Home » Geschiedenis

Categoriearchief: Geschiedenis

De heerlijkheid Urk en het geslacht (Van Abcoude) Van Meerten – Artikel op ‘Urker uitgaven’.

Aan het einde van de 15e eeuw komt de heerlijkheid Urk in Utrechtse handen (het geslacht Zoudenbalch). Dit blijft zo’n anderhalve eeuw zo. Telgen uit het geslacht Zoudenbalch of Soudenbalch droegen daarom ook als titel ‘Heer van Urk’. Iemand uit het geslacht Van Meerten is zelfs ‘Vrouwe van Urk’ geweest. Klaas de Vries en Klaas Post schreven over het eigenaarschap van Zoudenbalch een kort artikel voor de website ‘Urkeruitgaven’. Hieronder een korte samenvatting van dat gedeelte dat de genealogie van het geslacht Van Meerten aangaat.1

In 1530 gaat de heerlijkheid Urk over van Evert Zoudenbalch II naar Jan (of Johan) Zoudenbalch. Bij zijn overlijden in 1558 komt de heerlijkheid Urk in het bezit van zijn zoon Evert Zoudenbalch III. Als Evert in 1567 overlijdt komt de heerlijkheid Urk in handen van zijn broer Gerrit Zoudenbalch en zijn vrouw Barbara van Abcoude van Meerten van Essenstein.

De erfenis van Gerrit Zoudenbalch

Het is niet zo’n gunstige tijd wanneer Gerrit Zoudenbalch de heerlijkheid Urk overneemt. In 1570 raast een verwoestende storm over Urk. Een deel van het land gaat verloren en het kerkgebouw wordt verzwolgen door de zee. Het is ook in geestelijk opzicht een roerige tijd door de opkomende Reformatie. Ook op Urk wordt de invloed van deze beweging steeds groter. Dit is een doorn in het oog van Gerrit, die graag trouw blijft aan de oude Rooms-Katholieke Kerk en dit ook graag ziet bij de Urkers.

Het Roomse bewind van Barbara van Abcoude van Meerten van Essenstein

Na de dood van haar man in 1599 wordt Barbara Vrouwe van Urk. De Vries en Post melden: “De Vrouwe van Urk behoort tot de hoogste adel in de Nederlanden. Haar vader is de Heer van Abcoude en behoort als vliesridder tot de hoogste ridderorde in het Habsburgse rijk. Haar moeder stamt af van de graven De Lalaing, haar grootvader was ooit stadhouder van Holland, en haar grootmoeder is een prinses uit het Huis van Luxemburg.” Ze maakt het tot haar levensdoel om de vele ketterijen (van de Reformatie) uit te bannen. Ze krijgt het zelfs voor elkaar om in 1600 een nieuwe Roomse kerk op Urk te bouwen, dit terwijl het in het gewest Holland per plakkaat verboden is om publieke Rooms-Katholieke erediensten te houden. Barbara sterft in april 1614 en haar zwager Jonkheer Ruysch (die getrouwd is met Vrouwe Walraven Zoudenbalch) wordt haar opvolger.2 Het echtpaar gaat datzelfde jaar nog failliet en de crediteuren verkopen de heerlijkheid Urk. Hierdoor komt er een einde aan anderhalve eeuw Zoudenbalch.

Voetnoten

COLUMN: Wie was de Farao van (de) Exodus?

Wie was de Farao van (de) Exodus? Een vraag die geleerden al meer dan honderd jaar heeft beziggehouden. En nog steeds is het laatste woord er niet over gezegd. Dát de Exodus uit Egypte heeft plaats gevonden staat voor bijbelgetrouwe christenen uiteraard niet ter discussie, maar ook zij discussiëren flink over wie de wrede Farao was die de Israëlieten onderdrukte.

Afgelopen maand las ik een fictief jeugdboek over een gezin dat in Egypte allerlei avonturen beleeft. De auteur liet doorschemeren dat de Farao die beschreven wordt in het bijbelboek Exodus mogelijk Ramses II was. Geleerden zien deze farao als een van de grootste Farao’s aller tijden. Hij heeft grote bouwprojecten op zijn naam staan zoals de bekende en in de jaren ’70 verplaatste tempel Aboe Simbel. Hij overleed in 1213 voor Christus, uitgaande van de standaard Egyptische chronologie. De familie in het beschreven jeugdboek bezoekt enkele bouwprojecten van Ramses II. Was hij de Farao van de uittocht?

