Home » Scheppingsparadigma

Categoriearchief: Scheppingsparadigma

Over breinen en botten: konden oermensen praten? – Klaas Roos (MA) sprak op Nederlands congres d.d. 26 februari 2021

Op 26 februari 2021 organiseerde ik, Jan van Meerten, namens Logos Instituut, een congres over ‘Geloof en Wetenschap’. Taalkundige Klaas Roos (MA) sprak over taalwetenschap en paleoantropologie in een lezing met als titel ‘Over breinen en botten: konden oermensen praten?’ Deze video is, met dank aan Geloofstoerusting, opgenomen en hieronder te bekijken.

Feedback & Vragen 2022: Commentaar op de presentatie van dr. Peter Borger – Wel of geen ‘big surprise’?

Vorige maand werd het congres ‘Bijbel & Wetenschap’ georganiseerd. Op dit congres sprak moleculair bioloog dr. Peter Borger. Zijn lezing had als titel: ‘Terug naar de oorsprong: over baranomen en soortvorming’. In deze lezing haalde Borger onderzoek naar de zandraket (A. thaliana) aan en het citaat ‘a big surprise’. Op de manier van aanhalen kwam via Twitter kritiek. Hieronder een reactie op de kritiek.1

Onderzoek naar het genoom van de zandraket (Arabidopsis thaliana) zorgt voor verrassende resultaten én een discussie via Twitter. Bron: Wikipedia.

De kritiek van drs. Bart Klink2 :

“Peter Borger heeft het vanaf ca. 25 minuten over onderzoek naar de zandraket en claimt de auteurs te citeren dat hun bevindingen ‘a big surprise!’ waren. Ik kan dat citaat alleen niet vinden in het artikel (…). Hoe zit dat Peter?”

Peter Borger gaf aan dat je dergelijke uitspraken nooit kunt vinden in het wetenschappelijk artikel. Hij gaf de referentie van het citaat echter niet, maar maande Bart Klink om verder te zoeken.

Drs. Bart Klink3:

“Een citaat is een letterlijke tekst uit je bron. Waarom staat die er niet in, zoals je claimt op je slide?”

En verder4:

“Ik wil erop kunnen vertrouwen dat als jij een onderzoek aanhaalt, dat daarin ook daadwerkelijk staat wat jij claimt dat erin staat. Dat is hier dus niet het geval. Wat vind jij van deze omgang met literatuur Jan van Meerten?”

In reactie hierop gaf ik aan dat ik niet bekend ben met het onderzoek naar de zandraket noch met alle interviews die de auteurs gedaan hebben naar aanleiding van dat onderzoek. Daarom kan ik er dus niets zinnigs over zeggen. Maar ik gaf aan de auteurs wel te kunnen mailen of het inderdaad ‘a big surprise’ was. Maar dat ik niet bij voorbaat in het beklaagdenbankje wil gaan zitten. Heb de auteurs uiteindelijk niet gemaild want, zo gaf ik aan, vind ik de vraag of de auteurs dit ‘a big surprise’ vinden niet zo spannend.

Repliek

De vraag bleef mij echter bezighouden en daarom heb ik kort verdiept in de herkomst van het citaat. Hieronder mijn reactie op de reactie van drs. Bart Klink. Op het congres gaf dr. Peter Borger twee voorbeelden van polyvalentie, namelijk verlies of verdubbeling van DNA. Het eerste voorbeeld was die van de zandraket (Arabidopsis thaliana). Borger gaf in de dia aan dat genetische analyse aantoonde dat elk tiende gen redundant is en verloren mag gaan. Daarmee was de voorouder van deze soorten genetisch veel rijker en complexer, niet eenvoudiger! Borger geeft op de dia in citaatvorm ‘A big surprise!’ weer. Bron voor de dia is een paper van Clark et al. in Science.5 Bart Klink doet voorkomen alsof de referentie naar de wetenschappelijke paper óók de bron is voor ‘a big surprise’. Hij is gaan zoeken op het citaat in de originele paper en vond dat niet. Dat klopt, het citaat staat ook niet in het Science-paper. Dit is conform wat Peter Borger via Twitter liet weten. Ik zie de referentie overigens ook meer als bron van de dia dan als bron van het citaat.

