Home » Hermeneutiek

Categoriearchief: Hermeneutiek

Kritiek op de moderne hermeneutiek? – In Amerongen wordt morgen nagedacht over hoe om te gaan met de moderne Schriftuitleg

In het voorwoord van de nieuwsbrief gisteren hebben we al aangegeven dat Bijbelgetrouwe predikanten en theologen veel nadenken over hermeneutiek.1 Deze geleerden proberen ook weerwoorden te formuleren tegen de zogenoemde nieuwe of moderne hermeneutiek. Morgen (2 december 2022) wordt er in Amerongen een studiedag georganiseerd over deze kwestie. De thematitel luidt ‘Hoe om te gaan met de huidige moderne Schriftuitleg?

De studiedag wordt georganiseerd door ‘Hart voor de Gemeente’, een initiatief van stichting Heart Cry. 2 Het verlangen en doel van de organisatie is ‘het toerusten van Godvrezende leiders die niet wankelen maar vasthouden aan het oorspronkelijke Woord van God’. Deze leiders worden drie leerdoelen meegegeven:

  1. In vogelvlucht kennisnemen van historische ontwikkelingen m.b.t. hermeneutiek.
  2. Inzicht krijgen in de gevolgen en gevaren van de hedendaagse (moderne) hermeneutiek.
  3. Toegerust worden om deze gevolgen en gevaren zichtbaar te maken aan gemeenteleden.

Bij hermeneutiek staat een ‘sterretje’ en dan onderaan de flyer ter verduidelijking: ‘hermeneutiek is de studie van de interpretatie van (geschreven) teksten’. De locatie van het evenement is het gebouw van Hebron Missie (Jan van Zutphenweg 4) te Amerongen. Er zijn twee hoofdlezingen en vijf workshops. De workshops zijn verdeeld over twee ronden van elk één uur.3

Hoofdlezingen en workshops

De hoofdlezingen worden verzorgd door de theologen dr. Maarten Klaassen en dr. Piet de Vries. De lezing van dr. Klaassen heeft als titel ‘Hoe zijn we hier gekomen (en wat staat op het spel)?’ De lezing van dr. De Vries heeft als titel ‘Praktische toepassingen voor het verstaan van de Schrift’. Beide lezingen duren ongeveer een uur. Na de ‘lunch en ontmoeting’ zijn er vijf workshops verdeeld over twee ronden. De eerste workshop wordt verzorgd door Thijs van Reijn (MDiv.) en gaat over ‘Vrouwen in het ambt’. De toelichting bij deze workshop luidt: ‘Een exegetische analyse van 1 Timotheüs 2:11-12. In deze workshop wordt de belangrijkste tekst over het vraagstuk van de vrouw in het ambt onder de loep genomen. Stapsgewijs lopen de deelnemers door het exegetische proces om de historische interpretatie van 1 Timotheüs 2:11-12 te beoordelen’. De tweede workshop wordt verzorgd door dr. Piet de Vries en gaat over ‘Nieuwe Hermeneutiek binnen de kerk’. In deze workshop wordt het boek van dr. Arnold Huijgen ‘Lezen en laten lezen’ besproken.4 De derde workshop wordt verzorgd door dr. Maarten Klaassen en gaat over ‘Hermeneutiek en homoseksualiteit’. In deze workshop wordt het boek van dr. René Erwich en dr. Almatine Leene ‘Vuur dat nooit dooft’ besproken.5 De vierde workshop wordt verzorgd door Douwe Tiemersma en gaat over ‘Schrift zonder schepping schaadt Bijbels gezag’. De flyer geeft de volgende samenvatting van de workshop: ‘Hoe interpreteren we de dagen in het scheppingsverhaal en waarom is dit van belang voor onze visie op de Bijbel? In deze workshop kijken we naar de uitleg van het Scheppingsverhaal door naar de tekst zelf te kijken en behandelen we enkele historische en recente interpretaties van dit Bijbelgedeelte’. De vijfde en laatste workshop wordt verzorgd door Chris Verhagen (MSc.). Zijn lezing gaat over de nieuwe hermeneutiek en draagt de titel ‘Nieuwe hermeneutiek: apologetisch drijfzand’. Op de flyer wordt een korte samenvatting gegeven van deze workshop: ‘De kern van het christelijk geloof staat of valt met de vraag of God duidelijk en gezaghebbend heeft gesproken door Zijn Woord. In deze workshop staan we stil bij de negatieve invloed van de nieuwe hermeneutiek op het proces van Evangelisatie en geloofsverdediging’.

Aanmelden

Mocht u deze studiedag interessant vinden dan is het wel noodzakelijk uzelf aan te melden. Dat kan via de website van Hart voor de Gemeente (zie voetnoot naar directe aanmeldformulier).6 Meer informatie over de studiedag en de stichting is ook via deze website te vinden.7 Deze studiedag zal nog meer meewerken aan de ‘hermeneutische bewustwording’. Toch zie ik uit naar een meer academische, theologische en filosofische bezinning op dit onderwerp. Vergelijkbaar met de ‘hartenkreet’ van dr. C.P. de Boer.8

Voetnoten

‘Kerngroep Bezinning GKV’ haakt vanwege doorwerking van moderne hermeneutiek af – Zaterdag 19 november 2022 studiedag voor verdere bezinning

Vorige week werd er door de synode van de nieuwe Nederlandse Gereformeerde Kerken vergaderd over een nieuwe kerkorde. Niet iedere kerkenraad of gemeentelid van de huidige Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is het daarmee eens. Dat geldt bijvoorbeeld voor kerkenraden van Urk en Capelle aan den IJssel-Noord. Regio Ommen heeft scherpe kritiek op de kerkorde. Deze regio wil zelfs de complete kerkorde van tafel vegen. In dit artikel is het niet de bedoeling om de voors- en tegens te wegen, maar om de discussie te volgen dáár waar het gaat om Schriftgezag en hermeneutiek.1 Hoe lezen wij de Bijbel en is dat Woord in het geding? We maken hierbij gebruik van artikelen die verschenen zijn in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad.

In de kerkorde wordt volgens de regio Ommen een ‘lossere binding aan de belijdenis’ voorgestaan. Deze regio maakt zich zorgen over kinderen aan het Avondmaal en dat niet-huwelijkse relatievormen worden gedoogd of zelfs de ruimte worden gegeven.2 Een lezer van het Nederlands Dagblad geeft aan dat de nieuw te vormen kerk, door de losse binding aan de kerkorde, een pluriforme kerk dreigt te worden. ‘Door landelijke ontwikkelingen’ zijn ‘de binding aan vaste kaders, Schriftuitleg, het belijden van de kerk en de kerkorde, steeds minder duidelijk geworden’. Deze lezer voorspelt een uittocht van leden van de GKv en de NGK. Dit komt niet omdat er ‘een of ander conflict’ zal zijn, ‘maar omdat de ruimte zo groot is geworden dat er niet eens een conflict kan ontstaan’. Hij geeft aan er een ‘Laodiceagevoel’ bij te krijgen ‘lauwheid in plaats van heet of koud’. 3

