Home » Geologie » Chemicus dr. ir. Johannis Heijboer (1920-1995) daagde de koolstofdatering uit in stelling bij proefschrift

Chemicus dr. ir. Johannis Heijboer (1920-1995) daagde de koolstofdatering uit in stelling bij proefschrift

Het is bemoedigend als studenten en promovendi willen denken vanuit het klassieke scheppingsgeloof. Dat geldt zowel in het heden als in het verleden. Soms zou je wensen dan bepaalde mensen nog leefden óf dat je eerder van hun bestaan had geweten. Dat geldt in dit geval voor de chemicus dr. ir. Johannis Heijboer (1920-1995). Hij promoveerde in 1972 en in één van zijn stellingen daagde hij de koolstofdatering (C14-dateringsmethode) uit. Na zijn promoveren werd hij uitgenodigd door de GOLV om daar te spreken over deze stelling. Laten we de spaarzame informatie1 die we hierover hebben op een rij zetten.

Dr. ir. Johannis Heijboer

Johannis Heijboer werd op 17 september 1920 geboren te Oud-Vossemeer. Hij was een zoon van Adriaan Cornelis Heijboer (1872-1955) en Elizabeth Johanna de Viet (1878-1963). Johannis overleed op 23 april 1995 te Veenendaal. Op 9 februari 1972 promoveerde hij cum laude aan de Rijksuniversiteit te Leiden op een proefschrift met als titel ‘Mechanical Properties of Glassy Polymers Containing Saturated Rings’. Van de zestien stellingen die het proefschrift bevat zijn twee stellingen mij bekend. De twaalfde stelling gaat over koolstofdatering en de zestiende stelling gaat over de staat Israël. Over de twaalfde stelling later meer. Johannis bezocht in zijn jeugdjaren de Rijks-HBS te Bergen op Zoom. Van 1932 tot 1937 studeerde hij Scheikundige Technologie aan de Technische Hogeschool te Delft. Uiteindelijk werd hij scheikundig ingenieur (ir.). Van 1945 tot 1947 was hij als docent verbonden aan het Chemisch Instituut en vanaf 1947 werkte hij voor TNO te Delft.2 Vanaf 1960 was hij onderdirecteur van het Centraal Laboratorium TNO te Delft. Heijboer was vanaf 1971 voorzitter van de Nederlandse Reologische Vereniging. Tot hoe lang hij deze functies heeft uitgevoerd en of hij na zijn promotie nog andere functies heeft gehad, kon ik helaas niet vinden. Heijboer heeft veel publicaties over chemische onderwerpen, in internationale peer-reviewed wetenschappelijke tijdschriften, op zijn naam staan.3

Stelling 12

Predikant en theoloog drs. Arie Vergunst (1926-1981) feliciteert in een De Saambinder uit 1972 de kersverse doctor met zijn promotie. Hij schrijft dat het bespreken van de dissertatie te ingewikkeld zou worden voor het landelijke kerkblad. Maar dat zijn aandacht in het bijzonder uitgaat naar stelling 12 van het proefschrift. Dankzij deze vermelding van drs. Vergunst weten we hoe deze stelling luidt. Bijzonder omdat het laat zien dat dr. ir. Heijboer op de hoogte was van de Amerikaanse creationistische literatuur.4

De stelling:

”XII. De ouderdomsbepaling aan de hand van radioactieve koolstof is gebaseerd op veronderstellingen, die de betrouwbaarheid, in absolute zin, van gemeten tijden, langer dan ca. 5000 jaar, onzeker maken.” – W.F. Libby, Radiocarbon Dating, Univ. Of Chicago Press, 1952. – J.C. Whitcomb and H.M. Morris, The Genesis Flood, The Presbyterian and Reformed Publ. Co, Philadelphia 1966, bid. 374”

De stelling verwijst dus naar ‘The Genesis Flood’, het, voor creationisten, baanbrekende werk van dr. John C. Whitcomb en dr. Henry M. Morris. Maar ook naar ‘Radiocarbon Dating’ van de chemicus en Nobelprijswinnaar dr. Willard F. Libby. Voor zijn werk aan de C14-dateringsmethode ontving hij in 1960 de Nobelprijs voor Scheikunde. Drs. A. Vergunst is blij met de prestatie van dr. ir. J. Heijboer. Hij schrijft:5

Het is verheugend, dat een man van wetenschappelijk formaat als nu dr. ir. Heijboer een dergelijke stelling op universitair niveau voordraagt en deze ook wil en kan verdedigen. Juist met een beroep op de bedoelde metingen wordt zo dikwijls de juistheid van allerlei theorieën over de ouderdom van de aarde gestaafd. Daarom is het goed, dat de onbetrouwbaarheid van deze metingen wordt aangewezen. Voor ons, die bij het Woord des Heeren zoeken te leven, is de bevestiging van ons geloof door de resultaten van wetenschapsmensen niet nodig; ons geloof immers rust in het Woord Gods zelf. Tegenover allerlei “wetenschappelijke”, schijnbaar onaantastbare beweringen, is het echter uitermate nuttig ook op deze stelling te kunnen wijzen. Daarom verdient deze onze opmerking en zijn wij dr. ir. Heijboer er dankbaar voor, dat hij bij de gelegenheid van zijn promotie ook deze stelling heeft willen en mogen verdedigen. Met een, op eenvoudige wijze gegeven nadere uiteenzetting van de bedoelde uitspraak, zou hij velen van onze studerende jonge mensen, die zoveel onschriftuurlijks of liever gezegd tegen-schriftuurlijks te verwerken krijgen, zeer aan zich verplichten. Misschien mogen we dat in de toekomst tegemoet zien.”

