Home » Biologie

Categoriearchief: Biologie

Zwartkijkers

De Rijnbandijk tussen Kesteren en Lienden is een geliefd loop-en fietspad. Het landschap is schoon en de natuur langs de oude dijk gevarieerd. Op 7 april nam ik vanaf de dijk een broedende Zwarte Kraai waar. Het nest lag in een hoge Zwarte Els, maar door de hoge dijk kon ik met de kijker toch een blik op het nest werpen. Daarna zo nu en dan hier stilgestaan om te koekeloeren. Voor vogels gelden geen privacyregels, hoewel, je moet ze natuurlijk niet verstoren. De Zwarte Kraai is wel onze algemeenste kraaiensoort, maar ik zie in onze regio meer Eksters dan kraaien. Kraaien zijns helemaal zwart, van het verenkleed tot zijn krachtige snavel en poten. De soort produceert één legsel en broedt globaal 3 weken. De jongen zitten ruim 30 dagen op het nest. Op de foto ziet u 3 grote jongen met een oudervogel: een volle nestbak! De jongen verdrongen zich, en dan ook nog vleugels uitslaan om de spieren te oefenen, of wat heen en weer hippen. Al kijkend naar het tafereel verbaasde ik me over de dynamiek op het kleine nestoppervlak. Zo’n nest is misschien 40 bij 40 cm. Dat zal bij het opgroeien niet meevallen zo dicht als jongen op elkaar. Maar .. je krijgt zo wel bepaalde vaardigheden mee. Opvallend op de foto vind ik de ogen van de twee jongen. Wat een donkere ogen. Echte zwartkijkers! Of ben ik nu aan het antropomorfiseren (= het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens)?

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Zwartkijkers, Het GemeenteNieuws 22 (22): 11.

Slaapplaatsen buitenlandse vogels

Belangrijke steltlopers in het winterhalfjaar zijn de Goudplevier, de Kievit en de Wulp. Ze foerageren alle drie in graslanden en op akkers op regenwormen. Goudplevier en Kievit zijn oogjagers, de Wulp een tastjager. Goudplevieren heb ik hier nooit gezien. Kievit is het hele jaar door aanwezig, de Wulp niet.

De Wulp is onze grootste steltlopersoort. Nederland is een belangrijk land voor de Wulp. De al gauw ruim 100.000 Wulpen overwinteren met name in de Waddenzee en het Deltagebied. Ze zijn afkomstig uit een gebied tot ver in Rusland. Mij zijn twee Betuwse gebieden bekend waar de Wulp in de winter te zien is: de uiterwaarden westelijk van Ochten en de Maurikche en Eksche Waarden. Wulpen zijn niet te missen. Hun heerlijk melancholisch klinkende tweelettergrepig, fluitende roep koer-líe draagt erg ver. Op de foto ziet u Wulpen met de kenmerkende opvallende lange, omlaag gebogen snavel: echte banaanvogels! Ik telde er op 7 november bij het Eiland van Maurik 97. Wulpen slapen sociaal. De slaapplaats in de omgeving van Maurik herbergt maximaal 101-500 vogels (Limosa, 2021). De vogels bij Ochten slapen waarschijnlijk ten zuiden van de Waal op een slaapplaats van vergelijkbare grootte.

Altijd weer boeiend om deze slaaptrek waar te nemen. Hoe korter de dagen hoe later de vogels zich verplaatsen: veel vogels arriveren dan na zonsondergang. Waarom zo sociaal? Om bij te praten? Waarschijnlijker is dat ze die plekken gebruiken waar ze de nacht ongestoord door kunnen brengen en sowieso geen gevaar van roofvijanden hebben te duchten.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Slaapplaatsen buitenlandse vogels, Het GemeenteNieuws 22 (47): 11.

Onverantwoorde overgang van natuurwetenschappelijke grenzen – Interview met drs. Tom Zoutewelle in het Reformatorisch Dagblad

Afgelopen zaterdag (25 november 2023) organiseerden Stichting Creaton en Studiengemeinschaft Wort und Wissen in Nederland een congres over de grote vragen in het oorsprongsdebat.1 Het Reformatorisch Dagblad kon helaas niet op de dag zelf aanwezig zijn, maar plaatste gelukkig wel de dag voor het congres een interview met organisator, bioloog en geoloog drs. Tom Zoutewelle. Dit interview past goed in de serie beschrijvingen van (interviews met) identificatiefiguren op deze website2.3

