Home » Recensie

Categoriearchief: Recensie

Uit huis geplaatst en scheppingsverwondering – Bespreking van ‘Coming Home’

“’Maris, waarom mag ik niet bij jou blijven?’ De stem van Roselynn trilt gevaarlijk. Zal ze weer gaan huilen? Maar dan gaat zij ook huilen. Ze weet het antwoord niet. Haar maag draait bijna om als ze eraan denkt hoe het allemaal verder moet. Van het ene op het andere moment is haar leven veranderd. Kon ze maar vluchten, ja vluchten, waarheen?”

Gebroken wereld

We leven in een gebroken wereld. Een wereld na de zondeval. Dit wordt duidelijk bij het lezen van ‘Coming Home’ van Anita Kramer-Post. Kramer schreef in 2019 voor ‘Om Sions Wil’ een lezenswaardig boek over de uit het huisplaatsing van een gezin. De hoofdpersoon is de tiener Damaris. Damaris wordt met haar broertjes en zusjes uit het huis geplaatst omdat het thuis niet meer gaat. Een aangrijpend verhaal en voor kinderen die daarmee te maken hebben (gehad) ook een herkenbaar verhaal. De meeste kinderen willen net als Damaris niet uit het huis geplaatst worden en begrijpen óók niet goed waarom juist hun ouders niet voor hen kunnen zorgen. Uiteindelijk mag Damaris weer thuiskomen. Dit wordt op een mooie wijze beschreven door de auteur.

Knap geschreven

Het boek is knap geschreven, omdat er twee verhaallijnen door elkaar heen geweven worden. Het tweede verhaal speelt zich namelijk af in de Tweede Wereldoorlog en gaat over de ‘Razzia van Putten’.1 De hoofdpersoon van deze verhaallijn is Wout. Hij maakt vele ontberingen mee in diverse werkkampen. Aan het einde van de oorlog mag Wout gelukkig ook weer thuiskomen. Wout blijkt de opa te zijn van Damaris. Wat ik vooral knap geschreven vind is dat de verhaallijnen per hoofdstuk worden afgewisseld en dat de laatste woorden van het ene hoofdstuk (dus de ene verhaallijn) óók de eerste woorden zijn van het andere hoofdstuk (dus de andere verhaallijn).

Scheppingsverwondering

Voordat Damaris uit het huis geplaatst wordt gaat ze met haar zusje naar het bos. Ze geniet van de prachtige herfstkleuren in het bos. De auteur brengt de lezer scheppingsverwondering bij. Lees maar mee op bladzijde 23:

“Damaris ziet haar een paar seconden naar de tak staren. ‘Wat heeft de Heere dat mooi gemaakt, Maris.’ Haar zusje kijkt haar aan. ‘Heeft Hij de eikels ook gemaakt?’ Ze kan alleen maar knikken. ‘Maar waarom laat Hij ze dan uit de boom vallen?’ ‘Dat gebeurt in de herfst, Roos. Heeft de juf dat niet verteld? ‘Jawel.’ ‘In de herfst vallen de bladeren op de grond. In de winter worden de bomen kaal. In het voorjaar komen er nieuwe knoppen en daaruit komen nieuwe blaadjes en in de zomer schitteren de bladeren aan de bomen.’ Roselynn plukt een blaadje van de tak. ‘Wat gebeurt er als ze op de grond vallen?’ ‘Ze verdorren of ze worden meegenomen door de wind’. ‘En dan?’ ‘Dan vormen ze weer een voedingslaag voor de bomen, zodat de bomen weer nieuwe blaadjes kunnen maken.’ ‘Best jammer dat deze blaadjes niet mogen blijven leven.’ Ze blijft staren naar de tak.”

Of op bladzijde 24:

“Als Damaris eerlijk is, heeft ze nog niet veel zin om naar huis te gaan. Ze kijkt naar de bomen die langzaam verkleuren. Ze kijkt naar de heldere lucht. Wat is Gods schepping mooi! Net als Roselynn kan ze hier erg van genieten. En toch moet ze ook weer naar huis.”

Met de kinderen naar het bos om te genieten van Gods schepping. Dat is een goed idee! Mooi dat de auteur kinderen scheppingsverwondering wil bijbrengen.

Dit boek zal binnenkort ook in onze webshop te koop worden aangeboden.

Anita Kramer-Post heeft nog meer lezenswaardige tienerboeken geschreven. Zoals het boek ‘Welcome Twins’. Een bespreking van dat boek is hier te vinden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2023’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Onderzoek alle dingen – Een kritische bespreking (1): Over wereldbeelden en wetenschap

12 En wij vragen u, broeders, hen te erkennen die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heere en u terechtwijzen,
13 en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar.
14 En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben.
15 Pas op dat niemand een ander kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, én voor elkaar én voor allen.
16 Verblijd u altijd.
17 Bid zonder ophouden.
18 Dank God in alles. Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u.
19 Blus de Geest niet uit.
20 Veracht de profetieën niet.
21 Beproef alle dingen, behoud het goede.
22 Onthoud u van elke vorm van kwaad.
(1 Tessalonicenzen 5, HSV)

In 2021 verscheen het boekje Onderzoek alle dingen – Bijbelstudies over geloof en wetenschap1 van Gijsbert van den Brink, hoogleraar Theologie en wetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hierin beoogt de auteur te verduidelijken wat “een oud boek als de Bijbel in onze hypermoderne tijd nog te zeggen” heeft. “Dat gebeurt aan de hand van tien diepteboringen naar concrete Bijbelteksten, die telkens in verband gebracht worden met de hedendaagse wetenschap,” aldus de flaptekst. Het boek bevat tien Bijbelstudies, die telkens worden afgesloten met enkele gespreksvragen en met een idee voor een “alternatieve groepsverwerking” .In een reeks van vijf artikelen, waarvan dit het eerste deel is, zal ik kort op elke Bijbelstudie ingaan. Daarbij volg ik de hoofdstukindeling van het boek. Per artikel worden er twee van de in totaal tien hoofdstukken besproken.

Het doel van deze reeks artikelen is om te handelen in de geest van wat Paulus gebiedt in 1 Tessalonicenzen 5 vers 21: “Onderzoek alles, behoud het goede” (NBV21). Gijsbert van den Brink, zo mogen we aannemen getuige de titel van zijn boek, zal hetzelfde doel nastreven. Onderzoek alle dingen is bedoeld voor zowel persoonlijke verdieping als bespreking in kringverband. Wat krijgen de lezers hiervan door de auteur voorgeschoteld? Wat is ‘het goede’ dat ‘behouden’ wordt na de onderzoekingen in dit boekje te hebben gelezen? Als we denken aan Matteüs 18:6, Marcus 9:42 en Lukas 17:2 beseffen we dat het een niet geringe taak is jonge mensen2 de juiste lering mee te geven richting behoud door het geloof in Jezus Christus. Daarom deze kritische analyse van Onderzoek alle dingen. In dit eerste van vijf artikelen bespreek ik het ‘Woord vooraf’ en de hoofdstukken ‘Wijsheid en wetenschap’ en ‘Het wereldbeeld achter de Bijbel’.

