Home » Column

Categoriearchief: Column

COLUMN: Wie was de Farao van (de) Exodus?

Wie was de Farao van (de) Exodus? Een vraag die geleerden al meer dan honderd jaar heeft beziggehouden. En nog steeds is het laatste woord er niet over gezegd. Dát de Exodus uit Egypte heeft plaats gevonden staat voor bijbelgetrouwe christenen uiteraard niet ter discussie, maar ook zij discussiëren flink over wie de wrede Farao was die de Israëlieten onderdrukte.

Afgelopen maand las ik een fictief jeugdboek over een gezin dat in Egypte allerlei avonturen beleeft. De auteur liet doorschemeren dat de Farao die beschreven wordt in het bijbelboek Exodus mogelijk Ramses II was. Geleerden zien deze farao als een van de grootste Farao’s aller tijden. Hij heeft grote bouwprojecten op zijn naam staan zoals de bekende en in de jaren ’70 verplaatste tempel Aboe Simbel. Hij overleed in 1213 voor Christus, uitgaande van de standaard Egyptische chronologie. De familie in het beschreven jeugdboek bezoekt enkele bouwprojecten van Ramses II. Was hij de Farao van de uittocht?

Ramses II

Wie een beetje thuis is in de Bijbelse tijdlijn die valt iets op: de uittocht vond plaats rond 1400 (of 1450) voor Christus. Ramses II leefde daarmee minimaal 200 jaar later. Als de jaartallen kloppen kan hij de Farao van de Exodus dus niet zijn. Wanneer je de uittocht verplaatst naar 1200 voor Christus kom je ook in de knoop met andere Bijbelse gegevens (de tempelbouw door Salomo bijvoorbeeld vond 480 jaar ná de uittocht plaats). Ramses II werd opgevolgd door Merenptah. Van Merenptah is een stele (een stuk steen) bekend met daarop een vermelding van Israël. Merenptah regeerde tot 1203 voor Christus. Stel dat de uittocht in 1213 voor Christus plaats vond, dan is het in strijd met de Bijbelse gegevens en daarom onmogelijk dat er tien jaar na de uittocht al een staat Israël bestond. Maar als Ramses II niet de farao van de Exodus was, wie dan wel?

Amenhotep II

Bijbelgetrouwe geleerden zoals dr. Petrovich denken dat de farao van de uittocht Amenhotep II is. De Studiebijbel Oude Testament (SBOT) laat van deze farao het volgende weten: ‘Hij was een sterke persoonlijkheid met grote lichamelijke kracht. Hij stond bekend om zijn wreedheid. Uit het onderzoek van zijn mummie bleek dat hij stierf in de kracht van zijn leven, op 45-jarige leeftijd. Zijn graf is in haast ingericht; er werd dus nog niet gerekend op zijn dood. Hij werd niet opgevolgd door zijn oudste zoon, maar door een jongere zoon, Thoetmoses IV’. Dit past goed bij de beschrijving die wij lezen in de Bijbel. Amenhotep II werd opgevolgd door enkele Farao’s die op zwakke wijze regeerden.

Dedumose II

Andere bijbelgetrouwe geleerden denken dat de standaard Egyptische chronologie niet klopt en dat de jaartallen in die chronologie rond de uittocht/intocht zo’n 150 jaar verschoven moeten worden. Deze geleerden opperen dat de Farao van de uittocht Dedumose II was. Volgens de bekende internetencyclopedie Wikipedia krijgt deze theorie niet veel steun van geleerden in dit vakgebied. Al met al is het lastig om de werkelijke farao van de uittocht te vinden. Uiteraard wil dit niet zeggen dat er nooit een uittocht heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van bewijsmateriaal is niet het bewijs van het ontbreken van de Exodus. In het algemeen werd zo’n grote nederlaag als bij de Exodus niet opgeschreven en er veel is verloren gegaan of nog niet teruggevonden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2021, Wie was de Farao van (de) Exodus, Om Sions Wil 2021 (23): 27. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2021

COLUMN: Evolutie is een feit!

