Home » Seksuele gerichtheid

Categoriearchief: Seksuele gerichtheid

Stel deugd van zelfverloochening tegenover genderrevolutie

Ieder moet op seksueel gebied zichzelf kunnen uitvinden, is het heersende ideaal. Daartegenover moet de kerk de deugd van zelfverloochening stellen en helder spreken over Bijbelse waarden rond seksualiteit.

“Het huwelijk is niet langer een levenslang verbond tussen één man en één vrouw. Seksualiteit is losgekoppeld van het huwelijk, en niet meer primair gerelateerd aan voortplanting, maar aan genot.” Bron: Pixabay.

In onze maatschappij wordt de natuurlijke man-vrouwverhouding omgekeerd. Mannen beperken zich niet meer tot wat Bijbels gezien de rol van de man is, en vrouwen niet meer tot die van de vrouw. Het huwelijk is niet langer een levenslang verbond tussen één man en één vrouw. Seksualiteit is losgekoppeld van het huwelijk, en niet meer primair gerelateerd aan voortplanting, maar aan genot. Het biologisch geslacht wordt ook niet meer gezien als bepalend voor het ”werkelijke” geslacht.

De laatste ontwikkeling betekent een nieuwe fase van de seksuele revolutie, die veel verder gaat dan de acceptatie van homoseksualiteit. Men ziet gender steeds meer als iets waarbij er tal van varianten zijn, die bovendien veranderlijk kunnen zijn. Dit leidt tot de opvatting dat kinderen genderneutraal dienen te worden opgevoed en dat de samenleving zich moet instellen op genderneutraliteit, om te voorkomen dat mensen in een keurslijf gedwongen worden. Wanneer mensen niet ”zichzelf” kunnen zijn, zou dat onderdrukkend zijn.

De achtergrond hiervan ligt in het ideaal van zelfverwerkelijking, waar het in onze maatschappij om draait. De samenleving is daarbij zeer individualistisch ingesteld geworden. De theoloog Carl Trueman noemt dat in navolging van de Canadese filosoof Charles Taylor ”expressief individualisme”. Een mens vindt zingeving door gestalte te geven aan de eigen gevoelens en verlangens. Ieder mens moet zijn ”zelf” vinden en uitleven, in plaats van zich conformeren aan een keurslijf dat wordt opgelegd van buiten, door de samenleving, door voorgaande generaties of door religieuze of politieke autoriteiten.

Diametraal op Bijbel

Dit staat diametraal op een Bijbelse visie op ”zelf”, die stelt dat we een boos en zondig hart hebben. Die Bijbelse visie op wat wij met ons ”zelf” aan moeten, is kortweg ”zelfverloochening”. Het is immers Christus Zelf Die ons voorhoudt in Zijn Woord: „Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij” (Markus 8:34b). Die oproep klinkt veelvoudig in Gods Woord.

Vanouds hadden de kerken van de (Nadere) Reformatie veel aandacht voor de christelijke deugden: de Bijbelse deugden van geloof, hoop en liefde met de klassieke van voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. In navolging van Calvijn kan zelfverloochening gezien worden als de kern van deze deugden.

Zijn deze deugden in onze opvoeding, ons onderwijs en onze preken niet al te zeer buiten zicht geraakt? Als zelfverloochening de kern is van een heilig leven, geldt dit dan niet bij uitstek voor deze deugd van alle deugden? Het oefenen van kinderen hierin is wezenlijk om staande te kunnen blijven in een maatschappij die alle nadruk legt op zelfexpressie.

Vriendschap

Dat brengt mij op een tweede belangrijk punt: de christelijke gemeente als gemeenschap.

Voor mensen die worstelen met andersgerichte gevoelens is het van groot belang dat ze zich opgenomen mogen weten in de gemeente als gemeenschap. Een belangrijke plaats daarbij is weggelegd voor vriendschap, die ook beoefend hoort te worden als onderdeel van de deugd liefde. In de levensverhalen van mensen met homoseksuele gevoelens zijn vrienden essentieel voor het leven naar Gods Woord. Lees het verslag van Rachel Gilson. Het was een oudere christin die haar in liefde vermaande en ertoe bracht om haar lesbische relatie te verbreken. Dezelfde vriendin hielp haar om de weg terug te vinden toen ze opnieuw in zonden viel.

De relaties in een christelijke gemeente gaan verder dan vriendschap. De relatie die bestaat tussen Gods kinderen is er een van ”broeders en zusters”, zonder dat ze een seksuele dimensie heeft. Zulke relaties hebben mensen die met homoseksuele gevoelens worstelen ook nodig om overeind te blijven en een weg voorwaarts te vinden. Ligt hier geen belangrijke taak voor Gods kinderen in de gemeente?

“Steeds duidelijker wordt dat het Bijbels denken over deze onderwerpen op zichzelf genomen de steen des aanstoots is, hoe behoedzaam je er ook over spreekt.” Bron: Pixabay.

05Heftige reacties

Bijbels spreken over seksualiteit en identiteit in kerken en op scholen leidt tot grote weerstand en heftige reacties. ”Nashville”, ”Gorinchem” en ”Krimpen aan den IJssel” zijn de sprekende recente voorbeelden. Kerken en scholen reageerden in de afgelopen jaren veelal op twee manieren daarop. Een veel voorkomende reactie is dat er vooral weinig over seksualiteit en identiteit wordt gesproken. Het onderwerp wordt wel eens aangeroerd in een preek of tijdens een catechisatieles, het wordt besproken op school voor zover het aandacht ”moet” krijgen, volgens leerdoelen, maar de aandacht is zo beperkt mogelijk. Wanneer media om reacties vragen, wordt er het zwijgen toe gedaan, om te voorkomen dat men de vingers brandt.

De andere reactie die vaak voorkomt, is dat er vooral heel voorzichtig over wordt gesproken, waarbij er veel aandacht is voor de vraag hoe de boodschap zal overkomen. Veel nadruk wordt op het pastorale gelegd. Het positieve van huwelijk, gezin en seksualiteit binnen het huwelijk wordt sterk benadrukt. Er wordt het nodige gedaan aan voorlichting binnen de school en er wordt hard gewerkt aan een veilig klimaat. En er worden mediatrainingen gevolgd om te voorkomen dat dingen op de verkeerde manier worden gezegd. Bijbelse woorden of uitdrukkingen die gemakkelijk verkeerd kunnen worden verstaan, zoals ”het doden van de zonden”, worden vermeden. Wie voor deze aanpak kiest, pleit vooral voor zorgvuldigheid en wil onnodige commotie voorkomen.

Steen des aanstoots

Inmiddels wordt naar mijn mening zichtbaar dat beide benaderingen niet goed werken. Steeds duidelijker wordt dat het Bijbels denken over deze onderwerpen op zichzelf genomen de steen des aanstoots is, hoe behoedzaam je er ook over spreekt. De brief van ds. Kort die activisten tot actie bewoog, illustreert het. Hij nam het woord homoseksualiteit in zijn brief niet eens in de mond. Hij sprak over allerlei zonden, waaronder zonde „tegen de scheppingsorde.”

Daarom pleit ik ervoor om over dit onderwerp vaker te spreken binnen kerken en scholen, maar ook in de samenleving, en dit in heldere taal te doen, zonder nodeloos kwetsend te zijn, en met een bewogen hart. Onze kinderen hebben behoefte aan een krachtig weerwoord en positief Bijbels onderwijs als het gaat om de plaats van man en vrouw, huwelijk en seksualiteit.

Ook moeten we niet mediaschuw zijn. Laat het dan maar zo zijn dat we af en toe wat onbeholpen uit onze woorden komen. De commotie rond de Nashvilleverklaring had ook iets te maken met het feit dat de samenleving er niet meer aan gewend was dat christenen zich heel expliciet uitspraken.

Tot slot, onze kinderen trekken een slagveld op waar geweldige machten en krachten uit zijn op hun eeuwige ondergang. Hoe bestaat het dat we hen dit strijdperk zo gemakkelijk laten betreden zonder wapenrusting Gods? Onderwijs kinderen daarom in de geboden Gods. Leer hen deugdzaam te leven. Bid dat God hen genade schenkt. Breng ze tot Christus. Leer hen zichzelf te verloochenen, hun kruis op te nemen en Hem na te volgen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Tang, L. van der, 2021, Stel deugd van zelfverloochening tegenover genderrevolutie, Reformatorisch Dagblad 51 (66): 22-23 (artikel).

