Home » Scheppingsparadigma

Categoriearchief: Scheppingsparadigma

De werkpaarden van de cel: Kinesinen – Intelligent Design in de biologische cel

In onze cellen gebeuren wonderlijke dingen. We zien Meesterwerken van micro-engineering. Neem bijvoorbeeld kinesinen. Dit zijn de werkpaarden van de cel. Kinesinen verplaatsen ladingen door de cel die vele malen groter zijn dan hun eigen grootte Dit vindt plaats via ‘lange’ transportbanden (microtubili). Kinesinen hebben twee ‘voeten’ die een vorm hebben van een nano-ei. Deze ‘bolvormige voeten’ kunnen ze verplaatsen en door de ene ‘voet’ voor de andere ‘voet’ te zetten ‘lopen’ ze over de microtubilus. Discovery Institute heeft hier een animatie van gemaakt. Wanneer u de Engelse taal niet machtig bent dan kunt u de Nederlandse ondertiteling aanzetten. Verwonder u over het intelligente ontwerp van onze Schepper!

De oorspronkelijke zonde – Dr. Dirk Baarssen beantwoordt een vraag over de erfzonde

Enige tijd geleden kreeg ik verschillende vragen via de e-mail van een gepensioneerde arts en medisch doctor over de erfzonde. Hij had via een predikant in de Hersteld Hervormde Kerk begrepen dat een kind in de baarmoeder hier drager van is. Een embryo of foetus heeft dus al vanaf de bevruchting of innesteling zonde. Hij gaf aan dat hij nog nooit in zijn hele leven over deze zaken gehoord had in de kerken die hij bezocht had in binnen- en buitenland. Van huis uit was hij opgegroeid in de Vergadering van Gelovigen.1 Hoewel de meeste lezers van deze nieuwsbrief deze vragen misschien nooit stellen, omdat ze er wel mee opgevoed zijn, leek het ons leerzaam de antwoorden op deze vragen ter overdenking van de erfzonde te publiceren.

Ik heb de vragen genummerd en doe dat ook bij de antwoorden.
Vraag 1: Gaat het hier niet om een theologische ver doorgeredeneerde constructie die niet uit de Bijbel komt? (In de Vergadering heeft men alleen de Bijbel om zich op te baseren.)
Vraag 2: Het is toch niet mogelijk om te spreken over een kind dat in de baarmoeder actief zondigt tegen de wil van God (zoals een volwassene)?
Vraag 3: Wat betekent hier het begrip erfelijkheid? Als de erfzonde fysiek wordt doorgegeven via de voortplanting, gaat dit dan via het DNA en bestaat er dus een erfzonde-gen?

De erfzonde, aangeboren zonde of ‘oorspronkelijke’ zonde is in de gereformeerde theologie een term die slaat op de ‘staat’ van de zonde, die verspreid is over alle afstammelingen van Adam en de oorzaak is van alle andere zonden.2 Het gaat hier niet om een theologische constructie die in de Bijbel niet voorkomt (antwoord 1). Hoewel de term als zodanig in de Bijbel niet voorkomt, wordt de inhoud van dit begrip in de Bijbel wel geleerd. De Bijbel en, in navolging daarvan, onze gereformeerde belijdenisgeschriften leren dat Adam niet alleen persoonlijk zichzelf verdorven heeft door de zonde, maar ook zijn nageslacht. Adam vertegenwoordigde namelijk (als bondshoofd van het werkverbond) zijn gehele nageslacht. Daarom wordt de gehele mensheid (met uitzondering van Christus) in zonden ontvangen en als kinderen des toorns geboren, dood in zonden en slaven van de zonde. Door Gods rechtvaardig oordeel komt de verdorvenheid van Adam op al zijn nakomelingen. Deze verspreiding geschiedt niet door navolging, zoals Pelagius heeft geleerd, maar door voortplanting van de verdorven natuur (Artikel 15 Nederlandse Geloofsbelijdenis, Vraag en Antwoord 7–8 Heidelbergse Catechismus, Hoofdstuk 3–4, Artikel 2–3 Dordtse Leerregels).

Volgens Paulus’ betoog in Romeinen 5:12 is door één mens Adam (waaronder ook zijn vrouw viel, want deze twee waren één vlees) de zonde in de wereld ingekomen. Adam bracht de zonde in de wereld. Maar dat niet alleen: “en door de zonde de dood”. De dood is gekomen door de zonde, namelijk als een straf op de zonde (Rom. 6:23). Het gaat hier niet alleen om sterfelijkheid, dus de lichamelijke of natuurlijke dood. Het strafgevolg betreft ook de eeuwige dood of verdoemenis. Nu is de dood over alle mensen gekomen: “en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is.” Waarom is dat? Omdat Adam niet alleen voor zichzelf persoonlijk gezondigd heeft, maar hij vertegenwoordigde het gehele mensengeslacht: “in welken allen gezondigd hebben.” Volgens vers 16 van Romeinen 5 is “de schuld uit één misdaad tot verdoemenis.” Volgens vers 18 betekent dit de verdoemenis van “alle mensen”. Schuld is namelijk een verplichting tot straf. Door de “ongehoorzaamheid van dien énen mens” worden velen tot “zondaars gesteld”, zegt vers 19. We kunnen hieruit afleiden dat Adams zonde allen wordt aangerekend.

Adam geeft zijn afstammelingen ook nog een andere erfenis door, namelijk de innerlijke zondigheid. De zonde wordt overgedragen zoals een bedorven fontein bedorven water laat opspringen, en zoals een kwade boom kwade vrucht voortbrengt (Ps. 51:7). Dit leidt tot het bederf van de totale mens met al zijn (geestelijke) vermogens: het verstand (Ef. 4:17–18; 1 Kor. 2:14–15), de wil (Gen. 6:5; 8:21 en Rom. 8:7), het geweten (Tit. 1:15), het gevoel (Rom. 1:24; Rom. 7:5 en Gal. 5:24) en het lichaam (Rom. 6:12, 19; Jes.1:4–6).

Het is juist dat een kind in de baarmoeder niet actief tegen de wil van God zondigt zoals een volwassene dat doet (antwoord 2). Er is een verschil tussen de ‘dadelijke’ zonde (het actief begaan of doen) en de ‘erfzonde’. Als het gaat over het eerste, wordt van de kinderen gezegd dat ze noch goed noch kwaad doen (Rom. 9:11). In dit opzicht kan men de kinderen ‘onschuldig’ noemen (Ps. 106:38; Jona 4:11). Als het gaat om het tweede, maakt de Schrift duidelijk dat wij van nature, dat is van onze geboorte of moeders lijf aan, de toorn van God vanwege onze aangeboren zonde onderworpen zijn (Ef. 2:3).

Het heeft weinig zin om hier te spreken over een erfzonde-gen dat in het DNA zit, al is de hele mens wel aangetast door de zondeval (antwoord 3). Maar omdat het hier een geestelijke zaak betreft, en zonde niet een substantie is die een dokter tot een bepaalde cel kan traceren, gaat het niet aan om daar op die manier over te spreken. Erfzonde gaat over zowel de ‘erfschuld’ (die hebben alle mensen van Adam geërfd) als over de ‘erfsmet’ (die erven kinderen door voortplanting van de verdorven natuur). We kunnen hier dus op twee manieren spreken over een erfenis:
1. Een erfenis in juridische zin: de schuld van Adam tot verdoemenis van alle mensen (Rom. 5: 12, 16, 18–19).
2. Een erfenis in geestelijke zin: de zonde is verweven met en zit in de menselijke natuur. Een verdorven natuur brengt zo weer een verdorven natuur voort (Job. 14:4).

Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis is de ‘erfzonde’ genoeg reden om heel het menselijke geslacht te verdoemen. Echter Gods kinderen wordt de erfzonde tot verdoemenis niet toegerekend, maar door Gods genade en barmhartigheid wordt de ‘erfschuld’ hen vergeven. De juridische grond hiervoor is de gehoorzaamheid van Christus (Rom. 5:15–19, 21). Als Gods Geest hen wederbaart, brengt dit een vernieuwing van de zondaar voort. In Christus is hij een nieuw schepsel, al het oude is voorbijgegaan en het is alles nieuw geworden (2 Kor. 5:17). Dit betekent niet dat daarmee de zonde totaal verdwenen is. Het blijvende gevoel van de verdorvenheid moet de gelovigen doen zuchten om verlost te worden van het lichaam dezes doods (Romeinen 7).