We zien dat dominee Vergunst blij is met de gewaagde stelling en de hoop uitspreekt dat dr. Heijboer de stelling nog nader zal toelichten voor onze studerende jongeren. Die toelichting heeft dr. Heijboer kennelijk gegeven in een lezing voor de Gereformeerde Onderwijzers- en Lerarenvereniging (GOLV)6, waarover hieronder meer. Zowel in Eilanden-Nieuws7 als in het Reformatorisch Dagblad8 wordt verwezen naar het bovengenoemde stukje van drs. Vergunst. In het Reformatorisch Dagblad wordt in een voorstukje nog het belang van deze stelling aangegeven. Er zijn ‘al dan niet vermeende aanvallen door de natuurwetenschappen op de betrouwbaarheid van de Heilige Schrift’. Geleerden die ‘bepaalde theorieën, zoals die over de onvoorstelbare hoge ouderdom van de aarde’, aanvechten worden volgens de krant ‘niet geheel voor vol aangezien’ en daarmee door hun bestrijders ook ‘nauwelijks serieus genomen worden’.

Ouderdomsbepaling met behulp van radioactieve koolstof

Op maandag 21 oktober 1974 vergaderde de Gereformeerde Onderwijzers- en Lerarenvereniging (GOLV). Dr. ir. J. Heijboer hield een referaat met als titel ‘Ouderdomsbepaling met behulp van radioactieve koolstof’.9 De Reformatorische School, het blad van de GOLV, geeft helaas geen verslag of samenvatting van het referaat. 10 Gelukkig was er een verslaggever van het Reformatorisch Dagblad aanwezig. Jammer genoeg lijkt het erop dat Heijboer dit onderwerp niet verder uitgebouwd heeft.11 Hieronder een samenvatting van het referaat op basis van het verslag van de RD-journalist.

Aan het begin van zijn lezing gaat Heijboer in op de werking van de C14-methode.12 De verhouding tussen C12 en C14 is een belangrijke voorwaarde voor de toepasbaarheid van de C14-methode. Heijboer in de woorden van de verslaggever: “Dit werd door Libby gecontroleerd en juist bevonden.” Een andere voorwaarde is dat de verhouding in het verleden hetzelfde moet zijn geweest. Heijboer: “Dit kon door Libby tot ca. 5000 jaar terug op fraaie manier vastgesteld worden, door de ouderdom te bepalen van voorwerpen, waarvan deze op onafhankelijke wijze historisch vaststond (Dode Zee rollen, houten voorwerpen uit graven van Farao’s en boomringen).” Voor christenen komen de problemen wanneer men de oudere resultaten serieus neemt (zoals die van mastodonten, mammoeten, etc.). Heijboer: “Deze tijden overschrijden dus aanmerkelijk de ca. 6000 jaar, die men op grond van een eenvoudig, letterlijke aanvaarding van de Heilige Schrift zou mogen verwachten.” Hij wijst hierbij op het werk van theïstisch evolutionist prof. dr. Van de Fliert, van de Vrije Univeriteit, die zich tegen het werk van ‘een gepretendeerde Bijbelse geologie’ keert.13 Ook wijst hij op oudeaardecreationisten die een grote periode tussen Genesis 1:1 en Genesis 1:2 veronderstellen (de zogenoemde gaptheorie). De verslaggever: “Spreker kan dit echter niet aanvaarden; het is zijns inziens in strijd met het eenvoudige Woord van God.

Als de C14-methode volgens Heijboer niet betrouwbaar is bij oude vondsten hoe moeten we dit dan wel interpreteren? “Door Libby is aangetoond, dat deze verhouding de laatste 5000 jaar vrijwel onveranderd is. Echter moet aangenomen worden dat ze ten gevolge van de zondvloed grondig gewijzigd is. Daarom levert de methode geen betrouwbare resultaten voor dateringen van vóór de zondvloed.14Helaas geeft het verslag niet meer informatie over de wijze waarop het verval beïnvloed is, al is daar wel over gesproken tijdens de lezing. Heijboer sluit zijn referaat af door te stellen dat we ons niet uit het lood moeten laten brengen door de resultaten van bepaalde wetenschappelijke disciplines. “Indien men de veronderstellingen nagaat, op basis waarvan de resultaten verkregen zijn, is het dikwijls in te zien, dat de resultaten geen overtuigende bewijskracht bezitten, voor iemand die in de Schrift gelooft.

