Home » Transgenderisme

Categoriearchief: Transgenderisme

Je geslacht zomaar veranderen, moet dat kunnen? – Video van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV)

In de nieuwsbrief van de Nederlandse Patiëntenvereniging (NPV) werd een informatieve video geplaatst over geslachtsverandering en waarom het onverstandig is om mee te gaan in de iniatieftransgenderwet. Hieronder is de video gedeeld. Veel zegen bij het kijken en luisteren.

In de politiek wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om een geslachtsverandering nog makkelijker te maken. Volgens dat voorstel zou er geen diagnose van een arts meer nodig zijn en geldt ook niet meer de leeftijdsgrens van 16 jaar en ouder. Op dit moment moet nog wel aan die voorwaarden worden voldaan. Dus: je moet ouder zijn dan 16 jaar, én je hebt een verklaring nodig van een arts of psycholoog.

Gedrag niet volledig gestuurd door hersenstructuren

Het functioneren van iemands hersenen op een bepaald moment hangt samen met diens aanleg, maar vormt óók de neerslag van een hele ontwikkeling van die persoon, dus inclusief diens keuzes in het omgaan met de eigen aanleg.

In een recente bijeenkomst over gendergelijkheid en transgenders (RD 24-5) riep ik de vraag op of genderdysforie (gevoel van onbehagen over je biologische geslacht) vergelijkbaar is met anorexia nervosa (eetstoornis). Volgens prof. Martin den Heijer, expert wat betreft genderdysforie, zijn die twee niet goed vergelijkbaar, omdat genderdysforie gepaard gaat met specifieke hersenstructuren en daarmee als het ware verankerd ligt in de hersenen. Genderdysforie is dus niet maar een psychische beleving, maar heeft een lichamelijke basis. Dit laatste zal waar zijn. Overigens geldt ook voor anorexia nervosa dat die gepaard gaat met bepaalde ongebruikelijke hersenactiviteiten.

Maar wat zegt dat over de onvermijdelijkheid van bepaald gedrag? Bepalen de hersenstructuren (hoe dan ook ontstaan) het gedrag van mensen? Dan zouden bepaalde gedragingen eigenlijk niet of nauwelijks nog een keuze van die persoon zijn. Erkennend dat er een nauwe relatie is tussen hersenen en gedrag, denk ik dat die visie in haar algemeenheid te simpel en daarmee onjuist is. De relatie is minder deterministisch dan in een directe oorzakelijke relatie het geval zou zijn.

Verantwoordelijkheid

Dit wordt geïllustreerd door het voorbeeld dat ik onlangs las van een Amerikaans-Joodse forensisch psychiater, James Fallon.1 Deze geleerde was ook expert in het lezen van hersenscans. Hij had veel studie gemaakt van de hersenen van psychopathische mensen zoals seriemoordenaars en had voor rechtbanken getuigd dat die mensen niet (volledig) verantwoordelijk waren voor hun afwijkende gedrag. (Een psychopaat is iemand met antisociaal of crimineel gedrag.)

Bij een onderzoek van zijn eigen familie kreeg hij een geanonimiseerde scan te zien. Hij concludeerde dat de desbetreffende persoon een potentieel gevaarlijke antisociale persoonlijkheidsstoornis had. Later bleek die scan zijn eigen hersenen te tonen. Door deze schokkende bevinding ging hij de relatie tussen hersenen en genetische aanleg enerzijds en gedrag anderzijds nader onderzoeken. Hoe kwam het dat hij zich met de hersenen van een psychopaat had ontwikkeld tot de sociale en toegewijde man die hij was?

Als Jood zocht hij ook in de Talmoed. Zo ontdekte hij dat de beroemde rabbijn Maimonides erkent dat mensen van de Schepper aanleg meekrijgen voor bepaalde competenties en gedrag. Maar hij spreekt tegen dat de aanleg bepaald gedrag zou veróórzaken. Ieder mens houdt een eigen verantwoordelijkheid als persoon. Hoe kunnen we dat in onze tijd onder woorden brengen?

Hersenen zijn geen zelfstandig onderdeel van een mens. Het brein veroorzaakt geen gedrag, ook al kan in bepaalde situaties een bepaald functioneren van hersenen een sterke neiging bevatten tot bepaald gedrag, bijvoorbeeld bij ernstige verslaving. Maar hoe komt het dat hersenen op een bepaald moment zo functioneren? Daaraan gaan vele interacties vooraf tussen genen, omgevingsinvloeden, de ontwikkeling van de hersenen én keuzes die iemand maakt. Het functioneren van hersenen op een bepaald moment vormt óók de neerslag van een hele ontwikkeling van die persoon, dus inclusief diens keuzes in het omgaan met de eigen aanleg.

