Home » Nieuws

Categoriearchief: Nieuws

Neuroendocrinoloog dr. Timothy Wells sprak vorig jaar over de embryologische ontwikkelingen van het reproductiesysteem van zoogdieren – ‘Een achilleshiel van evolutie’

Op 7 oktober 2022 sprak neuroendocrinoloog dr. Timothy Wells in de livestream van Creation Ministries International (CMI). Wells is werkzaam aan Cardiff University en heeft tientallen publicaties op zijn naam staan.1 Helaas is de livestream niet meer terug te krijgen.2 Dit artikel wil een reconstructie geven en bevat een verzoek aan de mensen die deze lezing wél hebben gevolgd.

Wells

Dr. Timothy Wells is wat mij betreft een identificatiefiguur voor studerende jongeren. Wells houdt vermoedelijk vast aan een zesdaagse schepping, anders zou de conservatieve organisatie CMI deze man niet uitnodigen. Hij daagt, ziende op de titel, op wetenschappelijke wijze de evolutietheorie (in de zin van gemeenschappelijke afstamming) uit. Bovendien heeft hij talloze wetenschappelijke artikelen gepubliceerd in standaard wetenschappelijke tijdschriften. Wells promoveerde aan de University College of London (UCL) in 1989. Heb helaas zijn proefschrift (nog) niet kunnen vinden, maar het lijkt te gaan over endocrinologische proeven bij ratten.

Lezing

Op 7 oktober 2022 hield dr. Wells die ‘Live presentation‘ voor CMI. De lezing had als titel ‘Embryonic Development of Reproductive Control in Mammals: An Achilles’ Heel of Evolution’. De beschrijving van de lezing is kort: ‘In this presentation, Dr Wells shows how piecing together the reproductive system is an ‘impossipuzzle’ for neo-Darwinian evolution’. De presentatie vond plaats via het programma ‘Zoom’. Uit navraag bij CMI bleek dat de presentatie niet opgenomen is, of in ieder geval niet wordt gedeeld met derden. Het is erg belangrijk dat dergelijke lezingen breder verspreid wordt dan alleen via een beperkt Zoom-kanaal! Waarom? Tot eer van de Schepper en tot heil van onze naaste.3

De lezing van dr. Tim Wells is toch wel terug te luisteren. De wetenschapper heeft de lezing op zijn YouTube-kanaal geplaatst. Zie voor deze lezing: hier.[/note]

Voetnoten

Kort commentaar van dr. Prosman op NBV21 Wetenschapsbijbel in rubriek ‘Uit de pers’ (De Waarheidsvriend)

Op 8 november 2022 verscheen de zogenoemde ‘NBV21 Wetenschapsbijbel’. Een maand later hield het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap een tweedelig interview met systematisch theoloog en initiatiefnemer prof. dr. Gijsbert van den Brink. In de rubriek ‘Uit de pers’, van het weekblad De Waarheidsvriend, werden delen van het interview overgenomen en afsluitend van een kort commentaar voorzien door theoloog dr. Ad Prosman. Het is nu niet de bedoeling de beide interviews te bekritiseren, maar meer het commentaar van Prosman op (delen van) het interview weer te geven.1

Ter bundeling van alle meningen over deze NBV21 Wetenschapsbijbel houd ik een overzicht bij.2Er is al flink wat discussie geweest over delen van deze Wetenschapsbijbel, en ik heb zelf ook een korte bespreking geschreven.3 In De Waarheidsvriend wordt aangekondigd dat in dit blad over twee weken een recensie verschijnt. Dat is een goede zaak en we zijn daar benieuwd naar. Nu dus het commentaar van dr. A.A.A. Prosman.

Opstanding

In het interview maakt Van den Brink de opmerking dat het christelijk geloof staat of valt met de opstanding. Op grond van 1 Korinthe 15 ben ik het daarmee eens. We zouden volgens Van den Brink de tekst onrecht aandoen als we een andere draai aan de opstanding geven. De opstanding is volgens de systematisch theoloog een groter wonder dan alle andere wonderen. Van den Brink: “We worden geïntroduceerd in een nieuwe werkelijkheid, die we ons nauwelijks kunnen voorstellen.” Prosman heeft hier commentaar op. Volgens hem zal dit antwoord niet iedereen tevreden stellen. De Schrift is namelijk ook erg duidelijk (‘klip-en-klaar’) over de schepping. Het scheppingsverhaal is ook geschreven in ‘rechttoe-rechtaan taal’. Toch moet dit wonder, volgens Van den Brink, wél genuanceerd worden in het licht van modern wetenschappelijk (lees: naturalistisch) onderzoek. Maar waarom geldt dat wél voor de schepping en niét voor de opstanding?

Missende gemeenschappelijke hermeneutiek

Hier wreekt zich dat de Wetenschapsbijbel een gemeenschappelijke hermeneutiek mist, dus een verantwoording over het verstaan van de Bijbel.” Volgens Prosman wordt uit de Wetenschapsbijbel niet duidelijk of de Bijbel Gods Woord is of een religieus boek. “De Wetenschapsbijbel laat zich daar niet over uit. De ogenschijnlijke helderheid van het boek verbergt een grote onduidelijkheid.” Prosman vindt het streven om antwoord te geven op de vele kritische vragen en het apologetische doel van de initiatiefnemers van de NBV21 Wetenschapsbijbel bewonderenswaardig. Maar volgens de geleerde zit er ook een risico aan. “Namelijk dat de apologeet in de kuil valt die de wetenschap voor hem gegraven heeft. Want wie met de wetenschap (vooral de hermeneutische wetenschap) begint, zal ook met de wetenschap eindigen.” Om terug te gaan naar de opstanding van de Heere Jezus Christus. De bijdrage van prof. dr. Arie Zwiep over de opstanding in de Wetenschapsbijbel is volgens Prosman een voorbeeld van ‘wie met wetenschap begint ook met wetenschap zal eindigen’. “De auteur komt niet verder dan de werkelijkheid van opstandingsgeloof van de volgelingen van Jezus te erkennen. Hoe het zit met de opstanding zelf, blijft een open vraag.