Urk

Van de kerkenraad op Urk is al langer bekend dat ze moeite hebben met de koers van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en het nieuw te vormen kerkverband. De kerkenraad maakt als sinds de synode van 2013 bezwaar tegen de koers van het kerkverband en heeft al een tijd een vorm van dolerende status. De Urkers hebben moeite met de openstelling van alle ambten voor vrouwen, dat kinderen aan het Heilig Avondmaal kunnen en dat er ruimte wordt geboden voor andere samenlevingsvormen naast het huwelijk tussen man en vrouw. Dat er ruimte is voor deze kwesties heeft volgens de kerkenraad te maken met ‘een nieuwe manier van bijbellezen en bijbeluitleg’. Tijdens een vergadering in oktober 2022 heeft de gemeente het standpunt ingenomen dat ze een confessioneel-Gereformeerde Kerk vrijgemaakt willen zijn en niet mee willen gaan met moderne gedachten. De gemeenteleden werden per brief op de hoogte gebracht en opgeroepen om zich achter de kerkenraad te scharen om zo trouw te blijven aan de Schrift en de belijdenis. De kerkenraad geeft aan dat predikanten ‘die Gods Woord en de gereformeerde belijdenis van harte liefhebben’ in de gemeente kunnen blijven preken.4

Capelle aan den IJssel-Noord en vrouwenvereniging Hanna te Assen

De kerkenraad Capelle aan den IJssel-Noord heeft, net als Urk, besloten niet mee te gaan met de fusie.5 Een vrouwenvereniging uit Assen (Hanna) heeft ook moeite met de ontwikkelingen binnen de GKv. In een briefje in het Nederlands Dagblad laat een lid van deze vereniging weten zorgen te hebben: “Met name ook over de ontwikkelingen wat betreft huwelijk en seksualiteit. Het huwelijk is een verbond tussen man en vrouw en alleen daar heeft seksualiteit een plaats. We vinden het moeilijk dat veranderde standpunten steeds meer ons kerkelijk leven binnensluipen.6

Kerngroep Bezinning GKV

In week 45 (van 2022) trad ook de werkgroep ‘Kerngroep Bezinning GKv’ meer naar buiten. Deze groep gaat ervan uit dat er op 1 mei 2023 D.V. een groep vrijgemaakten, waarvan de omvang onbekend is, buiten het nieuw te vormen kerkverband zal komen te staan. Mogelijk zal deze groep aansluiting zoeken bij de eerder uitgetreden leden van de GKv. Deze eerder uitgetreden leden hebben twee kerkverbanden gevormd (nl. DGK en GKN), die momenteel zelf ook gesprekken voeren over eventuele fusie.7 De Kerngroep Bezinning GKv bestaat uit Wim Jol, Frans Pansier, mr. dr. Pieter Pel, Rufus Pos, Henk Room en Dick Slump.8 Op 10 november 2022 hadden twee leden van deze Kerngroep Bezinning GKv (mr. dr. Pieter Pel en ds. Henk Room) een interview met het Reformatorisch Dagblad. Hierin geven ze aan dat, als je werkelijk confessioneel-gereformeerd wilt zijn, je niet mee kunt gaan met de fusie. Predikant Room gaf aan dat het voor de kerngroep een gewetenskwestie is: “De ontwikkelingen in onze kerken gaan zo hard en zijn zo fundamenteel. In betrekkelijk korte tijd heeft een nieuwe omgang met de Schrift ingang gevonden bij voorgangers en in gemeenten. De Bijbel functioneert als een bron, maar is niet meer dé norm.” Mr. dr. Pel is het daar mee eens. “Die verandering in denken lijkt onder ons voortdurend sneller te gaan.” Als voorbeelden neemt hij het boek over homoseksualiteit van prof. dr. Ad de Bruijne (Verbonden voor het leven) en het boek van prof. dr. René Erwich en dr. Almatine Leene (Vuur dat nooit dooft). Deze twee uitgaven zijn volgens de geïnterviewden geen incidenten. “Daaronder ligt een nieuwe vorm van omgaan met de Schrift. Streefden we voorheen in onze exegese naar eenheid in uitleg, nu klinkt dat de Bijbel over één thema twee heel verschillende dingen kan zeggen, die ook eigenlijk onverenigbaar zijn. Dan moet jij als gelovige maar de uitleg kiezen die jou het meest aanspreekt.

De kerngroep is er door zelfstudie én door lezingen van prof. dr. Henk van den Belt en dr. Gert van den Brink9 achter gekomen dat achter de nieuwe visie op ‘vrouw in het ambt’ een andere manier van denken schuilt. Maar ook een andere manier van bijbellezen’. “Hierbij verschuift het accent van de zeggenschap van de Bijbel naar de eigen uitleg van de lezer.” Volgens mr. dr. Pel is dit in strijd met de artikelen drie tot en met zeven van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB). De Schrift is haar eigen uitlegster. De kerkorde staat, volgens de geïnterviewden, dit moderne denken niet in de weg maar biedt daar juist ruimte voor. “De kerkorde bevestigt de toegenomen individualisering in de kerk. Om al dat soort redenen kunnen wij volgend jaar niet mee met de fusie.” Volgens de kerngroep dendert de trein met de nieuw te vormen Nederlandse Gereformeerde Kerken gewoon door en wordt er alleen nog marginaal aan de kerkorde gesleuteld. Als bezwaar maken geen nut heeft, waarom dat toch een kerngroep? “Wat ons als kerngroep nu te doen staat, is onze broeders en zusters in de GKV bewust te maken van wat er in en met hun kerk gebeurt en hen te waarschuwen voor de ontwikkelingen. (…) We heffen als het ware een banier op, en roepen tegen allen die net als wij verontrust zijn over de koers van ons kerkverband en over de komende fusie: “Verzamelen!” Om ons zo met elkaar te verbinden en om hierin samen verder op te trekken.” Pel voert daarbij aan dat de fase van advisering voorbij is, ‘nu het gezag van de Schrift zelf in het geding komt’. De bezinningsgroep wil vanaf heden meer kerkelijke richting gaan wijzen. Mogelijk door verbinding te zoeken met de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) en De Gereformeerde Kerken (DGK). Pel en Room zien de mensen in deze kerken als broeders en zusters ‘geënt op dezelfde historische wortels’. Maar ook willen ze open gesprekken voeren met de Hersteld Hervormde Kerk (HHK). De aanstaande fusie raakt de predikant en de kerkrechtjurist ook persoonlijk. Pel: “Maar het meest pijnlijke is dat het in de GKV niet meer veilig is en dat je tot deze keuze gedwongen wordt.10

Het Woord in geding

De Kerngroep Bezinning GKv wil binnenkort een boek uitbrengen onder de titel Het Woord in geding.11 In het boek ‘Het Woord in geding’ worden een serie studies gepresenteerd rondom Schriftgezag en Hermeneutiek gepresenteerd. Volgens de website is er ‘aan deze uitgave (…) met zorg en passie gewerkt. De bijdragen in deze bundel gaan over actuele en wezenlijke zaken rond de uitleg van de Bijbel, die ook ons praktisch geloofsleven direct raken’.12

