Home » Theologie (Pagina 2)

Categoriearchief: Theologie

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente en onze vroegste geschiedenis (3) – Ds. C. Hegeman, De schat in de akker

De Schat in de akker’.1 Deze titel heeft het derde nummer in de Eskol Reeks meegekregen. Het is een preek van wijlen ds. C. Hegeman (1914-1981). De preek heeft als kerntekst Mattheüs 13:44.2 Hieronder kijken we vooral naar wat de predikant te zeggen heeft over onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

De (gevolgen van de) zondeval

In deze preek wordt van de bovengenoemde gebeurtenissen alleen de (gevolgen van de) zondeval beschreven. Ds. C. Hegeman geeft aan de we verloren liggen in onze ellendestaat. “De mens is vrijwillig en moedwillig van God afgevallen en de duivel toegevallen. En wij gáán niet verloren, maar wij liggen verloren in onze diepe val. Maar wij zien het niet en wij geloven het niet. Daar is een Godswonder nodig om dat te zien (…) Daar is een Godswonder voor nodig om te zien wat de mens geworden is in de diepe val. Maar de mens ligt daar verloren en hij is maar bezig op de aarde (…).3 Krachtens onze diepe val en deze ellendestaat zal een mens ‘nooit naar God vragen en naar de Heere zoeken. Maar de Heere moet uit vrije genade een mens aanslaan. Dat is een soeverein Godswerk. Dat moet een mens geschonken worden’.4In onze diepe van in Adams bondsbreuk zijn we alles kwijt. Maar de Heere heeft daar een Schat gesteld, een volkomen en een uitgewerkte zaligheid. Er is een weg der verlossing.5 We moeten volgens de predikant ‘afgesneden zijn van de oude Adam en in Christus ingelijfd zijn van Gods zijde’.6

Mozes

In orthodoxe kring wordt Mozes gezien als de auteur van de eerste vijf bijbelboeken. Net als de Evangeliën noemt ds. C. Hegeman dit ‘Mozes’. Hij noemt in deze preek de wet ‘Mozes’.7

Conclusie

De (gevolgen van de) zondeval neemt in de theologie van ds. C. Hegeman een belangrijke plaats in. De predikant wijst in de preek over de schat in de akker op het afgesneden worden van Adam en ingelijfd worden in Christus.

Voetnoten

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland en onze vroegste geschiedenis (4) – Ds. M. van Beek, Daniël biddende in ballingschap

Daniël biddende in ballingschap’. In 2006 werd deze preek van ds. M. van Beek uitgegeven door Boekhandel R. v.d. Meijden te Kesteren.1 Het betreft een preek van dominee M. van Beek over Daniël 9:15-17.2 De predikant heeft deze preek uitgesproken te Opheusden op de biddagmorgen van 11 maart 1970. We bestuderen deze preek op onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

Schepping en voorzienigheid

In de preek maakt ds. M. van Beek onderscheid tussen schepping en voorzienigheid. Op bladzijde 3 verwijst de predikant naar Gods medewerking. Wat is dat? Van Beek: “Die almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, waardoor Hij medewerkende invloeit in alle bewegingen en werkingen der schepselen.” God is de Uitvoerder in deze tijd van wat Hij besloten heeft in de eeuwigheid. God heeft ‘hemel en aarde uit het niet (…) voortgebracht‘.3 Volgens de predikant heeft Daniël ‘het ervaren tot op deze dag, ook in de dag van ballingschap, dat Zijn voorzienigheid over alle dingen gaat en dat Hij alle dingen onderhoudt door het woord Zijner kracht. Tot die God roept Daniël, Die de dingen roept die niet zijn, alsof zij waren.4

Zondeval

Op bladzijde 14 verwijst ds. M. van Beek ook nog naar de gevolgen van de zonde(val). Van Beek: “De zonden, mijne geliefden, die hebben wat verwoestingen aangericht. Denk maar aan de eerste zonde in het paradijs, waardoor elk mens de drievoudige dood onderworpen is. Want elke zonde krenkt God in Zijn eer, elke zonde van jong en oud, klein en groot, van gedachten, woorden of werken.” Van Beek noemt de zonde van Adam en Eva in het paradijs ‘de eerste zonde’. 6

Conclusie

God heeft hemel en aarde uit het niet voortgebracht en Hij onderhoudt deze wereld sindsdien. De zonde(val) heeft veel verwoestingen aangericht. Door deze eerste zonde, is elk mens de drievoudige dood onderworpen.7 Abraham werd lange tijd na deze paradijsgeschiedenis geroepen uit Ur der Chaldeeën.

