Home » Theologie (Pagina 2)

Categorie archieven: Theologie

‘Geeft my Jesus of ik sterf, Zonder Jesus is geen leven, Maar een eeuwig ziel-verderf’ – Een gedicht van Nicolaes Barensonius (1609-1682)

In de Gereformeerde Gezindte hoor je in preken vaak de woorden van Nicolaes Barensonius doorklinken: “Geef mij Jezus of ik sterf, buiten (of: zonder) Jezus is geen leven maar een eeuwig zielsverderf”. Dat is de taal van het hart (bevinding) en ook naar de Schrift: “Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen” (Johannes 15:5, SV) en “Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!” (Hooglied 5:16, SV). Hieronder hebben we het gedicht uitgewerkt. Dit gedicht is onder andere te vinden in het werk van Johannes van Tricht, ziekenbezoeker in Geertruydenberg. Dit werk verscheen in 1742 te Rotterdam bij Nikolaas en Paulus Topyn en draagt de titel ‘Het Heylig en Zielverrukkend Liefde-werk van den HEERE Jesus Christus En zyn uytverkooren volk. Eenvoudig voorgesteld, en nader aengedrongen, tot Practyk van waare Godtzaligheyt. Over Salomons, Spreuk Cap. VIII : 17’. Het lied wordt eerder gevonden in het boek ‘Dichtkundige Ziele-zangen opgezongen door Philippus van Sorgen en verscheide andere zang-lievers’ uitgegeven door Jacob van Poolsum, boekverkoper te Utrecht. Het laatste boek betreft een aangevulde heruitgave uit ca. 1720 van ‘Aanhangsel, of tweede Deel; van de ‘Dicht-kundige Ziele-zangen, opgesongen door Philippus van Sorgen, en verscheide andere Zangh-Lievers’. Dit boek verscheen in 1688 bij de weduwe van Willem Clerck te Utrecht, zij was boekenverkoopster.

Nicolaes Barensonius was een zeventiende eeuwse predikant uit Goes die verschillende gedichten geschreven heeft. Hij is geboren in 1609. Barensonius (of: Barentzonius) werd in 1637 predikant te Rysoort, in 1642 te Sluis in Vlaardingen en in 1644 te Goes. In 1679 ging hij met emeritaat. De, onder bevindelijk-gereformeerden, bekende ds. Bernardus Smytegelt (1665-1739) heeft, volgens de overlevering, onder deze predikant het catechetisch onderwijs genoten. De predikant overleed in 1682.

NIET dan JESUS

Op de Wijze:

Dichter die de Blinde Wereld.

1

Augustinus gink eens ziften,
En door-tasten in den grond,
Seneca’s vermaarde Schriften,
Daar hy veel geleerdheid vond:
Schoonen Lof van Zede-deugden
Zeden-troost in groot verdriet
Doch ten kond’ hem niet vervreugden
Want hy vondt ‘er Jesus niet.

2

Dat gaf my een groot vermaaken,
En ’t beviel myn ziel zoo zoet,
Dat ik ook in alle zaaken
Zoek of Jesus my ontmoet,
Zonder hem is niet te degen
Maar verdriet dat blyft verdriet:
Zelfs is zegen zonder zegen;
Want men vint ‘er Jesus niet.

3

Is ‘er krankheit, smerten lyden,
Armoed’, honger dorst en pyn,
Oorlog, pest of diere tyden,
Of een innig ziel-gequyn:
Jesus kan den troost-kroes schinken
En verzachten al ’t verdriet,
Anders moet m’ er in verzinken
Want men vint ‘er Jesus niet.

4

Heeft men voorspoet, hooge staten,
Groote eer, en machtig goet:
Och! wat kan dat alles baten,
En wat geeft dat aan ’t gemoet?
Mist men Jesus ondertusschen;
Dorst na meer geeft groot verdriet,
En ten kan geen onlust blusschen;
Want men vint ‘er Jesus niet.

5

Is ‘er spel een dertel lagchen,
Wulpsch getier, en vreugt-geschrey,
Hoort wat van dat Kachelagchen
Eens die wyze Koning zey:
Gy ô lagchen! zyt uitzinnig,
Dulheit, en gy baart verdriet,
Och! het steekt zoo byster vinnig!
Want men vint ‘er Jesus niet.

6

Och! wat is ‘er in de wereld!
Vleesch-lust, oog-lust zotte waan,
Grootschep ragt, verguld, bepeereld,
En dat lacht den dwazen aan:
Weg ô Wereld! laat my rusten,
Al u lust is myn verdriet.
Wat zoud my de wereld lusten?
want men vint ‘er Jesus niet.

7

Schoonheit, sterkheit. frissche leden,
En gezondheids groote schat,
Dat ’s wel ’t beste hier beneden
Dat ooit wereltsch mensch bezat,
Maar is Jesus niet in ’t herte,
Soo en stelpt het geen verdriet,
Maar het laat de ziel in smerten:
Want men vint ‘er Jesus niet.

8

Groote wysheit, hoog-geleerdheit,
Sneeg beleyd in aardsch bedryf,
(Veeltyds wysheit en verkeerdheit)
Och wat heeft dat al om ’t lyf?
Want veel wysheit ziet veel onlust,
Herte-knaging, ziel-verdriet,
Och! die wysheit is vol onrust;
Want men vint ‘er Jesus niet.

9

Is ‘er eerlyk goet vermaken,
Treft het al de middel-maat,
Dat en kan men niet wel laken;
Want ’t is in zich zelfs niet quaat,
Dat kan wel natuur verquikken,
En dat tempert aardsch verdriet,
Maer ’t en stelpt geen ziele schrikken,
Want men vint ‘er Jesus niet.

10

Leyd m’en een deugtsaam burger leven
Matig, eerbaar, heusch en zoet:
Houd men al de weeg-schaal even,
Als een eerlyk Heyden doet:
En men wil zoo ’t heyl bekoomen
Tegen ’t eeuwig helsch verdriet,
Dat zyn zoete toover-droomen;
Maar men vint ‘er Jesus niet.

11

Is ér ook Godsdienstig plegen
Na de wyze van het Land;
En men loopt verkeerde wegen
In een yv’rig mis-verstand:
En men meent zoo ’t heyl te treffen
Tot verlossing van ’t verdriet:
Och! dat is een dwaas beseffen,
Want men vint ‘er Jesus niet.

12

O gy Antichristsche Scharen.
Die zoo wyt van Jesus roemt;
Gy wilt over al vergaren
’T heyl daar ’t niet van daan en komt;
Uyt uw’ werken, bee-vaart missen,
Aflaat vageviers-verdriet,
Ging dat naar u dwaas vergissen,
Soo was Jesus, Jesus niet.

13

En ô gy! Socini benden,
Die Godts Zone smaat aandoet,
(Want gy gaat zyn Godtheit schenden
En de Lof-prys van zyn bloed)
Gy verloochent onzen Heere,
Tot der vromen herts-verdriet;
Want naar u vervloekte leere,
Jesus is in Jesus niet.

14

Zoo men ook tot rechte klaarheit,
Van Godts heymenissen komt,
En men treft alzoo de waarheit,
Dat men valsche Leer verdoemt;
Is m’in Jesus niet geheyligd,
Door zyns lydens zwaar verdriet:
Ook die weg is niet geveyligd,
Want men vint ‘er Jesus niet.

15

Voegt m’er ook den Godsdienst neven,
Na de Zaligmakers Wet,
Komt ‘er by een deugsaam leven,
Na de wereld onbesmet,
Is ‘er Jesus niet van binnen,
’T kan niet troosten in ’t verdriet,
Godt en kan geen schyn-deugt minnen,
Want hy vint ‘er Jesus niet.

16

Meent men ook op God te bouwen,
Op dien onbezweken rotz:
Heeft men al een sterk vertrouwen,
Hel en duyvel tot een trots,
Zonder Jesus komt niet nader,
Of die vuervlam baart verdriet,
Niemant komt tot Godt den Vader,
Komt hy ‘er door Jesus niet.

17

Och! wat is ‘er op der aerden,
Of in ’s Hemels wyt gespan?
Niets en is van zulke waarden,
Dat myn ziel vernoegen kan,
God alleen is boven allen,
Die kan helpen myn verdriet,
Maar ook die zou my ontvallen,
Viel myn Lot op Jesus niet.

18

Heer wat zoud gy my doch geven?
Geeft my Jesus of ik sterf,
Zonder Jesus is geen leven,
Maar een eeuwig ziel-verderf,
Wilt myn ziel aan Jesus voegen,
Dan bespot ik al ’t verdriet,
Jesus is myn ziels vernoegen,
Buyten Jesus wil ik niet.

19

Heere Jesus komt doch nader,
Maakt myn ziel eens onbevreest,
Leert my zeggen Abba, Vader,
Leyd en troost my door uw’ Geest,
Naar u brand myn ziel met lusten,
Daarom voel ik geen verdriet,
Ik wil in myn Jesus rusten,
Buyten Jesus is ‘er niet.

N. BARENSONIUS
PRED:

Op de Geestelyke Mengelstoffen van den Wel Eerw. Godvrugtigen Heere Gerardus van Aalst

OP DE

GEESTELYKE MENGELSTOFFEN

VAN DEN

Wel Eerw. Godvrugtigen HEERE

GERARDUS VAN AALST.

Waardig en Getrouw Leeraar, in de Gemeinte van
J. Christus, te WESTZAANDAM.

Geagte Leeraar, die Uw Mond en Pen met vlyt
Besteedt in s’Heeren dienst, ten spyt van die ’t benyt.
Die leert, vermaant, vertroost, bestiert in regte wegen;
Die ’t kreupele verbindt, die niemant laat verlegen
Zoo als dit Schrift getuigt, waar in op ieder blad
Gezien wordt, dat Gy hebt een ryke wysheids schat;
Ja dat Gy Godvrugt weer met waarheid zaam te paren:
God zegen Uwen dienst in ’t klimmen van Uw jaren.

Gelukkig Westzaandam! dat zig nog steeds verheugd
In eenen Leeraar, die het frisse van zyn jeugd
En gryze jaren tot uw stichting wil besteden,
Op dat Gy met Hem zoudt het regte spoor betreden;
En langs den Zuivren weg en ’t ware deugden pad,
Geraken aan het einde in Zions Hemelstad:
Om daar Jehovahs Lof met Liederen en Psalmen,
Voor Eeuwig, stooreloos, volvrolyk uit te galmen.

H. VIEROOT.

Op de uitgaaf der Geestelyke Mengelstoffen door den Wel Eerwaerden, zeer Geleerden en Godvruchtigen Heere, Gerard van Aalst

OP DE UITGAAF

DER

GEESTELYKE MENGELSTOFFEN,

Over verscheidene gewichtige stukken
der Praktikale Godgeleerdheid,
in twee Delen,

Door den Wel Eerwaerden, zeer Geleerden en Godvruchtigen Heere,

GERARD VAN AALST.

Zeer Geacht en Getrouw Leeraar in de
Gemeinte Gods te WEST-ZAANDAM.

Mynen Hoog Geëerden en Geliefden
Oud-Oom.

Zoo gunt Gy dan aan Neêrlands Kerk
Dit menigmaal begeerde werk,
Een bundelken vervuld met zaken,
Wel van verscheiden soort en aart;
Doch oordeelkundig t’zaam geschaard,
Om dat zy ’t Zielen welzyn raken.

Heer OUDOOM, die Uw schonen tyd
Niet werk – en nutteloos verslyt;
Maar tracht te leren en te stichten:
Die het Talent van Uwen Heer’
Dus aanlegt, om te Zyner eer’
Ons voor te gaan en voor te lichten.

Uw werk toch is van zulk een soort,
Dat kenners heeft alreê bekoord:
My mocht het ook met hun gebeuren
let van dien dierb’ren schat te zien,
Waar van Ge nu een proef komt biên,
Het licht wel dubbel waerd te keuren.

Want het gewicht van deze stof,
Haar nuttigheid, zal U veel lof
By den Godvruchten doen behalen,
Die meermaal door U zyn gesticht;
Daartoe was ook Uw doen gericht;
Daar wilt Gy U graag toe bepalen.

Dat kon Gods Volk voor langen tyd
Getuigen; dat erkent de Nyd,
Die schoon ze op Uwen goeden handel
Steeds vruchteloos een’ laster werpt,
En hare boze tong vaak scherpt:
Gy stichtte altyd door woord en wandel.

Zelfs toen Ge Uw Wederhelft, in deugd
Een voorbeeld, Uwen lust en vreugd,
Verliezen moest, O slag der slagen!
De zwaarste in ’s levens worstel-perk!
Die ook on in het wichtig werk
U niet doen stilstaan of vertragen.

ALETTA, zulk een dierbaar pand!
Aan welke Uw dankb’re mond en hand
Een duurzame Eer-kroon heeft geschonken,
Van U thans in het licht gebracht,
Ten blyke voor het nageslacht.
Hoe zy in Godvrucht heeft geblonken.

Door ééne plaat Uw’ oogen-lust
God toen weg nam;
1 maar niet geblust
Heeft Uwen moed. om Uwe krachten,
Schoon in een hoogen ouderdom,
Zo nut te slyten: Wederom,
Geeft Gy een vrucht van heil gedachten.

Na dat Gy ’t Zinbeeld had beschoud
Van ’t Zaads verscheiden vrucht,2 ontvouwd’
Gy ons het Heil geloof naar ’t leven,
In eigen aart, natuur en kracht: 3 Van Schriften, daar men zo naar tracht,
Hebt Gy dit ook in ’t licht gegeven.

Nu hebt Ge Uw noeste bezigheid
Gesteld, in ’t gene ons opwaarts leidt,
Of toont het wezen van die dingen,
Waar op een Kristens ziel vertrouwt,
En haar geloof en hope bouwt;
Schoon mensch en duivel die bespringen.

De Waarheid U toch dierbaar is,
Die deze volgt, loopt nimmer mis:
Zy zal toch nooit haar kracht verliezen!
Om dat ze in ‘t Woord haar’ grondslag heeft,
Dat voor geen hel noch dwaling beeft:
Roemwaerdig! die haar voetspoor kiezen.

Hier op vest Gy in dit geschrift,
In ’t welk Ge waar – van valsheid schift,
De zuivere en Hervormde merken,
Van Roepinge en Genade-Staat:
Den vromen Gy dan sporen gaat,
Hun zaligheid toch uit te werken.

Naar de eeuwige Euangelie-Wet,
Die Jesus zelf heeft ingezet,
En door Zyn’ Geeft in ’t volk wil planten,
Dan Hy met Zyn genade-kracht
Van verre heeft naby gebracht,
Door middel van Zyn heil-gezanten.

Gy toont, dat dezen, een’ die roept,
En Kristus Heer en Meester noemt,
Steeds tot bekeering moeten wekken,
En leren: Die Gods wille doet,4 Is in des Vaders ogen goed
En kan te zyner eere strekken;

Wen hy zyn’ toevlucht tot het bloed
Des Lams, met een beklemd gemoed,
In waar Geloove heeft genomen:
Dat hem voor God rechtvaerdig maakt,5 Wanneer ’t Jesus liefde blaakt,
Uit wien alleen zyn heil moet komen.

’t Gemoed, dat zo gereinigd is,
Leert Gy, dat tot des Heeren disch,
Naar zyn bevel, alleen mag komen;
Geen dienaars keur de ziel behoeft:
Die hier zichzelf maar wel beproeft,6 Wordt van den Gast-heer aangenomen.