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Feedback & Vragen 2022: Is het aanwijzen van een doorgaande historische-theologische lijn in het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Vandaag had ik via Twitter een discussie met predikant en theoloog Matthijs Schuurman (PKN Oldebroek).1 Tijdens de discussie verdedigde ik dat er een doorgaande theologische lijn is in opvatting over Schriftvisie inzake onze vroegste geschiedenis zoals deze ook verwoord is in Genesis 1-11. Daarnaast dat de huidige creationisten voortbouwen op deze doorgaande theologische lijn. Schuurman noemde dit een anachronisme. Helaas zonder al te veel onderbouwing. Aan het einde van de Twitterconversatie schreef hij twee tweets die zijn stelling zouden moeten onderbouwen. Omdat er op Twitter geen ruimte is voor een uitgebreid weerwoord, schrijf ik dat hieronder.

Wat is een anachronisme?

De lezer zal zich wellicht afvragen wat een anachronisme is. Een anachronisme is een historische inconsequentie of onmogelijkheid. Wanneer we een schilderij vinden met een moderne John Deere-tractor erop, dan kunnen we niet zeggen dat dit schilderij uit de Middeleeuwen stamt. Als we dit wel doen zou dat anachronistisch zijn, een historische onmogelijkheid. Dit omdat we weten dat het bedrijf John Deere in 1837 opgericht is. Een theologische anachronisme zou zijn dat we uiteenzetten wat Augustinus vond van de Islam. Dat is een historische onmogelijkheid omdat Augustinus nog geen weet had van de Islam. De laatstgenoemde godsdienst ontstond pas twee eeuwen na het overlijden van deze Kerkvader.

Is een doorgaande historisch-theologische lijn binnen het klassieke scheppingsgeloof een anachronisme?

Wat versta ik onder het klassieke scheppingsgeloof? Het gaat daarbij om een zesdaagse schepping en een waargebeurde zondeval als de hoofd- of kernpunten. Verder om het verdedigen van een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring. Het belijden van deze waarheden is geen modern verschijnsel, maar met recht een klassieke belijdenis. Tijdens de discussie verwees ik naar een artikel dat ik eerder schreef met als titel: ‘Komt de ‘creationistische’ Schriftvisie uit de twintigste eeuw?’ (in de voetnoot te raadplegen).2 Ik gaf aan dat het zogenoemde creationisme als sociologisch construct of sociologische tegenbeweging modern is (d.i. afkomstig uit het begin van de 20e eeuw), maar dat het belijden van geloofswaarheden binnen het klassieke scheppingsgeloof en het uitwerken van een scheppingsleer, zoals we die ook bij creationisten vinden, al eeuwenoud is. In een discussie met een ander (maar in dezelfde draad) wees ik ter illustratie van dit punt op het door de eeuwen heen maken van chronologieën op basis van de Schriftgegevens. Dit is geen modern streven om tegenwicht te bieden aan de tijdlijn van de naturalistische natuurwetenschap, maar komt voort uit een waarde hechten aan waargebeurde gegevens in de Schrift. De chronologen wilden deze in volgorde van gebeurtenis zetten, zodat er een beschreven (heils)geschiedenis ontstaat. Dit werd al in de Vroege Kerk zo gedaan en wordt nu nog steeds op die manier gedaan. Twee bekende voorbeelden van chronogisch werk uit het verleden is het werk uit de Vroege Kerk van de kerkvader Theophilus van Antiochië (overleden rond 183) en andere bekend werk is van de bisschop James Ussher (1581-1656). Door de eeuwen heen heeft een groot deel van de kerk de uitgangspunten van het klassieke scheppingsgeloof beleden. Ook nu zijn er gelukkig nog geloofsgemeenschappen die dit belijden en dit ongeacht (de opkomst van) het naturalisme en de huidige tijdgeest. Dit belijden en geloven heeft niet te maken met de naturalistische tijdgeest, maar met het gaan in de voetsporen van de Schrift en de vaderen.

Een vergelijking kan gemaakt worden met het leerstuk van de Drie-Eenheid, hoewel dit leerstuk een meer centrale rol heeft binnen het christendom dan het klassieke scheppingsgeloof is een vergelijking op zijn plaats. Om te weten waar het leerstuk van de Drie-Eenheid vandaan komt gaan we naar de Vroege Kerk. We lezen dan over argumenten vóór de Drie-Eenheid uitgesproken op Concilies en andere kerkelijke vergaderingen. Tot op de dag van vandaag belijden we het leerstuk van de Drie-Eenheid en gebruiken we veelal dezelfde argumenten als de Vroege Kerk (zij het dat ons repertoire van argumenten door de eeuwen heen wat is uitgebreid). Zijn we tegenwoordig anachronistisch bezig als we de belijdenis van de Vroege Kerk nog steeds hooghouden en dezelfde argumenten gebruiken? Er zijn immers tegenwoordig atheïsten die de Drie-Eenheid ontkennen, of zelfs überhaupt het bestaan van God ontkennen. Er zijn eveneens Unitariërs in allerlei vorm die ook van deze Drie-Eenheid niets willen weten. Is het, vanwege het bestaan van deze opponenten, daarom anachronistisch om te verwijzen naar de Vroege Kerk? Nee toch? We belijden, net als de Vroege Kerk, de Drie-Eenheid ongeacht wat de opponent daarvan denkt of vindt.

Evenzo is niet anachronistisch om het klassieke scheppingsgeloof te blijven verdedigen. We kunnen een historisch-theologische lijn opstellen van het klassieke scheppingsgeloof van de Vroege Kerk tot het heden. We belijden immers het klassieke scheppingsgeloof niet omdat er naturalisten zijn die een alternatief hebben, maar omdat we menen dat we dit uit de Schrift kunnen afleiden. Dat geldt ook voor de Vroege Kerk. Zij haalden hun belijdenis over de schepping óók primair uit de Schrift. Uiteraard vraagt iedere tijd om andere antwoorden en hulpmiddelen, maar dat zegt niets over de basis van het belijden. Die is door de eeuwen heen onveranderd gebleven. Binnen het klassieke scheppingsgeloof is er geen onderbreking in belijden van deze geloofswaarheden.3 Dat was in de Vroege Kerk zo, dat was in de Middeleeuwen zo, dat was ten tijde van de Verlichting zo (ondanks de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap) en dat is nu nog steeds zo.

De tegenwerpingen van Schuurman

Tegenwerping 1

Schuurman sloot de Twitterconversatie gisteren af met deze eerste quote4:

“Nogmaals: een anachronisme. Want vanaf de 19e eeuw verandert de wetenschap. Je kunt dus niet doen alsof alles wat voor die tijd jouw visie zou ondersteunen ook daadwerkelijk jouw visie ondersteunt. Dat is gewoon een vorm van buikspreken. Daar is niets wetenschappelijks aan.”

Het is geen anachronisme, maar een doorgaande lijn van belijden ongeacht de opkomst van de naturalistische natuurwetenschap en andere facetten binnen de tijdgeest. Zoals gezegd hangt de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof niet af van de opkomst van wetenschap. Ja, de wereld om ons heen is veranderd (de mechanisering en naturalisering van het wereldbeeld) maar dat wil niet zeggen dat het belijden daarom óók moet veranderen of is veranderd. Wie bij de kerkvaders te rade gaat over Darwinistische evolutie is anachronistisch bezig en zal geen antwoorden vinden. Wie bij de kerkvaders te rade gaat vanwege de belijdenis van het klassieke scheppingsgeloof zal veel goud vinden. Onlangs promoveerde patholoog en theoloog prof. dr. Piet Slootweg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.5 In zijn proefschrift zoekt hij naar een doorgaande lijn inzake dierlijk lijden vóór de zondeval. Nu valt er aan het onderzoek wel wat af te dingen6, maar Slootweg was in mijn ogen niet anachronistisch bezig toen hij dit standpunt uit het verleden onderzocht. Belijders van het klassieke scheppingsgeloof laten bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie niet buikspreken, maar spreken deze Nadere Reformatoren na als het gaat om het klassieke scheppingsgeloof. Uiteraard ondersteunen de Nadere Reformatoren daarmee mijn visie inzake de neodarwinistische evolutietheorie niet en evenmin mijn pogingen om te komen tot een modern creationistisch-wetenschappelijk wereldbeeld. Dát zou anachronistisch zijn. Maar ze kunnen wel tot steun zijn in de doorgaande lijn van belijden en verdedigen van het klassieke scheppingsgeloof met Schriftuurlijke argumenten. Het is daarmee niet anachronistisch, omdat er een doorgaande en op hoofdpunten ongewijzigde lijn van belijden van een klassiek scheppingsgeloof is van de Vroege Kerk tot en met de huidige tijd.

