Home » Betuwse streekgeschiedenis

Categoriearchief: Betuwse streekgeschiedenis

Transcriptie van het testament van een 17e /18e eeuwse Geertije van Meerten

In het Regionaal Archief Rivierenland te Tiel is een testament te lezen van een 18e eeuwse Geertije van Meerten.1 Het gaat om Geertije van Meerten de vrouw van Huybert van Wijk. Als erfgenaam wordt Jacob van Meerten aangewezen2, zoon van haar broer Dirck van Meerten. Ook wordt een Peter van Meerten genoemd met zijn twee zonen: Jacob en Hendrick. Hoe de drie laatste personen verwant zijn wordt niet vermeld. Hieronder op de foto de twee bladzijden van het testament, daaronder de transcriptie.3

Compareerde voor de Gesubstitueerde Rigter der Hooge en vrije Heerlijkheyt oudeweert Huybert van Wijk en Gerigs Luyden nabenoemt Geertije van Meerten sij vrouwe Cumlutone gesont van Lighaam en Haar verstandt en memorie maghtigh en overdenkende de Sterfelijkheijt des menschen leven dagt de uere wanneer daar van verborgen en na dat alvorens haar onsterfelijke ziele in de genadige Hande Gods en Zaligmaker was bevelende, en Haar Lighaam de aarde met een eerlijke begravenisse en willende van Haar tijdelijke goederen die Haar gode de Heere in deese werelt Heeft verleent disponeeren heeft verklaart en begeert dat alle Haare goederen gereede en ongereede hebbende in verkrijgende aan Haare neef Jacob van Meerten soon van Dirck van Meerten geen van dien uijtgesondert soo Hij testatriesen met de dood sal ontruijmen en nalaten onder deese conditie Haar broeder Dirck van Meerten vader van Haaren neef sal hebben ende genieten al Haar silver en gout linnen en wollen en de opkomste van Haar verdere nagelate goederen sijn Leven Lang geduerende en de soo Het kwam te gebueren dat Haare Neeft Jacob Dirckse van Meerten eerder quam te sterven als sijn vader Dirck van Meerten en geen kindt of kinderen quam na te Laten sullen alle de goederen soo gereede als ongereede alleen aan sijn vader koomen te versterven sonder aan Imant anders ende de vader dan ook komt te sterven en de goederen dan niet verteert sijn sullen als dan de goederen wederom moeten keeren aan die van Meerten Haare kandt die dan de naaste sijn ende is meede besproken dat Haare neef Jacob Dirckse van Meerten als Hij testariede sal overleden sijn dat dan Haare neef Jacob Dircks van Meerten sal aan twee kinderen van Peter van Meerten met namen Jacob Peterse van Meerten en Hendrick Peterse van Meerten ijder een vereeinge sal doen soo veel als Hem believen sal, willende en begerende dat deese Haar uijterste wil in alle sijne deelen mag nagekomen worden niet tegenstaande eenige solemniteijten nae regten gerequereert niet en waaren geobserveert begerende daar van te weesen geerouseert actum voor gerigsluyden Wouter van de Bijl en Jan Schenkhof. In Omoonde der waarheijt is deesen bij den Comparant neffens den gesubstitueerde Rigter sect en gerigtsluyden ondertekent op den 28 Maij 1743.

Met veel dank aan de medewerkers van Regionaal Archief Rivierenland die dit testament voor mij wilden opzoeken en lieten inzien. Eveneens veel dank voor de gastvrijheid van het archief om de studiezaal te gebruiken.

Voetnoten

De achtentwintigste jaargang van de Nieuwsbrief HKKO over de genealogie van het geslacht Van Meerten

De achtentwintigste jaargang van de nieuwsbrief van de HKKO bevat enkele namen van telgen uit het geslacht van Meerten.

Wapenbord van Lodewijk van Brakel met daarop het kwartier van Van Meerten. Bron: Nieuwsbrief HKKO.

In het tweede nummer van dit jaargang staat een artikel van Joke Honders over Ingen en Lienden. Ze bespreekt daar voor haar twee onbekende wapenborden die ze tegenkwam via de website archieven.nl. Volgens haar hebben deze wapenborden vroeger in de kerk van Ingen en Lienden gehangen.