Ja Gy ons hier met nadruk leert:
Hoe me in Gods huis met vrucht verkeert,
Daar alles eerlyk en met orden
Geschieden
,7 en Eenvoudigheid,
Vereenigd met Voorzichtigheid,
In leer en daad betoond moet worden.8

Wie dankt U voor dit kleinood niet?
Daar U geen moeilykheid verdriet,
Als Gy maar vruchten moogt erlangen:
Kunt Gy het niet door spreken doen;
In d’Ouderdom noch vet en groen,
Wenscht Gy ze door uw schrift te ontvangen

Wordt uw doorwrochte werk bespot,
Van dwaal-geest, of der bozen rot;
Geen nood! Hun, die in ’t aklig donker
Beschimpen dat rechtzinnig is,
Verstrekt het licht tot duisternis:
Zy schrikken voor het Zon-geflonker.

’t Zy U genoeg, (elk weet Ge houdt
Het daar ook voor) het geestlyk zout
En kostlyk zoet van Uw betrachting
Bestraald wordt door den Heer der Kerk’:
Terwyl by vromen ’t nuttig werk,
En by den wyzen blyft in achting.

Heb dank dan, Oom! voor deze blaân
In onzen tyd zo nuttig aan
Een ieder, die het geestlyk leven,
Houdt in een heilige waardy:
Wie kent dat inniger dan Gy?
In ‘t Praktikale zo bedreven!

Gy zyt beroemd voor zo een’ Man,
Die ’t beste, daar van schryven kan,
Om dat Hy ’t zelf heeft ondervonden,
En zo veel proeven doorgestaan:
Een, niet bezet met yd’len waan,
Kan zulke zaken recht doorgronden
.

Wy bidden: Ga met schrijven voort,
Dan worde ‘er noch al meer gehoord:
VAN AALST IS IN GODS KERK EEN VADER,
Ai! schenk veel uit dien ryken schat,
Die ’t eenzaam Kabinet bevat,
Gevloeid uit Uw geopende ader.

God geve aan ieder, die dit leest,
Te lezen met bedaarden geest,
Hy neme weg al het vooroordeel,
En gunne door Zyn Geestes licht,
In dit zo duister tyd-gewricht,
Uw pen veel nut te doen en voordeel!

Hy doe de Waarheid en de Vreê
Altyd gepaard gaan, is ons beê.
Leef lang, Gezond, en in Geloven;
Tot dat Ge aanschouwt in heerlykheid,
Aan trouwe dienaars toebereid,
Gods aangezicht volmaakt hier boven.

LEONARDUS VAN MEERTEN,

S. S. Theol. Stud.

Utrecht,
Den 29 van Wynmaand,
des Jaars 1753.

Voetnoten

Op de uitgave der Leerzame en Stichtelyke Bedenkingen van den Wel Eerwaarden, en Geleerden Heere, Gerardus van Aalst

OP DE UITGAVE

DER
LEERZAME EN STICHTELYKE BEDENKINGEN

Van den Wel Eerwaarden, en Geleerden
Heere,

GERARDUS VAN AALST

Mynen Hooggeagten Amptgenoot

VAN AALST, Gewoon Godts Kerk met Mondt en Pen te stichten,
En Haar op s’Leevens weg ten klaarste voor te ligten,
Vertoont ons wederom de vrugten van zyn Geest,
Geboekstaavt na het Woord, dien juist gevormden leest
Van Zeeden en Geloov. Hoe klimmen met de Jaaren
s’ Mans onvermoeide vlydt en Oordeel in ’t vergâeren
Van zulk’ een Letterschat, waarby verschydenheydt
Der Stof den Lees lust wekt, en ’t ryn gemoedt opleydt
Tot Godt, zyn Zoon, zyn Geest, en dierb’re zegeningen,
Des Menschen hoogste Goedt in vlugge wentelingen
Van ’t veege Leeven. Daar gaat nu myn Geest te gast
Op Hemel Lekkerney! het aardtsche wordt een last
Voor hem, die van Godt zelv na Booven wordt getogen!
Heb dank, Eerwaarde Heer! blyv lang de Lust der oogen
’t Vermaak, de Kroon, ’t Cieraad van ’t Westzaendamsche
Een Pielaar voor de Kerk! Begaafde Bybel-Tolk (Volk,
Schryv meer, tot dat g’Uw Ziel met weldoen wedergeeven
Zult aan den Grooten Heer, die aan U ’t lieve Leeven
Zo mildt geschonken heeft, en opstaand’ in uw lot,
Een vollen Zegenpraal geniet by Onsen Godt!

LUCAS CONYNENBERG,

Predikant te Zaandam aan de Oostzyde.

Op de Geestelyke Mengelstoffen door den Wel Eerw. Heere Gerardus van Aalst

OP DE

GEESTELYKE MENGELSTOFFEN

Door den Wel Eerw: HEERE

GERARDUS VAN AALST

Veel geagt Leeraar in de Gemeinte van J.C.
TE WESTZAANDAM.

Die zuivre waarheit mint, en ‘teffens is gezet
Op regte Godsvrugt, die den naasten tragt te stigten,
En door heur schone glants ten goede voor te lichten,
Terwyl ze in alles zig gedraagt naar ’s Heeren Wet:

Die als ’t een Christen past, op zyne gangen let,
In Geest en waarheid tragt den Godsdienst te verrigten,
En alzints te voldoen aan alle Christen pligten;
Vint in dit Mengelwerk dit voorgestelt in ’t net.

Daar leert VAN AALST het waar’ van ’t valsche te onderscheiden,
Daar toont hy duid’lyk aan, wat klippen men moet meiden,
Om regt door zee te gaan naar ’t Hemelsch Vaderlant.

Vint imant twyffel, of hy Werken moet dan wagten;
Wat in den heil’gen dienst een Leeraar moet betragten:
D’Eerwaarde Schryver leidt hem hier als by de hant.

T. VIEROOT,
Predikant te Wormer.

Voorreden Aan den Waarheid-Lievenden en Godtvrugtigen Lezer

VOORREDEN

Aan den

WAARHEID-LIEVENDEN

En

GODTVRUGTIGEN

LEZER.

Ik dele U tegenwoordig mede, een klein Bundelken Verhandelingen, van verscheiden aart ende natuur, doch meest de Praktyk der Godzaligheid rakende; waarom ik het ook uitgeve onder den Tytel, van Geestelyke Mengelstoffen.

Ik ben tot het t’zamenstellen van dezelve gekomen, door dien het den Vrymagtigen God behaagt heeft, my, door myne hoge jaren, (die het getal van LXXV al te boven geklommen zyn) ook door myne daar uit veroorzaakte lichaams-zwakheid, en inzonderheid door myne laatste krankheid, buiten-staat te stellen, om het werk der bedieninge, in myne Waarde Gemeinte volkomen te kunnen waarnemen: Moetende my vergenoegen, met nu en dan eens een enkelde reis te prediken. Echter behaagt het den goeden God, de vermogens, ’t zy veel of weinig, die Zyne Hand door vrye genade in my heeft believen te leggen, niet geheel en al weg te nemen, maar noch voor het grootste gedeelte in my te bewaren. Dit heeft my dikwils tot verwondering gestrekt, en my opgewekt, om met een verlevendigt hert, Gods weg omtrent my in dezen, met Dankbaarheid te aanbidden. Ook is het my wel eens zoo voorgekomen, dat de Heere niet te vergeefsch zoo met my handelt, maar zyne heilige eindens daar in voor heeft; waarom ik my verplicht achte, om dat ééne Talentje, dat in my noch overig mochte zyn, niet in de aarde te begraven, maar op woeker te moeten stellen. Daar kwam by, dat het my niet natuurlyk is, ledig en buiten eenig gezet werk te zyn, en de Heere in my noch heeft overgelaten, een zucht om te stichten, en ik, zo lang ik adem kan halen, ware het mogelyk, eenig nut wensche te doen: kan ik zoo niet meer met de tonge, ik trachte dat met de penne te bereiken.

Wat de keur van Stoffen belangt: Grote Werken uit te geven, (die ik zommigen wel geschetst hebbe) durve ik niet ondernemen, om dat ik my niet in staat bevinde, om zoo veel te schryven, en het dus boven myn vermogen zyn zoude, dezelve ter uitvoer te brengen. Ook wil ik dit gaerne aan grootere verstanden als het myne overlaten. Over de Waarheden, of de Praktyk der Godzaligheid in ’t gemeen, te handelen, dat is onnodig, dewyl wakkere Mannen dat al voor my gedaan hebben, en wel zoo, dat ik daar in volkomen kan berusten. Predikaatsien uit te geven, (het welk my van veelen dikwils verzocht is) heb ik niet toe kunnen komen, want daar is de gehele Waereld mede vervuld, en veelen zyn veel beter, dan ik aan ’t licht kan brengen: Ook wilde ik liefst in myne gedachten onbepaald zyn, en daarom ben ik maer op eenige byzonderheden gevallen, die my toeschenen, wel eenige overdenkinge waardig te zyn. Zommige zyn stukken, die al over veele jaren de stoffe van myne overweginge geweest zyn, als de Eerste en Tweede, en noch eenige andere Verhandelingen. Daar zyn ook dingen onder, over welken ik, wat het wezentlyke belangt, wel eens gepredikt hebbe; tot anderen wederom hebbe ik aanleiding gekregen, door voorkomende zaken of gelegenheden. De meeste zyn stoffen, die my zeer wezentlyk voorkwamen, en nodig om in deze verwarde dagen eens naauwkeurig nagegaan en ingezien te worden. De reden, waarom ‘er weinig order of verband in de schiking der Verhandelingen is, en ‘er wel eens dingen, die betrekking op elkanderen hebben, verre van den anderen staan, is, om dat ik niet wist, als ik het eene schreef, dat ik in ’t vervolg het andere behandelen zoude, en daarom geve ik ze ook uit onder den Tytel van Mengelstoffen.

Het oogmerk en de manier van myn schryven betreffende: Ik betuige niemand in ’t byzonder bedoelt, of in ’t oge gehadt te hebben: Myn grootste doeleinde in alles, is de zuivere Waarheid en rechtzinnige Praktyk voor te staan en te bewaren, volgens het Heilige Woord van God, daar ik met myn gansche hert aan verkleeft ben. Zoo ik in deze of gene dingen van anderen mochte verschillen, ik zoeke zedig myne gedachten te zeggen, en die naar myn licht te bewyzen, zonder dat ik voor heb, iemand te benadelen; Ik ben toch altyd een vyand van alle twistschriften geweest, inzonderheid nu in myne hoge jaren; myn toeleg is maar, te stichten en nuttig te zyn. Wat myn schryfstyl aangaat, die is in dit en in myne andere Traktaatjes zeer gebrekkig, en verre van de vereischte netheid, en zo maar als die uit de pen valt, ik bedoele daer in alleen klaarheid en eenvoudigheid.

Zoo iemand my verwaerdigt, dit Werkje te lezen, ik bidde hem, dat hy alle vooroordelen aflegge, en bedaart lette op de zaken die daarin voorkomen, en op de bewyzen, met welken die gestaaft worden. Misschien zal U hier en daar wel iets voorkomen, dat Gy of by anderen niet gevonden hebt, of het zelve lezende niet hebt opgemerkt als zoo gewichtig, en kwam U het een of ander wat duister en verward voor; ik heb het hier wat klaarder en onderscheidener, na myn vermogen, zoeken voor te stellen, om dat het dingen zyn wel overwegenswaardig, zeer nuttig, en zoo nodig ter zaligheid. En zoude het wel onmogelyk wezen, dat iemand door dit kleine en eenvoudige Schriftje eens licht kreeg in deze of gene zaken, en tot andere gedachten gebracht wierd, dan hy te voren hadde.

Zoo by aldien dit Werkje eenig warachtig nut in dezen of genen mogte doen, ik zoude my verblyden, en God alleen daar van de eere geven. Indien ik dat geluk niet zal mogen genieten, ik zal my zoeken te vergenoegen met het nut, dat ik daar van voor my zelven, onder het opstellen gehadt hebbe, en met het goede einde, dat ik ‘er mede voor had: En voorts de zaak in des Heeren hand tragten over te geven. Oordeelt iemand dat ik hier of daar waarlyk eenige misvatting gehadt hebbe, dat zoude my zeer leet zyn; maar denkt, dat ik een mensch men, en niet meer de belofte van eene onfeilbare leidinge des Heiligen Geestes hebbe, als andere menschen. Doch weegt en wikt toch de redenen wel, die ik opgeve, en ziet eens of de bewyzen van anderen dezelven kunnen overtreffen, dat wel zouw kunnen wezen; maar is het anders, bukt toch voor de Waarheid, wanneer die U te sterk mogte worden.

Ondertusschen is myn hertelyke wensch en bede, dat het den Heere behage, U te zegenen met alle wezentlyke zegeningen; dit Werkje met zyn licht te achtervolgen tot heil van veele Zielen, en tot te rechtbrenging van dwalenden in het midden onzer. Hy doe in zyne Kerke Waarheid en Vrede onafscheidbaar gepaart gaan tot onderlinge liefde en stichtinge. En brenge ons eens over in een plaats, daar wy geen onderwys van dergelyke Schriften nodig zullen hebben; maar daar wy zullen kennen, gelyk ook wy gekent zyn. Amen.

Dit is Waarheid-lievende en Godtvruchtige Lezer! de hertgrondige wensch van Uw Dienstvaardgen Dienaar in Christus,

GERARDUS VAN AALST.

West Zaandam

Den 3. November 1753
P.S.: De Drukker my onderregtende, dat dit Werkje ruym dik genoeg zoude zyn, om het zelve in eenen Band te zamen te brengen (dat my geweldig ontschoot) ben ik geresolveert, om het in twee Deeltjes uyttegeven, waar van het eene nu het licht ziet, ende het andere dat reets onder de Pers is, in ’t kort staet te volgen.

Gerardus van Aalst – Geestelyke Mengelstoffen – Inhoudsopgave

In 1754 verscheen bij Hendrik Vieroot te Amsterdam de twee delen van ‘Geestelyke Mengelstoffen; ofte Godvrugtige Bedenkingen Over eenige Gewichtige Waarheden. Voornamentlyk de Praktyk der Godtzaligheid betreffende, Ende nuttig om in onze Dagen overwogen te worden, ter vastelling van de Leere der Waarheid, die na de Godtzaligheid is, ende tot bestier van swakke Godtzaligen’. Het werd geschreven door ds. Gerardus van Aalst (1678-1759). Gerardus was getrouwd met Aletta van Meerten (1666-1744) en samen kregen zij drie kinderen, waarvan er twee jong zijn overleden.1 Ter nagedachtenis van deze predikant wil ik de komende tijd, als de Heere het leven en de gezondheid geeft, zijn werk transcriberen en op deze website plaatsen. Tot eer van onze Schepper en tot heil van de naaste. Daarom volgt hieronder de letterlijke inhoudsopgave, met achter elk hoofdstuk de doorverwijzing.2

Inhoudsopgave deel 1


Voorreden Aan den Waarheid-Lievenden en Godtvrugtigen Lezer.
Op de Geestelyke Mengelstoffen door den Wel Eerw. Heere Gerardus van Aalst.
Op de uitgave der Leerzame en Stichtelyke Bedenkingen van den Wel Eerwaarden, en Geleerden Heere, Gerardus van Aalst.
Op de uitgaaf der Geestelyke Mengelstoffen, Over verscheidene gewichtige stukken der Praktikale Godgeleerdheid, in twee Delen, Door den Wel Eerwaerden, zeer Geleerden en Godvruchtigen Heere, Gerard van Aalst.
Op de Geestelyke Mengelstoffen van den Wel Eerw. Godvrugtigen Heere Gerardus van Aalst.