In het interview, afgenomen door wetenschapsjournalist Bart van den Dikkenberg (MSc.), geeft Zoutewelle aan teleurgesteld te zijn geraakt in het Darwinjaar. Van de 80 wetenschappers die Zoutewelle met zijn Stichting Creaton probeerde te verenigen ‘draaiden velen weg (…) naar het theïstisch evolutionisme’. De bioloog en geoloog wilde nu rond het congres ‘De Grote Vragen’ opnieuw het ‘Intelligent Design’-geluid laten horen.4

Antwoorden

Zoutewelle wil de bezoekers van het congres verschillende antwoorden en denkrichtingen meegeven. De eerste is dat de multiversum-hypothese, die wil concurreren met de ID-gedachte, wetenschappelijk niet te toetsen valt. Zoutewelle ziet het als seculier geloof. Het tweede is dat, in navolging van dr. Eugene Koonin, de kans op het spontaan ontstaan van leven onwaarschijnlijk klein is. Het derde dat de biologische variatie begrenzingen kent. Zoutewelle: “Creationisten hebben hybridisatieproeven uitgevoerd met katachtigen. Daaruit bleek op wetenschappelijk verantwoorde wijze dat alle katachtigen op één na met elkaar kunnen kruisen. Ze zijn dus ontstaan uit één oersoort.

Onverantwoord

Volgens Zoutewelle gaan naturalistische wetenschappers soms onverantwoord over de grenzen van het wetenschappelijke heen. Wanneer soorten aan elkaar verwant zijn, moet dat ook duidelijk aanwijsbaar zijn. Inderdaad worden er overeenkomsten gevonden. Maar er bestaan ook overeenkomsten zonder dat er evolutionaire verwantschap vermoed wordt. “Dan noemen ze het een analogie, convergentie evolutie of homoplasie.” Zoutewelle ziet echter geen duidelijk criterium van ‘wanneer er wel of geen sprake is van verwantschap in de biologie’. Het wordt dus in zijn ogen een ad hoc-hypothese. Dat geldt ook voor de geologie.

Vooronderstellingen

Naturalistische wetenschappers dienen dus ook op hun vooronderstellingen of seculier geloof gewezen te worden. “Ik vind dat wetenschappers zich rekenschap moeten geven van hun aannames.” Deze wetenschappers hebben de neiging grote vragen ‘vanuit de filosofie van het naturalisme te beantwoorden: alles is ontstaan en bestaat door natuurwetten en natuurlijke processen’. Zoutewelle noemt dat een geloof. Daartegenover staat een ander geloof: “De enige zekerheid ligt in het bestaan van God en in Zijn Woord”.

Zondvloed

Hoe zit dat met zondvloedgeologie? Zoutwelle geeft aan niet van ‘luchtfietserij’ te houden. “Ik zal dus niet zomaar zeggen: dat of dat komt door de zondvloed. Mensen die geen waarde hechten aan de Bijbel hebben daar geen boodschap aan” Hij wil deze mensen wel wijzen op een alternatieve denkrichting dan de standaard geologie hen wil bieden. Bijvoorbeeld dat in het verleden de zeespiegel vele malen hoger heeft gestaan dan dat nu het geval is. “Sterker, er hebben hele continenten onder water gestaan. Hoe je dat interpreteert, is aan jou. Maar dit is wel een feit.” De bioloog en geoloog wil dit soort vragen niet vanuit één dominante visie benaderen.

Tenslotte

Goed dat drs. Tom Zoutewelle na het Darwinjaar niet bij de pakken neer is gaan zitten en dit congres heeft willen organiseren. Op het congres spraken nog drie andere academici, dr. Peter Korevaar, dr. Peter van der Veen en dr. Peter Borger.5 Al deze drie zijn zij actief bij Studiengemeinschaft Wort und Wissen. Het congres werd bezocht door een tachtigtal mensen. Het debat hierover lijkt in Nederland nog niet afgelopen.6 Op X (het voormalige Twitter) gaat de discussie over het congres door.7

Voetnoten

Intelligent Design – De natuur leert ons, wat we van nature al vermoeden

De inhoud van dit kleine artikeltje heeft kortweg de volgende boodschap: in eerste oogopslag en bij zorgvuldige bestudering lijken levende wezens een duizelingwekkend kunstig ontwerp te vertonen. Mijn bewering is dat zaken die bij zorgvuldige bestudering ontwerp tonen, ook werkelijk ontwerp bezitten en dus ontworpen zijn. Dit is wat de evolutietheorie bestrijdt. De evolutietheorie is dus in strijd met de werkelijkheid. Oké, de toon is gezet. Nu in twee pagina’s weergeven, wat in prachtige boeken van honderden pagina’s is uitgewerkt. Dat moet dus in korte statements.

