Home » Ecologie

Categorie archieven: Ecologie

Een echte zomer-eend

Het waterrijke Rivierengebied kent veel soorten eenden. Wilde Eend, Krakeend en Kuifeend zijn jaarrond waar te nemen. Smienten zijn talrijk in het winterhalfjaar. Recent nam ik enkele Slobeenden waar in het Eldikse Veld. Broeden hier.

Er zijn nog andere soorten. Ik vraag nu uw aandacht voor een bijzondere soort: de Zomertaling. Talingen zijn relatief kleine eenden Of de Zomertaling in onze omgeving broedt, betwijfel ik. Ik zie deze soort heel weinig, zo nu en dan in het voorjaar, in klein aantal op doortrek. Elke waarneming is daarom steeds een vreugdevolle verrassing. De zomertaling is een echte zomergast: is hier voornamelijk in de periode maart-september aanwezig. De soort broedt in open moerassen en agrarisch gebied met voedselrijke sloten en ondiepe plassen. Het zijn langeafstandstrekkers die ten zuiden van de Sahara overwinteren, onder meer in de Sahel.

Zomertalingen zijn prachtige eenden. Op 8 mei zag ik in de Gouverneurspolder vanaf het westelijk begin van het klompenpad in het ondiepe water een foeragerend paar. Ze zeefden het wateroppervlak of hielden de kop onder water. De rechtervogel is een mannetje: paarsbruine kop met een fraaie oogboog als een witte halve maan! Verder bruine borst bruin en een lichtgrijze flank. Het vrouwtje heeft een gestreept koppatroon, is zoals bij de meeste eenden, duidelijk minder opvallend.

Zomertalingen zijn schaars. Zo’n vijf jaar geleden herbergde Nederland 1000-1500 broedparen. Vandaar dat de Zomertaling op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels staat als ‘bedreigd’. Ten opzichte van 1950 is de soort met 90% afgenomen (Sovon).

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Een echte zomer-eend, Het GemeenteNieuws 23 (23): 7.

Weidevogelgebied Eldikse Veld: Grutto’s en Tureluurs!

Een weidevogelvrijwilligster had me aangeraden dieper het Eldikse Veld in te gaan. Op 18 mei 2024 was het zover. In het beginstuk van het 200 ha grote weidevogelgebied lieten zich vijf Grutto’s horen en zien: zeker drie paar met jongen. Ook Tureluurs! Echter het hoge gras bemoeilijkte het tellen.

Oostelijker in het gebied werd ik opnieuw hartelijk begroet: een Grutto vloog me tegemoet en liet even later bovenin een knotwilg (!) de altijd sfeervolle grutto-roep horen: ook jongen. Toen was daar een brede wetering met … veel weidevogels! Op de foto een stukje van de brede sloot. De A15 vormt de noordgrens van het Eldikse Veld vandaar de auto’s. Op de paaltjes staan 7 Grutto’s en 4 (vaag) Tureluurs!! Hun geluiden buitelden over en door elkaar.

Wat opviel was dat op het graslandperceel rijk aan weidevogels een andere grassoort groeide. De lichtere grasvegetatie was minder dicht, ijler. Ideaal voor weidevogels om voedsel te vinden? In totaal nam ik hier minimaal 23 Grutto’s en 7 Tureluurs waar.

Het rapport Natuuronderzoek Eldikse Veld van drs. Felix (2004) vermeldt voor 1996 t/m 2004 gemiddeld 38 paar Grutto’s en 10 paar Tureluurs. Het aantal Tureluurs is zeker niet achteruitgegaan.

Aan een totaalschatting van de Grutto waag ik me niet. In april is het Weidevogelbord Eldikse Veld onthuld. Het bord vermeldt: ‘De bescherming van de vogels wordt ingevuld door een samenwerking tussen de boeren en weidevogelvrijwilligers.’ Fijn! Het is onze blijvende taak de natuur te beheren en te behouden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Weidevogelgebied Eldikse Veld: Grutto’s en Tureluurs!, Het GemeenteNieuws 23 (22): 7.

Opzienbarend: Afonso Tringa Tol!

