Home » Biologie

Categoriearchief: Biologie

Cel- en ontwikkelingsbioloog dr. Nathaniel Jeanson komt met een nieuw boek over de genetische geschiedenis van de mensheid

De internationale creationistische organisatie Answers in Genesis liet deze week weten dat cel- en ontwikkelingsbioloog dr. Nathaniel T. Jeanson volgend jaar met een nieuw boek komt.1 Het boek krijgt de titel ‘Traced – Human DNA’s Big Surprise’ en gaat over de genetische geschiedenis van de mensheid. Het boek zal in 2022 verschijnen maar is nu al als ‘preorder’ te bestellen via de webshop van Answers in Genesis.2

Replacing Darwin

Dr. Jeanson schreef in 2017 het boek ‘Replacing Darwin’ waarin de geleerde betoogde dat Darwins ‘Origin of Species’ nu ondertussen wel verouderd is en vervangen dient te worden door een creationistisch alternatief. In 2019 verscheen een vereenvoudigde versie hiervan onder de titel ‘Replacing Darwin – Made Simple’. In Europa is Jeanson bekend vanwege de Poolse vertaling van ‘Replacing Darwin – Made Simple’: ‘Zamiast Darwina’.3 In 2022 dus een nieuw boek van deze geleerde: ‘Traced’.

Inhoud ‘Traced

In het verleden heeft dr. Nathaniel Jeanson over de genetische geschiedenis van de mensheid een vijfentwintigdelige videoserie gemaakt. Deze informatie, aangevuld met nieuw onderzoek, vormt het nieuwe boek ‘Traced’.4 Wat er precies allemaal in het boek staat blijft voor ons nog verborgen, maar de achterkant licht wel een tipje van de sluier op. Het gaat over de nieuwste genetische ontdekkingen aangaande de verschillende bevolkingsgroepen en hun herkomst. De oorspronkelijke bewoners van Amerika, bijvoorbeeld, zijn terug te voeren tot mensen die aan het begin van onze jaartelling vanuit centraal-Azië naar Amerika vertrokken zijn. Volgens Jeanson zijn óók de nakomelingen van Abraham, Izak en Jacob duidelijk aanwijsbaar. De auteur claimt zelfs dat iedere bevolkingsgroep uiteindelijk genetisch tot Noach, zijn drie zonen en hun vrouwen terug te voeren is. Volgens Ken Ham, de directeur van Answers in Genesis, heeft dr. Jeanson ‘de Rosettasteen van de geschiedenis van de mensheid’ ontdekt. Dat komt, zo geeft Ham aan, doordat dr. Jeanson de Bijbel als uitgangspunt voor de ware geschiedenis heeft genomen. Het boek bevat naast deze aanbeveling van Ken Ham ook aanbevelingen van historicus dr. Steven E. Woodworth, Joe Owen (van AiG Latin America), Simon Turpin (van AiG UK/Europe) en linguïst dr. Les Bruce. Het boek telt meer dan 400 pagina’s en is zoals gezegd hier voor een schappelijke prijs als ‘preorder’ te koop in de webshop van Answers in Genesis.5 Het is aan te raden dat Nederlandstalige biologen en andere geïnteresseerden het boek ook lezen en de inzichten van dr. Jeanson verwerken, bekritiseren en bediscussiëren. We zien er naar uit het boek te lezen!

Voetnoten

‘The Inner Life of the Cell’ – Een toonbeeld van Intelligent Design

Hoe werkt een levende cel? Dat is indrukwekkend en niet in woorden uit te drukken. Een toonbeeld van Intelligent Design. Hieronder delen we een video waarbij dit zichtbaar wordt. ‘The Inner Life of the Cell’. Verwonder en geniet!

‘God is mijn toevlucht’ – Het vieren van Gods schepping in 2021 met CORE Academy of Science

Van 30 september 2021 tot en met 2 oktober 2021 organiseerde CORE Academy of Science1 een digitale conferentie met korte inhoudelijke video’s van onderwerpen die te maken hebben met het scheppingsparadigma.2 Vorig jaar waren we ook (digitaal) aanwezig op deze meerdaagse conferentie. Het verslag hiervan is ook op deze website gepubliceerd.3 Ook dit jaar was deze conferentie de moeite waard. Iedere dag werd op de gebruikelijke wijze geopend met een woord van welkom of een andersoortige introductie door dr. Todd C. Wood4. Daarna werd er een soort aanbiddingsmuziek laten horen. Wanneer deze opening afgelopen is volgde een korte overdenking van een bijbelgedeelte met dr. Todd Wood. Na deze overdenking volgde enkele inhoudelijke video’s met een expert. Iedere dag werd afgesloten met een livestream, waarbij een spreker was uitgenodigd om vragen over een specifiek thema te beantwoorden. Op zaterdag werd de dag niet afgesloten met en livestream, maar juist daarmee begonnen. De hele conferentie stond in het teken van het Sanders Scholarship5. Deze uitgebreide verslaglegging zal de nodige tijd vergen, daarom vragen wij uw geduld en begrip hiervoor.

Eerste sessie: zorg voor Gods schepping en ichnofossielen

De introductie van de conferentie en de eerste sessie werd gedaan door dr. Todd C. Wood. In zijn korte presentatie gaf hij aan hoe de conferentie zal verlopen. Hij besteedde ook aandacht aan de livestreams die op donderdag- en vrijdagavond en zaterdagochtend gehouden werden.

Voetnoten

Het gezag van de Schrift (2-slot): Waarom is het zo moeilijk voor de mens de Bijbel te aanvaarden en absoluut gezag toe te kennen?