Woord Vooraf

Van den Brink begint zijn inleiding met het door prof. H.W. de Knijff gegeven voorbeeld van de kraan als een alledaags, maar niettemin enorm invloedrijk staaltje techniek. Dit koppelt hij aan het ‘wetenschappelijk wereldbeeld’ dat wij vandaag de dag hebben en de gevolgen daarvan “voor onze beleving van het geloof”. Volgens Van den Brink is onze wereld “onttoverd” geraakt. Hoe verhoudt de huidige stand van wetenschappelijke ontwikkeling zich tot de Bijbel? Een vraag die Van den Brink zegt te benaderen met de Bijbel als uitgangspunt: “Daarbij is de Bijbel ons uitgangspunt. We beschouwen de Bijbel als het Woord van God, waardoorheen Hij tot ons mensen spreekt en ons de weg wijst, ook vandaag.” (p. 9)

Dat klinkt hoopvol voor de Bijbelgetrouwe lezer. Maar de dan volgende zinnen onthullen waar het heen zal gaan: “Tegelijk beseffen we dat de Bijbel ook voluit een boek van mensen is, geschreven door mensen van gelijke beweging als wij. Zij werden geïnspireerd door Gods Geest, maar werden daardoor zoals we zullen zien niet per se boven hun persoonlijke, culturele en historische achtergronden uitgetild. Op tal van plaatsen in de Bijbel vinden we dan ook de sporen van die achtergronden terug. Juist wetenschappelijk onderzoek heeft daar ons oog voor geopend, en in veel van de Bijbelstudies die in dit boekje zijn opgenomen, zullen we daar speciaal op letten.” Even verderop worden de contouren van het boekwerkje al duidelijker: “We zullen ons in de hierna volgende Bijbelstudies richten op de verhouding tussen geloof en wetenschap in het algemeen.” En anderhalve pagina verder lezen we waar het uiteindelijk allemaal om te doen lijkt: “We besteden in deze uitgave speciale aandacht aan de kwestie die vandaag de dag geldt als het conflictgebied bij uitstek in de verhouding tussen geloof en wetenschap: de vraag of de biologische evolutietheorie zoals die ontwikkeld werd door Charles Darwin en verder uitgewerkt door latere biologen verenigbaar is met Bijbel en geloof.” (p. 11)

Wie een beetje tussen de regels doorleest, voelt al wel aan hoe die verhouding volgens Van den Brink ligt. Al snel komt de tot mens ontwikkelde aap dan ook uit de mouw: “In 2017 schreef ik een afzonderlijk boek over de vraag of christelijk geloof en neodarwiniaanse evolutie verenigbaar zijn (En de aarde bracht voort, Utrecht: Boekencentrum). Sommige lezers van dat boek vonden het jammer dat ik daarin wel uitvoerig op theologische kwesties inga, maar (afgezien van de bekende hoofdstukken Genesis 1-3) niet allerlei Bijbelteksten bespreek die in het geding zijn. Vandaar dat ik in deze uitgave vanuit een aantal Bijbelstudies op deze thematiek wil ingaan (vooral in de hoofdstukken 4-7).” En dan volgt de zin waarmee de auteur zijn intenties helemaal blootgeeft: “Wanneer we er voor de zekerheid van uitgaan dat de evolutietheorie min of meer klopt, lukt het dan nog om een overtuigende uitleg te geven van belangrijke Bijbelpassages die een andere kant op lijken te wijzen, of wordt dat gekunsteld?” (p. 11) Het heeft er alle schijn van dat Van den Brink zijn lezers bij de eerste ontmoeting gerust wil stellen met de belofte van Bijbelgetrouwheid, maar zodra ze zijn reikende hand hebben aangepakt, ze met enkele soepele bewegingen een heel andere richting in leidt. Het is in essentie de teneur van dit boek: veel semantisch gedraai om recht te praten wat krom is. Hoe goed bedoeld ook.

Wijsheid en wetenschap

Voorafgaand wordt Spreuken 1:1-7 gelezen. Van den Brink duidt nader aan wat de essentie van het boek Spreuken is, waarbij hij via uitlegging van het begrip wijsheid toewerkt naar het idee dat het volgens de Spreukendichter (“Koning Salomo, op wiens naam deze woorden staan”, p. 17-18) van belang is steeds weer kennis te vergaren. Meteen geeft Van den Brink hier aan dat het hier niet zozeer gaat om het soort kennis “waar de hedendaagse wetenschap naar streeft” (p. 20), om even later op dezelfde pagina toch ernaartoe te werken dat het ook niet gaat om “twee totaal verschillende dingen”.

Dan begint de auteur met het leggen van een fundament bij de lezer waarop waardering voor de hedendaagse wetenschap moet gaan rusten. Met aanhaling van Karl Popper wordt het beeld duidelijk gemaakt dat het in Spreuken genoemde begrip ‘vermaning’ kan worden doorgetrokken naar het openstaan voor kritiek van de hedendaagse wetenschap. Dit wordt gevolgd door het begrip ‘onderscheiden’, waarvan het vermogen ertoe een deugd is van de wetenschapper. Deze moet daarnaast ‘horen’ en is bovendien als het goed is ‘integer’. Al deze begrippen worden uitgelegd.

Hierna worden nog kort de begrippen ‘beleid’, ‘overleg’ en ‘bedachtzaamheid’ toegevoegd aan het rijtje wetenschappelijke deugden. Van den Brink koppelt een en ander aan de actualiteit rondom de coronaproblematiek, om vervolgens, toewerkend naar het begrip ‘levenskunst’, ook de link te leggen met het predikantenwerk.

Tot dusver wat mij betreft niets om veel op aan te merken. De eerste voorzichtige nattigheid kan wellicht onder het kopje ‘Eerbied voor God als kenbron’ (p. 24) worden gevoeld, wanneer Van den Brink begint over het “oud-oosterse wereldbeeld”. Het is “niet ondenkbaar” dat de Bijbelse spreuken ontleend zijn aan de Egyptische wijsheidsboeken, aldus de auteur. Het laatste kan goed als argument worden gezien voor het toedichten van de Spreuken aan Salomo, contra exegetische inzichten die pleiten voor een veel latere datering van het boek, aangezien de Egyptische wijsheidsboeken al van veel eerder dateren. Het is vooral het “oud-oosterse wereldbeeld” dat wat zorgen begint te baren, zij het dat het hier slechts blijft bij een verholen vooruitwijzing op wat er verder in het boekje gaat komen.

Van den Brink eindigt dit hoofdstuk met het correcte inzicht dat “de vreze des Heeren” het “beginsel der wijsheid” is (p. 25) en dat de moderne wetenschap in elk geval een “enorme impuls” heeft gekregen van het christendom ten tijde van de Reformatie. Ook de gespreksvragen bij dit hoofdstuk spelen hierop in.

Het wereldbeeld achter de Bijbel

In dit hoofdstuk, waarvoor Exodus 20:1-17 gelezen dient te worden, gebruikt Van den Brink de Tien Geboden als voorbeeld van het “doorschemeren” van het “wereldbeeld van destijds” op “allerlei plaatsen in de Bijbel”(p. 28). Na vermelding van het feit dat we ons huidige wereldbeeld te danken hebben aan de inzichten van de Poolse astronoom Nicolaus Copernicus (1473-1543), geeft Van den Brink voorbeelden uit de Tien Geboden die duiden op het agrarische bestaan en de hiërarchische verhouding van de Bijbelse tijd. In dit geval gaat het volgens hem om “’het wereldbeeld in brede zin’: het geheel van historisch en cultureel bepaalde voorstellingen en gewoonten die in een bepaalde tijd gangbaar zijn” (p. 30).