Het waarnemen van ontwerp

Eén van de vaardigheden die voor een mens heel belangrijk is, is het waarnemen van structuren in de werkelijkheid. Het is een blijk van intelligentie. We hebben allemaal wel eens een intelligentietest gedaan. De mate van intelligentie werd er aan afgelezen hoe makkelijk we patronen konden herkennen en op die manier goede antwoorden op de vragen gaven. Hoe beter in patroonherkenning, hoe intelligenter. Voor het waarnemen van patronen is echter niet alleen intelligentie van belang maar ook kennis. Iemand die bekend is op een bepaald gebied zal veel sneller patronen herkennen dan iemand die er niet mee bekend is. Kennis en inzicht zijn belangrijk. Als dit in de studie van de biologie wordt toegepast, dan blijken er enorm veel ingewikkelde structuren aanwezig te zijn. Dit maakt iets nog niet tot ontwerp. Daarvoor is meer nodig, namelijk een doel. Een ingewikkelde structuur die een doel dient, is waarschijnlijk ontworpen, een ingewikkelde structuur die geen doel dient, waarschijnlijk niet. Het frappante is dat mensen bij denken over de werkelijkheid van nature in doelen denken. In een vroege fase van hun ontwikkeling vragen kinderen zich bij alles wat zich afspeelt af: Waarom? Waarvoor is dat? Ofwel, wat is het doel? Het is dus heel natuurlijk om bij het waarnemen van ingewikkelde structuren je af te vragen: wat is het doel ervan. En dat speelt ook in de biologie. Wat van nature in het kind speelt, zien we echter ook bij serieus wetenschappelijk onderzoek in de biologie: het echte zinnige onderzoek vindt plaats als de bioloog zich bij een structuur afvraagt: waarvoor dient het? Wat is de functie? Twee dingen komen dus samen: Een uiterst complexe structuur en een bijbehorende functie, en dat is het kenmerk van ontwerp. Biologen bestuderen ontwerp. Dat er ontwerp is, is geen onderwerp van discussie. Dat is een bruut feit.

Het probleem is nu, dat ontwerp altijd een intelligente ontwerper veronderstelt. De evolutietheorie stelt echter dat het ontwerp in levende wezens is ontstaan door blinde natuurkrachten. Dat is ook expliciet het doel van de evolutietheorie: de historie van het leven op aarde schetsen zonder Schepper. Dan moeten dus natuurkrachten deze intelligente krachttoer verricht hebben. Maar hoe kan iets dat niet intelligent is intelligentie voortbrengen? Niet. Maar hoe stelt de evolutietheorie zich dat voor? Ze stelt zich voor dat al het leven afkomstig is van een gezamenlijke oercel (universal common ancestor) hieruit ontstonden al de levensvormen door een proces van mutatie en selectie. Er ontstonden door toeval kleine veranderingen in het erfelijk materiaal, en als die voor het organisme voordelig waren, dan kreeg deze meer nakomelingen waardoor er dus steeds beter aangepaste organismen ontstonden. Omdat er verschillende milieus op aarde zijn, ontstonden organismen die voor verschillende milieus aangepast zijn. Al is het aantal soorten levende wezens (miljoenen) wel heel erg overdadig. Kernboodschap is, dat al het leven met elkaar is verbonden door een keten van toevallige kleine genetische veranderingen die ontstaan en vervolgens geselecteerd worden. Het is een feit, dat er kleine genetische veranderingen (mutaties) optreden. Het is een feit, dat die bijna altijd negatief zijn (net als een drukfout in een boek), maar af en toe ook positief. Het is een feit dat er selectie is, waardoor bepaalde organismen meer nakomelingen krijgen dan anderen en het is dan ook een feit, dat hedendaagse koeien anders zijn dan het oerrund en dat wij anders zijn dan Noach en zijn vrouw. Dit heet wel evolutie maar hier heb je geen evolutietheorie voor nodig. De evolutietheorie stelt dat op deze manier in heel kleine stapjes uiterst ingewikkelde levende machines kunnen ontstaan. De meest complexe fenomenen, kunnen als je ze maar in voldoende kleine stapjes opdeelt, zo zijn ontstaan, zo stelt men zich voor. Dit is echter niet waar. Ten eerste zien we in levende wezens en in fossielen geen geleidelijke overgangen van vormen. Ogen zijn er of ze zijn er niet. Vleugels zijn er of ze zijn er niet. Structuren zijn ook geclusterd en hangen nauw met elkaar samen en zijn niet random over levende wezens verdeeld. Men kan wel in zijn fantasie een proces in super kleine stapjes opdelen, maar dat is geen proces die met kennis van de natuurlijke mechanismen in werkelijkheid kan verlopen. Een evolutionist heeft genoeg fantasie maar mist kritisch denkvermogen. Of heeft het eventjes uitgeschakeld, zullen we maar aannemen.