Voetnoten

Dr. C.P. Polderman: “De zaak op losse schroeven zetten en de evolutiegedachte omarmen vind ik vreselijk”

In het Reformatorisch Dagblad van 8 april 2022 werd oud-docent dr. C.P. Polderman bevraagd op boeken die invloed hebben (gehad) op zijn leven. Polderman noemde er zes. Hij raadde ook één boek aan als weerwoord tegen het ‘omarmen van de evolutiegedachte’ door veel medechristenen.1

Biografie

Dr. C.P. Polderman studeerde economische en sociale wetenschappen aan de universiteiten van Tilburg en Rotterdam. In 1996 promoveerde hij aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift met als titel ‘Kerk en wereld, een studie over gereformeerden en hun uiteenlopende relaties met televisie in het licht van politiek, cultuur en theologie’. In zijn werkzame leven was hij docent economie aan de Hogeschool Zeeland. Kerkelijk is hij betrokken bij de Gereformeerde Gemeente te Vlissingen. Hij neemt ook zitting in de Raad van Advies van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort.

Top-6

De top-6 van boeken die invloed hebben (gehad) op het leven van dr. Polderman zijn: (1) Ds. G. de Lange, Bijbelse toekomstverwachting, (2) Dr. P. de Vries, Die mij heeft liefgehad, (3) Ds. L. Huisman, Geen ander Evangelie, (4) Dr. C. Trimp, Betwist Schriftgezag, (5) Andrew Murray, Ziende op Jezus, (6) Al-Ghazali, Verlost van onzin.

Betwist Schriftgezag

Polderman geniet naast de kinderboeken van J.J. Frinsel ook van academische werken. Hij verwijst in het interview naar het proefschrift van dr. P. de Vries, ‘”Die mij heeft liefgehad”, over de betkenins van de gemeenschap met Christus in de theologie van John Owen’.2 Polderman noemt dr. De Vries ‘een van de grote rechtzinnige geleerden op dit moment’.3 Onlangs kwam de geïnterviewde in het bezit van het al wat oudere boek ‘Betwist Schriftgezag’ van dr. C. Trimp.4 Hij is onder de indruk van dit werk uit 1971. Polderman:

“Laatst overleed een gemeentelid. Niet lang daarna vroeg zijn weduwe: “Kom eens langs, er zijn zo veel boeken, ik weet niet wat ik daarmee moet doen.” Ik viel achterover van verbazing: wat had die man veel verzameld. Tussen zijn theologiecollectie zat ook ‘Betwist Schriftgezag’, een bundel opstellen over de autoriteit van de Bijbel door de vrijgemaakt gereformeerde dr. C. Trimp. Wat in onze tijd hoogleraren als Gijsbert van den Brink en Kees van der Kooi doen – de zaak op losse schroeven zetten en de evolutietheorie omarmen – dat vind ik vreselijk. Daarmee ondermijn je het Schriftgezag. Wat is er dan door die oude, vrijgemaakte mannen zoals Trimp, die deze opstellen schreef in 1971, toen al goed werk verzet als tegenhanger van bijvoorbeeld Kuitert. Hij heeft in dit boek echt heel mooie dingen gezegd. Hadden Van den Brink & Co daar maar eens naar gekeken, denk ik dan.”

De wijze Salomo schreef ooit eens dat er niets nieuws is onder de zon (Prediker 1:9). Veel werken uit de vorige eeuw zijn nog steeds bruikbaar als weerwoord tegen het, in orthodox-christelijke kring, opkomende theïstische evolutionisme. Dr. C.P. Polderman en het Reformatorisch Dagblad hebben een goed werk gedaan door hier weer eens op te wijzen.

Voetnoten

Predikanten uit de Gereformeerde Gemeente in Nederland en onze vroegste geschiedenis (3) – Ds. A. Schultink, De volkstelling van David

De volkstelling van David’. Deze titel heeft een preek van ds. A. Schultink in de Eskol Reeks meegekregen.1 De kerntekst is 2 Samuël 24:25.2 We bestuderen de preek op onze vroegste geschiedenis van schepping, zondeval, zondvloed en spraakverwarring.

