Home » Artikelen geplaatst door Erik van Engelen

Auteursarchief: Erik van Engelen

Kan de evolutietheorie geen onderdeel zijn van een geestelijke strijd? – Reactie op dr. Van den Brink in de ‘evolutietheorie is lariekoek’-discussie

We hebben een bijzonder stuk proza in handen met het artikel “Evolutietheorie lariekoek noemen grenst aan desinformatie” van hoogleraar Gijsbert van den Brink.1 Van den Brink reageert met dit schrijven afkeurend op een artikel van ing. S.J. (Stef) Heerema2, die in een beschrijving van een persoonlijke ervaring in een zoutmijn de evolutietheorie lariekoek noemt. Er is iets wonderlijks bij het pleidooi van Van den Brink. Hij bezit geen graad in een natuurwetenschappelijke richting, laat staan in de biologie, en verkondigt met verve dat de evolutietheorie een zuivere natuurwetenschappelijke theorie is in de klassieke betekenis van het woord. Men zou dan denken, dat hij zich verder van commentaar over deze theorie onthoudt, omdat natuurwetenschap tenslotte niet zijn vakgebied is. Maar zo is het niet. Ferm verkondigt hij dat de evolutietheorie toch echt een wetenschappelijke theorie is die staat als een huis.

“Deze denkbeelden zijn continue in interactie met elkaar. In dat opzicht is geen denkbeeld op voorhand ervoor beschermd onderdeel van een geestelijke strijd te zijn. Of is er in de geschiedenis inderdaad geen enkele interactie tussen de wetenschappelijke theorieën en antichristelijke ideologieën gebleken? Is ons historisch besef zó beperkt?” Bron: Pixabay.

Ik beschouw mij als meer deskundig op dit gebied dan dr. Van den Brink en zou graag vanuit de natuurwetenschap een aantal argumenten formuleren, die aangeven, dat de weergave van Van den Brink niet correct is. Nu doet zich echter het probleem voor dat Van den Brink niet in staat is om natuurwetenschappelijke argumenten op hun merites te beoordelen. Dit probleem wordt verergerd door het feit dat hij in het verleden heeft aangegeven niet (meer) met creationisten over dit soort argumenten te praten en dat in de afgelopen jaren ook gebleken is dat Van den Brink op natuurwetenschappelijke argumenten tegen de evolutietheorie niet ingaat. Het probleem doet zich dus voor dat Van den Brink een uitspraak doet over de natuurwetenschappelijke kwaliteit van de evolutietheorie, maar op basis van natuurwetenschappelijke argumenten niet corrigeerbaar is. De enige oplossing hiervoor is, te zien welke niet-natuurwetenschappelijke argumenten Van den Brink in dit artikel hanteert.