Evolutie is een feit? Mogelijk denkt u: ‘Hoe durf je een artikel met een dergelijke titel in te sturen?’ Nota bene in een reformatorisch gezinsblad waar een andere scribent, Arjan Verwoert, de schoonheid van Gods schepping en de onmogelijkheid van evolutie juist beschrijft. Wacht even voordat u de bladzijde omslaat en mij ziet als een persoon die zwaar beïnvloed is door de evolutionaire tijdgeest. Laat mij uitleggen wat ik bedoel.

“Darwin speculeerde dat al deze vinken gemeenschappelijke voorouders hadden die op een dag de Galapagos bereikten en nakomelingen kregen.”

Ik ben van harte overtuigd van een zesdaagse schepping zoals deze beschreven wordt in Genesis. Daarnaast geloof ik op grond van de geslachtsregisters in Genesis 5 en 11 dat deze schepping niet langer dan 10.000 jaar geleden plaatsvond. Toch ben ik van mening dat evolutie een feit is. Wat we met evolutie bedoelen hangt af van onze definitie. Evolutie komt van het Franse evoluer dat ‘ontwikkelen’ betekent of daarvóór van het Latijnse werkwoord evolvere wat ‘zich ontrollen’ betekent. Het woord wordt in de biologie gebruikt om geleidelijke veranderingen in populaties over een bepaalde tijd te beschrijven. Een bepaalde mate van evolutie kunnen we waarnemen en is daarom een feit! Laat mij dit met drie voorbeelden verduidelijken:

  1. Afgelopen zomer waren we met ons gezin een dagje naar de zee bij Julianadorp (Noord-Holland). Er stond veel wind en het was daarom geen geschikt zwemweer. Samen met onze kinderen besloten we schelpen te gaan verzamelen. Iedere keer verbaas ik mij erover hoe groot de variatie onder de schelpen is. De hoofdgroepen schelpen zijn goed te onderscheiden. Je hebt de zwaardschede, de kokkel, de mossel etc. Maar als je bijvoorbeeld de kokkels in detail wil bestuderen dan zie je verschillende kleuren, patronen etc. Iedere kokkel heeft zijn of haar eigen kenmerken.
  2. Op bepaalde winderige eilanden op het zuidelijke halfrond hebben insecten het vermogen tot vliegen verloren. Dit verlies aan vliegvermogen helpt hen te overleven. Zouden deze insecten nog steeds rondvliegen dan zouden ze door de sterke winden in de zee geworpen worden en omkomen.
  3. Charles Darwin, de grondlegger van de evolutietheorie, bezocht de Galapagoseilanden en ontdekte daar verschillende soorten vinken met verschillende snavelgroottes. Darwin speculeerde dat al deze vinken gemeenschappelijke voorouders hadden die op een dag de Galapagos bereikten en nakomelingen kregen. Later bestudeerde het echtpaar Grant maar liefst veertig jaar deze vinken. Ze maakten zowel perioden van extreme regen als droogte mee. In bepaalde perioden waren er hardere en grotere zaden en waren de vinken met de grote(re) snavels in de meerderheid, andere jaren waren er kleinere zaden en waren de vogels met een kleinere snavel in het voordeel.

Deze voorbeelden kunnen we zien als variatie op een bestaand thema. Deze variatie kun je ‘evolutie’ noemen. Veel mensen denken bij ‘evolutie’ echter, mijns inziens onterecht, alleen aan Universele Gemeenschappelijke Afstamming. Dat alle dier- en plantensoorten, maar ook mensen een gemeenschappelijke voorouder hebben is niet waargenomen. Dit is verregaande extrapolatie en wordt vooral gevoed door naturalistische vooronderstellingen. God schiep basissoorten (oertypen) met het vermogen om zichzelf aan te passen. Zo zouden deze oertypen kunnen blijven voortbestaan en niet bij de minste of geringste verandering in de omgeving uitsterven. Maar kokkels blijven kokkels, vinken blijven vinken en kevers blijven kevers. Er is wel variatie onder de kokkels, vinken en kevers, maar deze variatie is begrensd en is altijd een variatie binnen een bestaand bouwplan. Wat heeft God Zijn schepping toch wonderlijk gemaakt!

