bij de schade van stikstof op de natuur om heel veel meer gaat dan om kleine stukjes veen die je wilt behouden. Door neerslag van stikstof op natuur vindt er in de bodem verzuring plaats, met als gevolg een tekort aan calcium, kalium en magnesium. Dit leidt bijvoorbeeld bij kool- en pimpelmezen tot eieren met een te dunne schaal en jongen die al in het nest hun pootjes breken.

Verder hebben het overschot aan stikstof en de verzuring negatieve effecten op de diversiteit aan plantensoorten. Veel kenmerkende soorten worden overwoekerd en daardoor kunnen insecten en vlinders ook moeilijker overleven. Met weer als gevolg dat de vogelstand terugloopt. In bossen op de hoge zandgronden zijn roofvogels zoals havik, buizerd, sperwer en boomvalk sterk achteruitgegaan. Die achteruitgang komt ook doordat het probleem al meer dan veertig jaar speelt. Het heette begin 1980 ”zure regen”. Dat ging toen ook al om de neerslag van stikstofoxiden en ammoniak uit verkeer en landbouw. Daarnaast was er ook neerslag van zwaveloxiden, maar de uitstoot daarvan is sinds 1980 met circa 90 procent gedaald.

Boerenbedrog

Sindsdien 1990 is ook de uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak meer dan gehalveerd. Desondanks komt op ongeveer driekwart van de Nederlandse natuur nog steeds te veel stikstof terecht. Want destijds was de belasting torenhoog. En daardoor gaat de natuur er nog steeds niet op vooruit. Door het probleem te bagatelliseren bewijs je boeren geen dienst en pleeg je boerenbedrog.

Daarbij moet ook bedacht worden dat stikstofgebruik in de landbouw niet alleen tot uitstoot van ammoniak leidt, maar ook van het broeikasgas lachgas en tot verliezen van nitraat naar grond- en oppervlaktewater. En ook die verliezen moeten minder vanwege effecten op het klimaat en de waterkwaliteit. We staan naar mijn vaste mening dan ook op de drempel van een transitie in ons voedselsysteem. Ik begrijp de frustratie van de boeren goed als het gaat om hun gevoel dat zij tegen marginale prijzen voedsel moeten produceren en dat ook nog eens milieuvriendelijk. De kosten van die transitie moeten we niet afwentelen op de boeren, maar we dienen hun meer te betalen voor ons voedsel en hen ook te belonen voor schone lucht, schoon water en behoud van de natuur.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Vries, W. de, 2021, Stikstofmodellen zijn geen boerenbedrog, Reformatorisch Dagblad 51 (96): 34-35 (artikel).

PERSBERICHT: Cursussen stichting Godsvrucht en Wetenschap

In eerdere berichten is meegedeeld dat dr. P. de Vries met ingang van het jaar 2021/2022 (vanaf sep-tember) cursussen voor de St. Godsvrucht en wetenschap gaat verzorgen.

Het gaat om de volgende cursussen waarvoor u zich nog kunt aanmelden, zie hieronder:

  • Close reading van Ezechiël
  • Hermeneutiek (voor dit seizoen volgeboekt)
  • Geloofsverantwoording in het voetspoor van Augustinus
  • Inleiding in de Bijbelse theologie
  • Thema’s uit de geloofsleer

Er blijkt goede belangstelling te zijn voor de cursussen. De cursussen worden gegeven te Gouda. De cursus ‘Close reading van Ezechiël’ die een wat meer specialistisch karakter heeft, is gesplitst en wordt behalve in Gouda ook in Nunspeet gegeven. Op beide locaties zijn nog open plaatsen.

Zoals verwacht kon worden, is vooral voor de cursus ‘Hermeneutiek’ veel belangstelling. Hier komen de vragen naar voren of en hoe wij ons op de Schrift mogen beroepen en of God wel rechtstreeks door de Schrift tot ons spreekt. Deze cursus inmiddels vol geboekt. Bij voldoende belangstelling (minimaal tien aanmeldingen) wordt de cursus D.V. volgend seizoen op een doordeweekse morgen opnieuw aangeboden. Inmiddels hebben zich daarvoor al een aantal belangstellenden gemeld.

