
Woorden zijn geduldig. Men kan in Nederland wel zeggen dat ongeboren menselijk leven waarde heeft. Maar in de praktijk blijkt dit minder dan een gemiddeld proefdier.
Onlangs was het 25 jaar geleden dat onze oudste zoon werd geboren. Te vroeg. Na 23 weken zwangerschap diende hij zich al aan. De geboorte was niet te voorkomen. Een uur na de geboorte stierf hij in onze armen. Een gaaf en compleet kindje. Het schuurt enorm dat er op dit moment in de Nederlandse politiek gesproken wordt over een pilot om op sociale indicatie abortus te plegen bij een zwangerschapsduur van 22 tot 24 weken. Men zou hopen dat er op zijn minst een morele afweging plaatsvindt voordat gezond ongeboren leven moedwillig wordt gedood. Men zou wensen dat er nagedacht wordt over de waarde van het leven dat genomen wordt. Men zou wensen dat ethiek een rol speelt, dat we enige moeite doen om ons te gedragen als wezens die weten dat ze verantwoordelijkheid dragen.
Geen moeite
De berichtgeving wijst hier niet op. Het is niet te merken dat een ongewenst kind bij deze zwangerschapsduur waarde kan hebben die zorgvuldig moet worden afgewogen tegenover de veronderstelde voordelen van een abortus. Het gaat er dan niet eens om wat het eindoordeel van een ethische afweging is, maar of men zich de moeite van een ethische afweging getroost.
Dat is vreemd, want men is in Nederland wel tot ethisch handelen in staat. Dit is te zien aan de wijze waarop we in Nederland met proefdieren omgaan. Dat is een werkveld waar ik als dierenarts bij betrokken ben. De vergelijking is logisch, want zowel in geval van abortus als bij proefdiergebruik doet men een ingreep in het leven van een mens of dier om daardoor het leven van een ander te verbeteren. Daarnaast zijn dierenrechten historisch en logisch afgeleid van mensenrechten.
Mensenrechten en dierenrechten: het kan toch niet zo zijn dat ongewenste ongeboren kinderen bij beide uit de boot vallen? Onze omgang met dierenrechten laat in ieder geval zien dat ethisch handelen wel kan.
Problematisch
In Nederland gebruikt men al honderden jaren dierproeven om kennis te verkrijgen waarmee mensen en dieren vervolgens kunnen worden geholpen. Dit vindt men in de afgelopen decennia in toenemende mate problematisch. Om deze reden is de manier waarop we met deze dieren omgaan en de regelgeving eromheen sterk veranderd.
Het gebruik van proefdieren is streng door wetgeving gereguleerd. Er geldt een nee-tenzij-principe. Proefdiergebruik mag alleen voor wettelijk toegestane doeleinden, als er geen ander middel is om het doel te bereiken, en het belang van het onderzoek moet opwegen tegen het ongemak van het proefdier. Ook dan geldt dat het welbevinden van dieren maximaal moet worden geborgd.
Hiervoor heeft men wetten, regelgeving en verschillende instituties ingericht. Er is een instellingsvergunning nodig en projectvergunningen. Elke handeling gelijk aan een naaldsteek of erger moet worden aangevraagd binnen een projectvergunning, waarbij het welzijn de centrale factor is. Betrokkenen moeten bevoegd en bekwaam zijn. Elke afzonderlijke handeling moet worden vastgelegd en getoetst door een instantie voor dierenwelzijn. Hier wordt streng op gehandhaafd. Bij (zware) overtredingen volgen er processen-verbaal.
De wetten en regels gelden voor foetussen van zoogdieren vanaf het laatste deel van hun ontwikkeling. Bij muizen en ratten is dat vanaf veertien dagen na conceptie. Er zijn in de proefdierkunde procedures die niet mogen worden uitgevoerd, omdat ze niet ethisch verantwoord zijn. Bijvoorbeeld het testen bij welke dosis gif de helft van de dieren doodgaat (LD50). Ook mag men geen proeven doen met chimpansees of gorilla’s vanwege hun cognitieve en sociale vermogens. Zelfs al zou men er de wereld mee redden. Dit zijn principiële keuzes. Niets rechtvaardigt kennelijk het aanbrengen van ongerief aan of het doden van deze dieren.
Niet geregeld
Maar nu het ongewenste ongeboren kind. Weliswaar staat over abortus in de Wet afbreking zwangerschap dat er een onontkoombare noodsituatie moet zijn die niet anders dan door een abortus kan worden opgelost. Maar wat precies een noodsituatie is blijft onduidelijk.
De bekwaamheid van degene die beslist (de moeder) is niet geborgd. De beslisser is direct belanghebbende en de begeleiding van de besluitvorming is niet strak wettelijk geregeld. Men laat de beslissing over aan een vrouw in een mogelijk emotioneel kwetsbare situatie waarin zij de gevolgen van haar beslissing niet altijd kan overzien. De juistheid van de beslissing wordt achteraf niet getoetst. Er volgen geen juridische stappen.
Nederland streeft naar een situatie zonder proefdieren. Er zijn commissies door de overheid ingesteld die als opdracht hebben om plannen voor vermindering, vervanging en verfijning nationaal uit te dragen en adviezen te schrijven voor de overheid. Hier zijn zelfverklaarde dierenbelangenbehartigers nauw en op hoog niveau bij betrokken. Zij zetten een nadrukkelijke stempel op het beleid. Ze hebben toegang tot de plaatsen waar de beslissingen worden genomen en worden gehoord.
Maar nu het ongewenste ongeboren kind. De overheid heeft geen commissies ingesteld die de belangen van deze kwetsbare groep monitoren en adviseren over methoden voor vermindering, vervanging of verfijning. Er zijn wel belangenbehartigers van het ongeboren kind, maar ze worden niet aan tafel gevraagd op het ministerie. Hun stem wordt amper verdragen.
Empathie
In de proefdierkunde gaat men uit van de intrinsieke waarde van het dier. Het dier heeft niet alleen instrumentele waarde doordat het gebruikt kan worden door de mens, maar heeft waarde van zichzelf.
Daarnaast moet men steeds meer rekening houden met de gedachte dat een dier ”telos” (doel) en ”agency” (handelingsvermogen) heeft. Dit betekent dat het dier er recht op heeft om gedrag te vertonen dat bij het dier hoort en om invloed te hebben op de omgeving. Het is belangrijk dat een medewerker compassie heeft met het dier en ook leert om vanuit het dier te denken: wat zou ik willen als ik dit dier was? Alles dient te draaien om een ”culture of care” waarin het welzijn van de proefdieren centraal staat.
Maar nu het ongewenste ongeboren kind. Dan is het stil. Geen discussie over telos. Geen gesprek over agency. Geen culture of care voor het kind. Geen empathie met het kind. Geen denken vanuit het kind. De waarde van proefdieren krijgt in allerlei opzichten op voorbeeldige wijze aandacht. De waarde van het ongewenste ongeboren kind lijkt systematisch te worden ontkend. Dit onderscheid in morele status is niet te rechtvaardigen.
Dit artikel is met toestemming van de auteur overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Engelen, E. van, 2026, Rat uit lab is in Nederland beter beschermd dan ongeboren kind, Reformatorisch Dagblad 56 (171): 24-25 (artikel).