Home » Artikelen geplaatst door Henk van der Kooij

Auteursarchief: Henk van der Kooij

Wonderlijk dat samen (op)trekken

Mijn indruk is dat er de laatste jaren minder halsgeringde Kolganzen zijn te spotten dan daarvoor. Gelukkig zijn ze er nog wel. Een bijzonder tweetal wil ik aan u voorstellen.

Op de foto ziet u twee Kolganzen met allebei een zwarte halsring. links S1Z, rechts S1L. Beide vogels zijn geringd op 5 mei 2022 in de Kologriv floodplain , een overstromingsvlakte ten noordoosten van Moskou, ongeveer 2600 km van ons vandaan! S1Z is een mannetje (M) en S1L is een vrouwtje (F). De twee vogels zijn na het ringen allebei twaalf keer genoteerd (www.geese.org). Heel bijzonder: van de twaalf keer tien keer samen!! Op de datum met alleen S1Z of alleen S1L onttrok zich de partner blijkbaar aan het oog. Eerder berichtte ik al over zo’n hecht paar (Hét Gemeente Nieuws 23 nov. 2022). Kenmerkend voor ganzen deze bijzondere trouw?!

Na geringd te zijn op 5 mei is het paar in 2022 4 keer gespot in oktober en 1 keer in november in Duitsland. Op 29 januari 2023 gezien bij Waverveen (provincie Utrecht). In maart 2023 duidelijk op de terugweg naar het broedgebied: 2 keer gespot in Duitsland. Op 4 november 2023 weer in Duitsland en op 15 december ook. En dan op 29 januari heerlijk samen grazend in de Tollewaard bij Lienden! Nadien niet meer gezien. Al weer samen trekkend? Hoe houden ze elkaar toch bij dag en nacht in de gaten? Ze moeten sowieso goed zijn in het communiceren naar elkaar. Wonderlijk.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Wonderlijk dat samen (op)trekken, Het GemeenteNieuws 23 (8): 3.

Blote-Billen-Lepelaar

Op 16 januari 2024 keek ik vanaf de Tollewaardbrug over de Tollewaard. De waard was grotendeels drooggevallen. Alleen het iets lager gelegen onverharde klompenpad (Batouwepad) stond nog onder water. Tot mijn grote verbazing zag ik naast de vele Meerkoeten op het pad een heen en weer lepelende grote witte vogel. Niet te geloven: een Lepelaar en dat in januari.

Jaarlijks arriveren de eerste Lepelaars eind februari in de Blauwe Kamer. Natuurlijk vanaf de brug foto’s genomen. Het betrof geen volwassen vogel maar een juveniel gezien de kleur van de snavel en het verdere uiterlijk. Het is heel wel mogelijk dat het een laat jong betrof van de kolonie in de Blauwe Kamer bij Rhenen. Op 7 september 2023 zag ik daar vanuit de vogelkijkhut nog vier jonge vogels op of bij de nesten! De leeftijd van één jong schatte ik op ongeveer drie weken: dit jong was pas vliegvlug in oktober!

Ik kan me voorstellen dat er dan van wegtrekken naar Afrika niet veel komt. De Nederlandse Lepelaars trekken normaliter via Franse en Spaanse moerassen naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin) (Vogelbescherming).

Lepelaars zoeken voedsel in ondiep water. Dat moet voor deze jonge vogel toch niet makkelijk zijn geweest in de koude weken voor 16 januari. Trouwens best verbazend dat dit broekie (hoewel zonder broek) op het klompenpad liep te lepelen naar vissen en dergelijke. Zou die gemerkt hebben dat bij het droogvallen van de Tollewaard de aanwezige vissen geconcentreerd werden in het resterende water?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Blote-Billen-Lepelaar, Het GemeenteNieuws 23 (5): 7.

Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe

Op 2 februari 2024 reed ik over de Rijndijk bij Randwijk. Vanaf de dijk zag ik twee Ooievaars staan op het dak van de Hervormde kerk. Eén van de twee vogels bleek geringd. Dichterbij foto’s genomen. De linkervogel heeft een pootring. Het bleek thuis Ooievaar 2 E 320 te zijn, door mij op 18 oktober 2023 bij de Steenkuil tussen Randwijk en Heteren waargenomen. De vogel is geringd op 25 juni 2013 (nestplaats IJzendoorn/Ommeren ), nog geen 15 kilometer vliegen. Grappig deze Ooievaar uit de gemeente Neder-Betuwe als broedvogel in de gemeente Overbetuwe (wel apart dat verschil in schrijfwijze)!