Vogels spotten blijft een verrassende en daardoor steeds weer boeiende bezigheid. In diverse uiterwaarden , maar bijvoorbeeld ook in het Eldikse Veld, komt de Tureluur voor. Deze vogel krijgt er geen genoeg van om in broedseizoen regelmatig zijn naam uit te zingen: ‘tjululuu’. Afgelopen weken hoorde ik in de Tollewaard bij Lienden, lopend en fietsend over het klompenpad, ook de felle alarmroep ‘tuuk’: jongen aanwezig!

De Tureluur is een van de kleinere Nederlandse weidevogels: lengte 24-27 cm, iets kleiner dan de Kievit. De Tureluur kan in ons land overwinteren, maar de vogel op de foto is een trekvogel. De vogel is namelijk op 28 oktober 2020 door Pedro Henriques met een mistnet (een zeer dun fijnmazig net) gevangen in het natuurreservaat EVOA-Taag Estuarium bij Lissabon – het belangrijkste moerasgebied van Portugal. De fototureluur Tringa (geslachtsnaam Tureluur) Tol (uiterwaard Tollewaard) is door mij voor het eerst gespot op 19 mei 2022 (Nooit tureluurs, Hét Gemeente Nieuws 6 juli 2022). De vogel had toen jongen.

Tringa Tol kreeg ik in de Tollewaard weer te zien op 4 en 7 april 2023 én recent op 6, 7 en 13 mei 2024!! Mijn waarnemingen verstuur ik naar Afonso Rocha, vandaar nu de naam Afonso Tringa Tol. De vogel is op volwassen leeftijd geringd in 2020. Dus al gauw minimaal 5 jaar oud. Wat een plaats-trouw en wat bezit de vogel een uitstekende tomtom en een nauwkeurig geheugen!

Jongen zijn na 23-25 dagen vliegvlug. Dus door mij nog hooguit enkele weken te zien?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Opzienbarend: Afonso Tringa Tol!, Het GemeenteNieuws 23 (21): 5.

Vogelwereld en mensenwereld

Op 29 april was ik in de Gouverneurspolder en zag zeven paar Kluten, 3 nesten met eieren en enkele lege nesten. Hoopvol keerde ik huiswaarts. Van 3 op 4 mei regende het langdurig. Zouden er nesten verloren zijn gegaan? Op 4 mei even wezen kijken. De op de grond broedende vogels bleken niet door water maar door een natuurlijke vijand te zijn verstoord! Zes Kluten werden gezien, 1 nest met 4 eieren en een doodgebeten (gepredeerde) oudervogel. De aanblik van de dode vogel raakte me: de broedzorg kostte de oudervogel het leven.

Begin mei las ik dat Nederlandse vrouwen in 2023 gemiddeld 1,43 kinderen hadden (de Neder-Betuwe kent een relatief hoog gemiddeld kindertal: 2,30). Mij raakte dat vooral bij jonge vrouwen zonder startkwalificatie (= het minimale onderwijsniveau dat nodig is om serieus kans te maken op duurzaam geschoold werk) de kinderloosheid het hoogst is! Hoe triest dat deze groep vrouwen het krijgen van een kind moet uitstellen om praktische redenen en levensomstandigheden.

Op 4 mei hoorde ik een gesprek op de radio. Een Joodse man vertelde dat hij als kind van 1 jaar in de oorlog door zijn moeder was afgestaan aan pleegouders om hem te redden. Hij was dankbaar, en dat raakte mij, dat hij een gezin had mogen stichten en kinderen had gekregen.

In de vogelwereld draait nu veel om eieren leggen en jongen grootbrengen. Sinds de Tweede Wereldoorlog kreeg de Nederlandse vrouw gemiddeld niet zo weinig kinderen. Wat is er mis in onze mensenwereld?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Vogelwereld en mensenwereld, Het GemeenteNieuws 23 (20): 3.

Watervogel zit er warmpjes bij

Onze rivierdijken bieden een fraai uitzicht over riviernatuur en uiterwaarden. Zo ligt er tussen de dijk en de Maneswaard bij Opheusden een stroompje, hier en daar omzoomd met riet. Hét Gemeente Nieuws van 10 april toonde een foto van een hier broedende Meerkoet.1 Op 16 april nam ik op en bij het nest zes kleine jongen met eitand waar en niet ver er vandaan een Futennest. Daarom nu aandacht voor deze soort.

