De klassiek-gereformeerde uitleg van de Bijbel wijst het praktiseren van homoseksuele gerichtheid af. Daarmee is het praktiseren hiervan onverenigbaar met klassiek-gereformeerd leven. In de seculiere samenleving is het praktiseren van homoseksuele gerichtheid aanvaardbaar en normaal. Mag nu de opvatting, dat de Bijbel het praktiseren van homoseksuele gerichtheid afwijst, ook worden geuit? In Finland blijkt dat na rechterlijke toetsing te mogen.1 Mag het standpunt dat homoseksualiteit zonde is, ook in Duitsland worden geuit? Deze vraag komt in de onderhavige bijdrage aan de orde.

Homoseksualiteit en vrijheid van meningsuiting in Duitsland
Ds. O. Latzel (geb. 1967) is als predikant sedert 2007 verbonden aan de gereformeerde (reformierte) St. Martinigemeente in Bremen, Duitsland. Deze gemeente behoort tot de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD). De EKD is grotendeels vrijzinnig.2
Dominee Latzel liet zich tijdens een seminar over het huwelijk in oktober 2019 negatief uit over de praktijk van de homoseksualiteit. In praktische homoseksualiteit levende mensen hadden namelijk de laatste jaren zijn gemeente belaagd. Het seminar werd via internet bekend. De kerkenraad van zijn gemeente stond en staat zonder enig voorbehoud achter hem. Naar aanleiding van deze uitspraken bezon de EKD in Bremen zich op maatregelen tegen ds. Latzel. De St. Martinigemeente kreeg te maken met toenemend vandalisme, gewelddadigheden, agressiviteit en laster. Opgemerkt wordt dat ds. Latzel scherpe delen van zijn toespraak op genoemd seminar terugnam.
Het openbaar ministerie klaagde hem aan wegens volksopruiing. Dit naar aanleiding van aanklachten van de Bremer EKD en het ‘Rat & Tat-Zentrum für queeres Leben’, het Raad en Daad-Centrum voor leven in brede seksuele identiteit. Van verschillende kanten kreeg de Bremer predikant steunbetuigingen. De Duitse beweging ‘Geen ander Evangelie’ kritiseerde de EKD Bremen. Die zette een tuchtprocedure in gang.
Veroordeling ds. Latzel
In 2020 veroordeelde de kantonrechter ds. Latzel wegens aanzetting tot haat jegens homoseksuelen tot een geldboete. Hij werd voorlopig geschorst door de EKD Bremen. Die schorsing werd later opgeheven. Ds. Latzel ging in beroep. De Regionale rechtbank van Bremen benoemde prof. dr. C. Raedel, hoogleraar aan de Vrije Theologische Hogeschool in Giessen, tot theologisch deskundige. Het parket van de rechtbank was het daarmee eens, maar wees later prof. Raedel af. Het parket is het kantoor van de openbare aanklager.
Intussen was er ook steun uit Nederland voor ds. Latzel: onder andere van de Gereformeerde Bond, Bewaar het Pand en van de Stichting Bijbels Beraad M/V. Ds. Latzel had zich niet opzettelijk tegen homoseksuelen uitgelaten, hij had slechts voor leden van zijn gemeente gesproken.
Tijdens de zittingen van het Landsgericht Bremen, de regionale rechtbank, kwamen twee theologische experts aan het woord. De eerste was prof. dr. I. Karle, hoogleraar aan de Universiteit van Bochum. Zij kantte zich tegen de uitspraken van ds. Latzel. Diens advocaat vroeg de rechtbank om Karle wegens vooringenomenheid af te wijzen. De tweede expert was prof. dr. L. Schwienhorst-Schönberger van de Universiteit van Wenen. Hij verklaarde dat de visie van ds. Latzel een goed Bijbels fundament had. De advocaat van ds. Latzel, dr. S. Böttner wees erop dat ds. Latzel slechts zijn eigen gemeenteleden op bepaalde zonden wees. Hij heeft zich helemaal niet tot het volk gewend. De rechtbank wees prof. Karle af als deskundige op grond van antipathie jegens ds. Latzel. Het Landsgericht Bremen sprak in 2022 de Bremer predikant vrij van het vergrijp van volksopruiing. Zo werd een streep gehaald door het vonnis van het Ambtsgericht, de lagere rechtbank. De zaak was met de vrijspraak van ds. Latzel nog niet afgelopen, want het parket in Bremen tekende beroep aan. Dat maakte het Oberlandesgericht bekend. Het Oberlandesgericht is de hoogste rechterlijke instantie in een Duitse deelstaat. Daarboven komt voor heel Duisland het Bundesgerichtshof.
Schikking van de rechtzaak
In 2023 behandelde het Oberlandesgericht het ingestelde hoger beroep. In die tijd was ds. Latzel door de EKD Bremen geschorst. Het Oberlandesgericht vernietigde de uitspraak van het Landsgericht wegens onvolledigheid. De rechter zei dat men homoseksualiteit mag afwijzen, maar dat het daarbij aankomt op vorm en woordkeus, hetgeen doorslaggevend is. Het Landsgericht moest de zaak opnieuw behandelen. Bij de hernieuwde behandeling van de zaak bij het Landsgericht werd een schikking bereikt. Ds. Latzel zal 5000 euro betalen aan bovengenoemd ‘Rat & Tat-Zentrum’ en de openbare aanklager ziet af van verdere vervolging. Zo is ds. Latzel onschuldig.
De EKD Bremen heeft in verband met een eventuele tuchtprocedure een onderzoeker aangesteld, die de zaak breed moet onderzoeken door verschillende partijen te horen. Zolang dit onderzoek duurt kan ds. Latzel gewoon zijn ambtelijke werkzaamheden blijven voortzetten.
Kleine marge tussen meningsuiting en volksopruiing
Uit de gerechtelijke behandeling van de zaak van ds. Latzel blijkt dat de Duitse rechters verdeeld zijn. Ze zijn verdeeld over de toelaatbaarheid van meningsuitingen over de praktijk van homoseksualiteit. Dominee Latzel heeft zich daarover slechts binnen zijn gemeente uitgelaten. Maar zelfs dat kon de toets van de Duitse rechtspraak niet doorstaan. Men mag zich in Duitsland uiten tegen het praktiseren van homoseksualiteit, maar aan de bewoordingen worden stringente eisen gesteld. Zo stringent dat de marge tussen vrijheid van meningsuiting en volksopruiing of haat zaaien heel gering is. Dat is dus duidelijk anders dan in Finland.
© Gereformeerd Venster. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit de digitale nieuwsbrief Gereformeerd Venster. Abonneren kan via info@gereformeerdvenster.nl of www.gereformeerdvenster.nl. Een abonnement op deze nieuwsbrief is gratis!
- Dr. D. de Vos, ‘Kerkrecht (14): christelijk leven in de seculiere samenleving in Finland’, in: Gereformeerd Venster, Nr. 120, Maandag 16 juni 2025. Zie: https://oorsprong.info/christelijk-leven-in-de-seculiere-samenleving-in-finland-artikel-over-kerkrecht/.
- Reformatorisch Dagblad, 5 april 2020 tot 28 december 2024; 71 artikelen. Voor het literatuuronderzoek dank ik de heer J. Kersbergen.