Dezelfde tekst kwam ik elders via Twitter op een andere dia van Borger tegen over deze zandraket.6 Hier stond nog een extra bron toegevoegd. Het is een link naar Phys.org. Het artikel draagt de titel ‘One species, many genomes’. In dit artikel vinden we de strekking van het citaat terug. Medeonderzoeker dr. Detlef Weigler geeft in het artikel het volgende aan: “That even in a minimal genome every tenth gene is dispensable, has been a great surprise.” Het artikel meldt daarnaast dat het ‘is surprising that Arabidopsis has such a plastic genome’ en ‘the results were surprising’.7 Een ander artikel op Phys.org met als titel ‘Charting ever-changing genomes’. We vinden daar wel het woord ‘surprising’ terug. Het is opnieuw dr. Weigel die via dit artikel het volgende aangeeft: “We found that one out of 10 genes is very different. This plasticity is truly surprising for a genome that’s very streamlined and unlike bigger genomes doesn’t contain a lot of junk DNA.”8 Via Google zocht ik verder naar het originele citaat. Ik kwam erachter dat Arabidopsis zelfs een eigen website heeft (TAIR). TAIR staat voor The Arabidopsis Information Resource. Onder het artikel ‘Policy Statement on Arabidopsis thaliana Reference Sequence’ is een reactie van dezelfde dr. Weigel te vinden. Op 25 november 2008 schrijft dr. Weigel: “While whole-genome sequencing of EMS mutants to identify causal mutations does work (we are three for three so far), a big surprise has been the number of mutations, either spontaneous or left over from previous rounds of mutagenesis. Starting with a single individual of CS70000 would be a good strategy for any mutant screen, but even then, be aware that individual, not mutagenized lines will undoubtedly have mutations that distinguish them from the canonical CS70000 sequence, which will be the average from many individuals.9

A great surprise’, ‘a big surprise’ en ‘surprising’ geeft de strekking van het citaat en het letterlijke citaat. De uitkomsten bleken voor de onderzoekers verrassend. Interessant? Nee, eigenlijk niet. Relevant? Nee, eigenlijk ook niet. In spreekwoordenland zou ik dit ‘spijkers op laag water zoeken’ noemen. Allereerst geeft dr. Borger in zijn dia niet aan dat het citaat ook uit het originele paper komt. Ten tweede komt het citaat of de strekking van het citaat verschillende malen voor in de populair-wetenschappelijke artikelen over het onderzoek. Ten derde is het voor mij niet zo interessant of een auteur de uitkomst wel of geen ‘big surprise’ vindt. Het onderzoek naar de zandraket (Arabidopsis thaliana) is daarentegen wel interessant en met dank aan dr. Borger weet ik er weer wat meer van.

Voetnoten

Global Flood and Flood Geology – Dr. Leonard Brand sprak op het congres ‘Geloof jij het?’ (2013)

Op 5 september 2013 sprak dr. Leonard Brand in Assen voor de congressenserie ‘Geloof jij het?‘ (2013). De titel van zijn eerste lezing was ‘Global Flood and Flood Geology‘. De eerste lezing van dr. Leonard Brand is hier te bekijken. Met dank aan Geloofstoerusting is deze video opgenomen en kunnen wij die hieronder delen.

Paleontology from a Biblical Worldview – Dr. Leonard Brand sprak op het congres ‘Geloof jij het?’ (2013)

Op 5 september 2013 sprak dr. Leonard Brand in Assen voor de congressenserie ‘Geloof jij het?‘ (2013). De titel van zijn eerste lezing was ‘Paleontology from a Biblical Worldview‘. De tweede lezing van dr. Leonard Brand is hier te bekijken. Met dank aan Geloofstoerusting is deze video opgenomen en kunnen wij die hieronder delen.

De zes scheppingsdagen waren dagen

De zes scheppingsdagen waren dagen. Of die dagen langer geduurd hebben dan nu, dat weten wij niet, maar het waren dagen.

