Home » Medische ethiek » Een late zwangerschapsafbreking zonder verdoving? – Mr. Diederik van Dijk stelt Kamervragen bij deze (mogelijk onbewuste) barbaarse praktijk

Een late zwangerschapsafbreking zonder verdoving? – Mr. Diederik van Dijk stelt Kamervragen bij deze (mogelijk onbewuste) barbaarse praktijk

De beoordelingscommissie voor late zwangerschapsafbrekingen doet een verontrustende ontdekking. Het is hen opgevallen dat artsen de foetus bij een late zwangerschapsafbreking niet standaard een verdoving toedienen. Dit terwijl het ongeboren kind rond die tijd wel degelijk pijn kunnen ervaren. Mr. Diederik van Dijk (van de SGP) stelt hierover Kamervragen.1

In het persbericht van de SGP over deze kwestie wordt benadrukt dat de SGP vóór elk leven is en daarom tegen abortus. “Maar zolang er nog wel abortussen worden gepleegd, wat uiterst verdrietig is, doe het dan in ieder geval zo pijnloos mogelijk!2 Daarom stelt mr. Diederik van Dijk Kamervragen aan drs. J.Z.C.M. (Judith) Tielen, Staatssecretaris namens de VVD van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Jeugd, Preventie en Sport). De eerste vraag luidt of de staatssecretaris kennis heeft genomen van de bevindingen van de beoordelingscommissie. Hierbij wordt verwezen naar de bijlage bij Kamerstuk 36.800 XVI, nr. 17, p. 13. Van Dijk vraagt vervolgens of de staatssecretaris het ‘ook afschuwelijk’ vindt dat ongeboren kinderen vanaf 24 weken onverdoofd kunnen worden gedood en vraagt of zij exacte cijfers kan delen hoe vaak dit heeft plaatsgevonden. Hij vraagt (Vraag 3) haar mening over de aanbeveling van de beoordelingscommissie ‘dat het zeer wenselijk is om systematische verdoving toe te passen’, maar vraagt zich ook af waarom hierover met geen woord gerept wordt in de Kamerbrief van de staatssecretaris. De Kamerbrief is Kamerstuk 36.800 XVI nr. 17.

Medische richtlijn

Het valt de SGP-er op dat er geen medische richtlijn bestaat ten aanzien van het toedienen van verdoving of pijnbestrijding bij een late zwangerschapsafbreking. Waarom niet? Het Kamerlid vraagt vervolgens of dit in andere landen wel bestaat en of de staatssecretaris ‘druk’ wil uitoefenen ‘op de Nederlandse beroepsgroep om zo’n richtlijn zo spoedig mogelijk op te stellen?’ Het ontbreken van een richtlijn kan nooit een reden zijn om een ongeboren kind pijn te laten lijden. Het ontbreken van zo’n richtlijn doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de arts om zelfstandig een verantwoorde behandelwijze te kiezen? Volgens de commissie was er in dit geval geen sprake van een onzorgvuldigheid. Dat kan ook niet want er bestaat brede wetenschappelijke consensus dat ongeboren kinderen (in ieder geval) vanaf 24 weken zwangerschap pijn ervaren. De SGP-er verwijst daarvoor naar een review van de RCOG.3 Van Dijk vraagt daarover de mening van de staatssecretaris. Welke verplichtingen hebben artsen op grond van het gezondheidsrecht om pijn bij ongeboren kinderen te voorkomen? Welke rol speelt hier het voorzorgsbeginsel van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het kind?

Abortus

Mr. Van Dijk wil weten of de staatssecretaris bekend is met wetenschappers die aangeven dat het ongeboren kind al in een veel vroeger stadium pijn ervaart óf, in de voorzichtige variant, dat pijn vóór 24 weken zwangerschap niet kan worden uitgesloten. Hij verwijst naar een paper in ‘Journal of Medical Ethics’.4 Klopt het dat bij abortus voor 24 weken het toedienen van verdoving niet verplicht is? Hoe is dit te rijmen met het feit dat binnen de foetale chirurgie het wél gebruikelijk om verdoving toe te dienen, in ieder geval bij een zwangerschap vanaf 16 weken? Dit laatste blijkt ook uit een interview door De Volkskrant met gynaecoloog-perinatoloog en foetaal chirurg prof. dr. Monique Haak.5 Is dit ook de standaard richtlijn en heeft deze richtlijn ook betrekking tot chirurgische handelingen bij zwangerschappen vóór 24 weken? Zo niet, dan is dat tegenstrijdig. Van Dijk vraagt hoe de staatssecretaris dit verschil beoordeelt in het licht van het non-discriminatiebeginsel. Het voelen van pijn bij ongeboren kinderen is van morele en ethische betekenis, ook als deze ongeboren kinderen hierop niet zelf kunnen reflecteren. Van Dijk roept op tot een grondige bezinning op ‘het ervaren van pijn bij ongeboren kinderen en het (uit voorzorg) toepassen van verdoving bij zowel abortus als late zwangerschapsafbreking’. Beëindigen van de zwangerschap na 24 weken is ‘in allerlei opzichten dusdanig ingrijpend, dat het eigenlijk in Nederland niet zou moeten voorkomen’. Dat laatste is wellicht wat té stellig: wat als het leven van de moeder dusdanig in gevaar is, dat een bevalling of verder uitdragen van een zwangerschap dodelijk zou zijn? Dán staat leven tegenover leven en kan er (tegen wil en dank) gekozen worden voor abortus. Dat hoeft natuurlijk niet, wellicht zijn er, in deze vergevorderde medische wereld, ook andere (of: betere) keuzes mogelijk.

Voetnoten

  1. De Kamervragen zijn hier na te lezen: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2025Z20260&did=2025D47694.
  2. Bron: https://sgp.nl/actueel/nieuws/commissie-doet-ontstellende-ontdekking-over-onverdoofd-aborteren-sgp-wil-debat.
  3. https://www.rcog.org.uk/media/gdtnncdk/rcog-fetal-awareness-evidence-review-dec-2022.pdf.
  4. https://jme.bmj.com/content/46/1/3.
  5. https://www.volkskrant.nl/wetenschap/deze-hoogleraar-opereert-baby-s-in-de-baarmoeder-en-redt-zo-levens~bd7f5e8c/.