Home » Geologie

Categoriearchief: Geologie

The Dinosaur Research Project – Prof. dr. Arthur Chadwick sprak op 28 augustus 2017 in Apeldoorn

In 2017 was professor dr. Arthur Chadwick te gast in Nederland om te spreken op de meerdaagse conferentie ‘Geloof en Wetenschap’. Deze conferentie werd georganiseerd door Nederlandstalige zevendedagsadventisten (ZDA). Op maandag 28 augustus 2017 was ik bij twee lezingen van dr. Chadwick in Apeldoorn. De tweede lezing ging over ‘The Dinosaur Research Project‘. Deze lezing is dankzij AdventVison en AdventMedia opgenomen. Helaas zijn de lezingen niet ondertiteld.

Als inleiding op de lezing van dr. Chadwick wordt onder de video beschreven: “Het dinosaurus onderzoeksproject 20 jaar en 20.000 botten verder. Wat kunnen we leren van dit grote onderzoeksproject over dinosauriërs in de boven-Krijt periode? Wat is er met de dinosauriërs gebeurd?” De eerste lezing in Apeldoorn van dr. Chadwick werd vorige week geplaatst.

Kaieteur Falls – ‘s Werelds hoogste ‘single-drop’-waterval

De Kaieteurwaterval (Kaieteur Falls) in het Zuid-Amerikaanse Guyana is de hoogste ter wereld. Het water van de rivier Potaro valt hier maar liefst meer dan 200 meter naar beneden. De waterval is niet zo bekend als de Niagarawatervallen of de Victoriawatervallen, maar dat maakt het niet minder indrukwekkend. Het is niet verwonderlijk dat deze waterval niet zo bekend is, de watervallen liggen midden in de jungle. Met dank aan T&T Creative Media kunnen we via deze website toch een video delen. Verwonder u over de eroderende werking en de indrukwekkende grootsheid van vallend water.

Een uitbarsting op Lanzarote – Bespreking ‘Uitbarsting op Lanzarote’

“Algauw slingert de weg zich bij een vulkaanwand op. Even later rijden ze midden in een enorme krater. De weg maakt een lus over de bodem, zodat ze de hoog oprijzende wanden van alle kanten kunnen bekijken. En dan begint de tocht naar boven. Pas hier ziet Steven hoe hoog de bergen zijn. Na iedere bocht worden ze getrakteerd op adembenemende vergezichten. En dan ineens geeft ma een gilletje van schrik. De bus maakt een draai waarbij de voorkant van de bus over een ravijn zwaait. Door de vooruit en het raam in de deur kijkt ze in een enorme diepte. Vader knijpt haar even in haar knie…”

Bij uitgeverij Columbus (onderdeel van Royal Jongbloed) verscheen in 2017 een boek van de kinderboekenschrijver Bert Wiersema. Het is zijn zestigste boek. Wiersema is een uitstekende kinderboekenschrijver die je al snel meeneemt in het verhaal. Zelfs als volwassene was het boek de moeite waard om te lezen. Ik kon de verleiding niet weerstaan om het boek in een keer uit te lezen. Met ontsnapte gevangenen, snelle sportauto’s en achtervolgende motorbendes weet Wiersema de spanning er goed in te bouwen.

Geografie en geologie

Wiersema geeft naast spanning de jongeren ook veel mee over de geografie van Lanzarote (zie kader hieronder voor uitleg over Lanzarote). Het hoofdverhaal in het boek kan aangeduid worden met ‘op zoek naar olie’. De ontsnapte gevangenen en de motorbende zijn namelijk niet voor niets op het eiland, maar om er rijker van te worden. Er wordt gesproken over een olieveld bij Lanzarote waar niet geboord mag worden van milieuorganisaties. De jongere weet na het lezen van het boek dat de samenstelling van olie niet overal hetzelfde is: “Als ik een druppel olie analyseer, kan ik met enige moeite wel nagaan waar die olie gevonden werd. Toen ik de olie in Marokko analyseerde, bleek die precies dezelfde samenstelling te hebben als de Libische olie.” Vulkanen zijn volgens het boek het kenmerk van Lanzarote: “Minder dan twee eeuwen geleden barstte er een vulkaan uit op Lanzarote, las hij. In de vuurbergen, Timanfaya, is de grond nog steeds zo heet dat een pak hooi er vanzelf in de brand vliegt.” Je kunt deze vulkanen vanuit de lucht herkennen. De hoofdpersonen van het verhaal lopen, rennen en kruipen door dit vulkaanlandschap. Doordat het zo beschrijvend wordt opgeschreven lijkt het er net op alsof je er naast loopt. De auteur wijst ook op Jameos del Agua, een door vulkaanstromen ontstaan grottenstelsel met een groot ondergronds meer. Op Lanzarote wordt ook zout gewonnen uit zeewater. Dat gebeurt bij Salinas de Janubio (de zoutpannen van Lanzarote). Volgens de schrijver staan deze zoutbaden droog en de fabriek wordt niet meer gebruikt omdat het niet meer rendabel zou zijn. Er wordt echter nog een vijfde van het oorspronkelijke gebied actief gebruikt. Het zout wordt bijvoorbeeld gebruikt voor het conserveren van vis en als chloorvervanging in zwembaden. Een klein deel wordt als tafelzout verkocht.1 Naast de geografie krijgen de jongeren ook nog een beetje biologie. Als de hoofdpersonen in de cactussentuin lopen krijgen ze daar cactusles. Er valt nog veel meer te vertellen over de geografie, maar lees daarvoor het boek zelf. Zo krijg je een beeld van het vulkanische eiland en is de verleiding groot om daar eens zelf een kijkje te gaan nemen.