Ten slotte

Het is goed dat er kritisch commentaar komt op de NBV21 Wetenschapsbijbel. Zelf hoop ik ook een aantal diepteboringen te doen. De Wetenschapsbijbel was wat in de vergetelheid geraakt, maar door deze aanhaling van dr. Prosman werd ik daar weer aan herinnerd.

Voetnoten

Vierde volume van e-Origins verschijnt met dit keer alleen aandacht voor geologie – Bijdragen over zacht weefsel, gebergtevorming en plooien

Aan het einde van dit jaar verschijnt opnieuw een volume van e-Origins, het digitale tijdschrift van de Europese organisatie Biblical Creation Trust. Dit keer een geologisch themanummer, alle drie de bijdragen hebben raakvlakken met geologie.1

Soft Tissue

Na een voorwoord van de paleobioloog en aardwetenschapper Paul Garner (MSc.) is het eerste artikel van de aardwetenschapper dr. Ken Coulson. In het voorwoord wordt overigens aangegeven dat de reactie in het vervolg niet meer wacht op bijdragen totdat er genoeg content is voor een volume, maar direct na het aanleveren overgaat tot publicatie.2 De bijdrage van dr. Coulson heeft als titel ‘Dinosaur soft tissues still provide compelling evidence of young age’. Coulson geeft in het artikel aan dat het zogenoemde ‘zachte weefsel’ in dinofossielen ‘één van de meest overtuigende bewijsstukken is ter ondersteuning van een ‘Young-Age-Creationism‘. Er zijn door naturalisten wel verschillende hypothesen bedacht om het bestaan van dit ‘zachte weefsel’ te verklaren. Coulson laat zien dat geen enkele naturalistische hypothese het bestaan van ‘zacht weefsel’ afdoende kan verklaren. Het bestaan van ‘zacht weefsel’ is makkelijker om uit te leggen vanuit de gedachte dat deze dinosauriërs relatief recent hebben geleefd.3

Orogenese

Student aardwetenschappen Sophie Southerden gaat in het tweede artikel in op gebergtevorming (orogenese) vanuit het jonge-aarde-perspectief. De titel van haar bijdrage is: ‘The origin of the mountains: a creationist perspective‘.4 Zowel naturalisten als creationisten gebruiken de theorie van platentektoniek om de wereldwijde verspreiding van gebergten en de daarbij behorende structuren te verklaren. Uiteraard wijkt de creationistische theorie wat af van de naturalistische variant. De creationistische variant wordt Catastrophic Plate Tectonics (CPT) genoemd. Creationisten hebben theologische en geologische redenen om aan te nemen dat tijdens de zondvloed het proces van gebergtevorming begon. In dit artikel gaat Southerden in op deze gebergtevorming tijdens de zondvloed, maar ook in de periode daarna als de aardkorst weer wat meer tot rust komt (isostatisch evenwicht)5.6

Plooien

Het laatste artikel is van de paleobioloog en aardwetenschapper Paul Garner (MSc.) en gaat over grote plooien (folds) in de Grand Canyon. De titel van zijn bijdrage is ‘Flood geology explains Grand Canyon folds‘.[/note] Garner wijst erop dat naar aanleiding van diverse observaties en vervolgonderzoek door geoloog dr. Andrew Snelling er veel feiten boven tafel zijn gekomen rond de plooien in de Grand Canyon. Het onderzoek wijst er volgens Garner op dat de plooiingen beter past binnen het creationistische paradigma met een korte tijdschaal dan in het naturalistische paradigma.7

Voetnoten

De lichte steekjes van dr. Gerdien de Jong op ‘Panda’s Thumb’ – Artikel op ‘Oorsprong’ en onderliggende bronnen bekritiseerd

Onlangs publiceerde dr. Mátyás Cserhati zijn onderzoekswerk naar de rode panda (Ailurus fulgens). Cserhati deed dat in twee tijdschriften, BMC Genomics en CRSQ. Voor mij was het werk van Cserhati een voorbeeld hoe creationisten wetenschappelijk onderzoek zouden moeten doen. De resultaten gepubliceerd krijgen in een naturalistisch wetenschappelijk tijdschrift en daarna (of tegelijkertijd) in een ander artikel creationistisch uitwerken én populariseren. Het populariseren heb ik proberen te doen in het artikel op ‘Oorsprong’.1

Politiek spel

Sommige naturalisten vinden het een slecht idee dat creationisten publiceren in ‘hun’ tijdschriften. Wanneer een wetenschappelijk artikel uit ID- of creationistische hoek komt ontstaat er vaak achteraf een actieve lobby van naturalisten (en soms theïstisch evolutionisten) om de paper in te trekken en te verwijderen.2 Gelukkig gaan de uitgevers daar niet altijd in mee. Deze intolerante naturalisten creëren zo hun eigen cirkelredenering: Creationisten publiceren nooit in naturalistische vakbladen en als ze een poging doen of daadwerkelijk publiceren dan zorgen we dat ze er niet (meer) in publiceren. Als ik mij niet vergis neemt deze tendens onder de jongere generatie af. Gelukkig zijn er veel naturalisten die, ondanks dat ze het oneens zijn met de basisovertuiging van de opponent, ID’ers en/of creationisten aanmoedigen om te publiceren in naturalistische vakbladen. Gepensioneerd evolutiebiologe dr. Gerdien de Jong is helaas nog van de oude stempel. In het verleden heeft ze de Evangelische Omroep gedagvaard vanwege het knippen in documentaires3 en een universitaire rel veroorzaakt rondom de promotie en het proefschrift van dr. Joris van Rossum.4 Begin deze maand plantte ze zaadjes van twijfel, rond de hierboven genoemde publicaties van dr. Mátyás Cserhati, op de evolutionair-atheïstische website Panda’s Thumb.5 Hieronder een korte analyse van het gespeelde ‘politieke spel’ in het artikel van dr. De Jong, ik heb dr. Mátyás Cserhati gevraagd om via ‘Oorsprong’ op de inhoud te reageren.6