Inhoudsopgave deel 2

42 Gedagtenis Predikatie over des Autheurs Huisvrouw Aletta van Meerten, uit Ezech. 24 : 16.

Voetnoten

Gedachtenispredikatie van ds. Gerardus van Aalst (1678-1759) naar aanleiding van het overlijden van zijn vrouw Aletta van Meerten (1666-1744)

De Westzijderkerk (of: Bullekerk) te Zaandam. De naam Bullekerk herinnert aan een voorval uit 1647 met een dolle stier. Deze stier heeft door zijn dolle gedrag een boer en een boerin gedood. Die werden begraven in de kerk. Het verhaal gaat dat de boerin zwanger was en dat haar kind op wonderbaarlijke wijze alsnog is geboren. In deze kerk heeft ds. Gerardus van Aalst (1678-1759) hoogstwaarschijnlijk de onderstaande preek uitgesproken. Bron: Wikipedia.

Op 23 december 1744 overleed Aletta van Meerten (1666-1744). Zij was de vrouw van ds. Gerardus van Aalst (1678-1759). Ter nagedachtenis aan haar overlijden hield hij een ‘GedagtenisPredicatie’ over Ezechiël 24:16. Deze is ons nagelaten in het boek ‘Geestelyke Mengelstoffen ofte Godvrugtige Bedenkingen Over eenige Gewigtige Waarheden. Voornamentlyk de Praktyk der Godtzaligheid betreffende, Ende nuttig om in onze Dagen overwogen te worden, ter vastelling van de Leere der Waarheid, die na de Godtzaligheid is, ende tot bestier van swakke Godtzaligen.’ Hieronder volgt de letterlijke transcriptie van de preek.1

PREDICATIE,

Gedaen by gelegenheid van het smertelyk overlyden van myn waerde, geliefde ende dierbare Egtgenoot.

ALETTA VAN MEERTEN.

In den Heere ontslapen den 23 December 1744.

Tekst, Ezechiel 24 : 16. Menschen kind, ziet, ik zal den lust uwer oogen van u wegnemen door eene plage:

Het zyn opmerkelyke woorden die wy vinden / 1 Pet. 4 : 17. Want het is de tyd, dat het oordeel begint van het Huis Godts: ende indien het eerst van ons [ begint] welk zal het einde zyn der gener die den Evangelium Godts ongehoorzaem zyn? De Godt van den hemel / die brengt dikwils zware oordelen / over Landen / Volkeren ende koninkryken / ja wel eens over de geheele wereld / ziet dit in de Zondvloed / ende Ondergang van Sodom en Gomorra. Die oordeelen Godts beginnen meesten tyd van de Godtlooze ende onbekeerde. Wat heeft de Godt van den Hemel / niet al Landen / Steden ende Volkeren te ondergebragt / eer dat hy hun eigen Volk door zijne oordelen quam aen te tasten. Dat doet de alwyze Godt / om zyn Volk door die erempelen te leeren ende te waerschouwen / ziet 1 Cor. 10 : 6. Ende deze dingen zyn geschied ons tot voorbeelden, op dat wy geen lust tot het quaed zouden hebben. Maer het was doen de tyd dat het oordeel beginnen zoude / van het Huis Godts / van Godts eige Volk. Dat geschied wel eens meer / Godt draegt dikwils veel in hun Kinderen ende Volk / dat hy geen zonde ziet in Jacob ende geen overtredinge in Israël, Num. 23. Maer als het al te hoog gaet / ende te lange duurt / dan brengt hy ook wel eens syn oordeelen over haer / ende begint wel eerst van haer. Wat heeft Godt al oordeelen over syn Volk Israël gebragt in de Woestyne / eer dat hij de Canäaniten verdelgde. Dat doet Godt / om te tonen dat hy een Heilig Godt is / dat hy de zonde zelfs in syn Kinderen niet kan verdragen / ja in haer minder als in anderen / Hy is dog te rein van oogen, om het quaed te konnen zien, hy kan de quellinge des geestes niet aenschouwen, Hab. 1:13. Godt is geen Godt die lust heeft in godloosheid, de boze kan by hem niet verkeren, Psalm 5 : 5. Als ook om onbekeerde daer door af te schrikken van zondigen / ende haer te doen zien / dat soo Godt dat doet aen syn lieve kinderen / wat sy dan te wagten hebben / zoo dat geschied aen het groene hout, wat zal aen het dorre geschieden, Luc. 23 : 33. Ja de oordeelen Godts beginnen wel eens van een enkelde Godtzalige / ende gaen daer van daen over tot anderen. Wanneer de Heere de Stad van Jerusalem zoude vergelgen door de Babeloniers / begint dat oordeel eerst van de dood van den Godtvruchtigen Koning Josia. Ja / van den Godtzaligen Propheet Ezechiel / ofte van syn Huisvrouw / ziet dit in de afgelezene textwoorden.

Jerusalems verderf dat wordt in ons textcapittel voorspelt / maer dat oordeel zoude beginnen van ’t huis van Ezechiel. Menschen kind, ziet, ik zal de lust uwer oogen van u wegnemen door eene plage.

In ’t beginsel van ons Textcapittel / wordt ons aengetekent / het nette jaer / de nette maend / ende den netten dag / dat Jerusalem zoude belegert worden van de Babyloniers / ziet vers 1 / 2. Daer op wordt aengetoont / de vreezelyke verwoestinge van de Stad van Jerusalem / ende den Tempel / ende van het gansche Volk / door de gelykenisse van eenen ziedende pot, ziet van vers 2 tot 15. Daer op krygt de Propheet wederom een nieuwe openbaringe / vers 15. Ende den inhoud van die openbaringe hebben wy in onzen Text / ende daer in wordt getoont / hoe dat dat vreezelyke oordeel beginnen zoude van syn huis: Menschen kind, ziet, ik zal den lust uwer oogen van u wegnemen door eene plage.

Laten wy eens agt geven op deze twee voorname zaken. Namentlyk: 1. Op de aenkondiginge van het droevige oordeel / dat Godt over het huis van den Propheet brengen zoude. Menschen kind, ziet, ik zal den lust uwer oogen van u wegnemen door eene plage. 2. Zullen wy onderzoeken / wat einde ende oogmerk Godt daer mede hadde.

Het eerste deel / daer in ontmoet ons 1. De Persoon die dat oordeel aenkondigt. 2. Aen wien. 3. Ende dan / het oordeel zelfs.

א: De persoon die dat oordeel aan den Propheet aenkondigt / wordt gemelt in ’t vorige vers / dat was de HEERE. α: De Jehova. β: De ware Godt van Israël / by tegenstellinge van de Afgoden. γ: Dat zet vry wat gewigt aen de zaek by. a: Het was geen mensch die hem dat aenkondigde / daer op is altijd geen staet te maken / Psalm 116. Alle menschen zyn leugenaers. b: Het was geen andere Propheet die hem dat uit Godts last aenzeide / want daer door kan men ook ongelukkig misleid worden / gelyk blykt uit de Propheet / 1 Kon. 13 : 18 / 24. c: Maer het was Godt zelfs die hem dat openbaerde. d: Niet alleen / maer die komt hier voor als de Jehova / als de onveranderlyke / als die Godt / die wordt dat hy is / niet alleen in syne belofte / maer ook in syne bedreiginge. Als die Godt die ook was de Algenoegzame / ende magtig was / om al syn gebrek rykelyk te konnen vervullen / ende syn breuke wederom te genezen.

ב: Maer laten wy zien de persoon aen wien dat oordeel aengekondigt wordt / vers 15. Des Heeren woord geschiede tot my, ende in den Tekst: Menschen kind.

α: ’t Is buiten allen twyfel niemant anders als de Propheet Ezechiel: De Propheet Ezechiel / was a: een van de gevangelyk weggevoerde na Babel / die met de eerste gevangelyke wegvoeringe mede na Babel was weggevoert. b: Hy heeft aldaer onder het Joodsche Volk gepropheteert / dewyl de Propheet Jeremia nog gepropheteert heeft in het Joodsche Land / ende onder het Joodsche Volk. c: Hy was een zeer groot Propheet / die groote ende wonderlyke openbaringen van Godt ontfangen hadde / ende die zeer groote ende wonderlyke dingen voorzeit heeft. d: Doch veele van syne propheten zyn vry wat duister / gelyk dit alles in syn Boek te zien is.

β: Die spreekt Jehova Godt hier aen met de benaminge, van Menschen kind.

בן אדם :a in de grondtael zegt zoveel / als een kind ofte zoon van Adam / een kind ofte zoon van een mensch / een menschen kind / een kind ofte zoon van zoo een die uit de aerde is.

b: Dat is een benaminge: 1. Die aen alle menschen past / Adam alleen uitgezondert / want alle menschen buiten hem / zyn altemael menschen kinderen. 2. Die benaminge is in staet om met eenen aen te wyzen: I. Syn oorsprong / namel. uit de aerde, uit het stof / ziet Gen. 2 : 7. 1 Cor. 15 : 47 / 48. II. Syn geringheid; daer is niet slegter ende geringer als het stof / nu daer uit zyn sy / daer uit bestaen sy / daer toe zullen sy wederkeeren / Gen. 2 : 7. ende Eccles. 12 : 7. III. Syne broosheid ende bouwvalligheid / Job. 4. Sy bewoonen leme hutten, welker grondslag in het stof is. Psalm 9 : 21. Doet de Heidenen weten dat se menschen zyn. IV. Syne kleine waerde; wat is er kleinder van waerde als het stof / ziet Psalm 8 : 5. Wat is den mensche dat gy syner gedenkt. Jes. 40 : 15. Alle volkeren te zamen genomen, zyn als een drupken aen den emmer, ende als een stofken aen de weegschael.

c: Echter wordt deze benaminge van Menschen kind, inzonderheid aen drie personen gegeven / namelyk: 1. Aen den Messias / den Zoone des menschen, Psalm 8 : 5. Ende oneindige reizen in de Schriften van de Evangelisten. 2. Aen Daniël / die met die benaminge ook benoemt wordt / Daniel 8 : 17. 3. Maer boven al / wordt veel / ende byna voornaems / met die naem benoemt / onze Propheet Ezechiel / die misschien tagtig ofte negentig malen met die naem benoemt wordt / ende daer mede van Godt wordt aengesproken. Ende waerom juist deze Propheet telkens ende boven anderen zoo benoemt daer toe zal de alwyze Godt wel ter degen sijne reden gehadt hebben. /: Ende welke reden anders als om hem klein ende nedrig te houden, I. Hy was een groot Propheet / genoot groote / wonderlyke / Goddelyke openbaringen / verkeerde familiair met de Engelen / ja met Godt zelfs. II De Propheet scheen daer door verheven te wezen boven den rang der menschen. III. Ezechiel was een mensch / die nog hadde een zondig ende verdorven hert / dat zoude zig heel ligtelyk hebben komen verheffen / door de uitnementheid van de Goddelyke openbaringen / vergelyk Paulus 2 Cor. 12. IV. Daerom spreekt Godt hem telkens met die benaminge aen / om hem telkens onder het oog te brengen dat hy een mensche was; Ja dat hy was een nietig mensch / een mensch uit de aerde / een hand vol stof. //: Ja: waerom zoude de Godt van den Hemel / hem daer door syne nietigheid niet onder het oog brengen / om hem te leren dog niet te murmereren tegen den Heere / wanneer de Heere hem dat droevige oordeel zoude onder het oog brengen / dat over syn huis komen zoude. Hy moeste daer uit zien / dat het hem / die maer een hand vol stof was / niet paste / daer over met den Heere / den Godt van Hemel ende aerde te twisten. Maer hem doen zeggen / Hy is de Heere, hy doe wat goed is in syne oogen, 1 Sam. 3 : 18. Zie daer de persoon / aen wien dat oordeel aengekondigt wordt.

ג: Maer laten wy het oordeel / dat Ezechiel aengekondigt wordt / zelfs beschouwen. Ziet ik zal de lust uwer oogen van u wegnemen door eene plage. In de aenkondiging van dat oordeel / begint Jehova Godt:

α: Met het woordeken Ziet: a: Dit woordje als dat ergens voor gaet / is een teken dat er groote ende gewigtige zaken volgen zullen / dat er ongewoone ende zeldzame zaken volgen zullen. Het is een woord van opmerkinge / ja een woord van verwondering. b: Ende zeker zoo een woordje paste hier wel. De zaek die volgen zoude / zoude 1. groot ende gewigtig zyn / ende dat wel voor de Propheet / voor syn Huisvrouw / ende in opzigt van syne betekenisse voor het gansche Volk van Israël. 2. Het zoude een zaek zyn / die zeer ongewoon ende zeldzaem zijn zoude. 3. Het zoude een zaek zyn / die wel ter degen syne aendagt ende opmerkinge verdiende / ende dat wel als men aenmerkten: De zaek zelfs die geschieden zoude / aen wien die geschieden zoude / de wyze op welke die geschieden zoude / de betekenisse die die geschiedenisse hebben zoude. 4. Het zoude een zaek zijn van de uiterste verwondering. Daer in zoude klaer gezien worden / dat hier in was de hand ende de vinger Godts / Godts soevereiniteit / dat hy met het heir des Hemels, ende met de inwoonders der aarde, doet zoo als het hem behaegt, dat er niemand is die syne hand kan afslaen, ende zeggen waerom doet gy alzoo, Daniel 4. Godts Almagt / dat alles ende alle schepsel in syne hand is. Syne voorwetenschap / dat hy alles weet wat er gebeuren zoude. Syne wonderlyke ende aenbiddelyke handelinge met syne liefste kinderen. Syne onnaspeurlyke wysheid / ende dat syne gedagten niet zyn als onze gedagten, Jes. 55.