Veranderingen

De synodeleden van het nieuw te vormen kerkgenootschap Nederlandse Gereformeerde Kerken willen de bezwaarde leden van de GKv ‘vasthouden’. “We moeten er rekening mee houden, ook in onze bewoordingen, dat een aantal mensen veranderingen moeilijk kan meemaken.” Maar ‘we moeten proberen hen vast te houden, want we hebben iedereen nodig’. Een andere afgevaardigde gaf aan de ontwikkeling best wel te kunnen volgen. In het Reformatorisch Dagblad: “In dit licht noemde hij het begrijpelijk dat er nu zorgen bestaan, “omdat bezwaarden denken: Vroeger konden we elkaar in moeilijke situaties altijd nog ergens aan houden. Maar wat als ook dat gaat verdwijnen?13 Op de synode worden de bezwaarden opgeroepen om ‘gewoon’ mee te doen. De bezwaarden zullen daar vast anders over denken.14 De besloten groepsbespreking liep in ieder geval uit op een groepsgebed voor de synodeleden én de bezwaarden. In het Reformatorisch Dagblad geeft journalist Addy de Jong aan dat er de laatste decennia een ‘een ware revolutie in denken en handelen’ plaatsvond binnen de GKv. “Wat vroeger in andere kerken scherp werd veroordeeld, werd nu in het eigen kerkverband gepropageerd en gepraktiseerd: de vrouw in het ambt, een nieuw denken over schepping en evolutie, een aanvaarding van homoseksualiteit, zoals recent door hoogleraar Ad de Bruijne.15 Binnen de GKv zijn er, onder de predikanten die openstaan voor homoseksuele relaties, óók predikanten die aangeven te denken dat de nieuwe fusiekerk de Protestantse Kerk in Nederland op het punt van homoseksuele relaties op den duur links zullen inhalen.16  Synodelid Kars Veling is blij dat, met de nieuwe kerkorde, de autogordel wat losser zit. Hij geeft aan blij te zijn dat ‘er in onze kerken meer ruimte is gekomen voor het lezen van de Schrift op een wijze die, dat moeten we in alle eerlijkheid zeggen, wat afwijkt van hoe we dit vroeger deden’. Veling geeft wel aan dat we niet ‘alleen maar blij zijn dat autogordels wat losser zitten, maar ons ook blijven afvragen waar de chauffeur ons heen voert’.17

Studiedag

De Kerngroep Bezinning GKv belegt morgen, zaterdag 19 november 2022, een studiedag op Urk. Hier spreken ds. Jan Wesseling (predikant Veenendaal-West), dr. Bart van Egmond (predikant Capelle aan den IJssel-Noord) en kerkrechtjurist mr. dr. Pieter Pel.18 In het middagprogramma volgt een presentatie van ‘Kerkgroep Bezinning Gkv’. Uit deze presentatie moet duidelijk worden waar de werkgroep voor staat en welke perspectieven ze zien. Ook zal er aandacht zijn voor de nieuwe publicatie ‘Het Woord in geding’.19

Voetnoten

Heel de Bijbel had voor Luther onfeilbaar gezag

Wie zich op Luther wil beroepen om de moderne Schriftkritiek te legitimeren, behandelt de reformator niet fair. Voor de Bijbel dient men te buigen en alle bezwaren van het verstand te laten varen, luidde zijn visie.

Het artikel met als kop ”Het gevaar van Luthers stoerheid” van dr. C. P. de Boer (RD 29-10) riep bij mij vragen op. Allereerst de vraag of Luther met zijn ”was Christum treibt” een heldenstatus wilde creëren? De kop lijkt op het eerste gezicht die indruk te willen wekken. Luthers uitspraak „Wij voeren Christus aan tegen de Schrift” komt flink, sterk en onverschrokken over. Zo suggereren sommigen ook dat Luther op de Rijksdag van Worms bewust een publieke stunt wilde uithalen met zijn „Hier sta ik, ik kan niet anders”, enzovoorts.

Wilde Luther stoer doen, shockeren, met zijn bewering dat elke Bijbeltekst waarin hij Christus niet vond voor hem van minder waarde was dan de woorden waarin Hij helder straalt? Dr. De Boer zelf zegt dat niet met zoveel woorden. Hij schrijft alleen dat het „vandaag stoer klinkt”! Ja, maar voor wie? Bedoelt hij de theologen van gereformeerde origine die op de hermeneutiek van de confessie zijn uitgekeken? Wordt Luther nu de vaandeldrager van nieuwe hermeneutische inzichten? Ja, dat is inderdaad riskant. Voor henzelf en voor de gemeenten die zij dienen. Het slot van het artikel lijkt die kant op te gaan.

Ik veronderstel dat dr. De Boer wil zeggen dat hedendaagse exegeten en hermeneuten van reformatorische origine Luther goed denken te kunnen gebruiken als baanbreker om ruimte te maken voor vernieuwende inzichten, in de trant van: ”Kijk maar, Luther slikte ook niet alles wat hem in de Bijbel voorgeschoteld werd. Hij had de moed om Christus zo nodig tegen de Schrift uit te spelen.”

Vrolijke ruil

Zij die Luthers werk als vrijbrief voor moderne Bijbeluitleg denken te kunnen gebruiken, moeten wel eerst bedenken wat de reformator bewoog om uitspraken te doen als: „Wij voeren Christus aan tegen de Schrift.” Het ging Luther om het Evangelie van de vergeving van de zonden. De rechtvaardiging van de zondaar. Dat was voor hem de kern van heel de Bijbel. Hét Woord van God is de belofte van onvoorwaardelijke vrijspraak van de zondaar die door de genade van het geloof Christus aangrijpt en zodoende bevrijd wordt van schuld en eeuwige straffen. De zondaar geeft zijn zonden aan Christus en krijgt Zijn gerechtigheid ervoor terug. Ja, de ”vrolijke ruil” noemde Luther dat.

Door die persoonlijke ontdekking was Luther inderdaad zo vrolijk, dat hij in heel de Bijbel die ruil terug wilde vinden. Dit Evangelie was voor hem hét Woord van zijn God. En zij die dat hebben ervaren, weten wat hij bedoelt.

Geen heilige

Dat Luther soms onbehoorlijk kon doorslaan, is alom bekend. Zijn onstuimige boekje ”Von den Juden und ihren Lügen” zou niet voor de Nobelprijs voor de vrede in aanmerking komen. Luther zelf zou overigens geen moete hebben gehad met mensen die hem niet als een heilige en perfecte gelovige en exegeet vereren. Van Lutherverering was hij niet gediend: „Christus is heilig, ik niet.” En wij vergeven hem zijn tirade tegen Jakobus, die ons volgens Luther in zijn brief te veel werk en te weinig genade en geloof laat lezen. In zijn latere werk matigde hij trouwens zijn kritiek op Jakobus.

Voorkeuren

Eén ding is zeker: Luthers moeite met bepaalde passages in de Bijbel betreft niet de geloofwaardigheid van de Bijbel zelf. De Duitse theoloog Paul Althaus, die persoonlijk de historische kritiek op de Bijbel accepteert, heeft dat in zijn belangrijke boek ”Die Theologie Martin Luthers” duidelijk gemaakt. Luther speurde in de Schrift naar zijn lieve Jezus Christus, maar vond Hem niet altijd zo gauw als hij verlangde. „Nur da, wo Luther Verdunkelung des Evangeliums in der Schrift findet, bestreitet er den Charakter als Wort Gottes”, aldus Althaus. Maar dat de Bijbel als geheel het betrouwbare Woord van God is, daar twijfelde hij niet aan: „Das Wort sollen Sie stehen lassen!

Luther doolde als een speurhond over Gods wegen in de Bijbel om de reuk van Christus en Zijn genade te ervaren. Hij had voorkeuren, jazeker. De Bijbel bevatte voor zíjn beleving niet op elke plaats even veel karaat goud. Maar ondanks zijn voorkeur voor het Evangelie van Johannes en vooral voor de brief van Paulus aan de Romeinen bestreed hij niet het gezag van de Bijbel als geheel.