Ramses II

Wie een beetje thuis is in de Bijbelse tijdlijn die valt iets op: de uittocht vond plaats rond 1400 (of 1450) voor Christus. Ramses II leefde daarmee minimaal 200 jaar later. Als de jaartallen kloppen kan hij de Farao van de Exodus dus niet zijn. Wanneer je de uittocht verplaatst naar 1200 voor Christus kom je ook in de knoop met andere Bijbelse gegevens (de tempelbouw door Salomo bijvoorbeeld vond 480 jaar ná de uittocht plaats). Ramses II werd opgevolgd door Merenptah. Van Merenptah is een stele (een stuk steen) bekend met daarop een vermelding van Israël. Merenptah regeerde tot 1203 voor Christus. Stel dat de uittocht in 1213 voor Christus plaats vond, dan is het in strijd met de Bijbelse gegevens en daarom onmogelijk dat er tien jaar na de uittocht al een staat Israël bestond. Maar als Ramses II niet de farao van de Exodus was, wie dan wel?

Amenhotep II

Bijbelgetrouwe geleerden zoals dr. Petrovich denken dat de farao van de uittocht Amenhotep II is. De Studiebijbel Oude Testament (SBOT) laat van deze farao het volgende weten: ‘Hij was een sterke persoonlijkheid met grote lichamelijke kracht. Hij stond bekend om zijn wreedheid. Uit het onderzoek van zijn mummie bleek dat hij stierf in de kracht van zijn leven, op 45-jarige leeftijd. Zijn graf is in haast ingericht; er werd dus nog niet gerekend op zijn dood. Hij werd niet opgevolgd door zijn oudste zoon, maar door een jongere zoon, Thoetmoses IV’. Dit past goed bij de beschrijving die wij lezen in de Bijbel. Amenhotep II werd opgevolgd door enkele Farao’s die op zwakke wijze regeerden.

Dedumose II

Andere bijbelgetrouwe geleerden denken dat de standaard Egyptische chronologie niet klopt en dat de jaartallen in die chronologie rond de uittocht/intocht zo’n 150 jaar verschoven moeten worden. Deze geleerden opperen dat de Farao van de uittocht Dedumose II was. Volgens de bekende internetencyclopedie Wikipedia krijgt deze theorie niet veel steun van geleerden in dit vakgebied. Al met al is het lastig om de werkelijke farao van de uittocht te vinden. Uiteraard wil dit niet zeggen dat er nooit een uittocht heeft plaatsgevonden. Het ontbreken van bewijsmateriaal is niet het bewijs van het ontbreken van de Exodus. In het algemeen werd zo’n grote nederlaag als bij de Exodus niet opgeschreven en er veel is verloren gegaan of nog niet teruggevonden.

Dit artikel verscheen eerder in het gezinsblad ‘Om Sions Wil’ en is met toestemming van de redactie hier overgenomen. De volledige bronvermelding luidt: Meerten, J.W. van, 2021, Wie was de Farao van (de) Exodus, Om Sions Wil 2021 (23): 27. Hier is wat meer te lezen over ‘Om Sions Wil’.

ANDERE COLUMNS UIT 'OM SIONS WIL' JAARGANG 2021

Alexander Comrie (1706-1774) en zijn proefschrift ‘De moralitatis fundamento et natura virtutis’

De theoloog Alexander Comrie, predikant te Woubrugge, studeerde in Groningen en in Leiden. Hij was een Schot van geboorte (1706), die op ongeveer 20-jarige leeftijd naar Nederland kwam. Na kort op een handelskantoor gewerkt te hebben, ging hij in Groningen theologie studeren om predikant te worden. In 1733 vertrok hij naar Leiden en volgde daar onder andere de colleges van de internationaal befaamde Willem Jacob ‘s Gravesande, die de denkbeelden van Newton in Nederland introduceerde. In 1717 begon de voormalige jurist ‘s Gravesande zijn loopbaan als hoogleraar astronomie en wiskunde, waar hij vele studenten uit binnen- en buitenland inleidde in de nieuwe experimentele natuurwetenschap in Newtoniaanse geest. Niet alleen de wiskunde en de natuurwetenschappen hadden zijn belangstelling, maar ook de ethica en de metafysica. Hij werd dan ook op 12 juli 1734 benoemd tot hoogleraar in de “gehele filosofie”. Mogelijk heeft de faam van ‘s Gravesande bij Comrie de doorslag gegeven om bij hem in de filosofie te promoveren. Dat gebeurde op 5 oktober 1734 op een dissertatie De moralitatis fundamento et natura virtutis (Over het fundament van de moraal en de natuur van de deugd). In 1735 werd Comrie bevestigd tot predikant in Woubrugge, waar hij in 1773 met emeritaat ging. Hij vertrok naar Gouda en overleed er eind 1774.