Transgenderwet ondermijnt man- en vrouw-zijn

De transgenderwet die op de agenda van de Tweede Kamer staat, geeft een nieuwe definitie van wat een man of vrouw is. Niet de biologie maar iemands overtuiging is doorslaggevend. Dat heeft verstrekkende gevolgen.

De nieuwe transgenderwet die demissionair minister Sander Dekker heeft voorgelegd (de Tweede Kamer vergadert hierover volgens de huidige planning komende maand) moet het verder vereenvoudigen om juridisch van geslacht te veranderen. De verklaring van een arts of psycholoog dat er sprake is van een duurzame overtuiging tot het andere geslacht te behoren, is niet langer nodig. Bovendien vervalt de leeftijdsgrens, zodat ook kinderen jonger dan zestien jaar hun geslachtsregistratie kunnen wijzigen.

Mannen en vrouwen zijn verschillend, wat lichamelijk is terug te zien in geslachtscellen, chromosomen, hormonen en uiterlijke kenmerken. In de gezondheidszorg wordt steeds meer ontdekt hoe belangrijk het is om bij onderzoek en behandeling onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen. Maar voor alle mensen geldt dat onze gedachten en gevoelens een relatie met ons lichaam hebben. Mensen zijn één geheel; lichaam en psyche zijn nauw verweven. Als we ons dat bewust zijn, helpt dat om mee te leven met mensen die een sterke tegenstelling tussen hun lichaam en gevoelens ervaren. Je bent een man maar voelt je vrouw, of omgekeerd (genderdysforie). Waar vroeger travestiet of transseksueel hiervoor gangbare benamingen waren, is dat nu het woord transgender. De gevoelde tegenstrijdigheid kan een grote last zijn en veel verdriet veroorzaken.

Een kleine uitstap: we hebben het hier dus niet over intersekse (of DSD), een aangeboren aandoening. Deze problematiek laat ik hier verder rusten.

Genderdiversiteit

Zorgvuldige aandacht voor genderdysforie is dringend nodig. Dat mensen met gendersdysforie een diepgaande wens hebben van het andere geslacht te zijn, onderstreept dat iemands geslacht ertoe doet.

Dit staat haaks op een tegenbeweging die het geslacht juist relativeert. Er zouden geen twee geslachten zijn, maar meerdere genders. Er is een prisma aan termen ontstaan, zoals genderqueer, bigender, pangender en genderfluïde. Deze woorden moeten duidelijk maken dat gender en geslacht vloeiend (fluïde) zijn, niet met biologische kenmerken te duiden zijn maar slechts zijn gefundeerd in de beleving van het individu.

De transgenderwet die minister Dekker neerlegt, staat niet op zichzelf, maar is een uitvloeisel van internationale belangen. Wereldwijd worden SOGI-wetten ingevoerd. SOGI staat voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Deze wetgeving legt vast dat er geen medische diagnose van genderdysforie meer nodig is, geen hormonale therapie of operatieve ingreep en geen verandering in uiterlijk om van geslacht te veranderen. De realiteit van man of vrouw zijn bestaat alleen nog in het hoofd van de persoon die zegt man of vrouw te zijn. Je kunt je dus een vrouw noemen, maar een penis hebben. Of zeggen dat je een man bent, maar je eigen kind baren.

De toenemende druk op de transgenderzorg geeft in dit opzicht te denken. Op dit moment staan zo’n 5000 personen met genderdysforie op een wachtlijst voor behandeling. Dat zijn steeds vaker jonge kinderen, drie keer zo veel meisjes als jongens. Het wetsvoorstel maakt mogelijk dat kinderen jonger dan zestien jaar de vermelding van hun geslacht laten veranderen. Kinderen en jongeren zijn echter beïnvloedbaar, door vrienden of sociale media. Ze kunnen gevolgen en risico’s op de lange termijn van ingrijpende beslissingen nog niet goed overzien. Het is bekend dat genderdysforie bij de meeste kinderen vanzelf verdwijnt. Maar een meisje dat zichzelf al op jonge leeftijd wettelijk, en daarmee ook sociaal, presenteert als jongen, wordt belemmerd in het later alsnog onbevangen aanvaarden van het geboortegeslacht. Hier komt bij dat het wetsvoorstel het mogelijk maakt ouders bij het besluit tot geslachtsaanpassing uit te schakelen. Dit is roekeloos en een onaanvaardbare ontkenning van de verantwoordelijkheid van ouders in de ontwikkeling van hun kind.

Zelfidentificatie

Deze wetswijziging maakt zelfidentificatie mogelijk. Geslacht wordt een ”label” dat je zelf kunt kiezen. Of dat label strijdig is met de biologie, doet er niet toe.Daarmee wijzigt de wettelijke definitie van wat een man of een vrouw is. Biologie erodeert en culturele opvattingen over wat het betekent man of vrouw te zijn, worden ondermijnd. Wie het transgenderdebat volgt of er zich in mengt, merkt de dwingende tot zelfs agressieve argumentatie, die geen ruimte laat voor tegenspraak.

Toch kunnen we dit niet laten gebeuren. Zeker voor kinderen en jongeren draagt deze ontwikkeling eraan bij dat ze zich verward voelen over hun plaats in de wereld. Transgender zijn wordt in de media afgeschilderd als hip en cool. Maar er is niets cools aan als volwassenen het voor jongeren lastiger maken hun overgang naar de volwassenheid te maken of hen mede onderdompelen in een identiteitscrisis.

Geslacht doet ertoe. Dit ontkennen of uitvlakken in wetgeving en beleid tast de unieke waardigheid van mannen en vrouwen aan. Een regering met twee christelijke partijen zou dit niet mogen laten passeren.

De auteur schreef al eerder een opiniestuk over deze kwestie. Dit artikel is ook op deze website geplaatst en hier te vinden.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Hoek-Burgerhart, E. van, 2021, Transgenderwet ondermijnt man- en vrouw-zijn, Reformatorisch Dagblad 51 (218): 32-33 (artikel).

Respecteer traditionele waarden in conservatieve landen

Als bezeten van progressieve ideeën over seksuele oriëntatie en gender­identiteit dringen westerse mogendheden hun geloof op aan conservatieve landen. Dit is ideologisch neokolonialisme.

De thuisbasis van de Verenigde Naties in New York gezien vanaf de East River. Bron: Pixabay.

Aan de internationale fronten van bescherming van het menselijk leven, huwelijk en gezin, vrijheid en soevereiniteit is het nooit rustig. Ook deze weken zijn spannend en belangrijk. We noemen enkele voorbeelden.

Maandag 6 december 2021 zou de zogenaamde Ministeriële verbintenis in Oostelijk en Zuidelijk Afrika (ESA) inzake onderwijs en gezondheid voor het welzijn van tieners en jongeren (10-24 jaar) in de regio getekend worden. Wie de voorgestelde tekst doorneemt, ziet algauw dat het meer op een opgelegde gids lijkt naar de promotie van op rechten gebaseerd en seksualiserend onderwijs dan op het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van de Afrikaanse tieners en jongeren. Dinsdag 7 december 2021 is nog niet duidelijk of die daadwerkelijk getekend is. Deze verbintenis gaan 21 Afrikaanse landen voor tien jaar aan en betreft zo’n 600 miljoen mensen. De overeenkomst wordt sterk gepusht met technische en financiële steun van de VN en gelieerde organisaties uit voornamelijk progressieve westerse landen.

Taak van ouders

In veel Afrikaanse landen, maar ook Oost-Europese en verdere niet-westerse landen, zijn zaken zoals waardigheid van huwelijk en gezin, en de plaats en taak van ouders in de opvoeding, zoals ook vastgelegd in internationale verdragen, hoogstaande waarden. Die zijn verankerd in hun culturen en vastgelegd in wetgeving. Deze waarden komen in het hele verdrag niet voor. Deze verbintenis noopt Afrikaanse landen tot het geven van onderwijs in vrije seks of het verschaffen van informatie daarover aan kinderen en jongeren vanaf 10 jaar, met als enige restrictie wederzijdse toestemming. In handleidingen gaat het over zaken zoals het recht op seksueel plezier, masturberen, genderidentiteit en lessen in seksuele oriëntatie. Ook vrije toegang voor meisjes en vrouwen tot abortusfaciliteiten komen aan bod.