“De scheppingsordening van het huwelijk wordt in het Nieuwe Testament zelfs geïntensiveerd. De verhouding van man en vrouw moet een afspiegeling zijn van de verhouding van Christus en Zijn kerk.” Bron: Pixabay.

De heilige kus en over slavernij

Ter onderbouwing van de zienswijze dat ook het Nieuwe Testament niet direct relevant kan zijn, wordt bijvoorbeeld gewezen op de opdracht elkaar een heilige kus te geven. Iets wat in de kerken van de gereformeerde gezindte niet gebeurd. Nu kan daar eenvoudig op worden geantwoord dat wij gehoor geven aan deze apostolische opdracht middels een cultureel equivalent van de heilige kus, namelijk een hartelijke handdruk.

Echter, zo horen we, wij wijzen toch terecht slavernij af en het Nieuwe Testament doet dat niet. Als wij hier lijnen doortrekken waarom dan niet als het gaat om de positie van de vrouw of het Bijbelse getuigenis van huwelijk en seksualiteit? Inderdaad, erkent het Nieuwe Testament slavernij als een maatschappelijke realiteit. Daarbij schrijft Paulus wel aan de gemeente van Korinthe: ‘Zijt gij, een dienstknecht zijnde, geroepen, laat u dat niet bekommeren; maar indien gij ook kunt vrij worden, gebruik dat liever.’ (1 Kor. 7:21).

Aan Filemon schreef Paulus over de weggelopen slaaf Onesimus het volgende: ‘Want wellicht is hij daarom voor een kleinen tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zou weder hebben. Nu voortaan niet als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide in het vlees en in den Heere.’ (Filemon 15–16). Niet onmogelijk is dat Paulus er op zinspeelt dat Onesimus wordt vrijgelaten. Zeker is dat in de mozaïsche wetgeving een Hebreeër nooit langer dan zes jaar slaaf kon zijn. In het zevende jaar werd hij vrijgelaten. De teneur van de Bijbel is dat slavernij nooit blijvend mag zijn.

Van belang is wel dat wij de complexiteit van het verschijnsel van slavernij onderkennen. We denken vaak aan de slavernij van Afrikanen en de Afrikaanse slavenhandel. Zeker is dat ook in de oudheid heel kwalijke vormen van slavernij voorkwamen. Slaven konden echter ook hoge posities bekleden. Slavernij stond niet los van de economische realiteit van schuld en de noodzaak van vast arbeidskrachten. Dan moeten we beseffen dat economische realiteiten die wij heel gewoon vinden, feitelijk in het licht van de oudheid als slavernij moeten worden gezien.

Bijvoorbeeld: een bedrijf betaalt je studie op voorwaarde dat je na afronding ervan minimaal vijf jaar bij dat bedrijf werkt. In het licht van de oudheid betekent dit vijf jaar slavernij, maar kwalijk kun je het moeilijk noemen. Anders ligt het met banken die zulke hoge leningen aan ondernemers verstrekken dat zij feitelijk een slaaf worden van de bank. Zij kunnen bepaald niet doen en laten wat zij willen. Nog altijd geldt dat het eerste doel van het Evangelie verzoening met God is en niet een totale vernieuwing van de maatschappij. Pas in het nieuwe Jeruzalem zal het zijn, zoals het zal moeten zijn.

Plaats van de vrouw

Nu is de slavernij geen scheppinginstelling. Dat geldt wel voor het huwelijk en daaraan gerelateerd de verhouding man en vrouw. De scheppingsordening van het huwelijk wordt in het Nieuwe Testament zelfs geïntensiveerd. De verhouding van man en vrouw moet een afspiegeling zijn van de verhouding van Christus en Zijn kerk. Een man moet voor zijn vrouw opkomen en haar beschermen, zoals Christus dat deed en doet voor Zijn kerk. De vrouw behoort haar man te gehoorzamen. Een getrouwde vrouw wordt zalig in het baren van kinderen. Een christelijk huwelijk vooronderstelt de bereidheid kinderen te ontvangen.

Dat is anders dan wat nu gangbaar is in onze westerse wereld, maar het Bijbelse getuigenis moet ons leven en wie weet vervolgens de cultuur stempelen. Het moet niet zo zijn dat de cultuur de inhoud van het getuigenis dat de kerk geeft, gaat bepalen. Dan is het kerkelijke getuigenis niet meer het Bijbelse getuigenis. Dat zien we zeker als het gaat om de positie van de vrouw.

Als het gaat om de zaligheid en het dienen van de Heere telt het onderscheid van man en vrouw niet. Dat neemt niet weg dat man en vrouw ook onder de nieuwe bedeling een eigen taak houden in het gezin, in de kerk en dat heeft dan ook zijn uitstraling naar de samenleving. Wie het Nieuwe Testament hier cultuurgebonden ziet, doet dat eigenmachtig zonder dat het Nieuwe Testament daar enige grond voor biedt.

Het beroep op de grote plaats van vrouwen rondom Jezus onder wie Maria in het Nieuwe Testament doet daar niets van af. De vrouwen die de boodschap van engelen over de opstanding hoorden, krijgen de opdracht dit de discipelen van Jezus te vertellen. Zij nemen niet hun plaats en taak over. Vrouwen hadden een een plaats in de eerste christelijke gemeenten.
We kunnen bijvoorbeeld denken aan Phebe. Zij is ongetwijfeld een wat rijkere vrouw geweest en een soort patrones geweest van de gemeente van Kenchreeën. In 1 Timotheüs 5 schrijft Paulus over de weduwen die diaconale diensten verleenden en door de gemeente werden onderhouden. Misschien is zij bedoeld met de vrouw die Paulus noemt in 1 Tm. 3:11, hoewel het waarschijnlijker lijkt dat de vrouwen van ouderlingen en diakenen zijn bedoeld.