De eigenlijke tekst van Comrie’s proefschrift beslaat 17 bladzijden. Daarna volgen er, naast een lofdicht, onder het kopje Annexa, 25 stellingen over diverse filosofische onderwerpen. De stellingen 15-23 zijn gewijd aan de natuurwetenschappen. In stelling 20 komen we de naam van Newton tegen en stelling 15 verwoordt de eerste “regula philosophandi” uit Newtons Philosophiae naturalis principia mathematica. Voorafgaand aan de tekst van Comrie’s proefschrift vinden we de opdracht aan zijn weldoeners en aan de “wijd vermaarde, zeer kundige en scherpzinnige” ‘s Gravesande, zijn “allervoortreffelijkste promotor”, gevolgd door een stoet Leidse en Groningse hoogleraren. De tekst van de dissertatie bestaat uit de capita “De Moralitatis Fundamento” (p.1-9) en “De Natura Virtutis” (p.9-17). Elk hoofdstuk is onderverdeeld in twee secties (resp. pag.1-5, 5-9, 9-15, 15-17). Elke sectie bestaat uit een serie vrij korte paragrafen. Een groot aantal namen van filosofen uit de Oudheid en van eigentijdse wijsgeren passeren de revue. Opvallend is de afwezigheid van Middeleeuwse denkers.

In hoofdstuk I stelt Comrie dat hij eerst wil laten zien dat er een wezenlijk onderscheid bestaat tussen goed en kwaad. Hij bestrijdt oude en moderne filosofen (van Plato tot Hobbes) die deugd en ondeugd koppelen aan veranderlijke wetten en regels waarin door mensen is vastgelegd wat al dan niet moreel aanvaardbaar is. Ruime aandacht krijgt de opvatting van Descartes dat goed en kwaad, orde of wet niet in de natuur gefundeerd zijn, maar uitsluitend van Gods wil afhangen. Comrie waardeert het in de Franse filosoof dat hij de moraal niet aan menselijke wetten maar aan God bindt, maar diens theologisch voluntarisme wijst hij af. Als goed en kwaad van Gods wil afhangen, zou God buiten het bestaan van de wereld om geen voorkeur hebben voor wat moreel goed is boven wat moreel verwerpelijk is. Je kunt niet alles tot Gods wil herleiden. Ook Descartes zelf herleidt immers het bestaan van God niet tot Zijn wil om te bestaan. God heeft niets willen scheppen zonder er wezenlijke eigenschappen aan te geven. De essenties van de dingen zijn dan ook eeuwig en onveranderlijk.

In hoofdstuk II definieert Comrie de deugd als het streven van een redelijk wezen om zo te handelen dat hij niet tegen ware uitspraken ingaat, die het wezen van een ding en het morele karakter van de in het ding vervatte betrekkingen uitdrukken. Liefde dient altijd de drijfveer van ons moreel handelen te zijn en dat handelen dient dan ook beoordeeld te worden naar de intentie van degene die handelt. Wanneer niet tot moreel handelen wordt overgegaan, terwijl dat wel vereist wordt, is er is sprake van zonde. Het goede en het ware zijn voor Comrie in feite synoniem. Hij levert kritiek op filosofen die deugd definiëren als betamelijkheid of als liefde tot het juiste inzicht (Geulincx). Wie met Plato de deugd omschrijft als dat wat met God overeenkomt, zal middelen moeten aanreiken om die overeenstemming te realiseren. In de laatste paragraaf ontmoeten we de theoloog-in-spe: Het komt er uiteindelijk op aan dat we in al onze levensuitingen God eren. Hem vragen we ons krachten te verlenen om te volharden in de beoefening van de deugd.