Qua intuïtie is al duidelijk dat blinde dus doelgerichte processen niet tot ontworpen structuren kunnen leiden. Deze intuïtie is sinds de eeuwwisseling in de VS door biologen en chemici, in wat nu bekend staat als voorstanders van Intelligent Design uitgewerkt in het concept irreducible complexity (onherleidbare complexiteit). Bekende namen zijn Behe, Dembski, en SC Meyer. Het idee is als volgt. Er zijn in levende wezens (heel erg veel) complexe structuren die voor hun functioneren een aantal onderdelen nodig hebben. Met minder onderdelen functioneert het niet. Het bekende voorbeeld is de muizenval. Om te kunnen werken zijn een veer, een pal, een klem, een plankje nodig die precies op de juiste wijze ten opzichte van elkaar zijn aangebracht om te functioneren. Zo’n structuur kan niet in kleine stapjes zijn ontstaan. Want als een onderdeel nog ontbreekt, werkt het niet. En als iets niet werkt, dan verlies je het. Het is net als met je hersens: use it or lose it. Halve structuren die niet werken zijn ballast en worden geskipt. 10% structuren ook en 99% structuren ook. Kortom er is geen weg voor een evoluerend wezen om naar een te functioneren complexe structuur te komen. Dit concept staat als een huis. Wetenschappers die de evolutietheorie aanhangen kunnen wel veel voorbeelden geven van hoe complexe structuren veranderen (het plankje wordt wat gladder, of zo) maar geen voorbeelden van hoe complex werkende structuren ontstaan. Dit hangt samen met het gegeven dat de biologie bol staat van informatie en voor het ontstaan van informatie is een intelligente oorzaak nodig. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

ID stelt niets meer dan dat, het stelt niet dat er dus een bovennatuurlijke Schepper moet zijn. Het stelt niet dat die Schepper de God van de christenen moet zijn. De ID beweging is in de VS groot maar in Nederland niet. Ze ontmoet nogal wat weerstand vanuit evolutionistisch gedachtengoed met heuse rechterlijke uitspraken. Dan worden er argumenten tegen in gebracht maar die argumenten snijden geen hout. Eigenlijk zien we dat het evolutiedenken zo is ingekankerd in ons denksysteem, dat we ons niets anders meer kunnen voorstellen als we geen belijdend christen zijn. En ook belijdende christenen worden sterk met evolutiedenken gezuurdesemd. Dit is triest want het gaat tegen Gods Woord in en het gaat tegen de waarnemingen van de wetenschap in.