Evolutionisme

Van den Brink formuleert in zijn repliek aan Stef Heerema drie punten die hij van belang acht.
Ten eerste gispt hij Heerema vanwege het feit dat deze de termen evolutietheorie en evolutionisme door elkaar gebruikt. De evolutietheorie zou een puur zakelijke wetenschappelijke theorie zijn over onze oorsprong zonder inherente consequenties over hoe we als mensen over God denken of over onszelf. Hij schrijft: ”Evolutionisten menen dat Darwin het geloof in God overbodig heeft gemaakt, en dat de evolutie van het leven een puur toevalsproces is. Maar lang niet iedereen die de evolutietheorie accepteert, omarmt deze evolutionistische levensbeschouwing.” Inderdaad zullen er mensen zijn die onnadenkend zaken accepteren zonder dat ze zich de gevolgen ervan realiseren. Maar afgezien van dit soort onnadenkende mensen, denk ik niet dat iemand de evolutietheorie kan accepteren, als deze niet ook, in een zekere mate, de evolutionistische levenshouding aanhangt. Al was het maar in te denken dat je binnen de wetenschapsbeoefening niet tot de gedachte mag komen dat er in onze fysieke wereld ooit een bovennatuurlijke kracht werkzaam is geweest. De evolutietheorie is het skelet van het evolutionisme. De evolutietheorie gaat namelijk gepaard met de overtuiging dat God in de natuurlijke historie van de aarde geen wonderen heeft verricht. Hij kon het allicht wel, maar Hij deed het niet. Daarom accepteert een evolutionist geen Intelligent Design. Dat riekt teveel naar Goddelijk ingrijpen. Mensen die geloven dat God in de natuur ingrijpt, geloven volgens Van den Brink in een god-of-the-gaps. Dan beter blinde natuurkrachten als oorzaken aannemen, ook al is ondubbelzinnig aangetoond dat die niet voldoen. Overbodigheid van God en evolutietheorie zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ook bij Van den Brink. Anders geformuleerd: Volgens Van den Brink moet men voor het bedrijven van natuurwetenschap handelen van God uitsluiten. Natuurwetenschap leidt tot ware uitspraken. Dus de ware uitspraken op natuurwetenschappelijk gebied sluiten God uit. Als men er dan ook vanuit gaat dat wetenschappelijk uitspraken meer zekerheid geven dan niet-wetenschappelijke uitspraken, dan gaan uitspraken die God uitsluiten altijd boven uitspraken die God insluiten. Christelijk geloof in natuurwetenschap leidt volgens de visie van Van den Brink tot onwaarheid. Een goede natuurwetenschapper is in zijn vak een atheïst.

Oostindisch doof

Ook stelt Van den Brink dat ”al talloze malen is geprobeerd de evolutietheorie langs wetenschappelijke weg te ontkrachten – stel je voor hoeveel eer je als wetenschapper zou behalen als dat je zou lukken! – maar wat we zien is telkens weer het omgekeerde: door de tijd heen steeds verdergaande bevestigingen ervan.” Wat een simplificatie van de werkelijkheid zien we hier. Maar het is erger dan dat. In de afgelopen decennia zijn er duizenden pagina’s aan bewijsmateriaal geleverd die aangeeft dat het neodarwinisme geen correcte beschrijving van de natuurlijke historie kan zijn. Vanuit het creationisme en de ‘Intelligent Design’-beweging zijn, puttend uit reguliere wetenschappelijke bronnen en argumentaties (maar ook door eigen werk) inhoudelijk veel punten aangereikt waaruit blijkt dat complexe biologische structuren niet op een natuurlijke wijze ontstaan. Er is nog veel meer maar enkele voorbeelden:

Een doorwrocht werk vanuit het Engelse taalgebied is Theistic Evolution: A Scientific, Philosophical and Theological Critique.3 Het boek telt 1008 pagina’s en verscheen in 2017. Toonaangevende wetenschappers hebben hieraan meegewerkt. In het deel The failure of neo-darwinism schreef bijvoorbeeld James Tour, een autoriteit binnen zijn vakgebied. Hij werd geïnterviewd door Andries Knevel voor de serie “Andries en de wetenschappers”.4 Respons vanuit het theïstisch evolutionisme (TE), waaronder Van den Brink? Niets dan een enkele opmerking waaruit blijkt dat het boek ingezien is.

Een ander voorbeeld is het boekje Geest en Kosmos (2014) van Thomas Nagel.5 Nagel is een zeer vooraanstaand atheïstisch filosoof. Hij concludeert dat het neodarwinisme principieel onmachtig is ontstaan van leven, ontstaan van bewustzijn, ontstaan van ratio en ontstaan van objectieve moraal te verklaren. (een samenvatting van dit boek is geschreven door ondergetekende en te vinden op de website van Logos instituut6). Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Een boek getiteld Wat is de mens, Adam, alien of aap is geschreven door de apologetische grootheid Edgar Andrews.7 Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Oud rector magnificus Van Bemmel schreef het boek Waar was je? Geloven na Darwin en Hubble.8 Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Op de eigen boeken van Van den Brink volgde vanuit creationistische hoek gedegen kritiek. Respons van TE waaronder van Van den Brink? Niets. De sprekers op het congres naar aanleiding van de publicatie van Van den Brink hebben het boek Genetic Entropy van J.C. Sanford toegestuurd gekregen.9 Op de gedegen publicatie van prof. Paul kan hij hooguit in een debat aangeven dat deze wat statisch is en op de gedreven publicatie van W. J. Ouweneel getiteld Adam, waar ben je? volgt helemaal geen openlijke reactie.10 In duizenden artikelen op websites als dat van Logos instituut is onderbouwde kritiek te vinden, deels eenvoudig maar deels ook van academisch geschoolde auteurs op eigen vakgebied en gebaseerd op seculiere wetenschappelijke bronnen. Respons vanuit TE, waaronder Van den Brink? Niets.