De eerste betreft het wapenbord van Lodewijk van Brakel. Het wapenbord telt zestien kwartieren. Van Brakel is overleden op 30 januari 1678. Volgens Honders hing dit bord in april 1762 nog in het koor van de kerk van Ingen. Honders: “De tekening was gevoegd bij de stukken van een civiel proces.” Honders beschrijft het wapenbord verder:

”De familiewapens links van boven naar beneden: Brakel, Millink, Temppier, Vaeck, Meerten, Beijnhem, Van de Bos, Baert. Aan de rechterzijde: Baers, Brakel, Piraet, Vijgh, Blancken, Wijhe, Tustal, Gelder.”

Joke Honders weet verder nog te vermelden dat Lodewijk drost ter Leede en richter van Tiel was. Waarom komt het kwartier van Van Meerten op dit wapenbord voor? Lodewijk was een achterkleinzoon van Lodewijk van Brakell en Catharina Tempier en een achterachterkleinzoon van Johan van Brakell en Johanna van Meerten.

De tweede betreft het wapenbord van Hendrick van Eck. Dit bord heeft in de kerk van Ingen gehangen. Ook daar zien we tussen de kwartieren de naam Van Meerten staan.

De familiewapens aan de linkerkant van boven naar onder: Eck, D’Beer, Mekeren, Meerten. Aan de rechterzijde: Mekeren, Mekeren, Wijeie, Bemmel. Wat opvalt hierbij is dat het familiewapen van Van Meerten geen klimmende hazewindhond laat zien.

Register van begraven personen op de Algemene Begraafplaats ‘Dalwagenseweg’ in Opheusden – Bezoek aan het Regionaal Archief Rivierenland

Afgelopen week deed ik onderzoek in het Regionaal Archief Rivierenland naar overleden familieleden die begraven liggen op de Algemene Begraafplaats ‘Dalwagenseweg’ Opheusden. Helaas waren niet alle overleden familieleden die hier volgens overlevering of volgens andere bronnen zouden moeten liggen ook te vinden in de registers. Hieronder degenen die wel in de registers zijn opgenomen.

Huidige ingang van de Algemene begraafplaats ‘Dalwagenseweg’ te Opheusden. Foto genomen door Jan van Meerten op 7 april 2021.

Algemene Begraafplaats Opheusden

Elizabeth Vermeer (1845-1900)

Op de derde Afdeling in het tweede graf ligt Elizabeth Vermeer (1845-1900) begraven. Zij was 54 jaar en 4 maanden oud. Elizabeth is begraven op 31 januari 1900 en gehuwd met Jerfaas van Meerten (1837-1908).1 Er staat geen datum van overlijden bij, uit de genealogische gegevens weten we dat zij is overleden op 27 januari 1900.2

Bron: Register van begraven lijken op de Algemene Begraafplaats te Opheusden. Folio 30 – Kinderafdeling Opheusden IIIe afdeling. 0926 – 836.

Register van Begravenen Opheusden II en III

Klaas van Leijen (1848-1926)

In park 3 grafnummer 27 ligt Klaas van Leijen (1848-1926) begraven. Hij werd 78 jaar en is begraven op 10 september 1926. Het betreft een gewoon graf. Dit staat beschreven op folio 8. Uit de genealogische gegevens weten we dat hij is overleden op 5 september 1926.

Dirk Martinus Vermeer (1867-1932)

In park 3 grafnummer 76 ligt Dirk Martinus Vermeer (1867-1932) begraven. Hij werd 64 jaar oud en is begraven op 15 maart 1932. Dit staat beschreven op folio 12. Dirk Martinus was de buitenechtelijke zoon van Elizabeth Vermeer (zie hierboven). Uit de genealogische gegevens weten we dat hij overleden is op 11 maart 1932.3

Cornelia van Meerten (1863-1936)

In park 3 grafnummer 85 ligt Cornelia van Meerten (1863-1936) begraven. Zij werd 72 jaar oud en is begraven op 23 januari 1836. Dit staat beschreven op folio 13. Uit de genealogische gegevens weten we dat zij overleden is op 18 januari 1836.