NA DE ZONDVLOED

Lanzarote is een van de eilanden van de Canarische Eilanden. Hoewel het op dezelfde geografische hoogte als Afrika ligt behoort het bij Spanje. Het eiland is 62 kilometer lang en 21 kilometer breed. De hoofdstad is Arrecife. Op het eiland wonen rond de 145.000 inwoners. Lanzarote is een populaire vakantiebestemming. Volgens de naturalistische geologie is het eiland meer dan 15 miljoen jaar geleden ontstaan. Creationisten laten deze naturalistische tijdschaal los. Ze hebben nauwelijks tot geen onderzoek gedaan naar het ontstaan van de Canarische Eilanden in het algemeen of Lanzarote in het bijzonder. Vermoedelijk zullen de meesten van hen het ontstaan van Lanzarote na de zondvloed plaatsen. Zij zullen voor wat betreft het snel ontstaan van vulkanische eilanden hierbij denken aan de snelle vorming van het eiland Surtsey bij IJsland.2 Op de foto hierboven is de krater van El Golfo te zien. Dit is overigens een deel van de krater omdat een ander deel door de zee verzwolgen is.

Wanneer een christelijke kinderboekenschrijver over vulkanen schrijft kan het haast niet zo zijn dat hij de zondvloed overslaat.3 Zo ook Wiersema: “Zijn aardrijkskundeleraar heeft weleens verteld dat vulkanen een belangrijke rol gespeeld kunnen hebben bij het ontstaan van de zondvloed.” En verderop op blz. 130: “Dan duikt de bus als het ware de rond in. De lagen zijn nu van opzij te zien. Soms zijn de gele fosfor en zwavel te zien in de lagen en aan de oppervlakte. Steven kijkt uit over het veld. Het maakt een diepe indruk op hem. Wat heeft de God de wereld toch bijzonder gemaakt. In de Bijbel staat dat God de aarde goed vond, toen Hij die had geschapen. Hij heeft ook wel eens gelezen dat in de tijd van Noach de overstroming van de wereld is veroorzaakt door vulkanen. Wat een kracht moet zo’n uitbarsting hebben. En wat zullen de mensen bang geweest zijn, die hier in de zeventiende eeuw in dorpen woonden.4 Allemaal in korte tijd gestorven. Hij vindt het wel moeilijk te begrijpen al dat natuurgeweld op aarde. Hij voelt zich ineens klein, en hoe verder hij de vuurbergen in komt, hoe sterker dat gevoel wordt.” Vulkanen krijgen van de auteur een belangrijke rol in de zondvloed toebedeeld. Dat is ook niet verwonderlijk. De Bijbel spreekt namelijk over de fonteinen van de grote diepte die openbraken. Dit openbreken zal onvermijdelijk samengegaan zijn met vulkanische activiteit. De rol van vulkanen, aardbevingen en plaattektoniek tijdens de zondvloed wordt door sommige creationisten beschreven in de theorie van Catastrophic Plate Tectonics.5 Wat een krachten hebben er een rol gespeeld bij de zondvloed (al is Lanzarote waarschijnlijk ná de zondvloed ontstaan, zie kader)! Fijn dat Wiersema in zijn boek aandacht heeft voor de zondvloed.

Duurzaamheid

Wiersema heeft ook oog voor duurzaamheid in zijn boek. Een van de hoofdpersonen, Jefta, is betrokken bij een duurzaamheidsproject. De auteur bespreekt technieken van molens die ’s nachts water uit de lucht halen (wel 25 liter per nacht) en andere duurzame projecten. Maar ook hoe energie opgeslagen kan worden, zonder dat er veel verloren gaat. Goed dat Wiersema jongeren hierin wat meegeeft als het gaat om rentmeesterschap.

Uiteraard gaat het in dit boek niet alleen over geografie of duurzaamheid. Bert Wiersema heeft een mooi en spannend boek geschreven met een verhaal over een bende die het anders zo rustige Lanzarote teisteren. Als kind was ik ‘verslaafd’ aan de boeken van Wiersema. Ook dit boek neemt je al snel mee in het verhaal. Ik wil de auteur van harte feliciteren met zijn zestigste boek. In tegenstelling tot veel seculiere leesboeken ontbreken in dit zestigste boek de noties van zorg voor de schepping, verwondering over de Schepper en de effecten van de zondvloed op het landschap niet. Het is daarmee een verantwoord boek voor onze jongeren. Een aanrader!

Deze bespreking is in 2017 geschreven en daarna licht gewijzigd.

Deze bespreking is onderdeel van het project ‘Onderwijzen en opvoeden voor de toekomst – Leren over onze vroegste geschiedenis in 2022’. Dit opvoedings- en onderwijsproject is onderdeel van het jaarplan ‘Fundamentum 2022’. Het boek is hier opgenomen in de lijst van gelezen kinder- en jeugdboeken.

Voetnoten

Ontplofte vissen – Aanwijzingen voor een snelle begrafenis

In afzettingsgesteentes kunnen prachtig bewaarde fossielen zitten. Daar zijn ook hele bijzondere bij: vissen met ontplofte koppen en buiken. Hoe zou dat nou zijn gekomen? En wat kunnen ze vertellen over de wijze waarop die vissen om het leven zijn gekomen?

Diplomystus en Knightia zijn de meest gevonden soorten in de Green River Formatie. Beide lijken erg veel op de haring.” Bron: Wikipedia.

In de sedimentlagen van de Green River Formatie in de staat Wyoming (VS) zitten miljoenen prachtige visfossielen. Over de hele wereld zijn deze fossielen gewilde verzamelobjecten. Omdat er zoveel mooie exemplaren uit deze lagen zijn opgediept, beseffen maar weinigen dat een groot deel van de gevonden visrestanten bij lange na niet perfect zijn. Veel vissen zijn ontwricht. Hun botresten en schubben zijn over een groot oppervlak verspreid. De individuele delen zijn niet langer met elkaar verbonden op de manier zoals dat was toen de vissen nog rondzwommen. Hoe zou dat gekomen zijn? De fossielen en de omringende gesteentelagen geven hiervoor aanwijzingen.

