De Bijbel is een boek, ooit tot ons gekomen in de vorm van handschriften, in gedrukte vorm en nu in digitale vorm. In welke vorm ook: de Bijbeltekst is een heilige tekst.

De Bijbeltekst is de vaste grond waarop we staan – dat is een ronduit reformatorische gedachte. Tegelijk belijdt de kerk dat die tekst meer is dan woorden of letters op papier. De Bijbeltekst heeft meer te bieden dan een beschrijving van de geschiedenis van Israël of de daden en woorden van Jezus.
Dat ‘meer’ van de Bijbel is onopgeefbaar. Dat ‘meer’ is de Heilige Geest. Hij is het die de schrijvers van de Bijbel inspireerde, en die ook vandaag ons hart opent en ons verstand verlicht. Het is belangrijk om dat te blijven benadrukken.
De Bijbeltekst is meer dan alleen een tekst. Die overtuiging wordt breed gedeeld binnen de theologie, al verschillen de accenten. Met het Woord bedoelen we doorgaans de Bijbel; al wordt ook Christus het Woord genoemd – maar dat terzijde. Het Woord verwijst naar de Geest en wordt tegelijk door de Geest gedragen. Tussen Woord en Geest bestaat een hechte verbondenheid, die niet verbroken mag worden – maar ook niet willekeurig verbreed.
Toch ligt juist in die verbreding de kern van veel hedendaagse theologische en hermeneutische benaderingen. In recentere ontwikkelingen wordt de Geest steeds sterker verbonden met onze context – met onze eigen situatie en omstandigheden. Steeds vaker wordt benadrukt hoe belangrijk het is te beseffen dat we de Bijbel altijd lezen vanuit de context waarin wij zelf leven.
Slavernijverleden
Dat onze context ertoe doet, is duidelijk. Christenen in Nigeria lezen de Schrift anders dan in India, en ook daar weer anders dan in Nederland. Wie in armoede leeft, zal zich eerder aangesproken voelen door profetische teksten die uitbuiting veroordelen dan iemand uit de middenklasse.
In onze traditie is maar al te vaak over deze profetische teksten heen gelezen door ze te vergeestelijken. Recent heeft het slavernijverleden van Nederland veel aandacht gekregen. De kerk was traag om hiertegen te protesteren. Ook dat was een blinde vlek. Het is dus terecht dat er aandacht wordt gevraagd voor onze context – die helpt ons kritisch te kijken naar onze eigen blinde vlekken.
Het hedendaagse contextuele Bijbellezen gaat echter verder. Het wil niet alleen behoeden voor de eenzijdigheden die we allemaal hebben, maar ziet de context als de ruimte waarin het Woord van God weerklinkt. Je zou ook kunnen zeggen: het Woord kan slechts klinken dankzij die ruimte. De context brengt de Schrift tot spreken. Het Woord van God is immers niet tijdloos – het is nooit los van een context.
In dit verband komt het reformatorische belijden, en vooral het sola scriptura, zwaar onder druk te staan. Wie zo veel nadruk legt op het gezag van de Schrift, zou – volgens deze redenering – de Bijbel losmaken van tijd en omstandigheden en daardoor geen antwoord hebben op actuele vragen. Het verrassende is echter dat juist Luthers oproep om het Woord te laten staan in zijn tijd uiterst actueel was en een ongekende invloed had – zó groot zelfs, dat het de loop van de geschiedenis heeft veranderd.
Schepping en geschiedenis
Toch blijft de vraag ons bezighouden of het verstaan van het Woord van God ooit los kan staan van onze context. Maar welk gewicht mag die context eigenlijk krijgen? Als we, met artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, belijden dat God Zich op twee manieren openbaart – in de Schrift en in de schepping – dan mogen we toch ook zeggen dat God spreekt in en door de gebeurtenissen van de geschiedenis?