Jaren geleden zei mijn hoogleraar Hebreeuws, bij wie ik toen studeerde, eens tegen mij dat het bijbelse scheppingsverhaal op geen enkele wijze te verenigen valt met evolutie. Nu rekende hij zichzelf zeker niet tot de orthodoxe christenen en geloofde hij zelf in de evolutietheorie. Maar hij was van mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is deze evolutietheorie af te wijzen. Daaraan moest ik denken toen ik de discussie in het Reformatorisch Dagblad rond Intelligent Design volgde. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk. Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

Aaneensluiten

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen. Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze “dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap, aldus Nico ter Linden in zijn “Het verhaal gaat”.

Draaiing

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen. Er wordt gesproken over dag en nacht en over “en het was avond, en het was morgen…” Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen “dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot “nacht”).

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het Nederlandse volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen). Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Siebesma, P.A., 2005, De zes scheppingsdagen waren dagen, Reformatorisch Dagblad 35 (164): 18 (artikel).

Bij de schepping waren geen wetenschappers – Voorzichtig zijn om het gelijk van de Bijbel aan te tonen met theorie

Kan een christen in onze tijd nog geloven in het scheppingsverhaal, in engelen, in wonderen, in een levende God? Of heeft de moderne wetenschap zulke naïeve gedachten weerlegd? Het debat over het ontstaan van de werkelijkheid is vaak afgeschilderd als een debat tussen de wetenschap en de religie, waar de wetenschap feitelijk, redelijk en objectief is, terwijl religie fantastisch, onredelijk en subjectief is. Het is dan niet verrassend dat de religie meestal toegeeft aan de wetenschap.

Maar is alle wetenschap feitelijk, redelijk en objectief? Kan het bewezen worden dat alle wetenschappelijke beweringen waar zijn? Het antwoord is: Nee. In de wetenschap moeten we onderscheid maken tussen de wetenschappelijke gegevens zoals die in een laboratorium waargenomen worden en theorieën die de gegevens proberen te verklaren en door te trekken naar het verleden of de toekomst.

De waarnemingen zelf kunnen we min of meer als feitelijk beschouwen. Maar dat gaat niet op voor theorieën. Veel verschillende theorieën kunnen dezelfde waarneming verklaren. We zitten dus met de vraag: Hoe kunnen we, gezien de grote keuze aan theorieën, de juiste theorie vinden?

Naturalisme

Het is onmogelijk om een theorie beslissend te bewijzen. Vandaag kan een theorie kloppen, maar er kan morgen altijd iets gebeuren dat de theorie tegenspreekt. Denk aan de mechanica van Newton, die door Einsteins relativiteitstheorie is onttroond. Maar het is aan de andere kant ook heel moeilijk om een theorie beslissend te weerleggen.

De wetenschap heeft geen objectieve middelen waarbij we de ware theorieën van de onware kunnen onderscheiden. Hier moeten we terugvallen op buitenwetenschappelijke overwegingen. Tenslotte maken en kiezen wetenschappers theorieën die het best passen bij hun wereldbeschouwing.

De veronderstellingen van onze wereldbeschouwing wijzen op ons fundamentele denken over God, mens en wereld. Die veronderstellingen kleuren alles wat we denken en doen en hoe we alles verklaren. Tegenwoordig is het naturalisme de heersende wereldbeschouwing onder wetenschappers. Het naturalisme veronderstelt dat alles in de wereld verklaart kan worden zonder verwijzing naar een bovennatuurlijke God.

De meeste naturalisten zijn materialisten. Het materialisme is de opvatting dat alles -zelfs bewustzijn en geest- een vorm van materie is. De mens is slechts een toevallig geëvolueerde, ingewikkelde machine, zonder ziel. Als hij sterft gaat hij dood en dan is het met hem gedaan. Er zijn alleen maar fysieke oorzaken; er is geen plaats voor goddelijke openbaring. Geloof is slechts een illusie die door zenuwcellen wordt veroorzaakt.

