Home » Biologie

Categorie archieven: Biologie

Voorjaars-eieren

Aan de rand van Maneswaard en Wolfswaard, direct aan de oostkant van Opheusden, bevindt zich een smalle waterloop. Deze waterloop loopt niet ver van de Rijnbandijk af en is op veel plekken verrijkt met een smalle, in water staande oevervegetatie.

Gelukkig niet plat gemaaid. Op zulke kleine stukken restnatuur moeten we zuinig zijn. Zeker in een streek rijk aan boomkwekerijen maar arm aan flora en fauna. Overhoekjes zijn rijker aan planten en dieren dan wij denken.

De waterloop is vanaf de Rijnbandijk goed te overzien en zo zag ik op 27 maart 2024 mijn eerste nest met eieren. De foto dateert van 29 maart. Toen ontdekte ik drie Meerkoetnesten in bovengeschetste waterloop, in serie langs de dijk. Waarschijnlijk zijn de vogels ongeveer tegelijkertijd, met het mooie weer van zeg halverwege maart, met nestelen begonnen. Het nest is gebouwd op het water aan restanten van oude lisdoddestengels. Knap zo’n drijvend nest ruim boven de waterspiegel.

U ziet de oudervogel staan op een van stengels vervaardigd aflopend paadje. Handig voor de jongen, want als het ’s nachts koud is kruipen zij wat graag weer even in hun biezen mandje om zich te laten koesteren door mama. Zonder zo’n pad zou het kroost moeilijk de nestkom kunnen bereiken! Op de foto wordt het aantal eieren geïnspecteerd. Het nest telde er minimaal zes. “Gelukkig ze zijn er allemaal nog!” Wonderlijk die trouwe broedzorg. Beide ouders broeden, het wijfje echter het meest; dit duurt drie tot drieënhalve week. Hopelijk geboorteberichten in april!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Voorjaars-eieren, Het GemeenteNieuws 23 (15): 7.

Volop tweelettergrepige zang!

U vindt me misschien een rare vogel want elk voorjaar is het weer zover. Het horen van de eerste vogelzang – of het nu is van een Zanglijster, een Vink, of een Tjiftjaf – doet iets met me. Dan resoneren in mij de Hoogliedwoorden uit het Boek der boeken: De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd genaakt!

In dit stukje vraag ik uw aandacht voor een van onze meest algemene broedvogels, de Tjiftjaf. Het aantal Nederlandse broedparen bedraagt ongeveer een half miljoen. De Tjiftjaf is een kleine, onopvallend bruingeelgroen gekleurde trekvogel. De vogel is nu bijna overal te horen. Op 4 maart – en ik was daarmee echt geen vroege vogel – hoorde ik de Tjiftjafzang om 14.35u, voor het eerst in 2024.

De Tjiftjaf (Common chiffchaff!) is vooral te herkennen aan zijn zang. Hij roept heel vaak – zeker nu – zijn eigen tweelettergrepige naam: tjif-tjaf. Verrijkend om te luisteren. Als u nu ergens komt waar wat bomen en struiken staan, is de kans groot dat u de zang hoort én herkent!

Op 25 maart fietste ik over de Rijnbandijk van Kesteren naar Lienden. In een kwartier telde ik 22 tjiftjaffende vogels. De soort is dus al weer massaal teruggekomen uit zijn overwinteringsgebied, uit Zuid-Europa of vooral uit Noord-Afrika.

De Tjiftjaf zoekt zijn voedsel bij voorkeur in hoger hout. Daarom is het leuk om over een dijk te fietsen, want dan sta jezelf ook wat hoger, dus dichterbij. De foto toont een tjiftjaffende vogel (10-12 cm), een heerlijke lentebode.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Volop tweelettergrepige zang!, Het GemeenteNieuws 23 (14): 11.

‘Monkey Business in the Chimp Genome’ – Dr. Jeffrey Tomkins sprak voor de livestream van Logos Research Associates

Dr. Jeffrey Tomkins is de geneticus van Institute for Creation Research (ICR).1 Hij heeft in de tijd bij ICR veel onderzoek gedaan naar het genoom van de mens en dit vergeleken met het genoom van de chimpansee. Dit werk heeft hij onder andere gepubliceerd in zijn In-Depth boek ‘Chimps and Humans‘.2 Een jaar geleden was hij te gast in de livestream van Logos Research Associates om daar delen van zijn werk te presenteren.

