Home » Bijbelse geschiedenis

Categoriearchief: Bijbelse geschiedenis

Wagenwielen op de zeebodem – Weet Magazine brengt twee nieuwe dvd’s uit over de Exodus

Fundamentum: Onder bijbelgetrouwe archeologen wordt verschillend gedacht over de Exodus en de route van de woestijnreis. De dvd’s verwoorden en verbeelden vooral richting één visie. De dvd’s zijn de moeite van het kijken waard.

Hoe is het mogelijk dat de machtige Rode Zee in tweeën spleet? Trokken de Israëlieten niet gewoon door een ondiep Egyptisch meer? In deze boeiende documentaire gaat filmmaker Tim Mahoney op zoek naar antwoorden op deze prangende vragen.

Zijn zoektocht leidt hem naar de meest veelbelovende locaties van de doortocht, en langs duikers die beweren dat ze de overblijfselen van het leger van de farao op de zeebodem hebben gevonden. Zullen zijn vondsten de Bijbel bevestigen? Je kunt het zien in de nieuwe Weet-dvd’s Het Mysterie van de Rode Zee deel 1 en deel 2.

Tweeluik: deel 1

In het eerste deel vergelijkt de filmmaker twee verklaringen voor de doortocht: trok Israël slechts door een ondiep meer (zoals seculiere wetenschappers beweren), of was er sprake van bovennatuurlijk ingrijpen en een wonderbaarlijke tocht door een diepe zee? Bekijk hier de trailer.

Tweeluik: deel 2

Het tweede deel voert Mahoney langs de meest veelbelovende locaties van de doortocht en langs duikers die beweren de overblijfselen van farao’s leger op de zeebodem te hebben gevonden. Bekijk hier de trailer.

Bestel nu!

Beide dvd’s zijn te koop in de webshop van Weet Magazine voor €14,95 per stuk. Bestel ze nu (deel 1 en deel 2) en ontvang ze met een paar dagen thuis!

Deze korte aankondiging verscheen in de nieuwsbrief van Weet Magazine en is met toestemming overgenomen. Aanmelden voor deze nieuwsbrief kan via de voorpagina van de website van Weet Magazine (naar onderen scrollen).

Hoe kunnen we 2 Samuël 21:19 en 1 Kronieken 20:5 met elkaar rijmen?

2 Samuël 21:19

וַתְּהִי־עֹ֧וד הַמִּלְחָמָ֛ה בְּגֹ֖וב עִם־פְּלִשְׁתִּ֑ים וַיַּ֡ךְ אֶלְחָנָן֩ בֶּן־יַעְרֵי֙ אֹרְגִ֜ים בֵּ֣ית הַלַּחְמִ֗י אֵ֚ת גָּלְיָ֣ת הַגִּתִּ֔י וְעֵ֣ץ חֲנִיתֹ֔ו כִּמְנֹ֖ור אֹרְגִֽים׃ ס

Statenvertaling: ‘Voorts was er nog een krijg te Gob tegen de Filistijnen; en Elhanan, de zoon van Jaare-Oregim, sloeg Beth-halachmi, dewelke was met Goliath, den Gethiet, wiens spiesenhout was als een weversboom.

In de uitdrukking אֵ֚ת גָּלְיָ֣ת leest de SV אֵת als voorzetsel en niet als nota accusativae. Eigenlijk zou je bij de vertaling van de SV voor אֵת in ieder geval nog אֲשֶׁר verwachten. De SV heeft voor deze zienswijze gekozen, omdat men niet wil vertalen dat dat Elnathan Goliath doodde.

De LXX doet dat wel: καὶ ἐγένετο ὁ πόλεμος ἐν Γοβ μετὰ τῶν ἀλλοφύλων. καὶ ἐπάταξεν Ελεαναν υἱὸς Αριωργιμ ὁ Βαιθλεεμίτης τὸν Γολιαθ τὸν Γεθθαῖον, καὶ τὸ ξύλον τοῦ δόρατος αὐτοῦ ὡς ἀντίον ὑφαινόντων. Kennelijk heeft de LXX dezelfde Hebreeuwse tekst gehad als de MT. Ook bij de vertaling van de LXX is het mogelijk te harmoniseren. Goliath zou een soort titel geweest zijn. Je kan ook aannemen dat er twee personen met dezelfde naam zijn geweest. Erg waarschijnlijk is dit niet. De English Standard Version vertaalt op eenzelfde manier als de LXX: ‘And there was again war with the Philistines at Gob, and Elhanan the son of Jaare-oregim, the Bethlehemite, struck down Goliath the Gittite, the shaft of whose spear was like a weaver’s beam.

