In zijn nieuwste boek Ethisch hervormd. Johannes de Groot (1886-1942) in volkskerk en bijbelwetenschap brengt dr. Niels van Driel de zogenoemde ethische richting binnen de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk opnieuw voor het voetlicht. Over vrijzinnigen en (neo-)gereformeerden is veel geschreven, maar het brede midden – dat in de jaren vóór de oorlog zo’n zestig procent van de hervormde kerk vormde – krijgt volgens Van Driel veel minder aandacht. Een belangrijke vertegenwoordiger van dat midden was Johannes de Groot, die zich bevond aan de rechterflank van de ethischen. Na enkele jaren als dorpsdominee in Friesland en Groningen en vervolgens als stadspredikant in Vlissingen en Den Haag, werd hij hoogleraar Hebreeuws in Groningen. Later volgde een benoeming tot hoogleraar Oude Testament in Utrecht.
Opvallend actueel
De Groot gold in zijn tijd als een groot Palestinakenner. Voor hem was Palestina heilig land. Hij reisde er vijf keer heen voor studie en schreef, opvallend actueel, over de spanningen tussen Joden en Arabieren. Opmerkelijk is dat De Groot in het Oude Testament geen beloften ziet die wijzen op een toekomstige terugkeer van Joden naar het beloofde land. De woorden van de oudtestamentische profeten hebben volgens hem uitsluitend betrekking op de terugkeer uit de Babylonische ballingschap.
Willekeur
De Schriftopvatting van De Groot sluit grotendeels aan bij die van andere ethischen: ‘De Bijbel is onfeilbaar als de weg naar God, maar feilbaar als historieboek’. Hoe zijn positie in het kerkelijk landschap van die dagen werd gezien, blijkt uit de reacties op zijn delen over Jozua en 1 en 2 Samuel in de serie Tekst en Uitleg. Vrijzinnigen verweten hem dat hij te veel waarde hechtte aan de historische betrouwbaarheid van de grote lijnen in Jozua. Ethischen en confessionelen, onder wie Th.L. Haitjema, reageerden overwegend positief. De gereformeerde J. Ridderbos was het meest kritisch: volgens hem verviel De Groot in een vorm van dualisme. Een deel van de exegese liet De Groot volgens Ridderbos nauwelijks door geloof beïnvloeden, terwijl hij in een ander deel juist als gelovig christen Gods stem wilde horen. Zo’n benadering maakt willekeur volgens Ridderbos principieel onvermijdelijk.
Van Driel vat de verschillende posities kernachtig samen: bij gereformeerden strekt de inspiratie zich uit tot de Schriftwording, waaronder de Schrift niet alleen getuigenis van openbaring is, maar zelf onderdeel van die openbaring. Vanuit ethische hoek wordt confessionelen en zeker gereformeerden verweten dat hun leer te strak is en dreigt te vervallen in intellectualisme. Ethischen leggen liever het accent op het christelijk leven; niet voor niets luidt hun bekende leus: ‘Door het leven naar de leer’.
Troebel
Hoewel De Groot een hogere Schriftvisie had dan veel andere ethischen, botste hij toch met gereformeerden op één belangrijk punt: zijn overtuiging dat het Oude Testament een kanaal was waardoor Gods openbaring slechts troebel doorkwam. Gereformeerden hielden openbaring en Schriftwoord veel dichter bij elkaar in lijn met de Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 3). waar staat dat God uit bijzondere zorg voor ons en ons behoud Zijn Woord door profeten en apostelen op schrift heeft laten stellen. Dat is duidelijke taal; ook in het Oude Testament vissen we, God zij dank, niet in troebel water. Met Ethisch hervormd heeft Niels van Driel een heldere en waardevolle biografie geschreven over een stroming binnen de Nederlandse Hervormde Kerk die tot nu toe relatief weinig aandacht kreeg.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Kuijt, M.A., 2026, Boekbesprekingen, De Waarheidsvriend 114 (1): 15.