Drie subtiele voorbeelden

De titel van haar artikel is ‘A tale of two papers’. De titel lijkt een parodie op de titel in BMC Genomics die luidt ‘A tail of two pandas…’. De tweede titel is zakelijk, de eerste is wat dubbelzinnig.7 Dr. Gerdien de Jong is het niet eens met de conclusie van Cserhati dat de rode panda bij de Mustelidae ingedeeld moet worden. Dat is overigens prima en daar mag over gediscussieerd worden. In zijn reactie zal dr. Mátyás Cserhati daar vast op ingaan. De Jong plant daarna het eerste zaadje van twijfel: ‘How did a paper as bad as this ever get through review and published?’ Met andere woorden zo’n ‘slecht paper’ (haar woorden) zou niet gepubliceerd mogen worden in BMC Genomics. Maar… dat het overall om een ‘slecht paper’ gaat heeft ze niet duidelijk aangetoond. Onder het volgende tussenkopje volgt een zeer summiere beschrijving van de paper in CRSQ. Ook hier geeft dr. Gerdien de Jong aan het niet eens te zijn met de conclusie. Dat is niet vreemd omdat het om dezelfde conclusie gaat. De beschrijving van deze paper is overigens (en gelukkig) vrij nuchter. Onder het laatste tussenkopje wordt het tweede zaadje van twijfel geplant. Het gaat dan over mijn samenvattende bijdrage op de website van Fundamentum. Daarin noemde ik de wijze van publiceren door dr. Cserhati als voorbeeld voor creationisten. Dr. Gerdien de Jong lijkt allergisch te zijn voor publicaties van creationisten in naturalistische tijdschriften. Ze schrijft namelijk: ‘That is, play the system, aiming for respectability for creationist writing’. Is dat het doel? Nee, dat is wat dr. Gerdien de Jong denkt dat het doel is. Het zou in mijn ogen een zeer laakbaar doel zijn. Waarom zou je willen publiceren in een naturalistisch tijdschrift? Om daarmee slechts respect te verdienen? Nee, om de verzamelde kennis te delen met naturalisten en te toetsen. Waar moet je zijn om naturalistische wetenschappers te bereiken? Uiteraard in de vakliteratuur! Waar moet je zijn om de verzamelde kennis óók door naturalisten te laten toetsen? Uiteraard in de vakliteratuur! Waarom moet je dit dan toch nog verder uitwerken in een creationistisch in-depth tijdschrift? Omdat de basisovertuiging van naturalisten anders is dan die van creationisten. Daardoor komen sommige begrippen en denkrichtingen van creationisten niet door de peer-review. Het derde dat opvalt is dat dr. Cserhati in zijn beide papers voorzichtig en redelijk genuanceerd is over de indeling van de rode panda. In het artikel van dr. De Jong valt die nuance en voorzichtigheid geheel weg. Daardoor komen de artikelen van Cserhati anders over. Daarmee zet je de lezer op een bepaald (negatief) spoor!

Te zwaar aangezet?

Is dit niet allemaal te zwaar aangezet? Nee, de tactiek van dr. Gerdien de Jong is ondertussen bekend. Dat begint met twijfel zaaien, misleiden en intenties verdraaien. We hopen en bidden dat het artikel (tale) op Panda’s Thumb geen staartje (tail) krijgt en dat De Jong inziet dat ze op deze wijze de zelfgecreëerde vicieuze cirkel in stand houdt. Al zouden er grote fouten in een paper staan (en dat is hier nog maar de vraag) is het beter om die óf in het peer-review-proces eruit te halen óf als dat niet meer mogelijk is er via een contra-paper op te reageren. Ondertussen blijf ik creationisten aanmoedigen om te publiceren in naturalistische vakbladen en het gesprek te blijven zoeken en te blijven voeren. Het is namelijk tijd voor een gezonde discussie en niet voor een subtiel politiek spel. Een discussie die op details gevoerd moet worden. Toen ik nog voor Logos Instituut actief was heb ik dr. De Jong vaak opgeroepen de strijdbijl te begraven en met creationisten mee te denken. Haar expertise in de evolutiebiologie en van experimenten met de bananenvlieg Drosophila melanogaster kunnen goed ingezet worden binnen het scheppingsparadigma. Bovendien kan ze ongenuanceerdheden over de evolutietheorie, die er vaak zijn bij creationisten, met haar kennis wegnemen. Daarom nogmaals de oproep aan dr. De Jong vanuit psalm 122:1 (ber. 1773): “Kom, ga met ons en doe als wij“.

Voetnoten

Feedback & Vragen 2022: Doet Paul Garner (MSc.) in zijn boek ‘De Verloren Wereld’ nauwelijks aan bronvermelding?

Vorige week verscheen De Verloren Wereld van paleobioloog Paul Garner (MSc.). Op basis van de Engelstalige Fossils and the Flood heb ik een aanbeveling voor dit boek geschreven. Ik ben enthousiast over dit familieboek! Uiteraard zijn er een aantal kanttekeningen te maken, maar dat neemt niet weg dat ik het boek geschikt acht voor de bovenbouw van het primair onderwijs en de onderbouw van het secundair onderwijs.1

Masterstudent aardwetenschappen en filosofie Willem Jan Blom (BSc. BA) heeft als eerste een recensie geschreven van het boek.2 Blom is kritisch op het boek en geeft een flink aantal terechte kritiekpunten. Ik ben benieuwd met welk weerwoord Logos Instituut komt. Blom vindt de onderbouwing en het brongebruik mager. Hij schrijft in zijn recensie:

“Garner geeft opnieuw geen onderbouwing, en dit keer ben ik ook niet bekend met andere creationistisch [sic] bronnen die zijn bewering ondersteunen.”