1 Kronieken 20:5

וַתְּהִי־עֹ֥וד מִלְחָמָ֖ה אֶת־פְּלִשְׁתִּ֑ים וַיַּ֞ךְ אֶלְחָנָ֣ן בֶּן־יָעִ֗ור אֶת־לַחְמִי֙ אֲחִי֙ גָּלְיָ֣ת הַגִּתִּ֔י וְעֵ֣ץ חֲנִיתֹ֔ כִּמְנֹ֖ור אֹרְגִֽים׃

Statenvertaling: ‘Daarna was er nog een krijg tegen de Filistijnen, en Elhanan, de zoon van Jair, versloeg Lachmi, den broeder van Goliath, den Gethiet, wiens spieshout was als een weversboom.

Ik ga ervan uit dat de lezing van 1 Kron. 20:5 de juiste is. Er zijn wel andere oplossing voorgesteld, maar hier hebben we houvast in de tekst. De vraag is dan wel hoe de lezing van 2 Sam. 21:19 is ontstaan. Het is van belang is te weten de Hebreeuwse tekst van Samuel in het algemeen enigszins gebrekkig is overgeleverd. יַעְרֵי֙ אֹרְגִ֜ים is als eigennaam onwaarschijnlijk. Letterlijk betekent het ‘wouden/honingraden’ (יַ֫עַר) van ‘wevers’ (אֹרְגִ֜ים/qal part pl.) Waarschijnlijk is bij overschrijven een keer ten onrechte אֹרְגִ֜ים achter יָעִ֗ור geschreven. Vervolgens (de volgorde kan ook omgekeerd zijn) las of hoorde (dat laatste lijkt waarschijnlijker) een overschrijver אֶת־לַחְמִי maar dacht dat hij בֵּ֣ית הַלַּחְמִ֗י moest schrijven. Deze uitdrukking lezen we namelijk ook in 1 Sam. 16:1, 18 en 17:58. De combinatie אֶת־לַחְמִי komt buiten 1 Kron. 20:5 niet voor. We weten dat de Masoreten de Bijbeltekst zeer nauwkeurig overschreven. We weten ook dat teksten werden voorgelezen en door overschrijvers genoteerd. Zo kunnen soms tekstvarianten worden verklaard. Ik geef een voorbeeld:
In Ezech. 33:31 heeft de MT עֲגָבִים (עָגָב/lust/liefde). De LXX vertaalt hier ψεῦδος. Het lijkt waarschijnlijk dat de overschrijver עקבים (עָקֵב /hiel) heeft gehoord. De gedachte dat 1 Kron. 20:5 een harmoniserende lezing is van 2 Sam 21:19 doet geen recht aan de problemen met de uitdrukking יַעְרֵי֙ אֹרְגִ֜ים. Dat dit een eigennaam is, is weinig waarschijnlijk. Het is in overeenstemming met het zelfgetuigenis van de Schrift bij de discrepanties naar een harmoniserende verklaring te zoeken.

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

Q&A n.a.v. Spectaculair archeologisch bewijsmateriaal – Theoloog Tom van Hoogstraten (MA) sprak voor ‘De Verbinding’

Op vrijdag 10 juni 2022 organiseerde Baptistengemeente ‘De Verbinding’ te Amsterdam een avond over geloof en wetenschap. Theoloog Tom van Hoogstraten (MA) hield een lezing met als titel ‘Spectaculair archeologisch bewijs’. Deze lezing is hier te bekijken en te beluisteren. Na afloop van de lezing kreeg het publiek de gelegenheid om vragen te stellen. Hieronder is deze vraagbeantwoording te bekijken.

Spectaculair archeologisch bewijsmateriaal – Theoloog Tom van Hoogstraten (MA) sprak voor ‘De Verbinding’

Op vrijdag 10 juni 2022 organiseerde Baptistengemeente ‘De Verbinding’ te Amsterdam een avond over geloof en wetenschap. Theoloog Tom van Hoogstraten (MA) hield een lezing met als titel ‘Spectaculair Archeologisch bewijs’. Tom studeerde onder andere af aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) op een variant op het teleologische argument, geformuleerd door de bekende godsdienstfilosoof Richard Swinburne. Met dank aan ‘De Verbinding’ is deze lezing opgenomen en kunnen wij deze hieronder delen.

THEMA-AVONDEN OVER 'GELOOF EN WETENSCHAP' BIJ 'DE VERBINDING'
In 2022 hield Baptistengemeente ‘De Verbinding‘ te Amsterdam twee thema-avonden over ‘Geloof en Wetenschap’. Dat resulteerde in vier video-opnames die ook op deze website zijn verschenen. Hieronder in de juiste volgorde:

#1a Wetenschappelijke argumenten voor het bestaan van God.
#1b Q&A n.a.v. Wetenschappelijke argumenten voor het bestaan van God.
#2a Spectaculair archeologisch bewijs.
#2b Q&A n.a.v. Spectaculair archeologisch bewijs (verschijnt maandag 11 juli 2022 D.V.).

‘Expeditie Israël’ onderstreept de (historische) betrouwbaarheid van de Bijbel

In augustus 2019 bezocht ik de tentoonstelling ‘Expeditie Israël‘ van Stichting Christenen voor Israël over het land van de Bijbel. Deze tentoonstelling wil de bezoeker kennis laten maken met het land van de Bijbel, mogelijk om aan te moedigen zelf het land van de Bijbel te bezoeken. De tentoonstelling brengt de geschiedenis van Israël tot leven en laat zien dat de Bijbel een (historisch) betrouwbaar boek is. Een bezoek is aan te raden!