Publicaties die vanuit een wetenschappelijke achtergrond kritisch zijn op de evolutietheorie worden door Van den Brink en andere theïstisch evolutionisten categorisch ofwel genegeerd ofwel afgedaan met de badinerende opmerking: “creationisten hebben ook zo hun biologen” of er wordt domweg verklaard dat de problemen al lang geleden opgelost zijn of men verklaart dat de problemen in de toekomst opgelost zullen worden. Ingaan op argumenten? Nou nee. Men kan theïstisch evolutionisten niet dwingen om inhoudelijk op de materie in te gaan, als ze dat niet willen of kunnen. Maar te zeggen dat aanhangers van de evolutietheorie alle aanvallen erop adequaat hebben weerlegd is een wel zeer grote misvorming van de werkelijkheid als men daartoe nog niet eens het begin van aanstalten heeft gemaakt. Men kan kritiek op de evolutietheorie niet zonder zinnige argumenten nepnieuws noemen. Thomas Nagel, James Tour, Edgar Andrews, John C. Lennox, John C. Sanford en Steven C. Meijer zijn geen nepnieuwsverspreiders. Zo’n beschuldiging schudt Van den Brink al te lichtvaardig uit zijn mouw.

Verschuivende panelen

Een merkwaardig punt is, dat Van den Brink stelt dat de evolutietheorie, om reden dat het een wetenschappelijke theorie zou zijn, niet onderdeel kan zijn van een geestelijke strijd. De woorden theorie en wetenschap tonen al aan dat we het niet hebben over stenen of waterdruppels maar over menselijke denkbeelden, geestelijke zaken dus. En deze denkbeelden zijn continue in interactie met elkaar. In dat opzicht is geen denkbeeld op voorhand ervoor beschermd onderdeel van een geestelijke strijd te zijn. Of is er in de geschiedenis inderdaad geen enkele interactie tussen de wetenschappelijke theorieën en antichristelijke ideologieën gebleken? Is ons historisch besef zó beperkt?

Met betrekking tot de zondvloed. De argumentatie met betrekking tot het woord “zond” is duidelijk en overtuigend. Maar het lijkt erop dat Van den Brink hiermee wil betogen dat de zondvloed niet het gevolg was van de zondigheid van de mensheid. Van den Brink haalt hier niet alleen de historische realiteit van de zondvloed onderuit maar ook de symbolische of metafysische betekenis ervan. Dit brengt me wel bij de vraag waar het bij Van den Brink ophoudt. Het standpunt van een theïstisch evolutionist is instabiel. Van een creationist weet men welke opstelling deze heeft ten opzichte van het grootste deel van de Bijbel. Tussen theïstisch evolutionisten zijn grote verschillen en ook bij dezelfde persoon is over de tijd heen een verandering van denken zichtbaar. Van den Brink is, ook naar eigen zeggen, over de jaren heen aan het schuiven gegaan. Denkbeelden die eerst onwerkelijk waren voelden al gauw vertrouwd aan. De zondvloed is voor Van den Brink kennelijk niet historisch. De spraakverwarring in Babel dan waarschijnlijk ook niet. Het grootste deel van de tijd die de Bijbel overspant is niet historisch. Wat nu eigenlijk wel? De tien plagen in Egypte? Abraham, werd hij werkelijk 175 jaar oud? Het wordt in de Bijbel beschreven als een nuchter feit niet als een wonder. Naar hedendaagse wetenschappelijke inzichten onmogelijk. Waar ligt op dit moment de demarcatielijn?