Voor alle cursussen is genoeg belangstelling om aangeboden te kunnen worden. Wel is nog voldoende ruimte om zich aan te melden. Dan gaat het om de cursussen ‘Close reading van Ezechiël’, ‘Geloofsverantwoording in het voetspoor van Augustinus’, ‘Inleiding in de Bijbelse theologie’ en ‘Thema’s uit de geloofsleer’. De laatste cursus wordt volgend jaar op een viertal avonden in april en mei gegeven en is nadrukkelijk bedoeld voor elk geïnteresseerd gemeentelid.

De cursus ‘Inleiding in de Bijbelse theologie’ is in de eerste plaats bedoeld voor predikanten en leraren in het middelbare onderwijs die nageschoold willen worden. Anderen zijn overigens ook van harte welkom. Deze cursus wordt op donderdagmorgen gehouden. De eerste keer is D.V. donderdag 3 februari 2022.

Over drie seizoenen verspreid worden er elk jaar nieuwe cursussen aangeboden. Er is tot op zekere hoogte sprake van een lint, maar in principe is elke cursus een afzonderlijk geheel. Zonder een eerdere cursus gevolgd te hebben kan men aan cursussen die een volgend seizoen worden aangeboden met vrucht deelnemen.

Meer informatie is te vinden op de website: godsvruchtenweteschap.nl. Wie belangstelling heeft voor een van de cursussen of meer informatie wil, kan zich via de email dspdevries@solcon.nl wenden tot dr. P. de Vries. Inmiddels zijn er meerdere donaties ontvangen. Omdat de kosten de baten zullen overstijgen, zijn donaties – groot of klein – nog altijd van harte welkom. Het bankrekening nummer kunt u vinden op onze website http://www.godsvruchtenwetenschap.nl.

Het bestuur en dr. P. de Vries spreken de wens uit dat het werk van de stichting Godsvrucht en wetenschap tot zegen zal zijn. Dit in de overtuiging dat de Bijbel de stem is van de drie-enige God Die als de God van volkomen zaligheid is te belijden.

Genesis deel 1: Inleiding – Bioloog Kees Fieggen houdt een bijbelstudie over het eerste Bijbelboek

Genesis, hoe alles begon. Bioloog ir. Kees Fieggen houdt een bijbelstudie over Genesis. Vandaag het eerste deel: Inleiding. De video duurt 18 minuten. Volgende week donderdag het tweede deel. Veel zegen bij het kijken!

Wie is de vrouw van Kaïn? – Een antwoord van Jan Rein de Wit

In 2014 nam Geloofstoerusting in samenwerking met de Reformatorische Omroep een serie video’s op over zaken die raken aan het scheppingsparadigma. Vandaag een video met voormalig hoofdredacteur van Weet Magazine, Jan Rein de Wit, over de bekende vraag wie de vrouw van Kaïn was. Veel zegen bij het kijken!

Ethische theologie in de praktijk van het kerkelijke leven

In mijn vorige bijdrage over de ethische theologie kwam in verband met ‘ethisch’ aan de orde dat er bij het concept ‘ethisch’ sprake is van het samengaan van wetenschap en geloof.1 Is daar dan geen sprake van een zekere tegenstelling? Ja dat is er, maar wetenschap en geloof, verstand en geloof, worden elk op een ander vlak gezien. In de roomse theologie en bij het neocalvinisme (van Abraham Kuyper en navolgers) is er sprake van overeenstemming tussen wetenschap en geloof, verstand en geloof. In beide gevallen is er instroom van wetenschap in het geloof of hoe men over het geloof denkt. Twee voorbeelden volgen nu om de zaak iets te verhelderen.

Van kerk naar universiteit: Lebram

17e-eeuws portret van Jacobus Arminius (1560-1609). Bron: Wikipedia.

Eén van de boeiendste colleges die ik in Leiden heb gevolgd, was dat van dr. J.C.H. Lebram (1920–2004), een Duitse wetenschapper van grote geleerdheid, die later hoogleraar judaïca werd. Judaïca gaat over joodse zaken. Hij bestudeerde het laatste tijdvak van het Oude Testament tot aan het Nieuwe Testament. In zijn colleges viel geen enkele lijn te ontdekken. Men kon er dus ook niet de draad kwijtraken. Hij vertelde drie kwartier lang interessante zaken. Dat boeide mij zeer. Prof. Lebram was ook heel eerlijk. Hij vertelde eens dat hij zo blij was aan de Leidse universiteit wetenschap te kunnen bedrijven. Vόόr die tijd was hij predikant. Hij moest toen de mensen dingen vertellen, die niet waar waren, zo zei hij. Als voorbeeld noemde hij de geschiedenis van lijden, sterven en opstanding van de Heere Jezus. Die geschiedenis was volgens hem in elkaar gezet.