Onder de video staat een uitgebreide beschrijving (in het Engels):

“Evolutionists continue to contend that genetic studies have proved humans and chimpanzees share a common ancestor and have a 98-99% genome similarity. But many people don’t realize the current chimpanzee genome has not been constructed on its own merits. When genomes (a complete set of chromosomes for a given creature) are sequenced, the initial DNA is obtained in very small pieces and then assembled—essentially “stitched” together—with the aid of a computer. Since the chimpanzee genome hadn’t been previously sequenced, it lacked a good genetic framework to help guide the process. Given a strong evolutionary bias that humans evolved from a chimp-like ancestor, how do you suppose scientists assembled the chimpanzee DNA sequences? You guessed it! They used the human genome as a guide. But there’s even more monkey business involved in producing the chimp genome. Human DNA contamination is also present and may have produced a flawed chimp genome that would appear to be far more human-like than it is. Hear Dr Tomkins discuss his research project investigating these issues and the results of his comparison of over 2.5 million raw chimpanzee DNA sequences to both the human genome and the current version of the chimp genome. These results clearly show that many regions of the chimp genome are misassembled, the genetic similarity of the chimp genome to the human genome is much less than 98-99% and therefore can’t be used to support human evolution.”

Voetnoten

Genoeg Nederlandstalige biologen die Universele Gemeenschappelijke Afstamming afwijzen – Nodig bij lustrumbijeenkomsten gelijksoortige debaters uit

Onlangs organiseerde C.S.V. Ichthus Eindhoven haar lustrumbijeenkomst. Deze christelijke studentenvereniging bestond 55 jaar, een mijlpaal natuurlijk.1 Het thema van deze bijeenkomst was een debat over ‘evolutie’. Waarbij zowel een voorstander van Universele Gemeenschappelijke Afstamming (UGA)2 als een tegenstander aan het woord zou komen. Een lovenswaardig initiatief! Via de mail van Fundamentum kreeg ik het verzoek om zelf te spreken of een spreker voor te dragen. Menende dat dit door een afgestudeerd of gepromoveerd bioloog gedaan moest worden, het gaat hier immers om studenten die in de nabije toekomst zelf actieve wetenschappers zullen worden, heb ik een dergelijk geleerde voorgesteld. Ik hoorde van de organisatie echter dat dit niet meer nodig was, omdat er al een spreker was voor het contra-UGA-standpunt. ‘Zou het een mij onbekende bioloog zijn?’, vroeg ik mij af.3

Het Debat

De lustrumbijeenkomst werd gehouden op 16 maart 2024. Het debat (of: de bijeenkomst) is opgenomen, want afgelopen week kwam de video van het debat onder mijn aandacht.4 De voorstander van Universele Gemeenschappelijke Afstamming was niemand minder dan de Wageningse evolutiebioloog prof. dr. Duur Aanen. Dr. Aanen heeft door talloze publicaties een grote reputatie opgebouwd.5 Deze erudiete en naar mij sympathieke hoogleraar heeft wel enige moeite met hen die bezwaren opperen tegen Universele Gemeenschappelijke Afstamming. Hij was bijvoorbeeld één van de geleerden die het promoveren van dr. Joris van Rossum probeerde te voorkomen, vanwege de kritiek in het proefschrift op evolutionaire verklaringen van/voor seksualiteit. De tegenstander van Universele Gemeenschappelijke Afstamming was spreker, namens Logos Instituut, Jan van de Beek. Van de Beek behaalde onlangs zijn master Apologetiek aan de niet geaccrediteerde ‘School of Biblical Apologetics’ van Institute for Creation Research.6 Een bioloog versus een theoloog. Dit versterkt de karikatuur die er heerst, namelijk dat er binnen het evolutiedebat onder christenen vooral sprake is van de natuurwetenschapper vs. de dominee. Zowel deze christelijke studentenvereniging als Logos Instituut hadden een bioloog, die afwijzend staat tegenover Universele Gemeenschappelijke Afstamming, moeten uitnodigen of naar voren moeten schuiven. Waarom is er geen bioloog uitgenodigd?

