Home » Algemeen » COLUMN: In de war…

COLUMN: In de war…

Op de IC-kamer in het ErasmusMC is het rustig. Het geluid van beademingsapparatuur, diverse infuuspompen die hun vloeistoffen binnendruppelen en het dialyseapparaat dat zijn werk doet. Schijn bedriegt! Lichamelijk vechten om te overleven, geestelijk een delier.

Een delier is een acute verwardheid, veroorzaakt door operatie, infectie of medicatie., die niet past bij de persoonlijkheid. Een greep uit een grote hoeveelheid persoonlijke beelden.

Beeld 1

Ik zie een arts en wat familieleden bij het bed staan. ‘Meneer, de situatie is hoogst ernstig, misschien komt u te overlijden. Uw familie heeft u, met spoed, naar een diaconessenhuis gebracht voor een harttransplantatie. Die mensen dachten het te kunnen, maar hebben allereerst al verkeerde vloeistoffen gebruikt om u in slaap te brengen. Zeer kritiek bent u vandaaruit hier gebracht. Tijdens de operatie hebben we uw lichaam in plakjes moeten snijden. U moet nu héél stil liggen, dan kan het genezen, anders bent u voor uw leven lang misvormd en gehandicapt.’ Kantje boord dus! Welke familie brengt mij nu naar een stel prutsers? Boos zak ik weg.

Beeld 2

Gerammel met potjes. Ik doe mijn ogen open en zie tegenover mij een verpleegkundige staan. Ik wrijf mijn ogen nog eens uit, want zie ik het goed? ‘Zyklon B’ staat er op de potjes. Wat? Met dat spul vergasten de nazi’s Joden. Ja, daar heb je het al. Ze doet de korrels in het glas, moffelt de potjes in de prullenbak en komt met het glas mijn kant op. Ik moet drinken.. en… verwacht elk moment dood weg te zakken. Maar dat gebeurt niet, kennelijk heeft de stof sinds de Tweede Wereldoorlog aan kracht ingeboet. Ik roep… maar niemand luistert. Ik schrijf een brief… maar niemand leest het. Dan komt eindelijk verpleegkundige Sander op de kamer. Ik geef hem de brief en wijs naar de prullenbak. ‘Sander, ben je er nog?’ Ik kijk naast me. Ja, de verpleegkundige is bij mijn bed op de grond gezakt én… huilt. ‘Wat is er?’ ‘Dit vind ik zó erg, mijn opa is met deze afschuwelijke troep vergast in Auschwitz. Hier ga ik werk van maken!’ Enige tijd later wordt er een politierapport op mijn nachtkastje gezet. Verdrietig en angstig zak ik weg.

Beeld 3

Gedrochten uit de afgrond komen op mij af. Ze maken naargeestige geluiden: ‘Whoe-o-hoe, whoe-o-hoe’. Ze willen mij meezuigen de diepte in. Ik doe mijn ogen dicht en schreeuw het uit. Na een tijdje doe ik ze weer open, nog steeds die verschrikkelijke wezens! Ik bid: ‘Laat mij maar sterven, Heere, dit kan ik niet. Iedereen is tegen mij!’ Wanhopig zak ik weg. In de war…

‘k Wou vluchten, maar kon nergens heen,
Zodat mijn dood voorhanden scheen,
En alle hoop mij gans ontviel,
Daar niemand zorgde voor mijn ziel.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2026, In de war…, Om Sions Wil 2026 (2): 23. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2026
COLUMN 1: In de war…