Althaus onderstreept dat in zijn boek over Luthers visie op de Schrift. De Schrift is voor hem boven alles het door de Heilige Geest opgestelde Boek en als zodanig van onfeilbaar gezag. Voor dat Boek dient men te buigen en alle protesten en bezwaren van het verstand te laten varen.

Tijdgeest

Luther is geen baanbreker voor de 18e-eeuwse Verlichting, die de Bijbel, met zijn ”onbegrijpelijke” teksten over wonderen, verzoening, opstanding, verkiezing en voleinding, de oorlog verklaarde. En wat er verder volgde. Nee, Luther is zeker geen vader van de historisch-kritische hermeneutiek. Zijn heel persoonlijke christocentrische benadering van Bijbelteksten is van een radicaal ander gehalte dan het loslaten van de onstabiele tijdgeest op Gods openbaring in de Bijbel.

Bij Luther vindt het omgekeerde plaats. Hij gaat juist heel flink en onverschrokken met de Bijbel op de tijdgeest af en laat er niets van heel. Want het is een geest die de eigen vroomheid boven Christus verkiest. De tijdgeest heeft geen verstand van de ”vrolijke ruil”. Toen niet en nu ook niet.

Moderne exegeten en hermeneuten willen Luther voor hun karretje spannen, maar Luther leent zich daar niet voor. Hij trekt dat niet, om zo te zeggen. Moderne exegeten zijn Luthers vrienden juist niet, omdat zij, anders dan de reformator uit Wittenberg, de confrontatie ontlopen. Zij trekken Christus steeds weer de modieuze kleren van hun eigen tijd aan en maken van Hem een herkenbare en acceptabele moraalridder. De eindeloze aanpassingen aan de smaak van het publiek getuigen niet van moed. Ze bieden ook geen uitkomst. Het gevolg is de ontkerstening van Christus en daar moet je bij Luther niet mee aankomen.

Wie met een beroep op Luthers vermeende stoerheid uitdraagt dat actuele filosofische en psychologische inzichten in de hermeneutiek de dienst moeten gaan uitmaken, moet Luther met rust laten. Die tapte echt uit een ander vaatje.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Meij, L.W. van der, 2022, Heel de Bijbel had voor Luther onfeilbaar gezag, Reformatorisch Dagblad 52 (189): 38-39 (artikel).

Een nieuwe manier van Bijbellezen? – Dr. J.M.D. de Heer schrijft een serie artikelen in De Saambinder over de wissels die omgaan

Het is soms haast niet bij te houden. De moderne maatschappij ontwikkelt zich heel snel. Maar ook kerken lijken op drift te raken. Onderwerpen als vrouwelijke ambtsdragers en homoseksualiteit staan regelmatig op de agenda van synodes. Het lijkt wel of de ene kerk na de andere ‘om’ gaat. Wat is de achtergrond van dit alles? En, raakt het ons? Steeds blijkt dat de manier waarop de Bijbel wordt gelezen sterk uiteenloopt.1 Met deze woorden start predikant en theoloog dr. J.M.D. (Jaco) de Heer zijn artikelenserie in De Saambinder over de moderne hermeneutiek.2 In dit artikel wil ik deze serie artikelen samenvatten.

Welke wissels gaan er om als de hermeneutiek een verandering ondergaat? Bron: Pixabay.

Wissels

Aanleiding van de serie is de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) over vrouw-in-het-ambt.3 Ook in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, volgens de auteur ‘lange tijd een bolwerk van rechtzinnigheid’, zijn belangrijke wissels omgezet inzake deze discussie. En binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) is deze discussie al lange tijd passé. Is eenzelfde trend waarneembaar als het gaat om de acceptatie van homoseksualiteit? De Heer: “De synode van de PKN heeft relaties van mensen van hetzelfde geslacht volledig geaccepteerd. Eigenlijk is er nog maar één drempel waar de synode, omwille van het behoudende deel van de kerk, nog niet overheen is gegaan. Dat is volledige gelijkschakeling van het Bijbelse huwelijk van man en vrouw met het homohuwelijk. Het vooruitstrevende deel van de kerk wenst al langere tijd zo’n gelijkschakeling.” De Heer merkt op dat ook binnen de CGK en de GKv ruimhartige geluiden inzake homoseksualiteit te horen zijn. Maar er zijn meer onderwerpen waar de kerk mee te maken krijgt, zoals het brede onderwerp ‘gender’. “Het heeft er veel van weg dat kerken hierover geen uitspraken doen, wellicht omdat het onderwerp nieuwer is dan dat van homoseksualiteit. Een andere oorzaak kan zijn dat de gebrokenheid in het leven van transgenders vaak intenser wordt ervaren dan bij mensen met een homoseksuele geaardheid. Daarom is een pastorale houding zo belangrijk. Dat geldt ook voor homoseksualiteit. Maar, de Bijbel kan alleen de doorslag geven hoe we moeten leven.4

Schriftgezag

De Bijbel heeft voor de predikant en theoloog absoluut gezag. “Het spreken van God tot de mens, door Zijn Woord, is een spreken met gezag. De Bijbel is niet zozeer een boek waar mensen hun ervaringen met God onder wooden brengen. Het is Gods openbaring, waarin Hij Zichzelf bekendmaakt. Daarvoor schakelde de Heilige Geest mensen in. In dit proces drukten de Bijbelschrijvers – in zichzelf mensen met gebreken – Gods wil volkomen uit. Daar zorgde de Heere Zelf voor. We noemen dit de inspiratie van de Bijbel.5

Verlichting en Romantiek

In navolging van prof. dr. Andres Kinneging (die overigens niet bij naam genoemd wordt) gaat dr. De Heer in op de oorzaken van de verandering van het Westerse wereldbeeld.6 Deze verandering had ook gevolgen voor de aard van het Schriftgezag en de nieuwe manier van Bijbellezen. Die liggen volgens De Heer in de Verlichting en Romantiek. Met name de Verlichting ziet De Heer als oorzaak van de verandering in het denken over God, de mens en de Schrift. De Verlichting zette het verstand van de mens centraal, zoals bijvoorbeeld te zien is bij René Descartes. Oudvaders uit de Nadere Reformatie hebben dit gedachtengoed bestreden. Maar de tijdgeest ging, ondanks de waarschuwingen, door: “In het spoor van de Verlichting ging de mens een andere plaats innemen ten opzichte van de Bijbel. Hij staat niet meer onder het absolute gezag van Gods Woord, maar gaat zelf bepalen welke waarde de Bijbel heeft. De Bijbel wordt onderworpen aan het menselijke verstand. Niet meer openbaring door God, maar het begrijpen door de mens staat op de eerste plaats. In feite kwam de Bijbel op de snijtafel van het verstand te liggen.” De zogenoemde historisch-kritische uitleg stelt overal rationele vragen bij. Zelfs het leven, sterven en de opstanding van de Heere Jezus werd betwijfeld. “De historisch-kritische manier van bijbeluitleg groeide uit tot een machtig blok dat veel universiteiten beheerst. En juist dáár worden ook predikanten opgeleid. Hoeveel predikanten hebben de kerkgangers in Nederland een vage, arme boodschap voorgehouden. Op hoeveel plaatsen gebeurt dat nog? Geeft dat ons verdriet?7