Goed klinkende termen worden er gebruikt, maar ze krijgen nergens uitleg. Ze zijn open voor interpretatie, zoals ”leeftijdsgeschikt”, ”op bewijs gebaseerd” en ”jeugdvriendelijk”. Daarnaast spreekt de overeenkomst van buitenschoolse programma’s voor seksueel onderwijs, maar het blijft onduidelijk wie dat zou moeten gaan verzorgen en welke waarden dan verkondigd zullen worden. Om niet meer te noemen rept het verdrag van „seksuele en reproductieve gezondheid met psychologische hulp”, codetaal voor abortus.

Achter deze verhullende woorden gaat het ideaal schuil van de westerse losse seksuele moraal. Het doel is om Afrikaanse kinderen te verleiden tot het volgen hiervan.

Echter, dergelijke seksuele voorlichting is geen overheidstaak, en al helemaal niet van westerse overheden en de door hen gesubsidieerde agentschappen en internationale organisaties. Want laten we eerlijk zijn: is het superieure Westen tegenwoordig echt nog het juiste voorbeeld om te laten zien wat de Bijbelse manier is van omgang met elkaar; zowel relationeel als seksueel?

Ongemak

”Young People Today” is een gesubsidieerd platform dat de uitvoering van de ESA-verdrag, en dus van progressief seksualiserend onderwijs, promoot onder Afrikaanse jongeren. We ontdekten dat er met steun van de VN een onlinemeeting werd belegd door dit platform met permanente secretariaten van de ESA-landen. Zij kwamen met een aanbeveling voor het aannemen van deze verbintenis. Veel niet-volledig beslissingsbevoegde vertegenwoordigers uit Oostelijk en Zuidelijk Afrika hadden op z’n minst commentaar, kwamen met amendementen of wilden geen positie innemen. Sommigen waren niet aanwezig, simpelweg omdat ze er niet van op de hoogte waren dat dit getekend moest worden. Het ongemak van de vertegenwoordigers droop ervan af.

En wat te denken van al de gewone Afrikaanse mensen, die van deze verbintenis onwetend zijn? In veruit de meeste ESA-landen hebben zij gekozen voor prolife- en pro­familywetten. Met deze verbintenis worden hun kinderen ongevraagd als het ware aan hun ouders ontstolen, blootgesteld en uitgeleverd aan deze van buiten Afrika afkomstige, zedenverwilderende ideologieën en praktijken.

Schothorst: “Op mondiaal vlak zijn de VN bezig met het uitvoeren van een genderideologische agenda.” Bron: Pixabay.

Ondermijnen soevereiniteit

Eenzelfde tactiek past de EU toe. In een voorgestelde partnerschapsovereenkomst met 79 Afrikaanse, Caraïbische en Pacifische landen (ACP) zijn op een geraffineerde manier soortgelijke en uiterst zorgwekkende zaken ingebracht. In deze twintigjarige, bindende overeenkomst is er sprake van opgelegde invoering van abortusfaciliteiten en alomvattend onderwijs over seksualiteit buiten het zicht van de ouders om.

Nog afgezien van het feit dat deze onderwerpen buiten de bevoegdheid van de EU vallen, gaan ze tegen nationale wetten van deze landen in en ondermijnen ze hun soevereiniteit. Fijn ‘partnerschap’.

De overeenkomst moet nog geratificeerd worden door de parlementen en daar ligt de ruimte om aan te geven dat nationale soevereiniteit en democratisch tot stand gebrachte regelgeving in landen geëerbiedigd dient te worden door de EU. Daarom brengt onze stichting bij overheden de reikwijdte van de ingebrachte bepalingen volgens de leidende Europees progressieve uitleg onder de aandacht.

Op mondiaal vlak zijn de VN bezig met het uitvoeren van een genderideologische agenda. In een commissieresolutie over versterking van de rol van de VN bij bevordering van verkiezingen en, nota bene, democratisering, slaagden geslepen westerse onderhandelaars er in om de internationaal onwettige en controversiële termen ”seksuele oriëntatie en genderidentiteit” in de tekst te brengen. Een amendement tegen deze opname werd met 58 stemmen voor, 13 onthoudingen en 90 stemmen tegen verworpen. Hier valt toch moeilijk consensus uit op te maken. Onder westerse druk had geen van de landen de moed om het uiteindelijke resultaat in eindstemming te brengen. Als het in de Algemene Vergadering van de VN straks niet in stemming wordt gebracht, geldt deze terminologie voor het eerst als consensustaal binnen de VN en gaan de sluizen open voor gebruik in tal van andere resoluties en beleid. Werk aan de winkel dus.

Discriminatie

Bezijden dit alles bracht een VN-expert voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit in november een controversieel rapport uit over geslachtsverandering. Geslacht zou niet langer gebaseerd moeten zijn op de biologische geslachtskenmerken, maar op een zelfgekozen geslachtsidentiteit. Een land of organisatie die deze radicale genderideologie niet als wetenschappelijke theorie aanvaardt, zou op een ‘zwarte’ lijst moeten worden geplaatst en discriminatie en haatspraak worden aangewreven.

Het Westen lijkt, met gebruikmaking van de Verenigde Naties, bezig te zijn met een gecoördineerde, frontale aanval op leven, gezin en vrijheden, met name die van godsdienst en onderwijs. Het legt waarden op aan conservatieve mensen en landen op een imperialistische, neokoloniale manier. Traditionele en democratisch vastgestelde waarden komen door deze westerse agenda in deze landen onder druk te staan. Deze doelen en praktijken dienen kritisch onderzocht te worden en te stoppen. Niets minder dan onze beschaving is in het geding.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Schothorst, H.J. van, 2021, Respecteer traditionele waarden in conservatieve landen, Reformatorisch Dagblad 51 (212): 28-29 (artikel).

Ds. Kort wordt op 16 februari 2022 gehoord – Zaak Houtzager-Kort één van lange adem

Dominee Kort, van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland te Krimpen aan den IJssel, wordt 16 februari 2022 gehoord door het Gerechtshof. Dit liet homo-activist Leon Houtzager gisteren weten op Twitter.1 Ds. Kort moet diep door het stof, omdat hij bijna twee jaar geleden in een ‘gelekte’ brief naar de gemeenteraad opriep om de ‘roepende zonden’ uit te bannen. Dit schoot Houtzager en anderen in het verkeerde keelgat. Een strafrechtelijke vervolging was het resultaat. Hoewel de predikant vorig jaar werd vrijgesproken liet Houtzager het hierbij niet zitten.

Ds. Kort bevestigde gisterenmiddag naar het Reformatorisch Dagblad de datum van de hoorzitting.2 Eerder werd gezegd dat ds. Kort in oktober dit jaar gehoord zou worden, maar dat bleek uiteindelijk niet meer door te gaan. De predikant is er uiterlijk kalm onder en zegt de ontwikkelingen rustig af te wachten. Op woensdag 16 februari 2021 zal de hoorzitting plaatsvinden. Ds. Kort krijgt dan de gelegenheid om zijn kant van de zaak te belichten. Na de hoorzitting wordt gekeken of er daadwerkelijk een rechtszaak gestart moet worden. We roepen mensen met een juridische achtergrond op om ds. Kort inhoudelijk te ondersteunen in deze zaak.

Aan Christelijk Informatieplatform (CIP) liet ds. Kort al eerder deze maand weten dat hij dit jaar niet meer gehoord zou worden.3 Volgens de predikant is er wel beweging in de zaak omdat een advocaat contact heeft opgenomen in de rol van mediator. Ds. Kort: “Hij wilde een gesprek over een oplossing in deze kwestie. Nu alle commotie wat geluwd was, wilde hij een vreedzame toenadering tussen de partijen.” Maar Kort geeft aan niet te weten wie zijn tegenpartij is. Volgens de predikant gaat het om ‘onzichtbare belagers van mij en onze kerk’.

Met Fundamentum volgen we het op de voet en hebben we al veel over de zaak Houtzager-Kort geschreven.4 De predikant wordt weggezet als homofoob, een homohater of in het algemeen een haatdominee, ook door vrijzinnige theologen zoals Alain Verheij.5 Het is echter een karikatuur. In de brief naar de gemeenteraad, die slechts voor de gemeenteraad was bedoeld, wordt allereerst de zonde van praktiserende homoseksualiteit niet genoemd. Ten tweede maakt Ds. Kort onderscheid tussen de persoon en de zonde die een persoon doet. De zondaar moet worden aangesproken op zijn of haar zonden zonder daarmee de zondaar te verwerpen. Het tegendeel is zelfs het geval. In navolging van de Heere Jezus in Johannes 8 moet de zondaar in liefde omringd worden zonder daarmee zijn of haar zonden goed te keuren. Dit geldt niet een bepaalde groep of een bepaalde zonde, maar alle zonden bedreven tegen een goeddoend en heilig God. Het gaat ook alle mensen aan en niet slechts de praktiserende homoseksuelen. De zaak Houtzager-Kort is daarmee, bewust of onbewust, volledig uit zijn verband gerukt en een eigen leven gaan leiden.