Toch is ook het naturalisme gebaseerd op een geloof. Zelfs de materialistische bioloog aan de Harvard Universiteit Richard Lewontin geeft dat toe. Hij schrijft: “We kiezen de zijde van (materialistische) wetenschap -ondanks de overduidelijke absurditeit van sommige van haar denbeelden, ondanks de vele onbewezen, keurige verhalen- omdat we ons a priori aan materiële oorzaken vasthouden. (…) Het materialisme is onbetwistbaar, want we kunnen geen goddelijke voet tussen de deur hebben.”

Christelijke visie

De kern van een christelijke wereldbeschouwing daarentegen is het geloof in een soevereine, alwetende, persoonlijke God. De ultieme waarheid is niet materie, maar geest. De Bijbel als het onfeilbare en gezaghebbende woord van God is de basis voor onze kennis en wijsheid.

Om de Bijbel eerlijk te lezen moeten we correcte exegetische principes toepassen. We moeten, waar mogelijk, de Schrift laten verklaren door de Schrift. Als we dit toepassen, zien we dat Genesis door de hele Bijbel als een historisch betrouwbaar verslag van het ontstaan van de werkelijkheid wordt gezien. Paulus schrijft bijvoorbeeld aan Timótheüs: “Want eerst is Adam geformeerd, daarna Eva.”

Dit is ook de meest directe uitleg van Genesis. Tot voor kort had de overgrote meerderheid van de christenen daarom de traditionele, historische interpretatie van Genesis aanvaard. Degenen die deze verwerpen, zijn meestal daartoe gebracht op grond van natuurwetenschappelijke overwegingen.

Maar bij het ontstaan van de wereld waren er geen wetenschappers aanwezig. Al onze wetenschappelijke feiten zijn kortgeleden waargenomen. Alle wetenschappelijke uitspraken over het verre verleden zijn dus gebaseerd op theorieën. God was echter wel aanwezig en wat Hij zegt, heeft minstens dezelfde waarde als onze waarnemingen. Wetenschappelijke conclusies moeten daarom in overeenstemming zijn met de Bijbel, evenals wetenschappelijke theorieën moeten stroken met onze waarnemingen.

Beperkt

Wat voor wetenschappelijke theorieën geldt, gaat ook op voor bijbelgetrouwe theorieën: Er zijn veel mogelijkheden. Welke theorie is de juiste? Dat weet God alleen. De Bijbel legt de nadruk op de beperkingen van menselijke kennis, vooral met betrekking tot het ontstaan der dingen. Buiten wat God heeft geopenbaard -door rechtstreekse waarneming en door Zijn woord- kunnen we alleen maar gissen.

Daarom moeten we voorzichtig zijn om een bepaalde theorie te handhaven en deze te gebruiken om het gelijk van de Bijbel aan te tonen. De betrouwbaarheid van de Bijbel moeten we niet laten afhangen van ons vermogen om de Bijbel op wetenschappelijk manier uit te leggen. Dan zouden we Gods Woord laten beoordelen door menselijke wetenschap.

De betrouwbaarheid van de Bijbel is echter niet onze conclusie door wetenschappelijk studie, maar ons uitgangspunt dat wetenschappelijk werk beoordeelt. Het hoofddoel is te bewijzen dat de wetenschappelijke gegevens de Bijbel niet tegenspreken. En daarvoor is het genoeg om te laten zien dat het mogelijk is om bijbelgetrouwe theorieën te ontwikkelen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Byl, J., 2005, Bij de schepping waren geen wetenschappers. Voorzichtig zijn om het gelijk van de Bijbel aan te tonen met theorie, Reformatorisch Dagblad 35 (164): 18 (artikel).

Rondom het congres 2022 (7): Alle lezingen nu ook als afzonderlijke video online

Sinds vrijdag zijn ook alle lezingen van het congres van 22 oktober 2022 afzonderlijk verschenen op ons YouTubekanaal en op deze website. Hieronder staan de lezingen in chronologische volgorde. Op het YouTube-kanaal vormen deze lezingen één playlist en iedere lezing bevat onder de video ook een kader met een ‘playlist’. Eveneens zijn de afzonderlijke lezingen ook als hyperlink toegevoegd in het programma op de pagina van de livestream. Veel zegen bij het kijken en luisteren! Feedback kan gegeven worden via ons contactformulier.