De Heer wijst ook op een andere geestesstroming die invloed heeft (gehad) op onze manier van Bijbellezen: de Romantiek. Nu geen nadruk op het verstand maar op het gevoel. De predikant en theoloog verwijst hierbij naar een interview met de orthodoxe dr. Carl Trueman in het Reformatorisch Dagblad (zie voetnoot).8 De Heer: “Met name op het gebied van seksualiteit leidde dit tot een aarrverschuiving. Niet meer de bedoeling die God in Zijn Woord openbaart, is leidend, maar de beleving van de mens. Gods Woord openbaart hoe Hij het huwelijk heeft bedoeld: een levenslange verbintenis tussen man en vrouw, waarbinnen seksualiteit en het krijgen van de kinderzegen aan elkaar zijn verbonden. In plaats daarvan is de seksuele revolutie gekomen en daarbovenop de homo-emancipatie. Je kiest zelf de relaties die bij je passen.” Dit leidt ook tot intolerantie naar degenen die Gods Woord wél centraal willen stellen. “Het accent op het eigen ik leidt er ook toe dat het afwijzen van homoseksuele contacten wordt ervaren als een aanval op iemands hele menszijn.” Het is echter nog verder gegaan. Bleef bij de homo-revolutie het man-vrouw-zijn nog intact, dit is anders bij de ideologie van het transgenderisme. “Niet het lichaam waarmee je bent geboren, maar je gevoel bepaalt of je man of vrouw bent. De innerlijke psychische overtuiging wordt bepalend, het lichaam mag daar eventueel aan worden aangepast.” Ziedaar de ultieme invloed van de Romantiek. De Heer sluit het tweede artikel af met de opmerking dat deze ontwikkelingen (de tijdgeest) de kerken ook niet voorbij gaan. 9

“Onder invloed van de tijdgeest ziet de theoloog de manier van uitleg van de Bijbel veranderen. Het is daarom belangrijk om stil te staan bij de manier waarop we de Bijbel uitleggen. De regels die gebruikt worden bij de uitleg van Gods Woord wordt hermeneutiek genoemd.” Bron: Pixabay.

Regels bij de uitleg van de Bijbel

Hierboven zagen we dat de Verlichting en Romantiek een stempel hebben gezet ‘op het geestesklimaat in de westerse wereld’. Volgens De Heer krijgt de mens zo ‘een zelfstandige plaats ten opzichte van God en Zijn Woord’ en dat heeft gevolgen voor het lezen van de Heilige Schrift. De Bijbel is duidelijk, maar ‘tegelijkertijd vraagt de Bijbel om uitleg’. Onder invloed van de tijdgeest ziet de theoloog de manier van uitleg van de Bijbel veranderen. Het is daarom belangrijk om stil te staan bij de manier waarop we de Bijbel uitleggen. De regels die gebruikt worden bij de uitleg van Gods Woord wordt hermeneutiek genoemd.10 De Heer geeft aan dat het belangrijk is dat we de uitlegregels bij Gods Woord uit Gods Woord zelf halen. “God bepaalt hoe Zijn Woord wordt uitgelegd. Een basisregel voor de uitleg van de Bijbel vinden we in 2 Petrus 1:20 (…).” De predikant verwijst daarbij ook naar kanttekening 75 bij de Statenvertaling. “Juist daarom zijn de tekstverwijzingen in de Bijbel zo belangrijk. De ene tekst legt de andere uit. Een moeilijkere tekst kan met behulp van eenvoudiger teksten worden uitgelegd. We spreken hier over de klassieke hermeneutiek.” Deze uitlegregel ligt op de snijtafel van de Verlichting en de Romantiek. “De méns ging de Bijbel uitleggen, niet meer vanuit de Bijbel, maar vanuit zijn verduisterde verstand.” De theoloog laat zien dat deze manier van uitleg grote invloed heeft (gehad) op de protestantse kerken. “In de Gereformeerde Kerken bijvoorbeeld botste de traditionele bijbeluitleg op die van verlichte geleerden. De moderne bijbeluitleg trok aan het langste eind. Kerkelijk ging er een wissel om toen het kerkverband in 1980 het rapport ‘God met ons, over de aard van het Schriftgezag’ aanvaardde. In het rapport staat het zogeheten ‘relationele waarheidsbegrip’ centraal. Dat wil zeggen dat waarheid ontstaat in de wisselwerking tussen de mens en de Bijbel. De waarheid van de Bijbel komt dus niet meer met Goddelijk gezag tot ons. De mens krijgt hierdoor een grotere plaats in de toepassing van de Bijbel in veranderende omstandigheden.” Dit veroorzaakte ook op het gebied van medische ethiek een grote verschuiving. De Romantiek had ten gevolge dat de beleving van de lezer bij de bijbeluitleg een zelfstandige plaats inneemt. “Het gaat niet zozeer om de oorspronkelijke bedoeling van de Heere – de zin en mening van Gods Geest – maar vooral om de wijze waarop ik de tekst uitleg en beleef. De lezer zoekt niet alleen naar de betekenis van de tekst, maar gééft de tekst ook betekenis.” Zo worden ‘Bijbelteksten buiten werking gesteld’, omdat wanneer de lezer zich niet in de teksten herkent (in de beleving), ze kunnen beslissen dat de tekst hen niet raakt.11

Gevoel leidend

De wegen van de klassieke en de nieuwe hermeneutiek gaan uiteen. “De klassieke manier van Bijbeluitleg onderwerpt zich onvoorwaardelijk aan het spreken van God in Zijn Woord.” De denkstappen voor Bijbeluitleg vanuit de Verlichting is volgens De Heer ‘tamelijk herkenbaar’. Dat ligt bij de ‘nieuwe hermeneutiek (…) misschien ingewikkelder, omdat deze een appel doet op ons invoelingsvermogen’. En verder: “Het persoonlijk gevoel is bepalend voor wat de Bijbel zegt. En juist dit appél op het gevoel doet het in onze tijd goed.” De Heer gebruikt twee voorbeelden: de discussie vrouw in het ambt binnen de CGK en de discussie homoseksualiteit binnen de GKV. Tegenstanders van de klassieke hermeneutiek (zoals dr. Bert Loonstra) komen met het verwijt van ‘een statistisch waarheidsbegrip’. Oude teksten zouden dan, volgens Loonstra, zomaar op nieuwe situaties geplakt worden en mensen zouden daardoor ongeoorloofd veroordeeld worden. Volgens De Heer spreekt Loonstra daarmee niet de Schrift na, maar het hart van ‘de moderne mens bij wie de eigen beleving bepalend is’.12

“Volgens predikant en theoloog dr. J.M.D. de Heer gaat de beïnvloeding door de tijdgeest zover, dat we denken de Bijbel serieus te nemen maar toch meegaan met de tijdgeest.” Bron: Pixabay.