Prof. Lebram was lid van de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD). In dat kerkgenootschap mag men vrijzinnig zijn, maar men heeft als predikant ook met een gemeente te maken, die bepaalde verwachtingen heeft. Zo wil men toch iets van een opstandingsevangelie horen. Doet de predikant dat niet, dan wordt de verhouding met de gemeente moeizaam.

Er is dus duidelijk een zekere relatie tussen universitaire wetenschap en kerkelijke gemeente. Aan de universiteit is men volstrekt vrij. In de EKD is men dat ook, hoewel men moeilijkheden zou ondervinden als men op authentieke wijze gereformeerd zou zijn. Toch is er in de EKD een praktijk waarbij het ongewenst is om een universitair standpunt te vertolken. Men zou dan kunnen zeggen: ‘de wal keert het schip.’ Hoewel er aan de universiteit en in de kerk veel vrijheid is, is er toch een relatie, omdat ook de verwachting van een kerkelijke gemeente een rol speelt.

Van universiteit naar kerk: Arminius

Nu ga ik naar de Nederlandse situatie. De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) kent de geloofsbelijdenis niet als grondslag of fundament. In de aanloop naar het ontstaan van de PKN in 2004 zijn onderdelen van de kerkorde van 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk weggelaten, bijvoorbeeld de werkorde en de toelichting daarop. De PKN heeft zich uitdrukkelijk aangesloten bij het Reglement 1816/1852: een predikant is vrij in welke leer hij verkondigt. Er is dus een zeer ruime bandbreedte. Maar ook hier heeft een predikant met de gemeente te maken. Een predikant die schreef dat hij Christus slechts als God en niet als mens zag, werd onaanvaardbaar voor zijn gemeente. Dit, hoewel hij nergens schuld aan had volgens de kerkelijke regels.

Er zijn ook kerken die de gereformeerde geloofsbelijdenis als grondslag of fundament hebben. Genoemd moet worden in het verband van dit stukje: de Christelijke Gereformeerde Kerken. De gereformeerde belijdenis is bepalend voor geheel het kerkelijk leven. Het kerkverband wordt door de belijdenis bijeengehouden. Die belijdenis is ook het uitgangspunt voor tucht op leer en leven. De belijdenis is de achtergrond van de prediking. Een preek kan verder nooit alleen maar over een bepaalde tekst gaan. De hele Schrift moet mee-ademen, dus ook de hele belijdenis. Zo moeten bijvoorbeeld zonde en rechtvaardiging van de zondaar altijd aan de orde komen. Naast de verwachting van de kerkelijke gemeente is er in een kerk met een belijdenisgrondslag voor die belijdenis een normerende rol weggelegd. Dit is de theorie. De praktijk kan dus anders zijn zoals blijkt uit deze artikelenserie.

Jacobus Arminius (1560–1609)[1] zou hoogleraar in Leiden worden, maar er waren bezwaren daartegen in het land. Franciscus Gomarus (1563–1641) ging daarom met Arminius praten en was overtuigd van diens rechtzinnigheid. Gomarus verleende Arminius ook nog de doctorstitel. Arminius had overigens ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis ondertekend. Toen Arminius eenmaal hoogleraar was, ging hij ongevraagd een college van Gomarus geven. Ook liet zijn onderwijs afwijkingen van de gereformeerde leer zien. Dat was bepaald niet naar de zin van Gomarus, die dan ook met Arminius in onmin raakte. Arminius bleek aalglad te kunnen spreken. Hij had zich gereformeerd voorgedaan, wat hij niet was.