We starten de tentoonstelling met een ‘incheck’ bij de balie van het ‘vliegveld’. We laten onze koffer achter en lopen de tentoonstellingsruimte in, de reis is begonnen. We beginnen bij Abraham en zijn tent. We lezen over Hebron en dat daar de familie van Abraham begraven ligt. In de spelonk van Machpela. ‘Machpela’ betekent in het Hebreeuws ‘dubbel’. Volgens het bord verwijst dat waarschijnlijk naar het gegeven dat de spelonk uit twee ruimtes bestaat. Het huidige gebouw dat over de spelonk is gebouwd, stamt uiteraard niet uit de tijd van Abraham. Het is in de Byzantijnse tijd (1100-1300) gebouwd. “De grot waarin de aartsvaders en hun vrouwen liggen begraven, is sinds 1490 niet meer toegankelijk.” Verderop in de tentoonstelling komt de stad Hebron nog een keer voor. Dan gaat het over Kaleb die deze stad tot een erfelijk bezit kreeg. We zien op het bord dat daarover gaat ook een prachtige tijdbalk met daarop Hebron van 2000 v. Chr. tot heden.

Veel te bekijken

We lezen over Bethlehem (zie kader hieronder voor een belangrijke ontdekking), de Jordaan, Jericho, Nazareth (de plaats waar de Heere Jezus opgroeide), het meer van Galilea, de Samaritanen, Samaria (met het graf van Jozef), de poorten van Jeruzalem en de muren van Jeruzalem. We gaan daar allemaal niet op in om niet te veel van de tentoonstelling weg te geven. Het is aan te raden om dat deze week óf volgend jaar zelf te bestuderen. De tentoonstelling was tot en met 31 augustus 2019 in Nijkerk te bezoeken. Vrijwel iedere zomer is er weer een tentoonstelling over Israël in het expeditiecentrum. Hou daarvoor de website van Stichting Christenen voor Israël in de gaten.1

GEGEVENS
In 2012 werd door Israëlitische archeologen een bijzondere ontdekking gedaan. Ze vonden bij opgravingen een zegel met daarop de naam van de stad Bethlehem in het oud-Hebreeuws. Het zegel bleek wel 2700 jaar oud te zijn en stamde uit de periode van de Eerste Tempel. Volgens de archeologen werd het zegel waarschijnlijk gebruikt voor de verzegeling van belastingbetalingen aan de koning van Jeruzalem. Het toont aan dat de stad Bethlehem waar in de Bijbel over gesproken wordt, echt bestaan heeft. Weer een opgraving die laat zien dat de Bijbel betrouwbaar is!
Bron: Bord 6 over Bethlehem in de tentoonstelling Expeditie Israël.

Jericho

Alles wijst erop dat de makers van de tentoonstelling de Bijbel als historisch betrouwbaar zien. In de tentoonstelling wordt bijvoorbeeld verwezen naar het werk van dr. Wood die zou hebben aangetoond dat de muren van Jericho zijn ingestort. Men vond een grote graanvoorraad in Jericho, dat is bijzonder want graan werd na een verwoesting altijd meegenomen omdat het heel erg duur was. “Maar in de Bijbel lezen we dat dit anders was voor de Israëlieten: van God mochten de Israëlieten niets buit maken maar moesten ze Jericho in brand steken. En dat zie je precies terug in de ruïnes: je vindt er sporen van brand en voorraden onaangeroerd graan.

Kinderen

De tentoonstelling is ook geschikt voor kinderen. Kinderen kunnen een fotoquiz oplossen waarbij ze na het invullen een prijs kunnen winnen: een placemat van het land Israël. Ook kunnen ze zelf graan malen en waterputten. Daarnaast kunnen ze op een tafel een muur bouwen. Als de kinderen de muur gebouwd hebben en op een knop drukken, begint de tafel te trillen en storten de muren in. Dit om de kinderen te laten indenken hoe dat bij Jericho geweest moet zijn. Vlak bij de uitgang kunnen ze zichzelf verkleden en kunnen ze te werk gaan als archeoloog door ‘puin’ te zeven op zoek naar waardevolle vondsten. Vooraf of na afloop kunnen de kinderen een bakje warme chocolademelk drinken en een koek eten.

Video

Een video over een reis door de tijd in het land van de Bijbel maakt de reis door de tentoonstelling Expeditie Israël compleet. De woordvoerder in de video geeft aan dat er talloze vondsten zijn gedaan die een beter beeld kunnen geven in het leven in het land van de Bijbel door de eeuwen heen. De video gaat met ons terug naar Abraham, waarbij Abraham de spelonk van Machpela koopt. De tweede geschiedenis die wordt besproken gaat over de herders in de velden van Efratha. De derde geschiedenis gaat over de Samaritaanse vrouw die midden op de dag water put en daar met de Heere Jezus in gesprek raakt. Al deze geschiedenissen komen tot leven als je jezelf waant in die tijd en door het landschap loopt. Een land(schap) dat vandaag nog steeds te bezoeken is, want daar is het de Stichting Christenen voor Israël vermoedelijk om te doen.