Tegenwerping 2

Het tweede Twitterbericht van Schuurman luidde als volgt7:

“Dat is van hetzelfde niveau als: Calvijn zou tegen de auto zijn, Luther zou tegen de ruimtevaart zijn, Kersten zou tegen de onteigening van boeren zijn, Comrie zou tegen de oorlog in Oekraïene zijn.”

Dit is volledig incorrect en er is een wezenlijk verschil in benadering. De voorbeelden in het Twitterbericht van Schuurman zijn duidelijk anachronismen. Maar het vergelijk met het belijden een klassiek scheppingsgeloof is van geheel andere orde en geen anachronisme. Ik beweer namelijk niet dat de scheppingsvisie van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten8 gebruikt kan worden in het bestrijden van de neodarwinistische evolutietheorie en evenmin dat de personen gebruikt kunnen worden in de opbouw van een moderne zondvloedgeologie. Dat zou inderdaad anachronistisch zijn omdat de vragen van evolutietheorie en zondvloedgeologie niet, nauwelijks of anders speelden in die tijd (in ieder geval niet in de huidige varianten). De vraag die gesteld kan worden is: wat was het belijden van Luther, Calvijn, Comrie en Kersten inzake een zesdaagse schepping, een waargebeurde zondeval, een wereldwijde zondvloed en een waargebeurde spraakverwarring? Wanneer we dát bestuderen bij deze mannen, dan komen we er achter dat dit niet zoveel verschilt van het huidige belijden van onder andere de zogenoemde creationisten. Aan de laatstgenoemde stroming voel ik mij verbonden, niet omdat de natuurwetenschappelijke kant van dit wereldbeeld zo sterk is (quod non), maar omdat ik de Schrift als Gods Woord en een stroming binnen de kerkgeschiedenis nasprekend een klassiek scheppingsgeloof wil geloven en belijden (en niet anders kan dan geloven en belijden).9 Dat hier bij Schuurman scheefgroei ontstaat en het anachronisme is, naar mijn idee, een foutief beeld van het zogenoemde creationisme. Hij ziet creationisten waarschijnlijk als antithetische evolutiebestrijders die de historiciteit van de Bijbel met modern wetenschappelijk onderzoek willen bewijzen. Hoewel dit mogelijk voor sommige creationisten opgaat, is het beschrevene niet mijn intentie. Ik ben creationist omdat ik meen dat de Schrift niet anders gelezen kan worden dan vanuit de viervoudige Schriftzin (Quadriga) én mij verbonden weet in geloof en belijden aan mijn voorvaderen (Afscheiding/Reveil, (Nadere) Reformatie, Middeleeuwse theologie én Vroege Kerk). Ik ben géén creationist omdat er naturalistische opponenten bestaan óf omdat medecreationisten nu eenmaal zulke sterke natuurwetenschappelijke argumenten hebben (quod non).

Voetnoten

‘Hoe bestaat het!’ – Thema-avond over schepping en evolutie

In 2009 werd het boek ‘Hoe bestaat het!‘ vertaald en uitgegeven. Het boek is een creationistische bestseller geworden en wordt nog steeds veelvuldig geadviseerd en verkocht. Op 1 april 2009 werd er vanwege de verschijning van het boek een thema-avond georganiseerd. Hieronder delen we, met dank aan het Reformatorisch Dagblad, de video van de thema-avond.

‘Terug naar de Oorsprong’ – Moleculair bioloog dr. Peter Borger te gast bij de ‘Waarschijnlijk Waargebeurdshow’ – Boekbespreking en interview

Op 20 mei 2022 sprak moleculair bioloog dr. Peter Borger voor de ‘Waarschijnlijk Waargebeurdshow‘ over zijn boek ‘Terug naar de Oorsprong‘. De lezing werd opgenomen en is via de onderstaande gedeelde link te bekijken. Noot van de redactie: Niet alles in de show heeft onze voorkeur (zoals af en toe de muziek- en/of woordkeuze), maar de hoofdlijn van de lezing kunnen we volgen.

Een vijftal andere artikelen en interviews van of over dr. Peter Borger:
Waarom het trekgedrag van de pijlstormvogel voor mij een argument is voor het bestaan van God.
Dr. Peter Borger: “Alle biologische informatie was al vanaf het begin in de oerorganismen aanwezig” – De moleculair bioloog werd geïnterviewd voor het Reformatorisch Dagblad.
Hoe nieuwe biologie het tijdperk van Darwin beëindigt – Dr. Peter Borger sprak op congres ‘Geloof jij het!’.
Moleculair bioloog dr. Peter Borger vanwege zijn nieuwe boek te gast bij ‘Blue Tiger Studio’.
Boek van moleculair bioloog dr. Peter Borger wordt opnieuw uitgegeven bij De Blauwe Tijger.

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? – Samenvatting van de lezing van dr. Stefan Drüeke op Kreatikon 2021

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe of ‘slechts’ een lokale overstroming? Dat is al zeker sinds de opkomst van de moderne geologie een vraag voor christenen. Op deze vraag worden door christenen diverse antwoorden gegeven. Van mythe, via literaire overdrijving (hyperbool) tot een literair-historisch ‘verslag’ van een werkelijke gebeurtenis. Hoe moeten wij hierover denken?

Kunnen we anno 2022, door de slagkracht van de moderne geologie, nog geloof hechten aan een wereldwijde zondvloed? In lezingen over dit onderwerp benadruk ik vaak dat het overtuigd zijn van het bestaan van een wereldwijde zondvloed allereerst een geloofszaak is. ‘Door het geloof verstaan wij…’. Een wereldwijde zondvloed is niet zozeer een naturalistisch-natuurwetenschappelijk feit, maar allereerst en allermeest een geloofszaak. Vorig jaar hield de chemicus dr. Stefan Drüeke1 op het congres Kreatikon 2021 een lezing over deze aloude vraag. Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? In het onderstaande artikel willen we de lezing samenvatten. Voor wie het Duits machtig is heb ik onderaan deze pagina de opname van de lezing weergegeven.

Inleiding

Dr. Stefan Drüeke is, als directeur van het Bibelmuseum in Wuppertal, een bekende creationist in Duitsland.2 Drüeke start de lezing met het lezen van een tekst uit 1 Petrus 3:20. Het gaat over de dag dat Noach in de ark gaat en de toenmalige (eerste) wereld vergaat door het water van de zondvloed. In de inleiding geeft de geleerde een overzicht wat ons te wachten staat in zijn voordracht. Allereerst wil hij stilstaan bij een enquête van Answers in Genesis onder jongvolwassene christenen van 20 tot 29 jaar. Ten tweede wil Drüeke uitgebreid stilstaan bij wat de Bijbel zegt over de zondvloed. Ten derde waarom er tegenwoordig van deze Bijbelse zondvloedgeschiedenis wordt afgeweken en als laatste of er ook geologische ‘bewijzen’ zijn voor een wereldwijde zondvloed. Ieder aandachtspunt wordt hieronder in een tussenkopje samengevat. In de lezing wil de chemicus vooral stilstaan bij de vraag of de zondvloed een wereldwijde of een lokale overstroming was.

