
Met het verkiezingsverlies van Viktor Orbán neemt Hongarije – voor nu – afscheid van een indrukwekkende minister-president en staatsman. Hij kwam als een van de weinige regeringsleiders openlijk en consequent op voor christelijke normen en waarden. Hij durfde het belang van nationale soevereiniteit en culturele identiteit te verdedigen tegenover de toenemende druk van de Europese Unie.
Waar veel Europese leiders zich laten leiden door de liberale tijdgeest koos Orbán principieel positie. Hij wees op de geestelijke dimensie van politiek en geschiedenis en zag een lijn lopen van koning István, de stichter van het christelijke koninkrijk Hongarije, naar het heden. In dat licht is Hongarije niet zomaar een land, maar een van de laatste bastions van een christelijk Europa dat zijn wortels nu dreigt te verloochenen. Des te pijnlijker is het dat ook veel (reformatorische) christenen in Nederland zich zonder veel kritiek hebben aangesloten bij de negatieve framing in de media rond Orbán.
”Szánd meg Isten a magyart” (uit het Hongaarse volkslied: ”Heb medelijden met de Hongaren, o God”).
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Knap, L.H.J., 2026, Verkiezingen Hongarije, Reformatorisch Dagblad 56 (12): 26 (artikel).