
Oktober was een regenrijke maand. Maar er waren ook droge dagen en wat is het dan heerlijk om, mits mogelijk, erop uit te gaan. Op 9 oktober fietste ik door een bijzonder stukje Rivierengebied: over de Betuwse Marsdijk, langs de Nederrijn. Is Rhenen aan de overkant niet fraai gelegen? Wijst de Cuneratoren, ver uitstijgend boven het aardse gebeuren, niet stijlvol hemelwaarts?
Al vogelend zag ik op de Nederrijn mijn eerste Grote Zaagbekken van dit najaar. U kent ze wel, die visetende eenden uit noordelijker streken. Verder wat Smienten, meer dan 30 Nijlganzen, enkele Canadese Ganzen, tientallen Grauwe Ganzen en ook mijn eerste Kolganzen, ruim 30, uit waarschijnlijk Siberië! Een Buizerd streek neer op een paaltje, liet zich even fotograferen. Deze grote roofvogel met zijn scherpe blik ziet meer dan een menselijk oog. Onze broedvogels overwinteren grotendeels in eigen land, de populatie wordt nu aangevuld met Scandinavische vogels (Vogelbescherming).
Ineens begon het Cuneracarillon muzikale klanken uit te strooien over de omgeving. Ik herkende een wijs: ‘dat dan, dat dan, dat dan, hij (de vijand) zelfs komt tot den val’. Een Valeriuslied van rond 1600! Veelzeggend actueel: ‘Gelukkig is het land, dat God den Heer beschermt’.
Het is vandaag 30 oktober (toen dit stukje geschreven werd). De uitslag van de verkiezing (Tweede Kamer) is daar. Na de Tweede Wereldoorlog dankten we als volk massaal God voor de bevrijding. We leven nu 80 jaar later. Beseffen we nog de onmisbaarheid van de allerhoogste. alziende Beschermer? Alleen dan zal het zijn: ‘Gelukkig is het land’!
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2025, Waar vindt men zo’n land?!, Het GemeenteNieuws 23 (45): 5.