En:

“Maar pas als het grondige wetenschappelijke onderzoek achter de rug is, is het intellectueel verantwoord om een familieboek te schrijven – die keer met bronvermelding en onderbouwing bij de claims die erin gemaakt worden.”

Blom heeft gelijk als hij schrijft dat het pas ná grondig wetenschappelijk onderzoek intellectueel verantwoord is om een familieboek te schrijven. Vaak ontbreekt dat creationistische onderzoek helaas, maar vaak ook niet.3 Hij heeft echter ongelijk dat het brongebruik van Garner niet op orde is. Het verbaast mij daarnaast ook enigszins dat Blom beweert niet op de hoogte te zijn van creationistische literatuur ter onderbouwing van biostratigrafische discontinuïteit ter hoogte van Krijt-Paleogeengrens. In zijn creationistische tijd heeft Blom (nota bene) dit werk gebruikt in (besloten) eigen werk. Het gaat hier om het werk van de paleontoloog dr. Marcus Ross (2012 en 2014), maar ook anderen.4

Brongebruik van Garner

Blom heeft dus kritiek op het brongebruik en de wetenschappelijke onderbouwing van diverse zaken in het boek ‘De verloren wereld’. Dat is onterecht! Garner heeft een uitgebreid notenapparaat gegeven op New Creation Blog. Blom had dit overigens kunnen weten, want op p. 132 in de Nederlandse versie is het volgende te lezen:

“Bezoek onze Engelstalige website www.fossilsandtheflood.net voor ondersteunend materiaal in de vorm van aantekeningen en verwijzingen bij elk hoofdstuk van dit boek. De aantekeningen en verwijzingen zijn bedoeld om je te helpen het Bijbelse en wetenschappelijke bewijsmateriaal dat de beweringen in elk hoofdstuk ondersteunt, beter te begrijpen. Ze geven ook richting voor het verder onderzoeken van de literatuur. Merk alsjeblieft op dat de verwijzingen slechts zijn bedoeld om een beeld te schetsen, niet om volledig te zijn. Een korte bibliografie vind je hieronder.”

Wanneer je doorklikt dan kom je op New Creation Blog en dáár is een onderbouwing te vinden inclusief een uitgebreid notenapparaat.5 Dit doet overigens weinig af aan de kritiek van Blom op het boek. Ik denk dat de biostratigrafische spreiding van fossielen een groot probleem is voor de verschillende creationistische zondvloedmodellen.

PS: Willem Jan Blom heeft zijn recensie aangepast na bovengenoemde opmerking. Zie hier voor de recensie van Blom.

Voetnoten

Prof. dr. Wim van Vlastuin (VU) zoekt promovendus voor promotie op prediking ds. A. Vergunst

Drs. Arie Vergunst (1926-1981) was predikant en tot zijn overlijden een van de leidinggevende figuren van de Gereformeerde Gemeente. Vergunst had contacten in de breedte van de Gereformeerde Gezindte en velen zien hem daarom ook als samenbindend figuur. Afgelopen maand verscheen er van prof. dr. Wim van Vlastuin in De Saambinder, het landelijke kerkblad van de Gereformeerde Gemeente, een verzoek tot promotiestudie naar de prediking van deze markante predikant.

Prof. dr. Wim van Vlastuin is hoogleraar Theologie en spiritualiteit van het gereformeerd protestantisme aan de Vrije Universiteit en rector van het Hersteld Hervormd Seminarium (HHS).1 Hij pleit in De Saambinder voor een promotieonderzoek naar de prediking van drs. Arie Vergunst. Dr. Van Vlastuin kreeg dit idee na het lezen van de biografie ‘Dienen, leiden, samenbinden. Leven en werk van ds. A. Vergunst‘. Deze biografie verscheen in 2019 en is geschreven door Wim Kranendonk. Van Vlastuin: “Al lezend dacht ik dat het goed zou zijn om ook theologisch onderzoek te doen naar de prediking van ds. Vergunst. Ik heb enkele preken geluisterd. Daarbij trof hoe scherp de wet en hoe ruim het Evangelie in deze preken functioneerden, terwijl ook de toepassing hiervan door de Heilige Geest oplichtte. Ik hoorde ook een profetisch element doorklinken.” Een diepgravend academisch onderzoek naar de prediking ziet de hoogleraar als heilzaam ‘Voor de prediking, de theologie en het geestelijk leven in het geheel van de gereformeerde gezindte‘.

Bij dr. Van Vlastuin rees het plan om een promovendus te vragen om hier onderzoek naar te doen. Uiteraard moet de aankomende promovendus als kwalificatie-eis wel een doctoraal of masterexamen hebben gedaan binnen de theologie. Van Vlastuin: “Hij/zij moet ook kritische academische distantie kunnen bewaren tot het onderzoek, juist als er innerlijke verbondenheid met ds. Vergunst is.” De promovendus zou een gepensioneerd persoon kunnen zijn, een dienstdoend predikant of een betrokken gemeentelid. Als er fondsen voor zijn zou het zelfs kunnen gaan om een promotieplaats aan de universiteit. Het gaat op dit moment slechts om een globaal idee dat uiteraard nog verder uitgewerkt moet worden. “Ik stel mij voor dat dit in overleg met een gegadigde nader ontwikkeld kan worden. Intussen verneem ik graag iets van zo’n gegadigde.