Enquête

Als inleiding op zijn lezing over het wereldwijde of lokale karakter van de zondvloed bespreekt dr. Stefan Drüeke de resultaten van een enquête, gehouden door Answers in Genesis, over de Bijbel en het zondvloedbericht.3 De eerste vraag is of de Bijbel fouten bevat. Van de jongvolwassene christenen tussen de 20 en 29 jaar beantwoordt 61% deze vraag met ‘Nee’, 27% met ‘Ja’ en 12% weet het niet of is er niet zeker van of de Bijbel fouten bevat. Wanneer die 27% wordt bevraagd wat die fouten dan zijn. 36% geeft aan dat het gaat om overschrijffouten die erin zijn geslopen gedurende de geschiedenis van het kopiëren van de Bijbelse overlevering. 34% geeft aan dat de Bijbel fout is als het gaat om de leeftijd van de aarde. 11% geeft aan moeite te hebben met onze vroegste geschiedenis zoals verwoord in Genesis 1-11. 8% denkt dat de Bijbel zichzelf op veel punten tegenspreekt. Drüeke geeft in een intermezzo aan dat het hier niet gaat om tegenstrijdigheden, maar om moeilijke zaken die na intensieve Bijbelstudie opgelost kunnen worden.4 7% twijfelt aan het zondvloedverhaal en denkt dat het niet gaat om een wereldwijde overstroming. 3% trekt het bestaan van de hel in twijfel. De enquete wordt nog verder gespecificeerd als het gaat om de zondvloed. De vraag of de geschiedenis van de ark van Noach en de zondvloed een mythe wordt door 51% van de bevraagden met ‘Ja’ beantwoord en 49% met ‘Nee’. We moeten ons bezinnen op de vraag hoe het komt dat zoveel christenen twijfelen aan de historiciteit van het zondvloedverhaal. Het ligt volgens Drüeke aan de ouders van de kinderen en wat de kinderen van deze ouders over de zondvloed aangeleerd krijgen. Zo krijgen kinderen bijvoorbeeld een badkuipmodel van de ark van Noach voorgesteld, met bovendeks staande blij kijkende dieren, in kinderbijbels en andere vertelboeken van de Bijbelse geschiedenis. Het is niet vreemd dat kinderen met die beelden in hun achterhoofd denken dat de geschiedenis van de zondvloed vergelijkbaar is met een leuk sprookje. We kunnen volgens Drüeke beter aansluiten bij de realiteit, de ark weergeven zoals deze in de Bijbel staat en de ernst van de zondvloed onder ogen komen. Dan zullen (later) ook verschillende vragen verdwijnen.

Wat zegt de Bijbel?

Ongeveer 250 jaar geleden waren en vrijwel geen theologen die het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel trokken. Drüeke staat ten tweede stil bij wat de Bijbel zegt over een wereldwijde zondvloed. Volgens de chemicus is het in Genesis 7 vers 19-23 duidelijk dat het gaat om een wereldwijde zondvloed. Alle hoge bergen onder de ‘ganse hemel’ werden bedekt met het zondvloedwater. In de Bijbel betekent ‘alle’ niet altijd de volledige wereld. Maar in dit geval wordt het uit de context duidelijk dat het de auteur van Genesis gaat om het benadrukken van het wereldwijde karakter van de zondvloed. Bijvoorbeeld door het wereldwijde karakter nog eens extra te benadrukken. De mensheid was waarschijnlijk ook over de hele wereld uitgestrekt zodat de zondvloed als oordeel alleen zin had als deze wereldwijd was.

Als het om een lokale overstroming zou gaan dan zouden de dieren wegvluchten. Drüeke verwijst naar de tsunami die Azië trof in 2004. Het viel natuurvorsers toen op dat de regio vol lag met lijken van mensen die omgekomen waren, maar nauwelijks tot geen kadavers gevonden werden van hazen, konijnen, olifanten, luipaarden en andere wilde dieren. Het lijkt erop dat dieren een zesde zintuig hebben en deze ramp van te voren hebben aangevoeld. Als het om een lokale overstroming ging dan zouden dieren weggevlucht zijn naar een veiliger oord.5

Noach moest ook de vogels meenemen, zo lezen we in Genesis 6 vers 19-20 en Genesis 7 vers 21. Dit heeft geen nut als de zondvloed een lokale zondvloed zou zijn geweest. In de tekst wordt benadrukt dat de vogels door in de ark te zijn in leven konden blijven. De vogels zouden de eerste beesten geweest zijn die het zondvloedwater ontvlucht hadden als het een lokale overstroming betrof. Wegvliegen naar een veiliger oord zou dan voldoende zijn geweest. Een ander argument voor een wereldwijde zondvloed is de grootte van de ark van Noach. Als het een lokale overstroming zou betreffen, dan zou een veel kleinere boot volstaan.

Volgens het zondvloedverhaal werd zelfs de hoogste berg met het zondvloedwater bedekt (Genesis 7 vers 19-20). Drüeke: ‘Als je na het lezen van deze tekst(en) nog steeds in een lokale overstroming gelooft dan moet je een geweldig groot geloof hebben’. Hij laat een plaatje van de zondvloed zien, met een ark drijvend op het zondvloedwater (zie de screenshot hierboven). Uiteraard zou zo’n plaatje voor God mogelijk zijn (denk maar aan de Exodus én de doortocht door de Jordaan), maar de tekst zegt daar niets over. Dat is echter wel het gevolg van het betwijfelen van deze tekst(en).

Ook de tijdsduur van de zondvloed is een aanwijzing voor Drüeke om uit te gaan van een wereldwijde zondvloed. Het plaatje hieronder dat de chemicus in zijn lezing laat zien is een geïdealiseerd plaatje. We weten natuurlijk niet of het water van dag 40 tot 150 op hetzelfde niveau gebleven is of dat er sprake was van een schommeling van de ‘zondvloedspiegel’. De hele wereld was daarmee minstens 110 dagen volledig onder water en het had ten minste 40 dagen geduurd voordat er genoeg water op de aarde was om alles te overstromen. Daarna heeft het nog van de 150e tot de 371e dag geduurd voordat het water van de aarde was verdwenen. Bij een lokale overstroming zou het water veel sneller verdwenen zijn. Drüeke laat als voetnoot bij deze geschiedenis weten dat hij niet geloofd dat we de ark ooit terug zullen vinden. De Heere zou niet willen dat deze boot verafgodiseerd zou worden, zoals ook met de koperen slang gebeurd is. De ark zou daardoor meer aandacht en aanbidding krijgen dan God zelf. We weten overigens ook niet precies waar de ark geland is. Wanneer het een lokale overstroming betrof zou de ark niet geland zijn op een hoge berg in het gebergte van Ararat.

Het Noachitische verbond is voor de geleerde ook een aanwijzing dat het om een wereldwijde zondvloed gaat. Hij citeert daarvoor Genesis 9 vers 11-16. De Heere maakt hier met Noach de afspraak dat er nooit meer zo’n vloed zal plaatsvinden op de aarde. Er zijn echter ontelbaar veel lokale overstromingen. Drüeke geeft een lijstje met allerlei overstromingen in het laatste decennium. Als het bij de zondvloed gaat om een lokale overstroming dan maakt men van God een leugenaar. Maar als het om een wereldwijde zondvloed gaat dan heeft de Heere Zich volkomen aan Zijn Woord gehouden. Het is daarmee, volgens Drüeke, ook gevaarlijk als we niet accepteren wat de Bijbel ook op deze punten zegt. We krijgen dan ook moeite met veel andere zaken die in de Bijbel voorkomen. Het Oude Testament laat duidelijk zien dat het wel moet gaan om een wereldomvattende zondvloed. Het is daarom meer dan logisch dat bijna alle theologen tot 250 jaar geleden uitgingen van een wereldwijde overstroming, ze hebben namelijk de teksten uit Genesis ook historisch gelezen. Wat is ons eerste richtsnoer: de Bijbel of de natuurwetenschap?6 Als laatste punt kijkt Drüeke naar wat het Nieuwe Testament zegt over de zondvloed. Hij verwijst als eerste naar de woorden van de Heere Jezus (Mattheüs 24 en Lukas 17). Jezus vergelijkt hier de dagen voor de zondvloed met de dagen voor Zijn wederkomst. Zoals de wederkomst van de Heere Jezus een wereldomspannend oordeel inhoudt, zo was dat ook bij het oordeel van de zondvloed. Drüeke citeert ook uit Hebreeën 11 vers 7 en 2 Petrus 3 vers 3-7. Hieruit blijkt ook duidelijk dat het gaat om een wereldwijde overstroming. Daarmee verwijzen zowel het Oude Testament en het Nieuwe Testament naar een wereldwijde overstroming. Dit Woord van God moeten we als eerste bron nemen en uiterst serieus behandelen.