De vogels broeden niet op de schoorsteen van het kerkdak. Iemand van de Hervormde gemeente vertelde me dat de vogels afkomstig waren van een paalnest aan de oostkant van Randwijk. De foto toont takken op de schoorsteen. Met nestelen zou de uitlaat van de CV ketel verstopt raken, daarom moeten de takken verwijderd worden.

Zouden deze Ooievaars sympathiseren met Extinction Rebellion, die activistische beweging die zich verzet tegen klimaatsverandering en het verlies van biodiversiteit? Want zo’n CV-ketel verbruikt fossiele brandstof. Ik maak me ook zorgen over klimaat en verlies aan biodiversiteit. Maar nog meer over de waarde van menselijk leven. Er zijn mensen die niet mogen waken bij abortusklinieken, want dat zou te intimiderend zijn. Er zijn echter wel rebellerende mensen die intimiderend snelwegen mogen blokkeren. We zijn allemaal gelijk, maar de een is meer gelijk dan de ander. Een verschil dat de menselijke biodiversiteit aantast.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe, Het GemeenteNieuws 23 (7): 7.

De Kluuh-Kluuh-Kluu specht

Op 23 januari een tijd stilgestaan op de Rijnbandijk, niet ver van de kruising met de provinciale weg. De autoloze dijk is daar omzoomd met hoge bomen, stukjes bos en overjarig riet. Verder van de dijk af overheersen de vlakke velden. Waarom ik daar stil stond? Om het mooie weer te beleven. Het was ca. 7 graden, bij een matige zuidwestenwind en veel zon! Ik ademde als het ware de eerste lentelucht in, met mijn oren wijd open. Ik noteerde Koolmees, Vink, Grote Bonte Specht, Merel, Ekster, Kramsvogels, Houtduif én een Groene Specht. Hoog op een smal dood stuk tak. In de volle zon. Wel behoorlijk ver weg. U ziet op de foto een volwassen vrouwtje. De vogel heeft een groene rug, rode kruin, en een zwarte vlek rondom het oog. Het mannetje heeft ook nog rood onder het oog. Op de foto – alleen op de digitale versie? – is een teen voorwaarts, en een teen achterwaarts gericht te zien.

De Groene Specht is na de Grote Bonte Specht de meest voorkomende specht van Nederland. De soort is een uitgesproken standvogel: verblijft het hele jaar hier. De winter is tot op heden niet streng geweest. Want – zeker met sneeuw – is het vinden van dierlijk voedsel op de grond niet eenvoudig en dan kan de soort een flinke klap krijgen. Nu is de lange, lachende, en hinnikende roep in de boomrijke streken van het Rivierengebied regelmatig te horen. Het gaat de soort goed.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, De Kluuh-Kluuh-Kluu specht, Het GemeenteNieuws 23 (6): 15.

Einde droogte!

Begin September 2022 stond het water in de Waal erg laag. Ook langs de Nederrijn was de droogte merkbaar. Vanaf de Tollewaardbrug waren grote plekken wad te zien: het wateroppervlak was met een derde gekrompen en er waren hele stukken bodem ‘droog’ gevallen. Op deze wadvlakte zag ik op 6 september 2022 een aantal Witte Kwikstaarten. De Witte Kwikstaart is een algemene broedvogel in ons land. Ze zoeken hun voedsel bij voorkeur op de grond en rennen daarbij voortdurend achter insecten aan. Maken daarbij ook korte vluchtjes. Dus een heel actieve vogel. Vanaf juli verzamelen Kwikstaarten zich in groepjes, meestal op plekken met veel voedsel. Zo ook in de Tollewaard: heerlijk rennen over het nieuwe wad op insectenjacht. Eén solitaire Gele Kwikstaart liet zich ook zien. Op de foto ziet u een volwassen vrouwtje Witte Kwikstaart. De vogel kijkt uit over het water: ‘waar is toch die wadvlakte gebleven’? Ja wat weet een vogel van droogte en neerslag? In de week van 6 september 2022 heeft het elke dag (vooral ’s nachts) geregend. Zeker 50 mm is er gevallen. Wat een zegen die regen na de maandenlange droogte! Op de foto staat het water tot aan de stenen. Normaal staan ze ook onder water. De vogel staat erbij en kijkt ernaar … Gelukkig leven vogels bij de dag. Zij hoeven niet te zaaien en te maaien. De Schepper aller dingen voedt ze. En wij mensen? Wees niet bezorgd. Gaan wij de vogels in de lucht niet ver te boven?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Betuwse Eiber, Het GemeenteNieuws 22 (41): 23.