Ik wil dit verduidelijken met een beeld. Ons leven is als varen in een roeiboot. De kenmerken van het bootje en de riemen zijn de aanleg, onder andere in de genen en de hersenontwikkeling. Die beïnvloeden sterk hoe zwaar en hoe snel het roeien gaat. Met gemankeerde riemen is het slecht roeien. Maar ze bepalen niet de richting die je gaat.

Meer filosofisch gezegd: onze hersenen zijn een noodzákelijke voorwaarde voor normaal functioneren maar ze zijn niet de óórzaak van menselijke vermogens en gedrag. Dat we voor ons denken, ons willen, ons moreel besef en onze religieuze ervaring van goed functionerende hersenen afhankelijk zijn, wil nog niet zeggen dat de hersenen ook de inhoud van dat denken, dat willen, die moraal en die religieuze ervaring bepalen!

Gemeenschap der heiligen

Vooral in de fase waarin de hersenen zich nog ontwikkelen –tot omstreeks 22 jaar– zal gedrag dat uitgaat van opvoeding, moraal, aangewende disciplines en eigen overtuiging mede vormgeven aan de verder hersenontwikkeling. Afhankelijk van de uitgangssituatie zal dat meer of minder moeilijk zijn. Maar er is geen volledige sturing van gedrag door de hersenstructuren, ongeacht de omgeving en de eigen wil en keuze.

Discussies over genen, hersenen en gedrag geven niet zelden te weinig aandacht aan het eigen ik van de persoon. En al helemaal niet aan wat God kan doen in het leven van gelovigen, in „de gemeenschap der heiligen” levend. Dit kan te gemakkelijk gezegd worden, maar we moeten dit niet vergeten.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Het originele artikel is hier te lezen. Bronvermelding: Jochemsen, H., 2022, Gedrag niet volledig gestuurd door hersenstructuren, Reformatorisch Dagblad 52 (56): 26-27 (artikel).

Neuropsycholoog prof. dr. André Aleman heeft ook geschreven en gesproken over neurowetenschappen en de vrije wil. Bijvoorbeeld bij zijn boekpresentatie hier.

‘Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken’ – Bespreking van ‘Transgenderisme in Bijbels perspectief’

Onlangs ontvingen wij het verzoek van de voorzitter van Bijbels Beraad M/V of wij aandacht wilden schenken aan hun nieuwe publicatie Transgenderisme in Bijbels perspectief: Doordenking voor thuis, op school en in de kerk. Graag voldoen we aan dit verzoek. Het boek bevat een aanzet tot doordenking van dit thema vanuit diverse invalshoeken: maatschappelijk, filosofisch-historisch, medisch-ethisch en Bijbels.1

Inhoud

Transgender is een term voor mensen die zich niet eenduidig met hun geboortegeslacht wensen te identificeren (pag. 21). De meeste bijdragen in dit boek zijn van de redacteur dr. B.A. Zuiddam (hoofdstuk 1: als transgenderisme uw wereld binnenkomt). De Bijbelse bezinning in hoofdstuk 3 ‘wereldbeeld en Bijbeluitleg’ is afkomstig van hem. Eén bijdrage heeft hij samen met ds. C. Sonnevelt geschreven: hoofdstuk 5: ‘wat zegt de Bijbel?’. Twee ervaringsverhalen van de ex-transgender Laura Perry (hoofdstuk 2) en een anonieme vader van een transgender (hoofdstuk 8) maken concreet wat het fenomeen in de praktijk betekent.

Geschiedenis

Het is een goed leesbaar boek geworden, waarbij er bij twee stukken wat meer achtergrond nodig is om een en ander goed te kunnen plaatsen. Het betreft in de eerste plaats de filosofisch-historische bijdrage in hoofdstuk 4 van de, volgens de gereformeerde redactie, roomse auteur prof. dr. A.A.M. Kinneging. Deze auteur gaat van het transgenderisme terug tot de Verlichting en de Franse Revolutie, maar hij noemt ook de Romantiek als een beweging die vanuit hetzelfde uitgangspunt vertrekt: vrijheid en gelijkheid. Ondanks de geleerde en fraaie analyse, riep de volgende typisch roomse opmerking bij mij wel vervreemding op, namelijk dat als men voor de troon van God staat en verantwoording moet afleggen het er om gaat “dat men kan laten zien serieus geprobeerd te hebben een goed mens te zijn” (pag. 84).