GEGEVENS

IsraëlCentrum
Henri Nouwenstraat 34
3863 HV Nijkerk
033-2458824

Openingstijden
Maandag – vrijdag van 09.00 – 17.00 uur
Zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur (alleen IPC-winkel en tentoonstelling)
De tentoonstelling Expeditie Israël is te bezoeken tot en met 31 augustus 2019.
Toegang is gratis.

Ik schreef dit artikel in 2019 na een bezoek aan het Israëlcentrum met het gezin.

Voetnoten

Trailer ‘Zoeken naar bewijs: Het mysterie van de Rode Zee – deel 2’

In 2020 verscheen de 142-minuten durende film ‘Patterns of Evidence: The Red Sea miracle II’. Dit jaar werd deze documentaire ook door Weet Magazine ondertiteld in de Nederlandse taal en op dvd uitgebracht. ‘Zoeken naar bewijs: Het mysterie van de Rode Zee – deel 2’ De trailer van deze dvd is hieronder te bekijken. De dvd is te koop in de webshop van Weet Magazine.1

Trailer ‘Zoeken naar bewijs: De Mozes-controverse’

In 2019 verscheen de 118-minuten durende film ‘Patterns of Evidence: De Moses Controversy’. In 2020 werd deze documentaire ook door Weet Magazine ondertiteld in de Nederlandse taal en op dvd uitgebracht. ‘Zoeken naar bewijs: De Mozes-controverse’ De trailer van deze dvd is hieronder te bekijken. De dvd is te koop in de webshop van Weet Magazine.1

Voetnoten

Trailer ‘Zoeken naar bewijs: Exodus’

In 2014 verscheen de 115-minuten durende film ‘Patterns of Evidence: Exodus’. In 2016 werd deze documentaire ook door Weet Magazine ondertiteld in de Nederlandse taal en op dvd uitgebracht. ‘Zoeken naar bewijs: Exodus’. De trailer van deze dvd is hieronder te bekijken. De dvd is te koop in de webshop van Weet Magazine.1

Het gezag van de Schrift (1): Hoe weten we dat de Bijbel het Woord van God is?

Op grond van het zelfgetuigenis van de Schrift en in overeenstemming met de gere­formeerde be­lijdenis behoren wij te belijden dat de Bijbel de uiteindelijke bron en norm van ons geloof is. In­zichten, overtuigingen uit welke bron zij ook komen, dienen ge­toetst te worden aan de Schrift. In onze tijd leeft breed de gedachte dat de Bijbel omdat zij in een bepaalde context is ontstaan, niet rechtstreeks relevant voor ons kan zijn. Daar zit dan een fase tussen.

De brug tussen de boodschap van de Bijbel in de tijd van haar ontstaan en de bood­schap van de Bijbel nu moet door de hermeneutiek – de discipline die zich op de uitleg en het verstaan van de Schrift bezint – worden geslagen. Nu is hermeneutiek een nuttige en nodige discipline. Echter, als het als taak van de hermeneutiek wordt gezien een brug te slaan tussen de boodschap van de Bijbel toen en nu, ontleent de herme­neutiek haar uitgangspunten niet louter aan de Schrift zelf. Dat moet wel tot een ver­tekening van de Bijbelse boodschap leiden.

Hoe weten we dat de Bijbel het Woord van God is?

We kunnen en moeten dat niet op een neutrale manier bewijzen. Dat is strijdig met de aard van het Woord van God zelf. Adam en Eva hadden in het paradijs van God de openbaring ont­vangen dat zij niet mochten eten van de boom van kennis van goed en kwaad. De zondeval zet zich in als Eva de mogelijkheid open gaat houden dat de slang wel eens gelijk zou kunnen hebben. Zij nam de positie in van een neutrale waarnemer, maar hier is er geen neutraliteit. Daarom verloor zij het van de slang.

Ongetwijfeld zijn er argumenten aan te voeren voor de waarheid en het gezag van Gods Woord. Daaraan vooraf gaat echter de basisovertuiging dat de Schrift hoe dan ook de stem is van de levende God. Daarvan heeft de Heilige Geest ons overtuigd. Calvijn schreef in zijn Institutie: ‘Maar aangezien geen da­ge­lijkse Godsspraken uit de hemel gegeven worden, en alleen de Schriften be­staan door welke het de Heere goed gedacht heeft Zijn waarheid tot een eeuwige gedachtenis te doen voort­leven, bezit de Schrift door geen ander recht een volle­dig gezag bij de gelovigen, dan wanneer ze gelo­ven dat ze uit de hemel is voortgekomen, even alsof levende stemmen Gods zelf vandaar ge­hoord werden.’ (Institutie, I, VII, 1).