In de volgende paragraaf, “Wereldbeelden in engere zin”, wijst Van den Brink op uitdrukkingen als “de aarde op pilaren” en de “vier hoeken” ervan. Hij stelt correct dat deze uitdrukkingen symbolisch bedoeld kunnen zijn, maar vermeldt dan dat deze ook dan doorgaans teruggaan op “wat in een eerder stadium wel ‘echt geloofd’ werd” (p. 31). De vraag is nu: is dat zo? Hoe weet Van den Brink dat deze duidelijk symbolische uitdrukkingen “in een eerder stadium” echt geloofd werden, met andere woorden: letterlijk genomen hadden kunnen worden? In welk stadium zou dat zijn geweest? En hoe weten we dat dit het geval is; welke geschriften getuigen hiervan?

Dan komt op pagina 33 het bekende type afbeelding dat de lezer misschien al aan voelde komen: de schematische weergave van het “drielagige universum uit het vroege Midden-Oosten zoals dat doorschemert in diverse bijbelteksten”. Een type afbeelding dat zijn oorsprong kent in de negentiende eeuw. In zijn boek Oorspronkelijk – Overwegingen bij schepping en evolutie3 bespreekt Mart-Jan Paul uitgebreid de problemen met deze typering van de Israëlieten als een volk met een voorwetenschappelijke en naïeve kijk op het universum. Het voert te ver om die hier te herhalen, maar waar het om gaat is dit: Van den Brink gebruikt deze dubieuze duiding van het wereldbeeld van de Bijbel als opmaat naar waar het hem om te doen lijkt, namelijk aantonen dat het Bijbelse wereldbeeld niet overeenkomt met de werkelijkheid, en dat daarmee ook het ontstaan van het universum zoals de Bijbel dit beschrijft niet overeenkomt met de werkelijkheid. Het vermeende foutieve wereldbeeld van de Bijbel heeft volgens Van den Brink namelijk ook betrekking op het ontstaan van de kosmos: “Wereldbeelden hebben nu eenmaal niet alleen betrekking op de structuur van de kosmos (‘hoe zit de wereld in elkaar?’), maar ook op het ontstaan ervan (‘hoe en wanneer is ze tot stand gekomen?’).” Fout wereldbeeld en verkeerd ingeschatte ontstaansgeschiedenis.

Maar wat als deze duiding van het Bijbelse wereldbeeld niet klopt? Wat als de beeldspraak in de Bijbel inderdaad gewoon beeldspraak is? Ligt dit niet meer voor de hand, of zou het werkelijk zo zijn dat bijvoorbeeld zowel de uitdrukking “de vier hoeken der aarde” als “het rond der aarde” gebaseerd is op hoe men over de werkelijke vorm van de aarde dacht? Mijns inziens heeft Mart-Jan Paul overtuigend aangetoond dat van het laatste geen sprake kan zijn. De Bijbel gebruikt op diverse plaatsen beeldspraak, maar het gaat dan ook duidelijk om beeldspraak. Dat die ontleend zou zijn aan letterlijke veronderstellingen over de vorm van aarde en hemel is helemaal niet aangetoond en zelfs onwaarschijnlijk. De Bijbel gebruikt bovendien de taal van de waarneming, net zoals wij dat doen wanneer we zeggen dat de zon ondergaat. Bedoelen we daarmee dat de aarde om de zon draait in plaats van andersom? Uiteraard niet. Waarom zouden we dergelijke inzichten dan wel opleggen aan de Bijbelschrijvers? In het geval van Van den Brink wordt dat snel duidelijk: om de lezer het idee te geven dat de Bijbelschrijvers het bij het verkeerde eind hadden als het gaat om onze ontstaansgeschiedenis. Geen schepping, maar evolutie. Terwijl de auteur in het volgende hoofdstuk zelf onderkent dat de Bijbel de taal van de waarneming spreekt (blz. 45-46).

Wat uit het ‘Woord vooraf’ en de eerste twee hoofdstukken van Onderzoek alle dingen valt op te maken, is dat de auteur pleit voor acceptatie van hedendaagse wetenschappelijke bevindingen, waar op zich niets mis mee is. Helaas stelt hij vervolgens de evolutietheorie in zijn huidige (neodarwinistische) vorm gelijk aan ‘de wetenschap’, en stelt hij hiertegenover dat de Bijbel een onwetenschappelijk wereldbeeld heeft. Het komt er in deze hoofstukken dus op neer dat de Bijbel volgens Van den Brink een onjuiste voorstelling van zaken geeft als het gaat om ontstaansgeschiedenis. Wat mij betreft een zorgelijke insteek. In volgende artikelen gaan we in op de rest van Onderzoek alle dingen.

Mart-Jan Paul en Jan Hoek schrijven een boek over betekenis van Gods spreken voor Schriftgezag en Schriftuitleg

Uit de Bijbel weten we dat God spreekt tot mensen. Maar hoe kunnen wij Gods stem verstaan en welke middelen gebruikt Hij daarvoor? Daarover gaat het onlangs verschenen boek ‘Een stem uit de hemel’ van oudtestamenticus prof. dr. Mart-Jan Paul en systematisch theoloog prof. dr. Jan Hoek. Een waardevolle studie over het spreken van God in/en de Bijbel.

Vorige maand verscheen bij uitgeverij De Banier het boek ‘Een stem uit de hemel – Gods spreken in de Bijbel en in onze tijd’. De auteurs zijn Mart-Jan Paul en Jan Hoek.1 Het betreft een grondige studie naar de betekenis van Gods spreken voor Schriftgezag en Schriftuitleg. Na een inleiding gaat het in de hoofdstukken twee tot en met acht over het spreken van God in zowel OT als NT. Er is veel aandacht voor het eerste bijbelboek, Genesis. Uit de omschrijving kunnen we opmaken dat de geleerden Genesis lezen vanuit het klassieke scheppingsgeloof. Het boek gaat onder andere verder met een hoofdstuk over Gods spreken in zowel de Schrift als in de schepping (hoofdstuk 10). Er wordt stilgestaan bij moderne wetenschappelijke verklaringen (zoals neurofysiologische verklaringen) én er is aandacht voor het oude Midden-Oosten, de context waarin het Oude Testament ontstaan is. Om niet meer te noemen: er wordt stilgestaan bij verschillende inspiratietheorieën en over de plaats van de hermeneutiek. In een tijd waarin ook minder- of niet-Schriftgetrouwe boeken verschijnen over het spreken van God is het goed dat de auteurs het thema opgepakt en dit uitgewerkt hebben in een boek van ruim 400 pagina’s. Dat de auteurs daarbij niet over een nacht ijs gegaan zijn blijkt wel uit het aantal geraadpleegde bronnen.