Argumenten zijn bijvoorbeeld, dat de muizenval van Behe helemaal niet onherleidbaar complex is. Dat argument faalt want men verzint wel wat maar kan geen werkende opeenvolging van muizenvallen maken leidend tot het standaardmodel. Of men stelt dat het voorbeeld van de muizenval te weinig lijkt op levende wezens, want die planten zich voort. Dat argument faalt want het gaat er helemaal niet over of een muizenval zichzelf voortplant maar of een dergelijke structuur door geleidelijke modificatie tot stand kan komen. Of men stelt dat onderdelen van een dergelijke structuur deel uit kunnen maken van een andere structuur en dan gerekruteerd worden voor de betreffende structuur. Dit helpt voor de evolutietheorie iets. Inderdaad kunnen bepaalde onderdelen deel uitmaken van verschillende structuren, maar het merendeel van de complexiteit blijft dan nog onverklaard en de kans dat door toeval rekruteren leidt tot iets moois is minuscuul klein. Of men stelt dat we het hebben over ontstellend veel tijd (miljard jaar) en in zoveel tijd wordt dat wat onwaarschijnlijk is waarschijnlijk en wat waarschijnlijk is onvermijdelijk. Eigenlijk gelooft men dan dat alles mogelijk is, en niets te wonderlijk, maar dan zonder Schepper. Hier stelt men feitelijk wetenschap buiten werking. Of men stelt dat ID geen werkzaam concept voor wetenschap oplevert. Dit is onjuist. ID wordt wel degelijk toegepast, al was het maar doordat bijna alle biologen zinniger onderwerpen voor onderzoek kiezen dan te proberen onherleidbaar complexe systemen door evolutie te verklaren. Men weet dat het mission impossible is. Ook zien we dat het principe van onherleidbare complexiteit wordt gebruikt bij het ontwerpen van geneesmiddelen. Evolutionisten die christen zijn (theïstisch evolutionisten) willen nog wel eens toegeven dat het ontstaan van onherleidbare systemen nog (let op het woordje nog) onverklaarbaar is. Maar het finale argument dat men toch vindt dat we moet aannemen dat de evolutietheorie waar is, is omdat men in wetenschap niet mag rekenen met God. Veelal gelooft men wel in wonderen zoals het volkomen fris en gezond opstaan van het 3 dagen ontbindende lijk van Lazarus, maar niet dat het zo kan zijn dat God verschillende levensvormen heeft geschapen. Want dan is het geen wetenschap meer. Kennelijk mag men dan wel een geloofsuitspraak doen over een gebeurtenis in het Nieuwe Testament en niet over één uit het Oude Testament. Jezus heeft aangetoond dat Hij leven kan opwekken. Er is voor een christen dan geen rationele of geloofsbelemmering om aan te nemen dat Hij dat ook op een bovennatuurlijke manier in de schepping gedaan heeft. Als christen hoeven we alleen maar aan de zijlijn meewarig toe te kijken hoe sommige wetenschappers (de meesten doen zinniger werk) moeite doen om een natuurlijk ontstaan van complexe biologische structuren aannemelijk te maken. Het lukt nog maar niet om de Schepper buiten spel te zetten. En uiteindelijk zal blijken dat Hij het hele spel bepaalt.

Een heel goede website op dit terrein is evolutionnews.org. Bij Logos instituut en Fundamentum zijn, naast eenvoudige artikelen ook artikelen op niveau te vinden.

Dit artikel is oorspronkelijk voor een studentenvereniging geschreven. Met dank aan de auteur mochten we dit artikel ook hier plaatsen.

Dramatische diversiteit dagvlinders

Jaren is het niet zo’n slecht vlinderjaar geweest! In het voorjaar waren er al opvallend weinig vlinders te zien. Mogelijk door de extreme droogte in de zomer van 2022. Vlinders hebben naast nectarplanten ook planten nodig waarop ze hun eitjes kunnen afzetten en waarvan de rupsen kunnen leven. Veel planten hadden te lijden onder die droogte.

Gelukkig waren er in de warme septemberweken toch nog fladderende schepsels waar te nemen. Ik koester mijn T.T. (tel-tik), want tellen is weten. In september steeds het aantal waargenomen vlinders (geen Witjes) genoteerd. De aantallen vielen mee, de soortenrijkdom (= diversiteit) erg tegen: 129 Dagpauwogen, 9 Atalanta’s, 4 Kolibrievlinders, 3 Distelvlinders, 3 Bonte Zandoogjes, 1 Kleine Vos. Veelal op Buddleja’s, verder op Herfstasters en Atalanta’s (trekvlinder!) vooral op Klimopbloemen.

In Nederland leven meer dan 2000 soorten vlinders, waarvan ruim 50 dagvlinders. Dagvlinders klappen in rust vaak hun vleugels dicht en hebben een ‘knopje’ op het eind van hun voelsprieten. Nachtvlinders houden in rust hun vleugels plat en hebben draadvormige of geveerde antennen.

Op de foto ziet u de dagvlinder Kleine Vos. De aantallen dagvlinders zijn sinds 1890 met minstens 84% afgenomen! Ook de Kleine Vos was vroeger algemeen. Door mij in september slechts één keer gezien! Dit exemplaar is op 7 september gespot in de Blauwe Kamer, een refugium. Het biologenechtpaar van het Spees-refugium heeft de soort ook diverse keren waargenomen. Hoe belangrijk toch die refugium-natuurhoekjes!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Betuwse Eiber, Het GemeenteNieuws 22 (41): 23.