β: Maer de Heere toont aen wie dat dit oordeel treffen zoude / ende in wat persoon hy den Propheet bedroeven zoude. Het zou wezen: De lust syner oogen.

a: ’t Grondwoord zegt zoo veel als belust / het vermaek / plaisier ende genoegen schept.

b: Het is buiten tegenspraek / dat daer door moet verstaan worden / de Huisvrouw / de Egtgenoot van den Propheet. Dat is niet alleen wel af te nemen uit de benaminge / die hier aen haer gegeven wordt / maer dat blykt klaer ende duidelyk uit het 18 vers / daer getoont wordt / dat dat oordeel / dat hier voorzeit wordt / haer trof.

c: Daer syn zeer veele dingen / die een Vrouw beminnelyk maken / ende aengenaem doen zyn / in het ooge van haren man. Ende wel: 1. In ’t gemeen: I Om dat sy geschapen is voor den man / 1 Cor. 11 : 9. II Tot syne hulpe als tegen hem over / Gen. 2 : 18. III. Om dat sy een gave ende geschenk is van den Heere / Spreuk. 19 : 14. IV. Om dat sy op de naeuwste wyze met den man vereenigt is / een vleesch met hem Gen. 2 : 24. Matth. 19 : 5. V. Om dat sy is de eere ende de heerlykheid des mans / ende syn beeld draegt / 1 Cor. 11 : 7. VI. Om dat sy is een krone hares Heeren / Spreuk. 12 : 4. VII Om dat sy is den opbouw van syn huis / Ruth 4 : 11. VIII. Om dat sy is de boesemvriendinne ende het vertrouwen hares mans / Spreuk. 31 : 11. IX Omdat sy is de Huisvrouw van syne jeugd / ende syne medegezellinne in alle syne staten ende ontmoetingen / Spreuk. 5 : 18. Mat. 2 : 15. X. Om dat sy in de vereeniging met haer man / een afbeeldinge is van de vereeniging van Christus met syn Kerk / ziet Eph. 5 : 31. XI. Om dat sy een mede-erfgenaem der genade ende des levens is / 1 Petr. 3 : 7. 2 Nog nader / zommige maken haer aengenaem / ende beminnelyk by hare mannen / ende syn de lust van hare oogen / door hare groote gaven ende verhevene hoedanigheden die sy bezitten. I. Zommige door hare schoonheid des lighaems; zoo waren de Dochteren Jobs daer van beroemt / zoo eene Rachel ende anderen.. II. Zommige door hare wysheid als Abigaïl. III. Andere door hare vriendelykheid ende hertminnentheid / Dat is een lieflyke Huisvrouw. IV. Wederom anderen door hare bevalligheid in zeden / en door hare bescheidenheid. V. Wederom anderen door hare bequaemheid / om een huis wel te verzorgen / ende wel te regeeren. VI. Wederom anderen / om dat sy zich wonderlyk wel weten te schikken na het humeur van hare mannen / ende haer van de zelve verstandig laten lyden / En 3. Maer boven alles / is een Godtzalige Vrouw / de lust van de oogen van een Godtvrugtig man. I. Daer in ziet hy niet alleen syn beeld / maer het beeld van Jesus. II. Die is met hem op de zelfde weg na den Hemel. III. Daer mede kan hy Godtvrugtig spreken ende raedplegen. IV. Die kan met hem ende voor hem bidden. V. Die kan hem behulpzaem zyn in alle syne ondernemingen / die hy onderneemt voor Godt ende zyn zaek. VI. Die kan hem troosten ende ondersteunen in al zyn verdriet ende tegenheden / Ir. 4. Wat het nu geweest is / dat de Huisvrouw van Ezechiel gemaekt heeft tot de lust van syne oogen / wie zal dat zeggen? Het kan zyn de eerste dingen / het kan zyn de tweede soort. Maer boven al is het waerschynelyk / dat het de Godtvrugt zal geweest zyn / die is dog het grootste cieraed van een Vrouw / 1 Tim. 2 : 9 / 10 ende 1 Petr. 3 : 3 / 4. Door alvoor den Propheet Ezechiel / die een teder Godtzalig man was / die daer op boven alles zal verlieft zyn. Hoe het ook zy / syn Huisvrouw was van hem gelieft / ende zeer teder bemint / Dat blykt: I. Om dat sy was de lust van syne oogen. II. Om dat het anders zoo grooten slag voor hem niet zoude geweest zyn / als Godt die van hem weg nam. III. Om dat Godt anders niet nodig gehadt hadde / om hem syne rouwklagten over hetzelve zou scherpelyk te verbieden / ziet vers 16 / 17. Zie daer de persoon die dat quaed treffen zoude / ende de persoon / waer in Godt de Propheet beproeven zoude / ’t zoude wezen syn Huisvrouw / de lust van syne oogen.

d: Dat verzwaert nu het oordeel / ende de beproevinge van den Propheet heel zeer / Godt die zoude de Propheet Ezechiel aentasten. 1. Niet in hun goed. 2. Niet in syn eer ende aenzien. 3. Niet in syn ampt ofte bedieninge / daer in moest hy blyven. 4. Niet in syne kinderen / zoo hy die gehadt heeft. 5. Niet in syn leven / want het sterven zoude syn gewin geweest zyn, Phil. 1 : 21. 6. Maer in syne lieve / waerde ende zielsbeminde Egtgenoot / die hem zoo lief ende waerd was / als syne oogappel / syn grootste schat op de aerde. ’t Moest wezen: De lust van syne oogen.

γ: Maer wat zoude nu daer omtrent gebeuren? Wat oordeel zoude de Godt van den Hemel nu daer over brengen / tot beproevinge van den Propheet? Godt zoude die van hem weg nemen. a. Godt zoude haer niet bezoeken met ziektens ende krankheden / met accidenten ende andere toevallen / dat al een bitter kruis is; maer egter nog troostelyk / als men je nog maer behouden mag. b: Maer neen! Godt zoude die van hem weg nemen. I Niet door een verre ryze. 2. Niet door gevankenisse van vyanden. Niet gelyk eenen Henoch ofte Elias / die zonder Dood met ziel ende lighaem / van Godt in den Hemel waren opgenomen. Het eige grondwoord wordt hier wel gebruikt / maer het moet hier egter in die zin niet verstaen worden. 4. Maer Godt zoude die van hem weg nemen door eene natuurlyke Dood / ofte door de scheidinge van hare ziel van haer lighaem / Eccl. 12. Zoo dat het lighaem wederom tot aerde keerde, ende de geeft tot Godt die hem gegeven hadde. c: Waerlyk een grote slag voor de Propheet! Ja byna de grootste die hem konde worden toegebragt; het was syn grootste schat die hy op de aerde bezat / het was syn troost / ende ondersteuning / in syne zware ende moeilyke bedieninge / ende in al syn tegenspoed / die hy hadde. Syn voornaemste vergenoeginge / ende gezelschap in een vreemt Land in Babel / in ’t land van syn vreemdelingschap en ballingschap. Sy was zeer diep in syn hert begraven / sy zoude van syn hert ende ingewanden als worden afgescheurt. Die zoude van hem worden weg genomen / zoo dat hy die nooit wederom zien zoude; die moeste hy voor eeuwig vaerwel zeggen. O harde zaek voor den Propheet!

δ: Maer waer door zoude Godt dat nu doen? De tekst zegt / door eene plage. a: ’t Grondwoord מַגֵּפָה betekent een zeer zwaare slag / zoo een slag waer door men iemand verwondende dood. Het wordt gebruikt van allerlei plagen Godts / Zach. 14 :12, 15, 18. Van extraordinaire zware plagen ende oordelen / Kron. 8 : 2. ook wel van de pest / Num. 16: 46. b: Wat voor eene plage dat nu zyn zoude / waer door Godt haer zoude weg nemen / daer in wordt gegist / ende daer over wordt getwist. 1. Zommige meenen door eene schielyke beroerte / waer mede Godt haer zoude aentasten. 2. Andere door een hertvang. 23. Zommige meenen dat de Huisvrouw van Ezechiel al lang zoude hebben gaen gunnen / maer nu heel schielyk zoude sterven / dat niet waerschynelyk is. 4. Andere denken hier om de pest / om dat ons grondwoord daer voor wel gebruikt wordt / als wy boven getoond hebben uit Num. 16 : 46. maer dat is ook niet waerschynelyk. I. Om dat men van geen pest in die tyd in Babel leeft. II. Om dat die zelden by een mensch blyft / gelyk het hier schynt geweest te zijn. III. Om dat die wel een schielyke dood kan veroorzaken / maer niet zoo schielyk ende onverwagt als hier. IV. Om dat vir gansch wat extraordinair schynt geweest te zyn. 5. Het is allerwaerschynelykst / dat dit een extraordinaire plage zal geweest zyn / extraordinair van God haer toegezonden / waer door de Huisvrouw van Ezechiel zeer schielyk / ende onverwagt van Godt zoude worden weggerukt / zoo dat sy als van gezond / dood was; vergelyk vers 18. c: Altyd deze voorzegginge / die hier de Propheet gedaen wordt / is ook op dien tyd vervult / ziet vers 18. Dit sprak ik tot het Volk in den Morgenstond, ende myn Huisvrouwe stierf in den Avond. zegt de tekst. d: O wat heeft de magtige / ende souvereine Godt / niet al wegen ende middelen om een nietig schepzeltje / om een handje vol stof / heel schielyk te ontbinden / ende van de tyd in de eeuwigheid over te brengen. e: Dit dient wederom tot verzwaringe van de beproevinge. 1. Het is wel waer / dat een haestige ende schielyke dood / een Godtzalige heel schielyk ende zonder veele / ende langdurige smerten uit den tyd in de eeuwigheid overbrengt / ende als met een Onweder doet ten Hemel varen. 2. Maer het is ook waer / dat egter eene schielyke dood / wel eens als een Oordeel voorkomt: I. Om dat met zig zelfs zoo schielyk daer toe niet zetten kan / om zoo een groote verandering te ondergaen. II. Om dat men zo schielyk zig daer toe niet wel prepareren kan. III. Om dat het herte van de lieve Nabestaende / zoo schielyk niet daer van konnen afgescheurt worden / als wel als men dat lang van te vooren voorziet. IV. Om dat dat juist moet geschieden door eene plage / door eene extraordinaire plage / dat wat veragtelyk ende smadelyk scheen. f: Men kan denken / hoe dat het herte van den Propheet zal gestelt geweest zyn / op het hooren van deze tydinge. 1. Hy zal daer door als de dood ontstelt zyn / in syn ziel beroert / tot in ’t binnenste van syn herte bedroeft / syn zondig ende verdorven herte zal misschien daer tegen zyn opgekomen / ende heeft daer over misschien met den Heere willen twisten; ende hadde hy vryheid gehadt / wie weet wat tranen dat hy zoude geschreidt hebben / ende hoe dat syn benaeuwt herte door bittere klagten zoude hebben uitgeborsten; zoo / dat het door de lugt ende wolke zoude hebben henen gedrongen. 2. Maer nog een bitterheid boven de bitterheid: hy mag niet schryen / geen tranen storten; hy mag niet klagen / ofte rouwe bedryven; maer hy moet dit alles opkroppen. Ziet Godts uitdrukkelyk verbod dien aengaende / vers 16 : 17. 3. Dat heeft de Propheet ook mannelyk uitgevoert / ziet vers 18. Ende ik dede in den Morgenstond gelyk my geboden was. O de Propheet die was onder dit alles stil ende onderworpen. Hy dede geweld op syn lighaem / ende op de kragt van syne verdorvenheid / hy bedwong syn lighaem, ende hy bragt dat ten onder. Hy boog als een riet / onder Godts gebiedenden wil / hy sweeg met Aaron stil, hy zeide ik ben verstomt, ik zal mynen mond niet open doen, want gy o Heere hebt het gedaen. 4. Wie ziet niet / dat de Propheet die niet gedaen heeft in eigene kragten / ofte in eige kragten heeft konnen doen: maer dat hy daer toe kragt en genade van Godt moet ontfangen hebben. Als Godt extraordinaire dingen van syne kinderen / ofte van syne Dienstknegten / de Propheten eischt / zoo geeft hy haer ordinaier daer kragten toe. Toen Paulus was onder die zware verzoekinge / dat hy een scherpe doorn in syn vleesch hadde, ende een engel des satans, die hem met vuisten sloeg; gaf Godt hem genoegzame genade, ende Godts kragt wierdt in zyne zwakheid volbragt, 2 Cor. 12 : 7, 9. Zie daer de woorden verklaert / het droevig oordeel dat Godt den Propheet aenkondigt.

Maer laten wy overgaen tot het tweede deel / ende eens onderzoeken / wat einde ende oogmerk dat Godt daer mede hadde. Godts einde ende oogmerk in deeze gebeurtenisse kan tweederley geweest zyn / namentlyk of principael / ofte min principael.

א: Godts principael einde in deze geschiedenisse is geweest: α: Om het Volk van Israël daer in te toonen / Hoe dat hy alle het begeerlyke / dat het alleraengenaemste was in hare oogen / als hare Stad van Jerusalem / haren Tempel / ende al wat haer lief ende waerd was / van haer zoude weg nemen / gelyk als hy de Huisvrouw van Ezechiel van hem weg nam. β: Dat hy dat zeer schielyk ende onverwagt zoude doen / gelyk hy Ezechiels Huisvrouw schielyk ende onverwagt weg nam. γ: Dat gelyk als Ezechiel geen rouwe mogte bedryven over syn Vrouw / ook in zelfs daer over geen rouwe zouden mogen / ofte konnen bedryven. Ziet dit alles heel klaar uitgedrukt vs. 21, 22, 23, 24.

ב: Maer behalven dat / zoo konde Jehova Godt / met die zeldzame geschiedenisse / nog andere dingen leeren aen Ezechiel / aen ’t Joodsche Volk / ende aen ons allen: Namentlyk / Godt toonde daer in klaer / α: Dat hy een soeverein Godt is / die met alle syne schepzelen doet, zoo als het hem behaegt, ende dat niemand syn hand kan afslaen, ende zeggen waerom doet gy alsoo. Godt neemt de Huisvrouw van Ezechiel maer weg / als dat hem behaegt / ende dat wel daer het niet noodzakelyk scheen; want Godt konde die zelfde zaek wel door eene andere gelykenis aen ’t Volk geleert hebben / al was dat niet geweest door ’t leven van een Mensch / ende van zoo een dierbaer pand van Ezechiel / gelyk boven door die ziedende pot. Maer neen! het moest juist de lust van Ezechiels oogen wezen. β: Wyst Godt daer mede aen / dat dikwils eenderlei wedervaert de regtvaerdige ende de goddelooze, ende die Godt vreezen ende niet vreezen. Niet alleen de onbekeerde; maer ook de Godtzalige hebben hebben haer kruis. γ: Wyst dit aen / dat Godt dikwils wonderlyk handelt met syne liefste kinderen / ende die wel eens brengt onder de bitterste kruisen ende tegenheden tot hare beproevinge. Die de Heere lief heeft, kastydt hy, ende hy geeselt eenen iegelyken zone die hy aenneemt Hebr. 12. δ: Dat de Godt van den Hemel / wel eens de dierbaerste panden van syne kinderen wegneemt; ofte a: Om syn souvereinheid te toonen / b: Of om hare zonden / c: Of om hem te beproeven / d: Ofte om hem verlocheninge ende onderwerpinge te leeren / e: Ofte om dat sy daer afgoden van maken / daer te veel op gezet syn / ende die als een scherm worden tusschen Godt ende hare ziele. ε: Zoo leeren wy hier uit ook heel klaer / hoe dat extraordinaire plagen ende oordeelen / die Godt brengt over iemand / niet altyd bewyzen zou van syn toorn ende misnoegen tegen zoo iemand / ofte eigentlyk gezegde straffen. Maer dat Godt die dikwils wel eens over syne kinderen brengt / tot hare beproevinge / ofte om andere redenen / syne wysheid bekent. Godt neemt Ezechiels Huisvrouw weg door eene plage. Ende daer zyn niet de minste tekenen van misnoegen tegen Ezechiel in de gansche Historie. Maer Godt toont dat er andere redenen waren. ziet vers 21, 22, 23, 24. Maer genoeg tot verklaringe van den tekst.

Laet my toe myne waerde ende lieve toehoorderen / myn waerde Gemeente van Westzaendam / dat ik een woord van toeëigening / na tyds gelegenheid mag spreken / het leid doch boven / het moet er uit.

Myne toehoorderen zullen heel ligtelyk konnen zien / waerom ik die woorden hebbe afgelezen / ende dezelve wat nader verklaert hebbe: Namentlyk. Het heeft dezelfde souvereine Godt behaegt / my in dezen in het zelfde geval met de Propheet Ezechiel te stellen / ende de lust van myne oogen weg te nemen door eene plage.

Dat de aenbiddelyke Godt van my weg genomen heeft / dat is myn lieve ende waerde Huisvrouw. Een Vrouwe die goed was.