Voetnoten

Samen sterk voor gezond genderklimaat

Laten we samen werken aan een gezond genderklimaat in Nederland, waarbij Gods openbaring in de schepping en de Schrift normatief is.

Prof. dr. M. den Heijer (RD 8-10) reageert kritisch op mijn opinieartikel over genderdysforie. De stijl van de hoogleraar, met beschuldigingen als „insinuatie” en „met een bepaalde bedoeling de waarheid verdraaiend” en „hoe haalt iemand het in zijn hoofd”, stelt uitdagingen aan de inhoudelijke conversatie, maar ik ga het toch proberen.

Als theoloog spreek ik vanuit de traditionele kenbronnen van Gods wil (artikel 2 NGB). De door mij gebruikte termen komen zonder enige nare bijbedoeling uit de traditie van de kerk van alle tijden. Vrijwillige castratie wordt door de moraaltheologie als zondig bestempeld. Dit werd geformaliseerd in de vierde eeuw, door de canones van het Concilie van Nicea en in de Apostolische Constituties (AC).

De kerk vond inderdaad toen al dat bij het afsnijden van biologisch gezonde geslachtsorganen iets belangrijks kapotgemaakt wordt. Het door mij gebruikte woord ”verminking” is eigenlijk te zwak uitgedrukt. Vanuit Gods algemene openbaring redenerend, zag de kerk zelfgekozen castratie als een aanslag op de van God gegeven biologische identiteit. Het kerkelijk recht bestempelt zo iemand als „zelfmoordenaar en vijand van de schepping van God” (AC 8.22) Dat was volledig in lijn met preken van kerkvaders als Athenagoras en Chrysostomos. Ook in hun tijd was er dysforie met de seksuele identiteit en vond de ”aanpassing” plaats ter verlichting van psychische nood. Volgens de kerk ging het echter in tegen Gods bedoeling met de mens. Dat wordt in de traditionele christelijke ethiek nog steeds zo gezien. De Rooms-Katholieke Kerk bijvoorbeeld beschouwt transitie en het meewerken daaraan als een tuchtwaardige zonde.

Amerikaanse context

Bedenk ook, mijn artikel reflecteerde op de boycot van een boek in Amerika als maatschappelijk-cultureel verschijnsel in de westerse samenleving waarvan wij deel uitmaken. Het betrekken van wetenschappelijke cijfers over de Amerikaanse context, onder andere het buitengewoon hoge percentage hiv en onverantwoord seksueel gedrag (geen evaluatie van mij maar van wetenschappelijke publicaties en overheidsinstanties), is niet tendentieus maar juist een blijk van zorgvuldigheid.

Bovendien, niet ik, maar Amerikaanse collega’s van Den Heijer zoals dr. Marci Bowers (chirurg vaginoplastiek) en Erica Anderson, als klinisch psycholoog verbonden aan de genderkliniek van de University of California San Francisco, luiden momenteel de noodklok over de Amerikaanse beroepspraktijk. Ze spreken zich uit tegen het voorkomen van puberteit met blokkerende medicijnen en Anderson verwacht dat veel jongeren transitie zullen betreuren (Daily Mail 5-10). Kennelijk heeft zij redenen om aan te nemen dat het met de tevredenheid en psychische nood na aanpassende chirurgie niet meevalt.

Den Heijer stelt zijn persoonlijke onderzoek over de Nederlandse situatie tegenover de verontrustende conclusies van zijn collega’s in het buitenland, waar Nederlandse protocollen een belangrijke basis vormen van behandeling. Mijn artikel citeert cijfers uit officiële overheidspublicaties en wetenschappelijke vaktijdschriften. De hoogleraar zegt terecht dat die cijfers slechts een deel van het verhaal vertellen. Toch zijn zowel die cijfers als de verontrustende conclusies die zijn collega’s daaraan verbinden het peerreview gepasseerd.

Risicofactor

Wie dit, zoals ik, op afstand vanuit een andere wetenschappelijke discipline beschouwt, stelt vast dat het vakgebied weliswaar verdeeld is, maar toch een probleem signaleert. Er zijn Zweedse wetenschappers die waarschuwden voor een wel 1900 procent groter zelfmoord­risico na transitie, en Nederlands onderzoek dat meevalt omdat het ‘slechts’ 300 procent signaleert. Natuurlijk zijn er graden van betrouwbaarheid, representativiteit en verschillen per land en situatie. Maar het feit dat al die onderzoeken het peerreview haalden, baart zorg. Laten we daarbij vogelvluchtperspectief betrachten en bijvoorbeeld meewegen dat alcoholisme ook een hoog zelfmoordrisico met zich meebrengt. Over dat onderwerp lopen de percentages in de vaktijdschriften nog veel verder uiteen, maar dat het een risicofactor is, staat wel vast.

Natuurlijk stelt mijn artikel niet dat er een causale relatie is tussen transgendergevoelens als zodanig (of een keuze voor transitie) en seksueel misbruik. Enkele feiten op een rij. Het Journal of Transgender heeft een buitengewoon sterk verband vastgesteld tussen transgendergevoelens en ongewenste seksuele ervaringen als minderjarige. Het Britse Journal of Psychiatry heeft de cyclus van seksueel misbruik onder kinderen onderzocht. Het stelt daarbij een link vast tussen slachtoffer zijn en dader worden. Uit de samenvatting: „Het gemiddeld slachtofferpercentage was 35 procent onder daders en 11 procent onder niet-daders.” Daarmee vallen transvrouwen potentieel in een maatschappelijke risicocategorie. Volgens de beschikbare data en verklaringen is dat niet omdat ze transgender zijn, maar omdat onevenredig veel transvrouwen als kind slachtoffer werden van seksueel geweld.

Samenwerking

Laten we daarom vooral streven naar een veilige leefomgeving, in het bijzonder voor kinderen met genderdysforie. Werkelijke bescherming kan alleen bestaan als die rekening houdt met de bedoeling van de schepping en Bijbels genormeerd is. Jongeren hebben bij het opgroeien juist identiteitsbevestigende ankers nodig. Uit de reactie van Den Heijer krijg ik de indruk dat hij dit ook wil. De vraag naar de wenselijkheid van transitie is voor hem geen gepasseerd station. De genderideologie van Amazon en anderen keurt hij af. Ook hij wenst geen samenleving waar transgenderpolitiek wordt afgedwongen als nieuw normaal en iedereen die er anders over denkt aan zelfcensuur gaat doen.

Dat geeft een basis voor gesprek. Het uitgangspunt van de traditionele christelijke ethiek is duidelijk. Dat deze inbreng ook bij de genderkliniek welkom is, stemt tot dankbaarheid.

Het vorige artikel dat prof. dr. Benno Zuiddam schreef over het transgenderdebat, en aanleiding vormt voor bovenstaande discussie, is hier te lezen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Zuiddam, B.A., 2021, Samen sterk voor gezond genderklimaat, Reformatorisch Dagblad 51 (168): 30-31 (artikel).

Geslachtsverandering bij kinderen is spelen met vuur – Wat als deze jonge tieners als volwassene spijt gaan krijgen?

Jongeren met genderproblematiek zijn niet gebaat bij de wijziging van de wet waardoor ze gemakkelijker kunnen veranderen van genderidentiteit, betoogt Elise van Hoek van de christelijke organisatie NPV-Zorg voor het leven.

Demissionair minister Sander Dekker van rechtsbescherming wil de procedure vereenvoudigen waarmee een geslachtsvermelding op de geboorteakte kan worden veranderd. De deskundigenverklaring waarin een arts of psycholoog vaststelt dat sprake is van een duurzame overtuiging tot het andere geslacht te behoren, vervalt.

Tevens verdwijnt de leeftijdsgrens, zodat ook kinderen jonger dan zestien jaar hun geslachtsregistratie kunnen wijzigen. Een operatie is geen voorwaarde meer voor deze wijziging. Die wordt ook niet gewenst door iedereen die gebruik wil maken van de nieuwe mogelijkheden. De gedachte achter de wet is dat het bepalen van je geslacht een persoonlijke zaak is, ongeacht het biologische geslacht. Belangrijk is je ‘genderidentiteit’ en die ontdek je zelf, zonder psychiater of psycholoog. Een officiële diagnose is dus overbodig en belemmerend en anderen dienen zich aan te passen aan deze zelfidentificatie.