De Fuut is de grootste en de meest algemeen voorkomende fuut in ons land. Futen in broedkleed vallen op door de roodachtig-bruine en zwarte bakkebaarden en de donkere kuif die fel contrasteren met het witte gezicht. De dolkachtige snavel maakt duidelijk dat de soort vooral een viseter is. Opmerkelijk is dat Futen (eigen) veren eten! Het kan zijn dat veren het uitbraken van onverteerbaar voedsel bevorderen. De vogel op de foto is in april begonnen met broeden. Broedduur 25-29 dagen. Nest op platform in water, verankerd aan rietstengels. Het nest bestaat uit doorweekte en rottende plantendelen. U ziet ook vers plantenmateriaal.

Het grootste deel van het drijvende nest ligt onder water. Het drijven komt zowel door lucht in de rietstengels als door rottingsgassen. Het nestmateriaal is zo dicht op elkaar gedrukt dat deze gassen niet kunnen ontsnappen. Bij het rotten komt warmte vrij. Deze warmte speelt veelal geen rol bij het broeden maar maakt dat de vogel er vermoedelijk toch wat warmpjes bij zit en bij verlaten nest de eieren niet gelijk afkoelen!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Watervogel zit er warmpjes bij, Het GemeenteNieuws 23 (19): 7.

Voetnoten

COLUMN: De getijgerde lijmspuiter

Voor veel mensen zijn spinnen ongewenste huisdieren. Veel huisvrouwen, maar ook mannen, houden niet van deze achtpotige kruipers. Sommige mensen hebben zelfs spinnenangst, officieel arachnofobie genoemd. Deze spinnenangst is volgend de bekende internetencyclopedie Wikipedia een van de meest voorkomende vormen van dierenfobie. Het lijkt vooral een westerse angst te zijn, maar gelukkig is er psychologische hulp beschikbaar.

Hoe kun je deze mensen van hun angst afhelpen? Waarschijnlijk door begeleide (maar directe) confrontatie met deze prachtige dieren. Immers, ook spinnen zijn door God geschapen. Ná de zondeval hebben deze kruipende dieren een nuttige rol gekregen. Dit zorgt terzijde voor de ingewikkelde vraag wat spinnen in het paradijs gegeten hebben.

Zelf heb ik (gelukkig) deze angst nooit gekend, maar kijk ik vol verwondering naar deze beesten. Onlangs ging ik met de traplift naar beneden. In het halletje aangekomen, zag ik zo’n achtpotige kruiper tegen de muur. Ik maakte snel wat foto’s en voegde deze toe aan de waarnemingenapp ObsIdentify. De app gaf aan dat het op de foto’s 100 procent zeker om een getijgerde lijmspuiter (Scytodes thoracica) ging. Ik bekeek de foto’s nog eens goed en zag inderdaad een prachtig patroon op het spinnenlijfje, wat deed denken aan de vlekken van een tijger.

Als het aan mij ligt blijft de getijgerde lijmspuiter in huis en wordt het beest niet opgezogen of naar buiten gejaagd. Waarom? Als boekenliefhebber zijn papiervisjes mij een gruwel. Ja, ik weet het wel, deze dieren zijn óók geschapen. Maar toch… ze moeten van de boeken afblijven. Helaas luisteren ze daar niet naar en tasten het papier (soms) flink aan. Overigens: een goede leerschool om niet te verkleefd te raken aan het aardse. De getijgerde lijmspuiter is daarom mijn favoriet geworden: het blijkt de enige spinachtige die zo’n papiervisje aan kan en ongemerkt kan besluipen.