Financiering transgenderbeweging

In de tweede plaats gaat het om de medisch-ethische reflectie van drs. Elise van Hoek–Burgerhart. Dit zevende hoofdstuk is een leerzaam informatief stuk. Zo legt zij bloot hoe de jongeren ideologisch beïnvloed worden via sociale media, activisten, overheidssubsidies, lesmateriaal en onderwijs. Politieke belangenorganisaties maken zich internationaal sterk. Man en paard worden genoemd. Drie Amerikaanse miljardairs hebben de transgenderbeweging gefinancierd: Jennifer Pritzker, Jon Stryker en George Soros (pag. 143). Tegenstanders van deze beweging krijgen te maken met agressie en bedreiging (p. 147–148). Zij concludeert ondermeer: “Ook de geldstromen en vormen van beïnvloeding moeten bespreekbaar gemaakt worden. Kinderen maken via door de overheid gesubsidieerde voorlichting of via verplichte schoolboeken kennis met nieuwe ideologische opvattingen over geslacht en gender waarbij een biologische, feitelijke basis ontbreekt. Onderzoek en gesprek moeten openlijk kunnen worden uitgevoerd, zonder kritiek of vormen van dreigen.” (pag. 149).

Bijbelse bezinning

Wij moeten een boek beoordelen om wat het is, en niet om wat het niet is. Toch zou ik Bijbels Beraad M/V op willen roepen om juist de Bijbelse bezinning op dit thema verder te ontwikkelen. Hoewel het hier een aanzet betreft tot Bijbelse bezinning op dit thema merk ik op dat deze bezinning tot nog toe veel te summier is gebleven. De bronnen van Godskennis, namelijk natuur en Schriftuur worden genoemd, maar een bijdrage met bezinning over de leer van de zonde, waaronder de erfzonde en erfsmet, ontbreken. Het moge waar zijn dat de Bijbel niet uitgebreid ingaat op het moderne onderwerp transgenderisme (wel op travestie), maar over het onnatuurlijk afwijken van Gods scheppingsordinantiën is in het kader van de zonde wel meer te zeggen.

Het boekje is prima geschikt als een introductie voor ouders, leerkrachten of ambtsdragers die nog weinig van dit onderwerp weten en zich hierover vanuit een Bijbels gereformeerd perspectief willen laten informeren.

© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnee op deze nieuwsbrief is gratis!

Voetnoten

Samen sterk voor gezond genderklimaat

Laten we samen werken aan een gezond genderklimaat in Nederland, waarbij Gods openbaring in de schepping en de Schrift normatief is.

Prof. dr. M. den Heijer (RD 8-10) reageert kritisch op mijn opinieartikel over genderdysforie. De stijl van de hoogleraar, met beschuldigingen als „insinuatie” en „met een bepaalde bedoeling de waarheid verdraaiend” en „hoe haalt iemand het in zijn hoofd”, stelt uitdagingen aan de inhoudelijke conversatie, maar ik ga het toch proberen.

Als theoloog spreek ik vanuit de traditionele kenbronnen van Gods wil (artikel 2 NGB). De door mij gebruikte termen komen zonder enige nare bijbedoeling uit de traditie van de kerk van alle tijden. Vrijwillige castratie wordt door de moraaltheologie als zondig bestempeld. Dit werd geformaliseerd in de vierde eeuw, door de canones van het Concilie van Nicea en in de Apostolische Constituties (AC).

De kerk vond inderdaad toen al dat bij het afsnijden van biologisch gezonde geslachtsorganen iets belangrijks kapotgemaakt wordt. Het door mij gebruikte woord ”verminking” is eigenlijk te zwak uitgedrukt. Vanuit Gods algemene openbaring redenerend, zag de kerk zelfgekozen castratie als een aanslag op de van God gegeven biologische identiteit. Het kerkelijk recht bestempelt zo iemand als „zelfmoordenaar en vijand van de schepping van God” (AC 8.22) Dat was volledig in lijn met preken van kerkvaders als Athenagoras en Chrysostomos. Ook in hun tijd was er dysforie met de seksuele identiteit en vond de ”aanpassing” plaats ter verlichting van psychische nood. Volgens de kerk ging het echter in tegen Gods bedoeling met de mens. Dat wordt in de traditionele christelijke ethiek nog steeds zo gezien. De Rooms-Katholieke Kerk bijvoorbeeld beschouwt transitie en het meewerken daaraan als een tuchtwaardige zonde.

Amerikaanse context

Bedenk ook, mijn artikel reflecteerde op de boycot van een boek in Amerika als maatschappelijk-cultureel verschijnsel in de westerse samenleving waarvan wij deel uitmaken. Het betrekken van wetenschappelijke cijfers over de Amerikaanse context, onder andere het buitengewoon hoge percentage hiv en onverantwoord seksueel gedrag (geen evaluatie van mij maar van wetenschappelijke publicaties en overheidsinstanties), is niet tendentieus maar juist een blijk van zorgvuldigheid.

