Cognitieve dissonantie is het psychologische ongemak dat je voelt wanneer je gedachten, overtuigingen of gedragingen met elkaar in strijd zijn. Het kan mensen verwarren en in gewetensnood brengen. Bijvoorbeeld bij een abortus.

Soms zijn de dingen die je doet, denkt of voelt in strijd met je overtuigingen. Dat maakt onrustig en kan een schuldgevoel geven. Je hebt bijvoorbeeld iets gekocht wat je niet nodig hebt. Dat voelt niet goed. Of je besluit met het vliegtuig op vakantie te gaan, terwijl je de week ervoor nog uit volle overtuiging meedeed met een milieudemonstratie op de A12.
‘Oplossing’
Om tot een ‘oplossing’ van deze innerlijke onbalans te komen, kun je ervoor kiezen om je standpunten aan te passen. Je kunt ook redenen bedenken om je beslissing te rechtvaardigen, bijvoorbeeld dat het om een uitzonderlijke situatie ging. Bagatelliseren is ook een optie: je maakt de zaken klein en onbelangrijk, zodat je je over je beslissing niet schuldig hoeft te voelen. Nog een uitweg is dat je mensen om je heen zoekt die dezelfde beslissing hebben genomen. Je gaat elkaar ‘vrijspreken’ door te vertellen hoe goed en nodig de beslissing was.
Standpunt aanpassen?
In de abortusdiscussie speelt cognitieve dissonantie een grote rol. Sommige vrouwen hebben er nooit van tevoren bij stilgestaan dat ze onbedoeld zwanger zouden kunnen raken. Ze vonden altijd dat abortus fout was, totdat ze er zelf mee te maken kregen. Blijf je dan bij je standpunt of pas je het aan? Andere vrouwen bedenken uitzonderingen, zodat ze de abortus voor zichzelf toch kunnen rechtvaardigen.
Abortus bagatelliseren is misschien wel het grootste gevaar voor een samenleving. Deze ‘oplossing’ wordt in Nederland steeds verder doorgevoerd. Niet onbegrijpelijk: Nederland telt inmiddels ongeveer 1,5 miljoen vrouwen met een abortuservaring. Als abortus dan ”fout” is, hebben al die vrouwen een groot probleem.
Films
In een column van BNNVARA neemt Omar Larabi een aantal films onder de loep. Zij schetst het opmerkelijke voorbeeld van de tv-serie ”Een huis vol” en zegt: „Waarbij de vader, Maarten Blom, de foetus die in de baarmoeder van zijn vrouw groeit „een kindje” noemt.” De columniste beschouwt dat niet als een onschuldige opmerking, maar denkt dat er een hele antiabortusagenda achter zo’n aanduiding zit. Maar welke vrouw vertelt op een verjaardag dat zij in verwachting is van een foetus? Iedereen praat dan over een kindje of baby.
Mogelijk heeft in de omgeving van de columniste een abortus plaatsgevonden en wil zij niet geconfronteerd worden met het idee dat daar misschien wel een kindje is gedood. Dat een mens zijn toekomst is ontnomen. Het mag dus nog niets voorstellen.
Mini-abortuspil
Een ander voorbeeld van bagatellisering is de afschaffing van de vijf dagen bedenktijd bij een abortuswens. Een abortus mag niets voorstellen. Dus hoef je er ook geen vijf dagen over na te denken. En voor een gewetensconflict is geen reden. Een meerderheid van de parlementariërs deelt deze visie.
In lijn hiermee is dat abortus nog laagdrempeliger moet worden door de abortuspil via de huisarts beschikbaar te stellen. De volgende stappen zijn al in de maak: de abortuspil via de verloskundige of, als het aan Rebecca Gomperts ligt, via de drogist. Ondertussen komt de mini-abortuspil voor wekelijkse anticonceptie eraan.
Met man en macht wordt gezocht naar vrouwen die geen spijt hebben van hun abortus. Ze krijgen een zo groot mogelijk podium. Ook dit geeft het signaal af dat abortus niets voorstelt. Negatieve gevolgen van een abortus mogen er gewoon niet zijn. De media zwakken elk onderzoek dat met een andere conclusie komt af. Ze maken elke organisatie die zich tegen abortus verzet zwart. De drang om abortus te ‘normaliseren’ wordt steeds sterker
Het is heel goed mogelijk dat veel vrouwen bij een abortus met cognitieve dissonantie te maken hebben en naar ‘oplossingen’ zoeken. Daardoor worden vrouwen die nog vóór de keuze staan op het verkeerde been gezet. Dat lost niets op, maar verergert de problematiek alleen maar.
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen van het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Helden, K. van, 2026, Doen alsof abortus niets voorstelt lost innerlijke strijd niet op, Reformatorisch Dagblad 55 (248): 28-29 (artikel).