Academische terughoudendheid

Hoe je het ook wend of keert, creationist en evolutionist zijn het er over eens dat de historie van de aarde tumultueus is geweest. Er was veel contingente rampspoed en de littekens ervan zijn in de aardkorst terug te zien. Voor de creationist was dit een korte periode, gepaard met grootschalige natuurlijke zowel als bovennatuurlijke gebeurtenissen en voor de evolutionist was dit een lange periode gevuld met louter natuurlijke gebeurtenissen. In beide gevallen is het zeer uitdagend om de aardhistorie op grond van natuurwetenschappelijke bevindingen te beschrijven. De invloed van vooronderstellingen, reikwijdte van het voorstellingsvermogen en toevalligheid van de waarnemingen die gedaan kunnen worden is zo groot dat hier geen zekerheid te verkrijgen is. Ook is er geen externe referentie waarmee bevindingen gecontroleerd kunnen worden. De evolutietheorie met zijn beweringen over vermeende gebeurtenissen, miljoenen jaren geleden heeft ook niet met gezonde wetenschap van doen. Maar creationisme heeft ook terughoudend te zijn, want we weten de reikwijdte van de bovennatuurlijke gebeurtenissen niet. Die kan nog veelomvattender zijn dan uit de nuchtere beschrijving van de Bijbel blijkt. In dat opzicht is een vorm van agnosticisme (docta ignorantia) zoals wel genoemd door Gert van den Brink of Jan van Bemmel te overwegen.

Ik ben bioloog. In dat opzicht ligt de discussie over de validiteit van de evolutietheorie mij na aan het hart. Maar over iets als de Big Bang discussieer ik niet. Dat is toch een ver-van-mijn-bed-show. Men kan zich afvragen waarom Van den Brink er zo aan hecht, dat orthodox christenen de evolutietheorie gaan omarmen. Er zijn toch belangrijker dingen te doen, zoals het verdedigen van het theïsme tegenover het atheïsme, iets waar Van den Brink een goede inbreng in heeft. Hij voert als reden voor zijn actie dat hij bang is dat creationistisch opgegroeide jongeren die gaan studeren hun geloof zouden verliezen als ze met de evolutietheorie in aanraking komen en daardoor overtuigd raken. Inderdaad zou dat heel jammer zijn, en is dat niet nodig. Toch overtuigt dit argument niet. Dergelijke jongeren zijn per definitie niet wereldvreemd. Ze weten in dat stadium heel goed van het bestaan van een categorie mensen dat theïstisch evolutionisten heet. Dit argument overtuigt nog minder, als we weten dat Van den Brink dit argument zelf ook niet zozeer geloofwaardig vindt zoals hij in 2019 in de wandelgangen bij een congres heeft gezegd.

Waar is de bodem?

De evolutietheorie heeft geen onderbouwde verklaring van het bestaan van leven, complexe biologische structuren, de vaste combinaties van die structuren en de grote diversiteit daarin, het ontstaan van bewustzijn, het ontstaan van rationaliteit en het ontstaan van een objectieve moraal. Waarom zo’n aversie vanuit TE als hier vanuit Intelligent Design de vinger bij wordt gelegd? Vanwaar die compromisloze gecommitteerdheid aan een zogenaamd zuiver natuurwetenschappelijke theorie? En waarom uit zich dat niet in een inhoudelijk en zuiver beargumenteerd verweer? Ik ben ervan overtuigd dat dit komt omdat het evolutionistische denken diepgaand onderdeel is gaan uitmaken van het westerse intuïtieve denksysteem. Er is in de afgelopen decennia een diep gewortelde basisovertuiging ontstaan dat mensen dieren zijn, dat God niets met dit aardse leven van doen heeft en dat er geen Goddelijke orde in deze schepping is waar te nemen. Volgens deze overtuiging is alles fluïde en in ontwikkeling. In lijn hiermee noemt Van den Brink zijn overtuiging een dynamisch wereldbeeld, in tegenstelling tot creationisten die een statisch wereldbeeld hebben. Deze niet-rationele basis overtuiging, die zowel niet-christenen als christenen diepgaand beïnvloedt, maar sterk antichristelijke trekken heeft, heeft er geen behoefte aan om bevraagd te worden maar stelt slechts eisen. Dit is ermee in lijn dat Van den Brink in een tweegesprek met Henk Jochemsen aangaf al lang geleden opgehouden te zijn vragen te stellen bij de metafysische vooronderstellingen van de evolutietheorie. Die fase is hij voorbij. Het spreekt voor zich dat deze basisintuïtie in tegenspraak is met datgene wat de Bijbel van ons vraagt. God vraagt van ons dat ons complete leven tot Zijn eer is. We eren Hem niet door Hem te negeren.