Rottingen

Wat gebeurt er met een vis als hij doodgaat? Om dat te weten moet je bij de tafonomie zijn. Dat is de studie naar het proces hoe levende dieren fossielen kunnen worden. Door te bestuderen hoe vandaag de dag dode vissen rotten en vergaan, kunnen paleontologen de fossielen beter leren begrijpen. Omdat deze processen zo snel verlopen, wijst de aanwezigheid van goed geconserveerde fossielen erop dat de gesteenten waarin je ze aantreft ook snel gevormd moeten zijn. Anders zouden hun resten zijn verdwenen. Observaties van dode vissen onder natuurlijke en laboratoriumomstandigheden hebben namelijk laten zien dat wanneer vissen sterven hun resten snel vergaan. Als de vissen niet héél snel afgedekt en beschermd worden tegen dat afbraakproces, hebben ze geen schijn van kans om te fossiliseren. Dat geldt niet alleen voor vissen die nu sterven, maar ook voor vissen die tijdens en kort na de vloed omkwamen.

Drijvende vissen

De Green River Formation is een uitgestrekte formatie in de Verenigde Staten. De formatie strekt zich uit over de staten Wyoming, Colorado en Utah. Bron: Wikipedia.

Anders dan gewoonlijk wordt gedacht, drijven de meeste dode vissen niet. Tafonomisch onderzoek bevestigt dat het grootste deel van de dode vissen naar de bodem zakt en nooit meer aan het oppervlak komt. Toch hebben veel mensen wel eens dode vissen ‘met de buik omhoog’ zien drijven. Dat gebeurt als bacteriën in de darmen en zwemblaas gas gaan produceren. De vis wordt dan als een ballon opgeblazen. Experimenten laten echter zien dat dit drijven meestal maar van korte duur is. Vaak barsten de buiken open, waarna de vis alsnog naar de bodem zinkt. Zelfs op bodems van kalme, rustige meren raken de delen van ontbindende vissen los van elkaar en verspreiden zich. In de meeste gevallen is er geen botje meer te vinden als het afbraakproces compleet is. Het zoeken naar graten en schubben in modderige bodems van meren levert zelden iets op. Je kunt dus de conclusie trekken dat gesteenten met fossiele visresten onder heel andere omstandigheden gevormd moeten zijn dan omstandigheden die je nu kunt waarnemen.

Snelle fossilisatie

Hoe komt het dan dat er zo veel prachtige fossiele vissen in de Green River Formatie aanwezig zijn? Het is waarschijnlijk dat de Green River Formatie ooit één groot merensysteem was. Toen na de zondvloed het water zich terugtrok, verzamelde het zich deels in plaatselijk laaggelegen delen van de continenten. Door het wegstromende water verliepen erosie en afzetting van sedimenten veel sneller dan tegenwoordig. Die erosieproducten hoopten als sediment in de meren op (er zijn echter ook creationisten die menen dat de bezinking van dit sediment al tijdens de vloed gaande was). Het is interessant om te zien dat je in de Green River Formatie vissen aantreft in verschillende stadia van ontbinding, zoals je die ook ziet in laboratoriumexperimenten. Bij verschillende vissen lijkt het alsof ze uit elkaar zijn geploft, waardoor delen van het lichaam over de bodem van het meer zijn verspreid voordat ze door sediment werden begraven.

Ontplofte koppen

“Perfect bewaard gebleven fossiele vissen die geen tekenen van afbraak vertonen moeten dus bijzonder snel zijn begraven. In huidige meren tref je gewoonlijk geen restanten van vissen aan. Ook groeit de laag sediment niet snel genoeg aan om resten te bewaren.” Op de foto Diplomystus dentatus. Bron: Wikipedia.

Er zijn fossiele vissen gevonden met opengebarsten buiken en koppen. Het openbarsten van de buiken is al enigszins toegelicht, maar er valt meer over te zeggen. Voordat een vis die op de bodem ligt uit elkaar kan ploffen, is het nodig dat zich in de lichaamsholtes gasdruk opbouwt, zonder dat de vis gaat drijven. Dat kan als volgt: door bacteriën, algen, diatomeeën en andere micro-organismen kan de vis aan de bodem van het meer blijven plakken. De vis wordt dan door een laag micro-organismen bedekt, die omgeven zijn door zelfgeproduceerd slijm (biofilm). Binnen enkele uren nadat de dode vis op de bodem terecht is gekomen, kan hij hier helemaal mee zijn bedekt. Het is dan niet zo moeilijk meer om te begrijpen dat er vissen gevonden worden met geëxplodeerde buiken. Maar waarom zijn er dan ook vissenkoppen uit elkaar geploft?

Diplomystus en Knightia zijn de meest gevonden soorten in de Green River Formatie. Beide lijken erg veel op de haring. De meeste vissen hebben een speciaal orgaan in hun lichaam, de zogenaamde zwemblaas (een soort ballon, waardoor ze in het water kunnen zweven). Bepaalde soorten, zoals de genoemde haring en de goudvis, hebben een buisje die de zwemblaas verbindt met de darm. Haringen hebben nog een extra buisje dat de zwemblaas verbindt met structuren in de hersenen die nodig zijn voor het horen. Eerder is al genoemd dat na het doodgaan van de vis bacteriën in de darmen afbraakgassen gaan vormen. Die gassen bouwen druk op in de darmen en de zwemblaas. Via dat buisje kunnen deze gassen bij de haring door breken naar de kop. Daar veroorzaken ze dan een ontwrichting. Bij sommige vissen is die ontwrichting wat minder duidelijk, maar als je zorgvuldig kijkt naar goed geconserveerde vissen, zie je vaak aanwijzingen van die ontwrichting bij de wervels direct achter de kop. Je kunt je dan voorstellen dat ook de koppen van de vissen zijn ontploft.