Geloof en Wetenschap

In de openbare Facebook-groep Geloof en Wetenschap (van ForumC) deelde dr. Duur Aanen de video van het debat. De bovengenoemde vraag, die ik ook aan de organisatie van de lustrumbijeenkomst heb gesteld, namelijk waarom er geen bioloog i.p.v. een theoloog is uitgenodigd, stelde ik onder de video. Dat leverde naast een pittige (karikaturale) reactie van theoretisch natuurkundige dr. Roel Andringa7, gelukkig ook een verklaring van dr. Duur Aanen op. Uiteraard valt het prof. dr. Duur Aanen niet aan te rekenen dat er in de uitnodiging en selectie iets verkeerd is gegaan, maar zijn antwoord op mijn vraag luidde: “Helaas is er geen enkele serieuze bioloog die twijfelt aan gemeenschappelijke universele afstamming.” Naast dit antwoord gaf hij nog een uitgebreider, maar voor de vraag niet relevant, verhaal over waarom we in wetenschapsland moeten gaan voor een boedelscheiding tussen religie en evolutiebiologie.8 Tegenover dit antwoord gaf ik aan dat er in Nederland verschillende en serieuze biologen zijn die bezwaren hebben tegen UGA. Bovendien dat het predicaat ‘serieus’ zeer subjectief is en dat alle tegenstanders hiermee gemakkelijk weggezet kunnen worden (wat overigens voor beide kanten geldig is). Dr. Aanen gaf daarop aan: ‘point taken’. In de rest van het antwoord verdedigde hij waarom ‘overweldigende consensus’ voor hem een reden is om Universele Gemeenschappelijke Afstamming te accepteren en opnieuw pleitte voor een boedelscheiding.9 Dr. Duur Aanen blijft er, in een antwoord aan dr. Roel Andringa, echter bij dat bij gebrek aan een geleerde die UGA verwerpt, men noodgedwongen uit moet komen bij een ‘pseudowetenschapper’.10 Deze gedachte is onjuist. Persoonlijk ken ik diverse Nederlandstalige afgestudeerde of gepromoveerde biologen die geen voorstander zijn van UGA. Deze wetenschappers doen volkomen mee in het onderzoeksveld en sommigen publiceren veelvuldig in natuurwetenschappelijke vakbladen. Ik noem hier geen namen, omdat dit dan een eigen leven zou kunnen gaan leiden. Ik neem daarom, vanuit het buitenland, als voorbeeld de inaugurele rede van dr. Richard Buggs. In zijn oratie geeft Buggs aan dat, als het gaat om het onderzoek naar bomen, hier op z’n zachtst gezegd geen Universele Gemeenschappelijke Afstamming (een Tree of Life) uit volgt.11

Studenten die een wetenschappelijk verantwoord standpunt (breder dan alleen het evolutievraagstuk) vanuit het klassieke scheppingsgeloof willen horen zijn nu gedwongen verder te kijken. De bundel ‘Inzicht: Wetenschap voor Gods aangezicht’ is een goed begin.12 Een helder geluid, zowel theologisch als wetenschappelijk, tegenover (vrijzinnige) theïstische evolutie is hier te vinden: ‘Theistic Evolution: A Scientific, Philosophical, and Theological Critique’.13 Niet dat deze boeken het einde van alle tegenspraak of volmaakt zijn, maar het zal in ieder geval genoeg debatstof op niveau bieden. De auteurs uit de genoemde boeken zijn expert in het vakgebied waar ze over schrijven. Er zijn genoeg natuurwetenschappelijke argumenten die laten zien dat we UGA niet kunnen canoniseren.14 Studenten hoeven zich in elk geval niet in de luren te laten leggen door meningen die beweren dat ‘overweldigende consensus’ een doorslaggevend argument is óf die beweren dat er geen biologen bestaan die tegen UGA zijn. Al heeft er wereldwijd máár één Nederlandstalige bioloog bezwaren tegen UGA, wat in werkelijkheid niet het geval is, dan biedt dat voldoende mogelijkheden om een debat tussen twee verschillende (crea/ID vs. TE/NE) biologen te beleggen. Daarom: nodig voortaan als christelijke studentenvereniging twee soortgelijke debaters uit. Het gaat tijdens een lustrumbijeenkomst namelijk niet om een wetenschappelijke conferentie, maar om opinievorming over een bepaald vakgebied vanuit het christelijke wereldbeeld. Een bioloog vs. een theoloog blijft langs elkaar heen praten en versterkt (onbedoeld) de bestaande karikatuur. Deze hartenkreet is niet bedoeld om iemand persoonlijk te raken, zowel Duur Aanen als Jan van de Beek niet, maar vooral een oproep om het een volgende keer anders te doen. Mocht een christelijke studentenvereniging moeite hebben met het vinden van mensen, dan denken wij daarin graag mee.