Wie overtuigd is van het gezag van de Schrift, wie weet dat de Bijbel de stem is van de levende God is ook geraakt door haar inhoud. Er is alleen toegang tot onze Schep­per, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus door Zijn Zoon in de kracht van Zijn Geest. Met Jesaja hebben we leren belijden: ‘Wee mijner ik verga’. (Jes. 6:5). Met hem mogen we weten dat wij aangeraakt zijn met een kool van het altaar van verzoe­ning.(Jes. 6:7).

Ik kan in dit verband niet nalaten te wijzen op het werkelijk prachtige boekje The Way of Life van de hand van de negentiende-eeuwse Amerikaanse theoloog Charles Hodge. Hodge opent met aan­wijzingen voor het gezag van de Schrift. Nadrukkelijk laat hij innerlijke aanwijzingen verbonden met haar boodschap vooraf gaan aan uiterlijke aanwijzingen. Vervolgens zet hij de Bijbelse bood­schap van zonde en genade uiteen. Voor wie niet vlot Engels leest, wijs ik erop dat een Nederlandse vertaling van dit boekje wordt voorbereid dat in de loop van volgend jaar zal uitkomen.

De historische en culturele context waarbinnen de Bijbel ontstond

De Bijbel is ontstaan binnen een bepaalde historische en culturele context. Dat bete­kent niet dat de boodschap van de Bijbel tijdbepaald en cultuur gebonden is. God leidt alle dingen naar Zijn Raad. Hij heeft ook de tijd en omstandigheden bepaald waarbin­nen de boeken van de Bijbel ontstonden.

Zeker waar is dat als iets wordt beschreven in de Bijbel het daarmee nog niet wordt voorgeschreven. Maar schrijft de Bijbel iets voor, dan mogen wij niet met een beroep op het feit dat de Bijbel in een andere tijd en cultuur is ontstaan, dit terzijde schuiven. Dat geldt ook van de leerstellige boodschap van de Bijbel. In onze tijd beweert
menig­een: dood is dood. Met de toekomende toorn en dat God ons sinds de zondeval niet aanvaardt zoals we zijn, houdt menigeen ook binnen de kerk geen rekening. Het staat ver af van het eigentijdse levensgevoel.

Onbetwistbaar is dat de Heere Jezus en de apostelen diep waren overtuigd van de realiteit van de toekomende toorn. Het werk van de Heere Jezus is alleen tegen die achtergrond te begrijpen. Hij verlost van de toekomende toorn. Zaak is dat wij onze context onder de koepel van het Bijbelse getuigenis stellen en niet omgekeerd. Wij moeten ons denken door de Bijbel laten stempelen en niet de Bijbelse boodschap aanpassen aan het eigentijdse levensgevoel. Biddende omgang met God in het on­derzoek is nodig om daarvoor te worden bewaard.

Wat is Schriftkritiek?

Onder Schriftkritiek verstaan we dat men niet zonder reserve de Bijbel als stem van de levende God aanvaardt. Concreet betekent het dat men niet uitgaat van de eenheid en innerlijke consistentie van het Bijbelse getuigenis. De Bijbel bevat in deze ziens­wijze zowel op historisch, leerstellig en ethisch gebied fouten en onvolkomenheden. Zo meent men dat wat de Bijbel als geschiedenis pre­senteert, op zijn minst ten dele fictie kan zijn. In Bijbelse geschiedschrijving zouden herhaaldelijk fictie en geschiede­nis door elkaar heenlopen en soms is er sprake van louter fictie. Het boek Jona wordt dan vaak als voorbeeld genoemd. De discrepanties tussen de vier evangeliën worden ook als een aanwijzing gezien dat de evangeliën niet zonder meer geschiedschrijving bieden al pretenderen zij dat wel.

Als het gaat om de eenheid van de leerstellige en ethische boodschap van de Bijbel moeten we altijd de gang van de oude naar de nieuwe bedeling verdisconteren. Het Nieuwe Testament is de uiteindelijke openbaring van God. Heel de Bijbel is het Woord van God. Wij kunnen het Nieuwe Testament nooit zonder het Oude Testament begrij­pen. Nu wij naast het Oude Testament ook het Nieuwe Testament hebben, moeten we het Oude Testament in het licht van de nieuwtestamenti­sche vervulling lezen.

Bij ethische onvolkomenhe­den zal men in onze tijd vaak wijzen naar het nieuwtesta­mentisch ge­tuigenis over de verhouding van man en vrouw en huwelijk en seksualiteit. Hier is deze zienswijze van de nieuwtestamentische openbaring niet toereikend. Op het punt van de verhouding man en vrouw zouden er teveel concessies zijn gedaan aan de toenmalige maatschappelijke opvattingen. Met betrekking tot transgender- en homoseksuele gevoelens zou het Nieuwe Testament tekort­schieten in het besef hoe diep deze gevoelens zitten. Wie zich dat wel realiseert, zal vanuit het Bijbelse getuige­nis van Gods liefde ruimte zien voor transitie en stabiele homoseksuele relaties.