Heijboer heeft, volgens de verslaggever, ‘dankbaar gebruik gemaakt van artikelen’ uit het tijdschrift Creation Research Society Quarterly (CRSQ) van het Amerikaanse Creation Research Society (CRS). Hij verwees met name naar het artikel van technisch natuurkundige Robert L. Whitelaw (MSc.)15 met als titel ‘Time, Life, and History in the Light of 15.000 Radiocarbon Dates’.16 Ook aan het slot heeft Heijboer nogmaals verwezen naar het werk van CRS. Volgens de verslaggever: “Het werk van de Amerikaanse Creation Research Society werd zeer in de aandacht bevolen, hoewel ook hierbij een kritische benadering [nodig] blijkt te zijn.17

Ten Slotte

Nederlandse creationisten hebben een geleerd iemand in de gelederen gehad die zich verder verdiept heeft in de C14-dateringsmethode. Helaas lijkt het erop dat Nederlandse creationisten zich slapende hebben gehouden ten opzichte van Heijboer en omgekeerd. In het blad ‘Bijbel en Wetenschap’, in die tijd één van de kernbladen voor creationisten, zijn geen artikelen of verwijzingen opgenomen naar het werk van Heijboer. Navraag bij toen actief en nu nog in leven zijnde creationisten leverde geen informatie op. Er is in ieder geval geen vruchtbare samenwerking ontstaan met Heijboer. We vragen ons af hoe dat komt. Het zorgt er helaas voor dat creationisten in Nederland iedere generatie opnieuw het wiel moeten uitvinden.18 Dit kan én moet anders!

Voetnoten

  1. Ik ken zijn familie niet en het kostte nogal wat zoekwerk om aan de juiste informatie te komen.
  2. Bron: Anoniem, 1972, Oud Vossemeer – Promotie Ir. J. Heyboer, Eilanden-Nieuws 43 (4062): 7.
  3. Zie: Anoniem, 1972, Streekbewoner promoveerde te Leiden. Dr. Ir. J. Heijboer, zoon van Vossemeerse wethouder, Eendrachtbode 28 (14): 1.
  4. Al eerder heb ik een stelling bij het proefschrift van dr. Evert A. van der Heide besproken via deze website: https://oorsprong.info/creationisme-of-catastrofisme-een-stelling-bij-het-proefschrift-van-dr-evert-van-der-heide/.
  5. Bron van deze quote en het bovenstaande: Vergunst, A., 1972, Een stelling, die de aandacht verdient, De Saambinder 50 (22): 2.
  6. Tegenwoordig is dit de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS): https://www.vgs.nl/wie-we-zijn/geschiedenis/.
  7. Bron: Anoniem, 1972, Een stelling, die de aandacht verdient, Eilanden-Nieuws 43 (4069): 1.
  8. Anoniem, 1972, Ouderdom van de aarde: Promovendus bestrijdt in stelling koolstofdateringen, Reformatorisch Dagblad 1 (271): 2.
  9. De lezing werd aangekondigd in het blad De Reformatorisch School. Zie: Anoniem, 1974, Van de Bestuurstafel, De Reformatorisch School 2 (6): 31-32.
  10. Last, M., 1975, Jaarverslag van de G.O.L.V., De Reformatorische School 3 (8): 28-33.
  11. Als een lezer andere of meer informatie heeft, houden wij ons aanbevolen via info@oorsprong.info.
  12. Deze uitleg laten we hier rusten, mocht de lezer daar niet bekend mee zijn dan verwijs ik ze naar deze link: https://wibnet.nl/techniek/hoe-werkt-de-koolstof-14-methode.
  13. Prof. dr. J.R. van de Fiert (1919-2000) was hoogleraar Aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit en verzette zich fel tegen het door mij zo genoemde Morris-Whitcomb-creationisme.
  14. Gaat Heijboer niet te snel mee dat dit de laatste 5000 jaar onveranderd is geweest? Zie bijvoorbeeld hier voor discussie: Veen, P.G. van der, Zerbst, U, 2015, Does Radiocarbon Provide the Answer?, in: P. James and P.G. van der Veen (eds.), Solomon and Shishak, BAR International Series 2732 (Oxford: Archaeopress).
  15. Whitelaw is op 6 april 2008 overleden. Zie voor meer informatie over hem: https://nl.findagrave.com/memorial/25795167/robert-leslie-whitelaw.
  16. Bron voor dit artikel: Whitelaw, R.L., 1970, Time, Life and History in the Light of 15,000 Radiocarbon Dates, Creation Research Society Quarterly 7 (1): 56-71 en 83. In dit nummer ook een artikel van dr. Melvin A. Cook over C14.
  17. Bron van het verslag: Anoniem, 1974, Sectie Voortgezet Onderwijs GOLV. Ouderdomsbepaling met radio-actieve koolstof, Reformatorisch Dagblad 4 (172): 2.
  18. Zo heeft drs. Jarko Meijer onafhankelijk van Heijboer een aantal jaren geleden ook al eens wat gedaan met C14. Bron 1: Redactie wetenschap, 2014, C14-datering gelinkt aan scheppingsmodel, Reformatorisch Dagblad 43 (278): 5. Bron 2: Dikkenberg, L.E. van den, 2014, C14-datering te discussie, Reformatorisch Dagblad Puntkomma 43 (278): 12-13.