Elisabeth van Meerten (1919-1928)

In park 3 op de tweede afdeling (kinderafdeling) grafnummer 139 ligt Elisabeth van Meerten (1919-1928). Zij werd 8 jaar oud en is begraven op 24 april 1928.4 Haar naam is doorgestreept, mogelijk omdat ze ergens anders op de begraafplaats begraven werd. Dit staat beschreven op folio 17. Uit de genealogische gegevens weten we dat zij overleden is op 19 april 1928.5

Willemina Catharina van Leijen (1892-1916)

In park 6 op de derde afdeling grafnummer 159 ligt begraven Wilhelmina Catharina van Leijen (1892-1916). Zij overleed op 23 jarige leeftijd. Bij ‘of voor deze grafruimte een uitsluitend recht om daarin begraven voor onbepaalden tijd of voor bepaalden tijd is verkregen, — zoo ja, den naam en de woonplaats van den rechthebbende en verdere bijzonderheden’ staat de naam van Ruth van Meerten (1886-1948) te Opheusden.6 Ruth was de man van Willemina Catharina. Er staat geen jaartal van begraven bij, uit de genealogische gegevens weten we dat zij is overleden op 17 februari 1916. Het betreft een eigen graf.

Bron: Gemeente Kesteren, Register van Begravenen Opheusden II en III. 0926 – 837

Register van Begravenen Opheusden Park 2 Afd. I

Dit register bevat, voor zover ik het nu kan overzien, geen namen van overleden familieleden. Begint bij graf nummer 183 en loopt van 1938-1958.

Bron: Opheusden, Gemeente Kesteren, I Afd. Park 2. Register van Begravenen, vanaf graf no. 183. 0926 – 838

Register van Begravenen op de Algemeene Begraafplaats Opheusden

Halverwege het boek begint een nieuw register. Dit register en het vorige register bevat, voor zover ik nu kan overzien, geen namen van familieleden.

Bron: Gemeente Kesteren, Register van Begravenen op de Algemeene begraafplaats, Nieuwe bewijzen afgegeven 8 februari 1922. 0926 -840

Register van begravenen op de nieuwe (algemeene) begraafplaats Opheusden

Gerritje Maria van Meerten (1913-1946)

Op de tweede afdeling, park 10, ligt in het graf met grafnummer 15 Gerritje Maria van Meerten (1913-1946) begraven. Zij werd 32 jaar oud en is begraven op 7 november 1946.7 Dit staat beschreven op folio 22. Uit de genealogische gegevens weten we dat zij op 3 november 1946 is overleden.8

Ruth van Meerten (1886-1948)

Op de tweede afdeling, park 10, ligt in grafnummer 25 Ruth van Meerten (1886-1948) begraven. Hij werd 61 jaar oud en is begraven op 15 mei 1948. Bij ‘of voor deze grafruimte een uitsluitend recht om daarin te begraven voor onbepaalden tijd of voor bepaalden tijd is verkregen, zoo ja, den naam en de woonplaats van den rechthebbende en verdere bijzonderheden’ staat:

“Bij besluit B en W in eigendom uitgegeven aan J. van Dee te Opheusden.”

Dit staat beschreven op folio 23. Uit de genealogische gegevens weten we dat hij op 11 mei 1948 is overleden.

Johanna van Dorland (1942-1952)

Op de tweede afdeling, park 10, ligt in het graf met grafnummer 64 Johanna van Dorland (1942-1952) begraven. Zij werd 10 jaar oud en is begraven op 10 juli 1952. Dit staat beschreven op folio 27. Uit de genealogische gegevens weten we dat zij is overleden op 6 juli 1952.

Bron: Gemeente Kesteren, Nieuwe begraafplaats Opheusden, Register van Begravenen, Ie Afdeeling folio 1, IIe Afdeeling folio 20, Kinderafdeeling folio 20. 0926 – 841

Met veel dank aan de archivaris en de zaalmedewerker van de studiezaal van het Regionaal Archief Rivierenland voor de geboden hulp en het archief voor de gastvrijheid.

