Home » Embryologie » Debat over kweken embryo’s verre van zorgvuldig

Debat over kweken embryo’s verre van zorgvuldig

De Tweede Kamer stemt dinsdag over moties en amendementen op het initiatiefwetsvoorstel van D66 en VVD om embryo’s te kweken voor onderzoek. Oud-Kamerlid Rosanne Hertzberger waarschuwt voor feitelijke onjuistheden en naïviteit.

‘Zorgvuldig’ en ‘respectvol’, dat waren de kwalificaties aan het einde van het debat begin deze maand over het initiatiefwetsvoorstel om embryo’s te kweken voor onderzoek. Wel drie keer bedankte het Kamerlid Lisa Vliegenthart (GL-PvdA) de initiatiefnemers van D66 en VVD voor die zorgvuldigheid in de wetsbehandeling. Harmen Krul (CDA) toonde zich ‘tevreden’ over de beantwoording van de vragen die toch waren ontstaan over wat deze wet allemaal mogelijk maakt. En ook Wieke Paulusma (D66) benadrukte de grote zorgvuldigheid en de respectvolle manier van debatteren.

En inderdaad, te midden van grote zorgen over de omgangsvormen en polarisatie in de Haagse politiek zou dit debat een toonbeeld kunnen zijn geweest van hoe het ook kan. Het wás ook een respectvol debat, ondanks het gevoelige onderwerp, er was geen onvertogen woord gevallen. De tegenwerpingen van de christelijke partijen konden lieflijk doch resoluut in de categorie ‘van levensbeschouwelijke aard’ worden geschaard, zodat ze eigenlijk niet echt meer meetellen.

Het probleem was dat ondanks die respectvolle sfeer vol bezwerende woorden en ‘agree to disagree’ er in het debat weinig sprake was geweest van inhoudelijke zorgvuldigheid. Namens Nieuw Sociaal Contract (NSC) behandelde ik de wetgeving in eerste termijn, maar zag vervolgens vanaf de zijlijn de vele vragen beantwoord worden met een combinatie van gevaarlijke naïviteit en een lange reeks aan feitelijke onjuistheden.

Een voorbeeld: dit wetsvoorstel maakt het mogelijk om embryo’s tot stand te brengen om de stamcellen te gebruiken voor medische behandeling van een patiënt (artikel 9.1.a). Dit embryo kan ook een kloon zijn van die patiënt, een genetisch identiek beginnend leven, een mini-me, die mag worden vernietigd om lichaamsidentieke stamcellen te verkrijgen. Echter, toen Diederik van Dijk (SGP) over dit ‘therapeutisch klonen’ doorvroeg bij indiener Jan Paternotte (D66), bleek die eerst niet op de hoogte te zijn van dit gevolg van zijn eigen wetsvoorstel, om vervolgens te ontkennen dat dit een mogelijkheid werd. Er was volgens hem namelijk sprake van een kloonverbod in Nederland voor ‘zowel onderzoek als klinische toepassing’. Het probleem is dat dat verbod niet bestaat. Het is verboden om genetisch identieke menselijke individuen geboren te laten worden. Kloon-embryo’s voor stamceloogst en voor onderzoek worden gewoon mogelijk. Het is zelfs een direct gevolg van dit wetsvoorstel.

Dat verbod is er niet

Het is exemplarisch voor het onvermogen of de onwil van de indieners om de duistere randjes van het wetsvoorstel onder ogen te zien. Want dit was niet het enige verzonnen wettelijk verbod dat ter geruststelling van de Kamerleden uit de mouw werd geschud.

Zo beweerde staatssecretaris Judith Tielen van volksgezondheid (VWS) tijdens het debat met grote stelligheid dat er een reproductief verbod was op celkerntransplantatie (dat is er niet). En er was volgens Tielen een verbod op ‘functionaliteit van kunstmatige eicellen’ (dat is er ook niet).

Het had dus weinig zin, volgens de staatssecretaris, om verder op vragen en zorgen over die kunstmatige eicellen in te gaan. Dat is jammer, want het onderzoek naar deze zogeheten in vitro gametogenese kan dankzij dit wetsvoorstel wel degelijk in een stroomversnelling komen. Als je de functionaliteit van kunstmatige eicellen (die uit huidcellen van mannelijke of vrouwelijke oorsprong in oneindige hoeveelheden gemaakt kunnen worden) ook mag onderzoeken door ze te bevruchten.

Vijf jaar is kort

Ook volgens Paternotte was dit in feite een irrelevant gespreksonderwerp. Het zou immers nog zeker vijf jaar duren tot dit technisch mogelijk was en dan zouden het tegen die tijd wel weer een keer ter sprake kunnen komen. Dat is ronduit risicovol. Bij muizen levert deze technologie al levend geboren nageslacht op, en is voortplanting dus niet meer strikt gebonden aan het vrouwenlichaam. En vijf jaar is kort. Bovendien is niet alleen het onderzoek naar deze techniek mogelijk maar staat artsen in Nederland wettelijk niets in de weg om met deze kunstmatige geslachtscellen ook direct een zwangerschap tot stand te brengen zodra dit technisch kan. De medische wetenschap wacht niet op trage wetgevende molens. Wat dreigt, is een wet die niet toekomstbestendig is. En dat wetgevers straks achter wetenschappelijk voldongen feiten aanlopen.

Geen commerciële belangen?