Een dergelijk promotieonderzoek is aan te moedigen. Er zijn steeds meer predikanten in de Gereformeerde Gemeente die promotieonderzoek doen. Het promotieonderzoek van bijvoorbeeld wijlen predikant dr. Marinus Golverdingen (1941-2019) laat zien dat onderzoek naar de eigenheid van de Gereformeerde Gemeente veel waardevolle inzichten oplevert en ook bron is voor broederlijke discussie. Een onderzoek naar de prediking van drs. Vergunst kan dat ook opleveren. Van Vlastuin verzoekt een potentiële gegadigde om contact op te nemen. Dat kan via w.van.vlastuin@vu.nl. Van harte aanbevolen!2

Voetnoten

Atheïstische lobby zorgt voor censuur paper – Uitdagen van evolutionaire claim komt dr. Sarah Umer duur te staan

Het uitdagen van evolutionaire claims kan je als wetenschapper duur komen te staan. Het overkwam dr. Sarah Umer, onderzoekster aan Lahore College for Women University. Recent schreef ze een paper over menselijke evolutie in het tijdschrift International Journal of Anthropology and Ethnology. Mede door een atheïstische lobby werd de gepubliceerde paper ingetrokken.

Dr. Sarah Umer doet onderzoek naar oude religies en oude beschavingen. In haar paper werpt ze ‘bezwaren’ op ‘tegen de theorie van Charles Darwin over menselijke evolutie’. Ze geeft aan dat ze daarin niet alleen staat. Umer: “Vele wetenschappers, evolutionisten, archeologen en verschillende religieuze geschriften beweren dat de mens volledig volwassen hier is gekomen en niet geëvolueerd is vanuit een lagere soort.” In de conclusie denkt ze aan een hogere macht (‘Divine Force’) die zorgde voor het bestaan van de mens en het verschil maakte met de dieren.1

Een atheïstische lobby onder leiding van de naturalist Jerry Coyne sprong er anderhalve maand later op. De atheïst schreef op hoge poten een brief. Hij schrijft o.a.: “Deze paper is een belediging voor alle evolutionaire biologen die goed werk doen. Het is ook een enorme schande van Springer, die beter had moeten weten.2 Het antwoord van Springer kwam binnen 24 uur. Zij geven aan dat ze inhoudelijke zaken niet zomaar kunnen corrigeren. Volgens de emailschrijver kan Coyne beter de auteur persoonlijk benaderen. Het is dan aan de auteur om te besluiten een correctie toe te passen. Coyne is niet tevreden met het antwoord, hij noemt de reactie ‘zwak’ en ‘ontwijkend’. In plaats van de raad van de emailschrijver op te volgen schrijft Coyne een nieuwe e-mail aan een andere Springercorrespondent. Hij roept ook lezers van zijn blog op om hetzelfde te doen.3 Uiteindelijk zwicht de hoofdredacteur van International Journal of Anthropology and Ethnology voor het verbale ‘geweld’ van Coyne en trekken ze het artikel in. Eigenlijk is Coyne nog niet tevreden. De paper is dan wel ingetrokken, maar is nog steeds te lezen op de website van Springer. Hij roept Springer op om de complete paper te verwijderen, zodat niemand het meer kan lezen.4 De Springer-website bezoekend is hier ondertussen helaas ook gehoor aan gegeven.5

Er staan inderdaad onjuistheden en ongenuanceerdheden in het artikel. Voor wat betreft de menselijke evolutie zie ik meer in het werk van dr. Todd C. Wood en consorten.6 Het gaat mij hier meer over de gang van zaken. In plaats van een discussie te starten met de auteur, door middel van een tegenpublicatie, wil de naturalist dr. Jerry Coyne censuur. Staat Coyne werkelijk open voor wetenschappelijke discussie of heeft hij de neodarwinistische evolutietheorie verheven tot totalitair dogma? Fouten en ongenuanceerdheden hadden er bij een peer-review proces uitgehaald moeten worden. Nu ze er eenmaal in staan zijn er tegenreacties nodig die de fouten aan de kaak stellen. Laat de oorspronkelijke auteur haar paper dan maar verdedigen. Het gaat dus om tegenreacties en geen tegenacties die oproepen tot censuur. Het zoveelste dieptepunt in de beknotting van academische vrijheid.

Ik schreef dit artikel in 2019.

Voetnoten

‘Kerngroep Bezinning GKV’ haakt vanwege doorwerking van moderne hermeneutiek af – Zaterdag 19 november 2022 studiedag voor verdere bezinning

Vorige week werd er door de synode van de nieuwe Nederlandse Gereformeerde Kerken vergaderd over een nieuwe kerkorde. Niet iedere kerkenraad of gemeentelid van de huidige Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is het daarmee eens. Dat geldt bijvoorbeeld voor kerkenraden van Urk en Capelle aan den IJssel-Noord. Regio Ommen heeft scherpe kritiek op de kerkorde. Deze regio wil zelfs de complete kerkorde van tafel vegen. In dit artikel is het niet de bedoeling om de voors- en tegens te wegen, maar om de discussie te volgen dáár waar het gaat om Schriftgezag en hermeneutiek.1 Hoe lezen wij de Bijbel en is dat Woord in het geding? We maken hierbij gebruik van artikelen die verschenen zijn in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad.