De Kerk der eeuwen heeft de Bijbel altijd als eenheid gelezen. Kerkvaders en Refor­matoren spra­ken over de Bijbelschrijvers als secretarissen van de Heilige Geest. Daar­mee wilden zij duidelijk maken hoe het proces van de inspiratie was. Ook zij wisten dat er dan tal van verschillen kunnen zijn. Van directe Godspraak bij de profeten tot nauw­keurig onderzoek voorafgaande aan schrifte­lijke vastlegging, zoals Lukas dat ver­woord. Het ging hen om het resultaat van de inspiratie. De woorden van de Bijbelschrij­vers zijn de woorden van God. Via de woorden van de Bijbelschrijvers horen we echt de stem van God Zelf.

Meer dan eens is gepoogd om Luther en Calvijn als wegbereiders van het kritisch lezen van de Bijbel te zien. Dat is geheel ten onrechte. De apocriefe boeken als Judith en Tobith laten hun niet-canonieke karakter volgens Luther zien in het feit dat zij his­torisch niet betrouwbaar zijn. Dat ligt bij het boek Jona anders. Daar wordt werkelijk geschiedenis beschreven.

Bij de discrepanties tussen de vier evangeliën heeft men de eeuwen door naar harmo­niserende verklaring gezocht. Augusti­nus zegt in zijn boek De consensu evange­listarum dat niemand wil dat de evangelisten elkaar tegenspre­ken, behalve mensen die liever geloven dat het evangelie liegt. Wie de uitleg van Calvijn op de evangeliën leest, komt telkens weer harmoniserende verklaring tegen.

Een heel enkele keer neemt Calvijn aan dat er in bestaande manuscripten een over­schrijffout is geslopen. Het bevat dan een fout die niet in het oorspronkelijke hand­schrift voorkwam. Deze oplossing stelt hij bijvoorbeeld in Mat. 27:9 voor. Bij het over­schrijven zou de naam van Zacharia door die van Jeremia zijn vervangen. Calvijn ge­bruikt hier namelijk het woord ‘obrepserit’ (inge­slopen). In de Engelse vertaling van William Springle wordt ‘obrepserit’ vertaald als ‘put down by mistake’. In de Neder­landse vertaling van A. Brummelkamp lezen we de weergave ‘’mistasting’.

Als het gaat om leerstellige tegenstelling in de Bijbel, wordt onder andere gewezen op het verschil tussen Paulus en Jacobus over de rechtvaardiging door het geloof. Het antwoord is dat het om een schijnbare en niet om een werkelijke tegenstelling gaat. Paulus en Jacobus gebruiken zowel de woorden ‘geloof’ als ‘rechtvaardigen’ op een verschillende wijze. Zakelijk zeggen zij hetzelfde. Het werk van Christus is de enige grond van zaligheid en een levend geloof is nooit zonder vruchten of goede werken.

Maar is juist hier Luther niet een wegbereider van de Schriftkritiek? Immers ook hij nam tussen deze twee nieuwtestamentische getuigen een werkelijke tegenstelling aan? Dat is juist, maar daarom betwijfelde Luther of Jacobus wel een door Gods Geest geïnspi­reerd Bijbelboek was en in het Nieuwe Testament thuishoorde. Hij zou zijn doctorsba­ret wel willen geven aan de theoloog die de overeenstemming tussen Paulus en Jaco­bus kan laten zien. Dan alleen zou hij kunnen aanvaarden dat ook de brief van Jacobus een canoniek Bijbelboek is.

Het grote verschil tussen Luther en Schriftcritici is dat voor Luther canoniciteit en wer­kelijke tegenstellingen onverenigbaar zijn. Dat is voor hen die de Schriftkritiek aan­vaarden geen probleem. De consequentie is dat de Bijbel niet de uiteindelijke bron en norm van het geloof kan zijn.

Wat is tekstkritiek?

Zowel van het Oude Testament als het Nieuwe Testament hebben we tal van hand­schriften. Tussen de handschriften van het Oude Testament bestaan feitelijk slechts geringe verschillen, maar niet altijd is de tekst van het Oude Testament goed te verta­len. De Hebreeuwse tekst is een tekst bestaande uit medeklinkers. Daarbij zijn later klinkers gezet. Soms kan men aannemen dat er toch andere klinkers moeten worden geplaatst. Of dat de ene medeklinker moet worden vervangen door een medeklinker die er op lijkt. Het kan zijn dat een medeklinker beter aan een volgend woord kan worden verbonden. Blijkt dat de alleroudste vertalingen – en dan denk ik vooral aan de Septuaginta – daarvan uitgaan, dan is dat een krachtig argument om die te volgen.

Tussen de handschriften van het Nieuwe Testament bestaan grotere verschillen. Een heel groot deel van de verschillen is gemakkelijk te verklaren als overschrijffouten. Men sloeg een woord of een zin over, enz. Een aantal verschillen is belangrijker. We moe­ten wel beseffen dat welk handschrift we ook volgen – en dat geldt zowel het Oude als het Nieuwe Testament – de boodschap van de Bijbel niet behoeft te worden bijgesteld.