Tijdgeest

De artikelenserie kan maar enkele zaken aanstippen als het gaat om hermeneutiek. De Heer verwijst daarom voor een uitgebreidere bespreking naar het tweede en derde deel van de Semper Reformanda-serie met als titel ‘Het onfeilbare Woord’.13 In het vijfde deel van deze serie gaat De Heer in op het voorbeeld rond vrouw-in-het-ambt en de omgang met homoseksualiteit. Ik bespreek hier alleen kort wat de centrale vraag ‘Hoe lezen wij de Bijbel?’ raakt. Er wordt in de verschillende kerken steeds meer gecapituleerd voor de tijdgeest. Het adagio is: “De kerk moet niet wereldvreemd zijn, anders raakt de boodschap van de kerk de moderne mens niet meer.” De Schrift is volgens voorstanders als het gaat om vrouw-in-het-ambt niet duidelijk. “Als gevolg van deze onduidelijkheid is er de vrijheid van de Geest, boven de letter van het Woord.” De snelle wending van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt liet ‘de Schriftgetrouwe professor J. van Bruggen (…) ‘met enige verbijstering’ afvragen ‘wat er met zijn kerkverband was gebeurd’. Op het gebied van homoseksualiteit worden ook (langzaam?) de bakens verzet. “Het lijkt een signaal te zijn dat het kerkverband [de GKV, JvM] op termijn het onderwerp in zijn geheel gaat vrijgeven. Een schip op het strand, is een baken in zee!14

Het zesde deel in deze serie gaat vooral over synodebesluiten en hoe een lokale gemeente daarmee om moet gaan. De Heer hekelt dat sommige kerken ondanks de synodebesluiten toch een tegenovergestelde keuze maken in zaken die de scheppingsorde aangaan. We laten deze kerkrechtelijke zaken in dit samenvattende stuk rusten, het gaat ons immers om hermeneutiek.15 In het zevende deel in deze serie sluit De Heer aan bij het zesde stuk over de synode van de CGK rondom vrouw-in-het-ambt. Met vooral een praktische insteek, namelijk kijkend naar de reacties op de synode. Ook dat laten we hier rusten.16

De lessen voor ons

In het achtste en laatste deel van de serie over hermeneutiek in De Saambinder gaat dr. De Heer in op de lessen voor het kerkverband van de Gereformeerde Gemeente. Hij vraagt zich af of discussies rond vrouw-in-het-ambt en homoseksualiteit ook dit kerkverband kunnen gaan roeren. De Heer is hierover heel helder: “We moeten ons niet vergissen. De tijdgeest waait door alle kerken heen, beïnvloedt menden, ambtsdragers. Dus ook ons!” Volgens de theoloog gaat de beïnvloeding door de tijdgeest zover, dat we denken de Bijbel serieus te nemen maar toch meegaan met de tijdgeest. “We kunnen denken ‘geestelijke pioniers’ te zijn en met verve nieuwe inzichten verdedigen, terwijl een ‘kracht der dwaling’ (2 Thess. 2:11) ons in de greep houdt.” Dit kan als een oordeel over ons komen. “We kunnen de leugen voorstaan, terwijl we denken voor de waarheid op te komen.” Volgens De Heer is een ‘wantrouwen tegen alle gedachten die uit ons menselijk hart opkomen’ het medicijn hiertegen. “Wie zichzelf leert kennen als ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’ zal niet snel het stempel van Gods Woord op eigen opvatting zetten.” Daarnaast kan ook de satan overkomen als een engel des lichts.

Het gezonde wantrouwen van onszelf wordt, volgens De Heer, gemist in de vooruitstrevende kerken. “Opvallend is dat moderne opvattingen vooral ingang vinden bij kerken of delen van kerken waar de ontdekkende prediking van Gods wet naar de achtergrond verdwijnt.” Deze prediking staat volgens de predikant ‘haaks op ons gevallen bestaan’. De wet verdwijnt dan achter de liefde. “Zo gaat de autonome mens bepalen wat de wet zegt, terwijl de wetsprediking juist nodig is om onze autonomie te breken.17

De gevolgen van de zondeval

Het erkennen van de zondeval is hier belangrijk. “Functioneert de zondeval niet meer, dan wordt het uitgangspunt de gelovige mens. Deze gaat ervan uit dat Gods Geest in hem woont en vertrouwt erop de juiste keuzes te maken.” De Heer geeft aan dat daar ‘waar een bijbels-separerende prediking ontbreekt’ er ‘gemakkelijk’ allerlei ‘vernieuwingen (…) doorgevoerd. Die vernieuwingen worden vervolgens in de Bijbel ingelezen.” Als voorbeeld neemt De Heer Galaten 3:27-28. Op grond daarvan gaat de deur open richting vrouw-in-het-ambt en transgenderisme. “Op grond van Galaten 3:27-28 vindt een gereformeerd vrijgemaakte predikant zelfs dat we rustig genderneutraal kunnen spreken en de gemeente in de kerkdienst mogen begroeten met ‘goedemorgen mensen’. Christenen verabsoluteren immers het verschil tussen man en vrouw niet meer.” Dit soort redeneringen schuiven de scheppingsorde opzij. “Maar Paulus grijpt juist daarop terug als hij, door de Heilige Geest geïnspireerd, het verschil tussen man en vrouw uitlegt (1 Tim. 2:9-15).

Het gaat hier om een nieuwe manier van Bijbellezen, een nieuwe hermeneutiek. De Heer besluit zijn artikelenserie af met een oproep om de tijdgeest te doorgronden. “Een vanouds traditioneel kerkverband als de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) wordt in rap tempo een moderne kerk, waarin de boodschap van zonde en genade steeds vager klinkt en de moderne mens het steeds meer voor het zeggen heeft. Wat ons daarom te doen staat? De tijd doorgronden, de geesten beproeven en veel bedelen om het licht van Gods Geest.18

“Bijbeluitleg in het spoor van de Verlichting neemt echter het verstand en de natuurwetenschap als uitgangspunt.” Bron: Pixabay.

Schepping en Evolutie

De predikant ziet ook op het gebied van schepping-en-evolutie wissels omgaan. Ook hier is de manier waarop we de Bijbel lezen belangrijk. De Heer: “Steeds opnieuw is de vraag: Hoe lezen we de Bijbel en welk gezag heeft het spreken van de Heere voor ons?19 In het vierde deel van deze serie komt opnieuw het schepping-evolutie-debat aan de orde. Binnen de klassieke Bijbeluitleg wordt onvoorwaardelijk onderworpen aan het spreken van God. “Spreekt de Heere over zes scheppingsdagen? Wordt dat in het vierde gebod van Gods wet herhaald? Wel, dan biedt de Bijbel geen ruimte om de scheppingsdagen uit te leggen als lange perioden.” Bijbeluitleg in het spoor van de Verlichting neemt echter het verstand en de natuurwetenschap als uitgangspunt. “Het verstand van de mens trekt conclusies uit de waarnemingen in de natuur. Als daaruit blijkt dat het heelal en ook de aarde miljarden jaren bestaan, dan moet Genesis 1 wel op een andere manier woerden uitgelegd.” De vragen die vanuit de natuurwetenschap gesteld worden zijn natuurlijk niet simpel. “Het kan knap lastig zijn als we met een overvloed aan ‘bewijs’ worden geconfronteerd.” Toch wil dr. J.M.D. de Heer op dit punt niet afwijken van Gods Woord. “En toch, de Heilige Geest inspireerde Genesis 1 zoals het hoofdstuk in onze Bijbel staat. Pogingen om schepping en evolutie20 met elkaar te combineren knagen aan het gezag van Gods Woord.”21