In de kerkorde wordt volgens de regio Ommen een ‘lossere binding aan de belijdenis’ voorgestaan. Deze regio maakt zich zorgen over kinderen aan het Avondmaal en dat niet-huwelijkse relatievormen worden gedoogd of zelfs de ruimte worden gegeven.2 Een lezer van het Nederlands Dagblad geeft aan dat de nieuw te vormen kerk, door de losse binding aan de kerkorde, een pluriforme kerk dreigt te worden. ‘Door landelijke ontwikkelingen’ zijn ‘de binding aan vaste kaders, Schriftuitleg, het belijden van de kerk en de kerkorde, steeds minder duidelijk geworden’. Deze lezer voorspelt een uittocht van leden van de GKv en de NGK. Dit komt niet omdat er ‘een of ander conflict’ zal zijn, ‘maar omdat de ruimte zo groot is geworden dat er niet eens een conflict kan ontstaan’. Hij geeft aan er een ‘Laodiceagevoel’ bij te krijgen ‘lauwheid in plaats van heet of koud’. 3

Urk

Van de kerkenraad op Urk is al langer bekend dat ze moeite hebben met de koers van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en het nieuw te vormen kerkverband. De kerkenraad maakt als sinds de synode van 2013 bezwaar tegen de koers van het kerkverband en heeft al een tijd een vorm van dolerende status. De Urkers hebben moeite met de openstelling van alle ambten voor vrouwen, dat kinderen aan het Heilig Avondmaal kunnen en dat er ruimte wordt geboden voor andere samenlevingsvormen naast het huwelijk tussen man en vrouw. Dat er ruimte is voor deze kwesties heeft volgens de kerkenraad te maken met ‘een nieuwe manier van bijbellezen en bijbeluitleg’. Tijdens een vergadering in oktober 2022 heeft de gemeente het standpunt ingenomen dat ze een confessioneel-Gereformeerde Kerk vrijgemaakt willen zijn en niet mee willen gaan met moderne gedachten. De gemeenteleden werden per brief op de hoogte gebracht en opgeroepen om zich achter de kerkenraad te scharen om zo trouw te blijven aan de Schrift en de belijdenis. De kerkenraad geeft aan dat predikanten ‘die Gods Woord en de gereformeerde belijdenis van harte liefhebben’ in de gemeente kunnen blijven preken.4

Capelle aan den IJssel-Noord en vrouwenvereniging Hanna te Assen

De kerkenraad Capelle aan den IJssel-Noord heeft, net als Urk, besloten niet mee te gaan met de fusie.5 Een vrouwenvereniging uit Assen (Hanna) heeft ook moeite met de ontwikkelingen binnen de GKv. In een briefje in het Nederlands Dagblad laat een lid van deze vereniging weten zorgen te hebben: “Met name ook over de ontwikkelingen wat betreft huwelijk en seksualiteit. Het huwelijk is een verbond tussen man en vrouw en alleen daar heeft seksualiteit een plaats. We vinden het moeilijk dat veranderde standpunten steeds meer ons kerkelijk leven binnensluipen.6

Kerngroep Bezinning GKV

In week 45 (van 2022) trad ook de werkgroep ‘Kerngroep Bezinning GKv’ meer naar buiten. Deze groep gaat ervan uit dat er op 1 mei 2023 D.V. een groep vrijgemaakten, waarvan de omvang onbekend is, buiten het nieuw te vormen kerkverband zal komen te staan. Mogelijk zal deze groep aansluiting zoeken bij de eerder uitgetreden leden van de GKv. Deze eerder uitgetreden leden hebben twee kerkverbanden gevormd (nl. DGK en GKN), die momenteel zelf ook gesprekken voeren over eventuele fusie.7 De Kerngroep Bezinning GKv bestaat uit Wim Jol, Frans Pansier, mr. dr. Pieter Pel, Rufus Pos, Henk Room en Dick Slump.8 Op 10 november 2022 hadden twee leden van deze Kerngroep Bezinning GKv (mr. dr. Pieter Pel en ds. Henk Room) een interview met het Reformatorisch Dagblad. Hierin geven ze aan dat, als je werkelijk confessioneel-gereformeerd wilt zijn, je niet mee kunt gaan met de fusie. Predikant Room gaf aan dat het voor de kerngroep een gewetenskwestie is: “De ontwikkelingen in onze kerken gaan zo hard en zijn zo fundamenteel. In betrekkelijk korte tijd heeft een nieuwe omgang met de Schrift ingang gevonden bij voorgangers en in gemeenten. De Bijbel functioneert als een bron, maar is niet meer dé norm.” Mr. dr. Pel is het daar mee eens. “Die verandering in denken lijkt onder ons voortdurend sneller te gaan.” Als voorbeelden neemt hij het boek over homoseksualiteit van prof. dr. Ad de Bruijne (Verbonden voor het leven) en het boek van prof. dr. René Erwich en dr. Almatine Leene (Vuur dat nooit dooft). Deze twee uitgaven zijn volgens de geïnterviewden geen incidenten. “Daaronder ligt een nieuwe vorm van omgaan met de Schrift. Streefden we voorheen in onze exegese naar eenheid in uitleg, nu klinkt dat de Bijbel over één thema twee heel verschillende dingen kan zeggen, die ook eigenlijk onverenigbaar zijn. Dan moet jij als gelovige maar de uitleg kiezen die jou het meest aanspreekt.

De kerngroep is er door zelfstudie én door lezingen van prof. dr. Henk van den Belt en dr. Gert van den Brink9 achter gekomen dat achter de nieuwe visie op ‘vrouw in het ambt’ een andere manier van denken schuilt. Maar ook een andere manier van bijbellezen’. “Hierbij verschuift het accent van de zeggenschap van de Bijbel naar de eigen uitleg van de lezer.” Volgens mr. dr. Pel is dit in strijd met de artikelen drie tot en met zeven van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB). De Schrift is haar eigen uitlegster. De kerkorde staat, volgens de geïnterviewden, dit moderne denken niet in de weg maar biedt daar juist ruimte voor. “De kerkorde bevestigt de toegenomen individualisering in de kerk. Om al dat soort redenen kunnen wij volgend jaar niet mee met de fusie.” Volgens de kerngroep dendert de trein met de nieuw te vormen Nederlandse Gereformeerde Kerken gewoon door en wordt er alleen nog marginaal aan de kerkorde gesleuteld. Als bezwaar maken geen nut heeft, waarom dat toch een kerngroep? “Wat ons als kerngroep nu te doen staat, is onze broeders en zusters in de GKV bewust te maken van wat er in en met hun kerk gebeurt en hen te waarschuwen voor de ontwikkelingen. (…) We heffen als het ware een banier op, en roepen tegen allen die net als wij verontrust zijn over de koers van ons kerkverband en over de komende fusie: “Verzamelen!” Om ons zo met elkaar te verbinden en om hierin samen verder op te trekken.” Pel voert daarbij aan dat de fase van advisering voorbij is, ‘nu het gezag van de Schrift zelf in het geding komt’. De bezinningsgroep wil vanaf heden meer kerkelijke richting gaan wijzen. Mogelijk door verbinding te zoeken met de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) en De Gereformeerde Kerken (DGK). Pel en Room zien de mensen in deze kerken als broeders en zusters ‘geënt op dezelfde historische wortels’. Maar ook willen ze open gesprekken voeren met de Hersteld Hervormde Kerk (HHK). De aanstaande fusie raakt de predikant en de kerkrechtjurist ook persoonlijk. Pel: “Maar het meest pijnlijke is dat het in de GKV niet meer veilig is en dat je tot deze keuze gedwongen wordt.10