Wie stelt dat het Nieuwe Testament de vraag naar de vrouw in het ambt open laat, leest het Nieuwe Testament wel heel bevooroordeeld. De uitspraken van Paulus in de pastorale brieven zijn volstrekt eenduidig en helder. Een ambtsdrager (diaken, ouderling onder wie ook wat wij een predikant noemen, is begrepen) is een man. Nergens geeft Paulus aanleiding tot de gedachte dat hij zich hierbij aanpast aan de omliggende cultuur.

Als betuigt dat hij de Joden ene Jood en de Grieken een Griek is (vgl. 1 Kor. 9:20v.), mogen we dat beginsel niet zo toepassen dat afstand nemen van zaken waaraan de Schrift ons uitdrukkelijk bindt. Concreet denkt Paulus aan de spijs- en reinheidswetten en wie zijn toespraak in Handelingen leest, bemerkt dat hij bij zijn boodschap zich rekenschap geeft van de voorkennis van zijn gehoor. Het laat ons zien hoe wij het genoemde beginsel moeten hanteren.

“Ingrijpender nog dan het relativeren van het Bijbelse getuigenis over man en vrouw is dat van het niet ernstig nemen van het getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Dat is daarom ingrijpender, omdat volgens de Bijbel zelf men hiermee zijn zaligheid op het spel zet.” Bron: Pixabay.

Huwelijk en seksualiteit

Ingrijpender nog dan het relativeren van het Bijbelse getuigenis over man en vrouw is dat van het niet ernstig nemen van het getuigenis over huwelijk en seksualiteit. Dat is daarom ingrijpender, omdat volgens de Bijbel zelf men hiermee zijn zaligheid op het spel zet. In 1 Kor. 6:9-11 lezen we het volgende: ‘Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.’

Belangrijk is te beseffen dat alle seksualiteit buiten het huwelijk voor de Bijbel een vorm van hoererij is. (vgl. ook Deut. 22:22-30). Daarmee is niet ontkend dat de ene vorm van hoererij ingrijpender is dan de andere. De wissel gaat niet om bij het al dan niet accepteren van stabiele homoseksuele relaties of transitie, maar bij het accepteren van seks voor het huwelijk. De eeuwen door werd hierover schuldbelijdenis noodzakelijk geacht. Een schuldbelijdenis die een publiek karakter had als de zonde ook publiek was. Zonder schuldbelijdenis daarover kon men immers het koninkrijk van God niet ingaan.

Als men dit niet meer nodig acht, is acceptatie van homoseksuele relaties en van transitie een kwestie van tijd. Immers niet de Bijbel is dan maatgevend – zeker niet als het gaat om het beërven van Gods koninkrijk – maar de maatschappelijke consensus. Dan zie je wel dat kerken en christenen die consensus nog een Bijbelse en christelijke kleur willen geven.

Juist op het gebied van huwelijk en seksualiteit moeten de kerk en een tegencultureel geluid laten horen en een tegenculturele houding tonen. Dat hebben de eerste christenen gedaan. Dat deed de Vroege Kerk en wij moeten het ook doen. Wat wij zien is dat christenen die in de brede zin van het woord orthodox willen zijn, met een beroep op de grote nood van mensen een transitie of stabiele homoseksuele relatie als noodoplossing geoorloofd zien.

Ik wil de nood van hen die transgendergevoelens of homoseksuele gevoelens hebben niet ontkennen, maar de vraag is of wij die nood onder de koepel van het Bijbelse getuigenis moeten zetten of het Bijbelse getuigenis onder de koepel van die nood. Wie dat laatste doet, zal dat ook moeten doen bij singles met heteroseksuele gevoelens voor wie het gemis van seksueel contact ondraaglijk wordt.

Bij deze benadering is de gedachte dat God anders zal oordelen dan Hijzelf in Zijn Woord heeft geopenbaard. Maar waar is die gedachte op gegrond. Vaak wordt dan gezegd: wij moeten het oordeel aan God laten, maar dat betekent toch niet dat wij moeten aannemen dat God anders is dan Hij Zichzelf heeft geopenbaard. We moeten dan aannemen dat er op de regel dat een mens wedergeboren moet worden uitzonderingen zijn. Dat kan je alleen aannemen als je een verschil ziet tussen de Bijbel en het Woord van God. Dan verwijst de Bijbel wel naar Gods Woord, maar is niet meer dan een eerste en primaire neerslag ervan.

Mij is in dit verband wel gezegd: U zou hier toch ook anders over kunnen gaan denken? Ik meen van niet, omdat Gods Geest Gods Woord in mijn hart heeft geschreven. Echter, met het oog op de argumentatie wil ik er dan vanuit gaan. Dan is mijn antwoord: Ga er dan niet van uit dat God anders zal oordelen, omdat ds. De Vries van gedachten is veranderd. Zijn Woord is waar, los van wat ik geloof. Dat staat om maar zo te zeggen los van mijn bevinding.

De Bijbel leert ons dat bij het kennen van Christus navolging van Christus behoort. Navolging betekent ook zelfverloochening en in Zijn kracht tegen jezelf strijden. Aan de navolging van Christus is voor de één een hogere prijs verbonden dan voor de ander. De één zal een zwaardere strijd moeten voeren dan de ander. Laat echter dit duidelijk zijn dat genade zonder zelfverloochening en een levenslange strijd tegen jezelf, goedkope genade is en niet de genade die God ons om Christus’ wil schenkt en waarin Hij ons doet delen door de kracht van Zijn Geest.