Door zig zelfs. Sy was een Mensch / sy hadde ook hare zondige gebreken / die sy heel dikwils met heete tranen beweende / ende daer over verzoeninge zogt in ’t Bloed van het Lam. Maer sy hadde ook hare deugden. Ik / ende die gene / die het werk van genade kennen / ende de familiairste ommegang met haer gehadt hebben / hebben aen hare genadenstaet niet getwyfelt / hoewel sy voor haer zelfs meesten tyd duyster was / ende door veele twyfelingen geslingert wierdt. Genade was by haer de groote zaek / ende dat lag haer boven al op het herte. Haer hertelust ende leven was / te wezen in de gezelschappen van de ware Godtzalige / ende daer was sy in haer regte element. In alle gezelschappen zoo sy eenige bywoonden / zogt sy te stigten / ofte stigtinge te ontfangen; misten sy dat / zoo hadde sy een bekrompe conscientie. Sy was een groote liefhebber van de oude ende beproefde waerheid / maer op zoo veele zielen na den Hemel gegaen zyn / ende een groote vyandinne van alle dwalingen / ketteryen ende niewigheden. Sy was gezet op hare tyden van afzonderinge / ende hadde in hare gezontheid hare vaste dagen. Het welzyn van Godts Kerke / lag haer zeer op haer hert / ende daer van hing voor een groot gedeelte hare bydschap / ofte droefheid van af. Sy mag doorgaens vry wat droefgeestig / ende zag altyd groote zwarigheden voor uit.

Sy was een Vrouwe die waerlyk goed was voor my: sy was de lust van myne oogen / sy was de Huisvrouwe van myne jeugd; myne blydschap ende kroone. Sy was een goede Vrouw voor haer Huis / een goede Huishoudster / ende in staet om dat wel te bezorgen. Wy hadden malkanderen hertelyk ende ongeveinst lief. Sy was altyd met een tedere zorg voor my aengedaen / ende zoo / dat sy dikwils haer zelfs vergat. Sy was waerlyk niet veel voor haer zelfs / maer het was wel / als sy my maer konde verquikken. O! wat zal ik haer in deze niet missen. Sy hadde eene tedere zorge over hare kinderen / ofte kind / inzonderheid over hare eeuwige staet. O wat heeft sy niet al gebeden voor haer voor den Troon uitgestort / die wy wenschen dat in gedagtenisse tot Godt mogen syn opgeklommen.

Sy was een Vrouw die waerlyk nuttig was voor het gemeen / in zoo verre als een Vrouw van een Leeraer betrekking heeft op de Gemeente. Sy was goedhertig / sy was gul ende openhertig / ende een vyandinne van alle bedektheid. Sy was zeer behulpzaem / ende zeer genegen om ieder te helpen / ende bragt daer door haer zelfs wel eens in ongemakken. Sy was zeer genegen om Zieken / kranken / ende elendige te verquikken / ende daer dede sy veel werk toe / inzonderheid als het Godtzalige waren. Haer groote toeleg was doorgaens om te stigten / ende om de ziele dog nuttig te zyn. Sy was zeer gezet op de publieke Godtsdienst / daer was sy altyd als sy konde / nooit stond haer stoel ledig: Ook hadde sy veel hert voor de gereguleerde Oefeningen van de ware Godtzalige / ende was meest altyd daer tegenwoordig; ja het is menigmael gebeurt / als ik na de kerk gaende / van haer myn afscheid nam / ende sy door ziekte niet konde mede gaen / dat sy schryende beklaegde / dat sy dat geluk nu niet genieten mogt. Kort om / het Gemeen zal daer van vry wat aen verliezen. Iemand zal misschien denken / ende misschien wel zeggen: gy zegt al veel van uw Vrouw; ’t is zoo; ende misschien past dat my niet / om dat sy my te na is. Draegt dat eens in my. Ondertusschen zoo weete ik niet beter / ofte ik zegge in alles de waerheid; ik ben my zelfs niet anders bewust / ende ik durf my heel wel beroepen op de conscientien van die genen / die haer van naem gekent hebben.

Maer zie daer / Godt de souvereine Godt / heeft het behaegt / deze myne lieve Huisvrouwe / de lust van myne oogen wegtenemen van my / door eene plage.

Het heeft Jehova Godt behaegt haer van my weg te nemen; namentlyk door de dood. Sy is niet meer; sy is henen gegaen den weg der ganscher aerde. Ik zal haer nooit meer zien in myn huis. Sy zal nooit meer van de Gemeente gezien worden in Godts Huis. De Godtzalige zullen haer nooit meer zien in hare Gezelschappen. Sy heeft dien grooten stap gedaen uit den tyd in de eeuwigheid: sy heeft de aerde / zoo wy met veel grond mogen denken / verwisselt in den Hemel: haer man met haren Zielsbruidegom Jesus; haer kind / hare nabestaenden / hare goede vrienden / de gezelschappen der ware vromen / heeft sy verwisselt met het gezelschap der Hemelingen / der Engelen / ende der zielen van de volmaekte regtvaerdigen. Sy is ontbonden / los gemaeckt / ende ontslagen van een door en door elendig ende pynelyk lighaem. Nu heeft haer zugten / kermen ende klagen een einde / alle hare tranen zyn van hare oogen afgewischt; nu zingt sy onder de rye ende lofzangen der Engelen / de eeuwige Halelujahs voor Godts Troon.

Jehova Godt heeft haer van my weg genomen door eene plage. Door eene plage die bitter was / zeer pynelyk / ende smertelyk / by dagen ende by nagten; door eene plage die langdurig was; door eene plage die dikwils zeer hoog gaende was / ende boven vermogen scheen om te konnen gedragen worden / ende die haer meenige tyden als tot een martelaresse maekte. Ik ben een man / die daer in elenden gezien hebbe / ende het is een wonder / dar ik in dien tyd nog ben in staet geweest / om mynen dienst te konnen waernemen. Wat zullen wy tot dit alles zeggen? Hy is de Heere / hy doet wat goed is in syne oogen. Niet alleen myn goede Vrouw / maer daer waren in die tyd vele beproefde Godtzalige / die van die zelve quael / ende sommige veel erger als sy / wierden aengetast. Maer sy / en die andere Godtzalige zyn dit nu al te boven; Dien goeden stryd die is gestreden, dien loop is geëindigt: sy hebben de krone der regtvaerdigheid al op haer hoofd.

Daer zit ik nu / daer zit ik nu met zoo veele anderen / die nevens my het zelfde lot hebben / ende haer geliefde ende teder beminde Egtgenoten quyt zyn. Daer zit ik nu in een droevige ende treurige staet / myn grootste schat / myn lieve Huisvrouw / de lust van myne oogen is van my weg genomen door eene plage. Ik mis haer in alles / ende dat in myne klimmende ende hoog klimmende jaren / waer in ik haer meest van node hadde. O! myne ziele zoude wel als nederzygen door droefheid / te meer / als ik gedenke aen alle die smerten / die sy heeft uitgestaen.

Maer / myne lieve Vrienden! de Godt van den Hemel en de natuur der zake / leert my anders. Het is de souvereine Godt die het doet; ’t past my stil te zyn. Godt leent ons de schepselen voor een tyd / ende zoude wy morren / als Godt syn geleent goed wederom t’huis haelde? Godt heeft se my al een geruimen tyd geschonken / ruim 38 jaren; meenig mag dat niet gebeuren. Ik ben ’t is waer / myne dierbare schat gunt; maer ik zie ook een einde van die diepe elende / met welke sy zoo lang heeft moeten worstelen / die my dikwils als door de ziele sneedt. Ik geloof dat hare verwisseling gelukkig is / ende zoude het my passen / haer geluk te benyden? Het is al haer wensch / zugten ende bidden geweest / ende dat al een lange tyd / dat Godt haer wilde ontbinden ; ende sy is wel misnoegt op my geweest / dat ik om hare ontbindinge niet hertelyk konde bidden. Ik onderga maer het zelfde noodlot / dat duizenden ende millioenen met my dagelyks ondergaen. O dat ik nu meer / ende oneindig meer in een algenoegzaem Godt mogte vinden / dat ik in dat schepsel verloren hebbe / wat zoude ik gelukkig zyn!

Maer myne lieve / ende waerde Vrienden / myne lieve ende waerde Gemeente van Westzaendam! Laet ons ondertusschen uit dit geval / uit dit Sterfgeval eenige nuttige dingen vor ons zelven leeren.

α: Leeren wy hier uit de nietigheid van een mensch / hoe hoog dat hy ook schynt. Hy is een menschen kind / hy is uit de aerde / hy is een handje vol stof / hy draegt den adem in syne neuze; ’t minste schepseltje kan hem dooden / ende wederom tot aerde doen keeren; elk oogenblik staet syn leven ende dood / syne gezontheid ende krankheid / al syn geluk ende ongeluk / voor den tyd / ende voor de eeuwigheid in Godts hand. Is dat zo: a: Hoe bespottelyk is het dan / ende hoe walgelyk voor Godt ende voor de menschen / dat zoo een schepsel nog trots ende hovaerdig is? b: Hoe durft het zoo een aerdworm wagen / om tegen die groote Godt van Hemel ende Aerde te zondigen / ende die boos syne zonde te tergen? c: Hoe durft zoo een nietig schepseltje te morren / te knorren ende te murmureren / tegen syn Schepper ende Onderhouder / die niets aen hem verpligt is / aen wien dat hy alles verbeurt heeft / ende op wiens langmoedigheid hy alleen leeft.

β: Dat wy hier zien / wat een gezegende staet het is / als Man ende Vrouw / door ’t Huwelyk aen malkander verbonden / malkanderen hertelyk liefhebben en beminnen / ende dat den een den anderen is de lust van syne oogen. Gelyk het Huwelyk het grootste is / dat een mensch onder de tydelyke zaken hier op de aerde verrigt / zoo is ’t in ’t Huwelyk het grootste / malkander hertelyk te beminnen. Geniet je dat: a: Erkent het voor de grootste weldaed / die u Godt onder de lighamelyke weldaden schenken kan. b: Ende waerdeert ende schat malkanderen hoog / dewyl dat gy malkanderen moogt genieten / eerlang zal de eene ofte de andere van u worden weggenomen / ende dan zult gy anders een droevig naberouw hebben.

γ: Leert hier uit / hoe dat Godt dikwils wonderlyk handelt met syne allerliefste kinderen. Wy lezen Rigteren 13 : 19. dat de Engel die aen Manoah verscheen / wonderlyk handelde in syn doen. Zoo ook de Heere met syn gunstgenoten; wy konnen dikwils de waerom / ende de dieptens van Godts wegen niet pylen. Ontmoet ons zulks / o dat a: wy stil zyn / ende buigen ende bukken voor den Heere. b: Dat wy denken dat Godt soeverain is / ende geen reden geeft van al syn doen. c: Dat wy denken dat Godt alwys is / ende dat er een diepte is in Godts wegen die wy niet pylen konnen / Rom. 11. d: Dat wy geloven dat Godt door oneindige wegen ons geluk kan bevorderen / die wy dikwils nooit / ende zomtyds maer van agteren zien. c: Dat wy / al was het blindelings / als wy maer zien dat het Godts werk is / syn weg mogen approberen ende aenbidden / ende denken dat het Godt is / die het met syn doen goed maekt.

δ: Leert hier uit / hoe dat Godt dikwils de bitterste ende naerste wegen inslaet met syne liefste kinderen / die hy meest bemint / ziet het in een Abraham, in eenen Job, in David, ende zoo veele andere Godtzaligen / Hebr. 12 : 6. Die de Heere lief heeft kastydt hy, ende hy geesselt eenen iegelyken Zoone die hy aenneemt. Dat doet de Heere om a: haer over hare zonden te kastyden. b: Of enkel om syne souvereinheid te toonen. c: Ofte om haer te beproeven. d: Ofte om haer leidzaemheid ende zelfsverlochening te leeren. e: Ofte om haer herte los te maken van de aerde. f: Ofte om haer te doen zugten na den Hemel. g: Ofte om haer eenig beseffen te geven van het bittere van de zonde / en van ’t lyden / dat Jesus voor haer heeft uitgestaen / Ir.

ε: Leeren wy hier / hoe dat extraordinaire oordelen / die Godt over iemand brengt / niet altyd tekenen zyn / dat die personen extraordinair gezondigt hebben. a: Het gebeurt wel eens / ja al dikwils / dat Godt extraordinaire zonden / ook exemplaerlyk straft / zoo dat het de heele wereld ziet. b: Maer dat geschied niet altyd zoo / Godt heeft dikwils andere ende wyze redenen / waerom hy dat doet. Dat zien wy hier in den Propheet / dat zien wy in Job ende anderen / dat verklaert de Heiland duidelyk contrarie / Luc. 13 : 2 / 4. c: Daerom moeten wy met ons oordeel hier in voorzigtig zyn / ende 1. Aen de eene kant onze oogen niet sluiten / als Godt om eenige extraordinaire zonden / iemand exemplaerlyk straft / wy moeten dat zien ende opmerken; dat is Godts einde daer in / 1 Cor. 10 : 6. Die dingen zyn geschied ons tot voorbeelden, op dat wy genen lust tot het quade zouden hebben. 2. Ende aen den anderen kant niet los ende ligtvaerdig oordelen / ende zonder genoegzame grond / voor al niet / als dat uit haer ende bitterheid / ende uit een verkeert beginsel voorkomt; haer tegen waerschouwt de Heiland de Joden / Luc. 13 : 2 / 4. 3. Komen de zaken ons twyfelagtig voor / zyn der reden voor den eenen / ende voor den anderen kant / zoo is het veiligste / na den aert der liefde hier in het beste te oordelen.

5: Leeren wy hier uit / dat wy alle eens sterven zullen moeten / ende dat Godt ons door den dood eens wegnemen zal / ’t zy door een natuurlyke / het zy door een geweldige dood: Psalm 89 : 49. Wat man leeft er die den dood niet zien zal, ende die syne ziele zal bevryden van het geweld des grafs. Hebr. 9 : 27. Het is den mensche gezet eenmael te sterven en daer na het oordeel. Og dat wy dat wat veel mogten gedenken / ende dat dat wat veel met indruk op onze ziele viel!

ζ: Dat wy daer uit leeren / ons intyds tot de dood te beryden. a: Myn lieve Toehoorderen / dat is zulk een groot werk / daer is zoo veel aen vast. b: Wy weten niet wanneer wy sterven zullen / wy zyn geen oogenblik zeker / ende zoo de dood ons vindt / zoo neemt se ons weg. c: Godt kan ons schielyk ende haestig / ende in een moment wegnemen / zoo dat wy geen tyd hebben om ons te beryden. Ziet het in de Huisvrouw van onze Propheet. d: Geeft Godt ons al een lang leger / wy hebben dikwils zoo veel te doen met de ziekte / met pyne / met ongemakken / dat wy weinig tydts in staet zyn om te konnen werken. Dat hebbe ik wel in my zelfs / in myne lieve Huisvrouw / ja dat hebben de meeste van ons / de eene ofte de andere tyd wel ondervonden ; hoe zullen wy dat dan doen op ons krank ende doodbedde. e: Wy weten niet of het Godt dan behagen zal / ons daer toe genade te geven. Hebben wy die niet gezogt in onze gezondheid / zal Godt alzoo gereed staen om ons die te geven / als wy ziek ofte krank zyn / ende niet anders konnen. f: Het is zoo gerust en zoo een troostgrond / als dat groote werk gedaen is: hadde ik dat niet gehadt in myn waerde Vrouw / ik zoude geen raet geweten hebben / om haer te troosten in hare elende. g: Men kan zoo weinig staet maken op zulke late werkzaemheden / die op het krankbedden eerst beginnen. h: De dood kan ons dan nooit verrassen wanneer sy ook komt; de ziel mag wat meer in ’t ligt / ofte in het duister zyn / den Hemel kan haer niet ontgaen ; sy kan dat Triomflied zingen / ik heb den goeden stryd gestreden, den loop geëindigt, het gelove behouden. Voorts is my weggelegt de krone der regtvaerdigheid, die de regtvaerdige Rigter my in dien dag geven zal, & c. 2 Tim. 4 : 7, 8.

