Sommige berekeningen wijzen voor de kruisiging van Jezus op het jaar 33. Vaak wordt dan de datum van 3 april genoemd. Toch lijkt het me dat deze veronderstelling door een aantal onzekerheden is omgeven.

Ten eerste, Jezus is geboren vóór de dood van koning Herodes in het jaar 4 v. Chr.; laten we aannemen, dat dit een jaar eerder is geweest (5 v. Chr.). Als de openbare bediening van Jezus is begonnen in het jaar 30, dan is Hij toen minstens 34 jaar geweest, toch wel in strijd met wat we lezen in Lukas 3.
Ten tweede weten we dat Herodes met de tempel(ver)bouw begon in het jaar 19 v. Chr. De Joden zeiden tegen Jezus op het eerste Paasfeest (Joh. 2), dat de tempelbouw al 46 jaar bezig was. We komen dan uit rond het jaar 28 (immers, er is géén jaar 0 geweest). Houd je vast aan 33 als het jaar van de kruisiging, dan moet je aannemen dat Jezus’ bediening ongeveer 5 jaar heeft geduurd.
Dan de tijdsaanduiding in Lukas 3:1. We lezen daar dat de prediking van Johannes de Doper begon in het 15e jaar van keizer Tiberius. Deze keizer kwam aan de regering in augustus van het jaar 14. Dr. F.F. Bruce geeft aan dat de berekeningsmethode die Lukas heeft gevolgd een nieuw regeringsjaar van de keizer laat beginnen in september/oktober. Dat zou inhouden dat het jaar 15 het tweede jaar van Tiberius moet zijn. En zo komen we voor zijn 15e regeringsjaar uit rond 28 (of zelfs iets vroeger).
Dit alles wijst er naar mijn mening op dat we eerder moeten denken aan het jaar 30 als het jaar van de kruisiging en opstanding (7 resp. 9 april). Om vast te kunnen houden aan het jaar 33 is wel gesuggereerd dat de dood van koning Herodes enkele jaren later viel dan steeds is aangenomen (namelijk 1 v. Chr. i.p.v. 4 v. Chr.). De “beschrijving”, onder toezicht van Cyrenius, moet dan ook een aantal jaren worden opgeschoven: van het jaar 7 v. Chr. (toen hij nog in Syrië was) tot zelfs ná 4 v. Chr.
Bij de verdediging van 33 als het jaar van de kruisiging van Jezus spelen enkele overwegingen een zekere rol, al weet ik niet of deze tegenwoordig nog zo belangrijk worden gevonden.
Allereerst de executie van Seianus, een aanvankelijke vertrouweling van keizer Tiberius. Deze had zich opgewerkt tot een machtige positie binnen het Romeinse Rijk. De historici verschillen van mening over de reden van zijn dood. Mogelijk heeft de keizer in hem een rivaal gezien. Nu wordt beweerd dat Seianus, een man met duidelijke antisemitische opvattingen, nauwe banden had met Pilatus. Toen Seianus in het jaar 31 werd terechtgesteld, begon ook Pilatus voor zijn positie en leven te vrezen. Hij begon voorzichtiger te manoeuvreren en is toen ook meer sympathie voor de Joden gaan tonen. Dat zou dan eveneens zijn welwillende houding naar de Joodse overpriesters verklaren ten tijde van het proces tegen Jezus. En zo komt men dan uit op een kruisigingsjaar ná 31. Paul Maier heeft dit uitgewerkt in zijn (overigens zeer boeiende) roman over Pontius Pilatus. Maar er zijn wel twijfels uitgesproken over de connectie tussen Pilatus en Seianus, inclusief de mening dat deze twee elkaar niet eens gekend hebben.
Een ander, zeer verrassend, argument betreft een astronomisch feit. Behalve de onnatuurlijke drie uur durende duisternis, is er op 3 april 33 ook een gedeeltelijke maansverduistering geweest, tegen het vallen van de avond. De website van de NASA geeft daarover informatie. Waarschijnlijk is deze eclips, vanwege de laagstaande maan, door weinigen in Jeruzalem opgemerkt. Maar dit zou dan toch wel heel bijzonder zijn geweest: de zon (drie uur lang) én de maan verduisterd op één en dezelfde dag. Er is wel beweerd, dat Petrus hierop doelde in zijn Pinksterpreek, Hand. 2:20. Daarin zou hij dan gezinspeeld hebben op een zons- én een maansverduistering, gebeurtenissen die nog vers in het geheugen van de toehoorders lagen.
Gezien alle onzekerheden die er rondom deze data zijn, is het niet verstandig om over deze zaak al te stellige uitspraken te doen.