Tekstkritiek is er op uit vast te stellen hoe het oorspronkelijke handschrift eruit zag. Elke uitgave van het Oude of Nieuwe Testament gaat uit of van één handsschrift óf van meerdere handschriften die met elkaar zijn vergeleken. Altijd is er op een of andere manier sprake van het wegen van de handschriften. Welke is de beste? Welke moeten we volgen? Tekstkritiek is dan van een geheel andere orde dan Schriftkritiek.

Heeft de Bijbel wel direct gezag?

Dit wordt steeds meer ontkend. Allerlei argumenten worden aangehaald. Juist als men op een be­paalde wijze nog orthodox wil zijn, wil men niet zomaar zeggen dat de bood­schap van de Bijbel gedateerd is. Iets wat voor liberale theologen geen probleem is. Allereerst moeten we zeggen dat wij altijd de gang van de oude naar de nieuwe bede­ling moeten verdisconteren. God Zelf heeft door de kruisdood van Zijn Zoon de muur van afscheiding tussen Israël en de volkeren afgebroken. Christenen uit de heidenen zijn niet gebonden aan de spijs- en reinheidswetten van Mozes en voor Joodse volge­lingen van Jezus hebben zij alleen culturele betekenis. Als het gaat om het huwelijk kent de nieuwe bedeling niet de tolerantie (wat iets anders is dan goedkeuren) van polygamie en echtscheiding die er onder de oude bedeling was.

Beslissend is Gods uiteindelijke openbaring in het Nieuwe Testament. Met het Nieuwe Testament is de openbaring en de canon afgesloten. Reeds in de tweede eeuw na Chr. worden de grenzen van de canon duidelijk. Bepalend voor de canoniciteit van een nieuwtestamentisch Bijbelboek was dat het boek apostolisch van inhoud of oorsprong was. Het laatste hield in dat het óf door een apostel óf door een van zijn directe mede­werkers was geschreven.

Met het wegvallen van de apostelen en hun directe medewerkers bleven hun schrifte­lijke getuige­nissen over. Beslissend voor de kerk was of een zienswijze daarmee in overeenstemming was. Het is waar dat wij geen nieuwe openbaring verwachten, maar mogen en moeten we echt niet boven het Nieuwe Testament uit­gaan? Als er een ont­wikkeling is van de oude naar de nieuwe bedeling mag die ontwikkeling niet doorgaan? Deze zienswijze is in Nederland al in de negentiende eeuw verdedigd door de zoge­naamde ethische theologen.

Niet de Schrift is de uiteindelijke bron en norm van het geloof, maar Christus Die door Zijn Geest in Zijn gemeente woont. De Schrift is middel om het geloof te werken en te versterken, maar niet zonder voorbehoud de uiteindelijke norm en bron van het geloof. De klassiek protestantse Schrift­visie was, zo meende men, niet vrij van rationalistische trekken. Daar tegenover stelde men dat de waarheid ‘ethisch’ was. De waarheid moet op het hart beslag leggen. Dat laatste is natuurlijk waar, maar dan is toch de vraag: wat is de inhoud van de waarheid.

De Bijbel is de primaire neerslag van het Woord van God, maar niet zondermeer in directe zin het Woord van God. Op die primaire neerslag moet elke volgende generatie zich weer oriënteren om geleid door de Heilige Geest te weten wat God nu van hen vraagt. De leiding van Gods Geest gaat zo boven de concrete inhoud van de Schrift uit.

Tegenwoordig wordt het wel zo verwoord: ‘Wij moeten het Nieuwe Testament niet van­uit onze context uitleggen, maar hoeven ook niet vanuit de context waarbinnen het Nieuwe Testament ontstond haar boodschap voor ons toe te passen.’ Concreet bete­kent dit bijvoorbeeld dat al geeft het Nieuwe Testament geen ruimte voor vrouwelijke ambtsdragers of stabiele homoseksuele relaties, wij moeten verbinden met de context van toen. In de vertolking van de boodschap naar het heden is die context voor ons niet normgevend.

Op deze wijze kan trouwens ook de boodschap van de eeuwige rampzaligheid worden gerelativeerd. Je moet die dan zien binnen de context van het Jodendom van de Tweede Tempel en in het bijzonder de apocalyptiek. Echter vanuit de centrale bood­schap van Gods liefde, zo is dan de argumentatie, mogen we gegevens over de eeu­wige straf relativeren.

Alom zien we een revival van de ethische theologie en met name de ethische Schrift­opvatting. Ik denk aan de Christelijke Dogmatiek van Gijsbert van den Brink en Kees van der Kooij. Zij schrijven over de Bijbel als het boek van God én mensen. Daarmee bedoelen zij meer dan dat God mensen gebruikt heeft om Zijn Woord op schrift te stellen. De menselijke factor heeft voor hen een zelfstandige betekenis ten opzicht van die van God.