Bijbel en wetenschap

Hoe verhouden zich de Bijbel en de wetenschap? Bijbel en wetenschap hebben elk hun eigen focus. De Bijbel is ons gegeven opdat wij als gevallen mensen God weer echt leren kennen en dat door Zijn Zoon Jezus Christus. De wetenschap doorzoekt deze werkelijkheid. Elke wetenschap heeft zijn eigen terrein en in overeenstemming daarmee ook weer eigen regels.

In een aantal gevallen is er niet tot nauwelijks sprake van overlap. Ik denk aan chemie, economie, wiskunde. Hoewel als je wiskunde onderzoekt, kan je je de vraag stellen, waarom is wiskunde mogelijk? Waarom kunnen we met wiskundige formules deze werkelijkheid beschrijven? Het antwoord op die vraag blijkt altijd wetenschappelijk gekleurd.
Er zijn ook meerdere terreinen waarop overlap is tussen de Bijbel en wetenschap, maar waar het eigen perspectief van elk sterk naar voren komt. Ik noem als voorbeelden psychologie en sociologie. Je kunt bekering ook vanuit psychologisch perspectief beschrijven en de vroegste christelijke kerk vanuit sociologische categorieën beschrijven. Van groot belang is dan wel te beseffen dat dit deelperspectieven zijn. Zij onthullen niet wat bekering en wat de christelijke kerk in de diepste zin van het woord zijn. De waarheidsvraag blijft buiten beschouwing.

Ook van de natuurwetenschappelijke beschrijving van de werkelijkheid moet je zeggen dat het een perspectief is en bepaald niet aan de volledige werkelijkheid recht doet. Inmiddels al weer heel wat jaren geleden heeft de Delftse hoogleraar A. van den Beukel, die overigens geen orthodox christen is, daarop gewezen in zijn boek De dingen hebben hun geheim. Een natuurwetenschappelijke beschrijving is per definitie een reductie.

Als het gaat om de Bijbel en wetenschap, dan moet de Bijbel het primaat hebben. Met betrekking tot wetenschap is van belang een verschil te maken tussen harde feiten en theorieën gebaseerd op die feiten. Wanneer we het over de Bijbel hebben, moeten wij beseffen dat wij als het gaat om het verstaan ervan ten dele kennen. Wel is van belang in overeenstemming met het zelfgetuigenis van de Schrift, vast te houden aan het gegeven dat de Bijbel de stem is van God en objectieve en vaste inhoud heeft.

We miskennen de aard van de Schrift, als voor ons de Schrift niet meer is dan de eerste en primaire neerslag van menselijke reacties op de openbaring. Dan krijgt de menselijke factor een zelfstandige betekenis. De Bijbel is dan niet langer rechtstreeks het Woord van God en de Bijbelschrijvers kunnen niet meer als secretarissen van de Heilige Geest worden gezien (een beeld dat niet wijst op de modus maar het resultaat van de inspiratie). De Bijbel wordt dan het boek van God én mensen.

“De Bijbel leert ons dat de mensheid afstamt van één mensenpaar die aanvankelijk het paradijs als woonplaats hadden. Wie de evolutieleer aanvaardt, moet het historische paradijs opgeven. Zondige gevoelens en begeerten zijn dan niet zozeer verbonden met erfzonde, maar een restant van dierlijk gedrag dat te maken heeft met het proces van evolutie.” Bron: Pixabay.

Kan aanvaarden van de evolutietheorie samengaan met geloof in de Bijbel?

Ik kan niet alle vragen op het gebied van het Bijbels getuigenis over het ontstaan van de wereld en wetenschappelijke inzichten daarover beantwoorden. De Bijbel zegt ons niet welke processen God heeft gebruikt in de zesdaagse scheppingsweek. Wel is duidelijk dat de mens wezenlijk van de rest van de schepping, ook van de bezielde schepping is onderscheiden. Dit is niet te verenigen met onvoorwaardelijke acceptatie van de evolutieleer.

De Bijbel leert ons dat de mensheid afstamt van één mensenpaar die aanvankelijk het paradijs als woonplaats hadden. Wie de evolutieleer aanvaardt, moet het historische paradijs opgeven. Zondige gevoelens en begeerten zijn dan niet zozeer verbonden met erfzonde, maar een restant van dierlijk gedrag dat te maken heeft met het proces van evolutie. De dood van de mens is geen gevolg van de zonde, maar behoort bij het leven.

Lezenswaardig is in dit verband nog altijd het boek Ik ben de Alpha van ds. G. Boer, een bundel Bijbellezingen (gehouden in de Hervormde gemeente van Huizen in 1964) over Genesis 1. De auteur worstelde ook met vragen rond de ouderdom van de aarde, maar als het gaat om zaken als pre-adamieten is hij volkomen duidelijk. Boer schrijft dan onder andere:

‘Maar weet ge, de gedachte dat Adam en Eva schimachtige figuren zijn, wint hand over hand veld, ook in kringen waar wij dit niet verwacht hadden. Daarom wil ik u wapenen voor een strijd die op de scholen reeds gaande is en van lieverlede de gemeenten binnendringt. Wie Adam laat verdampen in de nevelen van de oer¬geschiedenis, heeft de heilige Schrift naar haar zelfgetuigenis tegen zich. Ja, die heeft de Heilige Geest die van deze Schriften de auteur is tegen zich, die heeft God tegen zich. En dat heeft zich gewroken en zal zich verder wreken. Want wie Adam verliest, die verliest Christus. Wie de eerste mens afschrijft, die schrijft de tweede Mens af. Wie Adam tot een legendarische figuur maakt, die verliest de Christus der Schriften.’