Deze week ontvingen we van de uitgever een recensie-exemplaar. Begin volgend jaar hopen we een recensie te schrijven voor deze website. We hopen natuurlijk dat u dit boek voor die tijd al zelf gelezen heeft. Het boek zal ook te koop worden aangeboden in de nog op te richten webshop van Fundamentum. Tot die tijd verwijzen wij u, voor de aanschaf van het boek, graag door naar de website van De Banier.2

Voetnoten

Historiciteit van de Bijbel onder druk in Huijgens boek ‘Lezen en laten lezen’ (2)

Dit artikel is een vervolg op het onlangs verschenen eerste deel.

Wat is waarheid?

In hoofdstuk 4.3 schrijft Huijgen over de stemming en afstemming van het hart, die nodig zijn om de Bijbel te lezen. Zijn boek wil ons daarin een hulpmiddel zijn, maar het is de vraag of dit mensen werkelijk tot de Christus der Schriften brengt. Hij vergelijkt de ziel met een klankkast waarin de waarheid van de Schrift moet resoneren. “Het hart dient afgestemd te worden op de waarheid, dat is op het hart van God. Waarheid is, zoals eerder duidelijk werd, niet zozeer een overeenstemming van een mentale voorstelling met een feitelijke stand van zaken. Waarheid gaat niet over overeenstemming en ze vraagt niet om intellectuele toestemming, maar ze draait om afstemming en vraagt om instemming.”1

Het gaat volgens Huijgen dus niet om het waarheidsgehalte van feiten in de Bijbel, maar om waarheid in het binnenste. Die laatste woorden klinken ons heel bekend, maar betekenen niet hetzelfde als die uitdrukking gebruikt wordt in kringen waar de Schriftuurlijk-bevindelijke prediking voorgestaan wordt. Blijkbaar moet het woord nog waarheid worden in het hart.

Als we de Bijbel onderzoeken moet het hart worden afgestemd, maar moeten we ook samenstemmen met de kerk.2 Bij het lezen van Lezen en laten lezen vraag ik mij als lezer af of de schrijver nog instemt met de Vroege Kerk en de kerk van de Reformatie. De Vroege Kerk en de kerk van de Reformatie heeft de historische betrouwbaarheid van de Schrift niet gerelativeerd. Hoewel Huijgen met de kerk van de Reformatie de focus op Christus als het midden van de Schrift wil hebben bij het Bijbellezen, ontstaat er toch een groot verschil in de waardering van de Schrift.

De schrijver van Lezen en laten lezen meent te moeten zeggen dat het gezag niet aan de Schrift moet worden opgedrongen en dat de Schrift haar eigen gezag moet definiëren. Volgens hem zou in het Chicago Statement te weinig beleden worden met betrekking tot het gezag van de Schrift. Niets is minder waar. Het Chicago Statement is juist ontstaan, omdat God voor de totstandkoming van de Schrift heeft gezorgd door de Heilige Geest en dat de Schrift daarom met gezag bekleed is. De beschuldiging van Huijgen ten aanzien van dit geschrift is een valse voorstelling van zaken.3

Bonhoeffer en Noordmans

Bij het lezen moeten we volgens Huijgen samenstemmen met de kerk. In hoofdstuk 6 blijkt welk meerstemmig lied van andere theologen mee resoneert in het hart van professor Huijgen. Graag laat Huijgen iets zien van de hermeneutiek van Bonhoeffer en Noordmans. Dat kan soms leerzaam zijn. Bonhoeffer leest de Bijbel in het licht van Christus en met de kerk.4 De Bijbel is het boek van de kerk. Blijkbaar is de Bijbel niet het boek van de Heilige Geest. Volgens Huijgen verzet Bonhoeffer zich tegen de leer van de verbale inspiratie. “Hij ziet die leer als een poging om het geheim van Gods openbaring in de vingers te krijgen. De Bijbel zou als boek heilig worden verklaard ten koste van de heiligheid van God. Dat is een te eenzijdige kijk van Bonhoeffer op deze leer, maar hij maakt in ieder geval duidelijk hoe belangrijk hij het vindt dat wij mensen geen macht uitoefenen over het Woord van God. Wij zijn ontvangers, meer niet.”5

Ook hier worden zaken omgedraaid en wordt het orthodox christendom beschuldigd van machtsoefening over de Schrift. Een absolute verdraaiing van zaken. Immers, omdat de Schrift macht over ons uitoefent door de werking van de Heilige Geest, erkennen wij het gezag waarmee de Schrift van Godswege bekleed is. Daarom durven wij van het Woord Gods niets af te doen en wensen wij niet te behoren bij de sadduceeën die het bestaan van engelen ontkennen en niet geloven in de opstanding uit de doden, daar hun Bijbel er duidelijk van getuigt. Voor hen was het gezag van de Schrift duidelijk niet door de Schrift zelf vooraf gedefinieerd, maar meenden zij zelf te kunnen bepalen wat in de Schrift wel en wat in de Schrift geen gezag had.

Het lijkt erop dat professor A. Huijgen zich in datzelfde voetspoor van de sadduceeën begeeft. Van Noordmans geldt, net als van Bonhoeffer, dat hij de Schrift leest met het oog op Christus. “Pas als Christus de tekst gaat hanteren, gaat de tekst helemaal open”, zo leert Noordmans.[6] Noordmans wilde ook verder gaan in het spoor van de allegorese, maar niet met loslating van de letterlijke tekst. Dat allegorisch lezen dient dan ook trinitarisch te geschieden.[7] Bij Noordmans ligt het accent sterk op de leer van de Heilige Geest.[8] “Kennelijk helpt een leer van Gods Drie-eenheid, die er mee rekent dat Christus door Zijn Geest nog altijd aanwezig is, om existentieel en bloedwarm met de Schrift om te gaan.”

Deze benadering van Noordmans lijkt zeer schoon. Er is grote waardering voor een geestelijke leeswijze van de Bijbel. De grote vraag blijft echter of de Schrift objectief gezag toegeschreven mag worden. Krijgt de Schrift pas gezag door het lezen met behulp van de Geest of heeft de Schrift gezag, omdat de Geest de Bijbelschrijvers heeft gedreven?

Petrus leert ons het volgende over de gehele Schrift: “En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten. Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging; Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken” (2 Pet. 1:19–21).

Heel duidelijk leert Petrus dat de Geest heilige mensen Gods gedreven heeft om te spreken en te schrijven. De woorden van Paulus in 2 Tim. 3:16 krijgen zijdelings aandacht, maar de woorden van Petrus krijgen in het geheel geen aandacht in Lezen en laten lezen.

De teneur van het boek is dat God in Christus spreken moet, wil het Woord als waarheid ervaren kunnen worden. Dat kan echter inhouden dat bepaalde historische gedeelten in de Bijbel alleen waar zijn voor wat hun boodschap betreft in voorbijgaan van het feitelijk gehalte. Bijna nergens zegt Huijgen dat God gesproken heeft in de Schrift. Steeds schrijft hij dat God spreekt, maar weinig dat God gesproken heeft. De nadruk valt met Noordmans helemaal op de ervaring van de mens.

Slechts tweemaal wordt in Lezen en laten lezen verwezen naar de Schriftopvatting van Karl Barth. Ook Karl Barth bracht het gewicht van het geschreven Woord in mindering op het geheel van de openbaring van Jezus Christus.6 De tweede keer dat Huijgen Karl Barth ter sprake brengt, doet hij dat indirect. Op pagina 157 onderstreept hij een uitdrukking die bij Barth vandaan komt, namelijk dat de Bijbel geen papieren paus is. Volgens Karl Barth is niet alles in de Bijbel Gods Woord. Alleen datgene van de Bijbel is Gods Woord als God dat aan je openbaart.