Voetnoten

Wanneer word je mens?

Vroeger was het duidelijk: vaders en moeders vertelden hun kinderen dat ooievaars baby’s brengen. Intussen is die ooievaar vaarwel gezegd. Ouders leggen hun kinderen uit dat ze zijn begonnen als embryo. Prima, maar ‘t maakt het er niet eenvoudiger op. Wat vertel je namelijk over zo’n embryo? Is dat al een mens? En zo niet, wanneer wordt het dan een mens?

Het ontstaan van een nieuw mensenleven kun je gerust een wonder noemen. Dat wordt met name duidelijk als je inzoomt op de ontwikkeling van een embryo:

  • Het begint allemaal bij de bevruchting (conceptie). Een minuscule zaadcel, die kleiner is dan 0,05 millimeter, fuseert met een naar verhouding reuzegrote eicel, van 0,135 millimeter. Samen wordt dit een zygote. Deze zygote begint zich al snel te delen in meerdere cellen.
  • Al direct na de bevruchting – het embryo is dan nog geen 16 cellen groot! – begint de communicatie tussen embryo en moeder. Binnen twee etmalen verschijnt er in het bloed van de moeder al een speciaal voor de zwangerschap gemaakt eiwit (‘early pregnancy factor’). Voordat het embryo zich in het baarmoederslijmvlies nestelt (nidatie), heeft het er op deze manier al voor gezorgd dat het door het moederlichaam wordt herkend. Het embryo wordt dus niet (zoals al het andere dat lichaamsvreemd is) door het immuunsysteem van de moeder afgestoten.
  • Al delend nestelt het embryo zich in het slijmvlies van de baarmoederwand. Daarmee begint een continu ontwikkelingsproces dat levenslang doorgaat.
  • Bij een zwangerschap van tien weken (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie), spreek je niet meer van een embryo, maar van een foetus. Vanaf dat moment is de menselijke vorm geheel aanwezig en zal de vrucht alleen nog maar rijpen en uitgroeien.

Wat is leven?

In de embryologie worden de vorm- en functieveranderingen van het embryo bestudeerd. Kunnen embryologen dan misschien antwoord geven op de vraag wanneer er sprake is van menselijk leven? Niet volgens embryoloog prof. dr. J.A. Los (1926-2000). Hij onderstreept dat hij en zijn collega’s niet het menselijk leven bestuderen. Wat ze wel doen is zo nauwkeurig en ondubbelzinnig mogelijk de vorm- en functieveranderingen van het embryo beschrijven. Een embryoloog leest het leven slechts af aan levensverschijnselen, zegt Los. Het leven zelf bestuderen is net zo onmogelijk als de dood bestuderen. Een medicus die moet vaststellen of iemand is overleden, kent de dood niet. Hij concludeert alleen dat de dood is ingetreden op grond van het ontbreken van symptomen van leven. Dit geeft aan dat leven en dood in de kern een mysterie zijn: niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is.

Het embryo is een mens?

Terug naar de vraag wanneer er sprake is van menselijk leven. Meteen na de conceptie zijn er kenmerken van leven waarneembaar. Die zaken kan de embryoloog beschrijven. Hij beschrijft dan een mens in het allereerste begin van zijn ontwikkeling, en niet: een embryo in het begin van de menswording. Vanaf dat moment heb je dus te maken met een levende embryo van de mens. Hierover kan de embryoloog geen waardeoordeel uitspreken, juist omdat hij geen kennis heeft over het leven zélf. Niemand weet wat leven is. Wie is dan bevoegd om van een embryo te zeggen dat het ‘minder mens’ is dan hijzelf? De kerkvader Augustinus gaat in zijn Enchiridon ook uit van een continue ontwikkeling vanaf de conceptie: ‘stel dat een geboren kind heel vroeg in de zwangerschap was overleden, dan nog was het dít mensenkind’. Puur embryologisch gezien is het embryo een mens. Weliswaar is hij in staat om twee of meer mensen te worden, maar naar zijn genoom wordt hij door de wetenschappers gerekend tot de soort Homo sapiens. De embryoloog heeft met zijn onderzoeksmethoden nooit een ‘persona’ en evenmin een ‘ziel’ gezien of beschreven, wat men daar ook mee moge bedoelen. Het embryo is en blijft daarom mens, uit hoofde van zijn ‘zo zijn’. Daarom mag dit menszijn geen ruilobject zijn voor het welzijn van andere mensen. En we weten dat niet de moeder, maar het kindje vanaf het allereerste begin de gehele zwangerschap stuurt tot en met de geboorte.