Voetnoten

Van Meerten in de ‘Informatiemap voor historisch onderzoek Ingen’ van het Regionaal Archief Rivierenland

Afgelopen week bezocht ik het Regionaal Archief Rivierenland. Daar las ik de ‘Informatiemap voor historisch onderzoek Ingen’. De map bevat beknopte informatieve gegevens over het dorp Ingen en verwijst naar meer literatuur.

Het dorp Ingen met in de witte cirkel het huidige huis Blijwerve. Bron van de satellietfoto: Google.

In de beschrijving van de korte geschiedenis van Ingen staat het volgende over de familie Van Meerten en huize Blijwerve:

“Het huis Blijwerve is vermoedelijk onder een andere naam, het oude kasteel van Ingen geweest. Dirk van Meerten, waarvan in de kerk een grafzerk aanwezig is, is mogelijk heer van dit kasteel geweest. Het huidige huis Blijwerve staat op een andere lokatie [sic] dan het oude huis.”

Huize Blijwerve wordt ook genoemd lijst met ‘niet-meer bestaande gebouwen in Ingen’.

Bron: Informatiemap voor historisch onderzoek Ingen, te raadplegen in de studiezaal van het Regionaal Archief Rivierenland te Tiel.

Wel een Middeleeuws pastoor Gerrit van Meerten in Kesteren maar (nog) geen Reformatie

Onlangs schreef ik over secundaire bronnen die tegenstrijdig spreken over een pastoor met de naam Gerrit van Meerten. Volgens de ene bron is er geen bewijs dat Gerrit van Meerten met zijn parochie overging tot de Reformatie, volgens de andere bron was dit tussen 1576-1580.1

Naar aanleiding van dit bericht ontstond er op mijn Facebookpagina een kort gesprek over deze Gerrit van Meerten. Een kenner van de Betuwse kerkgeschiedenis gaf aan dat er wel pastoor is geweest met de naam Gerrit van Meerten, maar dat het hem niet bekend was dat iemand met deze naam als pastoor overgegaan is tot de Reformatie. Hij deelde een interessante screenshot van een bron die ik niet genoemd heb in het vorige artikel. Hieronder wordt dit kort besproken.

1437

In de Middeleeuwen is er namelijk wel degelijk een pastoor geweest met de naam Gerrit van Meerten, maar deze kan nooit tussen 1576 en 1580 met de Reformatie zijn meegegaan. In het Utrechts Archief is namelijk een ‘akte van ontvangst in erfpacht’ te vinden.2 De titel luidt: ‘Akte van ontvangst in erfpacht door Gherit van Meerten, pastoor van Kesteren, van het zusterklooster te Rhenen, van een huis en hofstede bij de Drucht in het kerspel Kesteren, 1437 mei 28 (65v)’. Het gaat hier om het Sint Agnietenklooster te Rhenen.3 De Drucht is volgens een bron de huidige Kerkstraat te Kesteren.4

Nog drie keer

We zien dat in het Utrechts Archief nog drie akten te vinden zijn waarin deze Middeleeuwse Gerrit van Meerten een hoofdrol speelt.5

Allereerst is er een akte van verkoop en overdracht op 11 november 1433. De titel luidt: ‘Akte van verkoop en overdracht door Steven Stevenszone en zijn vrouw Margriet aan Gherit van Meerten, priester, van een hofstede en land bij de Drucht in het kerspel Kesteren, 1433 nov. 11 (64r-v)

De tweede akte is een akte van overdracht op 26 mei 1437. De titel luidt: ‘Akte van overdracht door Gheerit van Meerten, pastoor van Kesteren, aan Otten van Welle, priester, ten behoeve van het zusterklooster te Rhenen van een huis en hofstede bij de Drucht in het kerspel Kesteren, 1437 mei 26 (64v-65r).

De derde akte is een akte van verkoop op 28 mei 1437. De titel luidt: ‘Akte van verkoop door Gherit van Meerten, pastoor van Kesteren, aan Otten van Welle, priester, ten behoeve van het zusterklooster te Rhenen van een huis en een hofstede bij de Drucht in het kerspel Kesteren, 1437 mei 28 (65r).