Een artikel op de website Nature Today, met de veelzeggende titel ‘Wie wil er nou geen getijgerde lijmspuiter in huis?‘ laat weten hoe dat verorberen gaat. Deze spinachtige maakt geen web om het papiervisje in de val te lokken. Dit gaat anders: ‘Is er eenmaal een prooi in zicht, dan besluipt de lijmspuiter deze en spuugt er in een zigzag een kleverige en giftige spinselsubstantie overheen. Dit komt uit de opening bij het uiteinde van de gifklauw. Hierdoor kunnen prooien op een afstand van wel twee centimeter uitgeschakeld worden. De jager kan het diertje nu openbijten en leegzuigen.‘ Arm papiervisje! In het artikel lees ik dat de getijgerde lijmspuiter vooral ‘s nachts en alleen binnen actief is. Buiten is het te koud voor deze oorspronkelijk zuidelijke soort. Geen last van papiervisjes? De getijgerde lijmspuiter eet ook muggen, tapijtkevers, bromvliegen, motten en fruitvliegjes. Wie wil er nou geen getijgerde lijmspuiter in huis?

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2024, De getijgerde lijmspuiter, Om Sions Wil 2024 (10): 25. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2024
COLUMN 1: Het hart.
COLUMN 2: De getijgerde lijmspuiter.

Zeldzame Binnenveldse waarneming

Een vriend en oud-collega stelde voor om vogels te gaan spotten in het Binnenveld bij Bennekom. We hadden dan gelijk gelegenheid om bij te praten. Zo gedaan. Op 17 april ontmoetten we elkaar rond 19.00u bij het uitkijktorentje langs de Werftweg. We stonden midden in de Binnenveldse vlakte met erboven een prachtige wolkenlucht. Wat is ons land toch rijk aan verschillende landschappen!

We liepen door een afgegraven graslandgebied rijk aan drassig of ondiep water. Mijn vriend is een uitstekend vogelaar: heeft oog en oor voor vogels. Zo zag hij een vliegende uil in de verte! Uilen zijn fascinerend. We probeerden via een pad dichterbij de vogel te komen. Maar de vogel bleef afstandelijk. Wel zo’n drie kwartier van de immer jagende vogel genoten en vele tientallen foto’s van de niet snel vliegende vogel ‘geschoten’.

Het was een Velduil! In de jaren 1950 broedden er in ons land nog honderden paren. Is nu een zeldzame broedvogel. In 2020-2022 slechts 5-20 broedparen (Sovon). De velduil is een vogel van open terrein, overdag actief en een echte muizenjager. Bij muizenplagen kunnen ineens veel Velduilen tot broeden komen. Eén keer vloog de vogel in een rechte lijn op ons af. Dat moment leverde mij de voltreffer op. Uilen hebben een cirkel van veren rond de ogen voor een uitstekende verwerking van geluiden: een sluier. Deze typische gezichtopbouw is op de foto goed te zien. Een Velduil lijkt wat op een Ransuil, maar heeft veel kortere oorpluimen en een zwavelgele iris. Zwartgeel kijkt ons aan.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Zeldzame Binnenveldse waarneming, Het GemeenteNieuws 23 (18): 10.

Wie maakt er zo’n lawaai in de Bush? – De Schreeuwpiha (Lipaugus vociferans), een van de meest luidruchtige vogels van het dierenrijk

De Bush is een indrukwekkend aangelegd ecosysteem van Burgers’ Zoo. Vanmiddag was ik er, samen met mijn vrouw, opnieuw (kort). In de Bush is iedere keer een karakteristiek vogelgeroep te horen: ‘Fhieeet-Fhieuuu‘. Welke vogel maakt dit harde geluid (van 116 decibel)? Het is de Schreeuwpiha (Lipaugus Vociferans) die daarmee een vrouwtje probeert te lokken en rivalen op een afstand probeert te houden. De Arnhemse dierentuin is de enige Europese dierentuin waar deze vogel te horen is. De rijk gevarieerde schepping van God wekt iedere keer weer verwondering.

De dierentuin legt het uit op hun website1:

“Alleen de mannetjes laten hun kenmerkende schreeuw horen. Dat doen ze in groepen geclusterd, dus vele mannetjes op enkele meters afstand bij elkaar. Achter elkaar laten ze hun tot 116 decibel harde roep horen, en de vrouwtjes kiezen aan de hand van hun roep-kwaliteit een paringspartner. Deze manier van baltsen wordt een ‘lek’ genoemd. Zo’n ‘lek-vorming’ is van slechts weinig soorten bekend, zoals ook van rotshaantjes, auerhoenders en kemphanen.”