Intrinsieke finaliteit

Het embryo is drager van een intrinsieke finaliteit. Dat wil zeggen dat het een essentiële doelgerichtheid heeft: niet richting paard of kip, maar uitsluitend richting mensenkind. Daardoor neemt het deel in de waardigheid van de menselijke persoon. Dr. W.J. Eijk wijst erop dat het ontwikkelingsproces vanaf de bevruchting doelmatig en doelgericht verloopt. Volgens de hedendaagse biologie ligt deze intrinsieke finaliteit besloten in het ontwikkelingsprogramma dat het kind stuurt. Dit programma wordt uitgevoerd door de chromosomen – de magazijnen van erffactoren – die vanaf de conceptie vastliggen. Dit criterium geldt ongeacht of het embryo nu een persoon is of niet. Erkenning van deze intrinsieke finaliteit vormt de meest fundamentele waarborg voor de bescherming van het leven voor en na de geboorte.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Leef. De volledige bronvermelding luidt: Seldenrijk, R., 2015, Wanneer wordt je mens?, Leef 31 (5): 10-11 (PDF).

Maart: ontwakende Roodwangen

In Nederland komen van nature geen schildpadden voor. Toch zijn ze regelmatig te zien: eind vorige eeuw zijn ze in ons land uitgezet of ontsnapt. De foto toont een Roodwangschildpad. Ik heb u er eerder over geschreven. Waarom dan nu weer? Omdat ik de soort al op 14 maart zag, eerder dan gewoon, bij Aalst!

De Roodwang houdt een winterslaap, in modder op de bodem van plassen en andere wateren, om de koude en voedselarme winter door te komen. Waarneming. nl vermeldt voor januari 0, voor februari 3 waarnemingen (eerste op 15 febr.), voor eerste helft maart ongeveer om de dag 1 waarneming (alleen voor 14 maart 2). Steeds meer Roodwangen ontwaken: op 18 maart 3, op 19 maart 7 en op 20 maart 5 exemplaren. Begrijpelijk met de relatief hoge temperaturen van de afgelopen weken.

In ons land wordt de soort aangetroffen in sloten, rivieren, kanalen, meren, vijvers en vennen. Heel belangrijk is de aanwezigheid van voldoende plaatsen om te zonnen. Bij zonnig weer verblijven Roodwangen langdurig op open stukken oever, boomstammen en andere uit het water stekende voorwerpen. In Aalst door mij altijd gezien op een in het water liggende boomstam. Voor het eerst hier op 13 april 2016. We zijn al weer acht jaar verder in de tijd. Roodwangen kunnen 30 tot 50 jaar oud worden. Oudere schildpadden eten voornamelijk planten. In de kleine waai bij Aalst is voldoende voedsel. Met een goede zonplek is er geen enkele reden om te verkassen.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Maart: ontwakende Roodwangen, Het GemeenteNieuws 23 (13): 5.

Blote-Billen-Lepelaar

Op 16 januari 2024 keek ik vanaf de Tollewaardbrug over de Tollewaard. De waard was grotendeels drooggevallen. Alleen het iets lager gelegen onverharde klompenpad (Batouwepad) stond nog onder water. Tot mijn grote verbazing zag ik naast de vele Meerkoeten op het pad een heen en weer lepelende grote witte vogel. Niet te geloven: een Lepelaar en dat in januari.

Jaarlijks arriveren de eerste Lepelaars eind februari in de Blauwe Kamer. Natuurlijk vanaf de brug foto’s genomen. Het betrof geen volwassen vogel maar een juveniel gezien de kleur van de snavel en het verdere uiterlijk. Het is heel wel mogelijk dat het een laat jong betrof van de kolonie in de Blauwe Kamer bij Rhenen. Op 7 september 2023 zag ik daar vanuit de vogelkijkhut nog vier jonge vogels op of bij de nesten! De leeftijd van één jong schatte ik op ongeveer drie weken: dit jong was pas vliegvlug in oktober!