Privacy

Deze veranderingen gelden niet enkel voor persoonlijke relaties, maar zullen ook doorwerken op andere terreinen. Denk aan de betrouwbaarheid van databestanden over het aantal mannen of vrouwen. En aan de privacy van ruimten die nu zijn bestemd voor mannen of vrouwen. Er kan zich elk moment een biologische man melden die zich presenteert als vrouw. En omgekeerd.

Deze wetswijziging valt samen met een andere ontwikkeling. Steeds meer pubermeisjes melden zich bij de genderpoli, en ook de leeftijd van kinderen die aankloppen wordt lager. Het voorstel ook voor jongeren onder de zestien een wijziging op de geboorteakte mogelijk te maken, sluit aan bij deze trend.

Toch is dit spelen met vuur. Onvoldoende duidelijk is wat de oorzaken van deze stijging zijn. Uit onderzoek is bekend dat genderdysforie (onbehagen over het eigen geslacht) bij kinderen in de meeste gevallen overgaat. Dat pleit voor terughoudendheid om naam en aanspreekvorm al te snel aan te passen. De weg terug moet immers open blijven.

Puberteitsremmers en operaties hebben ingrijpende lichamelijke gevolgen, zoals levenslange afhankelijkheid van medicijnen en onvruchtbaarheid. Wat als deze jonge tieners als volwassene spijt gaan krijgen?

De toename van meisjes die jongen willen worden blijkt ook in onder meer Zweden, Groot-Brittannië en de VS. Daarbij signaleren deskundigen dat de vraag verandert. Waren het eerst kinderen met een duidelijk aanwijsbare geschiedenis van problemen met het eigen geslacht, nu is dat niet meer zo.

Sociale besmetting

Er zijn sterke aanwijzingen dat verwarring rond geslacht en gender ontstaat door ‘sociale besmetting’ en dat sociale media daarbij een grote rol spelen.

Jongeren die de meeste of zelfs al hun informatie van sociale media halen, lijken verstrikt te raken in een sociale omgeving die hen ertoe brengt zich als transgender of non-binair te presenteren. Dat lijkt eerder een sociale daad, die het gevolg is van de geschapen verwarring, dan de uitdrukking van een duidelijke identiteit. Dit hardop zeggen is echter zeer omstreden. Wetenschappers die onderzoek willen doen naar de veranderde vraag naar transitie en ook naar het bestaan van spijt over de transitie ontmoeten grote weerstand. En dat is ernstig. Want door het ontbreken van objectieve kennis kunnen fouten gemaakt worden met gevolgen die niet meer terug te draaien zijn.

Het nieuwe wetsvoorstel biedt burgers, ook kinderen, herhaaldelijk de mogelijkheid te veranderen van man naar vrouw of omgekeerd. Dit geeft een signaal af van normalisatie en ultieme vrijheid. Kinderen die nog niet kunnen overzien wat het betekent om man of vrouw te zijn, worden teruggeworpen op zichzelf. We moeten de merkwaardige stijging van de vraag naar transitie én de signalen van sociale besmetting en spijt zeer serieus nemen. Een wetswijziging past daar niet bij.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Trouw. Het originele artikel is hier te lezen.

Boycot van boek over genderdebat normaliseert het abnormale

Soms zeggen reacties op een cultuurkritische publicatie meer over het soort samenleving waarin we leven, dan over het boek zelf. Dat gaat op voor de boycot door Amazon van een bestseller over het verschijnsel transgender.

Het boek ”When Harry Became Sally” (Toen Harry veranderde in Sally) vertaalt subtiel de titel van een romantische komedie naar het genderdebat. Hoewel het een bestseller werd bij de verschijning ervan in 2018, had dit boek februari dit jaar de twijfelachtige eer om geboycot te worden door Amazon, de grootste boekenverkoper in de wereld. De auteur, dr. Ryan Anderson, had vol bewogenheid en feitelijk correct geschreven over het verschijnsel transgender. Waarom moest dit boek geboycot worden?

Amazon was duidelijk bang voor het effect dat dit boek had op de publieke opinie over transgender. Nog voor het boek verscheen, was uit de intekeningen vooraf duidelijk dat het boek een megabestseller zou worden. De directie van Amazon deed aanvankelijk niets. Mogelijk moet dat in verband gebracht worden met het presidentschap van Trump die negatief stond ten opzichte van Obama’s genderbeleid. Pas toen het boek als bestseller een doorn in het oog was geworden en Biden aan de macht was gekomen, nam het bedrijf de ongekende censuurmaatregel om ”When Harry Became Sally” te boycotten. Wie 50 procent van de gedrukte boekenmarkt van Amerika in handen heeft, kan inderdaad het publieke debat sturen, alleen al door angst te veroorzaken waardoor auteurs zelfcensuur gaan toepassen. Vooral in een klimaat waar de meeste andere uitgevers links-liberaal zijn.

Verklaring

Het gecensureerde boek via Amazon: ‘When Harry Became Sally’ van de politicoloog dr. Ryan T. Anderson.

Los van inhoudelijke vragen rond de Bijbelse moraal, hoe rechtvaardig was dit optreden van Amazon praktisch gesproken? Het ”Handboek voor anarchisten”, ”Lesbian vampire killers”, pornografische seksverhalen en zelfs ”Mein Kampf” van Hitler; je kunt anno 2021 voor al die boeken terecht bij Amazon. ”When Harry Became Sally” was volgens Amazon echter zo verwerpelijk dat het vroeg om de uitzonderlijke maatregel van een boycot.

Gedwongen door de Republikeinse senatoren Rubio, Hawley, Braun en Lee, die Amazon beschuldigden van overtreding van de wet, doorbrak het bedrijf het stilzwijgen over de boycot. In maart kwam die met een gedwongen en juridisch zorgvuldig afgewogen verklaring. Ik citeer uit de brief van Amazon: „Wat betreft uw specifieke vraag over ”When Harry Became Sally”, we hebben ervoor gekozen geen boeken te verkopen waarin de lgbtq+-identiteit als een psychische aandoening wordt beschouwd.”

Anderson reageerde op deze verklaring in een interview met The National Catholic Register (12-3): „Iedereen is het erover eens dat genderdysforie een ernstige aandoening is die veel leed veroorzaakt. Er is echter een debat gaande over de vraag over hoe patiënten die genderdysforie ervaren, het beste kunnen worden behandeld. Amazon wil dat de mond snoeren.” Anderson wees vervolgens op tegenstrijdigheden in het beleid van Amazon. Waarom werd zijn boek verwijderd, terwijl professionele boeken die de diagnose en behandeling van genderdysforie als geestesziekte behandelen, beschikbaar blijven voor verkoop op het platform?

Ideologie

Dat brengt ons bij de kern van de zaak. Het gaat niet slechts om het commerciële verbod op een boek. De boycot van ”When Harry Became Sally” in de context van de genderideologie, die in alle aspecten van de westerse samenleving haar intrede heeft gedaan, is een symptoom. Waarvan? Van de normalisering van het abnormale in onze samenleving. Wij moeten wat tot voor kort medisch wetenschappelijk werd beschouwd als een geestelijke afwijking als normaal gaan zien. Wie dat niet wil, kan het etiket transfobie opgeplakt krijgen.

Medisch gesproken is genderdysforie een afwijking van de normale psychische gesteldheid die met een zodanig lijden gepaard gaat dat de betreffende persoon medische behandeling zoekt. Dat blijkt al uit het begrip zelf: ”dysforie” is het tegenovergestelde van ”euforie” en betekent angst, somberheid, prikkelbaarheid. Anders dan bij (hoogst uitzonderlijke) biologische verschijnselen als interseks werd geslachtsdysforie in de psychiatrische wetenschap tot voor kort altijd beschouwd als een ”mental disorder”, een mentale stoornis.