Scheppingsorde

Volgens diverse voorstanders van nieuwe hermeneutiek is er een ontwikkelingslijn te zien van schepping naar herschepping. Bij Christus’ opstanding waren vrouwen betrokken, dit is ‘een signaal dat ze in de kerk van het Nieuwe Testament ook mogen prediken’. “De orde in de schepping – eerst de man en dan de vrouw – is niet meer zo toe te passen op het heden.” Een minderheid (binnen de CGK Synode 1998) ‘vond dat de scheppingsorde als een raster werd gelegd op de verhouding man en vrouw’. De helderheid van de Schrift mag echter ‘niet worden verduisterd door allerlei culturele ontwikkelingen. Bovendien wordt de orde van de schepping – de mans als hoofd van de vrouw – niet opgeheven door het verlossingswerk van Christus’.22

Ten slotte

Het is goed om te zien dat er ook binnen de Gereformeerde Gemeenten herhaaldelijk aandacht is voor hermeneutiek, exegese en Schriftgezag.23 In de artikelenserie van dr. J.M.D. de Heer geen zelfverheffing, maar de hand ook in eigen boezem. Immers: “En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.” (1 Korinthe 10:11-13, SV) In dit verband zou het goed zijn om de ‘krachten’ te bundelen (zoals onlangs ook in de hartenkreet van dr. C.P. de Boer te horen was24). Niet omdat we het moeten verwachten van mensen (want dan is het hopeloos), maar omdat de Heere wil werken door de middelen.

Voetnoten

‘Adam is een historisch figuur en niet een ‘leermodel’ of iets anders’ – ‘Verklaring van gevoelen’ roept op tot Schriftgetrouwe hermeneutiek

In juni 2021 kwam een aantal predikanten binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) naar buiten met de zogenoemde ‘Verklaring van gevoelen’. De predikanten uitten in die verklaring hun zorg over de koers van de CGK. De verklaring werd gestuurd naar alle predikanten van het kerkverband.1 De verklaring gaat over het functioneren van Schriftgezag en de zogenoemde nieuwe hermeneutiek. In één punt kwam de lezing van Genesis 1-3 aan de orde. In dit artikel zal, na een samenvatting van de ‘Verklaring van gevoelen’, hierop de focus liggen.2

‘Verklaring van gevoelen’

De ‘Verklaring van gevoelen’ werd opgesteld door de predikanten en theologen prof. dr. A. (Arie) Baars, dr. C.P. (Pieter) de Boer, ds. A.A. (Anton) Egas en drs. J.M.J. (Jaap) Kieviet. Volgens de opstellers is alleen de Schrift de norm en bron voor leer, geloof en leven. Voor de predikanten is zowel het Sola Scriptura als het Tota Scriptura fundamenteel. “De gehele Schrift geldt als gezaghebbende en onfeilbare Woord van God.” Zoals ook verwoord is in de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 5.3 Predikanten hebben de roeping om recht te doen aan het geheel van de Heilige Schrift. “Als er zich een kwestie voordoet inzake de ware en volle betekenis van de een of andere Schriftplaats, dan moet men die opsporen en leren kennen met behulp van andere plaatsen die meer duidelijk spreken.” Hierbij moet in gedachten worden gehouden dat de Heilige Schrift Gods Woord is. De opstellers zien vrijheid van exegese als groot goed, maar deze is niet ongelimiteerd.4

Hermeneutiek

Hermeneutiek is belangrijk. Het gaat hier om ‘het geheel van regels die in acht genomen worden bij de uitleg van de tekst’.5 Hieronder een opsomming die gemaakt wordt in ‘Verklaring van gevoelen’:

  • De erkenning van de Schrift als het Woord van God.
  • De noodzaak van het getuigenis van de Heilige Geest.
  • De Schrift als haar eigen uitlegster.
  • De tijdbetrokkenheid van de Schrift.
  • Het rekening houden met het onderscheid in literaire vormen en genres.
  • Etc.

Deze set regels zijn er om te komen tot een verantwoorde Bijbeluitleg. Hermeneutiek moet dienstbaar zijn aan het spreken van de Schrift. We moeten ons daarbij niet laten leiden door ‘de autonome verstaanshorizon van de moderne mens’. De Schrift moet niet worden ‘benaderd als tijdgebonden’. Ook de ´huidige cultuur’ mag de uitkomst van de uitleg van Schrift niet bepalen.

Rationalisme

De punten 5 tot en met 7 van de ‘Verklaring van gevoelen’ zijn voorbeelden uit de praktijk, waarbij we hieronder op punt 7 nog terugkomen. De hierboven geschetste opvattingen aangaande de omgang met de Schrift wordt (bijvoorbeeld door prof. dr. Arnold Huijgen6) als eenzijdig rationalistisch bekritiseerd. De geleerde bepleit daar tegenover een meer literaire of meditatieve lezing van de Schrift. “Opmerkelijk is dat binnen deze manier van lezen de neiging tot rationaliseren evenzeer opduikt. En zelfs op een gevaarlijke manier. Dat blijkt wanneer er een schifting plaatsvindt tussen de diverse historische feiten in de Schrift. De opstanding zou wel historisch zijn, maar andere als feiten beschreven gebeurtenissen (met name die niet natuurwetenschappelijk verklaard kunnen worden) niet per se.” De opstellers noemen dit het toepassen van ‘een eigenmachtig selectiecritierium’ en wijzen erop dat hier ernstig tekort wordt gedaan aan ‘de autoriteit van het Woord van God’. De predikanten stellen daar ‘tegenover dat van ons wordt gevraagd de Schrift gehoorzaam en eerbiedig te lezen, omdat God door haar tot ons spreekt, Zichzelf openbaart en Zijn werken verkondigt’. “Anders gezegd, in liefde tot Hem te luisteren, dat is: met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel onze kracht en met heel ons verstand. Deze laatste functie hoort er dus wel degelijk bij, al heeft ze niet de eerste rechten.” De Schrift is gegeven ‘opdat wij God en Christus leren kennen en door het werk van de Heilige Geest uit Hem gaan leven’. De levensvraag zou moeten zijn: ‘Heere, wat wilt U dat ik doen zal?’ De opstellers denken dat discussies over nieuwe hermeneutische inzichten ‘de gemeenten in verwarring brengen’. De ‘vastheid van Gods Woord’ wordt aangetast en er blijven slechts, naar 1 Korinthe 2:4, bewegelijke woorden van menselijke wijsheid over.

Genesis

De ‘Verklaring van gevoelen’ besteedt ook aandacht aan het begin van de Bijbel. Genesis 1 tot en met 3 dienen zich voor de predikanten ‘aan als een beschrijving van een historische werkelijkheid’. Hier is uiteraard niet alles mee gezegd. De opstellers vergelijken het met de opstanding van Christus. “Maar hoe dan ook, het is onmiskenbaar: de heilige Schrift beschrijft de schepping als feitelijk gebeuren.” In de ‘Verklaring van gevoelen’ wordt hierbij verwezen naar de decaloog (de Wet des Heeren). Hieruit blijkt ‘dat de scheppingsdagen gewone dagen van 24 uur zijn geweest’. Ook wordt er een historische Adam verdedigd. Adam is ‘blijkens alle gegevens uit de Schrift een historische figuur en geen ‘leermodel’ of iets dergelijks’. Ter ondersteuning van deze zin wordt een publicatie van wijlen prof. dr. J.P. Versteeg aangehaald, met als titel ‘Is Adam in het Nieuwe Testament een ‘leermodel’’.7 De opstellers zijn wars van een bepaalde vorm van evolutiedenken. “Wie het begin van de Bijbel onder het raster van een bepaalde vorm van evolutiedenken legt, ontkent in feite ook de historiciteit van de zondeval, en daarmee van het ontstaan en de aard van de zonde. Dat heeft desastreuze gevolgen, niet het minst voor de leer van de verlossing (Rom. 5: 12vv, 1 Kor. 15:45vv) en voor de erkenning van de scheppingsorde.