Bovendien, niet ik, maar Amerikaanse collega’s van Den Heijer zoals dr. Marci Bowers (chirurg vaginoplastiek) en Erica Anderson, als klinisch psycholoog verbonden aan de genderkliniek van de University of California San Francisco, luiden momenteel de noodklok over de Amerikaanse beroepspraktijk. Ze spreken zich uit tegen het voorkomen van puberteit met blokkerende medicijnen en Anderson verwacht dat veel jongeren transitie zullen betreuren (Daily Mail 5-10). Kennelijk heeft zij redenen om aan te nemen dat het met de tevredenheid en psychische nood na aanpassende chirurgie niet meevalt.

Den Heijer stelt zijn persoonlijke onderzoek over de Nederlandse situatie tegenover de verontrustende conclusies van zijn collega’s in het buitenland, waar Nederlandse protocollen een belangrijke basis vormen van behandeling. Mijn artikel citeert cijfers uit officiële overheidspublicaties en wetenschappelijke vaktijdschriften. De hoogleraar zegt terecht dat die cijfers slechts een deel van het verhaal vertellen. Toch zijn zowel die cijfers als de verontrustende conclusies die zijn collega’s daaraan verbinden het peerreview gepasseerd.

Risicofactor

Wie dit, zoals ik, op afstand vanuit een andere wetenschappelijke discipline beschouwt, stelt vast dat het vakgebied weliswaar verdeeld is, maar toch een probleem signaleert. Er zijn Zweedse wetenschappers die waarschuwden voor een wel 1900 procent groter zelfmoord­risico na transitie, en Nederlands onderzoek dat meevalt omdat het ‘slechts’ 300 procent signaleert. Natuurlijk zijn er graden van betrouwbaarheid, representativiteit en verschillen per land en situatie. Maar het feit dat al die onderzoeken het peerreview haalden, baart zorg. Laten we daarbij vogelvluchtperspectief betrachten en bijvoorbeeld meewegen dat alcoholisme ook een hoog zelfmoordrisico met zich meebrengt. Over dat onderwerp lopen de percentages in de vaktijdschriften nog veel verder uiteen, maar dat het een risicofactor is, staat wel vast.

Natuurlijk stelt mijn artikel niet dat er een causale relatie is tussen transgendergevoelens als zodanig (of een keuze voor transitie) en seksueel misbruik. Enkele feiten op een rij. Het Journal of Transgender heeft een buitengewoon sterk verband vastgesteld tussen transgendergevoelens en ongewenste seksuele ervaringen als minderjarige. Het Britse Journal of Psychiatry heeft de cyclus van seksueel misbruik onder kinderen onderzocht. Het stelt daarbij een link vast tussen slachtoffer zijn en dader worden. Uit de samenvatting: „Het gemiddeld slachtofferpercentage was 35 procent onder daders en 11 procent onder niet-daders.” Daarmee vallen transvrouwen potentieel in een maatschappelijke risicocategorie. Volgens de beschikbare data en verklaringen is dat niet omdat ze transgender zijn, maar omdat onevenredig veel transvrouwen als kind slachtoffer werden van seksueel geweld.

Samenwerking

Laten we daarom vooral streven naar een veilige leefomgeving, in het bijzonder voor kinderen met genderdysforie. Werkelijke bescherming kan alleen bestaan als die rekening houdt met de bedoeling van de schepping en Bijbels genormeerd is. Jongeren hebben bij het opgroeien juist identiteitsbevestigende ankers nodig. Uit de reactie van Den Heijer krijg ik de indruk dat hij dit ook wil. De vraag naar de wenselijkheid van transitie is voor hem geen gepasseerd station. De genderideologie van Amazon en anderen keurt hij af. Ook hij wenst geen samenleving waar transgenderpolitiek wordt afgedwongen als nieuw normaal en iedereen die er anders over denkt aan zelfcensuur gaat doen.

Dat geeft een basis voor gesprek. Het uitgangspunt van de traditionele christelijke ethiek is duidelijk. Dat deze inbreng ook bij de genderkliniek welkom is, stemt tot dankbaarheid.

Het vorige artikel dat prof. dr. Benno Zuiddam schreef over het transgenderdebat, en aanleiding vormt voor bovenstaande discussie, is hier te lezen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. Bronvermelding: Zuiddam, B.A., 2021, Samen sterk voor gezond genderklimaat, Reformatorisch Dagblad 51 (168): 30-31 (artikel).