Volgens de oude consensus was interseks, waarbij zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen zich in een persoon ontwikkelen, een ”condition”, een biologische realiteit. Uit die optiek, die ook voorgestaan wordt door Anderson, is er een groot verschil met genderdysforie. Het laatste is geen biologisch gegeven maar een ”mental state” die niet overeenkomt met de biologische werkelijkheid van de patiënt. Op dat punt heeft het overeenkomst met geheel andere aandoeningen, zoals koning Charles VI, die dacht dat hij van glas gemaakt was. Voor hem was het echt, maar biologisch was het echt onwaar. De gedachten die de patiënt heeft, komen dus niet overeen met de werkelijkheid. Bij een transgender gaat dit heel diep en raakt het ook de seksuele identiteit van de persoon (het geslacht waarmee hij zich wil identificeren) en hoe hij of zij in het leven staat en zich verhoudt tot anderen. Het gevolg daarvan is een benauwend gevoel van dysforie, van ongemak, omdat je voor je ervaring in het verkeerde lichaam opgesloten zit.

Verschuiving

In 2013 veranderde de Amerikaanse organisatie voor psychiatrie de medische aanduiding voor transgender in dysforie. Niet omdat het inhoudelijk geen stoornis meer was die niet meer om een medische behandeling zou vragen, maar om een politiek correcte reden: „DSM-5 heeft tot doel stigmatisering te voorkomen en klinische zorg te bieden aan personen die zichzelf zien en voelen als van een ander geslacht dan het hun toegewezen geslacht. Het vervangt de diagnostische naam ”genderidentiteitsstoornis” door ”genderdysforie” en maakt andere belangrijke verduidelijkingen in de criteria.”

Behalve het voorkomen van stigmatisering was er ook een economisch motief. De verandering van de definitie beoogde om vergoeding bij ziekenfondsen te vergemakkelijken voor een veel grotere groep mensen dan die volgens de oude regels geacht werden aan ”gender disorder” te lijden.

Helemaal doen alsof transgender normaal was geworden, ging niet. De verklaring van de psychiaters maakte daar geen geheim van: „Als het gaat om toegang tot zorg, omvatten veel van de behandelingsopties voor deze aandoening counseling, geslachtshormonen, geslachtsaanpassende chirurgie en sociale en juridische overgang naar het gewenste gender. Om verzekeringsdekking voor de medische behandelingen te krijgen, hebben individuen een diagnose nodig. De Seksual and Gender Identity Disorders Work Group was bezorgd dat het verwijderen van de aandoening als een psychiatrische diagnose –zoals sommigen hadden gesuggereerd– de toegang tot zorg in gevaar zou brengen.” De veranderde definitie beoogde te verzekeren dat de behandeling en medische ingrepen daaraan verbonden vergoed zouden blijven worden door de verzekering.

De nieuwe therapeutische definitie neemt zijn uitgangspunt in het gevoelen van de patiënt, in dysforie; niet meer in een objectieve vaststelling van ”disorder”, afwijking. Dat brengt risico’s met zich mee, niet het minst voor jongeren. De overgrote meerderheid, statistisch meer dan 85 procent, van kinderen en tieners die zich in het verleden meldden bij psychologen voor je het gevoel tot het andere geslacht te behoren, of te willen zijn, groeide er op natuurlijke wijze overheen. Vanuit de oude situatie gezien, kan de herdefinitie dus leiden tot onnodig medisch ingrijpen.

Risicofactoren

Daarbij komt dat er sociale factoren zijn die bijdragen aan het ontstaan van dysforie of die veroorzaken. Anderson wijst in zijn boek op voorbeelden. Wie een dominante moeder heeft, die doorlopend laat merken dat ze eigenlijk een meisje had willen hebben, loopt een grotere kans als jongen om genderdysforie te ontwikkelen. Een andere risicofactor is seksueel misbruik. Bij volwassen transgenderpersonen is er een onevenredig groot percentage (ten opzichte van de gemiddelde bevolking) dat als kind werd misbruikt. Het vaktijdschrift Journal for Transgender geeft aan dat waarschijnlijk 55 procent van alle volwassenen die als kind lijden aan genderdysforie, voor de leeftijd van 18 jaar een ongewenste seksuele ervaring heeft opgedaan. Hoewel de onderzoeksgroep mijns inziens niet groot genoeg was voor definitieve resultaten, is dit een indicatie uit een onverdachte bron.

Dat stemt tot nadenken, ook wat betreft het politieke beleid ten aanzien van transgender. Immers, zelfs onderzoek uit progressieve hoek laat zien dat van mannen die als kind misbruikt zijn ten minste 35 procent ook zelf misbruiker wordt. Die kans is meer dan driemaal groter dan bij de gemiddelde man.

Soms worden de resultaten van dergelijke onderzoeken gepresenteerd over mannen en vrouwen gezamenlijk. Dat is misleidend. In tegenstelling tot mannelijke slachtoffers van seksueel misbruik, worden misbruikte vrouwen zelden, in de regel nooit, zelf misbruikers. Wie dan het resultaat van vrouwen en mannen gezamenlijk presenteert, kan doen of het wel meevalt. Misbruikte mannen zijn echter gemiddeld (voor de meesten geldt het gelukkig niet) statistisch aantoonbaar een risicogroep ten opzichte van de rest van de bevolking. Die trend is ook te zien bij de medische analyse van het gedrag van biologische mannen die zich als transvrouwen identificeren, vergeleken met die van transmannen (biologisch vrouw maar zich identificerend als man). Een analyse van de metadata wijst erop dat bijna 30 procent van de transvrouwen in Amerika hiv heeft en bijna 50 procent vertoont gevaarlijk seksueel gedrag. Dit gedrag belast de gezondheidszorg, beïnvloedt de levensverwachting en levert een sociaal-economisch kostenplaatje op voor de samenleving.

Geen verlichting

Daarbij komt dat hormoontherapie en kosmetische genderchirurgie op de lange termijn (twintig jaar) niet tot verlichting van de psychische nood van transgenderpatiënten blijkt te leiden. In dat opzicht lijkt er een parallel te zijn met de behandeling van interseksepatiënten. Zelfs uit het onderzoek van de zeer progressieve dr. Money van Harvard, die veel bijdroeg aan de genderideologie is, bleek dat intersekse patiënten psychisch beter af zijn op de lange termijn als er geen chirurgische correctie plaatsvindt. Bij transgenderpersonen die hormoonbehandeling en chirurgie ondergaan, treedt gewoonlijk in eerste instantie verbetering op, maar op langere termijn ontreddering en een buitengewoon hoog zelfmoordrisico. Dat blijkt uit een grootscheeps langetermijnonderzoek in het transvriendelijke Zweden tussen 1973 en 2003.

Feit van de zaak blijft dat ook in de nieuwe edities van het ”Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen” (DSM-5) transgender is opgenomen als verschijnsel. Maar het wordt alleen nog maar als probleem gezien als de patiënt er dusdanig last van heeft dat het klinisch als dysforie betiteld kan worden.

Waar de vereniging van Amerikaanse psychiaters genderdysforie als een probleem blijft beschouwen dat nog steeds om speciale psychiatrische of andere medische behandeling kan vragen, gaan Amazon en de transgenderideologie een stap verder. We moeten met zijn allen het biologisch geslacht als keuze gaan beschouwen en andere afwijkingen van de traditionele christelijke moraal normaal gaan vinden. Dat niet alleen. De samenleving moet ook zomaar bereid zijn om de schade hiervan te betalen, niet alleen sociaal en economisch, maar ook de geestelijke en psychische rekening voor komende generaties. Geen discussie. Geen vrijheid van meningsuiting. Wie wel een rationele discussie over de voors en tegens wil, en een onwelkom standpunt heeft zoals Anderson, wordt geboycot.

Naastenliefde

Het abnormale moeten we normaal gaan vinden. Het is een symptoom van een doorgeslagen geïndividualiseerde samenleving, waar eenieder leeft bij zijn eigen waarheden die morgen weer anders mogen zijn. Zolang Amazon het ook goed vindt.

Dat iemand psychisch zozeer ongemakkelijk raakt in zijn eigen lichaam dat hij zich laat verminken om zich beter te kunnen voelen, en soms ook op interpersoonlijke terreinen het zicht verliest op waarheid, zou in een gezonde samenleving medelijden moeten oproepen, en geen normalisering. Als het normaal raakt om als behandeling voor psychische nood gezonde organen bij biologisch normale mensen te verwijderen, dan mogen we ons als samenleving afvragen in hoeverre we nog zicht hebben op waarheid en naastenliefde.

Amazon’s reactie op ”When Harry Became Sally” is veelzeggend over onze tijd en cultuur. Toch blijven we vertrouwen dat de waarheid het langst duurt. Die is soms wel confronterend, maar maakt uiteindelijk waarlijk vrij.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Zuiddam, B.A., 2021, Boycot van boek over genderdebat normaliseert het abnormale, Reformatorisch Dagblad 51 (155): 26-27 (artikel).