Professor A. Huijgen belijdt niet dat Gods Woord van begin tot het einde historisch betrouwbaar is, maar beweert ten diepste met Barth en Noordmans dat een bijzondere openbaring van God door de Geest noodzakelijk is om Gods Woord als waarheid te ervaren. Het werk van de Geest in het Woord is blijkbaar niet betrouwbaar en genoegzaam.

Hoewel professor Huijgen aan de historiciteit van de maagdelijke geboorte van Christus, Zijn kruisiging en opstanding wil vasthouden, geeft hij de lezer helaas geen vastigheid in de belijdenis zoals deze is verwoord in de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Nederlandse Geloofsbelijdenis

“Wij geloven dat deze Heilige Schrift den wil Gods volkomenlijk vervat, en dat al hetgeen de mens schuldig is te geloven om zalig te worden, daarin genoegzaam geleerd wordt. Want overmits de gehele wijze van den dienst dien God van ons eist, aldaar in het lange beschreven is, zo is het den mensen, al waren het zelfs apostelen, niet geoorloofd anders te leren dan ons nu geleerd is door de Heilige Schriften; ja, al ware het ook een engel uit den hemel, gelijk de apostel Paulus zegt. Want dewijl het verboden is den Woorde Gods iets toe of iets af te doen, zo blijkt daaruit wel dat de leer daarvan zeer volmaakt en in alle manieren volkomen is.

Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schriften, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten; want alle mensen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve.

Daarom verwerpen wij van ganser harte al wat met dezen onfeilbaren regel niet overeenkomt, gelijk ons de apostelen geleerd hebben, zeggende: Beproeft de geesten of zij uit God zijn. Insgelijks: Indien iemand tot ulieden komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis” (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7).

Karl Barth aanvaardde niet alles van de Bijbel als het Woord van God. Blijkbaar had het Woord van God zo weinig gezag voor hem dat hij naast zijn wettige vrouw zijn secretaresse als zijn ‘liefste’ vrouw beminde. Het zevende gebod was wellicht waar voor hem, maar niet zo loodrecht uit de hemel dat het hem deed breken met deze zonde tegen het zevende gebod.

De ‘vrome’ leeswijze van Huijgen kan leiden tot een geheel andere visie op homoseksualiteit en de vrouw in het ambt, wat in de praktijk helaas gebeurt. Hoewel er leerzame gedeelten te vinden zijn in Lezen en laten lezen, zou ik het lezen ervan alleen aanbevelen aan mensen die theologisch voldoende onderlegd zijn en enige onderscheidingsgaven hebben.

De HEERE geve ons allen hartstocht voor Zijn heerlijk en heilig Woord.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

‘Sporen van Comries rechtvaardigingsleer’ – Op zoek naar onze vroegste geschiedenis en debat ‘geloof en wetenschap’ in proefschrift dr. D. Baarssen

Vrijdag 10 september 2021 was het een heugelijke dag voor dr. Dirk Baarssen.1 De theoloog promoveerde deze vrijdag op de rechtvaardigingsleer van dr. Alexander Comrie (1706-1774).2 Hoe zag Comrie de rechtvaardiging? “Comrie zag de rechtvaardiging als juridisch begrip waarin de zondaar uit genade rechtvaardig verklaard wordt. Het gevolg van deze verklaring is dat de zondaar vrijgesproken is van schuld en straf. De zonden zijn hem vergeven (blz. 17).”3 De kersverse doctor in de theologie heeft naar de receptie van deze rechtvaardigingsleer binnen de Gereformeerde Gezindte onderzoek gedaan. We bestuderen het proefschrift op het voor deze website relevante thema ‘geloof en wetenschap’ en onze vroegste geschiedenis. De rechtvaardigingsleer laten we dus, hoewel erg belangrijk binnen de theologie, zo veel mogelijk buiten beschouwing.

Dr. Alexander Comrie (1706-1774)

Dr. Alexander Comrie werd op 16 december 1706 geboren in Schotland. Ongeveer twintig jaar later verhuisde de geleerde, om een voor ons onbekende reden, naar Nederland. Daar studeerde hij theologie in Groningen en promoveerde in 1734 te Leiden op een dissertatie over ‘het fundament van de moraal en de natuur van de deugd‘. De titel van zijn proefschrift was: ‘Dissertatio philosophica inauguralis de moralitatis fundamento, et natura virtutis‘.4 Baarssen: “Hij nam in zijn proefschrift stelling tegen René Descartes (1596-1650), die wilde breken met de traditie van Aristoteles“. Na zijn promoveren werd hij in 1735 tot predikant bevestigd in zijn enige gemeente, Woubrugge. Comrie overleed op 10 december 1774 te Gouda. Zijn theologie heeft veel mensen na hem geïnspireerd, zoals de kerkelijke voormannen dr. Abraham Kuyper (1837-1920) en ds. Gerrit Hendrik Kersten (1882-1948), zodat Comrie nog spreekt nadat hij gestorven is.

Wordt de komende tijd op deze pagina vervolgd.

Voetnoten

Het borduurwerk en de tornado – Bespreking van ‘Tornado’

“Het gigantische monster bestaat uit een donkere onweerswolk met een enorme slurf. Aan het einde van de slurf lijkt een soort zak te hangen, die als een razende stofzuiger over het meer jaagt. De hele lucht rond de tornado is in beweging. Het blijft onophoudelijk lichten en donderen. Peer moet denken aan een documentaire die hij ooit op school had gezien over wetenschappers die een tornado achterna reden om onderzoek te doen. Ze leken in extase toen ze de tornado naderden. Peer had het toen wat overdreven gevonden, maar nu hij zelf de tornado ziet, snapt hij het gevoel.”

Korte beschrijving

Vorig jaar (2020) verscheen er een mooi tienerboek bij uitgeverij Den Hertog. De schrijver van het boek is Rijk Arends. Het boek ‘Tornado’ is geschikt voor tieners vanaf 11 jaar. Hoofdpersoon Peer woont in Nederland, samen met zijn vader en zijn zusje Laura. Moeder is overleden toen Peer jong was na een auto-ongeluk. De opa en oma van Peer wonen in Canada. De vader van Peer heeft een nieuwe liefde opgedaan in het land en omdat opa al oud is voor het werk op de boerderij wordt aan de vader van Peer gevraagd het werk over te nemen. Maar gaat het Peers vader alleen om de boerderij, of ook om de nieuwe liefde Rachel. Peer heeft het er moeilijk mee: hij wil geen nieuwe moeder. Rachel is evenals Peers vader weduwe en heeft ook twee kinderen: Mike en Eva. Ook Mike heeft moeite met een ‘nieuwe’ vader. Samen smeden ze een complot om het huwelijk van Rachel en Peers vader te stoppen. Een vakantie met een tornado is nodig om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Hoe dat gaat? Daarvoor moet je het boek zelf lezen.