Waarom er wordt afgeweken van de zondvloedgeschiedenis

De spotters uit de hierboven genoemde Petrusbrief zijn geen domoren. Het gaat volgens Drüeke om sommige wetenschappers die door de ‘onveranderlijkheid’ van de natuur de wederkomst ontkennen. Alles kan natuurwetenschappelijk uitgelegd worden en dat gaat millennia door. Het gaat hier niet om domme mensen en we moeten met hun argumenten niet lacherig omgaan. Veel van hun argumenten zijn goed. We moeten ook niet menen dat wij, als het om de schepping en onze vroegste geschiedenis gaat, alles kunnen bewijzen en verklaren. De geleerde geeft aan dat er wel veel meer aanwijzingen zijn voor de schepping dan voor evolutie (in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming). Maar een sluitend bewijs voor dit alles kan Drüeke niet geven. Vertrouwen we op God en Zijn Woord, dan moet er een schepping zijn geweest en een Schepper die alles gemaakt heeft. Hebreeën 11 zegt niet dat we door natuurwetenschap of bewijzen verstaan dan de wereld gemaakt is, maar door het geloof. We kunnen niet alle vragen die over de oergeschiedenis gaan beantwoorden. Er zijn namelijk ook veel moeilijkheden die tot ons komen vanuit de natuur, waarin geen duidelijke aanwijzing voor de schepping te zien zijn. Drüeke is er volledig van overtuigd dat er een Schepper is die de wereld geschapen heeft, maar het gaat hier om een scheppingsgeloof en niet om sluitende bewijsvoering. Waarom geloven er vandaag zoveel mensen in evolutie over miljarden jaren (geen verandering in mechanisme)? Petrus gaat niet met zulke mensen in discussie maar geeft aan dat deze mensen het ten diepste (wezenlijk) niet begrepen hebben en het ook niet willen zien. Wat hebben ze niet begrepen? Dat de wereld uit het water ontstaan is en dat de eerste wereld ook door het water vergaan is.

Tegenwoordig wordt door veel theologen het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel getrokken. Drüeke verwijst met een citaat naar Franz Delitzsch. In dit citaat geeft Delitzsch aan dat een wereldwijde zondvloed die alle hoge bergen bedekt heeft fysisch, geologisch en atmosferisch ondenkbaar is. Dus niet ondenkbaar omdat de tekst dat zo voorstelt, maar omdat het natuurwetenschappelijke problemen met zich meebrengt. Men stelt de wetenschap boven de Bijbel, maar dan kunnen we ook aan andere dingen twijfelen zoals de maagdelijke geboorte. Het is dan dom om christen te zijn en christenen zijn dan, met de woorden van Paulus, de ellendigste van alle mensen. Als we de Bijbel schikken naar natuurwetenschappelijke inzichten dan houden we nog weinig zekerheid over.

Wordt vervolgd (gebleven bij 39:34).

De Duitstalige lezing van dr. Drüeke

Het lukt vanwege de instellingen van de het kanaal niet om deze video in te sluiten. Daarom hieronder de link naar de lezing van dr. Stefan Drüeke.

https://www.youtube.com/watch?v=dftStYSIYOU

Voetnoten

Dierenleed in katholiek perspectief – Reactie van dr. Benno Zuiddam op ‘Teeth and Talons’

Mijn eerste reactie: ik ben het eens met hoofdthesis. De overtuiging dat dierenleed “is incompatible with the belief in a benevolent God who takes care of all living beings”, wordt pas vooral een overtuiging en argument tegen God wordt na de komst van de evolutietheorie.1 Bij Darwin ging een wissel om, maar de trein komt pas later op het station. De auteur constateert terecht dat het vooral vanaf 1920 is dat het een probleem raakt. Feitelijk stamt het probleem als argument dus uit die latere tijd. Dit is niet toevallig. In de twintigste eeuw dacht men uiteindelijk de motor voor de evolutie ontdekt te hebben die bij Darwin nog ontbrak, het mechanisme waardoor het construct ook daadwerkelijk kon plaatsvinden, in de vorm van de erfelijkheidswetten van Mendel. Vanaf dat moment, en in het filosofisch klimaat van die tijd, vielen alle oude weerhouders van de fysicotheologie uit de tijd van Newton en Boyle. Er was geen Ontwerper meer nodig, maar de materie ontwierp zichzelf, als product van tijd en toeval. Richard Dawkins legt het allemaal mooi uit in zijn Blind Watchmaker.

In het klimaat van oprukkend existentialisme en democratisering en daarmee samenhangende individualisering, kwam ook de vraag die het gebrek aan ontwerp en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheid ten diepste wilde omzeilen, of vaststellen dat deze verantwoordelijkheid er niet meer was: Hoe kan God, als hij al zou bestaan, goed zijn als hij een schepping heeft gemaakt die dierenleed insloot?

Die vraag was op zich al eerder gesteld. De Griekse filosofie probeerde al duizenden jaren geleden verklaringen te geven voor de om ons heen bestaande situatie. Niet alleen van dierenleed, maar van kwaad en sterfelijkheid. Plato kerkerde de ziel, en de gnostiek beschouwde het aardse als een lagere materiële werkelijkheid. Net als stromingen in het Hindoeïsme. Het gaat erom om geestelijk hogerop te komen en uiteindelijk ook letterlijk, want hier beneden is het niet. Dat geeft aan dat er een breed draagvlak onder de religieuze en wijsgerige mens geweest is om de aarde als een aangetaste of dan toch onwenselijke sfeer te zien. Waar het onrecht en de dood heerste en de leugen triomfeerde. Het verhaal van de kleipot van Pandorra spreekt boekdelen. De enige godheid bij de Grieken die enigszins onbaatzuchtig de belangen van de arme mensheid op het oog had was Prometheus, waarbij Zeus de carnivoriteit van een roofvogel inzet om dagelijks diens lever te eten terwijl Prometheus vastgeketend is aan een rots. De carnivoor als oordeel van de goden.

Zo komen we het in de heilige boeken van het Oude en Nieuwe Testament ook tegen. Samen met andere concepten die we in onze tijd verloren lijken te hebben. Mensen en dieren niet als losstaande individuen en wezens, maar deel van een samenhang die weer in relatie staat tot de Schepper God. Daarom spreekt de Schrift van zowel berit als kosmos, van verbond en de geschapen wereld. Die eerste wereld en goede schepping zijn deel van de eerste mens, de eerste Adam als
verantwoordelijk eigenaar en hoofd. Alle dieren kent hij met name, de mens in verhouding tot de dierenwereld. De rechtvaardige die goed is voor zijn beesten. Na de zondeval wordt de kosmos van de eerste Adam getroffen door Gods vloek. De dood zul je sterven; מות māweṯ en tijdelijkheid als zwarte schaduw en bedreiging voor de mens die voor de eeuwigheid geschapen was. Bij de Ugarieten was Mot de zoon van El (לֵ א ʾēl, maar waarschijnlijk te onderscheiden van יםִ להֱ ֹא ,ʾĚlōhīm).

In de Bijbel is Mot de vloek van Elohim. Deze begint in te treden als de mens Gods bedoelingen niet langer vertrouwt en zich laat leiden door begeerte. Het schepsel zucht. Evolutionaire aanpassing bij de nieuwe gevallen leefomgeving vindt plaats. Ja ook dat bestuurt God in zijn raad. In zijn toelatende wil bestuurt hij de aarde, -laat na de zontvloed toe dat de mens ook vlees mag eten – zelfs zo dat de Heere de jonge leeuwen spijzigt te zijner tijd (Ps. 145:15-16). Zelfs in het toelaten van de dood is God rechtvaardig en bestuurt barmhartig. Daarom vervolgt de Psalmist: De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. (vs.17) Maar het blijft Paradise lost. Dat er iets onwenselijks zit in dieren die dieren eten, blijkt tot in de spijswetten toe, niet alleen die van het Oude Testament maar ook in de Koran. Dieren die dieren eten zijn voor de mens onrein.

