Een inperking van de godsdienstvrijheid en een instrument in liberale handen om in het leven van orthodoxe gemeenschappen in te grijpen. Dat is het betreurenswaardige resultaat van de acceptatie van de anti-conversiewet in de Eerste Kamer.

De Eerste Kamer debatteerde dinsdag over de zogenoemde anti-conversiewet, een wet die ‘conversiehandelingen’ verbiedt. Dat zijn handelingen of gesprekken die erop gericht zijn iemands seksuele gerichtheid te veranderen of te genezen. Vroeger noemde men dit ‘homogenezing’, maar de betekenis is inmiddels verruimd. Ook jonge mensen, jonger dan achttien jaar, met genderdysforie moeten kunnen zijn wie ze willen zijn en mogen niet tot de heteroseksuele norm worden ‘bekeerd’.
Dit wetsvoorstel was de Tweede Kamer al gepasseerd. In de Eerste Kamer tekende zich afgelopen dinsdag een overgrote meerderheid af van 57 tegen 15 stemmen. Die steunde het wetsvoorstel bij de finale stemming, inclusief het CDA en het lid Eric Holterhues van de ChristenUnie-fractie. ‘Conversietherapie’ is in Nederland sinds dinsdag dus verboden. Wie zich eraan waagt, riskeert een boete tot 27.500 euro of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.
Is deze wet wel nodig?
In het debat ging het om de vraag of dit wetsvoorstel wel zo nodig is. Er is een rapport uit 2020 waaruit zou blijken dat er in Nederland nog zo’n vijftien organisaties actief zijn die conversiehandelingen aanbieden, met name in ‘orthodox-christelijke’, lees: vooral evangelische, kring. De politici erkennen zelf dat het hier om een zeldzame praktijk gaat die in slechts weinig gevallen tot vervolging zal leiden.
Om de urgentie te benadrukken mocht Jacques Zonne op de ochtend van het debat overal zijn verhaal doen en een petitie aanbieden. Hij presenteerde zich als slachtoffer van pogingen tot duiveluitdrijving tijdens een zomerkamp van Youth for Christ, ruim vijftig jaar geleden, in 1974. Zijn verhaal vormde de opmaat voor de bijdrage van D66’er Boris Dittrich in het debat: zulke dingen gebeuren nog steeds en er moet een einde aan komen.
Maar het bewijs voor de stelling dat zulke dingen nog steeds gebeuren, ontbreekt. En als ze al gebeuren, waren ze onder bestaande wetgeving al strafbaar. De kritiek van de Raad van State luidde dan ook dat deze nieuwe wet eigenlijk helemaal niet nodig is.
Waar ligt de grens?
Waar moet nu precies een einde aan komen? Het debat spitste zich vooral toe op de vraag naar de precieze reikwijdte van het wetsvoorstel. Welke handelingen en gesprekken worden nu exact strafbaar? En vallen ook ouders, ambtsdragers en leraren onder de strafbepaling?
BIG-geregistreerde zorg- en hulpverleners vallen niet onder de reikwijdte van de wet. Maar ouders, leraren en pastores kunnen er wel onder vallen. Bij de afronding van de behandeling in de Tweede Kamer hadden de initiatiefnemers van VVD, D66, PvdA-GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP in de Tweede Kamer hun bedoelingen verduidelijkt door de woorden ‘stelselmatig of anderszins indringend’ toe te voegen.
Af en toe een gesprek met iemand die met zijn seksuele gevoelens worstelt, een ‘open verkenning’ van de mogelijkheden, wordt niet strafbaar, zo verzekerden de verdedigers van de initiatiefwet, Bente Becker (VVD) en Wieke Paulusma (D66). Christelijke scholen mogen ook blijven zeggen dat homoseksualiteit zondig is. Predikanten mogen dat ook in een preek zeggen.
Maar er zijn wel grenzen aan de vrijheid van onderwijs, de persoonlijke levenssfeer en de rechten van ouders, zo betoogden de verdedigers. Als predikanten de zondigheid van homoseksualiteit herhaaldelijk aan de orde stellen, kan dat volgens de initiatiefnemers invloed hebben op homoseksuele jongeren onder hun gehoor. Hetzelfde geldt wanneer pastores, mentoren of ouders stelselmatig en indringend op jongeren inpraten met het doel hun seksuele gerichtheid te veranderen of te ‘genezen’. Ook wanneer zij jongeren proberen af te brengen van een leven volgens die seksuele voorkeur, kan een hoge boete of zelfs een gevangenisstraf dreigen.