Bruiloftskleed en Kerst

In Hét Gemeente Nieuws van 2 oktober 2023 schreef ik dat mannetjessmienten na de broedtijd ruien. Dat dan het versleten zomerse prachtkleed met opvallende kleuren vervangen wordt door een onopvallend verenkleed waardoor ze sterk op vrouwtjessmienten lijken.1

Nu is het half december. De mannetjes hebben allemaal hun fel gekleurde veren weer terug. De woerd op de foto heeft een prachtige kleurendiversiteit: kastanjebruine hals en ronde, relatief grote kop; voorhoofd en kruin goudgeel gekroond; borst grijsachtig roze, rest van lichaam grijs met wit en zwart op ‘achtersteven’. Opmerkelijk dat ze voor de winter er al zo bij vliegen! Dat ze nu al hun baltskleed, hun bruiloftskleed dragen!

Doet me denken aan de naderende Kerstdagen. Kerst staat voor de geboorte van Jezus Christus, Die naar de aarde is gekomen om mensen te verlossen van hun zonden. Wie in Hem als Redder gelooft, wacht de hemelse bruiloft van deze Koningszoon!

De predikant Pérégrin de la Grange werd met Guido de Brès, de opsteller van de Nederlandse geloofsbelijdenis, vanwege deze leer, op 31 mei 1567 opgehangen. Pérégrin de la Grange vroeg bij de galg om een borstel en toen men hem verbaasd vroeg waarvoor hij die gebruiken wilde, antwoordde hij op waardige wijze: “Dat is omdat ik ga naar de bruiloft van het Lam”, waarna hij zijn kleren afborstelde en zijn schoenen poetste. Hoe rijk om voordat de strenge winter van moeiten en koude komt, bekleed te zijn met het bruiloftskleed passend bij de hemelse bruiloft. Een heerlijker perspectief is er niet.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Bruiloftskleed en Kerst, Het GemeenteNieuws 22 (51): 9.

Voetnoten

Niet gevlogen!

Vlak voor de pont naar Amerongen is vanaf de Rijndijk in de Ecksche waarden bij Eck en Wiel een langgerekt waterstroompje te zien. Een fraai landschapselement, rijk aan moerasvogels. Op 16 november was het zonnig weer: op naar deze plek. Want bij zon in het zuiden, kun je vogels aan de noordkant van de dijk goed bekijken. Het watertje bleek rijk te zijn aan velden van losgewoelde wortelstokken van waarschijnlijk Gele Plomp, én rijk aan watervogels. Ik de dijk af, sluipend het weiland in. Het had pas flink geregend, want het grasland was sompig en drassig. Droogvoets, ik had natuurlijk wel oude schoenen aan, kon ik niet naderen. Gebruikmakend van enkele Meidoorns wist ik Smienten en Wintertalingen te fotograferen. Maar ook Watersnippen, snippen met zeer lange snavels! Bij mijn komst hielden veel vogels het voor gezien. Wegvliegende Watersnippen trokken hun kenmerkende, zigzaggende vlucht. Een collega sprak daarom ooit van een militaristische vogelsoort. Niet alle vogels gingen er vandoor. Zelfs toen ik zonder dekking aan de rand van het water stond, bleef de Watersnip van de foto gedrukt staan. Vertrouwend op zijn schutskleur! Hoe weet die vogel dat hij die heeft? Door zo nu en dan in een waterspiegel te kijken? Ook bij wat lopen aan de rand van het water, op nog geen tien meter, is de vogel niet gevlogen. U ziet nu zijn opvallende strepen op kop en rug, én zijn snavel die hij bij het zoeken naar voedsel graag ergens insteekt. Een immer boeiend schepsel.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2022, Niet gevlogen!, Het GemeenteNieuws 21 (48): 7.

Spees-refugium

Er zijn momenteel erg weinig dagvlinders! Ik kijk regelmatig naar bloeiende Buddleja’s en zie naast Witjes zelden andere dagvlinders. Op 17 juli zag ik vanaf de weg op Buddleja’s van huize Refugium vier Atalanta’s en één Bont Zandoogje. In eigen tuin één keer een Atalanta. Op 18 augustus één Kleine Vos in de bloemrijke tuin naast eethuisje De Veerstoep Ochten. Een trieste oogst. Refugium zo heet het huis grenzend aan de Romeinse wachtpost bij de Spees. Een refugium is een plaats waar een dier- of plantensoort nog overlevingskansen heeft als andere gebieden onleefbaar zijn geworden. Als u het erf van huize Refugium bekijkt, begrijpt u de naam. De tuin is rijk aan plantensoorten en het geheel vormt een weelderige begroeiing. Wat een verschil met die tuinen van huizen waarvan de bewoners kiezen voor een grote kale, insecten- en vogelarme grasmat. En worden er in onze regio niet steeds meer, dankzij ronkende apparaten, hoekjes natuur plat gemaaid? Zelfs kruiden van slootkanten worden waar mogelijk als onkruid bejegend. I had a dream. Alle wegbermen en slootkanten milieuvriendelijk beheren. Alleen maaien in het groeiseizoen waar nodig, anders in het najaar. Dat we toch streven naar vergroting van de diversiteit aan wilde planten en de daarmee samenhangende fauna. Zeker, het slechte vlinderjaar zal met name (?) veroorzaakt zijn door het weer van dit jaar: eerst een droge, warme en daarna een extreem natte periode. Maar laten wij er dan toch alles aan doen om met wat van ons is een refugium te zijn!