Lezingen

1. Kees van HeldenOpening congres ‘Bijbel & Wetenschap’.
2. Dr. Benno ZuiddamDe rol van Schriftgezag in de Vroege Kerk.
3. Dr. Peter KorevaarOnze aarde – een speciale planeet voor leven en onderzoek.
4. Drs. Hans HoogerduijnRekolonisatie en de aardgeschiedenis: hoe de zondvloed en de roerige periode erna geschiedenis schrijven.
5. Dr. ir. Gert KemaDe rol van schimmels in Gods schepping.
6. Dr. Peter BorgerTerug naar de oorsprong: over baranomen en soortvorming.
7. Dr. ir. Gijsbert KorevaarScheppingsgeloof en rentmeesterschap: bijbelse waarden en zorg voor de schepping.
8. Kees van HeldenAfsluiting congres ‘Bijbel & Wetenschap’.
9. Dr. Todd WoodA creationist biosystematic method: The current status of baraminology.
10. Dr. Matthew McLainMammal-like reptiles: Synapsids and the evolution of mammals, a different view.

RUBRIEK 'RONDOM HET CONGRES 2022'
In de rubriek ‘Rondom het congres 2022‘ bespreken we feedback, vragen en gebeurtenissen rond het congres ‘Bijbel & Wetenschap‘ georganiseerd door Fundamentum, Geloofstoerusting en Logos Instituut en gehouden op 22 oktober 2022.

‘Eva viel als eerste, daarna at ook Adam van de verboden vrucht’ – Hugo Bouter over de zondeval

Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen tot zondaars zijn gesteld, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene de velen tot rechtvaardigen gesteld worden’ (Rom. 5:19).

De realiteit van de val

Het Nieuwe Testament laat zien dat zowel de Heere Jezus als de apostel Paulus het scheppingsverhaal van Genesis 1 en 2 tot uitgangspunt nemen voor hun onderwijs ten aanzien van de plaats van man en vrouw. Daarnaast maken zowel de Heere Jezus als Paulus gebruik van het bericht over de val van de mens, zoals die in Genesis 3 wordt beschreven.

Verder is het van belang om te zien hoe Paulus in 1 Timotheüs 2 de berichten van de schepping en de val met elkaar verbindt en belangrijke conclusies hieruit trekt voor het gedragspatroon van man en vrouw. Hij noemt twee argumenten voor het voorschrift dat een vrouw zich in alle onderdanigheid moet laten leren en niet over een man moet heersen. Het eerste is de rangorde in de schepping: ‘Adam is eerst geformeerd, daarna Eva’. Het tweede is de rangorde in de zondeval: ‘Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding’ (1 Tim. 2:13-14).

Hiermee is echter niet alles gezegd, want de apostel besluit met de troost van Gods genadige belofte: ‘Maar zij zal bewaard blijven (of: behouden worden) tijdens het ter wereld brengen van kinderen’ (1 Tim. 2:15). De val en de vloek hebben dus niet het laatste woord, er daagt ook redding en verlossing. Dat zien wij in feite reeds in Genesis 3, waar God de gevallen mens in genade tegemoet treedt en hem het vooruitzicht geeft van de overwinning over de macht van de vijand, de verlossing die door het vrouwenzaad zou worden bewerkt.

Genesis 3 verklaart ook hoe door de intrede van de zonde de oorspronkelijk goede verhoudingen grondig zijn verstoord, zodat de dingen vaak heel anders zijn dan dat God ze heeft bedoeld. De zonde werkt door (a) in de verhouding tussen
God en mens, (b) in de relaties tussen de mensen onderling en (c) ook in de betrekkingen tussen de mens en de geschapen werkelijkheid die aan zijn zorg is toevertrouwd.

Satan en de slang

De val van de mens uit de staat van onschuld waarin hij door God in de hof van Eden was geplaatst, was het gevolg van de verleiding van de slang, ‘de listigste onder alle dieren van het veld’ (Gen. 3:1). De slang diende als spreekbuis van Satan, die daarom zelf ‘de oude slang’ wordt genoemd (Openb. 12:9). Als de duivel en de satan treedt de boze op als de lasteraar en de tegenstander van God. Hij is de aanklager van de broeders (Openb. 12:10). Paulus noemt hem ook nog e verzoeker (1 Thess. 3:5). Johannes betitelt hem als de boze (1 Joh. 5:18).