Duidelijker en kernachtiger kan ik het niet zeggen. Wie overtuigt wordt in het licht van Gods heiligheid en majesteit wordt overtuigd van eigen verlorenheid en verdorvenheid, loopt vast met de evolutieleer en wie meegaat met de evolutieleer zet de deur open om het getuigenis van Gods heiligheid en onze verlorenheid steeds meer te relativeren.

Waarom is het zo moeilijk voor de mens de Bijbel te aanvaarden en absoluut gezag toe te kennen?

Heel eenvoudig, omdat ik er dan zelf aan moet. Niet mijn inzichten en gevoelens zijn het uitgangspunt en oriëntatiepunt, maar wat God zegt. Bekering betekent dat wij met Samuël leren zeggen: ‘Spreek, want Uw knecht hoort.’ En dan betekent ‘horen’ ook ‘gehoorzamen’. Intellectuele bezwaren tegen de boodschap van de Bijbel staan nooit op zichzelf. De diepste bezwaren tegen het christelijke geloof zijn altijd religieus en moreel.

Religieus, want men heeft moeite met het getuigenis dat er alleen toegang tot God is door Jezus Christus en dat er buiten het geloof in Hem geen zaligheid, is maar rampzaligheid. Moreel, want men wil een levensstijl en levenspraktijk handhaven, die strijdig is met de Schrift. Augustinus heeft zijn worsteling op dit punt uitvoerig beschreven in zijn Confessiones. In het zevende boek beschrijft hij hoe hij terugkeert naar de Kerk en zijn intellectuele bezwaren verdwijnen. Het achtste boek beschrijft hoe zijn morele bezwaren worden overwonnen. Dat is enkel te danken aan het wonder van Gods vernieuwende genade.

In de Christelijke Dogmatiek wordt uiteindelijk toch niet veel anders over realiteit van de eeuwige straf geschreven dan Berkhof en Berkouwer dat doen. Dit heft alles te maken met het feit dat Van den Brink en Van der Kooi evenals Berkouwer alleen in het kader van het (genade)verbond willen spreken en van Zijn genadige toewending tot de mens.

Huijgen lijkt nog dichter tegen Berkouwer aan te zitten. Daarbij zien we bij hem ook op dit punt heel duidelijk zijn geestverwantschap met Barth. Hij zei onlangs in een podcast van de EO het volgende: ‘Ik denk dat we moeten oppassen met het teveel invullen, maar ook moeten oppassen om te zeggen: God is zó goed, het komt allemaal in orde met ons. Daarvoor zijn de woorden van Jezus net iets te ernstig. Hoe het uitpakt is in Gods hand, daar hoeven wij geen oordeel over te hebben. Het positieve aan een oordeel is dat niet iedereen overal mee wegkomt. God neemt ons gedrag serieus.’

In de Christelijke Dogmatiek wordt uiteindelijk toch niet veel anders over de realiteit van de eeuwige straf geschreven dan Berkhof en Berkouwer dat doen. Dat heeft alles te maken met het feit dat Van den Brink en Van der Kooi evenals Berkouwer over God alleen in het kader van het verbond en Zijn genadige toewending tot de mens willen spreken.
Zowel binnen de gereformeerde gezindte als in evangelische kring wordt door theologen en ook op het grondvlak de realiteit van de twee wegen en van de twee eindbestemmingen gerelativeerd. Met een beroep op het feit dat wij niet mogen oordelen wordt vaak gesuggereerd dat wij niet mogen uitspreken dat God Zich op de jongste dat zal houden aan de maatstaven die Hijzelf heeft geopenbaard.

Met zulke geluiden zijn we heel ver verwijderd van de gereformeerde belijdenis. Ik noem vraag en antwoord 84 van de Heidelbergse Catechismus.

Vr 84. Vr. Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des Heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten?
Antw: Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt, dat hun, zo dikwijls als zij de belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus’ wil, vergeven zijn; daarentegen allen ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en be¬tuigd wordt, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven.

Daartegenover stel ik het getuigenis van R.C. Sproul, een man die wij als de geestelijke vader van de Chicago Statement on Inerrancy kunnen zien. Sproul groeide op in een gemeente met een liberale signatuur, maar kwam als student tot bekering. Niet lang daarna werd hij gewonnen voor de gereformeerde belijdenis. Hij was vooral bekend geworden door Ligioneer Ministries.

Sproul was ervan doordrongen dat we alleen in het licht van Gods heiligheid de grootheid van het Evangelie leren verstaan. In dit verband wees hij vaak op Jesaja 6. De profeet roept als hij zelfs maar iets van Gods heerlijkheid ziet, uit: ‘Wee mij want ik verga.’ Vele malen heeft Sproul een preek over dit hoofdstuk uit de Bijbel gehouden.
Het gemis van het besef van Gods heiligheid zag Sproul als één van de grootste bedreigingen voor de kerk. In relatie met Gods heiligheid was Sproul diep doordrongen van de werkelijkheid van de eeuwige rampzaligheid. Daarin wist hij zich een leerling van Jonathan Edwards, maar bovenal van de Schrift zelf. Meer dan eens wees hij erop dat wij binnen de Bijbel het meeste onderwijs van de realiteit van de hel vinden op de lippen van Jezus Zelf.