Het Woord in geding

De Kerngroep Bezinning GKv wil binnenkort een boek uitbrengen onder de titel Het Woord in geding.11 In het boek ‘Het Woord in geding’ worden een serie studies gepresenteerd rondom Schriftgezag en Hermeneutiek gepresenteerd. Volgens de website is er ‘aan deze uitgave (…) met zorg en passie gewerkt. De bijdragen in deze bundel gaan over actuele en wezenlijke zaken rond de uitleg van de Bijbel, die ook ons praktisch geloofsleven direct raken’.12

Veranderingen

De synodeleden van het nieuw te vormen kerkgenootschap Nederlandse Gereformeerde Kerken willen de bezwaarde leden van de GKv ‘vasthouden’. “We moeten er rekening mee houden, ook in onze bewoordingen, dat een aantal mensen veranderingen moeilijk kan meemaken.” Maar ‘we moeten proberen hen vast te houden, want we hebben iedereen nodig’. Een andere afgevaardigde gaf aan de ontwikkeling best wel te kunnen volgen. In het Reformatorisch Dagblad: “In dit licht noemde hij het begrijpelijk dat er nu zorgen bestaan, “omdat bezwaarden denken: Vroeger konden we elkaar in moeilijke situaties altijd nog ergens aan houden. Maar wat als ook dat gaat verdwijnen?13 Op de synode worden de bezwaarden opgeroepen om ‘gewoon’ mee te doen. De bezwaarden zullen daar vast anders over denken.14 De besloten groepsbespreking liep in ieder geval uit op een groepsgebed voor de synodeleden én de bezwaarden. In het Reformatorisch Dagblad geeft journalist Addy de Jong aan dat er de laatste decennia een ‘een ware revolutie in denken en handelen’ plaatsvond binnen de GKv. “Wat vroeger in andere kerken scherp werd veroordeeld, werd nu in het eigen kerkverband gepropageerd en gepraktiseerd: de vrouw in het ambt, een nieuw denken over schepping en evolutie, een aanvaarding van homoseksualiteit, zoals recent door hoogleraar Ad de Bruijne.15 Binnen de GKv zijn er, onder de predikanten die openstaan voor homoseksuele relaties, óók predikanten die aangeven te denken dat de nieuwe fusiekerk de Protestantse Kerk in Nederland op het punt van homoseksuele relaties op den duur links zullen inhalen.16  Synodelid Kars Veling is blij dat, met de nieuwe kerkorde, de autogordel wat losser zit. Hij geeft aan blij te zijn dat ‘er in onze kerken meer ruimte is gekomen voor het lezen van de Schrift op een wijze die, dat moeten we in alle eerlijkheid zeggen, wat afwijkt van hoe we dit vroeger deden’. Veling geeft wel aan dat we niet ‘alleen maar blij zijn dat autogordels wat losser zitten, maar ons ook blijven afvragen waar de chauffeur ons heen voert’.17

Studiedag

De Kerngroep Bezinning GKv belegt morgen, zaterdag 19 november 2022, een studiedag op Urk. Hier spreken ds. Jan Wesseling (predikant Veenendaal-West), dr. Bart van Egmond (predikant Capelle aan den IJssel-Noord) en kerkrechtjurist mr. dr. Pieter Pel.18 In het middagprogramma volgt een presentatie van ‘Kerkgroep Bezinning Gkv’. Uit deze presentatie moet duidelijk worden waar de werkgroep voor staat en welke perspectieven ze zien. Ook zal er aandacht zijn voor de nieuwe publicatie ‘Het Woord in geding’.19

Voetnoten

Geblokkeerd door theoloog dr. Marco Derks

Als sinds deze website bestaat heb ik het standpunt verdedigd dat homoseksuele praxis zondig is. Mensen met homoseksuele gevoelens moeten we echter niet verstoten, maar in liefde omringen. Als voorbeeld heb ik verschillende keren Johannes 8 genomen. Waar de Heere Jezus enerzijds de mensen die veroordelen beschaamd gemaakt heeft, maar anderzijds ook gewaarschuwd heeft voor doorwandelen op het pad van de zonde.1 Het waarschuwen daartegen is dus geen liefdeloos en zelfverheffend gebeuren. “Want zij2 hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;” (Rom. 3:23, SV).