Het verhaal: Op 11 november 1433 komt een hofstede en een stuk land bij de Drucht (huidige Kerkstraat) in het bezit van Gerrit van Meerten, priester/pastoor van Kesteren. Daarvoor was deze hofstede en het stuk land in bezit geweest van Steven Stevenszoon en zijn vrouw Margriet. Gerrit van Meerten verkoopt deze hofstede op 28 mei 1437 aan Otten van Welle, priester. Alles ten behoeve van het zusterklooster te Rhenen. Gerrit ontvangt op 28 mei 1437 de erfpacht van het zusterklooster.

Vergissing?

Zou de ene secundaire bron twee namen door elkaar gehaald hebben of zijn er door de eeuwen heen twee pastoors geweest met de naam Gerrit van Meerten? De Gherit uit de bovengenoemde bron is in ieder geval niet meegegaan met de Reformatie, omdat we de akte kunnen dateren op 28 mei 1437. Ik hoop binnenkort deze akte te kunnen bestuderen, want ieder persoon met de achternaam ‘Van Meerten’ heeft mijn interesse. Voor pastoor Gerrit van Meerten die overging tot de Reformatie zullen we echter verder moeten zoeken. We houden hoop want ook binnen de andere secundaire bron is ruimte voor een zestiende-eeuwse pastoor Gerrit van Meerten die overging tot de Reformatie.6

Voetnoten

Wel of geen zestiende-eeuwse Gerrit van Meerten als pastoor in Kesteren?

Deze week ben ik begonnen met lezen van het bijna vuistdikke proefschrift ‘De classis van Tiel1 van dr. P.D. Spies.2 Deze geleerde geeft op bladzijde 40 aan dat er geen bewijs is voor het op deze website vermelde feit dat pastoor Gerrit van Meerten met zijn parochie Kesteren overging tot de Reformatie. Dit in tegenstelling tot andere bronnen. Het is ingewikkeld geworden.

De Hervormde Kerk te Kesteren. Bron: Wikipedia.

Op 14 mei 2021 verwees ik op deze website naar een artikel van kerkredacteur Jan van ’t Hul in het Reformatorisch Dagblad.3 Van ’t Hul sprak daar over ene Gerrit van Meerten die in Kesteren ergens tussen 1576 en 1580 met zijn hele parochie overging tot de Reformatie. Dr. P.D. Spies kan het daar niet mee eens zijn. Hij geeft aan dat er geen bewijs is voor deze stelling. In voetnoot 240 laat hij, verwijzend naar het artikel van Van ’t Hul, het volgende weten:

“Door J. van ’t Hul in: “In Opheusden is geen beeld vernield” wordt Gerrit van Meerten genoemd als pastoor tussen 1567 en 1580, kennelijk overgenomen van de website van de Hervormde kerk te Kesteren, maar daarvoor is geen historisch bewijs.”

Volgens P.D. Spies valt het niet uit te sluiten dat Bernt Rickenssen alias Berndt Rijcken (pastoor van 1566-1576) in 1579 nog pastoor was. Spies geeft in het citaat hierboven een fout jaartal. Van ’t Hul spreekt niet over 1567, maar over 1576. Wanneer Berndt Rijcken pastoor was tot 1576 dan zou het heel goed kunnen dat Gerrit van Meerten, die dan pastoor was vanaf 1576, tussen dit jaar en 1580 met zijn parochie overging tot de Reformatie. Zolang we geen primaire bronnen hierover (kunnen) raadplegen is dit een prima optie.