De preek bevat vrijwel geen verwijzingen naar onze vroegste geschiedenis. De predikant geeft op bladzijde 10 aan dat we een ‘zondig schepsel, een zondig mens‘ zijn. Dit is de enige verwijzing naar onze vroegste geschiedenis.

Onlangs bestudeerden en beschreven we ook ook andere preek van ds. A. Schultink. De bespreking van deze preek is hier te vinden.

Voetnoten

‘Ik had het idee dat ze het Woord van me wilden afpakken, en ik kon niet zonder dat Woord’ – Interview met ds. W. van Benthem in het Reformatorisch Dagblad

Het beginsel van de Schriftkritiek ligt in de vraag van de satan aan Eva: “Is het ook. Dat God gezegd heeft (…)?” Die leugenachtige, verleidende vraag komt in heel de kerkgeschiedenis terug, ook nu.” Aldus de 79-jarige emeritus-predikant Willem van Benthem van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK).1

Ds. W. van Benthem studeerde eerst bosbouw in Wageningen. Hij breekt deze studie echter af en gaat theologie studeren aan de Vrije Universiteit. Bron: Pixabay.

Afgelopen zaterdag, 26 maart 2022, verscheen er een lezenswaardig interview met de predikant in het Reformatorisch Dagblad. Deze predikant heeft een grote omwenteling in zijn leven gemaakt: van atheïst tot gereformeerd predikant. Maarten Stolk zocht hem op en liet de oude predikant zijn verhaal vertellen. Van Benthem studeerde bosbouw in Wageningen en reisde daardoor regelmatig naar Zweden en Noorwegen. In die tijd was hij overtuigd atheïst, maar hij komt een meisje tegen (op wie hij verliefd werd) die hem aanraadt om de Bijbel te lezen. Van Benthem begon met ‘frisse tegenzin‘ te lezen en moest uiteindelijk capituleren voor Gods Woord. Hij breekt zijn studie bosbouw af en gaat theologie studeren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

‘Vreselijke periode’

Deze studie viel echter niet (helemaal) in goede aarde. Van Benthem noemt deze periode in het Reformatorisch Dagblad ‘een vreselijke periode’. Van Benthem: “In een van de eerste colleges die ik kreeg, maakte prof. Kuitert een Schriftkritische opmerking. Ik was nogal schuchter, maar een medestudent zei: “Professor, alle Schrift is toch door God ingegeven?” Toen zei Kuitert: “Nee, dat is een verkeerde vertaling. Alle door God ingegeven Schriftwoord is nuttig. Dat betekent dat er ook woorden in de Bijbel staan die niet door God zijn ingegeven.” Schokkend vond ik dat.” De studenten worden geadviseerd om zich verre te houden van geschriften uit de Nadere Reformatie, zoals de Redelijke Godsdienst van ‘vader’ Brakel, en werken van Abraham Kuyper. De radicale afwijzing van deze geschriften door prof. Kuitert zorgde er bij Van Benthem juist voor dat hij ze wél ging lezen. Van Benthem: “Zo kon ik de dwalingen die ik aan de VU kreeg ingegoten, weerstaan. Ik had het idee dat ze daar het Woord van me wilden afpakken, en ik kon niet zonder dat Woord.

Protest

Ondanks zijn opleiding en grote bezwaren bleef hij predikant in de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). Dat veranderde na 1980, toen het rapport ‘God met ons’ uitkwam.2 Van Benthem was toen predikant in Genemuiden. Met een deel van zijn gemeente brak hij met de GKN en sloot zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK). Van Benthem: “Het uiteindelijke breekpunt was toen de gereformeerde synode in 1980 het rapport “God met ons”, over het Schriftgezag, aanvaardde. Daarmee werden wissels omgezet. Als je op een kerkelijke vergadering met een beroep op de Schrift tegen bepaalde dingen protesteerde, dan zeiden collega’s soms letterlijk: “Geloof je dat sprookjesboek dan nog?”” In 1993 gaat de predikant met vervroegd emeritaat.

