Dit artikel is samen geschreven met dr. Ard Jan Biemond.
Wanneer ivf wordt ingezet om embryo’s te selecteren op vermeende ”kwaliteit”, wordt het kind niet langer als geschenk ontvangen, maar uitgekozen op basis van voorspelde prestaties. Dat past niet bij een christelijk mensbeeld.

Bij een ivf-behandeling worden eicellen buiten het lichaam bevrucht. Voordat de ontstane embryo’s teruggeplaatst worden, kunnen deze genetisch getest worden. Het is mogelijk om genetische voorspellingen te maken voor tal van uitkomsten, zoals genetische syndromen, typen kanker en andere ziektes.
In Amerika is het sinds kort ook mogelijk om in een commercieel ivf-traject het embryo met het hoogste genetisch voorspelde IQ uit te kiezen. De betrokken ondernemingen verkopen dit als een goede manier om je kind ”de beste start” te geven. Modellen op basis van genetische informatie kunnen inmiddels een aardig deel van de verschillen in IQ verklaren. Binnen eenzelfde gezin kunnen ze ook redelijk voorspellen welk kind hoger zal scoren.
Door bij ivf het embryo te kiezen met de ”slimste genen” heeft het toekomstige kind naar verwachting enkele IQ-punten meer. Dat lijkt weinig, maar volgens de pleitbezorgers kan dit voor het kind later een flink verschil maken als je bijvoorbeeld kijkt naar opleidingsniveau, inkomen en gezondheid. Zij zien het als een nieuwe fase in de medische vooruitgang: als ouders tijdens een ivf-traject toch moeten kiezen, waarom dan niet voor het kind met de beste kansen?
Ingewikkelde keuze
Allereerst maar even wat deze technologie nu wel en niet kan. Voor deze voorspellingen worden zogenaamde polygenetische scores gebruikt. Deze genetische voorspellers zijn er voor erfelijke ziektes, maar ook voor bijvoorbeeld opleidingsniveau en IQ. Het gaat dan om de kans op een bepaalde uitkomst, niet om een gegarandeerde uitkomst. Een hogere genetische score voor IQ vergroot de kans op een hoger IQ, maar of het kind daadwerkelijk een hoger IQ zal hebben, blijft onzeker. Omgevingsfactoren –gezin, opvoeding, meevallers en tegenvallers– blijven een belangrijke rol spelen. Bovendien is de voorspelkracht nog beperkt: zelfs de beste polygenetische scores verklaren maar een deel van de verschillen in IQ.
Daar komt bij dat veel genen pleiotroop werken: ze beïnvloeden meerdere eigenschappen tegelijk. Een genetische variant die samenhangt met een hoger IQ kan ook een verhoogd risico meebrengen op lichamelijke of psychische aandoeningen. Wie denkt een hogere intelligentie uit te kiezen, kiest dus automatisch ook voor veel andere uitkomsten. Nu kun je al die uitkomsten genetisch gaan voorspellen, maar dat maakt de keuze alleen maar moeilijker. De commerciële voorstelling van een optimale keuze verhult hoe ingewikkeld die eigenlijk is.
Geen restembryo’s
Deze ontwikkeling heeft niet alleen technische beperkingen. Ze roept ook vragen op over de grenzen van maakbaarheid en de betekenis van menselijke waardigheid. De betrokken ondernemingen (bijvoorbeeld Herasight) bieden uitvoerige ethische beschouwingen over deze techniek aan. Toch blijft de kern van hun betoog dat ouders de vrijheid moeten hebben om het beste lot voor hun toekomstige kind te kiezen.
De christelijke overtuiging is echter dat elk mens geschapen is naar Gods beeld, met een waarde die niet afhangt van verstand, gezondheid of succes in het leven. Juist daarom staan veel christenen al enigszins gereserveerd tegenover ivf-behandelingen als zodanig. Daarbij ontstaan vaak meerdere embryo’s. Die worden niet alle teruggeplaatst. Een deel wordt ingevroren of vernietigd. Dit staat op gespannen voet met het uitgangspunt dat elk embryo, hoe pril ook, een menselijk leven van oneindige waarde belichaamt. Gelukkig is het daarom in Nederland ook mogelijk om ivf-trajecten te volgen zonder dat er ”restembryo’s” ontstaan.
Ander ouderschap
Wanneer ivf bovendien wordt ingezet om embryo’s te selecteren op vermeende ”kwaliteit”, wordt die spanning nog groter. Het kind wordt dan niet langer als geschenk ontvangen, maar uitgekozen op basis van voorspelde prestaties. Dat past niet bij een christelijk mensbeeld, waarin ieder leven een gave is.
Ook buiten het christelijke perspectief lijkt dit ons een bedenkelijke ontwikkeling. Wanneer het ”beste” embryo is uitgekozen, schept dat onbewust verwachtingen: dit kind zal slim, gezond en maatschappelijk succesvol zijn. Wat gebeurt er als dat niet zo blijkt te zijn? Als het kind ploetert op school of simpelweg anders is dan gehoopt? Is die teleurstelling dan te wijten aan de techniek of aan de eigen keuze van de ouders? Of wordt het kind er zelf op aangekeken?
Embryoselectie verandert zo subtiel onze blik op het ouderschap: van ontvangen naar beheren, van verwondering naar verwachting. De vraag is daarom niet alleen wat mogelijk is, maar ook wat goed is. In dat licht denken wij dat embryoselectie op IQ geen vooruitgang is, maar juist een verarming. Het is een stap weg van de erkenning dat ieder mens geschapen is met een waardigheid die geen wetenschapper kan berekenen. Ontwikkelingen rond embryoselectie moeten worden begrensd, uit eerbied voor het leven zelf. Deze technische ontwikkelingen leiden niet tot een menswaardiger samenleving. Want menselijke waardigheid is geen kwestie van genen, maar van genade.
Dit artikel is met toestemming van de auteurs overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad. De volledige bronvermelding luidt: Rietveld, C.A., 2025, Embryoselectie op IQ: waar blijft de menselijke waardigheid?, Reformatorisch Dagblad 55 (204): 26 (Artikel).