Volgens Spies is de bron van de kerkredacteur kennelijk de website van de Hervormde Kerk. Daar wordt inderdaad wel gesproken van Gerrit van Meerten die pastoor zou zijn geweest van 1567 tot 1580.4 Waar de kerk deze jaartallen vandaan haalt is mij onbekend.5 Hier dus die genoemde ‘1567’ van dr. Spies. Is dit de primaire bron voor Van ‘t Hul. Omdat Van ’t Hul een ander begingetal gebruikt dan de website lijkt dat er niet op. De website is overigens ook nog niet zo lang in de lucht, in 2007 was deze namelijk nog in bewerking. Er zijn oudere bronnen dan 2007 die melding maken van pastoor Gerrit van Meerten die overging tot de Reformatie.6 Mijn vermoeden is dat Van ’t Hul een of twee andere (secundaire) bronnen heeft gebruikt, namelijk ‘Herdenk de trouw’ en ‘Van geslacht tot geslacht’.7 Deze twee boeken zijn herdenkingsboeken van resp. de Gereformeerde Gemeente in Nederland en de Gereformeerde Gemeente te Opheusden. Op bladzijde 14 van ‘Herdenk de trouw8 lezen we over deze Gerrit van Meerten dat de pastoor met zijn hele gemeente ‘al veel eerder tot de Reformatie’ overging. “Dit moet gebeurd zijn tussen 1576 en 1580; toen woonde deze man9 nl. in Kesteren.” Bij dit citaat staat eindnoot 7. Wanneer we deze eindnoot opzoeken lezen we het volgende: “Volgens gegevens, verstrekt door de heer G.D. Hendriks te Kesteren.” Vermoedelijk in navolging van ‘Herdenk de trouw’ schrijft W.B. Kranendonk in ‘Van geslacht tot geslacht’ dat pastoor Gerrit van Meerten ‘al tussen 1576 en 1580 de keus voor de leer van de reformatie’ maakte10.11 Welke gegevens zijn verstrekt door de heer G.D. Hendriks te Kesteren? Dat wordt niet duidelijk.

Wanneer we met behulp van deze informatie en die van dr. P.D. Spies een reconstructie maken van Kesteren rond de Reformatie, was Berndt Rijcken pastoor tot 1576 en volgde Gerrit van Meerten hem in dat jaar op als pastoor. Daarna, maar vóór 1581, moet Gerrit van Meerten als pastoor zijn overgegaan tot de Reformatie. Het is ingewikkeld geworden. Op zoek naar meer gegevens, en vooral primaire bronnen, over deze zestiende-eeuwse Gerrit van Meerten.

Voetnoten

Tiel rond het jaar 1000

De ondergang van Dorestad zorgde voor de opkomst van Tiel.1 De stad Tiel had rond het jaar 1000 internationale betekenis. Het was een welvarende stad. De Gemeente Tiel liet daarom in 2013 een animatiefilm (met daarbij ook fotobeelden) maken van deze stad rond het jaar 1000. Met veel dank aan de Gemeente Tiel embedden wij deze video hieronder. Archeologische opgravingen laten een mooi beeld zien van het leven in de Middeleeuwse stad. Al is er, ziende op de lege plekken, nog veel werk te doen. Kijk, verwonder en geniet!

Voetnoten

De tiende jaargang van de Nieuwsbrief HKKO over de genealogie van het geslacht Van Meerten

Op 1 juni 1992 bracht de Archeologische Werkgroep van de HKKO een bezoek aan de kerk van Rijswijk die toen gerestaureerd werd. Kobus van Ingen doet voor de nieuwsbrief (het eerste nummer van de tiende jaargang) verslag. Hij noemt daarbij ook een telg uit het geslacht van Meerten.1

Van Ingen bespreekt drie grote grafkelders in de kerk. Bij kelder 2 meldt hij het volgende:

“Kelder nr. 2 bleek ingestort en is de grafstede van het echtpaar Gijsbert van Hardebroek, overleden in 1608 en Berta van Bemmel, overleden in 1606. Zij was zijn tweede echtgenote en was een dochter van Heimerick van Bemmel, heer tot Ingen en Anna van Meerten. De zerk die het graf dekte bevond zich bij ons bezoek in de stapel buiten het gebouw, waardoor het niet mogelijk was hiervan een schets te maken.”

Genealogische vragen over Arie van Meerten

In het eerste nummer wordt op bladzijde 25-26 de volgende vraag gesteld:

“Wie heeft informatie, foto’s en dergelijke betreffende Arie van Meerten (geb. Maurik 1-1-1862, overl. Lienden 3-3-1964) en zijn vrouw Maartje Maria van Eck en familie. Arie van Meerten bijgenaamd “rijke Pa van Lienden”, is mijn overgrootvader.”

