
Op 25 februari kreeg ik een appje: ‘Weet u dat er een bruine uil zit in de Bussenbongerd (Kesteren)? Ik hoorde hem vanavond weer toen ik daar liep.’
Bruin: geen Steenuil. Gevraagd of het geluid ver te horen of een zacht zuchten was. Een ‘zacht zuchten’. Een Ransuil! Een soort waar ik niet gauw genoeg van krijg. De volgende avond wezen luisteren: niets gehoord. Omwonenden zouden mij informeren, maar helaas kreeg ik de dagen erna geen appje.
Op 2 maart fietste ik tegen 21.30 uur naar huis. Het was vrijwel windstil, helder en volle maan. Even naar de Bussenbongerd. Hoorde al gauw vanuit een hoge Els een zacht zuchten. Oei, tientallen jaren geleden dat ik dit sfeerrijke geluid in een moerasgebied regelmatig te horen kreeg!
Het aantal zuchtroepen geteld: 45 in twee minuten. Treffend is de omschrijving van Vogelskijken.nl: ‘Het mannetje van de Ransuil laat elke twee á drie seconden een dof, eenlettergrepig, licht dalend OEw horen dat ongeveer een halve seconde duurt.’
Het baltsgeluid doet me steeds denken – excuses voor deze biologische gedachte – aan een man die met een moeilijke ontlasting zuchtend op de wc zit.
Een bewoner vertelde me dat er best veel muizen zijn. Ransuilen leven vooral van muizen. Nu hopen dat we in de zomer jongen te horen krijgen!
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2026, Zacht zuchtende uil, Het GemeenteNieuws 25 (11): 3.