Home » Betuwse streekgeschiedenis » COLUMN: Het botje van Werenfridus

COLUMN: Het botje van Werenfridus

Hoor! Verheven stemgeluid, geschreeuw, ruzie. De rustige en bemiddelende missionaris Werenfridus is nog maar net overleden of zijn ‘onderdanen’ hebben nu al ruzie. Waar gaat het over? Als we dichterbij komen, horen we een man roepen: ‘Nee, onze Werenfridus moet in Westervoort begraven worden, en niet in Elst. Hij is immers hier gestorven.’ Een heikele kwestie.

De twee partijen komen er niet uit: Westervoort of Elst? Dan krijgt een andere man uit de groep een inval: ‘Laten we God om raad vragen over deze kwestie.’ Zo wordt het gedaan. Na een gemeenschappelijk gebed wordt het lichaam van Werenfridus in een klein, onbestuurd bootje gelegd. De mensen kijken het bootje verbaasd na; het drijft warempel tegen de stroom in naar Elst. Dit moet wel zijn uiteindelijke rustplaats worden. Toch zijn de tegenstanders niet overtuigd. Een tweede plan ontstaat. De mensen leggen eerbiedig het lichaam van Werenfridus op een wagen die getrokken wordt door twee jonge ossen. Deze ossen hebben nog nooit een juk gedragen. De dieren lopen in een rustig tempo uit zichzelf naar Elst. Nu is het pleit beslecht. Het lichaam van Werenfridus wordt in een sarcofaag gelegd en bijgezet in Elst. De sarcofaag is nog steeds te zien in het Tempel-Kerkmuseum in Elst.

Het jaar 726 wordt gezien als het geboortejaar van het dorp Elst. Op 9 juni 726 schenkt de bekende Karel Martel het landgoed Heliste aan Willibrord, bisschop van Utrecht. Na het ondertekenen van de schenkingsakte draagt Willibrord zijn metgezel Werenfridus op om hier een missiepost op te zetten en het christendom te verspreiden in de Betuwe. De naam Werenfridus betekent ‘bewaker van de vrede’. Met zijn rustige en bemiddelende karakter doet hij zijn naam eer aan. In Elst laat hij een zaalkerk bouwen boven op de fundamenten van een Romeinse tempel. Door deze heidense plaats om te vormen tot een christelijk centrum, krijgt het christelijk geloof een sterke en symbolische basis. Op 14 augustus 760 sterft Werenfridus in Westervoort, getroffen door een zware koorts.

Bijzonder genoeg werd in juni 2026 het opperarmbeen van Werenfridus teruggevonden. Het bot werd in het Werenfridusaltaar van Elst geplaatst. Het wordt nu in deze Rooms-Katholieke kerk (een andere dan de Grote Kerk) als reliek vereerd. Al is deze vondst historisch erg boeiend, in dit opzicht is zij theologisch zeker niet neutraal. Gereformeerden hebben reliekenverering altijd als onschriftuurlijk afgewezen. Relikwieën hebben geen heilige kracht op zichzelf. Het doet denken aan de afgoderij met de koperen slang ten tijde van koning Hizkia. In plaats van de ware Weldoener, werd hier een koperen slang (materie) geëerd. Het door rooms-katholieken tegengeworpen onderscheid tussen hogere en lagere verering is in de praktijk niet overtuigend. Wel mogen we op gepaste wijze Werenfridus gedenken (Hebr. 13:7).

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2026