Borduurwerk

Peer heeft het moeilijk met het feit dat zijn vader wil trouwen met een andere vrouw! Hij heeft het verlies van zijn moeder nog niet (helemaal) verwerkt. Hij wil geen nieuwe moeder. Arends weet de gedachtegang van deze tiener goed te beschrijven. Op een avond pakt hij voordat hij gaat slapen zijn Bijbeltje, maar legt hem ongelezen weer terug. Hij prevelt gedachteloos wat worden en probeert dan te gaan slapen. Dat lukt niet, gedachten malen door zijn hoofd. Citaat:

“Hij prevelt de woorden die hij altijd gebruikt, maar voor zijn gevoel kan hij net zo goed niet bidden. Zou dat inderdaad door de schietspellen komen die hij de laatste tijd speelt? Of omdat hij zich steeds meer af gaat vragen waarom juist zijn moeder… Als God bestaat, waarom is dan dat ongeluk gebeurd? Hij had het er ooit met tante Wilma over gehad. Ze had hem toen de achterkant van een borduurwerk laten zien. Hij zag alleen verschillende kleuren wol en knoopjes, maar het boerderijtje dat op de voorkant was geborduurd, was er niet in te zien. ‘Zo is het ook met het leven Peer,’ had ze gezegd. ‘Wij zien de achterkant. God ziet de voorkant en heeft ook een plan met jouw leven. Maar begrijpen doen wij het meestal niet.’ Het had hem toen getroost, maar nu heeft hij een beter antwoord nodig.”

Als de tornado uitgeraasd is dan komt het borduurwerk weer terug in de gedachten van Peer. Citaat:

“Hij had vandaag een paar keer aan het voorbeeld van tante Wilma moeten denken. Wij zien de achterkant van het borduurwerk. God de voorkant. Alleen God kon weten dat er een tornado voor nodig was om hem anders naar Rachel te laten kijken.”

Het is mooi dat de schrijver met dit eenvoudige voorbeeld tieners wil bereiken. Er moet ruimte zijn in gesprekken en in tienerboeken voor dit soort moeilijke vragen. In het boek wordt ook het machtige natuurverschijnsel tornado uitgelegd.1 Het boek is vanwege de leerzame en spannende verhaallijn een aanrader om te lezen.

Rijk Arends heeft nog meer tienerboeken geschreven. Dit jaar verscheen ‘De andere wereld’. Een bespreking van dit tienerboek over Betuwse streekgeschiedenis is hier te vinden.

Dit boek zal binnenkort in onze webshop te koop worden aangeboden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2027’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Historiciteit van de Bijbel onder druk in Huijgens boek ‘Lezen en laten lezen’ (1)

Wie een samenvatting wil geven van een veelzijdig boek als Lezen en laten lezen van professor A. Huijgen zal altijd tekortdoen aan de inhoud van dit boek. In dit boek geeft A. Huijgen getuigenis van een in zijn ogen legitieme leeswijze van de Bijbel. Lezen en laten lezen gaat niet alleen over Schriftgezag. Op een aansprekende wijze geeft Huijgen ons allerlei inzichten en beveelt hij ons aan de Bijbel te lezen zoals, volgens hem, Luther ook deed. Uitvoerig gaat hij in op drie leesregels van de reformator om te hanteren bij het lezen van Bijbel, namelijk gebed, meditatie en aanvechting.1

De focus op Christus als de waarheid

Een sterk punt van Huijgens hermeneutiek is de nadruk op Christus als de kern en het centrum van de openbaring. Huijgen citeert wat Luther aan Erasmus schreef: “Neem Christus weg uit de Schrift, wat blijft er dan nog over?”2 “Dat Jezus Christus het midden van de Schrift is, betekent dat het lezen van de Schrift in de kerk en door de individuele gelovige altijd betrokken is op Hem als de waarheid van de Schrift”, zo benadrukt Huijgen.3

Christus Zelf heeft ons opgeroepen om de Bijbel te lezen met het oog op Hem (Joh. 5:39, 46). Bij het lezen en herlezen van Lezen en laten lezen beklemt mij echter de vraag of Luther met zijn focus op Christus bij het Bijbellezen hetzelfde bedoelde als Huijgen. Huijgen zelf laat zien dat dit beslist niet het geval is.

Wanneer Huijgen in hoofdstuk 2 van zijn boek wijst op Christus als het midden van de Schrift, citeert hij 2 Tim. 3:16, waar ons gezegd wordt dat heel de Schrift door God is ingegeven (Grieks: theo-pneustos, ‘door God ingeblazen’). Het woord van Christus heeft gezag. Juist omdat Hij er het middelpunt van is. Echter, wanneer het gaat om de betrouwbaarheid en het gezag van diezelfde Schrift, brengt Huijgen met zijn nadruk op Christus als het midden van de Schrift tegelijkertijd een versmalling aan met zowel het oog op het zelfgezag van de Schrift als de betekenis en toepassing van de Schrift in onze eigen tijd. Op het laatste zal ik aan het einde van dit artikel terugkomen.

Christus is volgens Huijgen geen onderdeel van de tekst van de Bijbel. “Hij is een Persoon, geen tekst (…) de Schrift is geen Christus en Christus is geen tekst. De reden waarom het zinvol is om dit onderscheid te maken, is dat duidelijk wordt dat de waarheid een persoon is. Uiteindelijk gaat het niet over de juistheid van een aantal uitspraken of claims [sic] die we in de Bijbel vinden, maar om de komst van Hem, die ons heil volkomen maakt (…) De Schrift is geen doel in zichzelf, maar middel om Christus te kennen.”4

Het is om deze stellingname dat volgens Huigen niet alle letterlijk vermelde feiten in de Bijbel voor waar gehouden hoeven te worden. Hij relativeert met zijn nadruk op Christus als het midden van de Schrift, de feiten die in de Schrift genoemd worden. Wij moeten ons afvragen of de Christus der Schriften hier Zelf mee in kan stemmen. Het antwoord op deze vraag is niet moeilijk.

Volgens Huijgen wordt de vraag naar het feitelijke gehalte van wat de Bijbel beschrijft belangrijker gevonden dan voorheen.5 Dat is echter maar zeer de vraag. Wel kunnen we vermoeden dat het belang van het vasthouden aan de onfeilbaarheid van de Schrift als vanzelf door Schriftkritiek zichtbaar is geworden.

Historische betrouwbaarheid van minder belang?

In hoofdstuk 4 probeert hij de lezer ervan te overtuigen dat het vasthouden aan het feitelijk gehalte van de Schrift een kenmerk is van het rationalisme. Dat is een bijzondere dubieuze voorstelling van zaken. Omgekeerd durven wij wel te beweren dat het rationaliseringsproces in het Bijbellezen heeft geleid tot relativering van het Schriftgezag.