Om privacyredenen laten we de naam en het adres van de vraagsteller achterwege. We hopen in de toekomst, als de Heere leven geeft, ook de gegevens van Arie en Maartje Maria op deze website online te kunnen zetten.

Voetnoten

De negende jaargang van de Nieuwsbrief HKKO over de genealogie van het geslacht Van Meerten

In de negende jaargang van de Nieuwsbrief van de Historische Kring Kesteren en Omstreken (1991) wordt een artikel gedeeld van ds. H.J. Schouten (1865-1936), predikant van Ommeren. Dit artikel verscheen in De Nederlandsche Leeuw 1898 blz. 159-160. De titel van het artikel luidt ‘Grafzerken, die voor geheelen ondergang behoed moeten worden’.1

De inleiding van het artikel luidt:

“Men kent de onhebbelijke gewoonte op dorpen, om zerken, die men liever in den muur moesten metselen, vóór den ingang der kerken te verleggen, waar ze na langer of korter tijd geheel glad geslepen zijn door de voeten der kerkgangers. In Ingen ondergingen drie zerken dit lot. Een, van gewone grootte, ligt vlak voor de deur. Zij is nu nog in een staat, waarbij het de moeite waard is haar in te metselen. Maar zij moet niet veel langer daar liggen. Sinds ik haar voor ’t eerst zag (Oct. 1894) is zij aanmerkelijk verder gesleten.”

Dit is de grafsteen van Jutta van Wijck en Bart van Hattem. Gelukkig zijn de andere zerken nog volkomen gaaf gebleven. Het gaat dan om de grafsteen van Derick van Meerten en Berta van Eck.

Het artikel:

“De eene toont in ’t midden de all. wapens, v. Meerten en v. Eck, v. Eck en v. Meeckeren en het opschrift:

AO DNI. 1568. DEN. 20
DACH DECEMBRIS STARF.
DERICK. VAN. MEERTEN
AO 1531 DEN. 7. DACH. SEP
TEMBRIS. STARF. JOFFER
BERTA. VA. ECK. SYN HUI
(op den rand) SVROW.”

De predikant geeft aan dat de andere zerk geen opschrift heeft en hij vermoed dat deze ‘blijkbaar vervaardigd’ werd ‘voor een der drie dochters van dit echtpaar, met haren man’. Schouten beschrijft verder de steen. De predikant:

“In ‘t midden twee wapens; dat van den man: drie? (roos d’échiquier, zooals bij Rietstap 2e druk pl. 8 n’.6, doch met breedervoet) helmt: zittende hazewind. Kw.: a drie..? b. een klimmende leeuw, c. v. Meeckeren, en d. een dwarsbalk, allen op een pilaar. ‘t Vr. wapen en kwartieren blijken uit bovenstaande.”

Voetnoten

Een 16e-eeuwse Gerrit van Meerten in het Reformatorisch Dagblad

In de 16e-eeuw heeft er in Kesteren een pastoor geleefd met de naam Gerrit van Meerten. Deze pastoor is met zijn gemeente overgegaan tot de Reformatie.

In een artikel in het Reformatorisch Dagblad van 24 januari 2017 schrijft Jan van ‘t Hul over de Reformatie in Opheusden.1 Een lezenswaardig artikel, na te lezen op Digibron.2 De schrijver haalt daar kort een Van Meerten aan. Van ‘t Hul: “In het naburige Kesteren ging de laatste pastoor, Gerrit van Meerten, met zijn hele parochie al veel eerder (ergens tussen 1576 en 1580) tot de Reformatie over.” Over deze Gerrit van Meerten is de auteur weinig bekend.3 Ook de website van de Hervormde Kerk te Kesteren maakt melding deze overgang.4 Hier wordt aangegeven dat Gerrit van Meerten van 1567-1580 pastoor is geweest én dat het predikantenbord van de gemeente (helaas) begint in 1581.

Voetnoten