Historicus en ondertekenaar ‘Open Brief’ overleden aan de gevolgen van corona – In Memoriam: dr. René van den Berg (1950-2021)

Historicus dr. René van den Berg (1950-2021) is vanmorgen overleden aan de gevolgen van het Coronavirus. Hij schreef diverse kerkhistorische boeken, waaronder één over de bekende voorloper van de Reformatie: Johannes Hus (±1369-1415). Hij ondertekende de ‘Open Brief’ waarmee Logos Instituut werd aangekondigd en waarin opgeroepen werd om pal te staan achter de historische betrouwbaarheid van de Bijbel en afstand te nemen van evolutionaire leringen.

Een luchtfoto van Zwijndrecht, de plaats waar dr. C.R. van den Berg actief was als voorzitter van de SGP-kiesvereniging en als diaken van de plaatselijke Gereformeerde Gemeente. Foto: Wikipedia.

Erudiet persoon

Dr. René van den Berg was voor zijn pensioengerechtigde leeftijd docent Nederlands en Godsdienst aan het Driestar College te Gouda. Hij promoveerde op 11 september 2003 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op een proefschrift met als titel: Ds. Johannes Barueth 1709-1782: Een strijdbaar verdediger van de gereformeerde kerk en staat. Het proefschrift verscheen later dat jaar als handelseditie bij uitgeverij Den Hertog. Volgens een artikel in het Reformatorisch Dagblad was dr. C.R. van den Berg ook actief als docent kerkgeschiedenis voor de Cursus Godsdienstonderwijs van de Gereformeerde Gemeente (CGO) en gaf hij taalles aan de Theologische School van hetzelfde kerkgenootschap. Daarnaast was hij diaken in de Gereformeerde Gemeente te Zwijndrecht en ook nog voorzitter van de plaatselijke SGP-kiesvereniging.1 Een erudiet persoon is heengegaan! Gelukkig blijft zijn werk toegankelijk voor iedereen die het zou willen lezen.

Open Brief

Op 10 oktober 2015 publiceerde het toen in oprichting zijnde Logos Instituut een ‘Open Brief’ in het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad.2 In de brief werd opgeroepen om pal te staan voor de historische betrouwbaarheid van de Schrift en afstand te nemen van de evolutietheorie, in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming. Toen ik Van den Berg een paar dagen voor plaatsing benaderde met het verzoek tot ondertekening schreef de historicus dat hij graag akkoord ging met het plaatsen van zijn naam.3 Van den Berg was ook aanwezig tijdens de achterbanmeeting van 7 november 2015 op de toen nog operationeel zijnde Ark van Noach waar de plannen van het toen kersverse Logos Instituut werden gepresenteerd. Van den Berg is na drs. Koos van Delden4 en dr. Herman Bos5 de derde ondertekenaar van de ‘Open Brief’ die is overleden. We condoleren de familie en wensen hen veel sterkte in de droeve gang die zij komende week moeten maken.

Voetnoten

600 jaar Sint Elisabethsvloed – Bekijk de reportage

Vandaag is het precies 600 jaar geleden dat er een grote legendarische overstroming plaatsvond in Nederland: de Sint Elisabethsvloed. Duizenden mensen verdronken, dorpen verdwenen voorgoed in de golven en de Biesbosch ontstond.1 Dat gebeurde in de nacht van 18 op 19 november 1421. In 2011 plaatste RTV Dordrecht een reportage van de verhalen rond de ramp op haar YouTube-kanaal. Hieronder is deze video weergegeven. Dit jaar zijn er verschillende activiteiten rond deze overstroming en is er zelfs de website 600jaarelisabethsvloed.nl gelanceerd.2

Voetnoten

Tijdreis met Janiv – De geschiedenis vanuit Joods perspectief in het Israëlcentrum

Welkom in het Paradijs! Mijn naam is Janiv. En in deze tentoonstelling neem ik je mee op een tijdreis door het verhaal van mijn volk: Israël. Het is het verhaal met veel ups en downs, maar het is een bijzonder verhaal. Omdat we deze reis niet alleen hebben gemaakt. God was, is en zal altijd samen met Zijn volk zijn.

In de laatste week van augustus 2021 waren wij met ons gezin namens Fundamentum in het Israëlcentrum om daar de tentoonstelling ‘Tijdreis met Janiv’ te bezoeken. Het Israëlcentrum is de thuisbasis van de stichting Christenen voor Israël. Deze stichting is beslist de moeite waard is om te volgen en hun werk te bestuderen. Ook deze keer was de tentoonstelling erg bijzonder om mee te maken. Met VR-brillen is de tentoonstelling modern te noemen en ook voor kinderen een belevenis.