Soms gaat hij rond als een brullende leeuw, maar andere keren verschijnt hij als een engel van het licht (2 Kor. 11:14; 1 Petr. 5:8). Verder wordt hij door Christus Zelf betiteld als ‘een mensenmoordenaar van het begin af’ en ‘een leugenaar en de vader ervan’ (Joh. 8:44). Als de vader van de leugen trok de satan tegenover Eva zowel Gods waarachtigheid als Gods liefde in twijfel. Hij deed het voorkomen alsof God de mens iets wilde onthouden en alsof Gods woord niet betrouwbaar zou zijn. Hierdoor werd God voor het oog van Zijn schepselen beroofd van Zijn eer – een kwestie die eigenlijk pas is rechtgezet toen Christus als de gehoorzame Mens Gods wil volbracht en Hem verheerlijkte voor het oog van de hele schepping (Joh. 13:31; 17:4).

Eva viel als eerste, daarna at ook Adam van de verboden vrucht. Paulus verwijst hiernaar niet alleen in 1 Timotheüs 2, maar ook in 2 Korinthiërs 11. Zoals de slang Eva verleidde door haar sluwheid, zodat zij kennelijk naliet eerst naar Adams mening te vragen en zich niet loyaal jegens hem toonde, zo waren de gelovigen te Korinthe afgeweken van hun trouw en toewijding jegens Christus (2 Kor. 11:3). Hier wordt de verhouding tussen de mens en zijn vrouw weer toegepast op de relatie tussen Christus en de Gemeente. Een soortgelijke zinspeling vinden we in het boek Openbaring, waar de ontrouwe kerk ervan wordt beschuldigd dat ze haar eerste liefde had verlaten en dat ze was afgevallen (!) van haar hoge positie (Openb. 2:4-5).

De kracht van de zonde

De verzoeking appelleerde aan de héle mens en bood hem in elk opzicht levensvervulling:

  1. in stoffelijke zin – de boom was goed om van te eten;
  2. in esthetisch opzicht – hij was een lust voor de ogen; en
  3. in geestelijk opzicht – hij was begeerlijk om verstandig
    te worden.

Helaas luisterde de mens naar de listen van de satan, die zelf van God was afgevallen door zijn hoogmoed en de begeerte aan God gelijk te worden (Jes. 14:13-14; Ezech. 28:17a; 1 Tim. 3:6). De verleidende woorden die Satan had gesproken, waren echter slechts halve waarheden. Inderdaad werden de ogen van de mens geopend nadat hij had gegeten van de vrucht, maar het was slechts om te ontdekken dat hij een schuldige zondaar was die voor God niet kon bestaan. Inderdaad verwierf de mens de kennis van goed en kwaad, maar niet zoals God die bezit. Integendeel, terwijl God te rein van ogen is om het kwaad te zien en volkomen ervan gescheiden is, was de mens voortaan niet meer dan een ‘slaaf van de zonde’. De kennis van goed en kwaad leverde hem alleen een beschuldigend geweten op.

Zo is het Satan gelukt het zaad van de begeerte en de hoogmoed in het menselijk hart te planten. Deze slechte beginselen kenmerken sindsdien ook het wereldsysteem dat zich in de macht van de boze bevindt, en waarvan hij de overste is (Dan. 10; Joh. 14:30; Ef. 6:12; 1 Joh. 5:19). Want alles wat in de wereld is, kan onder de volgende noemer worden gebracht: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven (1 Joh. 2:16). De (zondige) begeerte is de wortel van het kwaad, zoals het laatste gebod van de wet duidelijk aantoont: ‘U zult niet begeren’ (Ex. 20:17; Rom. 7:7). De begeerte brengt slechts zonde voort, en de zonde brengt de dood met zich mee (Jak. 1:15).