Op de vraag of zaken als een poel die brandt van vuur en sulfer en de buitenste duisternis geen beeldspraak is, kon hij antwoorden dat dit inderdaad het geval is, maar dat de werkelijkheid nog erger is dan zelfs deze beeldspraak ons doet vermoeden. Dat mensen moeite hadden met de realiteit van de rampzaligheid – en dan vooral het eeuwigdurend karakter ervan – kon Sproul goed begrijpen. Hij kon daar zelf ook mee worstelen, niet in de laatste plaats als het ging om mensen buiten de kerk aan wie menig christen een voorbeeld kon nemen.

Echter, zo zei hij: ‘Ik ken in ieder geval één persoon van wie het volkomen terecht is, dat hij voor eeuwig verloren gaat en dat is R.C. Sproul.’ Hij kon zeggen dat de Heere hem dat had geleerd en hoopte dat elk van zijn hoorders zo zijn eigen naam leerde invullen. Sproul betuigde ook dat hij mocht weten dat Christus hem had vrijgekocht en verlost van de toekomende toorn. Dat vervulde hem met verwondering en blijdschap.

Afronding

Ik ga afronden. Lees dagelijks biddend de Bijbel om God te leren kennen, jezelf en de Heere Jezus Christus. De Bijbel werpt licht over de gehele werkelijkheid, maar focus van de Bijbelse boodschap is toch de verzoening met God door Christus’ bloed en de vernieuwing door Gods Geest. Laten we daarom ook telkens vragen: ‘Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast’ en ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?’ Eenmaal wordt heel deze werkelijkheid vernieuwd. Het nieuwe Jeruzalem zal neerdalen uit de hemel, maar om die stad binnen te gaan, is het nodig om hier in dit leven de lof van het Lam te gaan bezingen.

Weggroeien van het volstrekte gezag van de Schrift is altijd verbonden met het weggroeien van deze focus. Relativering van het gezag van de Schrift staat eigenlijk niet los van het feit dat de vraag naar de persoonlijk zaligheid naar de achtergrond verdwijnt. Die wordt als vanzelfsprekend voorondersteld. Omgekeerd staat blijven bij en terugkeer tot het onvoorwaardelijk buigen voor het gezag van de Schrift nooit los van het feit dat men is geraakt door de boodschap van zonde en genade, dat Christus niet alleen voor anderen maar ook voor mij de Zaligmaker is Die redt van de toekomende toorn.

Een christen is een rentmeester en heeft hier op aarde een taak, maar bovenal is een christen een pelgrim die de Bijbel als reisgids heeft naar het nieuwe Jeruzalem. Hier wandelen we door geloof. Geloof is zowel een zeker weten als vast vertrouwen. Zeker weten dat alles wat God ons in Zijn Woord geopenbaard heeft waarachtig is. Een vast vertrouwen dat niet alleen aan anderen maar ook aan mij om Christus’ wil vergeving van zonden is geschonken en er daarom de begeerte is uit Hem, door Hem en tot Hem te leven.

Het eerste deel van dit tweeluik over Schriftgezag verscheen is hier te vinden.

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

Feedback & Vragen 2021: Is alles wat Borger zegt al weerlegd?

Afgelopen maand werd een interview met dr. Peter Borger uit het Reformatorisch Dagblad samengevat op de website ‘Oorsprong’.1 Ik deelde het artikel onder andere op mijn Linkedin-pagina.2 Daarop kwam zowel positieve als negatieve feedback. Graag reageer ik hieronder op één reactie.

Volgens de reageerder is evolutie even ‘waar’ als zwaartekracht. Op de foto een chihuahua (Canis lupus familiaris), een van de hondachtigen. Bron: Pixabay

Via Linkedin reageerde iemand op de samenvatting.3 Hieronder zijn commentaar met daaronder mijn reactie.

”(…) Borger preekt voor eigen parochie. Alles wat hij zegt is weerlegt [sic]. Evolutionaire biologie is de hoeksteen van de moderne wetenschap en even ‘waar’ als zwaartekracht. Natuurlijk mogen mensen in de Schepping geloven.”

Het siert de auteur van deze reactie dat hij mensen vrijlaat om in Gods schepping te geloven. Volgens de reageerder preekt ‘Borger (…) voor eigen parochie’. Dit is volgens mij niet het doel van de bioloog. Hij schrijft en publiceert voor een breed publiek, zowel voor atheïsten als creationisten. Ziende op het grote aantal volgers (eens of oneens) en de discussie die gevoerd wordt is het geen (of in ieder geval niet alleen) preken voor ‘eigen parochie’. De hypothese van Borger inzake de baranomen en een alternatief voor universele gemeenschappelijke afstamming roept kennelijk discussie op. Een discussie die veel breder gevoerd wordt dan de ‘eigen parochie’. Volgens de reageerder zou alles wat Borger gezegd heeft weerlegd zijn. Dit is een sterke overdrijving en de criticus wordt weinig concreet. Borger blijft bouwen aan zijn hypothese en heeft in de herziene uitgave van ‘Terug naar de Oorsprong’ een nabeschouwing geschreven met nieuwe gegevens die onderdelen van zijn hypothese lijken te bevestigen.4 Uiteraard ben ik ermee bekend dat zijn hypothese veelvuldig wordt weersproken (onder andere door atheïsten en theïstisch evolutionisten), maar weersproken is nog niet hetzelfde als weerlegd.

Volgens de reageerder is ‘evolutionaire biologie de hoeksteen van de moderne wetenschap’ en ‘even ‘waar’ als zwaartekracht‘. Een compleet vakgebied kan nooit ‘even waar zijn’ als een bepaalde natuurwet, maar ik begrijp wat de reageerder wil zeggen. Evolutie is een natuurwet, evenals de zwaartekracht dat is.5 Evolutie is een feit!6 Dat diersoorten veranderen is mijns inziens onomstotelijk aangetoond door kruisingsexperimenten en fokprogramma’s. Maar ook in de natuur zijn (kleine) veranderingen waar te nemen.7 De discussie draait er echter niet om of evolutie een feit is, maar of Universele Gemeenschappelijke Afstamming daaruit volgt.