Dat God zijn hand niet terugtrekt maar een gevallen wereld blijft besturen, is genade en verdraagzaamheid. Zoals de zondigende mens God pijn doet, God is immers meer dan een theorie?, wordt deze gebrokenheid blijvend weerspiegeld in de gevallen kosmos. Vanaf Genesis 3 is er hoop dat het werk van de boze uiteindelijk verbrijzeld zal worden. Jesaja zingt ervan in hoofdstuk elf. Dieren die weer gewassen van het veld zullen eten in plaats van elkaar, zoals in Genesis 1. Uiteindelijk is er niets minder nodig dan wedergeboorte. Niet alleen van de mens, geestelijk en uiteindelijk ook lichamelijk op de jongste dag. Maar ook een wedergeboorte van hemel en aarde, een wederoprichting van alle dingen, een kosmos waar rechtvaardigheid zal heersen, en zoals het eschaton proclameert: de dood niet meer zal zijn. Alzo lief had God de wereld, de kosmos. In de Bijbel gaat het om heel veel meer dan de ziel van de mens.

Onwillekeurig rijst de vraag of het magistrale werk van collega Slootweg niet meer aansluiting vindt bij de gnostiek dan bij de kerkvaders. De wereld is nu eenmaal het domein van de evolutionaire wetenschap. Het min of meer eeuwig bestaan van leed en dood als scheppings- en onderhoudingsbeginselen wordt in dit boek genormaliseerd. De interpretatie van de Bijbel wordt er vervolgens bij aangepast. Die zouden we anders moeten gaan lezen. Eigenlijk sluit Slootweg hierbij volledig aan bij een deel van het christendom van mijn jeugd: de oude vrijzinnigheid.

Echter: Als de Bijbel ten diepste onhistorisch over de grote zaken van leven en dood spreekt, is zij dan nog theologisch zinvol? Het grote panorama en het “nu jaagt de dood geen angst meer aan,-ook dieren zijn bang voor de dood- want alles is voldaan” stort dan wel ineen als een vertroostend maar ten diepste onhistorisch perspectief. De dood heerste ver voor Adam en zijn dierlijke voorouders. Predatory instinct als scheppingsregel om vooruit te komen, van plankton tot in het Cambrium. Als God dieren schiep om te doden en onze voorouders dieren waren, is de verzoening in Christus dan niet overbodig, ten diepste irrationeel en de opstanding en Christelijk-Joodse eschatologie ‘wishful thinking’ dat geestelijke ondersteuning kan bieden maar natuurlijk niet letterlijk opgevat dient te worden? Kunt u nog iets met de Bergrede van iemand die claimt de Schepper van hemel en aarde te zijn als dat predation als fundamenteel scheppings- en onderhoudingselement insloot vanaf het begin? Moet u ten principale niet zeggen, sorry jongens de oprichting van de GB honderd jaar geleden was een gevolg van een achterhaald wereldbeeld en een ten diepste naïeve Schriftbeschouwing?

Ja, kennelijk is er tussen het begin van de reformatie – Luther en Calvijn en met het schuivend wereldbeeld van de 18de tot 20ste eeuwse westerse mens ook binnen het Nederlands calvinisme toch heel veel veranderd. De exegese van Luther en Calvijn is volstrekt helder. Dierenleed, in ieder geval dieren als voedsel, is een gevolg van de val van de kosmos. Het hoorde er oorspronkelijk niet bij. De vraag is dan ook of wat Slootweg als verschuivingen in de visie op dierenleed op rekening van de reformatie plaatst niet veeleer op conto van Spinoza “het boek uit de hel”, Descartes en de Verlichting geplaatst moeten worden? Als het wereldbeeld van de kerkvaders en de reformatoren achterhaald is en hun exegese niet bij de tijd, is het dan geen tijd om afscheid te nemen van dit erfgoed als iets wat wetenschappelijk en geestelijk uitgediend is?

Hoewel ik de hoofdstelling van Slootweg deel – na Darwin werd dierenleed een reden om God te betwijfelen, besef ik dat hij daarmee meer vragen oproept dan beantwoordt. Deze spanning is ook zichtbaar in het boek. Aan de ene kant worden de kerkvaders, middeleeuwse theologen en reformatoren op een minimalistische manier geïnterpreteerd zodat toch vooral dierenleed voor de zondeval geen duidelijk probleem zou zijn. Aan de andere kant laat de auteur zelf doorschemeren, tot in de samenvatting en conclusies toe, dat het toch wel de algemene opvatting van de Kerk tot aan Calvijn toe was dat er voor de zondeval geen carnivoriteit was in het dierenrijk. Hij noemt dat zelfs “de traditionele visie”.2 Met andere woorden, wat hij zegt aangetoond te hebben in de eerste hoofdstukken, heeft geen eenduidige basis in de bronnen.

Dat klopt. Wat de kerkvaders betreft, worden de noties van verbond en eschatologie en de implicaties die de vroege kerk daaraan verbond nagenoeg niet verrekend. Het doel van het verzoenend werk van de tweede Adam was de wederoprichting van alle dingen, de wereld met zichzelf verzoenende. Het is een beperkte voorstelling van zaken als gedaan wordt of slechts Irenaeus en Theofilus deze opvatting hadden. Papias baseerde zich op de leer der apostelen in zijn verwachting dat de schepping van dood en verderf bevrijd zou worden. Volgens Justinus Martyr gaat de leeuw weer gras eten zoals de os. Als Theophilus en Irenaeus zeggen dat alle dieren weer in harmonie met elkaar zullen leven, bevestigt dit dus een oud en wijd verspreid geloof dat nergens in de vroege kerk tegenspraak oproept. In het Oosten wordt dit bevestigd door Efraïm de Syriër en Johannes Damascenus. Het gaat dus om een onbestreden en in Oost en West bevestigd geloven dat we tegenkomen bij alle kerkvaders die er duidelijk over spreken. Eigenlijk logisch en wat historisch in de lijn der verwachting ligt, want vanuit de profeten en de apocalyptiek was dit een vertrouwd onderdeel van de leer.

Dat we bij de Capadosische vaderen als Basileus zowel het geloof in een vegetarisch dierenrijk bij de schepping aantreffen en de realiteit van een gevallen werkelijkheid die naar Gods raad bestuurd wordt, hoeft geen bevreemding op te roepen. Soms komen schijnbare tegenstellingen voort uit onze bril of gebrek aan verrekening van context. Dat God nu ook carnivoren spijzigt in zijn bestuur van de wereld, is bij deze kerkvaders gevolg van zijn toelating niet van zijn oorspronkelijke bedoeling. Hoewel dit voor Slootweg tegenstrijdig lijkt, levert dit Basilius en andere vaders geen spanning op en staat dit in harmonie naast Genesis 1. In de Schrift zelf ook trouwens. De psalmist onderkent dat God naar zijn raad ook nu alle dingen zo bestuurt dat de wereld niet vergaan is, maar dat zelfs de jonge leeuwen spijze mogen verwachten ter bestemder tijd. Alle ogen wachten op u Heere.

Simeon de nieuwe theoloog is van belang omdat hij het denken van alle kerkvaders heeft samengevat: de aarde was eerst onvergankelijk maar werd door de vloek vergankelijk. Als gevolg van de zonde van Adam deed de dood zijn intrede in de kosmos. Wie dit wil beperken tot een groep primaten met sterfelijke voorgangers, mag zich afvragen of hij niet uiterst vrijzinnig omgaat met de Schrift.