Dat er sprake is van een diepe basisovertuiging van de afwezigheid een Goddelijke orde in de natuur wordt ondersteund door een andere observatie. Namelijk, dat er in debatten die gaan over andere zaken waarin een Goddelijke orde in de natuur relevant is, de lijnen parallel lopen. We denken dan aan ethische vraagstukken. Theïstisch evolutionistische opinies glijden langzaamaan mee met die van de moderne tijd als het gaat over zaken als abortus, euthanasie en seksualiteit. Als Van den Brink voor een student nog een relevant afstudeerproject of promotietraject zoekt, dan zou ik hem dit onderwerp van harte aanbevelen.

Van dr. Erik van Engelen zijn op deze website nog één artikel en één lezing gepubliceerd. Op het ‘Bijbel & Wetenschap’-congres van 202111 besprak hij een wetenschappelijk paper vóór Intelligent Design: https://oorsprong.info/congres-over-bijbel-wetenschap-2021-5-dr-ir-erik-van-engelen-fine-tuning-in-de-biologie-een-peer-reviewed-paper-voor-intelligent-design/ (zie ook: https://oorsprong.info/rondom-het-congres-2021-5-waar-kan-ik-de-paper-voor-intelligent-design-van-thorvaldsen-en-hossjer-bestuderen/). Het artikel ging over het Marekvirus: https://oorsprong.info/marekvirus-niet-een-op-een-gelijk-te-stellen-met-het-coronavirus-reactie-op-het-artikel-van-donderdag-over-pathogeenevolutie/.

Voetnoten

Dierenleed past niet binnen goede schepping

Er ligt wel degelijk een probleem als men lijden van dieren wil inpassen in een goede schepping. Houd daarbij rekening met het gegeven dat onze visie op dierenleed in de loop der eeuwen sterk is veranderd.

“Proefdiergebruik moet aan zeer strenge voorwaarden voldoen en is in veler ogen op zich al een kwalijke zaak.” Bron: Pixabay.

Vorige week promoveerde prof. dr. Slootweg op een proefschrift waarin de visie van een aantal theologen op dierenleed werd beschreven (RD 17-11, zie ook hier). De vraag was of dierenleed volgens theologen van vroeger tijden kon samengaan met een goede schepping. Volgens de promovendus was het antwoord regelmatig positief. Hierbij zijn kritische vragen te stellen maar die laat ik in dit artikel liggen. In plaats daarvan richt ik me op de ernst van dierenleed als zodanig, en laat ik zien dat er wel degelijk een probleem ligt als men lijden van dieren wil inpassen in een goede schepping. Dit probleem is nijpend, omdat onze visie op dierenleed zeer sterk is veranderd ten opzichte van vroeger.