Er is immers ook zoiets als Gods hand in de geschiedenis. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de stichting van de staat Israël. Al sinds de zestiende eeuw zagen veel christenen ook in het afwerpen van het Spaanse juk een geloofsstrijd, waarin zij Gods hand herkenden. Dat geldt evenzeer voor gebeurtenissen in het persoonlijke leven: een bijzondere uitredding, een onverwachte genezing, of de wijze waarop God ons leven leidt – en nog zoveel meer.
Maar de norm voor die openbaring is en blijft het Woord van God, anders komen we in Dopers vaarwater terecht. In de tijd van de Reformatie maakten de Dopersen de Heilige Geest los van de Schrift. Ook theologen die zich met hermeneutiek bezighouden, lopen dit gevaar. Niet door een ontkoppeling van Woord en Geest, maar wel door verbreding van het werk van de Geest en een versmalling van het Schriftgezag.
De gevaren die hier dreigen, willen zij ontwijken door aan de kerk een belangrijke taak toe te kennen, namelijk om door Woordverkondiging, liturgie, gesprek en gebed, een gemeenschap te vormen die in staat is een weg te wijzen in de huidige klemmende problematiek. Minder nadruk ligt op de Schrift en meer nadruk op het beraad van christenen waarin de Geest werkzaam is, die nieuwe wegen wijst. Hoe werkt dit beraad?
Openbaringsverhalen
De gelauwerde Duitse protestantse theoloog Ingolf Dalferth stelt in zijn boek Die Kunst des Verstehens dat Bijbelteksten als zodanig niet heilig zijn. Vanwege het belang van de zaak geef ik twee citaten. Het eerste citaat: ‘Niet dat ze (Bijbelteksten, red.) “openbaringsverhalen” zijn, maakt ze heilig, maar dat ze in het proces van “heiliging” van mensen een bepaalde functie en rol spelen’. Het tweede citaat: ‘De Bijbel wordt in het christendom niet de “Heilige Schrift” genoemd omdat zijn teksten een eigenschap zouden bezitten die andere teksten ontberen. Al deze teksten kunnen gelezen en begrepen worden, zonder dat men rekening hoeft te houden met hun “sacraliteit”.
In het beraad van christenen is niet aan de orde wat voor soort boek de Bijbel is, maar hoe we ermee omgaan. Ook wordt hier duidelijk dat heiligheid iets is wat moet blijken uit de praktijk. Het criterium voor heiligheid van het Woord is ons gebruik daarvan.
Kruis van Christus
In deze functionele opvatting van Schriftgezag wordt de Schrift aan de hermeneutiek onderworpen. Kort gezegd: wat Woord van God is, zal wel blijken uit de praktijk, dat kun je niet op voorhand zeggen. De Schrift is heilig – en heeft dus gezag – in zoverre de kerk erin slaagt om de boodschap van de Schrift op een integere wijze over te dragen.
Ik vermoed dat bedoeld wordt dat de christen op integere wijze dienstbaar moet zijn aan de samenleving. Maar moet er niet iets meer gezegd worden? Moet onze integriteit niet blijken uit onze bereidheid om ten dienste te staan van Christus en meer in het bijzonder ten dienste van het kruis van Christus?
Het evangelie – en daarmee ook de kerkelijke verkondiging – draait om het kruis. En dat brengt geen harmonie, maar roept verzet op. Een hermeneutiek die vanuit het kruis denkt, lijkt een breed beraad tussen christenen onderling eerder te bemoeilijken dat te bevorderen. Een nog breder interreligieus beraad zal zo’n hermeneutiek van het kruis beslist willen afwijzen.
Dr. Prosman schreef ook een boek over hermeneutiek: ‘Theologie en hermeneutiek: een problematische verhouding’. Dit boek is verkrijgbaar via de Academische Uitgeverij Eburon (boek).
Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. De volledige bronvermelding luidt: Prosman, A.A.A., 2025, Woord en Geest in balans, De Waarheidsvriend 113 (43): 16-17 (artikel).
- Deel 1: Brug tussen twee werelden.
- Deel 2: De horizon van de Bijbel.
- Deel 3: Woord en Geest in balans.