Een belangrijk punt waar het misging was de vrije wil. Dit punt heeft invloed op de leer van de verkiezing en verwerping, maar ook op de leer van de rechtvaardiging en de genade. Arminius maakte gebruik van een gedachte die was gebaseerd op Gods noodzakelijke kennis van toekomstige gebeurtenissen. God kon dan zien wat een bepaald mens zou doen. Men noemt dit ook wel de midden- of middelkennis. Het is dus een soort gedachte die tussen God en mens in staat. Deze gedachte is afkomstig van de Spaanse jezuïet Luis de Molina (1535–1600). Gereformeerden wijzen deze middenkennis af. Men kan dit bijvoorbeeld naslaan in de Theoretisch-praktische godgeleerdheid van P. van Mastricht (1630–1706) of in De gereformeerde dogmatiek van ds. G.H. Kersten (1882–1948). Er is dus sprake van een vrije wil bij Arminius. Dat erkende bijvoorbeeld ook de ethische hoogleraar H. Berkhof (1914–1995), die zelfs vrijzinnig kan worden genoemd.

In 2008 kreeg W.A. den Boer zijn doctorstitel aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA). Op grond van zijn onderzoek van het begrip ‘gerechtigheid’ concludeerde Den Boer dat Arminius gereformeerd was.

Ik zeg niets kwaads over de bij onderzoek en promotie betrokken personen, het wetenschappelijke niveau etc., zoals ik al vaker heb aangegeven. Maar hoe kan het dat er bij iemand die aan een christelijk gereformeerde universiteit is verbonden, tijdens het onderzoek geen bel gaat rinkelen over de conclusie dat Arminius gereformeerd zou zijn? Ten minste twee zaken moet men zich dan afvragen. Ten eerste: bezit de gebruikte methode wel voldoende onderscheidend vermogen? En ten tweede: hoe zit het met de strijdigheid van de conclusie van Den Boer ten opzichte van de gereformeerde belijdenis?

Een kerkelijk probleem

Het viel te verwachten dat er uit de Christelijke Gereformeerde Kerken vragen en bezwaren hiermee zouden komen. Het curatorium, de toezichthouder van de TUA, moest zich over de zaak uitspreken. De dissertatie van Den Boer zou een historische studie zijn, waaruit zou volgen dat Arminius niet altijd recht is gedaan. Het gaat om een ‘historische constatering’ en niet om een ‘confessioneel-dogmatisch oordeel.’ Dr. Den Boer voegde er zelf aan toe dat hij duidelijk had moeten maken wat in zijn studie onder gereformeerd moest worden verstaan. De uitkomsten van de dissertatie betekenen niet dat Den Boer de standpunten van Arminius deelt. Opgemerkt wordt nog dat de remonstranten zich zeker tot in de negentiende eeuw gereformeerd noemden.

Ethisch

Nu ga ik terug naar het stukje over professor Lebram. Deze hoogleraar heeft de evangeliën onderzocht en is tot de wetenschappelijke conclusie gekomen, dat de verhalen over het lijden, sterven en opstanding van de Heere Jezus een geconstrueerd geheel zijn en niet werkelijk zo zijn gebeurd. Lebram staat achter zijn conclusies. En zo voelt hij zich als predikant ongelukkig in zijn gemeente, omdat hij daar iets moet preken wat volgens hem niet waar is. Lebram is vrijzinnig, maar wel consequent.

Nu neem ik even aan dat Lebram een wetenschappelijke studie heeft afgeleverd, waarin duidelijk wordt gemaakt dat het verhaal van het lijden, sterven en opstanding van de Heere Jezus historisch niet zo is gebeurd, volgens hem dus niet waar is. Maar, zegt deze hoogleraar dan: ik geloof wel in het lijden, sterven en de opstanding van de Heere Jezus. Dát is nu ethisch: wetenschap en geloof, als het ware op twee vlakken.

Dit is nu precies wat het curatorium — waarschijnlijk onbedoeld — doet in het geval van 2008. Het proefschrift is een ‘historische constatering’, geen ‘dogmatisch oordeel.’ Dr. Den Boer zou het ook niet eens (kunnen) zijn met zijn historische conclusie. Maar waarom publiceert hij het boek dan?

Op de synode van Dordrecht heeft in 1619 de gehele toenmalige gereformeerde wereld — behalve de Franse delegatie, die geen toestemming van de koning had om de synode bij te wonen — de leer van Arminius verworpen. En zou dat nú, op grond van een enkel criterium, de gerechtigheid, niet meer waar zijn? Is dat niet een beetje, wat de Grieken noemden ‘hubris’, overmoed jegens de heidense goden?

