Een jonge collegabioloog, hij noemt zichzelf online AJ, heeft een heel aantal vragen bij het christelijk geloof, waar hij bij is opgevoed. Die uitdagende vragen vragen om een reactie. Ik ga niet in op aspecten van de betrouwbaarheid van de Bijbel, omdat ik geen theoloog ben.1
Een uitdagende vraag die ik wel graag van een antwoord zou willen proberen te voorzien is de volgende:
“Is Gods schepping echt zo prachtig en getuigend van Hem? Of: Hoe wespen Gods karakter illustreren.”
In dit voorbeeld volgt de auteur de denktrant van Charles Darwin. Darwin kon het zich niet voorstellen dat een goede almachtige God zulke dieren als sluipwespen zou hebben geschapen. Of zoals AJ citeert:
“I cannot persuade myself that a beneficent and omnipotent God would have designedly created the Ichneumonidae with the express intention of their feeding within the living bodies of caterpillars (…)”(Darwin, 1860).
AJ vindt dit een gruwelijk gebeuren, net zoals een leeuw die een prachtige gazelle verslind. Het heeft misschien mooie kanten, maar is gruwelijk. Hij vindt het verschrikkelijk.
Hier is heel veel op te zeggen. In een vorige reactie heb ik gesteld, dat het consequenties heeft, voor ons handelen, als we iets gruwelijk vinden wat we kunnen beïnvloeden. We zijn dan moreel ertoe verplicht, het te verhinderen. In een tweede reactie heb ik wat overwegingen gedaan om te beoordelen of het gedrag van de sluipwesp moreel kwaad is of niet. In dit derde deel zou ik willen nagaan of dit kwaad op een of andere manier zou kunnen zijn ontstaan als gevolg van corruptie van een in principe goede schepping.
AJ stipt dat facet zelf aan met de volgende woorden:
“Het punt dat ik niet begrijp dat een liefhebbende, almachtige God dit bewust ontworpen moet hebben.” “Oh ja, dat is als straf op de zonde. Maar waarom moet al die dieren, miljarden en miljarden, zeker over de tijden heen, die straf ook ervaren? En los daarvan blijft het opvallend dat God blijkbaar heeft zitten ‘nadenken’ over hoe ontwerp ik nou eens zulke perfecte killermachines?”
We zien in de reactie van AJ twee subvragen. De eerste vraag is: waarom moeten zoveel dieren door de jaren heen de straf op de zonde ervaren, hoewel ze die zonde zelf niet bedreven hebben? De tweede vraag is, hoe kan het dat als straf op de zonde zulke complex gebouwde dodelijke organismen zijn ontstaan.
Een antwoord op de eerste vraag is deze. We kijken met onze huidige westerse ogen veel te eigentijds, westers en individualistisch naar God en Zijn schepping. De biologie leert ons dat wij, mensen, en andere levende wezens op allerlei niveaus nauw met elkaar verbonden zijn. De biologie leert ons dat de individualistische zienswijze van de westerse mens na de Verlichting fundamenteel fout is. We maken op allerlei manieren wezenlijk onderdeel uit van de schepping die een organisch geheel vormt. De Bijbel leert ons ook dat wij niet los van de schepping staan, maar dat de mens en de schepping naadloos verbonden zijn. Er is ook een verbondenheid tussen Adam en ons. Adam was ons verbondshoofd, en daarom wordt de schuld en de straf ook ons als zijn nakomelingen aangerekend. Zo was Adam ook het hoofd van de schepping en is met de val ook de schepping geknecht geraakt onder de zonde en corruptie. Dieren zijn echter meer sláchtoffer dan de mens. Dieren kunnen dan ook niet die diepte van lijden ervaren, die een mens kan ervaren, en zal moeten ervaren als deze zich blijvend van God afkeert. Een dier kan niet in die mate geestelijk lijden, als een mens dat kan. De verbondenheid tussen de mens en de schepping betekent ook dat de schepping eenmaal zal delen in het herstel door het werk van Christus (Romeinen 8).