Ik kan me voorstellen dat er dan van wegtrekken naar Afrika niet veel komt. De Nederlandse Lepelaars trekken normaliter via Franse en Spaanse moerassen naar winterkwartieren langs de West-Afrikaanse kust (vooral Banc d’Arguin) (Vogelbescherming).

Lepelaars zoeken voedsel in ondiep water. Dat moet voor deze jonge vogel toch niet makkelijk zijn geweest in de koude weken voor 16 januari. Trouwens best verbazend dat dit broekie (hoewel zonder broek) op het klompenpad liep te lepelen naar vissen en dergelijke. Zou die gemerkt hebben dat bij het droogvallen van de Tollewaard de aanwezige vissen geconcentreerd werden in het resterende water?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Blote-Billen-Lepelaar, Het GemeenteNieuws 23 (5): 7.

‘Taphonomy, the Fossil Record, and Clues about the End of the Flood’ – Dr. Leonard Brand sprak voor de livestream van Logos Research Associates

Dr. Leonard Brand heeft een groot deel van zijn leven onderzoek gedaan naar tafonomie. Hij heeft zijn werk grotendeels gepubliceerd in naturalistisch-wetenschappelijke tijdschriften of gepresenteerd op geologische conferenties, zoals die van de Geological Society of America. Afgelopen week was hij te gast in de livestream van Logos Research Associates om daar delen van zijn werk te presenteren.

Onder de video staat een uitgebreide beschrijving (in het Engels):

From years of attendance at the Tucson Fossil and Mineral Show, and other evidence, Dr Brand will take a close look at the quality of preservation throughout the fossil record. The quality of this preservation can help us evaluate which parts of the fossil record could be after the flood, and which parts need the catastrophic burial that would be typical of a global catastrophe.

Hoe een wetenschapper christen werd – Science4Truth interviewt dr. Peter Borger

Science4Truth interviewt dr. Peter Borger. Het interview verscheen op 8 februari 2024 en duurt iets meer dan 16 minuten. Dr. Peter Borger is een moleculair bioloog en heeft als onderzoeker gewerkt aan de Universitair Medische Centra te Sydney, Basel en Zurich. In de video laat hij zien dat het mogelijk is om tegelijkertijd wetenschapper en christen te zijn. In Nederland is Borger bekend vanwege zijn boek ‘Terug naar de Oorsprong‘. Over biologische onderwerpen wordt hij regelmatig geïnterviewd en houdt hij in Nederland en Vlaanderen lezingen.1 De onderstaande video is in het Engels en bevat Engelstalige ondertiteling.

Voetnoten

Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe

Op 2 februari 2024 reed ik over de Rijndijk bij Randwijk. Vanaf de dijk zag ik twee Ooievaars staan op het dak van de Hervormde kerk. Eén van de twee vogels bleek geringd. Dichterbij foto’s genomen. De linkervogel heeft een pootring. Het bleek thuis Ooievaar 2 E 320 te zijn, door mij op 18 oktober 2023 bij de Steenkuil tussen Randwijk en Heteren waargenomen. De vogel is geringd op 25 juni 2013 (nestplaats IJzendoorn/Ommeren ), nog geen 15 kilometer vliegen. Grappig deze Ooievaar uit de gemeente Neder-Betuwe als broedvogel in de gemeente Overbetuwe (wel apart dat verschil in schrijfwijze)!

De vogels broeden niet op de schoorsteen van het kerkdak. Iemand van de Hervormde gemeente vertelde me dat de vogels afkomstig waren van een paalnest aan de oostkant van Randwijk. De foto toont takken op de schoorsteen. Met nestelen zou de uitlaat van de CV ketel verstopt raken, daarom moeten de takken verwijderd worden.

Zouden deze Ooievaars sympathiseren met Extinction Rebellion, die activistische beweging die zich verzet tegen klimaatsverandering en het verlies van biodiversiteit? Want zo’n CV-ketel verbruikt fossiele brandstof. Ik maak me ook zorgen over klimaat en verlies aan biodiversiteit. Maar nog meer over de waarde van menselijk leven. Er zijn mensen die niet mogen waken bij abortusklinieken, want dat zou te intimiderend zijn. Er zijn echter wel rebellerende mensen die intimiderend snelwegen mogen blokkeren. We zijn allemaal gelijk, maar de een is meer gelijk dan de ander. Een verschil dat de menselijke biodiversiteit aantast.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2024, Ooievaar Neder-Betuwe broedvogel van Overbetuwe, Het GemeenteNieuws 23 (7): 7.