Men heeft een aantal jaren terug een groot aantal hondenskeletten opgegraven uit de Romeinse tijd. Deze dieren bleken opmerkelijk veel genezen botbreuken te hebben gehad. Men ging niet zachtzinnig met deze dieren om. Honden en paarden sleten hun leven in een draaimolen. Zeehondjes werden doodgeknuppeld. Hanengevechten waren normaal. Ganstrekken was zelfs volksvermaak. Vroeger werden er serieus discussies gevoerd of dieren überhaupt wel pijn konden lijden. Descartes zag dieren als machines en dacht dat er van lijden geen sprake kon zijn. Men deed ingrijpende experimenten met dieren waarbij blijvende misvormingen werden aangebracht. Elke os voor de ploeg was eens zonder verdoving gecastreerd. Tot voor kort was er de walvisvaart, een jachtmethode die gepaard kon gaan met een lange doodstrijd.

Onacceptabel

Momenteel liggen de zaken compleet anders. Onder andere kennis heeft hieraan bijgedragen. Neurologisch en fysiologisch blijken dieren en mensen zeer sterk vergelijkbaar te zijn. Pijnbanen bij zoogdieren en mensen werken op dezelfde wijze. De gedragsreacties van dieren en mensen op pijnprikkels hebben grote parallellen. Als we pijnuitingen van dieren zien, roept dat bij ons herkenning op. Dieren lijden echt. Er is wetgeving gekomen ter bescherming van de dieren. Dat is nog geen 150 jaar geleden en sindsdien zijn de grenzen voor wat we acceptabel achten voor dieren steeds verder opgeschoven. Enkele jaren geleden werd er nog gediscussieerd over de vraag of vissen pijn lijden. Nu zien we serieuze discussies over de vraag of insecten kunnen lijden en of insectenhouderij wel ethisch verantwoord is.

Het is opvallend dat de faculteit diergeneeskunde nog relatief kort bestaat, terwijl er al heel lang een academische opleiding in de geneeskunde was. De faculteit werd in eerste instantie vooral opgericht voor dieren die instrumentele waarde voor de mens hadden, zoals paarden en vee. Pas veel later kwam de geneeskunde van gezelschapsdieren in beeld. Momenteel is een dierenarts verplicht om een dier in nood te helpen. Dierenleed is kennelijk een kwaad dat geweerd moet worden. Dit blijkt ook uit discussies in de media. Denk bijvoorbeeld aan de Oostvaardersplassen. Het is een probleem als daar grote grazers verhongeren.

Heckrunderen in natuurgebied ‘Oostvaardersplassen’. Bron: Wikipedia.

Dierproeven

Proefdiergebruik moet aan zeer strenge voorwaarden voldoen en is in veler ogen op zich al een kwalijke zaak. De normen voor proefdiergebruik zijn zeer hoog. Bij het insteken van een naald en alles wat meer leed veroorzaakt dan dat, moet er een onderbouwde afweging worden gemaakt of dit wel opweegt tegen het doel dat wordt nagestreefd. Gebeurt dit niet correct, dan is dat een misdrijf. Mensapen mogen sinds een aantal jaren bij wet al helemaal niet meer gebruikt worden voor dierproeven. Er bestaat kennelijk geen doel dat zo nobel is, dat dit het lijden van deze dieren rechtvaardigt.

Met de evolutietheorie heeft de gedachte, die al veel eerder leefde, dat we dieren zijn onder de dieren stevig voet aan de grond gekregen. Er is geen wezenlijk onderscheid meer tussen mens en dier. Bij de NOS propageerde kortgeleden een rechtsfilosoof dat dierenrechten, net zoals mensenrechten, moeten worden verankerd in de Grondwet. In een bepaald opzicht is dierenleed zelfs erger dan mensenleed. Mensen kunnen mentaal met leed leren omgaan, er betekenis aan geven, dieren kunnen dat waarschijnlijk niet.

In de huidige ethiek geldt dat voor een dier lijden erger is dan de dood. Als voor proefdieren erg lijden onvermijdelijk dreigt te worden, is men verplicht het dier te doden. Dit is ook het geval met gezelschapsdieren: als een hond of kat onherstelbaar lijdt, is het onze morele plicht om dit dier in te laten slapen.

Gezien al de hiervoor beschreven facetten kan men niet zeggen dat dierenleed samen kan gaan met een goede schepping. Dierenleed is geen onvolkomenheid. Dierenleed is een groot kwaad. Is er in de natuur buiten de mens een groter kwaad denkbaar dan dierenleed?