Voetnoten

Dr. Peter Borger: “Alle biologische informatie was al vanaf het begin in de oerorganismen aanwezig” – De moleculair bioloog werd geïnterviewd voor het Reformatorisch Dagblad

Aan het begin van deze maand was moleculair bioloog dr. Peter Borger in Nederland vanwege de herziene uitgave van zijn boek ‘Terug naar de oorsprong’.1 Helaas konden de geplande lezingen niet doorgaan vanwege de geldende coronamaatregelen2, maar Borger werd gelukkig wel verschillende keren geïnterviewd.3 Dinsdag 21 december 2021 werd de geleerde geïnterviewd door wetenschapsjournalist Bart van den Dikkenberg (MSc.) van het Reformatorisch Dagblad. Hieronder een korte samenvatting van het interview.4

“Paardenbloemen kunnen gifstoffen produceren wanneer ze lastig worden gevallen door vraatzuchtige rupsen.” Bron: Pixabay.

In 2009 verscheen bij de toenmalige stichting De Oude Wereld de eerste editie van ‘Terug naar de Oorsprong’.5 Borger geeft aan dat dit tegen het zere been van diverse atheïstische wetenschappers was. Toen op de universiteit een hoogleraar erachter kwam dat de bioloog ook in Journal of Creation6 publiceerde, wilde hij van Borger af. Uiteindelijk werd hij ontslagen.

Alle informatie aanwezig

Borger geeft in het interview aan dat alle biologische informatie al ‘vanaf het begin in de oerorganismen aanwezig zijn geweest’. Uit zijn onderzoek weet hij ‘dat variatie, aanpassing aan de omgeving en soortvorming door het DNA zelf worden voortgebracht. De mechanismen die hiervoor zorgen, lijken hiervoor speciaal ontworpen’. Als voorbeeld noemt Borger de berkenspanner. Ook epigenetica speelt een rol in de soortvorming. Borger verwijst hiervoor naar de paardenbloem. Borger: “Paardenbloemen kunnen gifstoffen produceren wanneer ze lastig worden gevallen door vraatzuchtige rupsen. Door de vraatschade wordt een epigenetische schakelaar op het DNA omgezet, waardoor een programma wordt geactiveerd voor de aanmaak van gifstoffen. De nakomelingen van die paardenbloem erven deze geactiveerde eigenschap, waardoor ze vervolgens ook in staat zijn de rupsen af te weren.

Junk-DNA en Encode

Het zogenoemde Encode-project heeft volgens Borger ‘de evolutietheorie volledig weerlegd’. Helaas geven de naturalistische wetenschappers dat niet toe. Het Encode-project bevestigde dat meer dan 80 procent van het genoom een of andere biochemische functie heeft. Het concept junk-DNA moet daarom volgens Borger in de prullenbak. Borger: “Inmiddels is bekend dat dit zogenaamde junk-DNA voor een groot deel bestaat uit transposons, zogeheten lines, die fungeren als schakelaars om bepaalde biologische programma’s aan of uit te zetten. Vooral bij celdelingsprocessen en tijdens vroege ontwikkelingsstadia van bevruchte eicellen zijn ze van belang. Anderen spelen een belangrijke rol in de immuunreactie tegen virussen.

Ten slotte

Borger wordt ook nog bevraagd over de 1%-mythe. Volgens de bioloog is het genetische verschil tussen de mens en de chimpansee niet slechts 1%, maar eerder 14%.7 Van den Dikkenberg spreekt met Borger ook nog door over het begrip informatie. Heel goed dat dit interview in het Reformatorisch Dagblad gepubliceerd is. Hopelijk vormt het gesprek voor jonge(re) en oude(re) academici aanleiding om ook dieper in de materie te duiken en zo bij te dragen aan de opbouw van het biologische deel van het scheppingsparadigma.

Voetnoten

Brief van dr. Siegfried Scherer n.a.v. zijn positie in het debat over de leeftijd van de aarde

Noot van de redactie: In 2010 had Jan van Meerten een discussie met dr. Gerdien de Jong over de positie van dr. Siegfried Scherer in het debat over de leeftijd van de aarde. Naar aanleiding daarvan stuurde Van Meerten dr. Scherer een e-mail. Hij reageerde op 18 november 2010 hierop middels een korte e-mail. Zijn bericht was eerder te lezen op een oude weblog, maar deze weblog is helaas ter ziele en het artikel is nog slechts op zeer omslachtige wijze vindbaar. De brief is in het Engels geschreven en volgt hieronder.

Dear Jan van Meerten,

Thank you for your mail. I will try to give you an answer but it will be short since I do have only little time.

As a young man I was quite impressed by Young Earth Creationism (YEC) and I was absolutely sure that scientific data clearly point to a young earth and a young universe. Over many years, I had to realize that the astrophysical and geophysical models which were suggested by YEC failed, and apparently did so to a large extent. So I became disappointed many times. I am also afraid that the scientific standard of American/Australian young earth creationism often (but not always) is low. By the way, I would now comment on my own old coal article quite critically. At this stage of my knowledge, which is of course preliminary, I have arrived at the conclusion that the vast majority of astrophysical and geophysical data, and also quite a number of biological data, among others those which are direct consequences of basic type biology, contradict a young age of the universe, the solar system and the earth.