Geduld doet weten

Ik kan niet zeggen dat ik echt een geduldig mens ben. Ik sta dan ook in het veld meermalen verbaasd over mezelf. Geduld gaat niet over wachten, maar over de vaardigheid om een positieve houding te behouden tijdens het wachten, zeker ook tijdens het vogelen! Een toelichting mijnerzijds. Kolganzen broeden vooral op de toendra’s in Noordwest-Rusland en Siberië en overwinteren van begin oktober tot in maart massaal in ons land.

Op 13 oktober nam ik de eerste exemplaren waar in ons Rivierengebied. Weet u wat veel geduld vraagt? Met de verrekijker systematisch speuren naar hals-geringde vogels. In de periode 13 oktober – 7 november heb ik in totaal ongeveer 6000 (!) Kolganzen proberen te bekijken. Een spreuk zegt: Geduld is een schone zaak maar je moet er wel de tijd voor hebben.

Het resultaat: ÉÉN RING! Je vraagt je dan regelmatig af, waar ben ik nou toch mee bezig? Maar die ene ring is wel genieten. De foto toont Kolgans Q74. Op 24 febr. 2016 geringd in Duitsland. Ik geef enkele waarnemingen. Op 11 nov. 2016 gespot te Maurik, 11 nov. 2017 in Saksen-Anhalt en 16 nov. 2018 in Groningen.

Door mij gezien op 9 nov. 2019 bij Lienden, 23 okt. 2020 bij Ingen, op 25 nov. 2022 hier weer, en op 31 okt. 2023 weer bij Lienden. Verder in maart 1x in Polen, en in april/mei twee keer in Estonia (Estland). Ongetwijfeld op weg naar Noord-Siberië. Meer vogelaars voeren ringgegevens in via www.geese.org. Dankzij geduld neemt onze kennis toe!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Betuwse Eiber, Het GemeenteNieuws 22 (46): 5.

De energiecentrale van de cel: ATP-synthase – Een voorbeeld van Intelligent Design

In onze cellen gebeuren wonderlijke dingen. We zien Meesterwerken van micro-engineering. Bijvoorbeeld ATP-synthase, een moleculaire machine die in veel organismen wordt aangetroffen. Het levert de energie voor andere moleculaire machines in de cel. De energiecentrale van de cel. Discovery Institute heeft hier een mooie animatie van gemaakt. Wanneer u de Engelse taal niet machtig bent dan kunt u de Nederlandse ondertiteling aanzetten. Verwonder u over het intelligente ontwerp van onze Schepper!

Evolutiecongres wil Nederland klaarstomen voor (theïstische) evolutie

Het klassieke scheppingsgeloof is voor veel (theïstische) evolutionisten een doorn in het oog. Zeker als deze visie op de werkelijkheid ook nog eens onderwezen wordt op scholen. Hoe trekken we ook deze halsstarrige evolutieweigeraars over de streep? Iedereen zou de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming toch moeten accepteren? Hoe gaan we om met docenten en studenten die de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time niet kunnen accepteren? Dat lijken de vragen op het congres dat volgende week (27-31 augustus 2018) zal plaatsvinden.

Handen ineen

Om dat doel te bereiken hebben theïstisch evolutionisten de handen ineengeslagen. Ze hebben ook hulp ingeroepen van enkele atheïstische sprekers. Op de eerste dag wordt een overzicht gegeven van de evolutie-acceptatie van diverse levensbeschouwelijke stromingen (zoals atheïsme, christendom, jodendom en de islam) in het verleden. De tweede dag wordt de sterkte van de evolutietheorie getoetst. We zien hier slechts een applaus voor de evolutietheorie voorkomen, kritische noten lijken niet te worden doorgegeven. De derde dag probeert men een theïstisch evolutionistische levensbeschouwing te schetsen. De vierde dag is gericht op het onderwijs. Hoe kan ervoor gezorgd worden dat de leerlingen en studenten de filosofie van universele gemeenschappelijke afstamming zullen accepteren? Op de vijfde en laatste dag wordt zelfs geprobeerd om religieus geloof evolutionair te verklaren. Men voelt wel aan dat ze nu tegen de ‘limits of science’ aangelopen zijn. Het laatste uur van deze dag wordt besteed aan het in kaart brengen van de vooruitgang, biologiedocenten toerusten en vervolgplannen smeden.1