Veertig jaar predikant

Het hierboven aangehaalde interview verscheen naar aanleiding van zijn vijftig jarige ambtsjubileum. Tien jaar geleden, bij het veertigjarige ambtsjubileum, werd Van Benthem ook een geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad. In dit interview gaf hij aan dat hij zich halverwege de jaren ’60 aansloot bij de Gereformeerde Kerk te Santpoort. Het werd Van Benthem duidelijk dat hij predikant moest worden. Hij kwam op de Vrije Universiteit. Van Benthem: “Maar wat ik daar aantrof, schokte me geweldig. Het was de tijd van de hoogleraren H.M. Kuitert, Tj. Baarda en C. Augustijn. Ik kreeg te horen dat de Bijbel een sprookjesboek was. Zo dacht ik erover toen ik atheïst werd.” Toch kijkt hij niet geheel negatief terug op zijn studententijd. Van Benthem: “Bij mij werkte het zo dat als Kuitert ergens op af ging geven, ik daar juist benieuwd naar werd. Op een keer was dat Brakel. Hij is mijn liefste oudvader geworden.” Ook in het interview uit 2012 lezen we dat het hierboven genoemde synoderapport voor de predikant het breekpunt werd. Hij kijkt daar met gemengde gevoelens op terug. Van Benthem: “Voor je geestelijk leven was dat echt niet altijd vruchtbaar. Waar ik wel positief op terugkijk, zijn de jaren dat ik doceerde aan de Reformatorische Leergangen in Zwolle, van 1972 tot 1986. Daaraan was ook iemand als dr. M.J. Arntzen verbonden. We wilden tegenwicht bieden aan de VU.3

Voetnoten

Want de mond des HEEREN heeft het gesproken – Een relevante studie over de Schriftleer

Guy Prentiss Waters is hoogleraar Nieuwe Testament aan het Reformed Theological Seminary te Jackson, Mississippi. Zijn boek over de leer van de Schrift is een heldere en goed geschreven studie over dit zeker in onze tijd zo belangrijke thema. Temeer omdat hij ook de inzichten van Karl Barth en Peter Enns met betrekking tot de Schrift analyseert en op deskundige wijze bekritiseert.

De eerste naam zal geen toelichting behoeven. Bij de tweede gaat het om een oudtestamenticus die veertien jaar les gaf aan Westminster Theological Seminary, maar moest vertrekken vanwege zijn boek Incarnation and Inspiration. Dit boek is inmiddels door meerdere andere boeken gevolgd, waarin Enns zijn inzichten ontvouwd. Inzichten die wel ver verwijderd zijn van de Schriftleer van de gereformeerde belijdenisgeschriften.

In het verleden werd Barth de leidinggevende theoloog van de grote middenstroom in de Hervormde Kerk en later ook van de Gereformeerde Kerken. De toonaangevende gereformeerde dogmaticus G. C. Berkouwer stond aanvankelijk zeer kritisch ten opzichten van de theologie van Barth maar maakte kennelijk een wending. Mede door de doorwerking van de theologie van Barth binnen de Gereformeerde Keken kwam het tot de vorming van de PKN.

Vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Gereformeerde Bond werd een aantal decennia geleden gewezen op de grote verschillen tussen de klassiek gereformeerde theologie en die van Barth. Die tegenstemmen zijn voor een belangrijk deel verstomd. Inmiddels oriënteert zich men aan de TUK, verbonden met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, en de TUA, verbonden met de Christelijke Gereformeerde Kerken, in dogmatisch opzicht heel sterk op Barth en wordt een hele nieuwe generatie predikanten behoorlijk kritiekloos ondergedompeld in diens gedachtegoed en dat van zijn Nederlandse geestverwanten, K.H. Miskotte en O. Noordmans. Alleen daarom al is het boek van Waters ook voor de Nederlandse situatie zeer relevant.

Waters opent zijn studie met twee hoofdstukken over de openbaring. God openbaart Zich in de werken van Zijn handen. Hij openbaart Zich in de gewetens van mensen. We spreken dan van Gods algemene openbaring. Waters wijst erop dat ook voor de zondeval deze algemene openbaring verbonden was met bijzondere openbaring. God gaf het eerste mensenpaar het proefgebod. Sinds de zondeval is de algemene openbaring slechts toereikend om ons schuldig te stellen. Zij leidt niet tot ware Godskennis. Uit de algemene openbaring kunnen we ook niet de weg van verlossing leren kennen.