Een antwoord op de tweede vraag is deze. We kunnen niet weten hoe de staat van de biologie was voorafgaande aan de zondeval. Elk spreken hierover in biologisch opzicht is pure speculatie. Het is altijd goed om ons daarvan bewust te zijn. Maar dat gezegd hebbende, zou men zich kunnen voorstellen dat de cyclus van de sluipwesp in de goede schepping functioneerde zonder dat de sluipwesp bij de gastheer schade toebracht. Mogelijk was sprake van plantaardige gastheren, of van gastheren waarbij sprake was van symbiose of mutualisme. We zien bij ziekteverwekkende parasieten zoals Tritrichomonas en bacteriën zoals streptokokken heel vaak dat deze organismen in eerste instantie geen ziekten verwekken, maar dat na verloop van tijd klonen ontstaan die pathogeen zijn. Pathogeniteit is een kenmerk van verwording van de schepping. We zien dan vaak dat de ziekteverwekkende klonen genetisch armer zijn dan de oorspronkelijk in symbiose levende bacteriën.
Een andere mogelijkheid is, dat sluipwespen voor de zondeval een volledig andere levenscyclus hadden waarbij de verschillende mechanismen voor pathogeniteit volledig afwezig waren, maar waarbij in respons op de vloek over de zonde deze mechanismen tot stand kwamen. We hebben als christenen in onze westerse samenleving vaak de neiging om de wonderen van God in de biologie of in de fysieke wereld te verkleinen. Er is echter geen reden om wantrouwen te hebben tegen het idee, dat bij de val de complete biologie van nare mechanismen werd voorzien, die voor die tijd niet aanwezig waren. Het is net zo min kwaadaardig van God om een vloek over de wereld zeer complex en uitgedacht tot stand te laten komen, als het kwaadaardig is voor een aardse rechter om een schuldige misdadiger een heel minutieus omschreven straf te laten ondergaan. Een goed georganiseerde gevangenis is niet slechter dan een slecht georganiseerde gevangenis. Het opleggen van een complexe straf kost God niet meer moeite dan het opleggen van een eenvoudige straf. Overigens kan het zomaar zijn dat in het complexe van de dodelijke organismen nog veel zaken zijn, die het leed voor het slachtoffer verminderen, en dus een teken van mildheid zijn. Zo zijn er sluipwespen die hun gastheren verlammen. Het is denkbaar dat de toxinen die worden toegediend er ook toe leiden dat de gastheer verdoofd wordt en weinig ongerief ervaart. Het is bekend dat toxoplasma de hersenen van muizen zodanig manipuleert, dat deze muizen minder bang worden. Vaak is het zo, dat hoe meer de pathogeen en de gastheer op elkaar zijn ingespeeld, des te meer zullen de reacties op elkaar een gematigd karakter hebben. Een bekend voorbeeld waarbij we dat gezien hebben is het Coronavirus.
De gedachte dat God complexiteit bij de zondeval in de gevallen wereld heeft ingebracht kan gezien worden als een teken dat God actief met deze biologische wereld betrokken blijft. Dit kan zowel een waarschuwend als een troostende betekenis hebben. Als God zich zo met de schepping bezig houdt, als gevolg van de zonde, dan is dat een waarschuwing voor ons, om ook de door ons begane zonde bijzonder serieus te nemen. Anderzijds toont het ons, dat God Zijn schepping niet in de steek laat. Hij verricht nog wonderen. Hij kan, wil en zal uiteindelijk herstellen. Het roept ons ertoe op om het herstel van deze verworden schepping van God te verwachten en ook zelf te proberen om deze schepping zo goed mogelijk te bewaren. Als we op God zien, is er geen reden tot pessimisme.

Voetnoten
- Dit is een drieluik naar aanleiding van: https://uitdagendevragen.nl/2024/03/15/is-gods-schepping-echt-zo-prachtig-en-getuigend-van-hem/.