In dit verband noem ik ook het boek Lezen en laten lezen van Arnold Huijgen. Dat is geen dogmatiek, maar een hermeneutische studie. Huijgen pleit voor bevindelijk Bijbel lezen. Door het gebruik van ‘bevindelijk’ wordt ongetwijfeld gepoogd bij een aantal le­zers een stuk vertrouwen te wekken. Dat is echter niet terecht. Het gaat bepaald niet om bevinding in de zin van persoonlijke doorleving van de Bijbelse bood­schap van zonde en genade.

Bevindelijk betekent bij Huijgen dat je nooit over de inhoud van de Schrift los van jouw omgang met de Schrift kunt spreken. Je mag de inhoud van de Bijbel niet als objectief typeren. Ik kan het ook zo zeggen wat Huijgen ‘bevindelijk’ noemt, noemde het Schrift­rapport God met ons dat de Gereformeerde Kerken in 1979 uitgaven ‘relationeel’. Bij Huijgen zie je ook dezelfde afstand tot de betrouwbaarheid van de Bijbelse geschied­schrijving als in God met ons.

Bij de Christelijke Dogmatiek is de lijn als het gaat om personen nog directer. Kees van der Kooij is een leerling en theologische geestverwant van Jan Veenhof, een van de opsteller van het rapport God met ons. Ik wil niet zeggen dat God met ons, de Christelijke Dogmatiek en Lezen en laten lezen dezelfde accenten leggen als het gaat om het gezag en begrijpen van de Bijbel.

Vergeleken met God met ons moeten we zeggen dat Christelijke Dogmatiek Bijbel­wetenschap nadrukkelijker ten dienste staat van de dogmatiek dan in God met ons. Het valt niet uit te sluiten dat als Veenhof het rapport alleen had geschreven de betrokkenheid tussen Bijbelwetenschap en dogmatiek sterker was beklemtoond.

Het eigene van Huijgen is dat hij in de lijn van Karl Barth en vooral ook zijn Nederlandse geestverwant Oepke Noordmans wil gaan als het gaat om de wijze waarop we de Schrift moeten zien. Uitgangspunt is Gods openbaring en dat Gods openbaring ons wil lezen. Echter, die openbaring valt niet samen met de Bijbel als het onfeilbare Woord van God.

Wat God met ons, de Christelijke Dogmatiek en Lezen en laten lezen met elkaar ver­bindt, is er een distantie is van de klassiek visie op de aard en de reikwijdte van het gezag van de Schrift. Trouwens ook Gereformeerde hermeneutiek vandaag kan in dit verband worden genoemd. Op een enkele bijdrage na ademt deze uitgave van de Theologische Universiteit Kampen de geest van de nieuwe hermeneutiek.

Genoemde geschriften weerspiegelen en stimuleren een andere wijze van omgang met de Schrift. Is dat erg? Destijds is vanuit de kring van de Gereformeerde Bond, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Christelijke Gereformeerde Kerken zeer kri­tisch gereageerd op het rapport Gods met ons. Via de Evangelische Omroep werden in het programma De Bijbel in de beklaagdenbank de bezwaren wereldkundig gemaakt.

Waren die bezwaren achteraf gezien niet onbillijk en overtreffen? Die vraag kan men stellen als men let op de veelal welwillende ontvangst van Christelijke Dogmatiek en Lezen en laten lezen en ook Gereformeerde hermeneutiek vandaag. Bezwaren zijn veel minder fundamenteel. En als er fundamentele bezwaren worden die veel minde breed gedragen dan destijds de kritiek op God met ons. Ik kan niet anders zeggen dat sprake is van stille en innerlijk erosie van het onvoorwaardelijke buigen voor het gezag van de Schrift. De enige oplossing is bekering tot God. Dan laten wij onze gedachten gevangen nemen tot gehoorzaamheid aan Christus zoals Hij tot ons spreekt door Zijn Woord.

Het tweede deel van dit tweeluik over Schriftgezag verscheen is hier te vinden.

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

Zomertentoonstelling Israëlcentrum verlengd tot en met 30 oktober 2021

Gisteren schreef ik over een bezoek aan de zomertentoonstelling in het Israëlcentrum van Christenen voor Israël.1 Het septembernummer van Israël aktueel (de krant van de stichting) meldt dat de tentoonstelling met twee maanden verlengd is tot en met 30 oktober 2021.2Daardoor krijgen mensen die niet konden gaan alsnog de mogelijkheid om de tentoonstelling te bezoeken.3

De krant meldt dat vooraf reserveren verplicht is en dat de tentoonstelling geopend is van maandag tot en met vrijdag van 09.30 uur tot 15.30 uur en op zaterdag van 10.30 uur tot 15.30 uur. Lees hier mijn bezoekersverslag, bekijk de poster hieronder (hier in pdf te downloaden) en bezoek de tentoonstelling. De toegang is gratis. Een bezoek is beslist de moeite waard!

Voetnoten