“Met name in orthodoxe kringen wordt de historische betrouwbaarheid van de Bijbel belangrijk gevonden. Dat is voor een deel terecht. Zegt Paulus zelf niet dat als Christus niet uit de dood is opgewekt, ons geloof zinloos is? (1 Kor. 15:14)”.6 “Er is reliëf in de Bijbel; niet alles is van gelijk gewicht. Dat levert ontspanning op, omdat de waarheid van de Schrift niet wordt bedreigd door een ‘fout’ in de moderne zin van het woord. Tegelijkertijd is de historiciteit van de opstanding niet gerelativeerd. Integendeel, deze komt nog sterker uit omdat de opstanding niet minder, maar juist meer dan historisch van karakter is.”7

De opstanding van Jezus is volgens Huijgen wel historisch, maar het is meer dan dat. Het was een gebeurtenis bij uitstek.8 Andere feiten die in de Bijbel genoemd worden zijn volgens de schrijver van minder gewicht, maar dat geldt dan ook voor de historische betrouwbaarheid van andere ‘gebeurtenissen’. Van andere gebeurtenissen dan de heilsfeiten is dat volgens hem van veel minder belang. “Stond de zon stil bij Ajalon? Was Jona drie dagen in het binnenste van de vis? Heeft Job ooit geleefd? Onze westerse geest is zo getraind om dit soort historische vragen te stellen, dat we ons niet eens realiseren hoe uitzonderlijk dit eigenlijk is.”9

Hier zouden we de vraag kunnen stellen of genoemde Bijbelfeiten net als de opstanding meer dan historisch zijn. Huijgen maakt een onderscheid tussen de feiten bij uitstek en andere feiten die van minder gewicht zouden zijn door te zeggen dat het feit van de opstanding meer dan historisch is. Echter, van heel de Bijbel kunnen we zeggen dat het heilsgeschiedenis is. Overal waar de Schrift spreekt van Gods ingrijpen of voorzienige leiding kunnen we zeggen dat de Schrift meer dan historisch is. De tijdelijke begrafenis van Jona in het hart van de zee en zijn uitredding is inderdaad meer dan historisch en het vasthouden aan de betrouwbaarheid van de vermelding van Jona’s redding door middel van een grote vis is belangrijker dan ooit.

Dat raakt immers de Persoon van de Heere Jezus. De Schrift is geen Christus en Christus is geen tekst, zo zegt Huijgen, maar wordt Hij niet het Woord Gods genoemd? En heeft Hijzelf niet als de allerhoogste Profeet laten zien dat de redding van Jona meer dan historisch was en feitelijk heeft plaatsgevonden? (Matth. 12:39–41; Matth. 16:4) In feite beperkt Huijgen de historische betrouwbaarheid van Bijbelfeiten tot datgene wat direct verband houdt met de heilsfeiten en tot datgene wat redelijk is.

Wordt vervolgd

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Op zoek naar goud en de Bijbelse farao – Bespreking ‘Goudkoorts aan de Nijl’

“Maar Heinz is zich niet bewust van de aanwezigheid van de krokodil. Dat de schuifsporen die hij als eerste ontdekte van een krokodil zouden kunnen zijn, is nog niet in zijn hoofd opgekomen, en het zand is inmiddels bedekt met andere soortgelijke sporen die hij zelf gemakt heeft (…). Maar de krokodil ziet hem wel. Het vliegtuig is hij allang vergeten. Behoedzaam glijdt het dier naar de oever en komt langzaam het water uit. De bek opent zich in wat op een gemene grijns lijkt. Talloze scherpe tanden, klaar om te verscheuren.”

In 1996 verscheen bij Uitgeverij De Vuurbaak het boek ‘Goudkoorts aan de Nijl’ van Bert Wiersema. Het eerste deel van de tiener-serie ‘Logboek Lammers’. Het boek was nog slechts tweedehands te koop. Nog niet zo lang geleden, in 2019, werd het boek (na kleine herschrijvingen door de auteur) opnieuw uitgegeven bij Uitgeverij Mes. Helaas zijn de tekeningen van Jaap Kramer uit het boek verdwenen, het verhaal is er echter niet minder spannend op geworden.

Egypte

De hoofdpersonen van de serie zijn de familie Lammers. Vader Lammers is hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Omdat hij christen is verdiept hij zich speciaal in Bijbelse Archeologie. Een andere hoogleraar, zijn Joodse collega professor Goldstein, nodigt het gezin uit om naar Egypte te komen om daar op zoek te gaan naar (bouwwerken van) de farao van de uittocht. Wat ze op dat moment niet weten is dat er twee twintigers met radicale ideeën ook onderweg zijn naar Egypte. Niet vanwege Bijbelse archeologie maar vanwege het zoeken naar een goudschat om een radicale Duitse partij op te richten. De verhalen komen samen in een spannend avontuur dwars door de woestijn en naar het ziekenhuis. Uiteindelijk komt alles weer goed en is er vergeving en verandering bij beide partijen. Daarvoor moet je het boek zelf maar lezen.

Bijbelse archeologie

Het is erg mooi dat de schrijver gekozen heeft voor een hoogleraar geschiedenis als hoofdpersoon en dat hij Bijbelse noties in deze serie verwerkt. Na het lezen van ‘Het geheime logboek van topnerd Tycho’ zou je kunnen denken dat de niet-academisch geschoolde christenen creationisten zijn en de academisch geschoolde christenen theïstische evolutionisten zijn. Dit is in werkelijkheid natuurlijk niet slechts het geval en Wiersema laat in dit boek ‘Goudkoorts aan de Nijl’ merken dat dit ook anders het geval kan zijn. Lammers gaat op zoek naar de farao van de uittocht en vermoedt dat dit Ramses II is. De verwoording van de auteur is hierin voorzichtig. Zelf denk ik dat Ramses II niet de farao van de uittocht was, omdat hij in de verkeerde tijdsperiode regeert en de beschrijving vanuit de Bijbel over die tijd daar niet bij hem lijken te passen.1 Dat neemt niet weg dat ik het erg goed vind dat Wiersema de worsteling van een Bijbels archeoloog met de Egyptische chronologie goed weet te beschrijven. Op zoek gaan zonder het uiteindelijk zeker te weten.

Veel informatie

Het boek bevat veel informatie over het Oude Egypte met haar piramides, tempels en koningsgraven. Dit wordt voor de jongeren op een smeuïge wijze beschreven zodat het geen saaie opsomming is van feiten. De schrijver probeert ook de woorden van de Heere Jezus bij te brengen, om je vijanden lief te hebben en als iemand vraagt één mijl mee te gaan zelfs twee mijl mee te lopen. Heel goed dat ook aan dit vraagstuk aandacht is besteedt. Het boek is een aanrader om te lezen! Een spannend avontuur met veel informatie over het Oude Egypte.

Dit boek wordt binnenkort in onze webshop te koop aangeboden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2027’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken

Voetnoten

Vrije val en sexting – Bespreking van de young adultroman ‘Vrije val’

Het was maar één foto. Als ze het via Snapchat verstuurde, verdween die al na enkele seconden. Hoe verkeerd was het eigenlijk? Ineens wist ze wat ze zou doen. Ze zou een paar dagen wachten, dan kon ze er nog goed over nadenken én als ze het zou doen, dan zou het voor Leonard als een verrassing komen. Hoe langer ze erover nadacht, hoe enthousiaster ze werd. Leonard zou weten dat zij ontzettend veel van hem hield en als reactie daarop zou zijn liefde alleen maar sterker worden. Ook zou voor hen beiden nog duidelijker worden dat ze écht bij elkaar hoorden.