Niet af!

De geschiedenis wordt verteld uit Joods perspectief. De tentoonstelling begint echter niet bij Abraham maar in het Paradijs. Waarom? Janiv legt uit: “Het begin van de Bijbel vertelt wel iets over waarom God het volk Israël uitkoos als Zijn volk.” Adam en Eva mochten niet in het Paradijs blijven want zij aten van de verboden vrucht. De wereld buiten het Paradijs lijkt wel een wildernis. Janiv benadrukt dat de Thorah het refrein zingt dat de wereld prachtig was toen God de wereld schiep. Als we kwaad in de wereld vinden dan moeten we, volgens Janiv, ook begrijpen aan wie het ligt: de mens. Daarom, zo geeft onze virtuele gids aan, is de keuze voor het volk Israël een keuze van een liefdevolle Almachtige God om te voorkomen dat Zijn schepping zou mislukken. De schepping is niet mislukt maar het is alleen nog niet af.

Zondvloed en zondvloedmythen

Wanneer we na het introductiefilmpje van Janiv de tentoonstellingsruimte binnenlopen zien we allereerst teksten uit Genesis 3 tot en met 11, een van de eerste hoofdstukken van de Torah. Het informatiebord dat daarna volgt gaat over de verschillende zondvloedmythen. De zondvloed is volgens het bord zo’n grote gebeurtenis geweest dat dit een enorme indruk achtergelaten heeft bij andere volkeren.

“Wereldwijd vind je verhalen over de zondvloed. De inhoud van deze verhalen verschilt wel van het verhaal zoals wij dat kennen uit de Bijbel, maar toch zijn er overeenkomsten. In andere verhalen staat bijvoorbeeld ook dat vogels werden gebruikt om te verkennen of de aarde alweer droog was.”

Het Bijbelse verhaal steekt echter met kop en schouders boven de andere verhalen uit. De afmetingen van de ark zijn perfect voor het doel: ‘een grote vloed overleven samen met heel veel dieren’. In andere verhalen nemen de verschillende boten bijzondere vormen aan. Ik citeer: “Anders is dat wanneer je kijkt naar de andere zondvloedverhalen, daarin wordt bijvoorbeeld verteld dat de ark de vorm had van een enorme vierkante doos. Die zou flink zijn gaan tollen op de enorme golven!1 Na de zondvloed sloot God een verbond met Noach en zijn nageslacht. Als teken daarvan liet God de regenboog in de wolken verschijnen. “Orthodoxe Joden spreken altijd een kort dankgebed uit wanneer ze de regenboog zien.” In een kader lezen we nog over pogingen om de ark te vinden en over de vermeende arkvondst van 2010.2 Volgens het Israëlcentrum zijn deze vondsten wetenschappelijk omstreden. In hetzelfde kader wordt ook een foto laten zien met een structuur in de vorm van een boot op de Ararat. Volgens het centrum ‘zijn’ er ‘maar weinig historische aanwijzingen dat de berg Ararat in Turkije de Bijbelse plaats is waar de ark strandde’.3

Afgoden

Vóór maar ook ná de zondvloed was men in de macht van de afgodendienst. Op het volgende informatiebord staat een citaat van de Joodse geleerde Maimonides (1138-1204).4 Hij geeft aan dat ‘deze praktijk’ zich ‘verspreidde (…) over de hele wereld en langzamerhand vergaten de mensen de geëerde en vreeswekkende Naam. Ze kenden alleen nog de vormen van hout en steen waarvan ze hadden geleerd die te aanbidden. Niemand herkende de Schepper nog, behalve enkelingen als Henoch, Noach en Sem. Zo verliep het tot Abram werd geboren’. Bijzonder is dat het informatiebord vermeldt dat de tekst Genesis 4:26b, die in de protestantse traditie altijd positief is uitgelegd, in de Joodse traditie als negatief wordt gezien. “Veel Joodse Bijbelcommentaren leggen deze tekst (…) uit als het beschrijven van het begin van de afgodendienst.

