Door de gang van het ziekenhuis loopt een vrouw. Ze houdt haar dochters stevig vast. Hoe moet het verder? Zal ze naast haar zoon ook haar man verliezen? Het jongste meisje kijkt naar haar moeder. Je ziet haar denken. Dan komt het hoge woord eruit. ‘Mama, als papa sterft dan zijn we nog maar met z’n drietjes.’ De vrouw kijkt haar dochter verdrietig aan. Wat moet je daarop zeggen?

Gedachten tuimelen over elkaar heen. De Heere is toch een hoorder van het gebed? Hebben we er goed aangedaan? Liever een ernstig zieke man, dan geen man (meer). De vooruitzichten waren veelbelovend. Maar nu? Een donkere nacht, een zwart gat.
Op kamer zeven van de Intensive Care van het Thoraxcentrum is het rustig. Links van het bed staat de ECMO, een compacte en geavanceerde hart-longmachine. De dikke plastic slangen verdwijnen onder de dekens. Uit het beademingsapparaat klinkt een rustige cadans: pffff-wisshh…pffff-wisshh. Vredig? Schijn bedriegt. Lichamelijk vechten om te overleven, geestelijk een delier. De schuifdeur gaat open. De cardioloog komt binnen met een verrijdbaar echoapparaat. Hij rijdt het apparaat tot vlak bij het bed, sluit het aan, smeert wat gel op de echokop (transducer) en kijkt of hij het hart kan vinden. Hij kijkt naar het scherm. Hij schudt zijn hoofd, nee, dit is niet goed. Verontrustend! Het donorhart doet nog maar één-vijfde van wat het moet doen, daarmee kan de ECMO er nog niet uit.
Terwijl ik daar lig, vechtend om te overleven, moet mijn vrouw tijdens de behandeling even de gang op. Als de arts klaar is, laat hij haar binnenkomen en vertelt haar het slechte nieuws. ‘Hij kan toch niet aan de ECMO blijven liggen?’, vraagt ze. ‘Nee’, zegt de arts. ‘En als het nu niet verbetert?’ ‘Dan zal hij komen te overlijden. Vanmiddag probeer ik het nog een keer’.
Het is middag. De arts zit bij mijn bed. Hij zucht. Hij weet het niet (goed) meer. Veel middelen zijn ingezet, maar het hart blijft het slecht doen. Waarom? De verwachtingen zijn laag. Maar dan…de ogen van de arts worden groot. Ziet hij het goed? Nog een keer alles opnieuw en nog een keer. Het resultaat blijft hetzelfde. De verpleegkundige snelt naar mijn vrouw: ‘Het is goed!’ ‘Is het hart goed of is het onderzoek goed gegaan?’ ‘Ja, de hart-longmachine kan eruit, de arts zal het zo uitleggen’. Een gesprek, met goed nieuws volgt. Tranen van vreugde! De arts wist het niet meer, maar de Heere wel! Hij deed op het gebed grote wonderen.
Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven,
Hoeveel het zij, genadig wil vergeven;
Uw krankheên kent en liefderijk geneest;
Die van ’t verderf uw leven wil verschonen,
Met goedheid en barmhartigheên u kronen;
Die in den nood uw redder is geweest.
Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2026, Wonderen op de IC, Om Sions Wil 2026 (21): 23. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.
COLUMN 2: Historiciteit noodzakelijk, maar niet genoeg.
COLUMN 3: Transplantatieverjaardag.
COLUMN 4: Het botje van Werenfridus.
COLUMN 5: Wonderen op de IC.