Vrije val

Mirjam Schipper heeft al enkele young adultromans op haar naam staan. De schrijfster weeft er elke keer weer een boodschap in die jongeren stilzet en laat nadenken. Dat is ook het geval bij het boek ‘Vrije val’. Het boek verscheen in 2018 bij uitgeverij De Banier. ‘Vrije val’ gaat over het fenomeen sexting bij jongeren. Sexting houdt in dat er seksueel getinte foto’s, video’s of berichten worden verzonden via de mobiel of andere media. De gevolgen hiervan zijn groot! Zeker als het de bedoeling was om de seksueel getinte foto als flitsbericht naar één persoon te sturen, maar dat deze uiteindelijk viral gaat. Ook hier geldt: bezint eer ge begint. Of liever: hou seksualiteit binnen het huwelijk (privé).1

Knap geschreven

Het boek is knap geschreven. ‘Vrije val’ is verdeeld in drie delen. Van het eerste deel is Bas de hoofdpersoon. Hij is verliefd op Lotte, maar Lotte lijkt zich voor hem af te sluiten. Wat is er met Lotte aan de hand? Dat wordt in het tweede deel duidelijk. Lotte is de hoofdpersoon van het tweede deel. Zij heeft aan het begin van dit deel verkering met Leonard. Leonard heeft een luisterend oor en troost in het verdriet dat Lotte heeft om het overlijden van haar broertje Marijn. Maar Leonard blijkt echter anders te zijn dan Lotte dacht. Hij wil dat de verkering spannender wordt en denkt aan seksualiteit voor het huwelijk. Lotte wil dat niet maar gaat mee in het ‘spel’ omdat ze bang is dat Leonard haar dumpt en wie heeft er dan nog oog voor haar verdriet. Ze gaat zelfs zover dat ze een naaktfoto deelt met haar vriend. Als Leonard steeds verder wil gaan klaagt haar geweten haar elke keer aan. Op een dag vertelt ze dat ze dit verder gaan niet (meer) wil. Leonard heeft een chantagemiddel achter de hand: als Lotte ooit aan anderen zal vertellen wat er gebeurd is dan zal hij (Leonard) de naaktfoto verspreiden via Social Media. Lotte is er stuk van! In het derde deel komt alles weer goed. Leonard ontloopt zijn straf niet. Lotte en Bas krijgen aan het eind van het boek verkering met elkaar. De gevolgen van het versturen van een enkele naaktfoto (sexting) zijn duidelijk merkbaar in het leven van Lotte. Ze kan deze ene daad nooit meer terugdraaien. Wil je weten hoe het hele verhaal gaat? Dan moet je het boek zelf maar lezen. Het boek is een aanrader voor jongeren vanaf 14 jaar.

Schepping

Aan het begin van het boek (blz. 14) wordt een gesprek beschreven aan de eettafel van Bas. De vader van Bas roept zijn gezin op om mensen lief te hebben zoals de Heere Jezus hen liefheeft. Zelfs onze vijand moeten we liefhebben. Waarom? ‘Die persoon is net zoals jij en ik gemaakt door de Heere God en daarom moeten we diegene liefhebben. Hoe moeilijk dat soms ook is.’ Heel goed dat er in het boek aandacht is voor dit soort geestelijke zaken en zo bijdraagt aan het burgerschap van christelijke jongeren.

Dit boek zal begin volgend jaar ook in onze webshop te koop aangeboden worden.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2027’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

De 21e mijn en een denkvraag over Adam en Eva

“In volle vaart rijdt Vilvoorde in de richting van Wijtschate. Vanaf de achterbank zien de kinderen de landerijen langs hen heen flitsen. Gelukkig is er nauwelijks verkeer. Alleen enkele politieauto’s komen hen tegemoet. De snelheidsmeter van de auto passeert de 100 kilometer pet uur. ‘We hebben nu even geen tijd om te overleggen wat er in het schuilhol is gebeurd, jongens’, zegt Vilvoorde. Zijn stem klinkt gehaast. Af en toe kijkt hij in de binnenspiegel naar de achterbank.”

Afgelopen maand bespraken we ‘Het hunebed’ van Johan Leeflang.1 Vandaag de bespreking van het eerste deel van de serie ‘De 21e mijn’. Het boek geschikt en geschreven voor tieners vanaf 10 jaar en uitgegeven bij uitgeverij De Banier. Het gaat over de Campers die dit keer op vakantie zijn in de buurt van Ieper. Bij Ieper is in de Eerste Wereldoorlog hard gevochten en het is de moeite waard deze plaats te bezoeken. Dat moeten de Campers ook zo gedacht hebben. Helaas gaat het anders dan ze verwacht hadden en belanden ze in een spannend avontuur met wapensmokkel en arrestaties. Ze moeten het avontuur bijna met hun leven bekopen omdat een van de mijnen uit de Eerste Wereldoorlog nog niet geruimd is en Sander en Michiel opgesloten zitten in een schuilhol met een tijdbom. Net op het nippertje kunnen de vrienden uit het schuilhol ontsnappen. De voorkant van het boek toont wat daarna is gebeurd. Ze beleven nog veel meer spannende dingen, maar daarvoor moet je het boek zelf maar lezen. Johan heeft weer een mooi verhaal geschreven voor jongeren.

Beter dan Adam en Eva?

Het is mooi dat Leeflang bij ieder boek dat hij schrijft een thema uit de geschiedenis neemt. Wat ik extra waardeer van het boek ‘De 21e mijn’ is dat hij hier, net als in ‘Het hunebed’, ook een stukje van onze vroegste geschiedenis in verwerkt is. Wanneer de Campers een stuk aan het fietsen zijn ontstaat er een gesprek onder andere over Adam en Eva n.a.v. de twee wereldoorlogen die Europa heeft ondergaan. Hieronder geef ik dat gesprek weer:

”’En dan nog iets’, zegt vader. Hij denkt even na over de woorden die hij moet kiezen. ‘God leidt alle dingen. Hij heeft de wereld niet losgelaten. We weten niet waarom die twee oorlogen moesten plaatsvinden. Maar blijkbaar moest dit allemaal gebeuren.’ Vader wacht even. ‘Weet je eigenlijk wanneer de allereerste oorlog op deze wereld begon?’ De kinderen denken diep na. ‘Bij Kaïn en Abel?’ probeert Rhodé. ‘Wel goed gevonden. Maar het was nog eerder.’ Vader kijkt hen aan. ‘De eerste keer was toen Adam en Eva niet naar de Heere luisterden. Zij wilden eigenlijk belangrijker zijn dan God. En als je jezelf het belangrijkst vindt, gaat het mis.’ ‘Hadden ze maar een andere keuze gemaakt’, zegt Michiel. Vader glimlacht. ‘Denk eens goed na. Zouden jij en ik het beter hebben gedaan dan Adam en Eva?’

De auteur geeft hier een denkvraag mee zonder met het antwoord te komen. Dat is mooi! Zouden wij het beter gedaan hebben dan Adam en Eva? Dat is een goede vraag om over na te denken en zeker tieners worstelen nog wel eens met deze vraag. De auteur bedank ik voor het schrijven van het boek en ik hoop met hem dat veel tieners ook dit boek zullen lezen.

Dit boek wordt binnenkort te koop aangeboden in onze webshop.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2021’. In de komende maanden zal dit project verder uitgekristalliseerd worden. Een dergelijk opvoedings- en onderwijsproject zal ook onderdeel zijn van het meerjarenplan ‘Fundamentum 2022-2027’, met uiteraard ieder jaar een ander jaartal. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten