André Aleman is een neurowetenschapper met de gave om zijn ingewikkelde vakgebied op een toegankelijke manier uit te leggen. Maar de voornaamste reden om dankbaar te zijn voor zijn boeken is dat ze een christelijk tegengeluid bieden tegen de visie van wetenschappers als Dick Swaab, die stellen dat er niet meer is dan ons materiële brein en dat de ziel slechts een illusie is.
Swaab vatte dat kernachtig samen in de titel van zijn bekendste bestseller: Wij zijn ons brein, waarmee hij bedoelde dat we niets méér zijn dan dat. Aleman erkent ten volle het belang van het brein voor ons menszijn en het is juist de materiële kant die hij presenteert in zijn nieuwste boek De ziel van het brein. Maar hij plaatst zijn uitleg helemaal in het kader van zijn overtuiging dat wat wij ‘ziel’ noemen geen afgeleide is van ons brein. Zoals hij in een eerder boek, Je brein de baas, betoogde, worden wij daarom ook niet geregeerd door dat materiële brein.
In het boek De ziel van het brein past hij zijn eerdere algemene beschouwingen toe op een specifiek aspect van ons bestaan, namelijk spirituele ervaringen. Volgens mensen als Swaab zijn die slechts het bijproduct van de stroompjes die door onze hersenen lopen, maar Aleman is ervan overtuigd dat dit geen recht doet aan de ziel van een mens. Toch ziet hij een nauwe samenhang tussen activiteiten van het brein en onze spirituele ervaringen. Aleman illustreert dat aan de hand van de uitkomsten van allerlei neurowetenschappelijk onderzoek. Dat soort onderzoek gebeurt onder meer door mensen onder een MRI-scanner te leggen en dat te bekijken welke hersendelen elektrisch actief worden bij bepaalde denkactiviteiten.
Hoewel hij de waarde van dat soort onderzoek voluit erkent, plaatst hij er in het laatste hoofdstuk van het boek ook kanttekeningen bij. Als je iemand onder de MRI-scanner laat bidden, heeft dat in zo’n luidruchtige omgeving nog wel iets te maken met binnenkamerwerk? Wat zegt het als je bepaalde hersendelen actief ziet worden als het bidden in zo’n gekunstelde omgeving plaatsvindt? Maar met alle beperkingen ervan, geeft dit soort onderzoek toch op zijn minst een indruk van de samenhang tussen hersenactiviteit en ons denken en ervaren. Het is ondoenlijk om het enorme scala aan onderzoeken en uitkomsten dat Aleman in minder dan tweehonderd pagina’s de revue laat passeren recht te doen in deze bespreking.
Het boek is een prachtig voorbeeld van hoe geloof en wetenschap goed samen kunnen gaan. In dit boek wordt geloof niet teruggebracht tot een elektrische activiteit van de hersenen, maar recht gedaan als een zaak van de ziel. De Heere heeft ons echter zo gemaakt dat de hersenen een indrukwekkende verbinding tussen de ziel en het lichaam verzorgen. Wie hersenonderzoek doet, kan niet anders dan onder de indruk raken van een zo complex geheel en de Schepper grootmaken om de wijsheid waarmee Hij de hersenen geschapen heeft. Aleman is daar een sprekend voorbeeld van en we mogen hem daar dankbaar voor zijn.
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Vries, M.J. de, 2026, Boekbesprekingen, De Waarheidsvriend 114 (14): 21.