Verlossing van de zonde

En zo is de gevallen mens onderworpen aan de macht van de zonde en de dood. De zonde is zo diep geworteld in de menselijke natuur, dat er alleen redding mogelijk is wanneer de mens van zijn oude wortels wordt afgesneden en op een nieuwe stam wordt geënt. De Romeinenbrief leert dát dit inderdaad mogelijk is – en wel doordat wij één plant geworden zijn met Christus in Zijn dood, maar ook in Zijn opstanding (Rom. 6:2vv.). Onze positie is diepgaand veranderd. God ziet ons niet meer in Adam, maar in Christus.

De Zoon van God is gekomen om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8). De satan vond geen aanknopingspunt in Hem, toen hij Hem tot zonde wilde verleiden (Matt. 4:1-11; Mark. 1:12-13; Luk. 4:1-13). De Heere Jezus klemde Zich vast aan het Woord van God en zó weerde Hij alle aanvallen van de boze af, zodat deze van Hem moest wijken. Zo moeten ook wij ons steeds beroepen op het geschreven Woord van God. Dat geeft kracht om te overwinnen en is het kenmerk van een leven door de Geest.

De eerste mens viel in het paradijs, hoewel hij leefde in de allergunstigste omstandigheden. Maar Christus, de tweede Mens, hield stand in de woestijn, hoewel Hij Zich daar in de meest óngunstige omstandigheden bevond. Ten slotte heeft Hij de duivel, die de macht had over de dood, tenietgedaan door Zelf in de dood te gaan en daar de tegenstander te verslaan in diens laatste bolwerk (Hebr. 2:14-15). De Zoon van God maakt werkelijk vrij van de macht van zonde, dood en Satan (Joh. 8:36). Bij Zijn wederkomst zal Christus de vijand onttronen en ook de schepping verlossen van het juk van de vergankelijkheid, waaraan zij door de val van de eerste mens onvrijwillig was onderworpen (Rom. 8:19-22; Openb. 20:1-3).

FRAGMENTEN


Over de zonde en haar oorsprong

  • Wie de zonde doet (= praktiseert), is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af (1 Joh. 3:8).
  • Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, omdat Diens zaad in hem blijft; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is (1 Joh. 3:9).

Over het wezen van de zonde

  1. Zonde = het doel missen, tekortkomen aan de eer en de heerlijkheid van God (Rom. 3:23).
  2. Zonde = de wetteloosheid, d.i. geen enkel gezag van boven erkennen (1 Joh. 3:4).

Dit zal in de eindtijd zijn hoogtepunt bereiken in ‘de mens van de zonde’, die eveneens ‘de wetteloze’ wordt genoemd (2 Thess. 2:3, 8).

Over het schuldig zijn volgens de Romeinenbrief

  1. Schuldig om het evangelie te prediken aan allen, aan wijzen en onwetenden (Rom. 1:14).
  2. Niet schuldig meer om naar het vlees te leven, maar naar de Geest (Rom. 8:12).
  3. Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld (Rom. 13:8).
  4. Zij zijn hun schuldenaars (nl. van de armen onder de heiligen in Jeruzalem), want als de volken aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen, zijn zij ook schuldig hen met de stoffelijke te dienen (Rom. 15:27).

Hugo Bouter beantwoordde eerder een vraag over de slang in Genesis 3. Dit artikel is ook op deze website geplaatst.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Rechtstreeks. De volledige bronvermelding luidt: Bouter, H., 2022, De zondeval, Rechtstreeks 19 (11): 7-8.

“Het leven is niet zonder strijd” – Bespreking ‘Strijd!’

“’Het is een wolf! Hij vreet ons op!’ roept Dave benauwd. De wolf komt langzaam dichterbij. Zijn tong hangt uit zijn kwijlende bek. Dave en Willem fietsen voor hun leven. ‘Help!’ roept Willem gesmoord. Hij kijkt om zich heen of hij iemand ziet, maar er is niemand in de buurt, lijkt het.”

C. van der End schreef het mooie kinderboek Strijd voor kinderen vanaf 8 jaar. Het boek is uitgegeven bij Om Sions Wil. En gaat over twee jongens die in groep 8 zitten en op kamp gaan. Ze beleven van allerlei grappige en spannende avonduren. Het boek is geschreven vanuit reformatorisch perspectief. Het is ook een ernstig boek omdat Dave worstelt met een oma die ziek is.