η: Laet ons leeren / uit onze overledene Egtgenoot: a: Hare gebreken ende zwakheden / die zig in haer ontdekt hebben te vermyden / ende dat die ons als bakens in zee mogen wezen / om ons daer voor te wagten. b: En aen den anderen kant hare deugden / die sy waerlyk bezat / tragten na te volgen.

θ: Leert hier uit eindelyk / u zelve wel omtrent my / die sy overlaet / te gedragen. a: Ik ben nu een oud Man van 66 Jaren. b: Het zal nu in ’t kort al 30 Jaren wezen / dat ik u Leeraer geweest ben / ende het is al over de 40 Jaren dat ik Predikant geweest ben. c: Ik hebbe zeer veel werk in deze Gemeente van tyd tot tyd gedaen. d: Het heeft de Godt van den hemel behaegt / mijn dienst niet ongezegent te laten / tot bekeeringe van menschen / ofte tot opbouw van de Godtzalige / zoo in de Gemeente van Sommelsdyk, als ook in deze Gemeente. De meeste daer van zyn al na de eeuwigheid / ende verscheiden daer van leven nog. e: Ik hebbe veel genoegen ende vermaek in deze Gemeente gehadt / veel liefde ende vriendschap / ook veel bitterheid / haet en smaet ende vervolginge. Of ik daer toe reden gegeven hebbe / zal Godt oordeelen. Altyd / ik ben het ontworsteld / ende tot nog toe te boven gekomen / door des Heeren wonderlyke ende aenbiddelyke ondersteuning. f: Nu ben ik zwak / ende tot eenige deelen van myn dienst onbequaem / egter Godt houdt my nog op den Predikstoel / hoe lang dat duren zal is Godt bekent / de minste stoot kan my dat beletten. g: Doet my by dat verdriet dat ik hebbe / door ’t verlies van myn Vrouw / geen meerder verdriet aen / ende dat in myne zwakheid ende hogen ouderdom / ik zoude niet veel meer konnen dragen: maer in tegendeel zoekt my te verquikken / te ondersteunen / ende zoo veel als mogelijk is op te beuren. h: Zoekt inzonderheid ernstig te wezen in de publieken Godtsdienst / ende zoekt met myn dienst / zoo veel / ende zoo lang gy die nog hebt / nevens den dienst van myn eerwaerde Amptsgenoot / nut te doen voor uwe kostelyke en dierbare ziel. Doet my die smerte ende bitterheid niet aen / dat ik nog in mynen ouden dag zoude moeten zien / dat de Godtsdienst verflaeuwde / ende den iever verzwakte / ende dat het al te mael te rugge ging / daer ik zoo lang over gearbeid hebbe / het zal misschien met my niet lang meer duuren. i: Ende dan is eindelyk myn hoop ende wensch / dat ons einde mag gelukkig zyn / ende dat ik u in den grooten dag niet zal hoeden te beschuldigen: maer zal konnen zeggen / (och Godt verweerde u ende my daer toe!) Ziet Heer hier ik / ende de kinderen die gy my gegeven hebt. Amen / het zy alzoo!

E I N D E

Voetnoten

‘Het Evangelie zonder kleine lettertjes’, ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’ en ‘Hyperdordt’ – Een overzicht

Theoloog en godsdienstfilosoof dr. Gert A. van den Brink heeft met een aantal lezingen en een tweetal boeken het stof hoog doen opwaaien in de Gereformeerde Gezindte. De werken van dr. Van den Brink zijn als vuurwerk ontploft in de hand van de Gereformeerde Gezindte. Het heeft een verwarrende en emotionele discussie als gevolg. Vandaag heb ik opgeroepen tot een universitair theologisch dispuut en ter eventuele voorbereiding tot dat dispuut wil ik hieronder een uitgebreid overzicht van alle reacties van de verschillende ‘partijen’ weergeven. Let op: Het gaat er niet zozeer om of ik persoonlijk deze reactie onderschrijf of goed vind, maar om alle reacties ruimte te geven. Hoewel ik er aan twijfel of er ooit een universitair theologisch dispuut zal komen, zie ik dit overzicht toch als waardevol voor alle ‘partijen’.

Het overzicht start op 14 en 16 juli 2022 toen de lezing werd gehouden in Hardinxveld-Giessendam en de video van dr. Van den Brink in première is gegaan. Omdat ik ten tijde van de verschijning persoonlijk andere zaken aan het hoofd had, wordt pas laat begonnen met dit overzicht. Dit betekent dat we met terugwerkende kracht een overzicht samenstellen. Ik doe daarom ook graag een beroep op de lezer mocht er een publicatie, video of andere reactie vergeten zijn die in het overzicht zou moeten. Hoewel ik persoonlijk verdrietig ben over de discussie, hoop ik toch dat de Heere deze ‘kromme stok’ (d.w.z. deze verwarrende discussie) zou willen gebruiken om een ‘rechte slag’ te geven. Daarom is dit overzicht samengesteld tot eer van de Schepper en het heil van de naaste.

14 juli 2022: Dr. Gert A. van den Brink spreekt in Hardinxveld-Giessendam (De Bron) over ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’. Het begin van de commotie onder de bevindelijk-gereformeerden over dit onderwerp.

16 juli 2022: De video ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’ van theoloog en godsdienstfilosoof dr. Gert. A. van den Brink gaat in première. De video is eerder opgenomen op een jongerenavond van Geloofstoerusting.1 Tegelijkertijd verschijnen op het YouTube-kanaal van Geloofstoerusting twee fragmenten van deze lezing onder de titel ‘Er gaat een misleidende boodschap door onze gezindte’.2

28 juli 2022: Ds. A. Schultink reageert via CVandaag op de lezing van dr. Gert van den Brink met als titel ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’. Hij geeft aan dat hij diep beledigd is dat Van den Brink predikanten over één kam geschoren heeft en geschoffeerd heeft.3

29 juli 2022: Hendrik Jan van der Heiden geeft in een artikel op zijn website aan dat hij door de lezing van dr. Gert van den Brink aan het denken is gezet. Volgens hem is het helder dat in vele bevindelijke preken een directe oproep tot het geloof ontbreekt. Van der Heiden is een zoon van GG-predikant wijlen ds. B. van der Heiden.4

30 juli 2022: Ds. M. van Reenen reageert via CVandaag op de commotie die is ontstaan ná de publicatie van de eerstgenoemde video. Hij geeft aan dat je ook op moet passen voor een Evangelie zonder rode cijfers en roept op om niet alleen te focussen op dwalingen in refokerken.5

25 augustus 2022: In De Wachter Sions reageert diaken R.P. van Dijk op de recent gehouden lezing van dr. Gert van den Brink. Hij vindt de lezing aanvallend en heeft ‘met verontwaardiging’ kennisgenomen hiervan. Van Dijk meent dat ‘elke waarheid (…) in het licht van de gehele Schrift gezien worden’.6

5 september 2022: D.J. Kleen, van de website De Woeste Weg, laat in een artikel weten dat ‘Arminiaan Gert van den Brink’ een ‘vals evangelie en onbijbelse uitverkiezing’ leert en neemt daarbij één van de brieven van ds. Kort over.7

6 september 2022: CVandaag start vandaag met een briefwisseling tussen ds. A. Kort en dr. G.A. van den Brink over de ondertussen veel besproken lezing van dr. Van den Brink. Ds. Kort trapt vandaag af.8

8 september 2022: Dr. Gert A. van den Brink reageert via CVandaag op de brief van ds. A. Kort. Van den Brink geeft aan zich niet tegen ‘deze heftige beschuldigingen’ willen verdedigen.9

13 september 2022: Een tweede brief van ds. A. Kort verschijnt op de website CVandaag. Hij geeft aan dat Van den Brink van ‘Gods knechten een schrikbeeld’ maakt.10

15 september 2022: Dr. Gert A. van den Brink reageert via de website CVandaag op de tweede brief van ds. A. Kort. Hij vindt ds. Kort ‘geen leuke penvriend’.11

20 september 2022: Ds. A. Kort schrijft via CVandaag zijn slotbrief aan dr. Gert A. van den Brink. Kort geeft aan dat hij nu ‘eenmaal geen mens’ is ‘die er doekjes om’ zal winden.12

22 september 2022: Dr. Gert A. van den Brink schrijft via CVandaag zijn slotbrief aan ds. A. Kort. Hij geeft aan dat deze brieven ‘hen eerder ontmoedigd dan bemoedigd’.13

10 oktober 2022: Een jongere geeft via Refoweb aan dat het hem na de briefwisseling tussen ds. Kort en ds. Van den Brink duizelt. Op zijn vragen geeft Van den Brink antwoord via de genoemde website.14

20 oktober 2022: In De Wachter Sions verschijnt de eerste bijdrage van een vierdelige reactie geschreven door L. van der Tang. Hij reageert op de lezing van dr. Gert van den Brink met als titel ‘Het Evangelie zonder kleine lettertjes’. Van der Tang vraagt zich onder andere af waarom Van den Brink de kerkelijke weg hierin niet wil bewandelen?15

27 oktober 2022: De tweede bijdrage van L. van der Tang is verschenen in De Wachter Sions. Volgens Van der Tang ziet Van der Brink het geloof als een verstandelijke geloofsdaad en is er geen geloof zonder bekering.16

3 november 2022: De derde bijdrage van L. van der Tang is verschenen in De Wachter Sions. Hij schrijft over de (uit)verkiezing in de prediking en pleit voor evenwicht in de prediking.17

11 november 2022: Dr. Gert A. van den Brink is te gast in het programma ‘Pastorie online’ op het YouTube-kanaal van RefoWeb om daar te spreken over zijn lezing ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’.18 In De Wachter Sions verschijnt de vierde en slotbijdrage van L. van der Tang over de lezing van dr. Van den Brink. Van der Tang geeft aan dat deze discussie niet nieuw is, en verwijst daarbij onder andere naar Gerardus van Aalst (1678-1759).19 Bovendien wijst de auteur op de kenmerken van genade en overtuiging van zonde. Hij concludeert dat Van den Brink een afkeer heeft van bevindelijke prediking.20

1 januari 2023: De eerste druk van ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’ verschijnt bij Geloofstoerusting. Het boek draagt de ondertitel: ‘Het aanbod van genade in de Dordtse Leerregels’.

1 februari 2023: De tweede druk van ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’ verschijnt bij Geloofstoerusting.

4 februari 2023: In de Accent-bijlage van het Reformatorisch Dagblad is een uitgebreid verslag te vinden van een gesprek tussen dr. Gert van den Brink en drs. W. Visscher. Het doel is elkaars nieren proeven over prediking en pastoraat. In een kaderartikel wordt aangegeven dat de discussie over het aanbod van genade bepaald niet nieuw is, sterker nog daardoor is een pijnlijke breuk ontstaan binnen de Gereformeerde Gemeenten.21 Tegelijkertijd verscheen er een soort verantwoording van de hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad waarom een reactie wat langer op zich liet wachten.22

7 februari 2023: Anthony Janse reageert op zijn website JC33 op het gesprek tussen dr. Gert A. van den Brink en ds. W. Visscher. Dit gesprek werd gevoerd in het Reformatorisch Dagblad. Hij vraagt zich af wat het goede midden is bij het aanbod van genade in de kerken.23

23 maart 2023: Filosoof en theoloog André Groenendijk (MA) reageert op theologie.nl op de ontstane commotie rond de lezing van vorig jaar. Hij heeft zijn artikel de titel ‘De crisis van de gereformeerde traditie’ gegeven. Groenendijk geeft aan dat Van den Brink een goede poging doet om correctie aan te brengen, maar hij vraagt zich tegelijkertijd af of dát voldoende is om deze, door hem zo genoemde, crisis te beslechten.24

3 april 2023: Onder de titel ‘Het kan nog!’ heeft Hendrik Jan van der Heiden een korte bespreking geschreven van het boek ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’ geschreven door dr. Gert van den Brink. Van der Heiden geeft aan dat hij het een mooi boek vind over het aanbod van genade.25

6 april 2023: In De Wachter Sions verschijnt een uitgebreide bespreking van ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’. De bespreking is geschreven door L. van der Tang. Van der Tang vindt het spijtig dat Van den Brink geen woord terug neemt van zijn oorspronkelijke lezingen. Hij noemt het waarheidsgehalte van sommige observaties bedenkelijk en ziet veel karikaturen in het boek.26

21 april 2023: Dr. Gert A. van den Brink is te gast in het programma ‘Pastorie online’ op het YouTube-kanaal van RefoWeb om daar te spreken over zijn lezing ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’ en de daarop volgende reacties.27

1 juni 2023: De derde druk van ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’ verschijnt bij Geloofstoerusting. In De Waarheidsvriend verschijnt een recensie van het hiervoor genoemde boek. De recensie is geschreven door de Hilversumse predikant ds. J. Harteman. Hij geeft aan dat de problemen die Van den Brink aankaart niet direct aan de orde zijn voor de Gereformeerde Bond, maar ziet in het boek iemand met ‘een vlotte schrijfstijl’ die ‘pleit voor de ruimte van het Evangelie’ en ‘die volledig achter de Dordtse Leerregels staat’.28

15 juni 2023: Op zijn website heeft theoloog dr. P. de Vries een recensie geschreven van het boek ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’. Hij verdenkt dr. Gert van den Brink niet van arminianisme, maar ziet zijn betoog wel in de geest van het neocalvinisme.29

26 juni 2023: Dr. Gert van den Brink reageert via Refoweb op een vraag over de recensie van dr. P. de Vries (zie 15 juni). Van den Brink geeft aan de recensie met dubbele gevoelens gelezen te hebben.30

9 november 2023: In het negende nummer De Nieuwe Koers verschijnt een artikel over de ontstane discussie over het aanbod van genade in de Gereformeerde Gezindte. Wat is er aan de hand en waarom ligt het gevoelig?31

8 december 2023: Dr. Gert A. van den Brink is te gast in ‘Pastorie online’ op het YouTube-kanaal van RefoWeb om daar te spreken over zijn boek ‘Hyperdordt’.32

9 december 2023: In het Nederlands Dagblad verschijnt een interview met dr. Gert A. van den Brink over zijn nieuwe boek ‘Hyperdordt’. Van den Brink geeft aan door te strijden tegen wetticisme en is bezorgd over het ongeloof onder reformatorische christenen. Het artikel wordt gekaderd door een ervaringsverhaal van Anneke van Dorp. Ze roept op tot evangelisatiewerk onder refo’s.33

21 december 2023: In De Saambinder noemt de socioloog dr. Chris Janse kort het werk van dr. Gert van den Brink over ‘Dordt’ in zijn bespreking van de zelfstandige vrijgemaakten die op zoek zijn.34

27 december 2023: In het Reformatorisch Dagblad verschijnt een interview met dr. Gert A. van den Brink over zijn boek ‘Hyperdordt’. Hij heeft het boek geschreven omdat hij meent dat een deel van de Gereformeerde Gezindte in geestelijke ademnood verkeert.35

2 januari 2024: Naar aanleiding van het boek ‘Hyperdordt’ start Geloofstoerusting een achtdelige serie met dr. Gert A. van den Brink. De eerste aflevering draagt de titel: ‘Wat bezielt je?’.36 Deze video is ook verschenen op de website van deze organisatie.37

3 januari 2024: In het Reformatorisch Dagblad reageert ds. G. Clements op het interview met dr. Gert A. van den Brink rond zijn boek ‘Hyperdordt’ in dezelfde krant. Hij geeft aan dat de Dordtse Leerregels het loflied zijn op loutere genade.38 Daarnaast verschijnen er nog twee bijdragen in de rubriek ‘Opgemerkt’ van deze reformatorische krant. De eerste is van drs. J.P. Zippro. Hij verwijst naar prof. dr. C. Graafland die in de jaren ’80 aangaf dat ds. G.H. Kersten en dr. C. Steenblok de enige juiste interpretatie van de Dordtse Leerregels hebben.39 De tweede bijdrage in deze rubriek is van A.J. de Kraker sr. Deze reageerder verwijst naar twee boeken: ‘De Godvruchtige Avondmaalganger’ (van ds. P. Immens) en ‘Eigenschappen des geloofs’.40