Snelle begraving

Onderzoek aan dode vissen heeft laten zien dat zij binnen een aantal dagen tot enkele weken helemaal vergaan. Perfect bewaard gebleven fossiele vissen die geen tekenen van afbraak vertonen moeten dus bijzonder snel zijn begraven. In huidige meren tref je gewoonlijk geen restanten van vissen aan. Ook groeit de laag sediment niet snel genoeg aan om resten te bewaren. Verscheidene visfossielen vertonen wel tekenen van ontbinding, maar ook zij moeten kort na het begin van de afbraak zijn begraven. Anders zouden hun geëxplodeerde resten niet bewaard zijn gebleven in het fossielenarchief. Wetenschappers hebben de afbraak bij vissen en veel andere groepen van organismen onderzocht. Hun experimenten laten zien dat het ontleden bij alle organismen en onder een veelheid van omstandigheden steeds een kortdurend proces is. Fossilisatie onder catastrofale, zondvloedachtige omstandigheden past heel goed bij de studieresultaten.

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Weet Magazine. De volledige bronvermelding luidt: Whitmore, J.H., 2014, Ontplofte vissen. Aanwijzingen voor een snelle begrafenis, Weet 27: 44-46 (pdf). Het betreft een vertaald artikel dat eerder verscheen in Answers Magazine (link).

WEET MAGAZINE: NOG GEEN ABONNEE?
Het bovenstaande artikel is overgenomen uit Weet Magazine nummer 27 (zie hiernaast). Weet Magazine is een populair-wetenschappelijk creationistisch tijdschrift waarin ingewikkelde wetenschappelijke onderwerpen eenvoudig worden uitgelegd en op een bijbelgetrouwe manier worden besproken. Daarnaast brengt het tijdschrift bij kennis over creationistische wetenschapsbeoefening. Bovenstaand artikel is namelijk een weergave van het resultaat van onderzoek van dr. John Whitmore naar vissen in de Green River Formation. Dr. Whitmore promoveerde in 2003 aan de Loma Linda University in de Verenigde Staten op dit onderwerp. Nog geen abonnee van Weet Magazine? Dat kan natuurlijk niet! Ga snel naar de website van Weet Magazine en sluit vandaag nog een abonnement af!

Creationistische academici presenteren deze maand onderzoekswerk op de jaarlijkse ‘Origins Conference’

Creationistisch onderzoek is belangrijk voor de opbouw van een scheppingsparadigma. We zijn niet slechts tegen Universele Gemeenschappelijke Afstamming, maar bouwen ook aan een volwaardig alternatief. Helaas is dit creationistische onderzoek binnen een scheppingsparadigma in Nederland nauwelijks van de grond gekomen. Dat is jammer want er zijn hier genoeg (natuur)wetenschappers die denken vanuit het klassieke scheppingsgeloof. Gelukkig wordt er wereldwijd meer aan creationistisch onderzoek gedaan, denk bijvoorbeeld aan het werk van Wort und Wissen in Duitsland met verschillende vakgroepen én aan het werk van de Creation Theology Society (CTS), Creation Biology Society (CBS) en de Creation Geology Society (CGS) in de Verenigde Staten. De laatstgenoemde drie organisaties houden deze maand hun jaarlijkse congres. We volgen het werk van deze organisaties met bijzondere belangstelling.

CTS, CBS en CGS

De Creation Theology Society (CTS) is de jongste van de drie en werd in de zomer van 2020 opgericht. Op de website van CTS wordt een blog bijgehouden met het laatste nieuws over de organisatie.1 Verder werkt CTS momenteel aan het opzetten van een online tijdschrift. De Creation Biology Society (CBS) en de Creation Geology Society (CGS) zijn ouder dan CTS. CBS stond vroeger bekend als de Baraminological Study Group (BSG). CBS heeft een eigen website waarop meer informatie te lezen en het online tijdschrift van de organisatie te raadplegen is.2 De Creation Geology Society (CGS) is het minst actief van de drie. Het vinden van het online tijdschrift kost wat meer moeite en wanneer we deze gevonden hebben dan zien we dat de afgelopen jaren per ‘volume’ slechts de samenvattingen van de lezingen van de afgelopen congressen gedeeld werden.3 Op het congres van Fundamentum van 22 oktober 2022 D.V. hopen twee leden van CBS en CGS een lezing te geven: resp. dr. Todd C. Wood en dr. Matt McLain.4

‘Origins Conference’

Deze maand vindt opnieuw de jaarlijkse ‘Origins Conference’ plaats. De conferentie wordt gehouden van 24 juli 2022 tot en met 27 juli 2022. Dit evenement wordt gehost door de conservatieve hogeschool Patrick Henry College (PHC). De conferentie begint op 24 juli 2022 om half zes in de middag (plaatselijke tijd) met een diner en ‘fellowship’. De volgende twee dagen staan in het licht van de lezingen. De laatste dag (27 juli 2022) wordt er een veldexcursie georganiseerd. Navraag bij CORE Academy of Science, een van de sponsors van de conferentie, wees uit dat aan het programma nog gewerkt wordt en dat deze binnenkort online verschijnt.5 Voor Nederlanders is de conferentie ook interessant omdat de lezingen óók online te volgen zijn. Voor 15 dollar is het mogelijk om mee te doen. Aanmelden kan via Eventbrite (zie navolgende voetnoot).6 Met het bedrag steunt de deelnemer óók het creationistische onderzoek van CTS, CBS en CGS.7

De moeite waard

Dankzij een sponsor kon ik in 2018 naar Amerika afreizen voor de International Conference on Creationism (ICC).8 Voor deze conferentie van ICC was er een kortere conferentie van CBS en CGS. Deze conferentie heb ik toen ook bezocht.9 Een mooie tijd waarbij we veel creationistische academici konden ontmoeten. Beslist de moeite waard! Jaarlijks komen er zo’n 50 tot 100 creationisten op deze conferenties. Met oprichting en deelname van CTS zou dat aantal weleens kunnen oplopen. Geoloog en onderwijskundige dr. David Lee, docent biologie aan het Patrick Henry College, is ook enthousiast over de conferentie: “De ‘Origins Conference’ vertegenwoordigd hoofdlijnen van creationistisch-wetenschappelijk onderzoek. De lezingen zijn niet hoofdzakelijk anti-evolutie, maar gericht op het bouwen van een positief scheppingsmodel.10 Zoals ik al eerder heb verwoord spreekt deze benadering mij bijzonder aan.11 Je kunt Universele Gemeenschappelijke Afstamming wel aanvallen12, maar als je daar niets tegenover kunt zetten dan stuur je de opponent en/of medegelovige alsnog met een kluitje in het riet. Omgekeerd geldt wel dat wanneer je een krachtig scheppingsmodel kunt presenteren, dit automatisch Universele Gemeenschappelijke Afstamming tot onjuist verklaard. Gelukkig zijn dit niet de enige organisaties zijn die werken aan creationistisch onderzoek. Wereldwijd zijn er verschillende organisaties op te noemen die dergelijk werk verrichten. Hoogste tijd dat creationistisch onderzoek óók in Nederland op professionele wijze uitgevoerd gaat worden! Ik hoop dat deze conferentie daarvoor een inspiratiebron is.

