Op 21 maart 2026 stond er een artikel van twee biologen (oud-biologiedocent drs. Marianne Driessen en bioloog en psycholoog dr. Marieke den Ouden) in De Gelderlander op het onderwijzen van ‘gender’ op de basisschool. Volgens het tweetal zouden scholen moeten onderwijzen wat biologisch geslacht is. Door de omstreden opvatting te onderwijzen dat elk kind een ‘gender’ zou hebben, die kan afwijken van het biologische geslacht, wordt een Trojaans paard binnengehaald.1

De biologen noemen ‘gender’ een lastig begrip. Dit begrip heeft door de tijd heen verandering ondergaan (hiervoor wordt verwezen naar werk van de Britse filosoof prof. dr. Kathleen M.L. Stock). De auteurs vragen zich af hoe je dit begrip moet uitleggen aan kinderen. Als vierjarige zijn kinderen zich bewust van hun geslacht. Dit geslacht is een biologisch feit, elk kind wordt geboren als óf meisje óf jongen. De menselijke soort kent twee geslachten. “De puberteit (…) is een transitie van kind naar volwassene en gaat gepaard met het seksueel rijp worden van het lichaam.” Vooral meisjes moeten volgens de geleerden hiermee om leren gaan. Het is vooral voor hen een turbulente tijd. Organisaties die ten grondslag liggen van lesmateriaal rond de ‘Week van de Lentekriebels’, zoals Rutgers, COC en Movisie, verdraaien volgens de schrijvers regelmatig biologische feiten.
Geslacht is een geobserveerd feit
De algemene biologische regel is dus dat er twee geslachten zijn: jongens en meisjes. Er zijn zeer zeldzame afwijkingen van deze biologische regel. “Zeldzame geslachtelijke ontwikkelingsproblemen of variaties (DSD’s) zijn geen rechtvaardiging om een algemene biologische wetmatigheid te negeren.” Het kan de auteurs niet aan de indruk onttrokken worden dat de Primair Onderwijs Raad het benoemen van biologisch-realistische feiten wil verbieden. Het observeren van de twee biologische geslachten zou zelfs ‘extreem-rechtse complottheorieën’ genoemd worden (in een document van Movisie). “Hiermee wordt de wetenschap verlaten. Ouders worden bang gemaakt om vragen te stellen, zij willen vooral niet ‘ouderwets’, ‘homofoob’ of ‘transfoob’ overkomen.” De biologen observeren dat uitspraken als ‘je kunt je gender kiezen’ niet aansluit bij ‘de cognitieve ontwikkeling van kinderen’ en zo voor verwarring zorgen. “Basisschoolleerlingen zijn vaak nog letterlijke denkers. Voor hen is het onderscheid tussen het lichaam, gevoelens over dat lichaam en interpretaties van die gevoelens niet altijd eenvoudig te begrijpen.”
Verantwoordelijkheid
Het tweetal wijst daarom op de grote verantwoordelijkheid van ouders en leerkrachten hierin. Om de kinderen ‘niet alleen respect te leren voor elkaars diversiteit in uiterlijk, voorkeuren en gevoelens, maar ook om hen het verschil te leren tussen feiten over geslacht als een onwrikbaar biologisch gegeven enerzijds en veranderlijke voorkeuren, gevoelens en meningen over gelsacht, anderzijds’. Ten slotte roepen ze op om de kinderen de vrijheid te geven om gedragskeuzen te maken die sekse-roldoorbrekend zijn, maar daarbij ook de biologie van het menselijk lichaam te respecteren. “De basis op orde met feiten, geen identiteiten.” Een goede oproep van deze twee biologen. Dat er twee geslachten zijn is niet alleen een biologisch feit, maar ook een Bijbels scheppingsgegeven (Genesis 1:27). Dat er na de zondeval verwarring en gebrokenheid is ontstaan, neemt deze scheppingsorde niet weg.