Toon pastorale bewogenheid met mensen met genderdysforie

Bij de benadering van gender­dysforie gaat het om twee polen naast elkaar: principieel protest tegen het transgenderisme én optimaal invoelingsvermogen voor mensen met genderdysforie.

In het RD (6-9) publiceerde de visiegroep Bijbels Beraad M/V een verklaring onder de kop ”Transformatie in plaats van transitie”. Hierin wordt onomwonden stelling genomen tegen geslachtsveranderende behandelingen, die gekwalificeerd worden als „Bijbels geen begaanbare weg.” Geponeerd wordt dat wie transformatie (hier in de zin van bekering) leert kennen, niet meer zal willen kiezen voor transitie, geslachtsaanpassing. Aan het slot van de verklaring wordt onder het kopje ”vervolgvragen” gewezen op het belang van pastorale ondersteuning voor mensen die worstelen met genderdysforie (dat wil zeggen: persisterende onvrede met het bij de geboorte vastgestelde geslacht en onbehagen over de bijbehorende genderrol).

Prof. dr. Martin den Heijer plaatst in zijn Forumartikel ”Genderdysforie te complex voor stellige woorden” (RD 8-9) kritische kanttekeningen bij deze standpuntbepaling. Het is niet mijn bedoeling mij in deze discussie te mengen, maar het lijkt mij wel noodzakelijk het grote belang van oprechte pastorale aandacht en bewogenheid krachtig te onderstrepen.

Principieel en pastoraal

Krachtig verweer tegen de huidige genderideologie is noodzakelijk en urgent. Deze strijd kan er echter zomaar toe leiden dat broeders en zusters die deze ideologie beslist niet delen, maar wel persoonlijk met ingrijpende genderproblematiek worstelen, zich misverstaan en in de kou gezet voelen.

Hier is een parallel te trekken met de benadering van homoseksualiteit. Het hoofdredactionele commentaar (RD 11-9) –naar aanleiding van het rapport van de onderwijsinspectie over de Gomarus in Gorinchem– stelt twee zaken naast elkaar: enerzijds de christelijke opdracht van scholen om elke leerling liefdevol en met respect tegemoet te treden. Anderzijds het vasthouden aan de identiteit van de school zonder water bij de wijn te doen. Het ene komt niet in mindering op het andere. Het gaat er juist om beide even zwaar te laten wegen.

Naar analogie hiervan stel ik eveneens twee polen naast elkaar: principieel protest tegen het transgenderisme én optimaal invoelingsvermogen voor mensen met genderdysforie. Het gaat mis wanneer een van beide polen eenzijdig wordt benadrukt. Het principiële mag het pastorale niet ondermijnen en het pastorale mag het principiële niet ontkrachten.

Aanvaarden vanaf geboorte

In de onlangs verschenen brochure ”Genderdysforie” (een handreiking aan kerkenraden met het oog op het pastoraat, uitgegeven vanwege het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland) is een poging gedaan om aan deze tweesporigheid invulling te geven. Daarbij wordt enerzijds helder vastgehouden aan het Bijbelse uitgangspunt dat de fundamentele dualiteit in het mens-zijn (dus man en vrouw) niet een sociaal construct of een cultureel bepaald verschijnsel is. Mannelijke en vrouwelijke mensen vertonen samen in deze verscheidenheid het mens-zijn naar Gods bedoeling (zie Genesis 1:27). De normale lijn is dan ook dat ieder mens met dankbaarheid aanvaardt dat hij of zij vanaf de geboorte ofwel man, ofwel vrouw is. De genderideologie is te beschouwen als een frontale aanval op een Bijbelse overtuiging die eeuwenlang in onze cultuur gedeeld is.

Gebrokenheid

Echter, de zondeval bracht ingrijpende gebrokenheid, waarvan ook de problematiek van genderdysforie (mannen en vrouwen die zich in hun identiteitsbeleving ”verkeerd verbonden” voelen, als man in een vrouwelijk lichaam of als vrouw in een mannelijk lichaam) een schrijnend symptoom is. De brochure gaat uitvoerig in op de medisch-psychologische aspecten van deze complexe problematiek. We dienen immers goed te weten waarover en over wie we het hebben en we mogen de problematiek niet versimpelen door zwart-wittekeningen die aan de mensen in kwestie geen recht doen en de bestaande nood niet echt peilen.

Vanuit het gezichtspunt van christelijke ethiek vanuit medisch oogpunt bestaan er zwaarwegende bezwaren tegen transitie van transgenders en is een pleidooi voor grote terughoudendheid op zijn plaats. Dat roept temeer de vraag op hoe we kunnen voorkomen dat mensen met genderdysforie in nood aan zichzelf overgelaten worden.

Ander niet loslaten

De genoemde brochure biedt stippellijnen voor verbindend pastoraat. Ook hier geldt dat bewustwording van de pijn en zwaarte van het probleem waarmee men worstelt, een onmisbare voorwaarde is voor echte pastorale ontmoeting en begeleiding. Alleen van daaruit kunnen we in biddend opzien tot God en zo afhankelijk van de leiding van de Heilige Geest met de ander op weg gaan, intens luisterend en in liefdevolle betrokkenheid.

Het kan gebeuren dat pastor en pastorant van opvatting blijven verschillen over de stap naar transitie. Dat is een aangrijpend punt. Maar de pastor en de pastorale gemeente laten de betreffende broeder of zuster in elk geval niet los, welke weg deze ook uiteindelijk besluit te gaan. Grondregel is: „Zie de ander eerst als mens en open dan het Woord, ook in complexe situaties” (P. J. Vergunst). Of zoals prof. dr. M. J. Kater het in de genoemde brochure verwoordt: „Een pastor is ook geroepen tegenwicht te bieden en het ”zachte nee” ter overweging te geven als de weg die God van ons kan vragen vanwege de plaats die we innemen in ons gezin.” Toen prof. dr. W. H. Velema indertijd over deze problematiek schreef, bedoelde hij met de term ”het zachte nee” een ”nee” dat van liefde doordrenkt is en dat daarom de ander niet loslaat, wanneer die een weg inslaat die tegen dat ”nee” ingaat (vergelijk het rapport ”Transsexualiteit” (Prof. dr. G. A. Lindeboom Instituut, 1996) onder redactie van prof. dr. H. Jochemsen en de overwegingen van prof. dr. J. Douma in ”Medische ethiek”, 1997, 347-350).

Voor het te laat is

Als we terugblikken op positiebepalingen inzake homoseksualiteit binnen de gereformeerde gezindte zien we dat de laatste tijd herhaaldelijk is geconstateerd dat de Bijbelse principes wel zijn gehandhaafd, maar dat het liefdevol omzien naar de mens in nood meer dan eens ernstig tekortschoot. Gedane zaken nemen helaas geen keer. De schade die mensen is toegebracht, is in veel gevallen niet meer ongedaan te maken. Laten we ten aanzien van mensen met gen­derdysforie toch niet in dezelfde fout vervallen en ons er, eer het te laat is, grondig van bewust zijn dat zij liefdevolle aandacht en hartelijke betrokkenheid verdienen. In naam van de Heere Jezus, de grote Pastor voor schapen in nood, Die ontferming als geen ander koppelt aan het onderwijs in de geboden van Zijn Vader (Mattheüs 5-7).

Prof. Hoek schreef deze bijdrage in overleg met de auteurs van de brochure ”Genderdysforie”: prof. H. Jochemsen, prof. M. J. Kater, ds. P. Nobel, dr. P. J. Verhagen en drs. P. J. Vergunst. De brochure kan worden besteld op gereformeerdebond.nl.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Hoek, J., 2021, Toon pastorale bewogenheid met mensen met genderdysforie, Reformatorisch Dagblad 51 (141): 24-25 (artikel).

Aangifte tegen SGP-burgemeester Breunis van de Weerd (Nunspeet) wegens ‘genderdiscriminatie’

In de gemeente Nunspeet is bij een inwoner onvrede ontstaan over de manier van aanspreken in gemeentelijke communicatie.1 Brieven worden standaard met ‘mijnheer’ en/of ‘mevrouw’ geadresseerd. Een 46-jarige inwoner van de gemeente deed daarom aangifte tegen SGP-burgemeester Breunis van de Weerd. De aangever wil gewoon bij zijn naam (voorletters en achternaam) aangesproken worden en niet met ‘mijnheer’ of ‘mevrouw’.