Dat dit standpunt niet in dank afgenomen wordt en leidt tot uitsluiting daar kwam ik laatst achter. Wat was het geval? Onlangs verscheen de zogenoemde NBV21 Wetenschapsbijbel. Het gaat om een soort Bijbel met kanttekeningen en uitgebreidere artikelen als bijlage. Deze kanttekeningen en bijlagen werden geschreven door een zestigtal wetenschappers. Een van de redacteuren, dr. Koert van Bekkum, deelde via het sociale medium Twitter de lijst met auteurs. Graag wilde ik meer weten over de auteurs en hun achtergronden. Door het ‘taggen’ van de auteurs door Van Bekkum kon ik veel informatie vinden. Ik klikte ook op de verwijzing naar theoloog dr. M. (Marco) Derks.3 Dr. Derks is coördinator van de Nederlandse Onderzoeksschool voor Theologie en Religie (NOSTER). NOSTER werkt samen met verschillende Nederlandstalige universiteiten. Op NARCIS is te lezen dat de geleerde expert is in Augustijnse studies, christelijke ethiek, pastorale theologie, queertheologie, radicale theologie en religie en secularisme.4 Helaas kwam ik via Twitter niet ver, want Derks heeft mij geblokkeerd.5 Waarom? Dat weet ik niet! Er staat geen opgaaf van reden bij, al heb ik wel een vermoeden. Ik heb, bij mijn weten, nooit een Twitter-conversatie gehad met dr. Derks. Maar ziende op zijn bijdrage in de zogenoemde NBV21 Wetenschapsbijbel (die gaat over Homoseksualiteit) en zijn expertise in de christelijke ethiek en queertheologie denk ik dat dit komt door mijn standpunt in het genderdebat en mijn visie op homoseksuele praxis.6 Blokkeren zonder ooit iemand gesproken te hebben is wel erg radicaal, het is ook jammer want had veel vragen naar aanleiding van zijn bijdrage Homoseksualiteit in de NBV21 Wetenschapsbijbel. Een gesprek daarover blijkt nu, in ieder geval via Twitter, onmogelijk!

Voetnoten

Ouwehands Dierenpark krijgt als eerste en (voorlopig) enige Nederlandse dierentuin koala’s

Koala’s! Ze staan hoog op het lijstje van iedere dierenliefhebber. Helaas zijn ze niet te vinden in de Nederlandse dierentuinen.1 Maar daar komt verandering in. De schattige buidelbeertjes worden na de zomer van 2023 D.V. verwacht in Ouwehands Dierenpark2 te Rhenen. Om hoeveel koala’s het gaat heeft de dierentuin nog niet bekendgemaakt.3

Na de zomer van 2023 D.V. hoopt Ouwehands Dierenpark, als eerste en voorlopig enige dierentuin in Nederland, koala’s toe te voegen aan hun dierenlijst. Bron: Pixabay.

‘Australian Experience’

In december van dit jaar zal naar verwachting het ontwerp en de engineering van het verblijf rond zijn, zodat in januari 2023 D.V. wordt gestart met de bouw van het verblijf. De koala’s worden na de zomer van 2023 verwacht. De komst van deze buidelberen naar Rhenen maakt onderdeel uit van het Europese fokprogramma voor het behoud van bedreigde diersoorten (EEP)4. Het dierenpark wil met het fokken van koala’s bijdragen aan het gezond houden van de populatie. Maar de dierentuin wil met de komst van deze dieren ook bijdragen aan educatie van bezoekers. De dierentuin: “De dieren die in Ouwehands Dierenpark leven zijn een ambassadeur voor hun wilde soortgenoten. Bezoekers van de dierentuin leren over hoe bijzonder de diersoort is en wat er nodig is voor bescherming van de soort en zijn natuurlijk leefgebied.5 Het project wordt intern ‘Australian Experience’ genoemd en zal een oppervlakte van ongeveer 1800 vierkante meter omvatten. De dierentuin: “De koala leeft solitair wat betekent dat elk dier een eigen binnen-, nacht- en buitenverblijf zal krijgen. Het leefgebied van de koala wordt zover mogelijk nagebootst. De bezoeker legt een reis af vanuit de droge woestijn van Australië naar een oase van groen. In het centrum van het gebouw bevindt zich straks een belevingsvolle binnentuin van ca. 170 m2.6 Duurzaamheid speelt bij het project een belangrijke rol. “Het gebouw wordt voorzien van warmtepompen en zonnepanelen om het juiste klimaat te beheersen zonder fossiele brandstoffen.7 Wanneer de koala in 2023 gearriveerd zal zijn, dan zal Ouwehands Dierenpark de eerste en voorlopig ook enige dierentuin in Nederland zijn die dit soort zal huisvesten. De dierentuin hoopt dat de zachte buidelbeertjes, net als de eerdere pandaberen, publiekstrekker zullen worden.

Koala

De koala komt alleen voor in Zuidoost-Australië en staat op de IUCN Rode Lijst als kwetsbaar.8 In Australië zelf wordt het dier vanaf 2012 gezien als bedreigd diersoort.9 De populatie koala’s gaat namelijk snel achteruit ten gevolge van bosbranden en overstromingen. Omdat ze een zeer eenzijdig eetpatroon hebben, koala’s eten bijna uitsluitend bladeren van de eucalyptusboom, zijn de buidelberen extra kwetsbaar. De beestjes zijn ongeveer 65 tot 75 centimeter lang en wegen tussen de acht en twaalf kilo. De koala of buidelbeer behoort tot de familie Phascolarctidae en is de enige nog levende soort binnen die familie.10 De familie Phascolarctidae bevat wel meerdere uitgestorven soorten. Het eerste fossiel van een koala-achtige dateert uit het late Oligoceen.11 Voor naturalisten is de evolutionaire afstamming van de koala’s, door gebrek aan fossielen, onbekend en daarmee niet verklaard. Voor creationisten is de paleobiogeografische verspreiding en evolutionaire ontwikkeling12 van de Australische buideldieren in het algemeen, en de koala’s in het bijzonder, een groot probleem. Geen enkele verklaring voldoet voor de paleobiogeografische verspreiding van de Australidelphia (waartoe ook de Diprotodontia, of klimbuideldieren behoren).13 Hoe hebben deze diersoorten zich verspreid vanaf de landingslocatie van de ark? Hopelijk is de komst van koala’s naar Nederland een stimulans voor Nederlandstalige creationisten om hier verder en dieper over na te denken.14

Voetnoten