
Er zijn vogels die in het Rivierengebied wel voorkomen maar waarover ik waarschijnlijk nooit zal kunnen schrijven. Hoe dat komt? Ze zijn me bijvoorbeeld gewoon te snel af!
Neem nu de Gierzwaluw. Ze brengen hun leven grotendeels in de lucht door, of het nu het paren betreft, het slapen of het verzamelen van insectenvoedsel. En Gierzwaluwen kunnen op eigen kracht ruim 100 km per uur vliegen. Maak daar maar eens een foto van!
De soort is een lange-afstandstrekker. Vanaf eind april-begin mei is hun gierend geluid bij ons te horen. Eind juli-begin augustus zijn de meesten alweer op weg naar Afrika. Nestelen – vanouds rotsvogels? – in gebouwen met geschikte holtes, graag onder dakpannen.
Maar dat gaat niet altijd goed. Kestenaar Ad vertelde me hoe in Amersfoort begin augustus een jonge gierzwaluw tijdens de hittegolf op de grond terecht was gekomen. Maar door de vogelopvang Soest was opgevangen. Ze kregen toen zelfs vele tientallen jongen te verzorgen!
U begrijpt dat ik u daar graag over wilde informeren. Nadere gegevens opgevraagd en fotomateriaal gekregen. Fred: ‘Die jonge Gierzwaluwen hebben door hittestress hun broedplek verlaten en zijn toen op de grond terecht gekomen. Zij hadden geluk, want ze zijn tot ze konden vliegen heel goed verzorgd.’ Op zijn filmmateriaal is te zien hoe de bek van een jong geopend wordt om dan met een pipet speciaal voedsel toe te dienen. Geweldig! Veel jongen zijn uitgevlogen. Proficiat vogelopvang! Ook bijzonder: een Gierzwaluw kan met zijn korte poten niet zelf opvliegen, moet opgegooid worden.
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2025, Gierende zwaluwen, Het GemeenteNieuws 24 (38): 5.