Sprekers en onderwerpen

De organisatie ligt in handen van theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink, bekend van het theïstisch evolutionistische boek En de aarde bracht voort2, en bioloog dr. Duur Aanen, bekend van het protest tegen het proefschrift van de in 2013 gepromoveerde Joris van Rossum.3 Op de conferentie komen 27 sprekers aan het woord. Hieronder worden enkele opvallende zaken genoemd en besproken. Op de eerste dag spreekt o.a. dr. Ab Flipse, als wetenschapshistoricus verbonden aan de Vrije Universiteit. Hij zal een historisch perspectief geven op de relatie tussen evolutiebiologie en religieus geloof. Al eerder is opgevallen dat Flipse spreekt van drie golven van ‘creationisme’ in Nederland. Hij zal dat waarschijnlijk ook hier op het congres doen. Dit geeft geen correct beeld van de geschiedenis van het klassieke scheppingsgeloof in Nederland.4 Op de tweede dag spreken diverse theïstische evolutiebiologen. Allen accepteren universele gemeenschappelijke afstamming over deep time. Een van hen doet dat zelfs op nogal clovistische wijze. Als laatste geeft dr. Gijsbert van den Brink een overzicht. Ik hoop dat hij in zijn lezing ook de kritische evolutienoot een plaats geeft. Op de derde dag valt spreker dr. John Walton op. Deze BioLogos-spreker is speciaal vanuit Amerika overgevlogen om zijn visie op de historische Adam te presenteren.5 De spreker is ook bekend vanwege zijn protestactie tegen het tonen van de film Is Genesis history? op de campus.6 Op de derde dag zijn er drie sprekers die opvallen. De eerste spreker is dr. Deborah Haarsma, directeur van BioLogos. BioLogos is een platform voor theïstische evolutie in de VS. Een organisatie met een sterk anti-creationistische agenda. De vierde spreker geeft zijn visie op het evolutieonderwijs op een evangelische middelbare school in Nederland (Teaching Evolution at an Evangelical Secondary School in the Netherlands). Waarom niet naast deze docent ook een creationistisch docent uitgenodigd die spreekt over het scheppingsreferentiekader? De laatste spreker is dr. Héloïse Dufour. Zij spreekt over EVOKE, een project dat de acceptatie van de natuurfilosofie van universele gemeenschappelijke afstamming wil vergroten. Ze sprak in 2017 op een EVOKE-congres en een van haar vragen was hoe onderwijzers en anderen het creationistische verhaal kunnen tegenspreken. Samen met dr. Hans Degens schreef ik al een tijd geleden over dit EVOKE-project.7 Deze dag lijkt te zijn ingericht om de bijzondere scholen voor Basis- en Voorgezet Onderwijs klaar te stomen voor (theïstische) evolutie. Dat zien we ook aan de vragen die gesteld worden aan het einde van de dag. Bij de eerste vraag wordt een vals dilemma opgeworpen van wetenschap vs. geloof. Ook creationisten verdedigen ‘origin theories’, denk maar aan discontinuity systematics of de baranoomtheorie. De volgende vraag is of biologiedocenten (dat is wat anders dan teachers of evolutionary biology, biologie is meer dan evolutie) evolutie als wetenschap dienen te kwalificeren. De volgende twee vragen gaat over de evolutieweigeraars (zowel docenten als studenten) en hoe daar mee om te gaan. Als laatste is de vraag of de evolutietheorie ook niet in de basisschool onderwezen moet worden. Zelf denk ik dat groep 8 geschikt is voor een tweemodellenonderwijs, waarbij enerzijds het scheppings- en anderzijds het evolutieparadigma onderwezen wordt. Dit is het geval in de geweldige methode Wondering the World.8 Op de laatste dag van het congres spreekt dr. Herman Philipse, een van de bekendste atheïsten van Nederland. Het is jammer dat op de sprekerslijst geen enkele creationistische academicus aan het woord wordt gelaten. Sommige sprekers die wel aan het woord worden gelaten, laten een sterk anti-creationistische agenda zien. Is dit congres niet anders dan een strategische zet om (theïstische) evolutie in de scholen en kerken onderwezen te krijgen en het klassieke scheppingsgeloof de deur te wijzen?