De 46-jarige inwoner laat weten dat hij al eerder een brief schreef richting het gemeentebestuur én het aangaf bij een baliemedewerker. De Stentor: “Ik kreeg een brief terug dat het systeem het niet toelaat. En de burgemeester stelde dat mensen zich zelf moeten melden als ze niet gegenderd aangesproken willen worden. ‘Dan proberen wij ons best te doen, maar we kunnen het niet garanderen.” De inwoner van Nunspeet vindt het echter ‘racistisch’ dat mensen worden geregistreerd als man en vrouw. Volgens de Nunspeter is ‘de manier van aanhef van burgers in strijd met de grondwet’. De inwoner wil niet aangesproken met ‘mijnheer’ of ‘ mevrouw’ maar met voorletter en achternaam. De aangever wil vanwege anti-transgendergeweld graag anoniem blijven.

De burgemeester geeft aan dat het hier niet gaat om discriminatie. De aangever is het daarmee oneens: “Als ik eerst moet aangeven dat ik niet de persoon ben zoals hij mij identificeert, dan is er sprake van een ongelijke behandeling.” Volgens de burgemeester is een aangifte tegen hem als persoon ‘nooit leuk’, maar hij geeft aan zich ‘van geen kwaad bewust’ te zijn. Van de Weerd meent dat de aangifte niet tegen zijn persoon is gedaan, maar tegen de wettelijke protocollen. De burgemeester: “De aangifte is eigenlijk ingediend omdat ik de wet handhaaf”. Hij wacht de reactie van het Openbaar Ministerie (OM) af. Deze kwestie is ook complex omdat ‘andere burgers wel met mijnheer of mevrouw aangesproken wensen te worden’. De gemeente schaart zich achter de burgemeester en herkent zich (in de woorden van woordvoerder Wob Meijering) er niet in dat er gediscrimineerd wordt. Meijering: “De gemeente wacht het onderzoek af en heeft er vertrouwen in dat er niks verkeerd is gedaan”. De aangever houdt voet bij stuk en geeft aan dat hij desnoods gaat doorprocederen tot aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg2.3

Voetnoten

Ds. Kort door Gerechtshof opgeroepen voor hoorzitting – Een tweede aangifte tegen de Oud Gereformeerde predikant

In het vorige artikel hebben we gezien dat ds. A. Kort van de Mieraskerk diep door het stof moet vanwege het schrijven van één zin in een persoonlijke brief aan de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel.1 Hoewel het Openbaar Ministerie in september aangaf ds. Kort niet te zullen vervolgen liet homo-activist Leon Houtzager het daarbij niet zitten. Hij nam topadvocaat Gerard Spong in de arm en was op 28 juli 2021 bij een besloten Raadkamerzitting. De uitkomst daarvan is dat het Gerechtshof ds. Kort opgeroepen heeft voor een hoorzitting.

Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan te Den Haag. Bron: Wikipedia.

Op 4 augustus schreef het Gerechtshof in Den Haag een brief over de kwestie. Het belangrijkste meegedeelde besluit is dat het onderzoek naar de kwestie Houtzager-Kort heropend zal worden en dat de aangeklaagde predikant gehoord zal worden. De datum van deze hoorzitting zal nog nader bekendgemaakt worden. Houtzager geeft tegenover de website Gayrotterdam aan dat dit ergens in oktober, maar mogelijk ook later, zal plaatsvinden.2 Dat ds. Kort opgeroepen wordt voor een hoorzitting wil nog niet zeggen dat het komt tot een vervolging. Dit zou ook vreemd zijn omdat het slechts één zin betreft in een persoonlijke brief, waarbij het niet direct en/of alleen gaat over homoseksuele praxis. De kwestie wordt erg opgeblazen.

Houtzager

Houtzager geeft aan tevreden met deze tussenuitspraak van het Gerechtshof te zijn. Hij geeft aan: “Ik ben tevreden met deze tussenuitspraak. We zijn er nog niet, maar vervolging komt nu wel een stap dichterbij. Deze uitspraak laat zien dat het Gerechtshof de zaak serieus neemt en ook serieus onderzoek gaat doen. Ik voel mij dan ook serieus genomen en daar ben ik blij mee”. Ook Spong kraait voorzichtig victorie: “Een beklaagde wordt alleen gehoord als er een goede kans bestaat op vervolging. We mogen er uiteraard nog niets uit afleiden, maar het geeft wel een indicatie waar het naartoe gaat”.

Tweede aangifte

Er is ondertussen ook door een tweede persoon aangifte gedaan tegen ds. Kort. Het is de auteur onbekend wie deze persoon is en wat zijn motief is met deze aangifte. Ook deze persoon zal door het Gerechtshof worden gehoord. Volgens Houtzager wil deze tweede persoon anoniem blijven. Houtzager: “Maar het gaat om iemand uit de Rijnmondregio die zelf een advocaat in de arm heeft genomen”.3

Flavel

Tweet Leon Houtzager n.a.v. besluit van het Gerechtshof op 4 augustus 2021. Screenshot genomen door Jan van Meerten op 9 augustus 2021.

Tegenwoordig wordt het nauwelijks meer geaccepteerd dat een predikant in het ‘openbaar’ waarschuwt tegen de zonde. In Nederland horen we liever een ‘vrede, vrede, geen gevaar’-preek. Uit de Bijbel weten we dat dit soort preken erg gevaarlijk zijn en ons onherroepelijk onheil zullen brengen. Zoals ds. Kort in een interview met Hendrina de Graaf naar aanleiding van deze kwestie al zei: “Het is geen liefde om de zondaar niet te waarschuwen als je weet dat hij zijn ondergang tegemoet loopt. Later zal hij dan zeggen: ‘Waarom liet u me gaan? Is dat uw liefde voor mij? Had het mij gezegd, dan had ik nog terug gekund, maar nu is het voor eeuwig te laat.’4 Afgelopen zondag las ik een preek van de Engelse predikant John Flavel (±1627-1691) met als titel ‘Christus klopt aan de deur van zondaarsharten’.5 Ter bemoediging voor allen die het aangaat, citeer ik hieronder een stukje uit deze preek.6

“Wat een bijzondere zegen is het als er een ontdekkende en getrouwe bediening onder de mensen gevonden mag worden. Door middel van zo’n bediening klopt Christus op krachtige wijze; naast de zaligmakende gevolgen ervan is dit één van de grootste zegeningen die God aan een volk kan schenken. Wat is het een zegen als Hij krachtige en voorzichtige predikers onder een volk zendt, onder wiens bediening hun geweten niet rustig kan slapen! Dit zijn de eigenlijke instrumenten door middel waarvan Christus op de harten van mensen klopt. En wat die profeten betreft die kussens naaien, waarop slaperige zondaren rustig kunnen slapen: de Heere wil hen niet erkennen als Zijn profeten: “Uw profeten (niet: Mijn profeten, maar uw profeten) hebben u ijdelheid en ongerijmdheid gezien, en zij hebben u uw ongerechtigheid niet geopenbaard” (Klaagl. 2:14). Zeker, predikanten die de mensen geen rust gunnen in hun zonden moeten zelf ook maar niet op veel rust rekenen. Wat doet een predikant die iedereen persoonlijk aanspreekt anders dan de toorn van de hele wereld op zijn hals halen! Maar u zult zeker reden hebben om God tot in eeuwigheid te prijzen dat u uw lot onder zo’n bediening mag werpen; en de Heere acht zo’n weldaad voldoende om al uw uitwendige beproevingen die u ondervindt te vergoeden. Ofschoon de Heere u wel brood der benauwdheid te eten en wateren der verdrukking te drinken geeft, toch vaart u bij zo’n bediening zeer wel. Dit vergoedt alles: “Uw leraars zullen niet meer als met vleugelen wegvliegen (uw leraars zullen niet meer in een hoek gedreven worden, Eng. Vert.) maar uw ogen zullen uw leraars zien”(Jes. 30:20).”

Gebed

Deze actie van Houtzager c.s. mag nooit leiden tot een tegenactie in de vorm van haat en geweld. Beter is het om de binnenkamer op te zoeken én daarnaast ds. Kort juridisch (en anderszins) bij te staan.7 Laten we ook bidden voor Houtzager en Spong. De Heere Jezus roept ons daartoe op in de Bergrede: “Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (…) Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader die in de hemelen is, volmaakt is.” (Mattheüs 5:44, SV).

Voetnoten