4 januari 2024: Kohlbrugge-kenner H. Boele en ds. J.M.J. Kieviet reageren op de uitspraak van dr. Gert A. van den Brink over Kohlbrugge in ‘Hyperdordt’. Ze geven aan dat luisteren naar Kohlbrugge de discussie vooruit helpt.41 Ambtsdrager R.P. van Dijk (GGiN) verzoekt in een opiniestuk om de dramadriehoek rond ‘Hyperdordt’ te stoppen.42

5 januari 2024: Diaken A.A. de Looff (GGiN Alblasserdam) reageert in het Reformatorisch Dagblad op de discussie en ziet Luther als gids tot heilige wanhoop.43 44

8 januari 2024: Predikant (HHK) en promovendus ds. A.A.F. van de Weg bespreekt voor CVandaag het onlangs verschenen boek ‘Hyperdordt’ van dr. Gert van den Brink. Volgens Van de Weg helpen ‘de analytische geest en heldere betoogtrant’ van de auteur de lezer om ‘onze gereformeerde traditie (opnieuw) te ontdekken’.45 Hendrik Jan van der Heiden heeft deze recensie ook opgenomen op zijn website. De recensie is (eerder?) verschenen in het Bulletin van de Hersteld Hervormde Gemeente te Apeldoorn, jaargang 19, nummer 17.46

9 januari 2024: Mijn eerste en gelijk ook laatste openbare reactie verschijnt op de website ‘Oorsprong’ van Fundamentum.47 De oproep is om de openbare strijdbijl te begraven en te komen tot een universitair theologisch dispuut. Zoals u hieronder kunt zien, wordt deze oproep tot nog toe niet positief beantwoord. Op het YouTube-kanaal van Geloofstoerusting verschijnt de tweede aflevering van de achtdelige serie over ‘Hyperdordt’ met dr. Gert A. van den Brink.48 Deze video is ook verschenen op de website van deze organisatie.49 Dr. Van den Brink reageert in het Reformatorisch Dagblad op drie eerder verschenen artikelen. Hij geeft aan dat niemand spreekt over het ‘Hypercalvinisme’, maar desondanks gaat hij toch in op de overige bezwaren.50 Hendrik Jan van der Heiden roept in een artikel op zijn website op om te komen tot een symposium over de Dordtse Leerregels, waar theologen, predikanten en ambtsdragers op een (w)aardige wijze met elkaar in gesprek kunnen gaan.51

10 januari 2024: Ds. W. Schinkelshoek uit Ede reageert in de rubriek ‘Opgemerkt’ op de discussie tussen dr. Gert A. van den Brink en ds. G. Clements. Hij geeft dr. Van den Brink gelijk als het gaat om het Latijse woord ‘emollio’.52

11 januari 2024: Dr. Gert A. van den Brink beantwoord via CVandaag de vraag of het nu echt nodig is om opnieuw een steen in de vijver van de Gereformeerde Gezindte te gooien.53 In het Reformatorisch Dagblad verschijnen twee opiniestukken over deze discussie. Het eerste artikel is van drs. A. van Kralingen. Hij roept op om de brede traditie te benutten in het gesprek over Dordt.54 Het tweede artikel is van ds. W.J.C. van Blijderveen. Hij is het met dr. Van den Brink eens en geeft aan dat geloven een beslissend gebod is.55 In het Nederlands Dagblad reageert Jan Luiten op het artikel met prof. Huijgen (zie 5 januari 2024). Hij geeft aan met smart te wachten op een Dordtse Leerregels 2.0.56

12 januari 2024: In de rubriek ‘Opgemerkt’ reageert Martin Boot op de discussie. Hij geeft aan dat hij niet meer weet waar het om gaat en roept op om ‘degenen die nog enigszins bij de zuivere waarheid willen blijven’ te ‘zijn die ze zijn’.57

13 januari 2024: In het Reformatorisch Dagblad reageert theoloog dr. P. de Vries in een opiniestuk op de discussie. Hij focust zijn bijdrage op dr. H.F. Kohlbrugge en zijn kritiek op Dordt. Volgens de theoloog overstijgt de tweeslag ‘Wet en Evangelie’ de vragen rondom verkiezing.58 Daarnaast verschenen er nog drie korte artikelen in de rubriek ‘Opgemerkt’ over de ‘Hyperdordt’. G.J. van den Broek wil dr. Gert A. van den Brink geruststellen, zó erg als hij beweert is het niet gesteld in de Gereformeerde Gemeente. .59 De tweede bijdrage is van A.K. de Wit. Hij adviseert de deelnemers aan de discussie om samen de ‘Theoretische Praktische Godgeleerdheid’ van P. van Mastricht (zes delen) te bestuderen.60 Ten slotte nog een bijdrage van Gerrit van de Kraats. Hij geeft aan het boek van dr. Van den Brink verhelderend te vinden.61

15 januari 2024: Hersteld Hervormde predikant ds. M. van Reenen verwijst in zijn maandelijkse column op CVandaag naar de discussie over de onlangs verschenen boeken, artikelen en video’s van dr. Gert van den Brink.62

16 januari 2024: Via CVandaag wordt ds. A.A. Egas bevraagd op de discussie rond ‘Dordt’ en ‘Hyperdordt’. De predikant geeft, tot zijn verdriet, aan dat hij dr. Gert van den Brink en zijn opponenten ziet radicaliseren en dat er niet meer naar elkaar geluisterd wordt. Hierdoor is de schade groot. Hij roept op om eerst naar elkaars standpunt te luisteren en daarna te komen tot een gemeenschappelijk document.63 In de nieuwsbrief van dezelfde organisatie wordt vandaag ook gewezen naar dit interview. Het derde deel van de videoserie over ‘Hyperdordt’ verscheen op het YouTube-kanaal van Geloofstoerusting.64 De video verscheen ook op de website van deze organisatie.65

18 januari 2024: In het Reformatorisch Dagblad is een bijdrage verschenen van ds. G. Clements in de discussie rond ‘Hyperdordt’ van dr. Gert van den Brink. Volgens de predikant is de rechtvaardiging van de goddeloze het hart van de Reformatie. We kunnen het geloof daarom niet losmaken van het schuldbesef voor God. In de preek moet daarom de Wet én het Evangelie functioneren. Begin januari heeft de predikant opgezocht in Barneveld en hebben ze in de kerkenraadskamer van de Gereformeerde Gemeente van Barneveld-Centrum een goed en respectvol gesprek gehad met elkaar.66 Ds. G. Clements heeft ook een bijdrage geschreven in De Saambinder. Zonder de naam van dr. Van den Brink te noemen geeft hij een bijdrage ‘in de huidige bezinning op de inhoud en de bedoeling van de Dordtse Leerregels’. Clements geeft aan dat in de bezinning de vraag blijft liggen ‘hoe aan mensen de weg gewezen’ wordt ‘die worstelen met de vraag of zij wel uitverkoren zijn’. De predikant ziet dat de Dordtse Leerregels antwoord geeft op deze vraag middels drie brieven.67 Theoloog dr. C.A. van der Sluijs reageert via CVandaag op de discussie die er ontstaan is in de Gereformeerde Gezindte. Hij heeft er geen probleem mee dat dr. Van den Brink de min-of-meer gesystematiseerde heilsleer binnen de Gereformeerde Gezindte bekritiseerd, maar ziet dat dr. Van den Brink in dezelfde fout valt door er zelf ook een rationele en verstandelijke doordenking tegenover te zetten. Van der Sluijs mist de spirituele doordenking.68

19 januari 2024: In het Reformatorisch Dagblad verschijnen in de rubriek ‘Opgemerkt’ drie reacties in de discussie rond ‘Hyperdordt’. De eerste reactie is van Joke van Kempen-Stufken. Zij geeft aan de discussie met veel interesse te volgen en merkt op dat het vruchtbaar is om diverse predikanten te beluisteren.69 De tweede reactie komt van Jan de Wit. Hij stelt de vraag hoe het komt dat veel mensen worstelen met geloofszekerheid en hoe de prediking daar antwoorden op zou kunnen geven. Hij meent dat het goed mogelijk is om recht te doen aan bevinding zonder de ruimte voor het Evangelie te verhullen achter een voorwaardelijke prediking.70 De derde reactie komt van dr. Gert van den Brink zelf. Hij reageert op ds. G. Clements (zie 18 januari 2024). Van den Brink geeft aan dat het artikel hem dankbaar stelt en dat er dankzij de ontmoeting wederzijds meer inzicht groeit. Maar de theoloog meent dat we er echter nog niet zijn. Hij bespreekt nu het woord ‘aannemen’.71

20 januari 2024: De hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, dr. ir. Steef de Bruijn, geeft aan dat de redactie heeft besloten het onderwerp via de opiniepagina af te sluiten. Er zal nog een (voorlopig laatste) interview verschijnen met twee predikanten over deze kwestie. De hoofdredacteur verantwoordt de besluiten van de redactie en geeft aan dat hij ‘een rotonde zonder afslagen’ heeft zien ontstaan in de discussie. Tenslotte merkt hij op dat verdeeldheid afbreuk doet aan de schoonheid van de Kerk.72 De hoofdredacteur geeft in de Accent-rubriek ‘Toegespitst’ ook nog een inhoudelijke (persoonlijk) op de discussie. Hij ziet dat er een loopgravenoorlog ontstaan is rond de Dordtse Leerregels en dat deze Dordt uit balans trekken. De Bruijn meent dat er spanning zit tussen de oproep tot geloof en onze onmacht tot enig zaligmakend goed en pleit voor een evenwichtige prediking daarin. Als voorbeeld van een evenwichtige prediking noemt hij de bekende achttiende-eeuwse Schotse predikant ds. Thomas Boston. “Hij drong er bij élke zondaar op aan dat hij de plicht heeft om de belofte van genade te geloven, maar beschrijft ook welke twaalf bijlslagen nodig zijn om zo’n zondaar los te kappen uit de oude stam Adam en over te brengen in Christus.”.73 In de dagelijkse nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar het eerder verschenen interview met ds. A.A. Egas (zie 16 januari 2024), maar ook naar het artikel van dr. Bart-Jan Spruyt. In de dagelijkse nieuwsbrief van het Reformatorisch Dagblad wordt verwezen naar de Accent-bijdrage van dr. Steef de Bruijn.

23 januari 2024: De vierde aflevering naar aanleiding van ‘Hyperdordt’ met als titel ‘Is Christus de meest verborgen persoon?’ is verschenen bij Geloofstoerusting.74 De video is ook op het YouTube-kanaal van deze organisatie te vinden.75

24 januari 2024: André van Putten, lid van de Gereformeerde Gemeente te Kampen, geeft via CVandaag aan het eens te zijn met dr. Gert van den Brink en roept GG-leden die ook met hem staan in de bres te springen en van zich te laten horen.76

25 januari 2024: Voor Refoweb beantwoordt dr. Gert A. van den Brink een vraag over wet en Evangelie in verband met het proefschrift van dr. G.W.S. Mulder, predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten. Hij geeft aan dat de werkwijze van dr. Mulder in zijn proefschrift ‘ernstig’ en ‘onwetenschappelijk’ is.77 CVandaag bespreekt vandaag eveneens de vraag van dr. Van den Brink.78 Op Refoforum wordt, onder het topic ‘Gereformeerde Gemeente’ gediscussieerd over het artikel van dr. Van den Brink inzake het proefschrift van dr. G.W.S. Mulder.79

26 januari 2024: In de dagelijkse nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar het artikel van dr. Gert A. van den Brink contra het proefschrift van dr. Mulder.80 Op de website van het Reformatorisch Dagblad verschijnt het vraaggesprek dat morgen in de papieren krant zal verschijnen.81 In de digitale avondnieuwsbrief wordt daar ook naar verwezen.

27 januari 2024: In de katern Accent van het Reformatorisch Dagblad staat een uitgebreid vraaggesprek tussen de predikanten en theologen dr. Wim van Vlastuin en dr. Wim Mulder. Zij spreken over de Dordtse Leerregels en het hypercalvinisme, naar aanleiding van de discussie met dr. Gert A. van den Brink.82 Het gesprek is zelfs een voorkantverhaal van de krant.83 In de dagelijkse digitale e-mail-nieuwsbrief wordt er ook verwezen naar het artikel. In het Nederlands Dagblad verschijnt een verslag van de lezing die dr. John van Eck hield voor een bijbelstudievereniging ‘Onderzoekt de Schriften’ een lezing over de Dordtse Leerregels. Hij verwijst ook naar de discussie die nu al ruim een jaar bezig is in de reformatorische kerken rond deze leerregels.84

29 januari 2024: Predikant ds. J. Belder schrijf in zijn column in het Reformatorisch Dagblad over de discussie rond de Dordtse Leerregels. Hij hoopt dat de disputen in het vervolg wat meer gekruid mogen zijn met de kruiden van de bekende staatsman Groen van Prinsterer.85 In de digitale Lunchnieuwsbrief van dezelfde krant wordt verwezen naar dit artikel.

30 januari 2024: De vijfde aflevering naar aanleiding van ‘Hyperdordt’ met als titel ‘Geloven als een blindelings avontuur’ is verschenen bij Geloofstoerusting.86 De video is ook op het YouTube-kanaal van deze organisatie te vinden.87 Enkele studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn schrijven via CVandaag een reflectie op de discussie rond ‘Hyperdordt’. De studenten geven aan dat de Reformatorische gezindte na ‘Hyperdordt’ op een kruispunt staat.88

1 februari 2024: De Waarheidsvriend valt op de mat met daarin een uitgebreide bespreking van ‘Hyperdordt’ door ds. A. de Lange te Nieuw-Lekkerland. Hij geeft aan dat de interpretatie van dr. Gert van den Brink, van de Dordtse Leerregels, ons helpt ‘om de Dordtse Leerregels weer hartelijk te omarmen als een eerlijk en heerlijk belijdenisgeschrift’.89 Een deel van de recensie is ook online verschenen op de website van De Waarheidsvriend.90

3 februari 2024: In het Reformatorisch Dagblad verschijnt opnieuw een hoofdredactioneel commentaar. Dr. ir. Steef de Bruijn legt verantwoording af voor de berichtgeving naar aanleiding van de commotie rond het proefschrift van dr. G.W.S. Mulder. Hij geeft aan niet opnieuw de discussie te willen beginnen en ziet een uitweg op de rotonde: de afslag voetwassing.91

6 februari 2024: In het Nederlands Dagblad verschijnt een opiniestuk van emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme prof. dr. Wim Verboom over de Dordtse Leerregels. Hij geeft aan dat historisch besef zou kunnen helpen om deze Dordtse Leerregels beter te begrijpen.92 Via de website van Geloofstoerusting is de zesde aflevering geplaatst van de serie over ‘Hyperdordt’. Deze video draagt de titel: ‘Kritiek, humor en geestelijke strijd’.93 Deze video is ook op het YouTube-kanaal van Geloofstoerusting verschenen.94

7 februari 2024: Douwe Scheepsma geeft via CVandaag aan dat in zijn opinie dr. Gert van den Brink raak schiet als het gaat om de reformatorische gezindte. Hij meent dat ook ervaren te hebben in de twaalf jaar dat hij op Urk gewoond heeft en columns van predikanten in Het Urkerland las.95

8 februari 2024: Het Nederlands Dagblad geeft aan dat dr. Gert A. van den Brink ontraden is om te spreken voor een interkerkelijke toerustingsavond in Staphorst. De kerkenraad van de plaatselijke Hersteld Hervormde Gemeente heeft dr. Van den Brink een brief gestuurd en daarin verwijzen ze naar de kerkorde, ordinantie 13, artikel 7.96 Op de website CVandaag wordt dit artikel nog wat uitgewerkt, met een verwijzing naar uitspraken van ds. H.J. van Marle over Van den Brink en het door hem zo bestreden ‘hypercalvinisme’.97 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van deze organisatie wordt ook verwezen naar dit artikel. Drs. Hans Reinders reageert via CVandaag op een uitspraak van ds. G.W.S. Mulder over het hypercalvinisme. Volgens hem is het hypercalvinisme (overigens zonder dit goed te definiëren) net zo erg als de moderne Schriftkritiek.98 De dagelijkse digitale nieuwsbrief van deze organisatie geeft ook aandacht aan dit artikel. In De Saambinder vraagt ds. H. Hofman uit Grand Rapids zich af of als hij als gijzelaar in Gaza had gezeten de discussie rond ‘Dordt’ en ‘Hyperdordt’ hem nog bezig zouden hebben gehouden. De predikant geeft aan dat hij deze discussie volgt met droefheid en ontzetting.99 Naar aanleiding van het artikel over de annulering van de spreekbeurt van dr. Van den Brink die hij zou houden te Staphorst is de website van CVandaag vanwege overbelasting een half uur offline geweest.100

9 februari 2024: Via de website CVandaag reageert drs. Ernst Leeftink op de ontstane commotie rond de geannuleerde spreekbeurt.101 HHK-predikant ds. H.J. van Marle reageert via dezelfde website dat de ontstane beeldvorming niet klopt, en geeft tekst en uitleg van de situatie.102 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag komt deze kwestie relatief vaak naar voren, een aantal artikelen worden aangehaald.