Een ander aspect aan dit voorstel waar we deze zelfde gevaarlijke naïeve houding zagen was rondom privaat onderzoek. Indiener Harry Bevers (VVD) bleef consequent beweren dat er geen risico was dat dit onderzoek in een ‘commerciële setting’ zou plaatsvinden omdat dit niet goedgekeurd zou worden door de ethische toetsingscommissie. Sterker nog: juist vanwege de publieke aard van ons fertiliteitsonderzoek zou embryokweek volgens de indieners in Nederland moeten worden uitgevoerd. Omdat onderzoek uit het buitenland niet te vertrouwen zou zijn en onderzoek hier gaat over dat wat direct ten goede komt aan de patiënt zonder winstoogmerk.

Ten dele hebben ze daar ook gelijk in. We hebben in Nederland veel fertiliteitsonderzoek en -zorg nog in de ziekenhuizen, vergeleken bij bijvoorbeeld Engeland. Maar helaas is dat niet het hele verhaal. Ook Nederland kent private fertiliteitsklinieken, die commercieel te werk gaan, die met dubieus buitenlands kapitaal worden opgekocht en eerder ethische grenzen schonden om meer geld te kunnen verdienen.

Het zijn inmiddels te veel incidenten om incidenteel te zijn. Eén van die commerciële fertiliteitsklinieken heeft zich nog tot 2017 niet aan richtlijnen gehouden. Met als gevolg dat zaaddonoren soms meer dan vijfenzeventig kinderen kregen, met alle emotionele en sociale gevolgen van dien, voor donors, voor ouders en kinderen. Zaaddonoren werden behandeld als grondstoffenleveranciers, wensouders als consument en de donorkinderen als product.

Gebrek aan realiteitszin

Zowel commerciële klinieken als de onderzoek- en ontwikkelingsafdelingen van de farmaceutische industrie en die van start-ups mogen met dit wetsvoorstel embryo’s tot stand brengen, voor onderzoek en om stamcellen uit te oogsten.

Het getuigt van een gebrek aan realiteitszin dat onderzoek alleen wordt gedaan met de intentie mensen te helpen, en niet ook om heel veel geld te verdienen. IVF is onderdeel van een wereldwijde miljardenindustrie, een reproductieve bio-economie, die zich weinig aantrekt van landsgrenzen. Alles kan en gaat de grens over: de literatuur, kennis en expertise, het geld, de investeringen, de stamcellen, zaad en eicellen, de embryo’s, de draagmoeders, de patiënten en de cliënten.

In tegenstelling tot wat de indieners beweren heeft de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) geen wettelijke handvatten om ingediende onderzoeksprotocollen van start-ups of andere bedrijven anders te beoordelen dan die van universitaire onderzoeksgroepen. Ook bij proeven met dieren of personen bestaat hier geen onderscheid tussen.

Het is naïef om te denken dat Nederland daar ook de komende decennia immuun voor zal zijn. Met het verruimen van de embryowetgeving – en er liggen drie wetsvoorstellen die dat beogen – komt er ook in Nederland meer ruimte voor onderzoek dat internationaal altijd op zoek is naar de plek met de ruimste wettelijke mogelijkheden.

Let op de cowboys

De zorg is dat deze wet is gemaakt met in het achterhoofd de goedzakken: het overgrote merendeel van artsen en onderzoekers die consciëntieus te werk gaan, en zich sensitief tonen voor maatschappelijke zorgen. Maar wetten moet je juist ook maken met cowboys en pioniers voor ogen, en de ouders die graag een kind willen krijgen met superieure cognitieve en sportieve eigenschappen en die (zoals nu in Engeland) elke maas in de wet zullen opzoeken en misbruiken om precies dat te bereiken. Precies daarom is realiteitszin en zorgvuldigheid in dit dossier zo belangrijk. Helaas moet ik constateren dat het daaraan ontbrak.

Het is niet goed dat deze onduidelijkheden nog steeds bestaan, nu de behandeling achter de rug is en er gestemd zal worden. Aan de bespreking van de ethische kanten kom je nauwelijks toe als tot het laatst onduidelijk blijft waar het hier eigenlijk over gaat.

Nu zullen Tweede en Eerste Kamerleden een oordeel vormen over deze wet. In een aantal fracties zijn dat niet alleen de woordvoerders maar elk Kamerlid individueel. Zij moeten voor zichzelf de vraag beantwoorden welke wereld er achter die deur ligt, die nu open wordt gezet. Eén van wetenschappelijke vooruitgang, gezondheid en geluk? Of ook één van verlies van menselijke waardigheid, door instrumentalisering van beginnend menselijk leven?

Zijn embryo’s die alleen voor onderzoek worden gemaakt en vernietigd, nog beschermd? Of worden zij gereduceerd tot voorwerp, dat alleen dient ter bestudering van de cellulaire en moleculaire processen?

Geen mazen in de wet

De embryowetgeving is een technisch en complex onderwerp, met veel verschillende aspecten, veel onduidelijkheid en wetenschappelijke onzekerheid. Niet iedereen zal de tijd en aandacht hebben zich erin te verdiepen. Het vergt veel vertrouwen van Kamerleden met minder kennis hierover, dat de indieners weten waar ze mee bezig zijn en alle gevolgen van hun eigen wetsvoorstel overzien.

Zelfs als Kamerleden het ethisch aanvaardbaar achten om embryo’s speciaal te kweken voor onderzoek en voor stamcellenoogst, moet de wetgeving nog steeds zorgvuldig zijn gemaakt. En geen mazen kennen waar cowboys gebruik van kunnen maken. En met voldoende waarborgen en genoeg realiteitszin tot stand zijn gekomen. Ik wens hun veel wijsheid toe.

Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Nederlands Dagblad. Bron: Hertzberger, R.Y., 2025, Debat over kweken embryo’s verre van zorgvuldig, Nederlands Dagblad 82 (22.154): 14-15 (Artikel).