Hieronder met dank aan Burgers’ Zoo een korte uitleg en daaronder met dank aan ‘lukiejan‘ een video van deze bijzondere vogel in de Bush. Tenslotte met dank aan ‘Fauna en Flora‘ hoe dit geluid in het regenwoud klinkt.

Voetnoten

Kluwen donsballetjes met ogen

Ik neem aan dat iedereen weet dat de eend op de foto een vrouwtje Wilde Eend is. Ze draagt een onopvallend bruin verenkleed – ideaal bij het broeden – en heeft evenals het mannetje een donkerblauwe spiegel met witte rand op de vleugel.

De Wilde Eend komt overal in het Rivierengebied voor. Maar hoewel de soort algemeen is, gaat het wat aantallen betreft niet goed. In de laatste 20 jaar is landelijk het aantal broedparen met ongeveer een kwart afgenomen tot naar schatting 180.00-280.00 paar in de jaren 2018-20 (SOVON). Om zicht te krijgen op de oorzaak van de afname is 2020 uitgeroepen tot het jaar van de Wilde Eend. Veel gegevens zijn toen verzameld, onder andere over de kuikenoverleving.

De foto toont een grote toom jongen: een verterend gezicht al die donsballetjes. Op de computerfoto’s telde ik 13 jongen! Allemaal van één vrouwtje? Is niet met zekerheid te zeggen.

Stel dat de tomen van twee vrouwtjes met elk zes kleine jongen elkaar kruisen. Het kan dan gebeuren dat het ene vrouwtje na de ontmoeting met negen en het andere vrouwtje met drie jongen verder gaat! Kleine jongen hebben een inprentingstijd nodig om ma eend goed te herkennen. In 2020 bleek (SOVON) dat maar de helft van de kuikens de eerste week overleeft en dat uiteindelijk slechts 23% van de kuikens vliegvlug werd.

Nader onderzoek is nodig om exact te bepalen waarom de kuikenoverleving in Nederland zo laag is. Mogelijk spelen voedselbeschikbaarheid en predatiedruk hierbij een rol.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Kluwen donsballetjes met ogen, Het GemeenteNieuws 23 (17): 15.

Tortelende communicatie

Tortelen betekent verliefd communiceren. Op de foto ziet u een paar Houtduiven, mij in de gaten houdend vanaf een bemoste tak. De Houtduif is de grootste duif van ons land. De adulte vogels hebben een opvallend witte plek in de nek. Ze doen wat lompig aan daar ze bij het opvliegen kabaal maken. Dit komt doordat de vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar klappen.

De houtduif kan vrijwel het hele jaar tot broeden komen. Maar samen optrekken, eieren uitbroeden en jongen grootbrengen gaat niet vanzelf. Onderlinge afstemming is heel belangrijk. Geldt ook voor ons mensen. Lichaamstaal (of non-verbale communicatie) is de taal die we spreken met ons lichaam. Wij communiceren onbewust en bewust via dat wat we zonder woorden met ons lichaam – ik spreek niet van wijf, dus ook niet van lijf – doen. Het effect van communicatie wordt voor 55% bepaald door lichaamstaal en 38% door de stemintonatie. Slechts 7% door onze woorden.

Ik vind het sneu als ik een stel zie waarvan de een gebiologeerd achter een mobiel loopt en de ander niet. Wie staat er dan nummer één?! Of je ziet iemand mobielerend achter een kinderwagen stappen. Vergeet toch niet regelmatig te tortelen met je kleine. Is zo goed voor de hersenontwikkeling! Mensen die goed communiceren hebben geen oog voor hun mobiel maar voor elkaar. Laat mobieltjes toch geen bron van miscommunicatie zijn. Helaas verstoorde ik de tortelende communicatie van het fotopaar: al vrij snel vlogen ze vleugel klappend weg. Maar wel samen!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Tortelende communicatie, Het GemeenteNieuws 23 (16): 7.