Voetnoten

Tien toeristen komen met de schrik vrij in Kirgizië – “Het waren echt gigantische keien en stenen van ijs die veel verder kwamen dan waar wij ooit naartoe hadden kunnen rennen.”

Tien toeristen wandelden in de bergen van Kirgizië.1 Ze schrokken flink toen tijdens de wandeling een lawine van ijs, sneeuw en water naar beneden kwam. Er was een deel van de gletsjer afgebroken. Gelukkig kwamen de toeristen er zonder kleerscheuren vanaf. De Britse Harry Shimmin, een van de toeristen, deelde een video via Instagram.2 Shimmin schreef via Instagram: “Ik wist dat er een plek precies naast mij was waar ik dekking zou kunnen zoeken.” En verder: “Het was als in een sneeuwstorm. Toen het voorbij was, lag er alleen wat lichte sneeuw over me heen. Ik had geen krasje, voelde me alleen duizelig.” Ten slotte: “Het waren echt gigantische keien en stenen van ijs die veel verder kwamen dan waar wij ooit naartoe hadden kunnen rennen. Ook als we meteen hadden gehandeld.3 NOS Jeugdjournaal zond maandag 11 juli 2022 de beelden van Shimmin uit en wezen ook op dat een dergelijk voorval een week eerder ook in Italië plaatsvond.4 Helaas liep dat veel slechter af, 11 bergbeklimmers kwamen om het leven. Het fragment uit het NOS Jeugdjournaal is hieronder te bekijken.

Voetnoten

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? – Samenvatting van de lezing van dr. Stefan Drüeke op Kreatikon 2021

Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe of ‘slechts’ een lokale overstroming? Dat is al zeker sinds de opkomst van de moderne geologie een vraag voor christenen. Op deze vraag worden door christenen diverse antwoorden gegeven. Van mythe, via literaire overdrijving (hyperbool) tot een literair-historisch ‘verslag’ van een werkelijke gebeurtenis. Hoe moeten wij hierover denken?

Kunnen we anno 2022, door de slagkracht van de moderne geologie, nog geloof hechten aan een wereldwijde zondvloed? In lezingen over dit onderwerp benadruk ik vaak dat het overtuigd zijn van het bestaan van een wereldwijde zondvloed allereerst een geloofszaak is. ‘Door het geloof verstaan wij…’. Een wereldwijde zondvloed is niet zozeer een naturalistisch-natuurwetenschappelijk feit, maar allereerst en allermeest een geloofszaak. Vorig jaar hield de chemicus dr. Stefan Drüeke1 op het congres Kreatikon 2021 een lezing over deze aloude vraag. Was de zondvloed een wereldwijde catastrofe? In het onderstaande artikel willen we de lezing samenvatten. Voor wie het Duits machtig is heb ik onderaan deze pagina de opname van de lezing weergegeven.

Inleiding

Dr. Stefan Drüeke is, als directeur van het Bibelmuseum in Wuppertal, een bekende creationist in Duitsland.2 Drüeke start de lezing met het lezen van een tekst uit 1 Petrus 3:20. Het gaat over de dag dat Noach in de ark gaat en de toenmalige (eerste) wereld vergaat door het water van de zondvloed. In de inleiding geeft de geleerde een overzicht wat ons te wachten staat in zijn voordracht. Allereerst wil hij stilstaan bij een enquête van Answers in Genesis onder jongvolwassene christenen van 20 tot 29 jaar. Ten tweede wil Drüeke uitgebreid stilstaan bij wat de Bijbel zegt over de zondvloed. Ten derde waarom er tegenwoordig van deze Bijbelse zondvloedgeschiedenis wordt afgeweken en als laatste of er ook geologische ‘bewijzen’ zijn voor een wereldwijde zondvloed. Ieder aandachtspunt wordt hieronder in een tussenkopje samengevat. In de lezing wil de chemicus vooral stilstaan bij de vraag of de zondvloed een wereldwijde of een lokale overstroming was.

