
In deze bijdrage wil ik een wijsgerig-biologisch fundament geven voor de creationistische biologie waarbij ik mij vooral gericht heb op het biologische soortbegrip. Hierbij ga ik uit van de reformatorische wijsbegeerte, die is ontwikkeld door de Nederlandse filosoof dr. Herman Dooyeweerd. Ik tracht duidelijk te maken, dat het onjuist is om soorten te beschouwen als dingen, entiteiten, in de zin van substanties. Uitgaande van de neo-Calvinistische wereldbeschouwing dat God een kosmische orde heeft geschapen van wetten met een onderling kwalitatief verschillende geaardheid, die als ‘Bauplan’, als ontwerp, gelden voor alle entiteiten, en voor haar aan die wetten onderworpen wijzen van zijn in de schepping, is het mogelijk om recht te doen aan de voor-theoretisch ervaren zinverscheidenheid in zinsamenhang die wij in de tijd ervaren. Wat niet mogelijk is op het standpunt van een macro-evolutionistisch uit elkaar kunnen ontstaan van als substanties opgevatte soorten en entiteiten, omdat men dan steeds verstrikt raakt in een regressus ad infinitum. Op dit laatste standpunt is het onmogelijk om over een soortbegrip in de ware zin des woords te spreken.
Mocht de pdfviewer problemen geven dan is deze paper ook hier te downloaden.
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van de website Gereformeerd Conservatief Beraad. Het originele artikel is hier te vinden.