Volgens het theïstisch evolutionisme zou God de schepsels geschapen hebben gedurende een honderden miljoenen jaren durende opeenvolging van planten- en diersoorten. Hierbij is na een eindeloos lijkende worsteling op leven en dood de mens ontstaan. Volgens de evolutietheorie hebben miljarden keer miljarden dieren geleden op alle mogelijk denkbare manieren. Daaronder bevonden zich zoogdieren waaronder mensapen en aapmensen.

Het contrast tussen hoe wij vinden dat dieren behandeld moeten worden, en hoe dieren behandeld zijn volgens het theïstisch evolutionisme is zeer groot. Als elk doelloos vermijdbaar leed van elk individueel dier niet te rechtvaardigen is, hoe zou een miljoenen jaren durende alomvattende dierlijke lijdensweg door God goed kunnen worden genoemd? Theïstisch evolutionisten hebben dan ook een probleem. Enerzijds denkt prof. Slootweg dit probleem te neutraliseren, door aan ”goed” de uitleg te geven, dat God het zo heeft bedoeld. Dat vermindert het probleem bepaald niet.

Zondvloed

Ook probeert hij het probleem te pareren door de bal terug te spelen naar de creationisten. Hiermee erkent hij impliciet dat hij geen goed antwoord op dit morele probleem heeft. Vervolgens zijn er vragen te stellen bij de manier waarop hij het probleem bij de creationisten legt. Volgens hem is het onrechtvaardig als dierenleed het gevolg is van de zonde(val) van de mens, maar niet als dierenleed ‘gewoon’ hoort bij Gods goede schepping. Als hij dit werkelijk denkt, is het de vraag wat zijn visie is op de zondvloed. Als in de ogen van Slootweg bij de zondvloed geen dieren door God zijn omgebracht als gevolg van de zonden van de mens, is het interessant om te vernemen wat er wel is gebeurd.

Ik sluit af met de oproep om met betrekking tot gesprekken over de oorsprong van het leven het aspect dierenleed even serieus te nemen als we tegenwoordig gewend zijn te doen met de dieren die aan onze zorgen zijn toevertrouwd.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Engelen, E. van, 2021, Dierenleed past niet binnen goede schepping, Reformatorisch Dagblad 51 (201): 28-29 (artikel).

Marekvirus niet één op één gelijk te stellen met het coronavirus – Reactie op het artikel van donderdag over pathogeenevolutie

Afgelopen donderdag verscheen op deze website een artikel over pathogeenevolutie en het coronavirus. Ik wil daar in dit artikel kort op reageren.1

Coronavirus varieert snel

De basisopmerking van het artikel, dat het coronavirus zeer snel varieert en dat dit er toe leidt dat nieuwe varianten van het virus de bescherming door vaccinatie kunnen ontwijken is correct. Dit is algemeen bekend van coronavirussen.2 Om die reden ben ik ook positief verrast dat we er in geslaagd zijn om vaccins maken die nog zo goed werken, als ze doen.

Marekvirus

Toch zou ik wat terughoudend zijn met de opmerkingen van Richard Steenvoorden. Hij is geen deskundige. Hij denkt dat vaccinatie leidt tot resistentie, net zoals het geval is met antibiotica. Dat baseert hij op een artikel over het Marekvirus.3 Het Marekvirus is een kippenvirus. Het gaat in dat artikel erover dat er stammen zijn die heel pathogeen zijn: de kippen gaan dood. Zo’n virus verspreidt zich niet snel, want doordat de kippen zo snel dood gaan, kunnen die de andere kippen niet meer besmetten. Als in die situatie kippen worden ingeënt, overleven kippen wel en kunnen die deze zeer gevaarlijke virustypen wel verspreiden. Die kunnen dan wellicht muteren en besmettelijker worden. Je zou in dit specifieke geval kunnen zeggen dat vaccinatie leidt tot toename van spreiding van zeer gevaarlijke varianten. Dit is overigens ook voor het Marekvirus geen normale situatie. De realiteit is dat sinds de kippen tegen de ziekte van Marek gevaccineerd worden, de Ziekte van Marek in vele landen een zeldzame ziekte is geworden. De vaccins doen wereldwijd al tientallen jaren uitstekend werk. Uitzonderingen zijn niet de regel.