Nu neem ik aan dat elke medewerker van de TUA de Beknopte gereformeerde dogmatiek van de hoogleraren J. van Genderen en W.H. Velema heeft gelezen. Dan weet je toch van de gereformeerde hoed en de rand? Het is jammer dat genoemde dogmatiek niet in de literatuurlijst van de dissertatie van Den Boer is te vinden.

En verder

Het is duidelijk dat de ethische theologie meer om zich heen grijpt dan wordt gedacht. Men maakt zich er onwillekeurig schuldig aan. Meer daarover in een volgende bijdrage.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

Wat gebeurde er met de vrouw van Lot?

Wat gebeurde er met de vrouw van Lot? Ze veranderde in een zoutpilaar. Jan Rein de Wit legt in deze video uit hoe het zit met de geologie van de Jordaanvallei en de Dode Zee. Met dank aan Geloofstoerusting voor de opname.

Adam of Aap? – Aflevering 1: Adam of aap?

In 1977 van de vorige eeuw zond de Evangelische Omroep de serie Adam of aap? uit. Er verscheen in hetzelfde jaar ook een boekje met de gebundelde teksten van de uitzending. De serie werd uitgezonden onder leiding van de onlangs overleden drs. Koos van Delden. In dankbare herinnering aan hem delen wij de komende periode iedere zaterdag een aflevering van Adam of aap? Vandaag deel 1: Adam of aap? In de eerste aflevering wordt stilgestaan bij enkele vondsten van schedels en hoe plaatjes in schoolboeken worden getekend. Het sluitstuk van de film gaat over mensen en dinosauriërs die samengeleefd zouden hebben. Veel zegen bij het kijken! Via de pijltjes die in de onderste balk opzij wijzen kan het beeld groter gemaakt worden.

De jongen en de stervende zeesterren

De jongen en de stervende zeesterren‘ Deze video werd ondertiteld door de organisatie ‘Geloofstoerusting‘. Laat deze video ter bemoediging zijn voor mensen die evangeliseren of preken.

Bidden met patiënt in ggz hoeft behandeling niet te bijten

Gebed in de context van de geestelijke gezondheidszorg (ggz), is het passend bij professionele zorg of onwenselijk? De meningen lopen uiteen. Onderzoek ondersteunt de visie dat bidden echt niet hoeft te botsen met de behandeling.

Voor mij een brug te ver”, zo typeert psychiater De Lely het bidden met een patiënt in de ggz (zie RD 14-7). Een stellingname die ik –zeker bij psychiaters en artsen– vaker tegenkwam in mijn onderzoek en die prikkelt om van daaruit nog wat verder te reflecteren.

Als je dan begint met een opname bijvoorbeeld, dan zou het best wel heel fijn zijn als iemand anders met je bidt ervoor. „Je wordt in het diepe gegooid, dan wil ik dat graag bij God neerleggen samen met jou: U ziet ons, kunt U helpen de komende maanden (…).” Dat zou ik heel fijn gevonden hebben.” Dat vertelde een vrouw mij toen ik haar interviewde voor mijn onderzoek. Zij vertolkt hiermee een verlangen dat ik bij veel patiënten tegenkwam – zeker wanneer zij als christenen opgenomen waren in een christelijke zorginstelling. Of die ”iemand” dan een behandelaar of verpleegkundige is, maakte voor velen niet veel uit. Ze verklaarden dat ze geloofden in het belang van gebed. In de kracht van het samen dingen bij God brengen, Hem betrekken bij de behandeling. Patiënten die het bidden samen ervaren hadden, vertelden rust, zegen en soms ook opluchting te ervaren. Iemand die het gemist had, zei: „Ik denk wel dat het in mijn situatie het ijs gebroken had.