Enquête

Als inleiding op zijn lezing over het wereldwijde of lokale karakter van de zondvloed bespreekt dr. Stefan Drüeke de resultaten van een enquête, gehouden door Answers in Genesis, over de Bijbel en het zondvloedbericht.3 De eerste vraag is of de Bijbel fouten bevat. Van de jongvolwassene christenen tussen de 20 en 29 jaar beantwoordt 61% deze vraag met ‘Nee’, 27% met ‘Ja’ en 12% weet het niet of is er niet zeker van of de Bijbel fouten bevat. Wanneer die 27% wordt bevraagd wat die fouten dan zijn. 36% geeft aan dat het gaat om overschrijffouten die erin zijn geslopen gedurende de geschiedenis van het kopiëren van de Bijbelse overlevering. 34% geeft aan dat de Bijbel fout is als het gaat om de leeftijd van de aarde. 11% geeft aan moeite te hebben met onze vroegste geschiedenis zoals verwoord in Genesis 1-11. 8% denkt dat de Bijbel zichzelf op veel punten tegenspreekt. Drüeke geeft in een intermezzo aan dat het hier niet gaat om tegenstrijdigheden, maar om moeilijke zaken die na intensieve Bijbelstudie opgelost kunnen worden.4 7% twijfelt aan het zondvloedverhaal en denkt dat het niet gaat om een wereldwijde overstroming. 3% trekt het bestaan van de hel in twijfel. De enquete wordt nog verder gespecificeerd als het gaat om de zondvloed. De vraag of de geschiedenis van de ark van Noach en de zondvloed een mythe wordt door 51% van de bevraagden met ‘Ja’ beantwoord en 49% met ‘Nee’. We moeten ons bezinnen op de vraag hoe het komt dat zoveel christenen twijfelen aan de historiciteit van het zondvloedverhaal. Het ligt volgens Drüeke aan de ouders van de kinderen en wat de kinderen van deze ouders over de zondvloed aangeleerd krijgen. Zo krijgen kinderen bijvoorbeeld een badkuipmodel van de ark van Noach voorgesteld, met bovendeks staande blij kijkende dieren, in kinderbijbels en andere vertelboeken van de Bijbelse geschiedenis. Het is niet vreemd dat kinderen met die beelden in hun achterhoofd denken dat de geschiedenis van de zondvloed vergelijkbaar is met een leuk sprookje. We kunnen volgens Drüeke beter aansluiten bij de realiteit, de ark weergeven zoals deze in de Bijbel staat en de ernst van de zondvloed onder ogen komen. Dan zullen (later) ook verschillende vragen verdwijnen.

Wat zegt de Bijbel?

Ongeveer 250 jaar geleden waren en vrijwel geen theologen die het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel trokken. Drüeke staat ten tweede stil bij wat de Bijbel zegt over een wereldwijde zondvloed. Volgens de chemicus is het in Genesis 7 vers 19-23 duidelijk dat het gaat om een wereldwijde zondvloed. Alle hoge bergen onder de ‘ganse hemel’ werden bedekt met het zondvloedwater. In de Bijbel betekent ‘alle’ niet altijd de volledige wereld. Maar in dit geval wordt het uit de context duidelijk dat het de auteur van Genesis gaat om het benadrukken van het wereldwijde karakter van de zondvloed. Bijvoorbeeld door het wereldwijde karakter nog eens extra te benadrukken. De mensheid was waarschijnlijk ook over de hele wereld uitgestrekt zodat de zondvloed als oordeel alleen zin had als deze wereldwijd was.

Als het om een lokale overstroming zou gaan dan zouden de dieren wegvluchten. Drüeke verwijst naar de tsunami die Azië trof in 2004. Het viel natuurvorsers toen op dat de regio vol lag met lijken van mensen die omgekomen waren, maar nauwelijks tot geen kadavers gevonden werden van hazen, konijnen, olifanten, luipaarden en andere wilde dieren. Het lijkt erop dat dieren een zesde zintuig hebben en deze ramp van te voren hebben aangevoeld. Als het om een lokale overstroming ging dan zouden dieren weggevlucht zijn naar een veiliger oord.5

Noach moest ook de vogels meenemen, zo lezen we in Genesis 6 vers 19-20 en Genesis 7 vers 21. Dit heeft geen nut als de zondvloed een lokale zondvloed zou zijn geweest. In de tekst wordt benadrukt dat de vogels door in de ark te zijn in leven konden blijven. De vogels zouden de eerste beesten geweest zijn die het zondvloedwater ontvlucht hadden als het een lokale overstroming betrof. Wegvliegen naar een veiliger oord zou dan voldoende zijn geweest. Een ander argument voor een wereldwijde zondvloed is de grootte van de ark van Noach. Als het een lokale overstroming zou betreffen, dan zou een veel kleinere boot volstaan.

Volgens het zondvloedverhaal werd zelfs de hoogste berg met het zondvloedwater bedekt (Genesis 7 vers 19-20). Drüeke: ‘Als je na het lezen van deze tekst(en) nog steeds in een lokale overstroming gelooft dan moet je een geweldig groot geloof hebben’. Hij laat een plaatje van de zondvloed zien, met een ark drijvend op het zondvloedwater (zie de screenshot hierboven). Uiteraard zou zo’n plaatje voor God mogelijk zijn (denk maar aan de Exodus én de doortocht door de Jordaan), maar de tekst zegt daar niets over. Dat is echter wel het gevolg van het betwijfelen van deze tekst(en).

Ook de tijdsduur van de zondvloed is een aanwijzing voor Drüeke om uit te gaan van een wereldwijde zondvloed. Het plaatje hieronder dat de chemicus in zijn lezing laat zien is een geïdealiseerd plaatje. We weten natuurlijk niet of het water van dag 40 tot 150 op hetzelfde niveau gebleven is of dat er sprake was van een schommeling van de ‘zondvloedspiegel’. De hele wereld was daarmee minstens 110 dagen volledig onder water en het had ten minste 40 dagen geduurd voordat er genoeg water op de aarde was om alles te overstromen. Daarna heeft het nog van de 150e tot de 371e dag geduurd voordat het water van de aarde was verdwenen. Bij een lokale overstroming zou het water veel sneller verdwenen zijn. Drüeke laat als voetnoot bij deze geschiedenis weten dat hij niet geloofd dat we de ark ooit terug zullen vinden. De Heere zou niet willen dat deze boot verafgodiseerd zou worden, zoals ook met de koperen slang gebeurd is. De ark zou daardoor meer aandacht en aanbidding krijgen dan God zelf. We weten overigens ook niet precies waar de ark geland is. Wanneer het een lokale overstroming betrof zou de ark niet geland zijn op een hoge berg in het gebergte van Ararat.