Op allerlei wijzen heeft God de weg van verlossing onder de oude bedeling geopenbaard. Deze openbaring is schriftelijk vastgelegd in de boeken van het Oude Testament. Het Oude Testament vraagt om het Nieuwe Testament. God heeft ten slotte gesproken in en door Zijn Zoon. Wat de nieuwtestamentische boeken samenbindt, is hun apostolische inhoud en oorsprong. Weliswaar zijn niet alle nieuwtestamentische boeken door een apostel geschreven, maar zij hebben wel allen een apostolisch stempel. De boeken die niet door een apostel zijn geschreven, zijn namelijk van de hand van een van hun directe medewerkers.

In het Nieuwe Testament wordt van het Oude Testament betuigd dat het door Gods Geest is ingegeven. In aansluiting bij B.B. Warfield wijst Waters erop dat het Griekse woord theopneustos dat in 2 Tim. 3:16 wordt gebruikt, letterlijk moet worden vertaald met ‘door God uitgeademd’. Omdat de apostelen wisten dat hun gezag niet minder was dan van de oudtestamentische profeten en wisten dat zij hun gezag rechtstreeks aan de Heere Jezus Christus ontleenden, mogen en moeten wij de categorie ook op hun geschriften toepassen.

De nodus van de inspiratie was niet altijd gelijk. Het kon een directe godsspraak zijn, een visioen, maar ook nauwkeurig historisch onderzoek dat op vervolgens op schrift werd gesteld of het schrijven van een brief. In alle gevallen is het resultaat van de inspiratie gelijk: de woorden van de Bijbelschrijvers zijn de woorden van de Heilige Geest.

Waters benadrukt dat wij bij de ontvouwing van de Schriftleer ons startpunt niet in schijnbare tegenstrijdigheden en moeilijkheden moeten nemen, maar in het getuigenis van de Schrift over zichzelf. Vandaar uit moeten we naar antwoorden zoeken als het gaat om moeilijkheden en tegenstrijdigheden. Daarbij moet ons uitgangspunt de eenheid van de Schrift zijn.

Waters erkent dat de Schrift niet alleen in theologisch opzicht, maar ook in geografisch en historisch opzicht volkomen betrouwbaar is. Hij verwerpt dat het erkennen van deze betrouwbaarheid van rationalisme zou getuigen en dat deze gedachte pas in de moderne tijd is opgekomen. Kerkvaders en reformatoren hebben de Schrift wel vanuit de overtuiging van volkomen betrouwbaarheid gelezen.1

De gedachte dat de historiciteit van Bijbelse gebeurtenissen binnen de Bijbel zelf van minder belang is en Bijbelschrijvers geen nauwkeurig onderscheid maakten tussen mythe, fictie en historische realiteit breekt al helemaal stuk als het gaat om de opstanding van de Heere Jezus. De eerste christenen waren er diep van overtuigd dat het hier om een historisch feit ging en dat de getuigen van de opgestane Heere betrouwbare getuigen waren.

Het getuigenis van de opstanding is onlosmakelijk verweven met andere historische gebeurtenissen. Gebeurtenissen waarvan ook de locaties worden vermeld. Wanner het Schriftgezag wordt beperkt en wat de Bijbel als historie meedeelt en over geografie vertelt van minder belang wordt geacht, raakt dat altijd het verstaan van de Bijbelse boodschap zelf.

Enns heeft gesteld dat de onfeilbaarheid (inerrancy) van de Bijbel van docetisme zou getuigen. Wie de menselijke zijde van de Bijbel serieus neemt, aanvaardt naar zijn overtuiging dat zij niet alleen in historisch en geografisch opzicht, maar ook leerstellig en ethisch tekortkomingen bevat. Tekortkoningen die moeten worden verbonden met het feit dat de Bijbel binnen een bepaalde context is ontstaan. Concreet denkt hij bij ethische zaken onder andere aan de positie van de vrouw en homoseksuele relaties.

Waters brengt terecht naar voren dat wij volledig recht kunnen doen aan de menselijke zijde van de Schrift zonder aan fouten en tekortkomingen te denken. Het feit dat wij ervan overtuigd zijn dat de Heilige Geest geen vergissingen maakt, zoals de kerkvaders zeiden, hoeven we niet in mindering te brengen op het feit dat de Heilige Geest bij de inspiratie van mensen gebruikt heeft gemaakt.