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2021, Evolutie is een feit!, Om Sions Wil 2021 (19): 27. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2021

COLUMN: Zwerfstenen in de polder

Grote stenen met gletsjerkrassen liggen in het veld. Tussen de stenen door groeit gras en allerlei ander groen en houden geiten en schapen het gebied kaal. Om het gebied staat een afrastering en loopt een wandelpad. Hoe komen die stenen daar? Ze liggen er als stille getuigen van een klimaatramp die zijn weerga niet kende.

Grote steen bij de ingang van het ‘Geologisch Reservaat P. van der Lijn’. Foto genomen door Jan van Meerten op 26 mei 2021.

In de maand mei waren we als gezin een weekje weg. Als verblijf hadden we gekozen voor het mooie en kindvriendelijke vakantiepark ‘t Urkerbos. Om even tot onszelf in te keren en van de rust te genieten. Op woensdagavond, toen de kinderen naar bed gebracht waren, besloot ik nog een stukje te wandelen en mij in het bos te verwonderen over Gods schepping. Na een stukje gelopen te hebben zag ik aan de overkant een grote steen staan met daarop in witte letters ‘Geologisch reservaat P. van der Lijn’. Het was droog dus ik besloot de aangegeven route te lopen. Had over dit geologische reservaat al veel gelezen, maar was er nog nooit zelf geweest.

Hoe zijn deze stenen hier gekomen? Op het bordje lezen we dat de basis voor dit keienveld gelegd is in de voorlaatste ijstijd.

“Het landijs voerde uit het noorden grote hoeveelheden klei, zand, grind en stenen mee. Waar het landijs halt hield en smolt, ontstonden afhankelijk van de afstand vanaf de ijsrand hopen keien, steengruis, zand en slib. Onder het ijs zelf werd dit materiaal vermalen tot leem, de grondmorene. Dit mengsel wordt keileem genoemd, en is vaak taai en slecht doorlatend voor water.”

Daarna nam de zee de regie over. In 1942 werd de polder drooggelegd en kwam dit keienveld boven water. Al vrij snel besloot men dit keienveld te laten liggen en er een geologisch reservaat van te maken. Wetenschappers die denken dat de aarde jong is, zullen dezelfde verklaring geven als hierboven. Zij gaan ervan uit dat na de zondvloed er eerst een warme periode was. Maar dat honderd of enkele honderden jaren daarna het klimaat geleidelijk of drastisch begon te veranderen en er ijzige tijden aanbraken. Deze periode heeft ook weer enkele honderden jaren geduurd.

Thuisgekomen vertelde ik het een en ander aan mijn vrouw en we besloten om de volgende dag de route nogmaals te lopen samen met onze kinderen. En zo gezegd zo gedaan. Na een regenachtige donderdagmorgen was het in de middag weer droog en besloten we de route te lopen. Al wandelend vertelde ik de kinderen hoe deze stenen hier gekomen zijn. Dat er een grote klimaatramp eraan ten grondslag lag en dat deze stenen bewaard zijn gebleven als stille herinnering van die ramp. Ik liet hen ook de gletsjerkrassen zien en vertelde hen dat lang geleden, ongeveer in de tijd van Abraham, er een periode van ijzige koude over Nederland ging en dat deze stenen sindsdien in ons land te vinden zijn.

Onwillekeurig moest ik bij deze ‘stenen’ denken aan Jozua. In Jozua 4: 21-24 lezen we hierover (SV):

“Wanneer uw kinderen morgen hun vaderen vragen zullen, zeggende: Wat zijn deze stenen? Zo zult gij het uw kinderen te kennen geven, zeggende: (…) Opdat alle volken der aarde de hand des HEEREN kennen zouden, dat zij sterk is; opdat gijlieden den HEERE, uw God, vrezet te allen dage.”

De ijstijden zijn weer voorbijgegaan, maar welke rampen zullen ons nog te wachten staan? Zwerfstenen als stille getuigen en een oproep tot bekering.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2021, Zwerfstenen in de polder, Om Sions Wil 2021 (13): 27. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2021