12 februari 2024: In plaats van dr. Gert van den Brink was Marcel Vroegop in Staphorst. Hij sprak over ‘Hoe kan ik geloven?’. De lezing is ook verschenen op de website van Geloofstoerusting103 en op op het YouTube-kanaal van deze organisatie.104 Ds. M. van Reenen verwijst in zijn maandelijkse column op CVandaag naar de Staphorster brief aan dr. Gert van den Brink.105 Heleen van de Fliert reageert via CVandaag op het artikel van enkele studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn (zie 30 januari 2024). Ze geeft aan dat deze studenten een karikatuur maken van de leer van de Gereformeerde Gemeente, vooral op het punt van de rechtvaardigmaking.106 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar het hiervoor genoemde artikel van Van de Fliert.

13 februari 2024: De zevende aflevering over ‘Hyperdordt’ is verschenen bij Geloofstoerusting. De titel van de aflevering draagt de titel ‘Herders, hoorders en een biertje’.107 De video is ook op het YouTube-kanaal van deze organisatie verschenen.108 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar enkele artikelen over de in dit overzicht genoemde kwestie.

16 februari 2024: Stichting Jij Daar! maakt via de website CVandaag een statement naar aanleiding van de gecancelde spreekbeurt in Staphorst.109

20 februari 2024: Marijn Burkunk geeft via de website CVandaag aan dat de discussie in de Reformatorische Gezindte het polariserende karakter van de Dortse Leerregels aantoont.110 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag wordt er reclame gemaakt voor dit artikel.

21 februari 2024: In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar het artikel van Marijn Burkunk (zie 20 februari).

24 februari 2024: In het Nederlands Dagblad verschijnt een ‘interview’ met kerkhistoricus prof. dr. Fred van Lieburg over theologische promoties onder predikanten van de Gereformeerde Gemeente. Hij verwijst hierbij ook naar het onderzoek dat de Vrije Universiteit momenteel doet naar het proefschrift van dr. G.W.S. Mulder.111 In de dagelijkse digitale nieuwsbrief van CVandaag wordt verwezen naar het statement van Stichting Jij Daar! (zie 16 februari) en het artikel van Marijn Burkunk (zie 20 februari).

Voetnoten

Begraaf de openbare strijdbijl! – Eeuwenoude kloof tussen orthodox-gereformeerden en bevindelijk-gereformeerden is niet te overbruggen

Hooggeleerde theoloog en godsdienstfilosoof dr. Gert A. van den Brink1 heeft met zijn onlangs uitgegeven boeken en gepubliceerde lezingen het stof binnen de Gereformeerde Gezindte hoog doen opwaaien. In 2023 verschenen bij ‘Geloofstoerusting’ twee publicaties: ‘Dordt zoals je Dordt niet kende2 en ‘Hyperdordt3. Aanleiding tot deze publicaties was de lezing: ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’.4 De discussie is hoog opgelopen en laat allerlei menselijke emotie zien: hautain gedrag, satire, semi-gescheld, het gebruik van de preekstoel (of: een katheder) als steekstoel, verdriet, verbijstering, frustratie en vooral verwarring.5 Jongeren (maar ook ouderen) lijken het slachtoffer te worden in deze verwarrende discussie. Het zien van over ‘straat’ rollebollende (al dan niet gepromoveerde) dominees is persoonlijk geen versterking, maar al zeker niet voor een jonge ziel.6 Uit liefde en met pastorale bewogenheid waarschuwde een predikant daarom van de preekstoel om als gemeentelid jezelf niet in de discussie te mengen en de publicaties ongelezen te laten.7 Daar ben ik het van harte mee eens: de eeuwenoude kloof tussen orthodox-gereformeerden en bevindelijk-gereformeerden is niet te overbruggen. Dit debat zal, na veel hete hoofden en koude harten, stranden in een (mogelijk schoorvoetend) agree to disagree. De zaak is dan echter wel (opnieuw?) onherstelbaar beschadigd tussen beide ‘partijen’!

Wel of niet inhoudelijk reageren

Aan het einde van deze maand is het anderhalf jaar geleden dat ik (geattendeerd door een familielid) in aanraking kwam met ‘Het evangelie zonder kleine lettertjes’ van dr. Gert A. van den Brink. Omdat ik dr. Van den Brink ken als een sympathiek en begaafd man, hem graag hoor spreken over apologetische onderwerpen en hem daarom ook wel eens uitnodig op een congres8 was ik erg teleurgesteld in de (inhoud van de) lezing. Ik besloot daarom de discussie maar te laten rusten. Ook toen zijn twee meest recente boeken verschenen en deze de afgelopen week opnieuw in het nieuws kwamen. Verdrietig over manier van reageren van beide partijen (‘partijschappen’), dacht ik afgelopen weekend erover na om deze keer zelf wél inhoudelijk te reageren. Toen ik afgelopen weekend via de Social Media een bericht met instemming aanhaalde, was het hek van de dam. M’n postvak explodeerde en ik merkte dat deze discussie, ook al blijf je dicht bij de inhoud, emotioneel heftiger gevoerd wordt dan de discussie over (theïstische) evolutie. Overigens had ik uiteindelijk wel een paar mooie gesprekken met mensen die (op sommige onderdelen) anders hierover dachten dan ik. Een tweede bericht via Social Media volgde waarbij ik kort reageerde op de hierboven genoemde lezing zoals die uitgewerkt is in ‘Dordt zoals je Dordt niet kende’. Daarop volgde van sommige reageerders instemming met de gedachte om daar wat over te schrijven, maar ook negatief advies. Volgens sommige reageerders zou niemand gediend zijn met nog meer polemiek. De stevige discussie kent nu al alleen maar verliezers. Bovendien zullen de ‘partijen’ er onderling toch niet uitkomen. Overigens kan ik het van predikanten die in diskrediet worden gebracht wel begrijpen dat zij in heilige verontwaardiging flink van leer trekken.9 Toch kan de vraag gesteld worden of dit, de wijze waarop er gereageerd wordt, de Zaak wel dient. Een reageerder gaf terecht aan dat 1 Petrus 2:2310 wel eens wat vaker in beoefening zou mogen zijn.

Niet inhoudelijk reageren

Na advies van verschillende personen uit de verschillende partijen, heb ik besloten om in het vervolg niet meer in het openbaar (inhoudelijk) te reageren rond de discussie ‘Dordt’ en ‘Hyperdordt’.11 Dat heeft een flink aantal redenen, maar ik noem er vijf: (1) Dat heeft te maken met twee teksten uit de Schrift in de Statenvertaling: Galaten 6:3Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed” en 1 Korinthe 10:12Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”. (2) Het onderwerp is een persoonlijke en tere zaak. We kunnen, en mogen, niet over andermans ‘staat voor de eeuwigheid’ oordelen. We kunnen onze opponent wél aanspreken op de ‘stand van het leven’, maar daar moeten we het bij laten. (3) Het wordt een té rationele benadering van (het ontbreken van) een persoonlijk wonder. Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid is een paradox (schijnbare tegenstelling). Deze paradox kunnen we rationeel niet klein krijgen. Door Gods genade moeten we hieronder leren bukken en buigen en God, God laten. (4) Deze discussie is typerend een discussie tussen orthodox-gereformeerden en bevindelijk-gereformeerden. Een meer bevindelijk (vanuit een door God geschonken geloof) geloven vs. een meer rationeel/beschouwelijk geloven.12 Een persoonlijke doorleving (bevinding) van het door God geopenbaarde en geschonken heil (predestinatie, wedergeboorte, toenemende ellendekennis, vierschaar, bewuste rechtvaardigmaking, geschonken geloof etc.) vs. geloven als menselijke wilsact (daad) in reactie op de Goddelijke aanbieding van het Evangelie.13 Al minstens vier eeuwen is deze discussie gaande. Alles wat er nu gezegd wordt, dat is al een keer gezegd. We hoeven de discussie rond de werken van dr. Alexander Comrie (1706-1774), Wilhelmus Schortinghuis (1700-1750) en Theodorus van der Groe (1705-1784)14 en tussen de afgescheidenen en dolerenden onderling niet opnieuw te voeren.15 Wanneer, na al die eeuwen, deze twee ‘kampen’ zijn blijven bestaan, dan moeten we niet de illusie wekken dat we het nu wél zouden kunnen oplossen. Naast dat dit laatste zeer hoogmoedig zou zijn, is het ook bijzonder naïef dat zó te denken.16 De publicaties lezende vind ik het daarom niet vreemd dat dr. Van den Brink (soms?) voorgaat in een orthodox-gereformeerde kerk.17 (5) Ten diepste gaat de discussie over het ‘aanbod van genade’ in de preken. Dit is een onderwerp dat valt onder homiletiek en daarom dient deze discussie (dit theologische dispuut) allereerst op de universiteiten en theologische hogescholen plaats te vinden.18 De plaats waar studenten worden opgeleid tot dienaren des Woords. De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben beiden partijen in hun gelederen: orthodox-gereformeerden en bevindelijk-gereformeerden. De Theologische Universiteit Apeldoorn (waar dr. Van den Brink een aanstelling heeft) zou daarom de beste plaats zijn om geleerden uit beide ‘kampen’ te laten disputeren. Het Hersteld Hervormd Seminarie (waar dr. Van den Brink kerkelijk aan verbonden is als emeritus-predikant) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam zou ook kunnen, maar mogelijk zijn er meer bevindelijk-gereformeerden en traditioneel-gereformeerden dan orthodox-gereformeerden in de Hersteld Hervormde Kerk. Als deze opties afvallen zou je nog kunnen denken aan Driestar Educatief, omdat het aanbod van genade ook het onderwijsveld raakt.19 Het theologische dispuut dient dan, voorzichtig, zorgvuldig, naar het gebod der liefde handelend (ook postuum) en met biddend opzien, inhoudelijk voorbereid en uitgevoerd te worden. Een voorbereidende interne bezinning op wat de opponent te berde brengt, bijvoorbeeld op een predikantenbijeenkomst, is binnen de beide ‘kampen’ dan allereerst gewenst. Dit theologische dispuut zou verder niet tot onrust (of: verwarring en partijschappen) in de gemeentes moeten leiden en daarom al zeker niet via kranten, vlugschriften of Social Media moeten worden ‘uitgevochten’.20

Mijn motto: Samenwerken waar kan, distantie waar moet. Bevindelijk-gereformeerden en orthodox-gereformeerden kunnen op diverse terreinen prima met elkaar samenwerken. Te denken valt aan Schriftgezag, kerkgeschiedenis, hermeneutiek, apologetiek, medisch ethische onderwerpen, Intelligent Design, probleem van het lijden en kwaad, rentmeesterschap, etc. Dan denk ik hierbij terug aan het uitstekende debat dat dr. Gert A. van den Brink had met de retorisch sterke atheïst dr. Herman Philipse. Als ik het goed heb was dit debat naar aanleiding van het boek met de ludieke en vindingrijk bedachte titel: ‘Er is geen God en Philipse is zijn profeet. De onredelijkheid van een atheïst’.21 Een zeer lezenswaardig en bruikbaar boek! Dan denk ik hierbij aan de bijdragen over Intelligent Design22, methodologisch naturalisme23 en gedragsbiologie (Frans de Waal)24 van dr. Gert A. van den Brink. Hij werd toen, door theïstische evolutionisten, helaas wel behandeld als kop van Jut.25 Het is een groot gemis dat de theoloog en godsdienstfilosoof op dit terrein véél stiller is geworden. Dr. Van den Brink is een sympathiek en zeer begaafd persoon. Dat we onderling anders denken over het (komen tot het) heil is verdrietig, maar hoeft samenwerking op bovengenoemde punten niet in de weg te staan. Dat geldt ook voor dhr. Marcel Vroegop, van (in dit geval uitgeverij) Geloofstoerusting. Door de opkomst van modern-gereformeerden na de Tweede Wereldoorlog, waar orthodox-gereformeerden meer ‘last’ van ervaren dan bevindelijk-gereformeerden, is deze samenwerking zelfs broodnodig. Veel orthodox-gereformeerden zijn modern-gereformeerden geworden (zie bijvoorbeeld de snelle switch die de voormalige Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in het algemeen het laatste decennium hebben doormaakt), zodat deze stroming kleiner is dan ooit. We hebben elkaar op de bovengenoemde punten daarom harder nodig dan ooit te voren. ‘Hete hoofden, koude harten’-discussies zullen ook voor persoonlijke verwijdering zorgen. Dat zal de Zaak in het algemeen zeker niet dienen.

Tenslotte

In het slotwoord sluit ik mij aan bij de liefdevolle en pastorale benadering van de predikant uit de inleiding, die zijn gemeenteleden adviseerde de boeken niet te lezen. Deze discussie hoort allereerst thuis als een theologisch dispuut aan een universiteit. Het gaat immers om een homiletisch onderwerp: het aanbod van genade in de preek. Ik roep de partijen op om daarbuiten alstublieft de strijdbijl te begraven! Om voorbeeld te geven en te luisteren naar adviezen van anderen ga ik daarom geen openbare diepteboringen doen in de twee recente publicaties van dr. Van den Brink, maar laat ik het rusten. De discussie is, hoe voorzichtig, zorgvuldig, liefdevol en biddend ook geformuleerd, niet gediend met nóg meer olie op het openbare vuur.

Om te komen tot een universitair theologisch dispuut is het allereerst nodig om overzicht te krijgen in deze discussie. Daarom ben ik vandaag begonnen met het bieden van een overzicht op deze pagina. Deze pagina wordt elke week aangevuld en met terugwerkende kracht compleet gemaakt. Mocht u het dus willen volgen dan is het verstandig om het overzicht regelmatig bij te houden.

Voetnoten