Vervolg

De tentoonstelling volgt verder de Joodse tijdlijn van de roeping van Abraham tot het uitzien naar de (toekomende) verlossing. Je kunt zien dat de Joden de al lang vervlogen gebeurtenissen zien als geschiedenis. Uiteraard niet alleen geschiedenis, maar de verhalen uit de Bijbel zijn óók geschiedenis. Er is geen verschil tussen het ‘verhaal’ van Noach en het ‘verhaal’ van Abraham. Halverwege de tentoonstelling komen we in een ruimte waarbij vier stoelen staan en we VR-brillen op kunnen zetten. Wanneer we helemaal in de VR-wereld zitten zien we de geschiedenis van het volk Israël in een vogelvlucht, nagebootst door vier personages. Indrukwekkend hoe ze dit in elkaar gezet hebben. De tentoonstelling was een absolute aanrader. Wel vond ik dat de vorige tentoonstelling meer doe-activiteiten voor kinderen bevatte. Voor basisschoolkinderen waren de VR-brillen het hoogtepunt en was de rest voor hen vermoedelijk wat saai. Wellicht iets om mee te nemen voor een volgende keer. Na afloop werd ons, bijzonder gastvrij, nog een kop koffie, thee of ander drinken aangeboden! Hier maakten we dankbaar gebruik van. Uiteraard konden we het niet laten om ook nog wat producten uit de winkel, uiteraard na betaling, mee te nemen. Heeft u de tentoonstelling gemist. In de winkel is een boekje te koop met de complete tentoonstelling, inclusief QR-codes naar de filmpjes. Deze zijn ook hier terug te zien.5

Deze zomertentoonstelling is met twee maanden verlengd tot en met 30 oktober 2021 (zie hier).

Voetnoten

Adam of Aap? – Aflevering 1: Adam of aap?

In 1977 van de vorige eeuw zond de Evangelische Omroep de serie Adam of aap? uit. Er verscheen in hetzelfde jaar ook een boekje met de gebundelde teksten van de uitzending. De serie werd uitgezonden onder leiding van de onlangs overleden drs. Koos van Delden. In dankbare herinnering aan hem delen wij de komende periode iedere zaterdag een aflevering van Adam of aap? Vandaag deel 1: Adam of aap? In de eerste aflevering wordt stilgestaan bij enkele vondsten van schedels en hoe plaatjes in schoolboeken worden getekend. Het sluitstuk van de film gaat over mensen en dinosauriërs die samengeleefd zouden hebben. Veel zegen bij het kijken! Via de pijltjes die in de onderste balk opzij wijzen kan het beeld groter gemaakt worden.

Hoe zag de tabernakel eruit?

Aanschouwelijk onderwijs is belangrijk, dat geldt ook als het gaat om materiële zaken uit de bijbeltijd. In deze video nemen wij u mee naar de Tabernakel. Mozes en het volk Israël kregen van God de instructie tot het bouwen van een tabernakel. Tijdens de woestijnreis in de 15e eeuw voor Christus werd het bouwwerk voltooid. Hoe zag deze ‘tent der samenkomst’ eruit? Hieronder is dat te zien in een video. Met dank aan ‘Messages of Christ’ voor het uploaden van deze video. Deze tabernakel werd nagebouwd door Huntington Beach Stake van Church of Jesus Christ of Latter-day Saints.

Amsterdam in de Tweede Gouden Eeuw

Vorige week plaatste ik een animatievideo over de groei van Amsterdam tijdens de Gouden Eeuw. Onze hoofdstad heeft ook nog een Tweede Gouden Eeuw gekend, namelijk van 1800-1900. Stadsarchief Amsterdam plaatste in 2014 een tweede video over de groei van Amsterdam op haar YouTube-kanaal. Hieronder deel (embed) ik de video. Door op de video te klikken komt u ook op het YouTube-kanaal van het archief. Beleef deze Tweede Gouden Eeuw mee en bekijk de onderstaande video.

Zie hier de video van de groei van Amsterdam in de zestiende eeuw.

Hoe zag de tempel van Salomo eruit?

Koning Salomo is een bekende koning uit de Bijbel. Hij liet in de tiende eeuw voor Christus een tempel bouwen voor de God van Israël. Hoe zag deze tempel eruit? Hieronder wordt uitleg gegeven in een YouTube-filmpje. Helaas is deze video wel in de Engelse taal ingesproken, mocht u deze taal niet machtig zijn dan kunt u ervoor kiezen om een Nederlandse ondertiteling aan te zetten. Of door mee te lezen in 1 Koningen 6 en 7. Met dank aan ‘Messages of Christ‘ voor het online zetten van deze video.

Zie hier ook een video van de tempel van Herodes.