Bezwaarlijk in dit boek is de behandeling van Augustinus.3 Het is belangrijk om een kerkvader in context te lezen. Vooral een gigant als de bisschop van Hippo Regius. Het kan de beste overkomen, zoals St Thomas die zich voor Augustinus baseerde op een compendium van Beda en niet op de kerkvader zelf, en toen tot de conclusie kwam dat Augustinus dacht dat de onveranderlijke natuur van dieren maakte dat zij ook voor de zondeval elkaar gedood en opgegeten zouden hebben. Collega Slootweg bevindt zich dus in goed Aristoteliaans gezelschap.4 Echter, wij hebben de verzameling van MPL en moderne vertalingen van bijna al diens werk. Daarbij moeten we in context lezen. Meningen krijgen daardoor een verschillende zwaarte. Aan het eind van zijn leven loopt Augustinus al zijn eerdere opvattingen nog eens langs en verteld waar hij fout zat. Als juist in dat boek een andere opvatting klinkt, dan moet dit beschouwd worden als zijn uiteindelijke gedachte over een onderwerp: volgens Augustinus waren dieren oorspronkelijk niet geschapen om te doden.5

Waarschijnlijk was het een overreactie op zijn Manichees verleden (vegetarisch) dat Augustinus aanvankelijk dood in het dierenrijk als scheppingsmatig zag. Tegen het eind van zijn leven veranderde hij echter van gedachten. In zijn commentaar op de mededeling van Mozes dat de dieren het gras gegeven was om te eten, trekt Augustinus zijn eerdere figuurlijke opvatting van Genesis 1:29-30 terug en zegt dat er geen bezwaar is om dit letterlijk te nemen:

Nogmaals, op grond van het feit dat er viervoeters en gevleugelde wezens zijn die uitsluitend vleesetend lijken te zijn, volgt niet dat we slechts in allegorische zin kunnen interpreteren wanneer het boek Genesis stelt dat het groene gras en de fruitbomen als voedsel aan wilde dieren van elke soort worden gegeven en aan alle vogels en alle slangen.

Augustinus zegt dat dit ook nu nog het geval was geweest indien de zondeval niet had plaatsgevonden:6

Het kan immers kunnen gebeuren [indien de zondeval niet had plaatsgevonden] dat carnivoren door mensen gevoed zouden zijn met de vruchten van de aarde, als mensen, in ruil voor de gehoorzaamheid waarmee ze God hadden kunnen dienen zonder enig kwaad te doen, het recht hadden verdiend dat alle beesten en vogels die hen op elke denkbare manier zouden hebben gediend. (Retractationes 1.10.2)

Samengevat, de Kerk van alle tijden getuigt dat God de dieren niet heeft geschapen om te doden. De dood is een vloek waaraan zowel de mens als de bijbehorende kosmos onderworpen zijn en smachten naar verlossing. Sola Scriptura betekent niet existentiële individuele zingeving, het spiritueel zinvol maken van een religieuze tekst voor een geheel ander wereldbeeld. Eigenlijk moet ik bij dit thema zeggen: levensbeschouwing. Want het gaat over zaken van leven en dood. Wie Sola Scriptura samen met de Kerk van alle tijden leest, wordt gedreven door dat diepste verlangen dat ook de heiligen verhalen inspireerde. Dat God het weer goed zal maken, ook met de schepping. Wanneer dieren een band opbouwen met waarlijk heilige mensen, dan verliezen zij hun carnivore trekken. De leeuw van Hieronymus is daarvan een van de mooiste voorbeelden. Een leeuw die nog spreekt, nadat hij gestorven is.

Dit artikel is een weergave van de lezing die dr. Zuiddam hield op het symposium rondom het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift van prof. dr. Piet Slootweg. Het artikel is met toestemming overgenomen van de auteur. Het origineel is via zijn website te raadplegen.

Voetnoten

Centrum voor Biocomplexiteit en Natuurteleologie opgericht in Oostenrijk

Wie meent of wenst dat de Intelligent Design beweging vrijwel uitgestorven is komt bedrogen uit en koestert valse hoop. De Intelligent Design beweging timmert de laatste jaren internationaal zelfs hard aan de weg. Twee jaar geleden werd er in Brazilië een nieuw centrum voor Intelligent Design opgericht.1 Van 29 mei tot en met 1 juni 2019 was het raak in Oostenrijk. In het Stadthotel Waidhofen an der Thaya werd een oprichtingsbijeenkomst georganiseerd door het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie. Drijvende krachten achter dit centrum zijn de Duitse paleontoloog dr. Günter Bechly en de microbioloog prof. dr. Siegfried Scherer.

De gasten arriveerden op woensdagmiddag en vertrokken op zaterdagmorgen. Donderdag en vrijdag stonden in het teken van presentaties. Zaterdag was er een paneldiscussie over toekomstige plannen van het centrum. Het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie, gesponsord door het Amerikaanse Discovery Institute, had diverse wetenschappers uitgenodigd op haar openingsbijeenkomst. Het was een besloten meeting met 31 deelnemers. Waarom besloten? Vanwege het feit dat Darwinsceptici in Europa veel tegenstand (ja, zelfs onderdrukking) te verduren krijgen. Om de deelnemers geen carrière schade op te laten lopen werden de namen van de deelnemers niet publiek bekendgemaakt.2 Achttien presentaties werden er gegeven. Van sommige deelnemers werd de presentatie opgenomen, anderen hebben aangegeven niet op video te willen worden opgenomen vanwege de bovenstaande voorzichtigheid.3

Het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie is een Europees Centrum, met Europese (vooral Duitstalige) wetenschappers en filosofen. Het centrum concentreert zich bijvoorbeeld op de volgende vragen: Kan het filosofisch naturalisme en materialisme alle natuurverschijnselen overtuigend verklaren? Hoe sterk is de basis van het populaire scientisme natuurwetenschappelijk en filosofisch? Is een teleologische visie op de natuur legitiem en natuurwetenschappelijk te onderbouwen? Ze geven aan geen politieke of religieuze positie in te nemen en werken daarom interkerkelijk en dwars door diverse partijverbanden heen. Het natuurwetenschappelijk onderzoek is open van opzet.

De activiteiten van het centrum zullen zich met name richten op de coördinatie van concrete onderzoeksprojecten, de bevordering van een open en academische discussie over naturalistische en teleologische interpretaties van de natuur en bewustwording van dit thema in Duitstalige landen.

Volgens het centrum zijn veel natuurwetenschappers tegenwoordig van mening dat de natuur alleen en volledig verklaard kan worden door toeval en onvermijdelijkheid. Het universum en de diversiteit van leven op aarde heeft daarom geen doel. “Het universum is uit het niets ontstaan en eindigt onvermijdelijk in een warmtedood. Menselijk bewustzijn en moreel gedrag zijn slechts een bijproduct van een blind evolutionair proces. Deze opvatting wordt vaak filosofisch naturalisme genoemd.” Volgens het centrum zijn er ook andere wetenschappers die deze overtuiging niet delen. Sommige van hen geloven dat wat we in de natuur waarnemen tot stand gekomen is door een Intelligente Oorzaak. Dat strekt zich uit van verschijnselen in het universum tot menselijk bewustzijn en moreel gedrag.4

Het is voor creationisten goed om dit onderzoekscentrum te volgen. Helaas zijn veel ID’ers de mening toegedaan dat deze aarde veel ouder is dan de Bijbel aangeeft en bijvoorbeeld het probleem van het lijden wordt niet altijd met de Bijbel in de hand opgelost. We kunnen tegen deze visie terechte theologische en geologische bezwaren hebben en we moeten die blijvend naar voren brengen als we in gesprek zijn met ID’ers. Gelukkig zijn er ook ID’ers die geloven dat de aarde jong is. De stelling is dat alle creationisten ID’ers zijn, maar niet alle ID’ers creationisten. In dat opzicht is het nuttig om naar de biologische ID-argumenten te kijken. Veel van deze argumenten zijn prima bruikbaar binnen een scheppingsmodel. Daarnaast leveren ID’ers stevige en vaak terechte kritiek op het naturalistische paradigma van universele gemeenschappelijke afstamming. Ook deze argumenten zijn bruikbaar. Ik feliciteer Bechly en Scherer met de oprichting van het Zentrum für BioKomplexität & NaturTeleologie. Ik hoop dat we in de toekomst nog veel van hen zullen horen en dat we het werk van dit centrum kunnen gebruiken om mensen te laten zien dat deze werkelijkheid ontworpen is. Zodat ook in academische kringen God grootgemaakt kan worden om Zijn daden.