Marek is een compleet ander type virus dan Corona. Marek is een DNA-virus. Corona is een RNA-virus. Marek is een Herpesvirus net zoals het virus dat bij de mens koortslip veroorzaakt. Het Marekvrius veroorzaakt echter geen koortssnavels, maar neurologische verschijnselen en tumoren.4 Replicatie van herpesvirussen vinden plaats in de kern, replicatie van het coronavirus vindt plaats in het cytoplasma van de gastheercel. Opbouw van het capside van herpesvirus vindt plaats bij de kernmembraan, opbouw van het capside (de eiwitmantel)5 van Corona vindt plaats in het cytoplasma. Bij het herpesvirus wordt de kernmembraan gebruikt voor budding, bij Corona wordt gebruik gemaakt van het golgicomplex6 en het endoplasmatisch reticulum7. De verschillen tussen Marek en Corona zijn biologisch gezien groter dan die tussen een mens en een conifeer. Ook met betrekking tot de gastheer gaat de vergelijking niet op: De kip is een ander wezen dan de mens. Zo min als je kunt zeggen dat alle natuurregels die gelden voor een conifeer ook gelden voor een mens, zo min kun je zeggen dat regels die gelden voor de Ziekte van Marek bij de kip ook gelden voor Corona bij de mens. Maar wat het belangrijkste is: Corona is niet zo dodelijk, dat ieder mens er aan overlijdt. Dat is het grote verschil tussen de situatie van het Marekvirus in dit specifieke artikel en het coronavirus. Als iedereen die Corona had er ook snel aan overleed dan zou dit virus veel minder overgedragen worden. Als je dan met inenten ervoor zou zorgen dat Corona wel zou worden overgedragen, dan zou je door vaccinatie bijdragen aan verspreiding en mutatie. Dat is echter helemaal niet het geval. Veel ongevaccineerde mensen krijgen Corona en worden weinig ziek maar dragen het overvloedig over. Ook gevaccineerde mensen kunnen het krijgen, ziek worden en het virus overdragen. Corona heeft helemaal geen vaccinatie nodig om flink te muteren, dat doet hij van zichzelf al wel.

Bij doorbraken niet vaccineren?

De stelling dat je bij doorbraken van een vaccinatie niet volledig moet vaccineren is in mijn ogen dan ook vreemd. Doorbraken bij vaccinaties zijn heel normaal. Heel veel vaccinaties werken nu eenmaal niet 100%. Ik zie geen logisch verband in de gedachte dat je bij een doorbraak het inenten zou moeten verminderen. Wellicht moet je van entingstrategie wisselen, zodat er een betere bescherming tot stand komt. Dat kan juist vaker enten zijn of enten met een beter vaccin. Maar dan moet dat wel beschikbaar zijn. De bottomline blijft echter dat het coronavirus snel muteert en dat we inderdaad kunnen verwachten dat het vaccineren van tijd tot tijd weer zal moeten worden aangepast om onze kwetsbare mensen te beschermen.

Voetnoten

Congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ 2021 – 5. dr. ir. Erik van Engelen – Fine-tuning in de biologie: een peer-reviewed paper voor Intelligent Design

Op 26 juni 2021 organiseerden Fundamentum en Geloofstoerusting een congres over ‘Bijbel & Wetenschap’ met als subthema ‘Intelligent Design’.1 Bacterioloog en dierenarts dr. ir. Erik van Engelen gaf een lezing met als titel ‘Fine-tuning in de biologie: een peer-reviewed paper voor Intelligent Design’.2 Veel zegen bij het kijken en luisteren! Vragen kunnen gesteld worden via het contactformulier: https://oorsprong.info/contact/.

Voetnoten