Deelnemers

Het congres is volgeboekt. Volgens de deelnemerslijst zijn er 58 deelnemers.9 Onder die deelnemers zijn vooral theïstische evolutionisten. We zien veel namen van Nederlandse theïstische evolutionisten: Duur Aanen, Gijsbert van den Brink, Cees Dekker, Sander van Doorn, Herman van Eck, Ab Flipse, René Fransen, Gerdien de Jong, Everard de Jong, Marnix Medema, Jitse van der Meer, Jeroen de Ridder en René van Woudenberg. Is dit congres niet anders dan een strategische zet om (theïstische) evolutie in de scholen en kerken onderwezen te krijgen en het klassieke scheppingsgeloof de deur te wijzen?

Tenslotte

Het Nederlands Dagblad schreef dat de organisatie het erom gaat óf evolutie en geloof te combineren zijn.10 Vanuit het programma wordt wel duidelijk dat dit geen vraag is, maar als gegeven wordt verondersteld. Een kritische noot op universele gemeenschappelijke afstamming over deep time ontbreekt volledig. Laat staan dat er wetenschappelijke alternatieven als het scheppingsparadigma en/of Intelligent Design aan bod komen. Hoe ver zijn we in de evolutie-acceptatie en welke hordes moeten er nog worden genomen? Dat lijkt de hoofdvraag van dit evolutiecongres. Deze hoofdvraag had beter kunnen luiden: hoe brengen we de scholen en kerken weer terug bij het klassieke scheppingsgeloof en een werkelijkheid die wetenschappelijk beschreven wordt binnen een scheppingsreferentiekader? We moeten ons niet laten leiden door de naturalistische ontstaansmythe van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time, maar door het Levende Woord. Hij was bij het begin aanwezig, door Hem zijn alle dingen gemaakt. Acceptatie van universele gemeenschappelijke afstamming over deep time leidt tot grote theologische problemen en ondermijning van het Schriftgezag. Dat laatste leidt onherroepelijk tot grote twijfel en zelfs kerkverlating.11

Dit artikel werd in 2018 geschreven.

Voetnoten

Betuwse Eiber

Op 18 oktober in Heteren geweest. Op de terugweg naar huis zag ik vanaf de weg Steenkuil twee Ooievaars, een geringde en een ongeringde. Iets westelijker nam ik vanaf de Rijndijk nog twee Ooievaars waar, allebei ongeringd. De geringde vogel digitaal vastgelegd. Op de foto ziet u de Stork met pootring. Op het beeldscherm bleek de vogel in Nederland te zijn geringd (NLA) met de code 2E320.

Insturen van de meldgegevens naar griel@vogeltrekstation leverde heel snel een antwoord op. De vogel is geringd op 25 juni 2013, nestplaats Molenstraat 28, IJzendoorn/Ommeren. Dus een geboren Betuwnaar. Door mij slechts 15 km van de nestplaats af gespot. Verstreken tijd na het ringen: 10 jaar, 3 maanden en 23 dagen. De meeste Ooievaars gaan dood in hun eerste levensjaar. Hoogbejaarde exemplaren kunnen wel ouder dan 30 jaar worden. Nu dan een Betuwnaar van ruim 10 jaar. Uit navraag bij het Vogeltrekstation bleek dat deze IJzendoornse vogel 24 keer buiten de Betuwe is waargenomen. Wel vaak vlak bij de Betuwe, denk aan Oss en Veenendaal. Maar deze vogel is niet wereldvreemd: 1 keer gespot in België en 1 keer in Spanje.

Site Vogelbescherming: ‘Nederlandse Ooievaars volgen vooral de trekroute via Frankrijk en Spanje en maken dan bij Gibraltar de oversteek naar Afrika waar ze doorvliegen tot in Mali.’ Dus heel wel mogelijk dat 2E320 op weg was naar of terugkwam uit Afrika. Edoch, Oost West thuis best. In woorden van deze Betuwse Eiber: Zuid Noord, heerlijk het Betuwe-oord (oord betekent hier gebied)!

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit Het GemeenteNieuws. De volledige bronvermelding luidt: Kooij, H. van der, 2023, Betuwse Eiber, Het GemeenteNieuws 22 (45): 13.

‘The Credibility of Creation’ – Dr. Don Batten gaf in 2013 een lezing aan de Wageningen Universiteit

In mei 2013 gaf de Australische wetenschapper dr. Don Batten een lezing aan de Wageningen University. De titel van zijn lezing was ‘The Credibility of Creation‘. Deze lezing is met dank aan Geloofstoerusting opgenomen en op hun YouTube-kanaal geplaatst. De lezing is hieronder te bekijken, de video is alleen te volgen als u de Engelse taal machtig bent.