Omdat de Bijbelschrijvers helemaal met hun eigen tijd en context waren verbonden, kunnen wij volgens Enns nooit een rechtstreeks beroep op de Schrift doen. In het Oude Testament vinden we de neerslag van de ervaringen en gedachten over God van de oudtestamentische Bijbelschrijvers. Hij gebruikt in dit verband het woord ‘imagination’. Als het gaat om de nieuwtestamentische Bijbelschrijvers spreekt hij van een ‘reimagination’ van gedachten over God in het licht van de dood en opstanding van Christus.

Volgens Enns gaat het daarbij om een uiteindelijke voorstelling van God. Gods openbaring in Christus is beslissend. Terecht stelt Waters dat Enns vanuit zijn eigen visie niet duidelijk kan maken waarom Gods openbaring in Christus beslissend is en al helemaal niet duidelijk wordt in welke zin zij beslissend is, omdat voor Enns ook het Nieuwe Testament niet minder dan het Oude Testament tijdbepaald en cultuurgebonden is en niet echt boven de eigen tijd uitwijst.

Het Nieuwe Testament gebruikt volgens hem ook interpretatiemethoden voor het Oude Testament die wij onmogelijk kunnen volgen, ook al delen wij met de schrijvers van het Nieuwe Testament de overtuiging dat Christus het doel van de Schrift en van de oude bedeling is. De boeken van het Nieuwe Testament zijn volgens Enns niet minder dan de boeken van het Oude Testament boeken van goddelijke wijsheid, waarop wij ons oriënteren om ons vervolgens af te vragen hoe wij ons in onze context God moeten voorstellen en wat God in onze context van ons vraagt.

Waters brengt naar voren dat het feit dat de boeken van het Oude en Nieuwe Testament in een bepaalde historische en culturele context zijn ontstaan, niet betekent dat zij niet boven hun ontstaanstijd kunnen uitwijzen. Ook de persoonlijke eigenheid van de Bijbelschrijvers is niet strijdig met het universele en goddelijke karakter van hun boodschap. In navolging van Warfield wijst hij erop dat al deze factoren opgenomen zijn in de inspiratie en niet in mindering mogen worden gebracht op de goddelijke oorsprong en het goddelijke gezag van datgene wat de Bijbelschrijvers hebben opgeschreven.

Enns Schriftleer komt niet in alle opzichten met die van Barth overeen. Wat Enns en Barth echter met elkaar verbindt is dat zij de Bijbel niet zonder reserve met het Woord van God gelijk willen stellen. Barth tekende weliswaar protest aan tegen de liberale theologie, maar keerde niet terug tot de klassieke gereformeerde theologie. Hij gebruikte wel begrippen uit deze theologie, maar gaf die een nieuwe en andere inhoud.

Waters laat zien dat volgens Barth de Bijbel een feilbaar, seculier en volledig menselijk product is dat God in dienst van Zijn openbaring wil nemen. We vinden in de Kirchliche Dogmatik van Barth zeer uitgebreide exegetische partijen, maar voor Barth is wat de Schrift zegt nog niet wat God zegt. Een dergelijke wijze van spreken ziet hij als een pogen om grip te krijgen op God en dat zou strijdig zijn met Gods vrijmacht.

Ik zou aan wat Waters naar voren brengt toe willen voegen dat Barth niet wil zeggen dat het waarachtige geloof een bepaalde concrete inhoud heeft. Immers dat zou betekenen dat er tweedeling door de mensheid loopt en daarvan wil Barth onder geen beding weten. Waters kritiek op Barth zou nog iets krachtiger geweest zijn als hij de relatie had laten zien tussen de Schriftleer van Barth en het universalistische karakter van zijn theologie. Over verloren gaan wordt door Barth nooit concreet gesproken. Dat is voor hem een onmogelijke mogelijkheid.

Niet ten onrechte is daarom wel gesteld dat Barth de structuur van de liberale theologie eerder heeft omgekeerd dan werkelijk doorbroken. Daarmee wordt dan bedoeld dat voor Barth Gods genade in Christus niet de climax is van de algemene religieuze ervaring, maar dat de bijzondere genade zelf wel universeel is en het menszijn zelf alleen maar in het licht van deze genade kan worden gezien. Omdat Gods bijzondere genade volgens Barth universeel is, verdwijnt bij hem het onderscheid tussen schepping en verlossing. Ieder mens is in principe een verlost mens.

Terugkerend tot Waters: Waters schreef een belangwekkend en zeer relevant boek dat ik van harte ter lezing en bestudering aanbeveel.