Het Noachitische verbond is voor de geleerde ook een aanwijzing dat het om een wereldwijde zondvloed gaat. Hij citeert daarvoor Genesis 9 vers 11-16. De Heere maakt hier met Noach de afspraak dat er nooit meer zo’n vloed zal plaatsvinden op de aarde. Er zijn echter ontelbaar veel lokale overstromingen. Drüeke geeft een lijstje met allerlei overstromingen in het laatste decennium. Als het bij de zondvloed gaat om een lokale overstroming dan maakt men van God een leugenaar. Maar als het om een wereldwijde zondvloed gaat dan heeft de Heere Zich volkomen aan Zijn Woord gehouden. Het is daarmee, volgens Drüeke, ook gevaarlijk als we niet accepteren wat de Bijbel ook op deze punten zegt. We krijgen dan ook moeite met veel andere zaken die in de Bijbel voorkomen. Het Oude Testament laat duidelijk zien dat het wel moet gaan om een wereldomvattende zondvloed. Het is daarom meer dan logisch dat bijna alle theologen tot 250 jaar geleden uitgingen van een wereldwijde overstroming, ze hebben namelijk de teksten uit Genesis ook historisch gelezen. Wat is ons eerste richtsnoer: de Bijbel of de natuurwetenschap?6 Als laatste punt kijkt Drüeke naar wat het Nieuwe Testament zegt over de zondvloed. Hij verwijst als eerste naar de woorden van de Heere Jezus (Mattheüs 24 en Lukas 17). Jezus vergelijkt hier de dagen voor de zondvloed met de dagen voor Zijn wederkomst. Zoals de wederkomst van de Heere Jezus een wereldomspannend oordeel inhoudt, zo was dat ook bij het oordeel van de zondvloed. Drüeke citeert ook uit Hebreeën 11 vers 7 en 2 Petrus 3 vers 3-7. Hieruit blijkt ook duidelijk dat het gaat om een wereldwijde overstroming. Daarmee verwijzen zowel het Oude Testament en het Nieuwe Testament naar een wereldwijde overstroming. Dit Woord van God moeten we als eerste bron nemen en uiterst serieus behandelen.

Waarom er wordt afgeweken van de zondvloedgeschiedenis

De spotters uit de hierboven genoemde Petrusbrief zijn geen domoren. Het gaat volgens Drüeke om sommige wetenschappers die door de ‘onveranderlijkheid’ van de natuur de wederkomst ontkennen. Alles kan natuurwetenschappelijk uitgelegd worden en dat gaat millennia door. Het gaat hier niet om domme mensen en we moeten met hun argumenten niet lacherig omgaan. Veel van hun argumenten zijn goed. We moeten ook niet menen dat wij, als het om de schepping en onze vroegste geschiedenis gaat, alles kunnen bewijzen en verklaren. De geleerde geeft aan dat er wel veel meer aanwijzingen zijn voor de schepping dan voor evolutie (in de zin van Universele Gemeenschappelijke Afstamming). Maar een sluitend bewijs voor dit alles kan Drüeke niet geven. Vertrouwen we op God en Zijn Woord, dan moet er een schepping zijn geweest en een Schepper die alles gemaakt heeft. Hebreeën 11 zegt niet dat we door natuurwetenschap of bewijzen verstaan dan de wereld gemaakt is, maar door het geloof. We kunnen niet alle vragen die over de oergeschiedenis gaan beantwoorden. Er zijn namelijk ook veel moeilijkheden die tot ons komen vanuit de natuur, waarin geen duidelijke aanwijzing voor de schepping te zien zijn. Drüeke is er volledig van overtuigd dat er een Schepper is die de wereld geschapen heeft, maar het gaat hier om een scheppingsgeloof en niet om sluitende bewijsvoering. Waarom geloven er vandaag zoveel mensen in evolutie over miljarden jaren (geen verandering in mechanisme)? Petrus gaat niet met zulke mensen in discussie maar geeft aan dat deze mensen het ten diepste (wezenlijk) niet begrepen hebben en het ook niet willen zien. Wat hebben ze niet begrepen? Dat de wereld uit het water ontstaan is en dat de eerste wereld ook door het water vergaan is.

Tegenwoordig wordt door veel theologen het wereldwijde karakter van de zondvloed in twijfel getrokken. Drüeke verwijst met een citaat naar Franz Delitzsch. In dit citaat geeft Delitzsch aan dat een wereldwijde zondvloed die alle hoge bergen bedekt heeft fysisch, geologisch en atmosferisch ondenkbaar is. Dus niet ondenkbaar omdat de tekst dat zo voorstelt, maar omdat het natuurwetenschappelijke problemen met zich meebrengt. Men stelt de wetenschap boven de Bijbel, maar dan kunnen we ook aan andere dingen twijfelen zoals de maagdelijke geboorte. Het is dan dom om christen te zijn en christenen zijn dan, met de woorden van Paulus, de ellendigste van alle mensen. Als we de Bijbel schikken naar natuurwetenschappelijke inzichten dan houden we nog weinig zekerheid over.

Wordt vervolgd (gebleven bij 39:34).

De Duitstalige lezing van dr. Drüeke

Het lukt vanwege de instellingen van de het kanaal niet om deze video in te sluiten. Daarom hieronder de link naar de lezing van dr. Stefan Drüeke.

https://www.youtube.com/watch?v=dftStYSIYOU

Voetnoten

Creationisme of catastrofisme? – Een stelling bij het proefschrift van dr. Evert van der Heide

In 1990 promoveerde chemicus dr. Evert van der Heide aan de Technische Universiteit Delft op een proefschrift met als titel ‘Heterogeneous Wacker Oxidation’. Hij bestudeerde de heterogene Wacker oxidatie. Een ingewikkeld onderwerp dat alleen chemici in detail kunnen volgen. Het proefschrift werd verdedigd op 13 september 1990 en bevat een interessante stelling over het zogenoemde creationisme.1

