In de vorige afleveringen is de opstelling van de rechterlijke macht in Finland1 en Duitsland2 bij meningsuitingen over de praktijk van homoseksualiteit aan de orde geweest. In Finland bleek de vrijheid van meningsuiting ruim te worden geïnterpreteerd, In Duitsland bleek de toegestane vrijheidsmarge nogal nauw. In laatstgenoemd land bleek al snel sprake van volksopruiing en haat zaaien. Nu komt de situatie in Nederland aan de orde.

Ds. Kort en de roepende zonden
Het eerste geval handelt over ds. A. Kort (geb. 1951) eerst hervormd predikant, vervolgens overgegaan naar de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.3 Dominee Kort staat bekend om zijn radicale uitspraken. Zo noemde hij de Nederlandse Hervormde Kerk een valse kerk, de Herziene Statenvertaling karakteriseerde hij als een list van de duivel. In 2020 schreef ds. Kort een brief aan het College van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel. Hij vraagt onder andere dat “de roepende zonden die tegen de scheppingsorde indruisen, dienen uitgebannen”.
De genoemde uitspraak leidt tot een aangifte van discriminatie tegen de predikant vanwege homofobe en racistische uitspraken. Het Openbaar Ministerie oordeelt, dat er vanwege de geloofsopvatting van ds. Kort geen sprake is van discriminatie en groepsbelediging. De woorden van de predikant zijn kwetsend, maar niet onnodig grievend. De formulering gaat niet verder dan noodzakelijk om het standpunt van de predikant over te brengen en zijn in lijn met het taalgebruik van de Bijbel.
De klager nam geen genoegen met de opstelling van het Openbaar Ministerie en stapte naar het Gerechtshof Den Haag. De Raadkamer van dit Gerechtshof oordeelde: “Daargelaten of de uitlatingen van beklaagde als beledigend voor mensen met een homoseksuele gerichtheid gelezen kunnen worden, kan uit de context waarin de gewraakte uitlatingen zijn gedaan worden opgemaakt dat deze louter zijn te beschouwen als een weergave van de geloofsopvatting van beklaagde. Gelet op de gekozen bewoordingen zijn de uitlatingen naar het oordeel van het hof ook niet als onnodig grievend aan te merken.”4 Dominee Kort had in de procedure uitgelegd, dat hij met roepende zonden bedoelde “echtscheiding, het hebben van seks voor het huwelijk, het hebben van seks tussen mannen of vrouwen onderling, het klonen van mensen, het vreemdgaan en het begeren (ook al is het slechts met de ogen) van een ander dan met wie je gehuwd bent.”
Paarse vrijdag
De tweede zaak gaat over een onderwijsassistent op een middelbare school. Op die school werd door de leerlingen met toestemming van de schoolleiding actie gevoerd in verband met de zogeheten ‘Paarse vrijdag’. Op Paarse vrijdag kan een school steun tonen voor seksuele diversiteit, bijvoorbeeld door het dragen van een paarse armband, die in het onderhavige geval door leerlingen werd aangeboden. De onderwijsassistent heeft op deze dag mondeling en fysiek duidelijk gemaakt dat Paarse vrijdag en homoseksualiteit niet te verenigen is met zijn geloof en is daarin blijven volharden. Dit leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Dat vocht de onderwijsassistent aan bij de Rechtbank Rotterdam5 en daarna bij het Gerechtshof Den Haag.6
Het Gerechtshof is van oordeel dat de uitingen van de onderwijsassistent vallen onder de vrijheid van meningsuiting en godsdienst zoals beschermd door het Europese verdrag voor de rechten van de mens. Een beperking is alleen toelaatbaar, indien deze is voorzien bij wet, noodzakelijk is in een democratische samenleving en een geoorloofd doel dient. Van de rechter wordt dan gevergd een goede afweging te maken tussen de vrijheid van meningsuiting en godsdienst en andere belangen die hier een rol spelen. In een arbeidsverhouding is er sprake van wederzijds vertrouwen, waarin van de werknemer een zekere mate van loyaliteit mag worden verwacht. Het ontbindingsverzoek van de arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt als een sanctie van de werkgever die een inmenging vormt op de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst van de onderwijsassistent. Voor de beoordeling van de vraag of die inmenging toelaatbaar is, kijkt het hof naar verschillende factoren en naar de context waarin de uitingen door de onderwijsassistent zijn gedaan. Loyaliteit aan de school en de onderwijsvisie van de school zijn onder andere van belang. Alles afwegende is het Gerechtshof van oordeel dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het ontbindingsverzoek moet worden toegestaan.
Balans tussen vrijheid en geloof in Nederland
Het is duidelijk dat de Nederlandse rechterlijke macht zeer hecht aan de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Die wordt zorgvuldig afgewogen tegen eventuele andere belangen. Het tot nu toe besprokene over Finland, Duitsland en Nederland maakt duidelijk dat het gereformeerde leven niet meer in overeenstemming is met het seculiere leven. Kennis van en begrip voor het gereformeerde leven zijn nog slechts spaarzamelijk aanwezig. Weinigen waarderen dat de Heilige Schrift bepalend is voor hun leven. De besproken rechtszaken maken duidelijk dat het verstandig is om daar waar de gereformeerde levensvisie schuurt met de seculiere, niet aanvallend op te treden. Een zorgvuldige en vriendelijke aanpak valt te verkiezen.
© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnement op deze nieuwsbrief is gratis!
- https://oorsprong.info/christelijk-leven-in-de-seculiere-samenleving-in-finland-artikel-over-kerkrecht/.
- https://oorsprong.info/gereformeerd-leven-in-de-seculiere-samenleving-in-duitsland-artikel-over-kerkrecht/.
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Anthonie_Kort, bezocht 9 juli 2025.
- Ds. A. Kort; ECLI_NLGHDHA_2022_488. Uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl.
- Insula College; ECLI_NL_RBROT_2023_4499.
- Insula College; ECLI_NL_GHDHA_2024_1530.