Schepping

In het boek wordt twee keer positief verwezen naar de schepping. De eerste keer op bladzijde 97. Als Dave met zijn familie oma wil bezoeken dan reizen ze over de dammen naar het Zeeuwse Walcheren. Bij de stormvloedkering in de Oosterschelde1 kijkt Dave naar buiten: “Dave heeft dit al vaker gezien, maar blijft toch geboeid naar buiten staren. Zoveel ruimte, zoveel water! Dave bedenkt hoe klein hij is. Wat is God toch groot dat Hij dat alles gemaakt heeft.” Wanneer het gezin weer terugrijdt dan zingt Dave in gedachte psalm 121 in de berijming van 1773: “Mijn hulp is van de Heere alleen, Die hemel zee en aarde, eerst schiep en sinds bewaarde”.2

Heel goed dat de schrijver aandacht heeft voor God de Schepper en dit alledaags in het boek laat voorkomen. Water kent inderdaad wonderlijke eigenschappen. De chemicus dr. Jonathan Sarfati schreef daar ooit voor Weet Magazine een mooi artikel over. Het boekje wordt aanbevolen voor kinderen vanaf 8 jaar.

Dit artikel werd geschreven in 2020.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Vergelding en het paradijs – Bespreking ‘Vergelding’

“Als de drie wagons helemaal tot stilstand zijn gekomen, klimmen Ivar en Zoro ervanaf. Plotseling klinkt in de verte weer het aanzwellend gebrom van een helikopter. Ivar kijkt naar de lucht, maar in het duister zijn geen boordlichten te ontdekken. Hij heeft de boordlichten uit, denkt Ivar. Het geluid komt snel dichterbij en Ivar herkent de Hind. In de directe omgeving is geen schuilplaats te ontdekken. ‘Snel onder een wagon!’ roept hij.”

Jeugdboekenschrijver Adri Burghout heeft al verschillende boeken op zijn naam staan. Hij kan mooi schrijven (en ook mooi tekenen). Dat geldt ook voor het boek ‘Vergelding’. Dit boek is geschreven naar aanleiding van de nasleep van de ramp met het passagiersvliegtuig MH-17, de Syrische burgeroorlog en het zogenoemde IS-kalifaat. Ivar, de hoofdpersoon, krijgt van de legerleiding de opdracht om de verantwoordelijke van het neerschieten van de vlucht MH-17 op te sporen. De legerleiding weet niet dat Ivar ook met wraakgevoelens loopt en vergelding wenst. Een goede vriendin was namelijk aan boord van het vliegtuig. Na een spannend avontuur door Irak, Turkije en Syrië komt hij de dader op het spoor. Ondertussen spreekt het geweten en komt hij de dochter van de dader tegen (die precies op de omgekomen vriendin lijkt) en die vertelt Ivar dat haar vader nog maar twee tot drie weken te leven heeft. Ivar vindt vrede in zijn hart en voert zijn wraakplannen niet uit. Het boek is uitgegeven door uitgeverij Den Hertog en is geschikt voor tieners vanaf 12 jaar.

Paradijs

Burghout heeft in zijn boek ook aandacht voor het paradijs en de verschrikkelijke geschiedenis van de zondeval. Hij vermoedt dat Syrië en Irak eens het land van het paradijs is geweest en schrijft dat de eens zo vredige paradijswereld radicaal veranderde na de zondeval. Of het paradijs ook werkelijk gelegen heeft op de plaats tussen de huidige Tigris en de Eufraat valt te bediscussiëren. Creationisten denken dat de zondvloed alle geografische aanwijzingen van de wereld voor de zondvloed heeft uitgewist en dat het slechts de namen zijn die ons herinneren aan de wereld voor de zondvloed. Hoe het ook zij, het is goed dat Burghout in zijn boek de paradijsgeschiedenis en de gevolgen van de zondeval verwerkt.

Dit artikel werd geschreven in 2021.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.