In de vereenvoudigde versie voor gemeenteleden wordt de historische schepping ook aangehaald. De Schrift beschrijft, volgens de opstellers de schepping ‘als een historische werkelijkheid, een feitelijk gebeuren’. Hiervoor wordt eveneens verwezen naar de Tien Geboden. Ongetwijfeld blijven er rond de schepping nog vragen over. “Maar het gaat erom of we willen buigen onder het duidelijke spreken van het Woord van God.” Het evolutiedenken wordt opnieuw afgewezen: “Wie onder invloed van het evolutiedenken vragen stelt bij de historiciteit van de schepping kan ook de feitelijkheid van de zondeval niet meer staande houden. Op dat hellende vlak zullen ook de ernst van de zonde en het wonder van de verlossing op losse schroeven komen te staan. En nog veel meer!

Ten slotte

We zijn blij met dit heldere geluid van de predikanten en hopen dat er veel steun is voor het Christelijk Gereformeerd Beraad.8 Ook is het goed dat er een heilige verontwaardiging doorklinkt als het gaat om het evolutiedenken. Dit evolutiedenken is als een zuurdesem dat de moderne tijdgeest doortrokken heeft. Het is een verademing als er nog geluisterd kan en mag worden naar de eenvoud van Gods Woord. Dat alle vragen hiermee niet zijn opgelost staat buiten discussie. Goed dat de opstellers onderstrepen dat Genesis niet alleen gaat om historiciteit, maar óók historisch is. De Schrift is namelijk géén geschiedenisboek of natuurkundeboek. De geschiedenissen in de Schrift hebben ook een diepere geestelijke betekenis. Wie dat uit het oog verliest wordt eenzijdig en doet de Schrift tekort.

Voetnoten

Waarom werken gereformeerden niet samen bij het beantwoorden van hermeneutische vragen? – Een reactie op de hartenkreet van dr. C.P. de Boer

Op vrijdag 7 oktober 2022 verscheen er in het Reformatorisch Dagblad een opiniestuk van predikant en theoloog dr. C.P. de Boer over hermeneutiek.1 Een groot deel van zijn bijdrage richt zich op de kwestie ‘vrouw in het ambt’. Dat laat ik hier verder rusten.2 Een kleiner deel richt zich op de hermeneutiek, daar ga ik graag op in.3

Wat is de kern?

Het opiniestuk van De Boer is in feite een reactie op een eerder verschenen opiniestuk van Riné le Comte (MA )in het Reformatorisch Dagblad.4 Wat is volgens Le Comte de kern van het debat over ‘vrouw in het ambt’? De Boer neemt Le Comte hierin over als hij schrijft: “De kern van dit debat formuleert mijn broeder treffend: “We lezen de Bijbel door de hermeneutische bril van een moderne 21e-eeuwse wereldburger.” Deze zin formuleert het aangelegen punt in de Nederlandse reformatorische kerkverbanden. Willen reformatorische christenen de Schrift lezen door de hermeneutische bril van een moderne wereldburger of van de gereformeerde confessie? Laat duidelijk zijn: de gereformeerde confessie is niet onfeilbaar. En ja, we zijn kinderen van deze tijd. Maar zolang iemand niet overtuigend kan aantonen dat de gereformeerde confessie het getuigenis van de Schrift beknot of zelfs tegenspreekt, ben ik dankbaar dat deze belijdenis mij dient in het verstaan van Gods Woord.” Hermeneutiek is de kern van het debat. Hoe lezen wij de Schrift?

Hartekreet

Le Comte verwijst in zijn opiniestuk naar het boek van de hoogleraren dr. M.J. Paul en dr. J. Hoek met als titel ‘Een stem uit de hemel’.5 De Boer gebruikt dit boek als kapstok om een hartenkreet te laten klinken. Hij schrijft dat met het verwijzen naar het boek van Paul en Hoek, Le Comte ‘de zonde van de kerkelijke verdeeldheid binnen de gereformeerde gezindte bloot’. De Boer vraagt zich af: “Waarom publiceren theologen, predikanten en kerkelijke vergaderingen binnen de Gereformeerde Bond binnen de PKN, de CGK, de HHK en de GG afzonderlijk over het thema gereformeerde hermeneutiek, terwijl we met dezelfde vragen worstelen?” Daar wil ik nog een schepje bovenop doen. Waarom wordt er niet of nauwelijks rekening gehouden met het recente verleden? Voor wat betreft de hermeneutiek rond ‘vrouw in het ambt’ werd in 1958 in de Nederlands Hervormde Kerk het ambt voor vrouwen opengesteld en in 1969 volgde de Gereformeerde Kerken in Nederland. Wat betreft de hermeneutiek rond de scheppingsgeschiedenis is het hermeneutisch verval al veel eerder zichtbaar. Toen werden er door tegenstanders ook hermeneutische argumenten gedeeld.6 Tegenargumenten die toen geldig waren, hebben nauwelijks aan geldigheid ingeboet (of worden op dezelfde manier nog steeds gebruikt). Waarom is er geen eenheid en geen historisch besef? Waarom willen we dat iedere generatie of kerkverband het wiel opnieuw moet uitvinden? De hartenkreet van De Boer ligt mij (ook) nauw aan het hart. Daar is één oplossing voor!

Oplossing

De oplossing ligt in het komen tot een peer-reviewed bundel over gereformeerde hermeneutiek die in alle kerken gebruikt wordt. Deze bundel zou zich niet alleen moeten richten op hermeneutische vragen rond ‘vrouw in het ambt’, maar om tijdgeest op sommige punten wat voor te zijn ook op hermeneutische vragen rond de scheppingsleer, homoseksualiteit en transgenderisme (en mogelijk nog meer onderwerpen). Uiteraard beginnend met een algemeen stuk over wat hermeneutiek is. Er zijn genoeg gepromoveerde of met een master afgestudeerde theologen en predikanten die hieraan mee zouden kunnen werken. Het inleidende hoofdstuk zou door een filosoof (of mogelijk een linguïst) geschreven kunnen worden. Voor het historische gedeelte zou uiteraard een kerkhistoricus aangetrokken moeten worden. Als alle geleerden mee willen werken is het mogelijk om de vragen diep te doordenken, te toetsen en uit te werken. Dr. De Boer zou dan de hoofdredacteur en kartrekker van de bundel kunnen worden. Helaas kan ik zelf om gezondheidsredenen niet mee werken, maar De Boer kan altijd met mij contact opnemen om te brainstormen over auteurs, reviewers en hoofdstukken. Hier op het ziekbed kan ik half liggend/half zittend gelukkig nog wel mailen en/of bellen. Omdat het een zeer aangelegen onderwerp is ziet een van de onder ons bekende uitgevers het waarschijnlijk wel zitten om een dergelijke bundel uit geven. Maar ziet dr. De Boer het zitten, en heeft hij er überhaupt tijd voor, om de kar te trekken voor een interkerkelijke bundel over hermeneutiek en hermeneutische vragen? That’s the question!

Voetnoten