N.a.v.: Waters, G.P., 2020, For the Mouth of the Lord Has Spoken. The Doctrine of Scripture (Fearn: Mentor)

Deze gastbijdrage is met toestemming overgenomen van de website van dr. P. de Vries. Het originele artikel is hier te vinden.

Voetnoten

Twee soorten hermeneutiek? – Mart-Jan Paul op een congres van ‘Weet wat je gelooft’

Twee soorten hermeneutiek? Dit was de titel van de lezing van oudtestamenticus prof. dr. Mart-Jan Paul op een congres in 2017 over het boek van de systematisch theoloog prof. dr. Gijsbert van den Brink. Hij vraagt zich af waar de ziel blijft in de theologie van prof. Van den Brink. Met dank aan ‘Weet wat je gelooft’ embedden wij hieronder de video. Dit is het laatste bijdrage van de bijdragen die neigen naar Intelligent Design en/of het klassieke scheppingsgeloof. Voor wie dit ‘oneerlijk’ of eenzijdig zal vinden en graag alle lezingen wil terugkijken, die verwijzen wij naar het YouTube-kanaal van ‘Weet wat je gelooft’ (de playlist van het congres is hier te bekijken).

Bijbel & Wetenschap: Eén waarheid, twee geloven – Dr. Peter de Jong spreekt op scheppingscongres van 9 juni 2018

Op 9 juni 2018 werd er door een groep christenen een congres in Zwolle georganiseerd over schepping en evolutie. De derde lezing werd verzorgd door dr. Peter de Jong. Hij sprak over bijbel en wetenschap. De lezing werd opgenomen door de organisatie en kunnen wij daarom hieronder met u delen. Veel zegen bij het kijken.

Studie: Bijbel en Oorsprong (1-4) – Een overzicht

In 2021 hield de bioloog ir. Kees Fieggen een vierdelige presentatie in Dokkum rond het thema ‘Bijbel en Oorsprong‘. Hij dacht met de luisteraars na over vragen als het geschapen en ontworpen leven en de uniciteit van de mens. De afgelopen tijd konden we met dank aan Bijbelse Bron deze video’s ook op deze website delen. Hieronder een overzicht.

Deel 1: Het leven is geschapen volgens de Bijbel.
Deel 2: Het leven is ontworpen volgens de wetenschap.
Deel 3: Adam en Christus: wie is de mens?
Deel 4: Adam en Christus: Waarom Genesis letterlijk lezen?

Schepping-evolutie – Een kort briefje over ‘de gebroken rietstaf’

Prof. dr. G. van den Brink noemt het jongeaardecreationisme, genormeerd aan Gods Woord, een „rietstaf die de hand doorboort” (2 Kon. 18:21 en Jes. 36:6) (Reformatorisch Dagblad van 16-8-2017). Hij vergelijkt het vertrouwen op deze visie met het vertrouwen op redding door ‘heidenen’, terwijl juist de evolutiefilosofie die uitgaat van universele gemeenschappelijke afstamming over lange perioden, van ‘heidense’ oorsprong is (zie Anaximander en andere Grieks-Romeinse denkers). We moeten ons vertrouwen echter, net als koning Hizkia (2 Kon. 19 en Jes. 37), niet stellen op mensen of natuurfilosofieën, maar op God en Zijn Woord.

Prof. Van den Brink blijft in zijn boek ”En de aarde bracht voort” vooral steken bij verouderde creationistische werken (bijvoorbeeld uit 1923 en 1961). Zijn oordeel dat huidige creationistische verklaringen „geen been hebben om op te staan” en „gekunsteld en speculatief” zijn, berust niet op eigen onderzoek. Hij zou er goed aan doen de jong-historische werkelijkheidsopvatting te beoordelen op haar eigen merites en op grond van recentere literatuur, bijvoorbeeld Brand en Chadwick (2016), Brandt (2015), Gibson e.a. (2011), Hartnett (2012), Snelling (2009) en Wood en Garner (2009).

Volgens prof. Van den Brink zouden creationisten hoofdzakelijk inzetten op pr. De creationistische stroming zet integendeel veel (vrije) tijd en geld in voor onderzoek (denk aan de Core Academy of Science). In het RD werd de jong-historische scheppingsleer overigens vaker verdedigd dan prof. Van den Brink aangeeft.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2017, Schepping en evolutie (XV), Reformatorisch Dagblad Puntkomma 47 (121): 8.