To make a the story short: After personally walking a long and difficult way, I am not any more an „American type young earth creationist“. While I can see that there are theological reasons in favour of YEC (the major point being the theodicy problem), as a christian I am also seeking ways to understand Genesis 1-3 in a different way. Certainly, this topic is important but, it is not at the center of christianity.

Nevertheless, research and discussion towards a young earth position should be performed and must be tolerated by the scientific community for three reasons, provided this research meets the commonly accepted standards in the respective fields. First, science is always preliminary and it can never be excluded that its theories are in error even if they appear to be very well supported: therefore, skillful critique is at the very center of science. Second, as scientists we often get only the answers for the questions they are asking. Different people ask different questions, therefore getting different answers. This may help to get a more complete understanding of reality. Third, censorship would be a miserable scientific attitude, indeed.

While evolutionary biology is a very successful, important and most interesting scientific discipline, I am still convinced that currently known evolutionary mechanisms fail to explain the evolution of novel biological information and molecular machines. I believe in the existence of a creator, but I do not believe that such gaps of biological knowledge are “scientific evidence” for creation (I am, therefore, not an „American ID person“ either). Perhaps, novel mechanisms to be discovered in the future will solve this problem? However, to check this possibility, much more evolutionary research is required and must be financed. On the other hand, it may be true that no natural mechanisms whatsoever exist which can account for the evolution of novel biological information. We just don’t know, and, as scientists and for the time being, we have to leave this question open. In the mean time, christians and atheists should work together and do some good evolutionary research to get more data.

Well, I am afraid that this is disappointing news for you. Nevertheless, I encourage you to seek the truth, both spiritually and scientifically, regardless of the direction it will lead you. Jesus Christ told us that HE is he truth. I believe that this has not only a spiritual meaning but also bears consequences for us christians doing science. You may share this mail as a complete text with your peers and with your professor.

Please give my best regards to her.

Yours sincerely,

Siegfried Scherer

Opvolgmail met alternatieven voor de geannuleerde bijeenkomst met dr. Peter Borger van 10 december 2021

Geachte bezoeker,

Zoals u in de tussentijdse nieuwsbrief hebt kunnen lezen kon de avond met moleculair bioloog dr. Peter Borger helaas niet doorgaan. Gelukkig was dr. Borger wel in Nederland en werd hij geïnterviewd door Blue Tiger Studio. Borger vertelt in deze talkshow meer over de inhoud van zijn boek en de beweegredenen daarachter. We hebben de opname ook hier gedeeld op onze website. Daarnaast hebben we hier nog een oudere presentatie van dr. Borger geplaatst. Deze presentatie gaat over hetzelfde onderwerp als zijn herziene boek. Ik wens jullie veel zegen en plezier bij het kijken!

Op 18 maart 2021 organiseren wij de eerste Fundamentum Studium Generale met als gastspreker de Bijbels archeoloog dr. Peter G. van der Veen. Deze week hopen wij op onze website daar meer informatie over te kunnen delen én een aanmeldformulier te plaatsen. Mocht de avond i.v.m. de dan geldende coronamaatregelen niet door kunnen gaan dan zenden wij deze avond live uit via ons YouTube-kanaal (dit kanaal is hier te vinden).

Alvast gezegende Kerstdagen en een Voorspoedig Nieuwjaar toegewenst.

Hartelijke groet,

Jan van Meerten

www.oorsprong.info

info@oorsprong.info

PS: Heeft u nog geen (gratis) abonnement op onze nieuwsbrief? Dat kan via deze link. Mocht het teveel worden dan bestaat er bij elke nieuwsbrief de mogelijkheid uzelf af te melden.

Biologe en dierenarts dr. Jean K. Lightner start haar eigen YouTube-kanaal

Biologe en dierenarts dr. Jean K. Lightner is een eigen YouTube-kanaal begonnen.1 Op haar kanaal staan ten tijde van het schrijven van dit artikel vier video’s. Drie video’s zijn een bijbelstudie over Genesis 1. Eén video gaat over de vraag of wij mensen pijn konden voelen vóór de zondeval.2 We bevelen haar creationistische werk van harte aan.

Dr. Lightner is een bekende creationist die al jaren werkt aan creationistisch onderzoek. Zo is ze betrokken bij het eKINDS-project van Creation Research Society3 eKINDS staat voor Examination of Kinds in Natural Diversification and Speciation.4 In 2018 gaf ze, samen met dr. Kevin Anderson, op de International Conference on Creationism een update van dit onderzoek.5 Ook speelde ze een belangrijke rol bij het (voorzichtig) identificeren van de basissoorten op de ark tijdens de wereldwijde zondvloed. Het laatste project was een omvangrijk werk in opdracht van Ark Encounter6 van Answers in Genesis7.8

Samen met Tom Hennigan schreef dr. Lightner een boek over ecologie. Het boek is vooral geschikt voor het voortgezet onderwijs. In de video hieronder wat meer informatie over dit boek.

Voetnoten

Hoe nieuwe biologie het tijdperk van Darwin beëindigt – Dr. Peter Borger sprak op congres ‘Geloof jij het!’

Deze maand is een herziene uitgave van het boek van de moleculaire bioloog dr. Peter Borger uitgekomen.1 De ondertitel van het boek luidt ‘Hoe de nieuwe biologie het tijdperk van Darwin beëindigt‘. In 2013 hield Borger een lezing op de Ark (van Johan Huibers) op de conferentieserie ‘Geloof jij het!’ De lezing werd opgenomen door Geloofstoerusting en is hieronder in zijn geheel te bekijken.

Voetnoten