Rolmodel

Dr. Evert van der Heide is wat mij betreft een rolmodel voor studenten die uitgaan van het klassieke scheppingsgeloof. Helaas is hij het laatste decennium niet meer actief in het bestuderen van de aardgeschiedenis vanuit het perspectief van dit klassieke scheppingsmodel. Tot 2009 was hij echter actief in het schrijven van artikelen en het geven van lezingen. De laatste keer dat Van der Heide een openbare lezing gaf over het zogenoemde creationisme is, voor zover ik weet, op 6 juni 2009 geweest op een congres onder de titel ‘Darwin in de tuin van Eden’.2 Op het congres, dat door diverse organisaties werd georganiseerd, werd door zowel jongeaardecreationisten als theïstisch evolutionisten gediscussieerd over Gods schepping. Daarvoor hoorde ik dr. Van der Heide in het openbaar spreken op 5 februari 2009 tijdens een lezingenserie voor het Historisch Documentatiecentrum en het Nederlands Dagblad.3 Wat mij van beide lezingen bijgebleven is dat Van der Heide wél overtuigd is van het klassieke scheppingsgeloof, maar dat hij (weliswaar positief-)kritisch was ten opzichte van een scheppingsparadigma. Hij zag nogal wat onopgeloste vraagstukken voor de, op het klassieke scheppingsgeloof gestoelde, wetenschapsbeoefening. Niet alle medecreationisten waardeerden deze kritische benadering. Echter, juist deze kritische zelfreflectie is broodnodig en wordt wel eens gemist bij sommige creationisten. Dit terwijl het voor de opbouw van een robuust scheppingsparadigma onmisbaar is. Daarom zie ik dr. Evert van der Heide als een rolmodel voor studenten die overtuigd zijn van het klassieke scheppingsgeloof. Slik niet alle theorievorming voor zoete koek, zelfs of juist creationistische theorievorming niet, maar onderwerp dit aan een kritische reflectie.4

Stelling

In de inleiding werd het proefschrift van dr. Evert van der Heide genoemd. Tijdens de verdediging van dit proefschrift werden ook wat stellingen opgevoerd. Veruit de meeste stellingen hebben uiteraard te maken met het onderwerp waarop gepromoveerd werd. De laatste vier stellingen gaan over andere zaken. In een van deze stellingen wordt het zogenoemde creationisme genoemd. De stelling luidt:

In het creationisme speelt het verklaren van geologische verschijnselen uit de gevolgen van katastrofes in het verleden een centrale rol. Het verdient daarom aanbeveling om de term creationisme te vermijden en te veranderen in katastrofisme.

Het proefschrift stamt nog uit de tijd dat catastrofisme en catastrofes met een ‘k’ geschreven werd. Voor creationisten is zowel de schepping als de catastrofes die in later tijd plaatsvonden belangrijk. Hoewel ikzelf ook worstel met de term ‘creationisme’ dekt het ‘catastrofisme’ de lading óók niet helemaal. Van der Heide heeft wel een punt dat creationisten niet alleen met de schepping bezig zijn5, maar mogelijk zelfs vaker met de zondvloed en catastrofes die daarvoor en/of daarna plaatsvonden. Toch heeft ook de scheppingsleer een centrale rol binnen het zogenoemde creationisme, zoals ook de zondeval dat heeft. Het is in ieder geval mooi dat dr. Van der Heide in zijn stellingen behorend bij zijn proefschrift positieve aandacht heeft gegeven aan het creationisme.

Voetnoten

Nederlands Debat over het ontstaan van de mensheid: Moeten we een theïstische evolutie accepteren? – Drs. Tom Zoutewelle sprak tien jaar geleden in de VS

Op vijf mei deze maand was het tien jaar geleden dat geoloog en bioloog drs. Tom Zoutewelle een seminar gaf voor zevendedagsadventisten in Amerika. Hij sprak, in de Mortenson Hall op de campus van Loma Linda University, over het evolutiedebat in Nederland. De titel van zijn lezing was: ‘Dutch debate on the Origin of Man: Why should we accept Theistic Evolution?’ In het eerste deel van zijn lezing ging Zoutewelle in op het evolutiedebat in Nederland. In het tweede deel besprak Zoutewelle sedimentologische onderzoeksresultaten van de Olduvaikloof. Volgens naturalisten is deze kloof de bakermat van de menselijke evolutie.

Met dank aan ‘It is about God‘ is deze lezing opgenomen en kunnen wij de lezing hieronder delen. Veel zegen bij het kijken en luisteren:

Het eerste bedrag voor de studiereis ‘Geologie van Hongarije’ is binnen – Helpt u mee om deze reis mogelijk te maken?

Van 6 juni 2022 tot en met 10 juni 2022 hopen wij, als de Heere het leven en de gezondheid geeft, af te reizen naar Hongarije om daar de geologie van dit prachtige land te bestuderen en een reis voor te bereiden. Onlangs lieten we weten dat wij hier naast gebed ook financiële steun nodig hadden voor deze reis. Deze week is de eerste honderd euro opgehaald voor deze reis. Maakt u de rest van de reis mogelijk?

De geologie van Hongarije verwijst naar een catastrofaal verleden en kan inzichtelijk maken hoe Europa er vlak na de zondvloed uit moet hebben gezien. Tenminste als je uit gaat van de zogenoemde Krijt/Paleogeen-zondvloedgrens. Hoe kwam de aarde na de zondvloed tot rust en hoe is dat nu nog zichtbaar in het landschap van Hongarije? In het Novohrad-Nograd Geopark wordt dit inzichtelijk gemaakt, hoewel de initiatiefnemers tot dit Geopark uitgaan van de naturalistische tijdschaal kunnen wij dit ook anders interpreteren. Zie hier voor een promotievideo van dit Geopark. We hopen tijdens deze studiereis een bezoek te kunnen brengen aan diverse locaties binnen dit Geopark, we zullen daarvoor ook een klein stukje Slowakije in moeten.

Helpt u mee om deze studiereis financieel mogelijk te maken. Afgelopen week hebben wij honderd euro opgehaald, verdeeld over drie sponsoren. Wie helpt ons met de overige 650 euro? Een gift kan overgemaakt worden naar NL79 INGB 0008 4532 15 t.n.v. J.W. van Meerten. Zou u in de vermelding willen schrijven: ‘Vergoeding onkosten studiereis Geologie van Hongarije’? Hier kunt u meer lezen over de ‘Output’ van dit project, die bedraagt (gelukkig) veel meer dan alleen de voorbereiding voor een eventuele geologiereis.