Ik schreef dit artikel in 2019.

Voetnoten

Een academisch platform voor Intelligent Design in Brazilië

In 2017 werd in een Braziliaanse universiteit het Academic Center for Intelligent Design opgericht. Er wordt binnen dat centrum samengewerkt met de bekende ID-organisatie Discovery Institute uit Seattle. Dat laat de Mackenzie Presbyterian University in Sao Paulo weten op haar website.1

Vrijdag en zaterdag 5 en 6 mei 2017 werd het beoogde Academic Center. Het nieuwe centrum wil een interdisciplinair onderzoekscentrum zijn. Het doel is meer onderzoek te doen om daarmee meer argumenten te kunnen geven voor Intelligent Design. Een ander doel is om de relatie tussen wetenschap en cultuur (waaronder geloof en wetenschap) te verkennen. De voorzitter van het Discovery Institute, Steve Buri, noemt de oprichting een ‘mijlpaal in het debat over oorspongsvragen’. Vijdag 5 mei 2017 werd de receptie gehouden met de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Dit werd gevolgd door een conferentie, de volgende dag, waarbij dr. Axe, dr. Behe en dr. Miller samen met nog enkele Braziliaanse wetenschappers lezingen gaven rond het thema intelligent ontwerp.

Het academische plaform is een samenwerking tussen de Mackenzie Universiteit en de Brazilian Society of Intelligent Design. Deze laatste groep wordt geleid door dr. Marcos N. Eberlin, een (bio)chemicus. Deze geleerde is lid van de Braziliaanse Nationale Academie van Wetenschappen en heeft een indrukwekkende lijst van meer dan 900 publicaties op zijn naam staan.2 Volgens Eberlin is er in Brazilië een toenemende belangstelling voor Intelligent Design en is Brazilië er klaar voor om internationaal ook een steentje bij te dragen aan het debat over intelligent ontwerp in de natuur. Het Academic Center wil, om de meer dan 200 miljoen Brazilianen te bereiken, wetenschappelijk onderzoek doen, conferenties organiseren, boeken publiceren, programma’s voor de televisie en radio produceren en educatief materiaal maken.3

Volgens sommige sceptici is de ID-beweging ‘zo dood als een pier’. Dat lijkt meer een wens te zijn dan realiteit. Naast de oprichting van dit Academic Center worden er boeken gepubliceerd4, wereldwijd conferenties georganiseerd5 en wetenschappelijke papers geschreven6. Recent kwam een Duitse paleontoloog, dr. Günter Bechly, nog in het nieuws vanwege zijn overstap naar de ID-beweging. Dat kwam omdat hij materiaal van mensen achter de ID-beweging las en vervolgens door Gods Geest overtuigd raakte van het bestaan van God, de Schepper van hemel en aarde.7

Creationisten en ID

Hoe moeten creationisten omgaan met de ID-beweging? Veel ID’ers geloven toch dat de aarde miljarden jaren oud is? Dat klopt, een variatie aan overtuigingen kan zich vinden in de ID-gedachte. Zo zijn er onder hen oude-aarde-creationisten, jonge-aarde-creationisten, progressief-creationisten etc. Allen geloven ze dat er een intelligent ontwerp achter de levende natuur schuilgaat. Creationisten nemen afstand van de hoge ouderdom van de aarde die door veel ID-ers wordt verdedigd. Daarom zal er over de geologie en (sommige delen van) de theologie een verschil van mening bestaan. Deze verschillen moeten we niet wegpoetsen en zien als een luttel verschil van inzicht. Maar we moeten aan de andere kant ook niet het spreekwoordelijke kind met het badwater weggooien. Op het gebied van bijvoorbeeld de wetenschapsfilosofie en biologie zou ik het van harte toejuichen dat creationisten en ID’ers samen zouden werken.8 Want zowel creationisten als ID’ers geloven dat er een intelligent ontwerp ten grondslag ligt aan deze wereld. Creationisten gaan wel een stap verder en geloven dat er een persoonlijke, scheppende en onderhoudende God achter dat intelligent ontwerp zit. Hij heeft de aarde recent geschapen in zes dagen! En wij hebben het voorrecht dat we Zijn schepping kunnen en mogen onderzoeken, ‘overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn, die ons de onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen, namelijk Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid, als de apostel Paulus zegt, Rom. 1:20 (…)’ (NGB artikel 2).9 Soli Deo Gloria!

Dit artikel schreef ik in 2017.

Voetnoten

Statistieken van de website oorsprong.info – mei 2022

De maand mei 2022 is ten einde. Deze maand werd de website weer, vanwege persoonlijke drukte en omstandigheden, iets minder goed bezocht dan de vorige twee maanden. Hieronder vindt u een top-10 van de drukst bezochte dagen (in het aantal weergaven). Daaronder vindt u een top-10 van meest gelezen artikelen in de maand mei 2022. U kunt deze artikelen (nog een keer) lezen of bekijken door op de titel te klikken. De statistieken van de vorige maand zijn hier gepubliceerd.

Top-10 drukste dagen

Hieronder de top-10 van de drukste dagen deze maand voor de website oorsprong.info. We zien dat het bezoek vaak komt door een nieuw gepubliceerd artikel. Of dat een ouder artikel opnieuw in de picture komt doordat een vriend of kennis deze deelt via social media of e-mail.

  1. 13 mei 2022 met 274 weergaven.
  2. 14 mei 2022 met 203 weergaven.
  3. 6 mei 2022 met 166 weergaven.
  4. 29 mei 2022 met 139 weergaven.
  5. 4 mei 2022 met 136 weergaven.
  6. 15 mei 2022 met 130 weergaven.
  7. 9 mei 2022 met 124 weergaven.
  8. 20 mei 2022 met 113 weergaven.
  9. 16 mei 2022 met 106 weergaven.
  10. 8 mei 2022 met 102 weergaven.

Top-10 meest bezochte artikelen

Hieronder de top-10 van de meest bezochte artikelen van de maand mei 2022. Er werden 53 artikelen gepubliceerd waarvan de meesten raakvlakken hadden met het scheppingsparadigma. Het aantal weergaven geldt alleen deze maand en het totaal aantal weergaven ‘aller tijden’ kan per artikel hoger liggen.

  1. Predikant mag blijven preken van College B&W Gorinchem – “We zullen soms meningen moeten verdragen die de onze niet zijn”. Met 308 weergaven.
  2. Middagsymposium over Gods goede schepping en dierlijk lijden – Naar aanleiding van het verschijnen van de handelseditie van het proefschrift van prof. dr. Piet Slootweg. Met 121 weergaven.
  3. Proefschrift over Franciscus Ridderus (1620-1683) en het debat over onze vroegste geschiedenis. Met 58 weergaven.
  4. Kamervragen naar aanleiding van artikel over zoutvloei in het Reformatorisch Dagblad. Met 56 weergaven.
  5. Evolutietheorie en Schriftgezag op de Generale Synode van de CGK – Schriftvisie ‘vrouw in het ambt’ raakt meer thema’s. Met 55 weergaven.
  6. PROJECT: Studiereis ‘Geologie van Hongarije’ – 6-10 juni 2022 D.V. Met 53 weergaven.
  7. Nederlands Debat over het ontstaan van de mensheid: Moeten we een theïstische evolutie accepteren? – Drs. Tom Zoutewelle sprak tien jaar geleden in de VS. Met 47 weergaven.
  8. Snellings zeven sterkste geologische argumenten voor een wereldwijde zondvloed. Met 45 weergaven.
  9. Wim de Jong en Gea Mulder publiceren opnieuw over steenzout en diapirisme – Kritiek van Willem Jan Blom op het wetenschappelijk gehalte van eerdere publicaties. Met 40 weergaven.
  10. Vervolgmail op de uitnodiging van de besloten geologiebijeenkomst op 19 november 2022 D.V. Met 38 weergaven.