Zie ook dit artikel van ir. Henk van der Kooij over de diversiteit van de dagvlinders.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Spees-refugium, Het GemeenteNieuws 22 (35): 7.

Zwart-wit sociaal

Het laatste stukje ging over een Zwarte Zee-eend in de Ambtse uiterwaarden.1 De vogel, voor het laatst gezien op 1 december, is inmiddels gevlogen. Stukken grasland stonden toen en staan nog onder water. Op een drassig stuk hadden Kokmeeuwen en Kieviten zich verzameld.

Kieviten komen buiten de broedtijd vaak voor in grote groepen. Ze trekken weg bij vorst. Ik telde er zo’n 80. Zo staan ze op de grond, zo zie je een groep in de lucht. De foto toont er twaalf van. U ziet vogels met witte onderzijde en vogels met zwarte bovenzijde. ANWB Vogelgids: ‘Dichte groepen tonen daardoor karakteristiek, zelfs op grote afstand zichtbaar “flikkerend” effect.’

Dat regelmatig kantelend zwart-wit in de lucht is prachtig om te zien. Wat bezielt die vogels toch? Weten ze dat van een zwenkende dichte groep vogels in de vlucht het voor een roofvogel moeilijker is om er één te pakken? Of zijn ze gewoon in een jolige bui en doen ze samen vluchtig sociaal? Een ding is zeker: individuen van grote groepen snel vliegende vogels botsen nooit op elkaar! Er vindt blijkbaar steeds een fine-tuning (precieze afstemming) plaats. Wonderlijk.

Elke vogel is al een wonder. En dan nog zo gezamenlijk vliegend en zwenkend door de lucht zwermen en dat zonder ongelukken: bijzonder. Als u iets moois gemaakt hebt dan vind u het fijn om een compliment te krijgen. Vogels maken zo functionerend dé Architect groot. En wij? Vogels zijn door toeval geëvolueerd? Hoe kleindenkend zijn wij. Hoe groot is Hij!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Zeldzwame zee-eend omgeving Greb!, Het GemeenteNieuws 22 (50): 9.

Voetnoten

Zwartkijkers

De Rijnbandijk tussen Kesteren en Lienden is een geliefd loop-en fietspad. Het landschap is schoon en de natuur langs de oude dijk gevarieerd. Op 7 april nam ik vanaf de dijk een broedende Zwarte Kraai waar. Het nest lag in een hoge Zwarte Els, maar door de hoge dijk kon ik met de kijker toch een blik op het nest werpen. Daarna zo nu en dan hier stilgestaan om te koekeloeren. Voor vogels gelden geen privacyregels, hoewel, je moet ze natuurlijk niet verstoren. De Zwarte Kraai is wel onze algemeenste kraaiensoort, maar ik zie in onze regio meer Eksters dan kraaien. Kraaien zijns helemaal zwart, van het verenkleed tot zijn krachtige snavel en poten. De soort produceert één legsel en broedt globaal 3 weken. De jongen zitten ruim 30 dagen op het nest. Op de foto ziet u 3 grote jongen met een oudervogel: een volle nestbak! De jongen verdrongen zich, en dan ook nog vleugels uitslaan om de spieren te oefenen, of wat heen en weer hippen. Al kijkend naar het tafereel verbaasde ik me over de dynamiek op het kleine nestoppervlak. Zo’n nest is misschien 40 bij 40 cm. Dat zal bij het opgroeien niet meevallen zo dicht als jongen op elkaar. Maar .. je krijgt zo wel bepaalde vaardigheden mee. Opvallend op de foto vind ik de ogen van de twee jongen. Wat een donkere ogen. Echte zwartkijkers! Of ben ik nu aan het antropomorfiseren (= het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens)?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Zwartkijkers, Het GemeenteNieuws 22 (22): 11.