Woensdag 1 juli. Ik vermoed dat er bij de meeste lezers van dit blad niet direct een blijk van herkenning zal zijn. Toch wordt deze datum wel als een van de belangrijkste datums uit de Nederlandse geschiedenis gezien. Op deze dag is het Keti Koti. Keti Koti is Sranantongo, de taal die ontstond op de Surinaamse plantages; en betekent letterlijk: ‘verbroken ketenen’. De naam verwijst naar 1 juli 1863: de dag waarop de Emancipatiewet in werking trad en de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen officieel werd afgeschaft.

Achtergrond
Nederland had meer dan tweehonderd jaar deelgenomen aan de trans-Atlantische slavenhandel. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 waren voormalige slaafgemaakten wettelijk vrij, maar moesten nog tien jaar verplicht doorwerken op de plantages tegen minimale vergoeding. Pas in 1873 was die periode voorbij. Nederland behoorde tot de laatste Europese landen die slavernij verboden. En daar wordt ieder jaar op 1 juli stilgestaan tijdens Keti Koti. Nu kunnen er bij de activiteiten en festiviteiten op deze dag heel wat bedenkingen zijn. Vaak gaan ze gepaard met traditionele vooroudervereringen, maar ook met moderne dans en muziek. Maar dat neemt niet weg dat deze dag ook door ons bepaalt bij een gevoelig onderwerp: slavernij.
Nu kan ik mij indenken dat dat onderwerp voor velen niet direct van betekenis lijkt. Het betreft gebeurtenissen uit het verre verleden en daarom is het relatief eenvoudig om ze voor kennisgeving aan te nemen. Toch laat een recente studie van Martijn J. Stoutjesdijk een ander beeld zien. Hij beschrijft de complexe en vaak pijnlijke relatie tussen het christendom en slavernij.
Christendom en de verdediging van de slavernij
Zijn boek laat zien dat de slavernij niet alleen een economisch en politiek systeem was, maar ook diep verweven is geweest met religieuze ideeën. Bijbeluitleg en kerkelijke tradities. Daarbij richt Stoutjesdijk zich vooral op de Nederlandse koloniale geschiedenis, met bijzondere aandacht voor Suriname en de Atlantische slavernij. Een belangrijk uitgangspunt van het boek is dat slavernij binnen het christendom niet zomaar een randverschijnsel was. Volgens Stoutjesdijk zit slavernij ’tot in de haarvaten’ van de Bijbel en de christelijke traditie. Iedere trouwe Bijbellezer weet het: In zowel het Oude als het Nieuwe Testament komen vormen van slavernij voor. Daarnaast gebruiken Bijbelschrijvers vaak het beeld van de ‘slaaf van God’ of de ‘slaaf van Christus’ als positieve religieuze metafoor. In de Statenvertaling valt dat soms wat weg omdat het woord voor ‘slaaf’ wordt weergegeven met het woord ‘dienstknecht’. Dat klinkt liefelijker maar vermindert ook de diepte van de metafoor. Ook in de Heidelbergse Catechismus wordt op deze wijze gesproken als een christen in Zondag 1 belijdt het ‘eigendom’ van Jezus Christus te zijn.
Doordat ook in de Bijbel slavernij veelvuldig en op verschillende manieren voorkomt, werd slavernij binnen christelijke samenlevingen lange tijd niet vanzelfsprekend als moreel verkeerd beschouwd. Sterker nog: Stoutjesdijk laat zien hoe Europese koloniale machten en slaveneigenaren Bijbelteksten gebruikten om slavernij te rechtvaardigen. Teksten waarin gehoorzaamheid aan het gezag centraal stond, werden ingezet om tot slaaf gemaakte mensen onderworpen te houden. Ook werd soms beweerd dat slavernij onderdeel was van Gods orde, waarbij bijvoorbeeld een oneigenlijk beroep werd gedan op de vervloeking van Cham. Het christendom functioneerde daardoor regelmatig als een ideologische ondersteuning van het koloniale systeem. Met ingrijpende gevolgen.
Het is daarbij opmerkelijk dat een geschiedenis als de bevrijding van Israël uit Egypte eenzijdig werd toegepast. Zoals Israël bevrijd werd uit de macht van Farao, zo was de Republiek bevrijd van het juk, de slavernij van Spanje. Maar tegelijkertijd handhaafde men de slavernij in de koloniën.
Nu moet dit alles binnen het historisch kader worden verstaan. Maar dat neemt niet weg dat we eerlijk onder ogen moeten zien dat mensen met een beroep op Gods Woord tot de gruwelijkste dingen in staat blijken te zijn. Als dat toen kon, dan kan dat vandaag nog steeds. Het heeft ons in ieder geval te brengen tot verootmoediging en tot het gebed: En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leidt mij op den eeuwigen weg.
Christendom en de veroordeling van de slavernij
Dat is niet het enige dat Stoutjesdijk in zijn boek laat zien. Hij benadrukt namelijk ook dat het christendom niet alleen een instrument van onderdrukking was. Het geloof bood ook inspiratie voor verzet en bevrijding. Tot slaaf gemaakte mensen lazen en interpreteerden de Bijbel vaak op hun eigen manier. Zij herkenden zichzelf bijvoorbeeld in het volk Israël dat in Egypte onderdrukt werd door Farao. Verhalen over bevrijding, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid kregen daardoor een grote betekenis. Hiermee laat Stoutjesdijk zien dat dezelfde religieuze traditie totaal verschillend werd uitgelegd. Daarnaast waren er ook in de Nederlanden zeker mensen die met een beroep op Gods Woord de slavernij duidelijk veroordeelden. Maar de centrale boodschap van Gods slaafgemaakten is dat het christendom historisch gezien een dubbele rol speelde. Aan de ene kant legitimeerde het geloof slavernij en kolonialisme; aan de andere kant bood het taal, hoop en inspiratie voor verzet.
Overwegingen
Het is een eerlijke weergave. Maar ook een confronterende. Het lezen van het boek brengt tot stilte, verootmoediging en bezinning. Keti Koti komt in een ander licht te staan. Met dit boek in het achterhoofd is het te begrijpen dat de verkondiging van het Evangelie door blanken met het nodige wantrouwen kan worden bekeken. Bescheidenheid en ootmoet zijn gepast. Maar ook een eerlijke benadering van de moderne slavernij. En dat alles in het besef: echt bevrijd en echt verlost zijn diegenen die zich met lichaam en ziel, door het oprecht geloof, het eigendom weten van hun getrouwe Zaligmaker, Jezus Christus, en Hem als hun Heere erkennen.
N.a.v. Stoutjesdijk, Martijn J., 2026, Gods slaafgemaakten: Hoe het christendom slavernij verdedigde en veroordeelde (Utrecht: KokBoekencentrum).
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Zicht op de Kerk. De volledige bronvermelding luidt: Bouman, B.D., 2026, Keti Koti; christendom en slavernij, Zicht op de Kerk 23 (12): 4-5.