Er is dan immers sprake van ‘onderdrukking’, van een vorm van geweld die strafbaar moet worden gesteld. Terecht concludeerde de NOS dan ook dat de vrijheid van godsdienst met deze wet scherper wordt begrensd.1 De wet stelt grenzen aan de manier waarop kerken en kerkelijke organisaties mogen omgaan met jongeren die twijfelen over hun genderidentiteit.
De kwestie van genderdysforie
Daarmee dient zich echter een fors discussiepunt aan. De laatste jaren kloppen jaarlijks honderden meisjes aan bij genderklinieken met twijfels over hun geslacht. Voor de wetenschap is deze grote stijging nog altijd onverklaarbaar.2 Maar vast staat dat die twijfels meestal van voorbijgaande aard zijn en dat aan die twijfels vaak andere psychische problematiek ten grondslag ligt. Bevestiging van die twijfels ligt dan niet direct voor de hand. Goede gesprekken en psychologische hulp wel. Worden gesprekken en doorverwijzingen naar professionele hulp dankzij deze wet strafbaar?
Tijdens het debat viel het woord ‘jurisprudentiebeleid’. Het kwam uit de mond van minister David van Weel van Justitie en Veiligheid. Daarmee wordt bedoeld dat de exacte grenzen in de praktijk zullen worden vastgesteld door rechters. Dat is natuurlijk allerminst een aantrekkelijk perspectief.
Deze wet is een gevaarlijke wet, omdat de christelijke seksuele moraal erin verdacht wordt gemaakt en in bepaalde omstandigheden strafbaar wordt gesteld. Bovendien hangen er donkere wolken boven deze wet. In Genève bijvoorbeeld zijn een vader en een moeder uit de ouderlijke macht ontzet omdat zij niet wilden meegaan in de weg die hun dochter op basis van haar seksuele gevoelens wilde bewandelen.3
SGP-senator Peter Schalk voerde een eenzame strijd en merkte terecht op: “Ik heb het gevoel dat er maar één vorm van hulp verleend mag worden, namelijk bevestiging van de genderidentiteit. Stelselmatige verkenning of bevraging daarvan kan leiden tot gevangenisstraf of een forse boete.”4
Waakzaamheid blijft nodig
Een inperking van de godsdienstvrijheid en een instrument in liberale handen om in het leven van orthodoxe gemeenschappen in te grijpen. Dat is het betreurenswaardige resultaat van deze wet.
Bijbels Beraad M/V heeft twee weken geleden samen met zeven andere organisaties een eerste KerkAlert doen uitgaan naar honderden kerkenraden, met het verzoek om de behandeling van het wetsvoorstel in de gebeden van afgelopen zondag te benoemen en op te dragen. Nu het wetsvoorstel is aangenomen en, omlijst door een publiciteitscampagne, kracht van wet zal krijgen, is het goed om te herinneren aan wat Laurens van der Tang in het Nederlands Dagblad zei: “Soms verhoort de Heere gebeden op een manier die tegengesteld is aan wat je hoopt, maar toch is dat de beste uitkomst. Daarom bidden wij in de kerk: Uw wil geschiede. Dat kan ook als de wet er toch komt.”5
Want als het tegengestelde gebeurt, is het de vraag welk gebruik wij daarvan maken. Een groot gevaar is dat christenen in deze nieuwe situatie zo voorzichtig worden in hun onderwerpkeuze en woordgebruik dat de zeggingskracht van de waarheid van het Woord van God wordt beknot. Moedeloosheid en vertwijfeling zijn ongepast. Blijvende waakzaamheid, voortdurend gebed en verootmoediging onder de wil van God en onder Zijn soevereine toelating van al deze ontwikkelingen zijn in deze nieuwe situatie misschien wel gepaster dan ooit.
Voetnoten
- https://nos.nl/artikel/2616896-ook-eerste-kamer-wil-verbod-op-homogenezing.
- https://vasterman.blogspot.com/2025/04/from-transsexuality-to-gender-diversity.html.
- https://adfinternational.org/cases/parents-switzerland.
- https://eerstekamer.sgp.nl/actueel/nieuws/wet-tegen-homogenezing-of-tegen-pastorale-zorg.
- https://www.nd.nl/nieuws/nederland/1319115/reformatorische-organisaties-roepen-op-tot-voorbede-bij-polit.