De schroom die psychiater De Lely verwoordt, kwam ik echter ook tegen, vooral bij de kant van de hulpverlener. Met name behandelaren benoemden gevoelens van ongemak, persoonlijke kwetsbaarheid en moeite om de juiste woorden te vinden. ”Niet passend in de behandelsetting” werd ook gezegd, of dat het ”manipulatief” zou zijn. Verpleegkundigen waren over het algemeen minder terughoudend. Sommigen benoemden het als onderdeel van de behandeling. Zij zagen gebed juist als behorend bij hun professionele rol, vooral wanneer patiënten hier door ziekte zelf niet of minder toe in staat zijn, terwijl zij het wel gewend zijn te bidden. Ook benadrukten zij hun eigen overtuiging van de kracht van gebed, het samen dingen bij God brengen. En opvallend genoeg waren de meeste verpleegkundigen ook minder huiverig om op dit vlak verbondenheid met de patiënt te ervaren: voor God zijn we gelijk.

Niet lukraak

Zowel de hulpverleners die niet zo terughoudend waren als de patiënten benoemden wel voorwaarden. Gebed kan niet lukraak in alle situaties plaatsvinden. Sommigen gaven aan dat het vooral bij de rol van verpleegkundigen past: zij zijn alle momenten van de dag in de klinische setting aanwezig. Hulpverleners gaven aan dat de situatie geschikt moet zijn en het effect voor de patiënt gunstig. Gebed mag geen afhankelijkheid in de hand werken of andere ongezonde patronen vanuit de psychische problematiek in stand houden. Sommige patiënten willen uitsluitend door gebed genezen worden en weigeren reguliere behandeling; in zulke gevallen zouden hulpverleners niet meegaan in iemands wensen. Patiënten op hun beurt gaven ook aan dat de inhoud van het gebed steunend moet zijn en sommigen stelden dat een vertrouwelijke behandelrelatie nodig is (niet als resultaat van het samen bidden, maar als voorwaarde). Tot slot noemden beide groepen geïnterviewden een vergelijkbare religieuze achtergrond essentieel.

Die afweging is in onze versplinterde christelijke kerkenwereld een lastige. Wat voor de één een vergelijkbare achtergrond is, kan voor de ander mijlenver uit elkaar voelen. Wat is positieve inhoud en wat is een goed moment? En heeft die professionele afstand ook niet juist een functie in de behandelkamer? Zijn er nog verschillen tussen een klinische of ambulante setting? Vragen waar iedere ggz-professional voor zichzelf op kan reflecteren.

Eerlijk benoemen

Familie of pastoraat komen in de eerste plaats in aanmerking voor samen bidden. Maar het is tegelijkertijd goed om te beseffen dat mensen –zeker in de kliniek– niet altijd die (aansluiting met) andere naasten in hun omgeving hebben. Bovendien kun je je als behandelaar afvragen wat het zo ongemakkelijk maakt als we iets van onszelf laten zien. Patiënten waarderen het vaak als de hulpverlener af en toe laat merken dat hij ook een ‘tegenover’ is (de in vakliteratuur genoemde ”self-disclosure”).

Gebed moet niet als interventie ingezet worden om de behandelrelatie te verbeteren en past misschien het best bij de rol van verpleegkundige. Desondanks lijkt het mij niet overbodig als ook andere ggz-professionals –in navolging van psychiater De Lely– een afweging maken en stilstaan bij de herkomst en juistheid van eventuele gevoelens van ongemak. Het kan waardevol zijn om eerlijk te benoemen vanwaar je allebei de hulp verwacht. Dat je samen de blik verder richt dan het hier en nu. Vanuit zo’n setting hoeft bidden met een patiënt in passende situaties niet te bijten met de behandeling en kan het wellicht bruggen bouwen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Nieuw Amerongen-Meeuse, J.C. van, 2021, Bidden met patiënt in ggz hoeft behandeling niet te bijten, Reformatorisch Dagblad 51 (93): 24-25 (artikel).

Prof. Zuiddam preekt over Genesis en Johannes

In de middagdienst van zondag 2 augustus 2020 preekte prof. dr. Benno A. Zuiddam in de Victorkerk te Apeldoorn. Deze kerk behoort tot de Hersteld Hervormde Gemeente van Apeldoorn. Zuiddam preekte over Genesis en Johannes. De Schriftlezing was uit Genesis 1:1-5 en Johannes 1:1-12. Veel zegen bij het terugkijken van deze dienst. Met dank aan de Hersteld Hervormde Gemeente Apeldoorn voor het plaatsen van deze livestream op YouTube.

We kunnen de video helaas niet ’embedden’. De video is wel via de onderstaande link te bekijken:
https://www.youtube.com/watch?v=k7mDkP_5A30